GRANT GREEN - FUNK IN FRANCE: FROM PARIS TO ANTIBES (1969-1970) - SLICK! – LIVE AT OIL CAN HARRY’S

 

Grant Green (1935-1979) was een jazzgitarist en componist. Gitaarjazz, je moet er van houden. Vaak verzandt gitaarjazz in virtuoos gepingel dat bij de minder die-hard jazz fanaat op den duur op de zenuwen gaat werken. Niet slecht hoor maar op een of andere manier minder warm als blaas-jazz of een gierend Hammond Orgel. Green geboren in St. Louis (Missouri) op 6 juni 1935 zou indien hij nog leefde volgende maand 83 jaar geworden zijn. Hij stierf echter op 43 jarige leeftijd in 1979. Hij speelde verschillende stijlen waaronder hard bop, bebop, soul jazz en blues. Tijdens de bebop-periode zorgde hij voor een herinvoering van de gitaar als solo-instrument in de jazz. Van Green is bekend dat hij een groot bewonderaar van Charlie Christian en Charlie Parker was.

Na in 1959 zijn debuut te hebben gemaakt, als gitarist in het kwintet van Jimmy Forrest, kwam Grant op uitnodiging van Lou Donaldson in 1960 naar New York. Zijn basis in de R&B, gecombineerd met zijn vaardigheden in de bebop en zijn eenvoud die expressie verkiest boven technische deskundigheid, maakt Grant tot een veelzijdig gitarist: bebop, R&B, blues, standaardwerken, ballades, boogiewoogie, funk jazz, acid jazz, behoorden tot zijn uitgevoerde stijlen. Met name in de eerste 5 jaar na zijn aankomst in New York, was Grant een drukbezet man. Hij speelde onder andere met Lou Donaldson, Stanley Turrentine, Baby Face Willette, Big John Patton, Brother Jack McDuff, Larry Young, Hank Mobley, Lee Morgan en Herbie Hancock. Hierdoor werd hij snel een beroemdheid onder de jazzgitaristen.

Na 1967 was Grant nauwelijks actief als muzikant vanwege zijn drugsverslaving. Als gevolg van zijn verslaving had hij te maken met een fragiele gezondheid. Hij begon weer te spelen en op te nemen in 1969, waarbij hij tevens een nieuwe weg insloeg. Zijn werken vanaf 1969 zijn meer commercieel gericht, zijn gang naar meer funk-jazz en acid-jazz gerichte muziek maakte hij met mannen als Idris Muhammed, Reuben Wilson, Rusty Bryant, Charles Kynard, Neal Creque, Houston Person en Ronnie Foster.

Toen hij in dat jaar 69 op het toneel verscheen, was hij dus in betere gezondheid en had hij een nieuwe band gevormd die beslist funkgericht was, net als jazz. Uit deze periode verscheen nu het album "Funk in France: From Paris to Antibes (1969-1970)" als eerste officiële release van eerder onuitgegeven Grant Green materiaal in meer dan 10 jaar! Maar ook komt het album "Slick! - Live at Oil Can Harry's" nu op de markt met de laatste liveopnames die Grant Green nog maakte in 1975. Respectievelijk werden deze opnames gedaan in de ORTF-studio's in Parijs, het Antibes Jazzfestival in Juan-les-Pins en Oil Can Harry's in Vancouver, in Canada. Beide cd's bevatten uitgebreide boekjes met essays van Michael Cuscuna en A. Scott Galloway, en interviews met orgellegende Dr. Lonnie Smith, gitarist Eric Krasno, Grant Green's oudste zoon en gitarist Greg Green (ook bekend als Grant Green Jr.) en nog veel meer!

Bij de opnames van "From Paris to Antibes" in de ORTF-studio's in Parijs op 26 oktober 1969 kreeg hij hulp van bassist Larry Ridley en drummer Don Lamond.  Jazzgitaar-icoon Barney Kessel vergezelt Green hier ook op  "I Wish You Love".  Bij de concertopnames van het Antibes Jazz Festival op 18 en 20 juni 1970 waren saxofonist Claude Bartee en organist Clarence Palmer van de partij, die beiden reeds speelden op Green's klassieke Blue Note album "Carryin 'On" uit 1969. De ORTF studiosessie werd opgenomen voor een radio-uitzending geproduceerd door de legendarische Franse producent André Francis. De opname van Antibes werd minder dan een maand vóór de eerste live-release van "Green Alive" opgenomen op Blue Note-records.

Het bijbehorende album "Slick! - Live at Oil Can Harry" is live vastgelegd op 5 september 1975 in een populaire club in het Canadese Vancouver,  genaamd Oil Can Harry's. En verscheen 3 jaar na het klassieke "Live at the Lighthouse" album dat in 1972 op Blue Note werd uitgebracht. Met een voornamelijk in Detroit gevestigde band met Emmanuel Riggins (vader van drummer Karriem Riggins) op elektrische piano, Ronnie Ware op bas, drummer Greg 'Vibrations' Williams (Jack McDuff, Lou Donaldson) en Gerald Izzard op percussie, werd deze opname oorspronkelijk uitgezonden op CHQM-FM in Vancouver. Maar dus nu zoveel jaren later op plaat en CD.

Beide cd's tonen de vroege overgang van Green naar een zwaarder, funkier geluid toen hij de jaren 1970 betrad. Dit is ook de eerste keer dat deze nummers uit de albums van "Carryin 'On" en "Iron City" nu live beschikbaar zijn. Het album begint met James Brown’s gedreven en funky "I Don’t Want Nobody to Give Me Nothing (Open the Door, I’ll Get It Myself)."  Michael Cuscuna zet Green in de belangstelling op de Sonny Rollins-klassieker, "Oleo".  Hij speelt de Braziliaanse samba van Antonio Carlos Jobim "How Insensitive (Insensatez)" met zijn eigen persoonlijke ritmische randje, gevolgd door een smakelijke improvisatie van "Untitled Blues". En keert terug naar de pen van Sonny Rollins in diens "Sonnymoon for Two", hetgeen Green met alleen bas en drums als begeleiding speelt. De concerten van het Antibes Jazz Festival geven ons twee uitgebreide versies van "Upshot" van 18 en 20 juli 1970, waarbij je de hele band kunt horen die veel verder reikt dan wat je op de studioversie hoort.

Minder dan vier jaar vóór zijn vroegtijdige dood is "Slick! - Live at Oil Can Harry" opgenomen en horen we veelal bekende nummers op een niet traditionele manier gespeeld en waarbij de grenzen van traditionele jazz worden verlegd. Deze opname in Vancouver begint met een sprookjesachtige interpretatie van de klassieke compositie van één van Green's grootste inspiraties, Charlie Parkers "Now's the Time". Vervolgens krijgen we een nieuwe versie van het sublieme "How Insensitive (Insensatez)" van de Braziliaanse bossa novamaster Antonio Carlos Jobim, van maar liefst 26 minuten, waarin verschillende funky lagen hoorbaar zijn. Het middelpunt van Slick! is ongetwijfeld de meer dan 30 minuten durende funk medley van Stanley Clarke's "Vulcan Princess, "Skin Tight" door de Ohio Players, Bobby Womack's soul klassieker "Woman's Gotta Have It", "Boogie on Reggae Woman" door Stevie Wonder en "For The Love Of Money" door de O'Jays. Zelfs serieuze toegewijden zullen het erover eens zijn dat dit beslist onbekend gebied is in de discografie van Grant Green. Bassist Ronnie Ware schittert fel en toetsenist Emmanuel Riggins spiegelt de gitaarriffs van Green zo dicht op het toetsenbord dat het soms lijkt alsof er twee gitaren tegelijk spelen.

Grant Green en zijn band waren die avonden op dreef, dat is duidelijk hoorbaar. Maar ondanks de populariteit van Green in de jaren zestig en de daaropvolgende oplevingen in jamband- en het hiphop gebeuren, blijft hij een grotendeels onderkende figuur in de geschiedenis van de jazz.  Voor ons teveel onderschat. Laten we hopen dat deze Resonance-releases nu meer  bekenheid brengen voor deze belangrijke figuur van de jazzgitaar.

 

 

 

Artiest info
Website  
 

label: Resonance Records : V2

video