GURLS - RUN BOY,RUN

In de loop van de voorbije maanden schreven we op deze pagina’s erg lovende woorden over “Blank Out” van Ellen Andrea Wang, “A Million Things” van Rohey én “Eastern Smiles” van The Hanna Paulsberg Concept. Ellen, die als bassiste een hele tijd bij Manu Katché speelde, Hanna die in de Noorse jazzscene al met zowat iedereen samenspeelde, die ertoe doet, en Rohey Taalah, de Nordic Erikah Badu, kennen elkaar natuurlijk ook, al was het maar omdat Noorwegen nu eenmaal niet erg groot is, maar ook omdat het conservatorium van Trondheim in de opleiding van alledrie een behoorlijke rol gespeeld schijnt te hebben.

Die drie ladies hebben wellicht ooit in de backstageruimte van één of ander festival, of, beter nog, in één of andere aanbelendende bar, beslist “samen iets te doen”. Zo gaat dat namelijk bij muzikanten. Het eerste duidelijke verschil: deze plaat kwam er ook echt. Is het een goeie plaat? Daarover zijn de recensenten, die er zich tot nu toe aan waagden, nogal verdeeld: de Scandinavische collega’s zijn vrij unaniem in hun loftuitingen, de West-Europeanen zijn, om het beleefd uit te drukken, nogal gereserveerd: hun commentaren gaan van “te weinig variatie” tot “vervelend” en er zijn er zelfs, die openlijk aangeven dat ze moeite hadden om het plaatje, dat al bij al slechts 37 minuten duurt, helemaal uit te luisteren. Nou, dat is bij mij allerminst het geval. Ik kom dan ook wellicht als laatste in de rij, maar ik heb wel vaak naar de plaat geluisterd en wat ik hoor, mag dan wellicht niet voor de eindejaarslijstjes bedoeld zijn, het is toch een heel intrigerend werkstuk, vind ik. De composities, zowel teksten als muziek, komen allemaal uit de koker en de sax van Hanna Paulsberg en ze draaien, zoals het hoort bij een gezelschap dat slechts uit vrouwen bestaat, om mannen en wat ze vrouwen aandoen, om hoe lachwekkend of zelfs belachelijk ze kunnen zijn en om de omgang tussen mannen en vrouwen, die, hoe dan ook, altijd een beetje rare kantjes zal vertonen.

De nummers zijn als vanzelfsprekend allemaal aan de minimalistische kant: drie stemmen, met die van Rohey voorop, drie keer (subtiele) percussie en verder slechts bas en sax…het leent zich niet meteen tot popsongs, die je in de auto luchtig meefluit. Nee, dit hier neigt allemaal meer naar de funk, de soul en de R&B, niet in het minst vanwege het stemtimbre van Rohey, maar ook omdat deze aankleding het meeste ruimte biedt aan de ironische insteek, die bij Hanna zeker meespeelde, toen ze deze nummers bedacht en uitwerkte. Niet alleen de mannen, maar ook een bepaalde soort vrouwen worden flink tegen de lamp gehouden en erop gewezen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor veel van de miserie waar ze in terechtkomen.

Nu eens denk je aan Badu, dan weer aan Zap Mama en nog verderop doemen zelfs verwijzingen naar Rihanna en aanverwante dames, zodat ik alvast geen last heb van een tekort aan variatie op deze plaat. Wie het wil toetsen: begin bij “The Boy Who Came to Town”, vervolg met “Dis Boy” en spring dan naar het enige nummer dat in het Noors gezongen wordt, “Syngedame” (zangeres). Je moet luisteren om te horen, maar als je luistert, hoor je hier heel mooie dingen. En met die omgang tussen mannen en vrouwen komt het ooit wel goed…

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
   
 

label: Grappa
distr.: Pias

video