LIO - LIO CANTA CAYMMI

Vijfenvijftig is ze intussen, Wanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos en ze zit in ons collectieve geheugen gegrift met haar hits als “Banana Split”, “Amoureux Solitaires” en “Mona Lisa”, allemaal singles, die intussen stilaan de midlife crisisleeftijd bereikt hebben en die ons lieten kennis maken met Lio, de artiestennaam die ze toen, tot ons aller genoegen had aangenomen en die een pak beter bekte dan haar echte naam. Toen haar hoogtepuntperiode als zangeres achter de rug leek, werd Lio actrice en speelde ze in verschillende films, onder andere in”Chambre à part”, met Jacques Dutronc. Nog later ging ze kleren ontwerpen en ook daarin was ze succesvol en dat besef leek voor haar voldoende te zijn om te beslissen ermee te stoppen, waarna ze terugkeerde naar de muziek, zonder echter al te veel potten te breken.

Vandaag is Lio, die overigens in 2000 een heel fijne “Lio Chante Prévert”-plaat uitbracht, die ongeveer volledig onder de radar van het publiek bleef, er dus terug, deze keer onder de vleugels van de hier bij ons veel te weinig bekende, maar in Frankrijk razend populaire Jacques Duvall, de Eric Verwilghen, waarover we het hier wel eens vaker hadden, en die teksten leverde aan onder anderen Alain Chamfort, Etienne Daho, Jane Birkin, Marie France,Khadja Nin, Pierre Rapsat en Telex en…Lio. Ook Christophe Vandeputte, met wie Lio al eerder samenwerkte, is mee in het nieuwe project gedoken en hij schreef heel fijne arrangementen voor een dozijn songs van de hier bij ons al te onbekende componist, zanger, acteur en schilder Dorival Caymmi, een man uit de Braziliaanse Bahia-regio, wiens carrière al in de jaren dertig van vorige eeuw begon en tot rond de eeuwwisseling liep. De man schreef massa’s bossa liederen, maar raakte om duistere redenen nooit even bekend als pakweg Tom Jobim, al wijdde Gal Costa al in 1976 een tributeplaat aan zijn werk, kunststukje dat nog een paar keer overgedaan werd, ondermeer door Olivia Hime en door een hele club jonge Brazilianen, die in 2004, naar aanleiding van zijn negentigste verjaardag, zijn oeuvre hernieuwd leven inbliezen.

En nu is er dus Lio, die grasduinde in Cayimmi’s uitgebreide verzamelde werken en er, zoals gezegd een dozijn songs uitkoos. Die plaat heeft de voorbije weken nogal wat tijd in mijn CD-speler doorgebracht en ik moet zeggen dat ze getuigt van een behoorlijk doorzettingsvermogen. Wereldschokkend is ze niet en ze zal allicht niemands wereldbeeld overhoop gooien, maar wat Lio op deze CD neerzet, is wel van een heel grote, troostende schoonheid. Deze vrouw kan zingen, ze interpreteert vaak de nummers op verstilde, ingetogen wijze en ze rààkt de luisteraar. Dit is zeer zeker geen behangmuziek: daarvoor zijn de ragfijne arrangementen, het ultra subtiele gitaarspel en vooral de dictie en de zang van Lio te dwingend.

Te beginnen bij “Não Tem solucão”, oorspronkelijk uit 1952, via “É doce morrer no mar”, dat nog tien jaar ouder is en door wijlen Cesaria Evora wel eens als “een van mijn favorieten” omschreven werd en “Tão só” tot “”Nem eu”, de B- kant van Não tem solucão” en “Samba da minha terra”…het komt allemaal geruisloos je oren binnen gesijpeld, maar keer op keer blijk je op de repeatknop te drukken, gewoon omdat dit een heel weldadige plaat is geworden van een meisje dat geleefd heeft en ondertussen heel erg vrouw en heuse zangeres is geworden. Het zal wel aan mijn (intussen gezegende) leeftijd liggen, maar ik hou hier van. U mag mij altijd tegenspreken, maar wel eerst luisteren, afgesproken?

(Dani Heyvaert)

 



Artiest info
   
 

 

Label: Crammed Discs
distr.: Coast to Coast

video