SAM MORROW - CONCRETE AND MUD

Er beweegt de jongste jaren wel wat in de West Coast scene: we leerden Sam Outlaw en Jade kennen en Jaime Wyatt,de zangeres van wie de plaat “Felony Blues” bepaald veel indruk maakte en die hier backing vocals doet op een drietal songs?. Van Sam Morrow hadden we alleen zijn vorige CD, “There is No Map” in huis, die ons destijds niet helemaal kon overtuigen, al hoorden we wel potentieel.

Nu is er dus die nieuwe -en derde- CD, waarvan we, na enkele beluisteringen wél kunnen zeggen dat ze voor de grote doorbraak kan zorgen. Dat heeft met een paar factoren te maken: eerst en vooral is er de kwaliteit van de songs. Zelfs met ons aangeboren slecht karakter konden we geen mindere song ontwaren op deze plaat. Ten tweede is er de instrumentatie: er wordt niet op een gitaar min of meer gekeken, er zijn heerlijke orgeltonen en de ritmesectie is werkelijk van topniveau. Komt daarbij de aanwezigheid van pedal steel legende Jay Dee Maness op “Skinny Elvis”, een meneer, die destijds, exact vijftig jaar geleden, op “Sweethearts of the Rodeo” van The Byrds, tussen Chris Hillman, Roger McGuinn, Clarence White en Gram Parsons stond en wel weet hoe een goeie plaat moet klinken, aangezien hij ook te horen is op platen van The International Submarine Band, Eric Andersen, Tennessee Ernie Ford, Jackie De Shannon, Vince Gill en Dwight Yoakam, om slechts die te noemen.

Als een jonge gast zo’n kerel in de studio weet te krijgen, dan betekent dat wel wat, maar ik moet het nog over de derde reden hebben, waarom ik geen mindere song kan ontdekken op deze plaat: de productie. Die was voor het grootste deel in handen van Eric Corne, een man die ook onder eigen naam actief is, maar met wie Sam Morrow geregeld samen songs schrijft en die, voor de productie hier, duidelijk een veelomvattend project voor over had en dat ook nog realiseert: er is de pure Little Feat-aanpak in “Quick Fix”, dat je rustig het kleine broertje van “Dixie Chicken” kunt noemen of in “Cigarettes”, waar de lijzige zompigheid van af spat.

Opener “Heartbreak Man” haal, que klankkleur, de mosterd bij een band als Lynyrd Skynyrd, terwijl het daaropvolgende “Paid by The Mile” tout à fait Southern seventies is. en “Good Ole Days” naar Billy Joe Shaver verwijst en dus heerlijke country-rock herbergt, waarin duidelijk wordt dat je de jongen wel uit Texas kunt weghalen (Sam is uit Houston afkomstig), maardat Texas altijd in het jongetje zal blijven zitten. Tegelijk is er de vaststelling dat de plaat voor elke uitbundige rocker ook een traag nummer staat, dat je naar de strot grijpt: mijn absolute favoriet van de plaat is “San Fernando Sunshine”, met zijn lichtjes aan John Prine’s “Paradise” herinnerende melodielijn, en door Sam gezongen in een stijl, die beelden van Lyle Lovett oproept.

Als je bij al dit positiefs ook nog de productionele experimenten optelt -Wurlitzers, die door een phazer gejaagd worden, Farfisa orgeltjes, die door draaiende Leslie speakerkasten opgenomen worden en ritmes, die in loop gezet werden…het lijkt allemaal spielerei van mensen met teveel tijd, maar aan deze plaat levert het een wezenlijke bijdrage: Sam Morrow bewijst er namelijk mee dat hij van alle markten thuis is en nog weinig te leren heeft, wat songschrijverij en genrebeheersing betreft. Heerlijke en fantastisch gevarieerde plaat: TOP!

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Label: Forty Below Records

video