JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007
HAMILTON LOOMIS - AIN'T JUST TEMPORARY
NATHANIEL MAYER - WHY DON'T YOU GIVE IT TO ME?
DOYLE BRAMHALL - IS IT NEWS?
GORDY QUIST - HERE COMES THE FLOOD
SUGAR RAY AND THE BLUETONES - MY LIFE, MY FRIENDS, MY MUSIC
PHIL BROWN - THE JIMI PROJECT
RYAN DAVIS BAND - SOUL'S TIDE


HAMILTON
LOOMIS
AIN'T JUST TEMPORARY
Website - myspace
E-mail: hamiltonloomisband@yahoo.com
Label: Blind Pig Records
Distr: Parsifal
VIDEO 1
VIDEO
2
De
man die in 2003 de meest vernieuwende blues CD uitbracht was volgens mij (en
enkele vrienden die dit volmondig beaamden) Hamilton Loomis. Was dit nog wel
blues? "Kickin it" waarover ik het heb, was pop, was soul, was funk,
was rock, was blues, maar bovenal was goed! Een cd waarvan ik met volle teugen
genoten heb, en eindelijk een bluesplaat die wars was van alle clichés.
Daarom was ik ook zeer tevreden nu er na 4 jaar eindelijk een opvolger is, want
het wachten had lang geduurd. Zou hij dit nog kunnen verbeteren? Natuurlijk
niet, want de verrassing van het originele, het vernieuwende, is weg, je weet
wat je van Hamilton kan verwachten. Maar toch... Hamilton blijft weer aangenaam
verrassen. Ik hou van zijn frisse stem, die voor veel puristen te jong en te
weinig doorleefd zal zijn, mij spreekt ze erg aan. Ik hou ook erg van zijn gitaarspel
een mix van uiterst funky Johnny Guitar Watson geluid en de bluesy licks à
la Johnny Copeland. Ik ben gek op de gimmicks die hij in zijn blues verwerkt
en het geheel zo fris maken. Hij is een persoonlijke vriend van de zoveel oudere
Bo Diddley, die hem de raad gaf "Innovate, don't imitate" een raad
die hij braafjes opvolgt. Een ander gezegde van Bo: "you have to put some
seasoning in your music, but this guy got the whole salt shaker" Hamilton
en Bo schreven voor deze cd ook een nummer samen "You Got To Wait"
waarop hij ook meedoet. De afsluiter "Bow Wow" is volgens mij het
hoogtepunt van deze uitstekende aanrader, maar niet een keer heb ik zelfs maar
overwogen om de skip toets te gebruiken, alles op deze cd is weer van hoog gehalte.
Hamilton is fan van Prince, maar ook van Sam & Dave, Otis Redding, Booker
T, en dat hoor je, veel soul invloeden, maar ook moderne funk invloeden. Hamilton
gebruikt oude Hammond B3 naast drumcomputers, lekker ouderwetse blazers naast
de nieuwste mix snufjes, en dat allemaal zonder dat het ergens botst. Kortom
hij leverde de zoveelste prima cd af, (ja, dit is ondertussen zijn zesde reeds).
Weer een stap van deze jongeman in de richting bekendheid, Jawel, BB King, Bo
Diddley, Johnny Copeland en Albert Collins hadden het al vlug door, en haalden
deze twintiger (toen nog tiener) op het podium om met hun mee te jammen. This
funk-a-fied Texan "ain't just temporary", he's here to stay!
(RON)

Voor volgend jaar staat er een Europese tour op til.
Organisatoren
twijfel niet!
This funk-a-fied Texan "ain't just temporary", he's here to stay!
Neem contact op met Terry Robbins (zijn manager)
E-Mail: tr4747r@yahoo.com


NATHANIEL
MAYER
WHY DON'T YOU GIVE IT TO ME?
Website:
Label: Alive Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
Je
kent het wel. Je bent op vakantie in een Zuid-Europees land. Na een wandeling
in een schitterend landschap zijg je neer op een terrasje in een pittoresk dorpje.
Een paar tafeltjes verderop zit een groepje oude mannetjes onder het genot van
een goed glas wijn met elkaar te keuvelen en te lachen. Zoals ze al zeventig
jaar doen. Je denkt bij jezelf: "Jesus, dat zulke mensen nog bestaan",
en een warm, intens gelukkig gevoel stroomt door je aderen. Datzelfde gevoel
brengt ook Nathaniel Mayer teweeg. Alleen is de setting niet een schilderachtig
Zuid-Frans dorpje, maar de stinkende getto’s van de industriestad Detroit.
Al sinds begin jaren ’60 opereert soulzanger Nathaniel Mayer in deze stad
met zijn rijke muziekgeschiedenis en leek de zanger met hits als "Village
Of Love", "I Want Love and Affection (Not the House of Correction)"
en "I Don't Want No Bald-Headed Woman Telling Me What To Do" de basis
te leggen voor een glansrijke carrière. Maar waar Otis Redding en James
Brown wereldsuccessen vierden, raakte Mayer in de vergetelheid dus een erg succesvolle
carrière was het niet. Een handjevol singles die inmiddels al veertig
jaar oud zijn en verder wat lokale gigs. Zijn toenmalige werkgever, Fortune
Records, bleek immers een stuk minder fortuinlijk dan die naam deed vermoeden.
Het label moest onder de niet aflatende druk van de economie na verloop van
tijd zijn deuren zelfs helemaal sluiten. En Mayer? Die raakte ten gevolge daarvan
aan lager wal. Van de regen in de drop ging het: werkeloosheid, alcohol, drugs…
Het bekende plaatje! Maar op zijn oude dag tekende Mayer een deal bij Fat Possum
en "I Just Want To Be Held" (2004), was de titel van zijn toch niet
meer verwachte comeback en voor ons de eerste introductie met Mayer's dampende
en energieke rauwe soul. Waarvan we de meer erotisch getinte songs "Stick
It or Lick It" en "I Wanna Dance with You" nog niet vergeten
zijn. Op het Alive Records label verscheen nu zijn nieuwe album: "Why Don't
You Give It to Me?", een plaat die klinkt alsof ze opgenomen is in 1970,
maar ééntje die we dadelijk kunnen klasseren bij de beste rock/blues/soul/psychedelic
albums van de laatste jaren. Door het grote succes van zijn comeback album "I
Just Want To Be Held", nam Nathaniel de uitnodiging aan om als openingact
voor the Black Keys op tour te gaan. Met een backing band bestaande uit gitarist
Matthew Smith (Outrageous Cherry), bassist Troy Gregory (Dirtbombs), en drummer
Dave Shettler (SSM) gaf Nathaniel tijdens een vrije avond van de Black Keys,
een pracht van een optreden in de Knitting Factory in New York. Tevens ook vergezeld
van gitarist Dan Auerbach was dit een puur, eerlijk, en authentieke non-stop
jamsessie. Deze line-up was dan ook de gedroomde band om Mayer te begeleiden
op diens nieuwe project. Hetgeen dan ook gebeurde in Detroit, Mayer's hometown,
op 8-track reel-to-reel tapes met als producers Matthew Smith, Dan Auerbach,
Dave Shettler. Mayers stembanden zijn wel aangetast maar de zestigplusser swingt
nog buitengewoon soepel tegen een werkelijk fantastische backing. Het is alsof
bij een verbouwing van de Sun Studios of Chess Records onder het tapijt een
oude mastertape is gevonden. Op negen recht-voor-zijn-raap rauwe, smerige, funky
en ouderwetse jammies schreeuwt Mayer de longen uit zijn lijf als een rioolrat
met tuberculose. Mayer opent met de pure funk en zijn bekend gebrul in de titeltrack,
om dan meteen over te schakelen naar het intens rockende "White Dress".
Zijn blues roots vinden we terug in de klassieke sound van "Please Don't
Drop the Bomb" om ons dan weer te verrassen met de openende jazzy riffs
van "Doin' It". Het reggae getinte "Dancing Move" doet denken
aan UB40, maar het is alsof Hendrix, the Stooges, James Brown, RL Burnside,
the Stray Cats, en UB40 hier in deze nummers allemaal samenkomen en er een "best
of" van maken. Jazeker Nathaniel Mayer staat weer helemaal op de rails,
al zit er ook wel een ruwer, moderner randje aan deze plaat dat aansluit bij
het trendy Detroit-gitaarsound, hetgeen garant staat voor een portie stampende
Detroit soul. Kortom: "Why Don't You Give It to Me?" is soul, rhythm
& blues, rock 'n' roll en niet ver van onweerstaanbaar. Zo'n plaat waarbij
je voor je het weet met mee zit te knikken, onbewust op de tafel gaat trommelen
of in het geniep inclusief getergde blik gaat meezingen. Precies zo'n plaat
waar je er in een jaar, in ieder geval één van hoopt aan te schaffen.

DOYLE
BRAMHALL
IS IT NEWS?
Website
Label: Yep Rock
Distr: Munich records
Om
alle vergissingen uit te sluiten, het gaat hier om vader Doyle Bramhall, niet
de zoon Doyle Bramhall II, die onder andere gitarist is bij Clapton en die vroeger
de band Arc Angel oprichte samen met Charlie Sexton. Deze Doyle is namelijk
nauw betrokken geweest bij de start van de carrière van Stevie Ray Vaughan,
en brengt bij deze zijn derde cd uit. De eerste,"Bird Nest On The Ground"
was vooral voor fans van Stevie Ray een aanrader, het leek of je naar een cd
van Stevie Ray zelf luisterde, want Doyle's stem lijkt erg op die van SRV, later
volgde "Fitchburg Street", waar zoon Doyle II vooral het gitaarwerk
voor zijn rekening nam. En nu binnenkort zal dan "Is This News" verschijnen.
We hebben er een heel vroeg pre-release exemplaar van gekregen, want de cd zal
pas op 18 september verschijnen, dus nog 5 weken wachten. Dit heeft echter als
nadeel dat we weinig informatie hebben over deze cd en over de muzikanten die
er op hebben meegespeeld. Speurwerk op het net heeft weinig opgeleverd, niks
bij Doyle's eigen site, maar gelukkig vonden we de hoes en informatie bij Yep
Rock, het label. Wat we dus nu wel weten is dat Louisiana swamprocker C.C Adcock
de productie deed. De eerste band van Doyle "The Chessmen" hadden
als gitarist Jimmy Vaughan, en deze zorgt dan ook hier voor veel van het gitaarwerk,
samen met Denny Freeman, ook bekend van The Fabulous Thunderbirds, en zoon Doyle
II. Na de Chessmen richtte Doyle met Jimmy's jongere broer Stevie Ray de "Nightcrawlers"
op, en the rest is history. Zowat het enige wat we dadelijk op de opdruk kunnen
zien is dat er geen covers op staan, alles is eigen werk. Doyle Sr. is drummer,
en dat hoor je al direct want de openingssong "Lost In the Congo"
met zijn Bo Diddley ritme (CC Adcock) is helemaal rondom een sterke drumbeat
opgebouwd. Een heel aparte song is "Chateau Strut", een soort nerveuze
instrumental waarop je duidelijk de gitaar van Denny Freeman herkent, solerend
over een ondergrond van strakke drums, kreunende saxen en pratende vrouwen op
de achtergrond, heel apart en toch mooi. Ook "Tortured Soul" is een
verre van doordeweekse song, rare vocals, een eentonige drumbeat en een oh zo
mooie slidegitaar. Daarna komt "Crying", gebaseerd op een langzaam,
laid-back Jimmy Reed riffje, heeft de song iets van het werk van JJ.Cale. In
de song "Big" is een van de weinige keren dat 't er wat vuriger aan
toegaat op deze eerder rustige schijf. Op "Ooh Wee Baby" is het even
of we teruggaan naar de doo-wop periode, met een Beach Boys sfeertje. Het sfeervolle,
triest klinkende "That Day" is (volgens ondergetekende) de mooiste
song op deze "Is It New", vermoedelijk is 't een soort afscheidssong
aan Stevie, maar de tekst is zo vaag en simpel dat het over elk afscheid kan
gaan. Ook al hebben we geen hoes of hoesnota's, op het laatste nummer "Little
Star " is de gitarist Jimmy Vaughan, daar is geen twijfel aan, hij laat
hier een sober, maar prachtig stukje bluesgitaar horen, tegen een, zo mogelijk
nog soberder drumbeat van Doyle. Deze derde van Doyle Bramhall is, net als zijn
twee voorgangers, bij mij thuis ééntje voor op de bovenste plank.
Blues buiten het 12 maten syndroom. Hij heeft de grenzen van de blues weer een
heel klein beetje verschoven in de goede richting met zijn eigen aparte en originele
geluid.
(RON)

GORDY
QUIST
HERE COMES THE FLOOD
Website - myspace
Label: Eigen Beheer
Info: gordy@gordyquist.com
cdbaby
"If the Texas country genre is a field of green, blessed by nature, then earnest singer-songwriters are the plentiful bluebonnets. Before you know it, the wildflowers commandeer the landscape. " (CD Baby)
Misschien
dat de beheerraad van Racing Genk hun licht eens moeten opsteken bij sommige
medewerkers van Rootstime ... kort op de bal spelen, een neusje voor ontluikend
talent ... jammer genoeg hebben wij geen percentjes op de meerwaarde wanneer
"onze" ontdekkingen internationaal doorbreken of een contract in de
wacht slepen bij een majorlabel. Maar de muzikale voldoening is natuurlijk ook
niet te versmaden en met Gordy Quist (2006 Kerrville New Folk Winner) hebben
wij weer één van die pareltjes wiens naam je binnenkort overal
bij de collega's ziet opduiken en met de nodige égards zal beloond worden.
Meteen treedt de 26-jarige singer/songwriter in de voetsporen van Colin Brooks
(zie rev. Mei '05) die in 2003 de Kerville pluimen op zak stak en beide heren
vertoeven voortaan in het gerenommeerde gezelschap van onder meer Steve Earle,
Lyle Lovett, James Mc Murtry, Martin Sexton, Slaid Cleaves, Robert Earl Keen
die ook de Kerrville trofee in de wacht wisten te slepen. Colin Brooks mocht
met zijn album "Blood and Water" rekenen op een top tien notering
in mijn jaarlijstje van 2005 en het zou mij verwonderen moest Gordy Quist dit
exploot met zijn schitterend album "Here Comes the Flood" niet benaderen.
Ook onze 'chef ' had het destijds al in de smiezen want het duo Brooks/Quist
is net als die andere singer/songwriters Brian Keane (zie
rev.: mei '05) en Ed Jurdi ook van de partij als the Band Of Heathens de
bestelwagen volladen om de buurt van Austin,Texas onveilig te maken. Bij de
recensie van het schitterende album "Live From Momo's" (rev.
: okt '06) liet Freddy zich al ontvallen dat Gordy Quist met zijn klassieke
bariton country stem bij het nuttigen van een blonde Leffe perfect zou thuishoren
in een rokerige kroeg ergens in Austin. Wij kunnen hem geruststellen ... Met
het album "Here Comes The Flood" voldoet Quist aan alle verwachtingen,
al is er een rechtzetting ... Die blonde wordt een donkere Leffe voor ondergetekende.
"He's an honest talent in making" schreeuwde Michael Barnes (Austin
American - Statesman) destijds van de daken en the stranger on the next bar
stool said: "He sounds like home!". En dat is exact wat je van Gordy
Quist mag verwachten ... in de stijl van Townes Van Zandt, Arlo Guthrie, Guy
Clark, Steve Earle, Robert Earl Keen, Ray Wylie Hubbard slalomt de man door
het Americana gebeuren. From country, folk and blues to rock & soul ...
Quist heeft ondanks zijn drukke bezigheden met the Band Of Heathens toch nog
de tijd gevonden om een opvolger voor zijn in 2004 verschenen debuutalbum "Songs
Play Me" in mekaar te knutselen. Een telefoontje naar collega en vriend-voor-het-leven
Steve Wedemeyer (Last Train Home) was voldoende om de carrousel in beweging
te zetten en zonder veel poespas, digitale toestanden, overdubs verliep alles
als een fluitje van een cent. Slechts één belangrijke factor was
gewenst en aanwezig .... "Vibe Was Everywhere" (This was the idea
behind the sessions. Capture vibe on tape. No digital undo. No cut and paste.
Just vibe. That’s how I wanted to record the album. The warmth of analog
tape and skin on soul. People in a room making music.). Het schitterende resultaat
("The best songs I’ve written at a time when I’m playing in
the best band I’ve been in") ligt nu in de handel met als enige maar
terechte aanbeveling .... Verplichte aanschaf! Op Freddy's verzoek werd het
pareltje "Judas' Scariot Blues" opnieuw een plaatsje toebedacht op
"Here Comes The Flood" dat met een cover van Jack Rhodes & Rod
Hayes' "Satisfied Mind" (duet met special guest Adam Carroll) voor
de enigste vreemde eend in de bijt zorgt. Een album dat er moeiteloos in slaagt
om de bereidheid tot luisteren (liefst 48 minuten) en genieten (levenslang)
voor
Album : "Here Comes The Flood" Gordy Quist ( vocals, guitars, dobro) with Wedemeyer (electric & baritone guitars) and his bandmates Jim Gray (bass), Martin Lynds (drums), and Jen Gunderman (keyboards) plus Luke Bulla on fiddle, Bryan Owings on percussion and drums, Dave Jacques on upright bass, and producer McMahan himself on guitars, organs, piano, lap steel, and more. Backing vocalists include Nashvillagers Joseph and Raven Hazlewood and Claire Small, Steve Poulton, and Heathen pal Ed Jurdi.

SUGAR
RAY AND THE BLUETONES
MY LIFE, MY FRIENDS, MY MUSIC
Label :Severn Records
Rounder Europe
Distr.: Munich Records
"Sugar
Ray has great tone and great phrasing,
singing and playing the harp. One of my favorites!"
Charlie Musselwhite
"Sugar Ray is the real deal. There is nobody better to represent this music."
Kim Wilson - The Fabulous Thunderbirds
Als
jongeman raakte Sugar Ray Norcia geïnteresseerd in de zwarte roots muziek
met Big Walter Horton als zijn grote voorbeeld. In 1978 ontstond de eerste versie
van The Bluetones met in de gelederen o.a. gitarist Ronnie Earl en Michel 'Mudcat'
Ward als bassist. In die tijd begeleidden zij aan de oostkust grootheden als
Otis Rush, Big Joe Turner en natuurlijk zijn grote held Big Walter Horton. Twaalf
jaar duurde de samenwerking tussen Ray en Ronnie. Het leverde slechts twee albums
op : "Don't Stand In My Way" en "Knockout", al mag het toevallig
geregistreerde optreden met Big Walter Horton natuurlijk niet onvermeld blijven.
In 1998 bracht hij op Telarc Records "SuperHarps" uit met harmonicavirtuozen
James Cotton, Charlie Musselwhite, en Billy Branch. Deze CD werd genomineerd
voor een Grammy Award in de Best Traditional Blues categorie. In het najaar
van 1991 werd Sugar Ray gevraagd om bij het populaire Roomful of Blues te komen
zingen. Hiermee reisde hij uitputtend, met meer dan tweehonderd optredens per
jaar en kreeg hij belangrijke onderscheidingen. Met Roomful of Blues nam hij
meerder albums op, waarop ook eigen composities zijn terug te vinden. Bovendien
vroegen bekende collega's onder wie Michelle Willson en Otis Grand hem mee te
werken aan hun albums. Na zeven jaar Roomful keerde Sugar Ray uiteindelijk terug
naar de roots: de harmonica blues. Het eerste album in een nieuwe bezetting,
"Rockin'Sugar Daddy" (2001) op Severn behaalde primaverkoopcijfers,
gevolgd door "Hands Across The Table" waarop hij nog steeds vergezeld
wordt door basveteraan Michael "Mudcat" Ward, die zijn carrière
begon met Walter Horton en albums heeft opgenomen met o.a. Hubert Sumlin, Ronnie
Earl, Ron Levy, John Brim, James Cotton, Jerry Portnoy, Charlie Musselwhite,
Otis Grand, Paul Oscher, en Sleepy La Beef, om er maar een paar te noemen. Op
het nieuwe album "My Live, My Friends, My Music", nu reeds het vierde
voor Severn Records, bestaat de bezetting nog steeds uit de vertrouwde ritmetandem:
naast Michael "Mudcat" Ward, Neil Couvin (drums) en Anthony Geraci
(piano). De 'special guests' zijn niet minder als de gitaristen Duke Robillard
(op 8 tracks) en "Monster" Mike Welch (op 7 tracks) en de blazers
Carl Querfurth (trombone), Doug 'Mr. Low' James (baritone en tenor sax), Greg
Piccolo (tenor sax) en Bob Enos (trompet), maar beter bekend als The Providence
Horns. "My Live, My Friends, My Music" ligt in het verlengde van "Hands
Across The Table", al brengt de meer big band sound op deze plaat me meer
Ray's grote release uit 1998, "Sweet & Swingin" op Bullseye Blues
terug in herinnering. De vele stijlen op "My Live, My Friends, My Music"
maken deze cd bijzonder spannend. Zo begint de CD al swingend met de rockende
shuffle "Oh Babe" van Louis Prima. "Little Green Frog" met
het prachtige blazerswerk doet me denken aan Commander Cody, gevolg door "I
Want to be With You", een heerlijke ballade gebracht in Ray's vertrouwde
croonersstijl. Zo ook "You Better Change Your Ways" waarin Ray vocaal
zeer mooi uit de hoek komt, gevolgd door "Money Taking Mama", waar
nu harmonica en piano op de voorgrond komen. U heeft het wel begrepen, we zijn
vijf nummers ver, één derde van deze plaat, nummers waarbij Sugar
Ray aantoont dat hij het mondharmonica even virtoos kan bespelen als Toots Thielemans
en wat een stem! De andere nummers zijn eveneens geënt op Chicago blues,
maar andere gaan dan weer meer in de richting van de Texaanse blues. Luister
ook even verder naar de pianoblues in "Do You Remember?", "Oh,
Oh, Oh Pretty Baby" en "No Sorrow No More", alle drie met dat
heerlijke smoelschuivertje, naast het meer romantische "My Last Affair"
met het jazzy snarenwerk van Duke Robillard. Ja dit is klasse!


PHIL BROWN
THE JIMI PROJECT
Website
www.apachesfromparis.com
E-mail:bbriges@apachesfromparis.com
label: Eigen beheer
cdbaby
Phil Brown komt
uit... waar dacht je, ja weer iemand uit Austin Texas, de music city. Toch valt
hij helemaal buiten het verwachtingspatroon van wat we vandaar wekelijks binnenkrijgen,
geen Americana, geen singer songwriter, wel blues, maar dan van het "moderne"
soort. "Fusionbluesrock" om 't een naam te geven. Phil is een gitaarvirtuoos
en deze cd "The Jimi Project" is een ode aan Jimi Hendrix. Geen klakkeloos
nagespeelde versies, maar wel degelijk bewerkingen, die soms tamelijk ver van
het origineel verwijderd zijn en toch de stempel van Phil Brown dragen. Met
die stempel bedoelen we, zijn gitaarspel dat werkelijk fantastisch is, en erg
in het verlengde ligt van wat Jeff Beck doet, en zijn stem die dan weer heel
sterk aan die van Jack Bruce doet denken zodat je regelmatig dat "Cream"
geluid hoort. Een andere gelijkenis is dan ook die met de muziek van Eric Gales,
niet moeilijk, vermits die ook wat (veel) door Hendrix beinvloed is. Zoals ik
net al zei is Phil's gitaargeluid zeer sterk gelijkend op dat van Jeff Beck,
zo erg zelfs, dat toen ik Phil voor het eerst op de radio hoorde, dacht te doen
te hebben met een nieuwe opname van Jeff. Als je luistert naar zijn versie van
"Fire" bijvoorbeeld zal je begrijpen wat ik bedoel. Door de eigen
bewerkingen van de songs klinkt de cd meer als één vast geheel,
de songs horen meer samen, wanneer we hier de originelen zouden samenzetten
zou het meer een cd geworden zijn met nummers die door de verschillende periodes
waarin ze opgenomen zijn, zeer veel van elkaar verschilden, hetgeen nu niet
het geval is .Phil koos ook zoveel mogelijk voor minder bekende song, voor zover
dit het geval kan zijn bij Hendrix. Buiten "Fire" "Voodoo Child"
en "Purple Haze" geen overbekende songs, hetgeen heel verstandig is.
Wel prachtversies van nummers als"One Rainy Wish" en "Ain't No
Telling". De ganse cd ademt door de aparte, dromerige stem van Phil een
rustige sfeer uit, zelfs al worden er regelmatig heavy gitaarriffs afgevuurd.
Bassist Jimmy Haslip overbekend van de band Yellowjackets en Gary Novak op drums
(van Allan Holdsworth en Chick Corea faam) geven al wat aan dat de richting
waarin we ons begeven wat jazzrock getint is, maar toch van de nodige blues
voorzien, met deze twee muzikanten, mogen we zonder overdrijven zeggen dat we
hier luisteren naar 3 virtuozen samen,daarom is het onbegrijpelijk dat Phil
hier niet meer bekendheid bezit. Zijn andere cd "Cruel Inventions"
waarvan ik op het net enkele fragmentjes kon horen, lijkt me nog beter en ik
hoop de kans te hebben U ook met deze te mogen laten kennismaken, want deze
man is een fantastisch gitarist die moet gehoord worden!
(RON)

RYAN
DAVIS BAND
SOUL'S TIDE
Website - myspace
Email: webmaster@ryandavismusic.com
Label: eigen beheer
cdbaby
Wanneer
je dezer dagen zoekt naar een geschikte soundtrack voor de aangename zomerwarmte
zal je in eerste instantie niet zo snel bij Ryan Davis aanbelanden. Deze singer-songwriter/gitarist
of zeg misschien beter melancholicus uit Austin, TX brengt een debuutalbum "Soul’s
Tide" op de markt, een plaat die in de richting van het oeuvre Robert Johnson,
Dave Mathews en The Allman Brothers neigt. Eigenlijk klinkt diens oeuvre als
een ingetogen variant op Dave Mathews. Gevoelige nummers, waarbij de wolken
weer even demonstratief voor de warme zon schuiven. Intens en peinzend, meer
voor wanneer de avond langzaam invalt en de houtblokjes in de vuurkorf in lichterlaaie
gezet worden. Met name bij de rustige en stemmige nummers is de kans levensgroot
dat de brok in de keel acuut aanzwelt. Het typerende licht hese en soms bijna
fluisterende stemgeluid van Ryan Davis sleept je zomaar bij de strot mee. Het
intense en meeslepende "Blue Clouds" is daar een mooi voorbeeld van.
Het blijft niet enkel bij ingetogen materiaal. "Engines Running" en
"Rescue Me", de titel en nummer van zijn vorig jaar verschenen EP,
voeren het tempo even stevig op. Aan afwisseling is op deze plaat daardoor geen
gebrek. Ryan Davis sterkste stroef is zijn intense voordracht. In de wat rustigere,
melancholieke nummers als "Fallen" zit hij daarbij tegen Mathews-iaanse
theatraliteit aan. Je moet er van houden, maar als je dat doet is het heel mooi.
Maar het liefst horen we Davis toch scheuren op gitaar als in "Do Her Wrong"
of volledig manisch door de studio stuiteren als in de titeltrack "Soul’s
Tide", een nummer dat zijn titel eer aandoet. Zijn songs in een mix van
roots, rock en blues trekken aan je voorbij voor je er erg in hebt. Gelukkig
weet Davis in zijn melancholieke, smaakvol gearrangeerde liedjes het hart van
de luisteraar te raken. De Texaan stopt zijn fluisterzang net zo diep in de
mix, die gelaagd is met allerhande ideeën, geluidjes en melodielijnen.
"Soul’s Tide" is een plaat waarmee The Ryan Davis Band geen
muzikale aardverschuiving veroorzaakt. Wees er bij beluistering op warme zomeravonden
echter op voorbereid dat deze erkende liedjesschrijver je in vervoering brengt.