ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007

APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007


ELVIN BISHOP - BOOTY BUMPIN'

EILEN JEWELL - LETTERS FROM SINNERS & STRANGERS

SMOKESTACK LIGHTNIN' - MODERN TWANG

VARIOUS ARTISTS: FREEWAY JAM - TO BECK AND BACK - A TRIBUTE

ROCK PLAZA CENTRAL - ARE WE NOT HORSES

DR. WILL - ITCHING AGAIN

MIGHTY JEREMIAHS - SAME

TAILDRAGGER - SKEPTICTANK

THE CONCRETES - HEY TROUBLE

ASYLUM STREET SPANKERS - MOMMY SAYS NO!




ELVIN BISHOP
BOOTY BUMPIN'
Website & label: www.blindpigrecords.com
info@blindpigrecords.com
Distr.: parsifal
www.parsifal.be
VIDEO

 

Elvin Bishop is altijd al één van mijn favoriete artiesten geweest en met zijn pas verschenen album "Booty Bumpin'", komt daar zeker geen verandering in. Deze plaat is een spetterende opname van een dynamisch live concert in de Constable Jack club in Californië van de ogenschijnlijk immer jongblijvende Elvin, die er bekend voor staat om de aanwezigen “a good time romp” te bezorgen. Zijn grote gitaar riffs ('finger-licking slide gitaar') en zijn humor gaven aan al zijn albums iets speciaals. Op deze liveplaat zijn sommige songs meer uitgewerkt dan op zijn vorige platen. "Gettin’ My Groove Back" zijn voorganger uit 2005 was reeds een zeer aangename comeback, want dit album kwam er na vijf jaar stilte. De reden was dat zijn dochter en ex-vrouw enkele jaren terug vermoord waren, maar de blues heeft hem geholpen om met deze gruwelijke feiten het leven te delen, want nu na vijf jaar zong hij op deze plaat: "I'll be glad when I get my groove back again". Ik hoopte op deze nieuwe "Booty Bumpin'" meerdere tracks terug te vinden uit zijn vorig album, maar slechts twee nummers komen hier aan bod: het swingende "I’ll Be Glad" en het politiek beladen "What the Hell Is Going On". Elvin Bishop beleeft en verwoord de blues zoals hij die zelf aanvoelt in een mix van West Coast blues, down home Delta blues en countryblues. De uit Tulsa, Oklahoma afkomstige Bishop voldoet nochtans uitstekend aan mijn verwachtingen, een unieke mix van voor genoemde stijlen, dit met een eigen touch er aan toegevoegd … blues in zijn puurste vorm, hartstochtelijk en levenskrachtig bepalen de sound van dit album. Het openende instrumentale "Stomp" en de slow blues van "Belly Rubbin'" strelen alshetware mijn oren, dit zijn wel de nummers waarin Bishop verstaat de kunst te boeien, zoveel is zeker. Meer zelfs, hij laat je hier huiveren met zijn prachtige gitaarspel. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede blueslicks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opweken. Bishop toerde in het verleden dan ook niet voor niets met o.a. J.T. Brown, Hound Dog Taylor en Junior Wells. Naast zijn vaste begeleidingsband bestaande uit Ed Earley (trombone, percussie, background vocals), Steve Willis (accordeon, piano, background vocals), Evan Palmerston (bas), Mike Schermer (gitaar) en drummer Bobby Cochran, die eveneens vocaal te horen is op "I'm So Glad", zijn er enkele 'Specials guests', zoals labelvriendje John Nemeth, te horen op harmonica in de titeltrack en gitarist Daniel Castro in het nummer "Blue Flame". Uit de vroege jaren van Bishop treffen we het nummer: "Stealin' Watermelons", maar onze aandact ging ook naar een tweetal covers: Roy Milton's "Keep a Dollar in Your Pocket" en Junior Parker's "I Feel Alright Again". Kortweg : Elvin Bishop die we voornamelijk kennen van The Butterfield Blues Band, zijn jam-sessies met o.a. Jimi Hendrix, Grateful Dead, Allman Brothers en B.B. King, maar voornamelijk zijn welbekende hit "Fooled Around And Fell In Love", dewelke hij op de Grammy Awards Show 2005 speelde als onderdeel van een tribute van de Southern Rock, is terug met een live album, een cd van een bijna ongekende schoonheid. Daarom alle respect voor deze oudere muzikant die 40 jaar geleden mee aan de wieg stond van de blanke blues in Chicago. Let the booty bumpin' begin!


EILEN JEWELL
LETTERS FROM SINNERS & STRANGERS
Website
myspace
Mail: michaela@younghunter.com
Label: Signature Sounds
Rounder Europe
Distr. Munich Records

 

"Letters From Sinners & Strangers" is de tweede CD van de 27-jarige Eilen Jewell, na haar debuutalbum "Boundary Country" uit 2005. Als je het schijfje in de lader stopt hoor je meteen songs en muziek die heel familiair in de oren klinkt. De stem van de uit Idaho afkomstige Eilen Jewell is tijdloos en sterk en kan zonder blozen toegevoegd worden aan het lijstje Gillian Welch, Lucinda Williams en Norah Jones. Jewell schrijft de meeste teksten zelf, maar op dit album zijn ook enkele zorgvuldig geselecteerde covers terug te vinden, zoals "Thanks A Lot" van Charlie Rich, "Dusty Boxcar Wall" van Eric Anderson uit de sixties en "Walking Down The Line" van Bob Dylan. Haar eigen liedjes zijn bovendien ook van een uitstekende kwaliteit, zoals het swingende "Heartache Boulevard", het jazzy "Too Hot To Sleep" ("It's too hot to sleep, so you might as well stay") en de rootsy laid back song "Where They Never Say Your Name". Country en bluesinvloeden schemeren door in andere songs zoals "Rich Man's World" en het zeer mooi gezongen "In The End". Ook in de traditional "If You Catch Me Stealing" speelt de bluesmuziek een hoofdrol. Een opmerkelijke song is "How Long" dat eigenlijk een speech over onzekerheid en wanhoop is van Martin Luther King uit 1965 die Eilen Jewell op muziek gezet heeft. Deze zangeres lijkt wel een vrouwelijke versie van Hank Williams te gaan worden met haar doorleefde teksten, prachtige stem en uitstekende songs. Dit is een uiterst getalenteerde jongedame waar we zeker nog veel van zullen horen.
(valsam)




SMOKESTACK LIGHTNIN'
MODERN TWANG
Website
E-mail: bernie@smokestacklightnin.de
Label: EMI Germany
VIDEO

 

"Modern Twang" is de titel van deze derde cd van Smokestack Lightnin', of eigenlijk niet, het is bijna hun complete oeuvre, samengeperst in één (lang) cd'tje. De eerste cd "Soul Beat" staat hier bijna in zijn geheel op, de tweede mini cd "Home Cooking" volledig, en ook de single "If I Really Bug You" is opnieuw van de partij. Twee nieuwe songs echter: "Paradise City" van Guns 'n' Roses in een twangy gitaar versie en "Shame", een song over de pijn van het elkaar verlaten. Deze Duitse band die samenwerkt met Walter van de Seatsniffers, hij was producer en ook gitarist op sommige nummers, staat garant voor een aangename mix van rockabilly, Americana en country. Veel invloeden van Cash ook, zoals al dadelijk in het openingsnummer "Soulbeat", dat 'n Bo Didley beat mengt met Johnny Cash gitaren. Natuurlijk staat ook de bekende Honda commercial "Unknown Stuntman" (VIDEO) op deze verzamelaar, wat ook zo'n door Cash geinspireerde song is. En dan is er natuurlijk nog de uiterst geslaagde rockabilly versie van "Ring Of Fire". Zeer mooi is ook "Rockabilly Blues" met een aanstekelijke cajunaccordeon. Alhoewel hun naam, die ontleend werd aan Howlin Wolf's bekendste song, bluesinvloeden zou laten vermoeden, moeten we hierop wachten tot het einde, het slotnummer "Walk Away" heeft inderdaad een Howlin' Wolf riff waarrond de song opgebouwd is, knap nummer wel. Omdat het vorige werk van Smokestack Lightnin' hier uitvoerig besproken is (zie rev.Jan '06), en dit dus een verzameling daarvan is, gaan we niet in herhaling vallen en kan ik dus enkel dit werkstuk nog eens te zeerste aanbevelen aan al degenen die houden van rockabilly met minder rock en meer country en natuurlijk de fans van "The Man In Black" en twangy gitaren. Om op gepaste wijze te besluiten, zou ik zeggen:" Maiti fain rekkert, but ah bileeve ah gatta get gowi' naw, howdie fowks!"
(RON)


SMOKESTACK LIGHTNIN' LIVE
10e (Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival
op 25 augustus in de Rootstown-club




VARIOUS ARTISTS:
FREEWAY JAM - TO BECK AND BACK
A TRIBUTE
Label: Mascot Records
www.mascotrecords.com
VIDEO

 

Jeff Beck, Derek Trucks, Sonny Landreth, dit zijn zowat mijn 3 absolute guitar-hero's. Elk hebben ze een aparte, heel eigen herkenbare stijl, waardoor je ze blindelings uit een bepaalde opname kan pikken, zonder twijfelen. Bij Jeff Beck is dat iets moeilijker omdat de man reeds zoveel stijlen gespeeld heeft tijdens zijn carrière. Beginnende bij de Yardbirds met blues en pop, via de Jeff Beck group, naar zijn vele solo platen waar het vooral om jazzrock en fusion gaat en waar hij de grenzen van het gitaargeluid steeds verlegt met electronica elementen, toch blijft desondanks zijn gitaarspel zeer bluesy en soulvol, hoe "vervormd" het soms ook is, je blijft horen dat hij het is. Nu is er op het Mascot label, een sub-divisie van Provogue, een tribute cd verschenen, iets wat de meesten pas in het hiernamaals van bovenaf mogen aanschouwen. Jeff is echter nog springlevend en toch is er nu deze "Freeway Jam", met daarop bewerkingen van zijn songs door collega - gitaristen van allerlei genres. Natuurlijk zijn er de fusion collega's die zeer sterk door hem beinvloed zijn zoals Steve Morse en Eric Johnson, die je natuurlijk hier mocht verwachten, maar ook rock en blues gitaristen zoals Warren Haynes die feitelijk het bovenvermelde drietal mag vervoegen en er een quartet van maken, want ook hij is zo'n uniek gitarist. Tien in totaal, laten we ze even overlopen. Titelsong "Freeway Jam" door Steve Morse, komt uit Jeff's "Blow by Blow" meesterwerk. Steve speelt het nummer zo dat het sterk aanleunt bij de originele versie en bewijst hiermee nog altijd een van de trouwste volgelingen van de meester te zijn. Ook de keuze van John Scofield voor "Over, Under, Sideways, Down" is een goede keuze, want dit nummer is hem op het lijf geschreven. Het rockerige "Beck's Bolero" is een van de vroegste solo opnames van Jeff, samen geschreven met Jimmy Page toen beide nog bij de Yardbirds zaten in 1967, het was de b-kant van een single, maar verscheen inzijn definitieve versie op "Truth". Eric Johnson zet er een uiterst fijne versie van neer. Adam Rogers is een minder bekende gitarist, tot nu toe dan, want hij zou wel eens een heel grote naam kunnen worden in de toekomst, luister maar eens wat hij doet met het aartsmoeilijke "Led Boots". Adam heeft twee cd's ééntje uit 2003 ("Allegory") en één in 2005 ("Apparitions"). Beide zijn gitaristische meesterwerkjes en dat hebben ook artiesten als Norah Jones, Elvis Costello, de Brecker brothers en vele anderen ontdekt want ze vragen hem allemaal voor hun opnames. "El Becko" met Jeff Richman is pure jazzrock van de man die gemiddeld 2 tot 3 cd's per jaar maakt, en die zo veelzijdig is dat er geen noemer op te plakken valt. Hoe verklaar je anders dat hij naast deze Beck tribute de laatste jaren ook nog meedeed aan een Santana en Miles Davis tribute, en sinds 1989 zowat 20cd's bij mekaar speelde. Mike Stern doet een prachtversie van "Diamond Dust". Mike begon bij Blood Sweat & Tears om via Billy Cobham in het echte Jazz circuit terecht te komen, dit nummer was hem dan ook op het lijf geschreven. En dan komt het eerste van de twee songs waar ik echt benieuwd naar was, Warren Haynes die "The Pump" mag doen, benieuwd of hij ook zo dicht bij de originele versie blijft. Jawel hoor, hij heeft er geen Gov't mule versie van gemaakt, onmiskenbaar Jeff Beck, maar prachtig, die slide met wah-wah, toch ook weer de song die hem het meest ligt. De bluesgitaristen zijn aan de beurt... who's next? Chris Duarte met "Behind The Veil", zeer zeer mooi, dit was 't enige nummer dat ik niet direkt voor de geest kon roepen toen ik de playlist zag, heel bluesy, dus echt weer wat voor Chris. Yes gitarist Greg Howe krijgt het overbekende "Blue Wind" voorgeschoteld, en de versie die hij neerzet is tot halfweg bijna gelijk aan 't origineel, maar dan soleert Greg er stevig op los in een mooie afwijkende solo, maar Jeff mag tevreden zijn, hij kon het (bijna) niet beter gedaan hebben. Dan, last but not least, mijn absoluut favoriete Beck song, een nummer dat mijn cd speler wekenlang niet verlaten heeft, "Brush With The Blues" hier in de versie van ex John Mayall gitarist Walter Trout. Zal hij me ook koude rillingen bezorgen zoals Jeff dat zelfs na 100 beluisteringen nog steeds kan? Het antwoord is simpel: neen, de typische spanning die dit nummer had, door de pauzes, gevolgd door die magistrale bluesy gitaarsolo's, is helemaal weg, het verschil tussen meester en leerling. Jammer, deze Beck tribute had me tot nu toe zeer goed bevallen, jammer van het schoonheidsfoutje op 't einde, de song waarvan ik het meest verwachtte, werd het dieptepunt. Om het goed te maken de video van de originele versie door de grootmeester zelf. Ik krijg al kippevel! Play it loud!
(RON)


ROCK PLAZA CENTRAL
ARE WE NOT HORSES
Website
myspace
Mail: chrisrulesbigtime@sympatico.ca
Label: Yep Roc Records
Distr. Munich Records

 

We zijn nog maar eens aanbeland in Toronto, Canada met Rock Plaza Central, een collectief van zeven lokale muzikanten die onder de leiding van singer-songwriter Chris Eaton muziek brengen in de stijl van groepen als Okkervil River, Arcade Fire en The Decemberists. Uitgebreide verhalen gebracht met een overvloed aan voortreffelijk gearrangeerde instrumenten. Daarbij hoeven de vocalen niet altijd even zuiver ingezongen te worden, even vals zingen maakt het geheel meer sexy en vrolijk. Uitschieter op "Are We Not Horses" is het uitermate plezante "My Children, Be Joyful" dat er behoorlijk de vaart in houdt gedurende zowat 6 minuten met een mengeling van percussie, violen, trompetten, banjo en piano. Maar ook andere songs kunnen bekoren zoals "Anthem For The Already Defeated", "Are We Not Horses", het tragische opus "Our Pasts, Like Lighthouses", het leuk voortkabbelende "Our Hearts Will Not Rust" en "When We Go, How We Go (part I en part II)". Toch moeten we even een kanttekening maken bij deze CD want om ze in één ruk te beluisteren moet je toch wat stressbestendig zijn. Bijwijlen gaat het valszingen en de soms storende geluiden toch net ietsje te ver. Na "The World Was Hell To Us" uit 2003 is deze "Are We Not Horses" de tweede CD van Rock Plaza Central met als centrale thema "de triomfen en tragedies van een koers van mechanische robotpaarden met zes poten" (voor wie daarmee begrijpt waarover het dan moge gaan). In de vakpers wordt Rock Plaza Central nogal eens vergeleken met Neutral Milk Hotel en Will Oldham (Bonnie 'Prince' Billy) maar deze laatste zie ik echt niet zitten, tenzij voor wat betreft het valszingen, waarop Oldham tot nader order toch nog steeds de auteursrechten blijft bezitten.
(valsam)



DR. WILL
ITCHING AGAIN
Website: www.drwill.de
E-mail: drwill@onlinehome.de
Label: Downhill records
VIDEO

 

Deze Munchense zanger, componist, muzikant en producent draait al enkele jaartjes mee in het circuit. Dat hij desondanks nog zo onbekend gebleven is, ligt enkel aan het feit dat hij zich tot nu toe in het extreme indie - milieu bewoog. Want kwaliteit en vooral originaliteit heeft de dokter wel degelijk genoeg in huis. Zijn live optredens zijn naar het schijnt heel aparte voodoshows. Nog steeds met een independent platenfirma, Downhill Records (je moet het lef maar hebben om in deze barre tijden voor platenfirma's, je geesteskind Downhill te noemen) maar ook de uitgeverij Elbmusik en de distributiemaatschappij New Musik vertrieb werden ingeschakeld, zodat het nu wat meer exposure zou moeten opleveren. Dr Will beweegt zich in het ruime gebied van de blues en aanverwanten. Moeilijk een label op te plakken, daarom volgen hier wat namen van artiesten die duidelijk voor inspiratie dienden. In de eerste plaats vooral Tom Waits, maar ook de New Orleans invloeden van die andere dokter: Dr John en professor Longhair. Dit neemt niet weg dat er evenzeer rustige country te vinden is op deze eigenzinnige plaat. Op "Gumbo French" zijn de Tom Waits invloeden heel groot, het nummer is een soort slavensong, gezongen met een Captain Beefheart stem en weirde percussie à la Tom Waits. Het daarop volgende "Steam Machine" is getapt uit een zelfde vaatje, met daarbovenop onverwachtte Hillbilly banjo's in duel met bluesy leadgitaren. "Origineel" is hier een understatement. "The Truth Is" zou zo een van de songs van Georgie Fame kunnen zijn op een nieuwe Rhythm Kings cd, rustig en laid back. In schril contrast daarmee staat het rockabilly getinte "Good Times (are killing me)": kort, krachtig met bijna "geschreeuwde" vocals. "The Ballad Of Fat Melon Willie McClinton Jr." kun je Nawlins reggae noemen, want het is een mooie mix van New Orleans en Jamaicaanse ritmes. Weer een streep Tom Waits in "Penthouse Pauper". Pure alt.country voor de afwisseling, met het van mooie dobroklanken voorziene "You never stop, Do Ya?". De typische New Orleans piano en blazers en het aan "Tipitina" van Professor Longhair herinnerende "I’m Ready To Deliver" is zo authentiek dat je moeilijk kan geloven dat dit in Munchen is gemaakt. Net zoals het lichtvoetige western swing nummer dat volgt: "Playing Shuffle With My Heart". Bob Willis revisited! Dr Will houd van contrasten, want de titelsong "Itching Again" (video) is blues met een loodzware beat en een lallende dronkenmans stem, je zou haast geloven dat het tijdens de nacht van het Munchener Oktoberfest opgenomen is, na talrijke pullen Löwenbrau. Als de soundtrack voor een Spaghettiewestern klinkt daarna "It Doesn’t Snow" vol twangy gitaren en een Americana sfeertje, vervolgens wat Tex-Mex, want "Paintin The Town" lijkt weggelopen uit een Doug Sahm of Sir Douglas Quintet cd. Als afsluiters, 2 covers in eigenzinnige versies, eerst is er Candy Man van Mississippi John Hurt, waar de folk blues vervangen is door een gekke skiffle-achtige beat, gevolgd door Jimmy Reed’s "You got me Runnin" met een tuba als bas. Dr. Will weet zijn blues te verpakken in boeiende versies. Ik heb zelden een bluesplaat mogen bespreken die zo vol verrassende en afwisselende songs stond, des te verrassender als je weet dat dit uit Beieren komt, en niet uit Baton Rouge of Clarksdale.
(RON)



MIGHTY JEREMIAHS
SAME
Website
gregmartin.com
myspace
E-mail:Manager@earx-tacy.com
Label: ear-Xtacy
www.earx-tacy.com
cdbaby

 

Toen ik onlangs de fantastische nieuwe cd van Jimmy Hall besprak ( "Build your own Fire"- rev. juni 07) met daarop subliem gitaarwerk van Greg Martin, de vroegere gitarist van de Kentucky Headhunters, ontdekte ik op het net dat er in 2005 een cd verschenen was, die mij onopgemerkt gebleven was tot nu. Het gaat om deze "Mighty Jeremiahs" met beide heren in goede doen, enkel wat heavier dan op Jimmy's solowerk. Het is des te verwonderlijker dat deze cd wat heavier van aanpak is, want het gaat hier om een gospel-cd, zeker wat de teksten betreft, is het al "Lord" "Jesus" en "Heaven" wat de klok slaat, en als het op deze wijze gaat, laat ik me dadelijk bekeren, want de southern rock en bluesriffs vliegen me om de oren. Hallelujah! I'm saved! Nooit zal ik nog voor het zingen de kerk uitgaan, zeker niet als ze zingen zoals Jimmy hier doet. Zelfs het, om het met een minder zacht woord te zeggen, afgezaagde "Amazing Grace" krijgt hier een bewerking waarop de Allman Brothers stikjaloers zouden worden. Songs als "John The Revelator" en "That's How Stong MLy Love Is", waar soul, blues en gospel in gelijke dosissen, en overgoten met het prachtige gitaarwerk van Greg, zijn ware juweeltjes. "Tell The Truth" is weer zo'n song waar ik geen woorden genoeg voor heb om te zeggen hoe knap deze "gospelboogie" is. Meteen is er een nieuw genre uitgevonden, want dat is waar we hier mee te maken hebben, "Gospelblues", "Religious rock 'n roll", "Churchsoul", Preachin' R&B" noem het zoals je wil, een feit is, het swingt als de pest. Met veel old time Southern Rock, zelfs een portie ZZ -Top boogie in "Shabrach, Meshach & Abednego". In "Ole Cheap Bottle of Wine" is de religieuze boodschap gegoten in een stampende 12-bar blues. Het grappige, akoestische "Brother, Can You Say Amen" is even een rustpuntje tussen deze southern party, want "Revelator" in echte Allman Brothers, Gov't Mule stijl en "It's Been a Good Day" een blues met de slide van Greg op het voorplan maken dit feest compleet. Dacht ik toch, want de hidden track, een instrumental die zo van een Little Walter - Chess plaat kon komen doet er nog een lekker schepje bovenop. Mercy, Mercy, Brother Jimmy, en alhoewel ik ze op de credits niet teruggevonden heb, weet ik zeker dat ze erbij was, sister Bonnie (Bramlett) in de backing vocals, die twee zijn nu eenmaal onafscheidelijk.
(RON)



TAILDRAGGER
SKEPTICTANK
Website
gregmartin.com
E-mail: manager@earx-tacy.com
Label: ear-Xtacy records
ear-xtacy.com
cdbaby

 

Van de Mighty Jeremiahs naar Taildragger is in feite een kleine stap, want we horen dezelfde (uitstekende) gitarist, Greg Martin, en ook bassist Mark Hendicks en gitarist/zanger/drummer John McGee zijn van de partij. Deze drie vormden lang geleden Black Cat Bone. John blijkt ook nog Greg's stiefzoon te zijn, zodat ik al zeker weet dat hij een prima gitaarleraar had, en je hoort het. Toch is de muziek andere koek, een hoofdzakelijk hardere, zenuwachtigere sound, vol tempowisselingen krijgen we hier te horen. Het "dubbele" gitaarspel zorg soms voor een goed gevulde muur van geluid, soms voor duellerende solo's. Hypnotiserende ritmes, snelle tempowisselingen, bijna jazz-rock, bijna heavy metal, dat is wat we de eerste zes nummers voorgeschoteld krijgen. Allerlei namen duiken op: Mountain, Led Zeppelin, Lynyrd Skynyrd... Dan komt "Mary Virginia" een kabbelende Americana song, met pedal steel gitaar, een waar rustpunt. Maar de rust is vlug uit, "She's Got A Way" met zijn scheurend slidegitaren, herinnert sterk aan Gov't Mule. Vooral drummer John McGee zet hier een superstrak ritme neer. Ook het volgende "Boscoe's Maglight" (exposed) zit vol Gov't Mule gitaarklanken. Dat Derek Trucks en Billy Gibbons grote fan's zijn van deze band is heel goed te begrijpen als je "Six Years Ago" hoort, want het nummer met Duane Allman achtige slide interventies van Greg Martin en ZZ-Top achtige vocals is heel mooi. "Nothin' ever really reaches out and grabs me, but this did!" zij Billy Gibbons toen hij Taildragger voor het eerst hoorde. Ook in "Sweaty Betty" zijn de heren uit Texas nooit veraf, zei het dat Taildragger je steeds op het verkeerde been zet, door hun versnellingen en tempowisselingen, van boogie naar jazz rock getinte ritmes. Het ouderwets klinkende delta blues nummer "Hey Lil' John" vormt dan weer een sterk contrast met de power rock die de andere songs ons laten horen. Maar de blues is er terug, zij wat steviger in het hierop volgende"Shotgun Smoke". De uitsmijter "My Wife" laat je vooral in het begin, even geloven dat je bij een live concert van de Stones aanwezig bent. Prima band, wat gans anders dan zijn broertje, Mighty Jeremiahs, maar zeker zo boeiend, en zelfs verrassender!
(RON)



THE CONCRETES
HEY TROUBLE
Website
myspace
Mail : theconcretes@theconcretes.com
Label: Licking Fingers AB
Distr. Munich Records

 

Toen hun buschauffeur hen na een optreden met een komisch bedoelde "Hey Trouble" begroette kon hij zeker niet vermoeden dat de band die kreet als titel voor hun nieuwste CD zou selecteren. Na "The Concretes" en "The Concretes In Colour" is dit de derde full-CD voor The Concretes die tot stand kwam na een behoorlijk turbulent jaar. In mei 2006 werden al hun instrumenten gestolen uit de tourbus in New York en de toenmalige leadzangeres Victoria Bergsman stortte oververmoeid in terwijl ze in Boston optraden. De hele tour werd geannulleerd en net voor ze in Engeland een belangrijk TV-optreden moesten verzorgen besloot zangeres Victoria de groep te verlaten om aan haar soloproject "Taken By Trees" te gaan werken. Dat had het einde van The Concretes kunnen inluiden, maar dit gebeurde niet. De overige groepsleden besloten intensief aan een nieuwe album te gaan werken en drumster Lisa Milberg werd gebombardeerd to nieuwe leadzangeres en gitariste Maria Eriksson verzorgt de voor de groep zeer belangrijke backing vocals. "Hey Trouble" is het eindresultaat van de noeste studioarbeid van deze 10 jaar geleden gestarte groep uit Stockholm, Zweden. De eerste single uit het album "Kids" scoorde reeds hoog in de lokale hitlijsten. Maar deze CD bevat nog enkele andere mooie songs, zoals "Firewatch" en "Didion". Ook het melodieuze "Oh Boy", de ballad "Souvenirs" en tearjerker "Oh No" kunnen enigszins bekoren. Alle nummers zijn goed, maar je mag ze niet allemaal na elkaar beluisteren want dat is van het goede net iets te veel. Het gehele album klinkt behoorlijk retro en vergelijkingen met de Motown-sound van The Supremes of de Phil Spector-sound van The Ronettes zijn schering en inslag voor The Concretes. Mij doen ze echter vooral denken aan een groepje uit de eighties "Altered Images", allicht omwille van de haast identieke stem van Lisa Milberg aan die van Altered Images-zangeres Clare Grogan. "Hey Trouble" is een vlotte popplaat geworden van een groep die duidelijk nog zoekende is naar een nieuwe eigen geluid na het vertrek van een belangrijke pion in het geheel. Een verdienstelijke plaat, zonder meer.
(valsam)




ASYLUM STREET SPANKERS
MOMMY SAYS NO!
Website:
Label: Yellow Dog Records
www.yellowdogrecords.com
Distribiteur: Blues Promotion / Parsifal
www.blues-promotion.be
blues.promotion@proximedia.be
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


De doordringende wietlucht van hun vorige cd's is niet eens opgetrokken en het volgende juweeltje van de Asylum Street Spankers belandt net op tijd voor mijn vakantie in de schappen. Jaren geleden is deze akoestische swingband begonnen als een hobbygroep rond o.a. Guy Forsyth. En dat zegt eigenlijk al genoeg. Asylum Street Spankers maken een mix tussen ragtime, country, folk en blues. Deze live band bij uitstek brengt in ieder geval een ode aan traditionele muziek. De vaste leden van Asylum Street Spankers zijn Christina Marrs (zang, gitaar, banjo, zingende zaag en ukelele), Wammo (zang, wasbord, drums), Scott Marcus (drums), Nevada Newman (gitaar, vocals), PB Shane (bas), Sick (gitaar, banjo, vocals) en een paar vrienden. Guy Forsyth die meestal als snarenman fungeert in deze vriendenclub is bij deze release er echter niet bij. Maar deze keer worden wij wel verrast door hun zevende CD, een plaat gericht aan onze kinderen, ditmaal weliswaar geen geheide kerstklassiekers als "White Christmas" en "Jingle Bells" (dit is nu eenmaal een release van het befaamde Bloodshot label) of de zogenaamde traditionals uit de vergetelheid, waarmee ze het Amerikaanse erfgoed opnieuw onder de aandacht brengen, maar wel twaalf sfeervolle liedjes over opgroeiende kinderen, grootse kinderdromen, ... maar steeds in hun entertainende door folk, blues, jazz, country, music-hall doordrenkte stijl. Kortom Americana in zijn vele facetten. Zo horen we op "Mammy Says No!" wederom een gevarieerde mix van blues, country, jazz, ragtime en alles wat niet hip is. Alshetware, het ideale recept voor een lange rit naar het zonnige zuiden. Met een hartverwarmende verbroedering van vooroorlogse blues, kitscherige country, en authentieke jazz roept dit eigenzinnige collectief uit Austin, Texas soms herinneringen op aan de broeierige beginjaren van Tom Waits. De melancholie moet regelmatig wijken voor een schaamteloze meligheid, maar desalniettemin weten de Asylum Street Spankers voor een aangename afwisseling te zorgen in een genre dat overheerst wordt door jammerende troubadours. Opmerkelijk is ook de instrumentatie. Niet alleen doen zij de ukeleles, mandolines, zingende zagen en wasboorden terugkeren in de popmuziek, maar als voornaamste ingrediënt is het toch wel die sfeer die ze op iedere cd overbrengen, stijlen als ragtime, vaudeville, blues en country gooien de Spankers in de blender en halen daar een heel eigen sound uit. Zangeres Christina Marrs schreef en zingt een aantal nummers en zij lijkt met iedere Spankers- release beter te worden. In "Don't Turn Out The Light" mag ze zelfs een solo op de zingende zaag weggeven. De andere zanger en schrijver bij de band is Wammo, die in "You Only Love Me For The Lunchbox" niet enkel vocaal maar ook op harmonica prachtig uit de hoek komt. En laten we vooral de kids niet vergeten, die op nummers als "Boogers" en "Super Frog" zeker zullen meezingen.