ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007

APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007


LIGHTNIN’ WILLIE & THE POORBOYS - LIVE - LUCKY AS THE DEVIL

SHARRIE WILLIAMS - LIVE AT BAY-CAR BLUES FESTIVAL DVD/CD

BIG HOUSE BLUES BAND - LIVE: NO ROOM TO MOVE

LOOMER - SONGS OF THE WILD WEST ISLAND

PAUL OSCHER - ALONE WITH THE BLUES

RAPHAEL WRESSNIG & ENRICO CRIVELLARO - MOSQUITO BITE

MALCOLM HOLCOMBE - NOT FORGOTTEN

RANI ARBO & DAISY MAYHEM - BIG OLD LIFE

THE PINE BOX BOYS - STAB! - ARKANSAS KILLING TIME

STINKY LOU & THE GOONMAT - FAT SAUSAGE FOR DINNER


LIGHTNIN’ WILLIE & THE POORBOYS
LIVE
LUCKY AS THE DEVIL
Website
Email: lightninwillie@lightninwillie.com
philip_euroamerican_music@yahoo.co.uk
Label : Bluetrack Records
paul@bluesarchive.com
cdbaby
VIDEO1 VIDEO2 VIDEO3

 

De vorig jaar verschenen liveplaat van Lightnin' Willie and The Poor Boys is een plaat zoals een liveplaat hoort te zijn. Geen herkauwde hits die beter klinken op plaat en fans toch al in huis hebben. Nee, op "Live" (2006) staat weinig nieuw maar eerder moeilijk te vinden materiaal en een aantal originele covers. Zo behoren "25 Dollars", "Eyes in the Back of my Head" en "Twenty Flight Rock", nummers uit eerder verschenen platen, tot de uitschieters van deze liveplaat. Voor het laatste studioalbum van Lightnin' Willie moeten we wel zes jaar teruggaan. Met "Lucky as the Devil" (2001) was Lightnin' Willie toe aan zijn laatste studioalbum, maar wat voor één! Dit album was meteen de opvolger van het Live album "Got It Live If You Want It!" (2000), opgenomen in Greenville, South Carolina en waarvan alle nummers terug te vinden zijn op zijn eerste albums, "Buy American" (2000) en Lightnin' Willie and The Poor Boys (1994). Gitarist Lightnin' Willie aka William K. Hermes laat zich op deze release bijstaan door een Amerikaanse/Engelse band bestaande uit Sylvio Gallaso (bas), Franck Rouleau (drums) en Giles King (harmonica). Net als zijn vorige studioalbum "Buy American", hier ook veel eigen werk dat wordt aangevuld met de cover van Willie Dixon: "Close to You". Opener "Eyes in the Back of My Head" en het daarop aansluitend "Cryin'" gaan wat gebukt onder een al te relax sfeertje. Dat verandert echter met gebetener instumentale titelnummer "Lucky As the Devil" met smerende harpsolo. "It's Her I Know" huppelt vrolijk door het leven, in schril contrast met het ingetogene "Why Are You So Blue?". Dat Willlie best zijn mannetje weet te staan blijkt uit het mooie slide-werk in "Devil On the Run" en "Sweet Marie". Een gevarieerde plaat die rockend wordt afgesloten met "I Got Troubles" en "Calling Out to Muddy". In ieder geval: "Lucky as the Devil" is een geslaagde realisatie die ons doet uitkijken naar een nieuw studioalbum en "Live" is geen essentiële liveplaat maar het is wel de beste cd van Lightnin' Willie and The Poor Boys die u in huis kunt halen: geen song te veel, geen minuut te lang en goed van voor tot achter. U kunt deze groep dan ook nog altijd het beste live gaan zien.



 

SHARRIE WILLIAMS
LIVE AT BAY-CAR BLUES FESTIVAL DVD/CD
Website
Email: sharriewilliams@aol.com
Label : Crosscut Records

 

 

Deze dvd werd me enkele weken geleden bezorgd en ik heb ondertussen ook nog eens het genoegen gehad deze dame en haar Wise Guys live te mogen aanschouwen. Al moet ik eerlijk bekennen dat de dvd van een betere kwaliteit is dan het live optreden. Dit was totaal niet te wijten aan Sharrie of haar band maar wel aan de mensen van het geluid en het weinig opgekomen publiek. Is Sharrie nu reeds over haar top zou je dan kunnen vragen. Wel, als je deze dvd bekijkt kan je alleen maar oordelen van niet. Van bij het begin vliegt ze erin, en wil ze laten weten dat ze een echte gospelmama is maar dan wel ééntje met lekkere rockinvloeden. Haar band staat er als geen andere band en zo hoort het ook als je een klasse diva wil begeleiden. In totaal staan er op deze dvd 8 songs en dat is goed voor net iets meer dan 1 uur genieten. Het publiek van het Bay-Car Bluesfestival is voornamelijk een zittend publiek en daar zal Sharrie eens vlug verandering in brengen. Al krijg ik de indruk dat het publiek in het begin niet echt van plan is mee te werken. We krijgen natuurlijk songs van haar eerste en tot nog toe enige cd ‘Hard Drivin’ Woman’ te horen en zien. Songs als ‘Big Fall’ en ‘How Much Can A Woman Take’ maar ook nieuw werk genaamd ‘Power’. En vanaf dat nieuwe funky nummer is het publiek pas echt mee. Regelmatig mogen we genieten van knap gitaarwerk gebracht door Lars Kutschke en warme keyboardklanken van de hand van Pietro Taucher. Verder kan ik ook alleen maar positief zijn over de ritmesectie die als geen ander de solisten naar menig hoogtepunt leidt. Verder mogen we nog genieten van het mooie harmonicawerk van niemand minder dan Robin Rodgers tijdens enkele songs. Wat het visuele betreft kan ik ook alleen maar niets dan lof vertellen. Alles is mooi en goed gefilmd en de cameramensen weten regelmatig het juiste moment op de band vast te leggen. Verder kunnen we ook genieten van mooie interacties met het publiek. Besluit: Sharrie Williams weet nog steeds hoe een publiek te bekoren en deze dvd is daar een bewijs van. Een dvd die iedere liefhebber van goede Rockin’ Gospel in huist hoort te hebben.
Blueswalker

 



 

BIG HOUSE BLUES BAND
LIVE: NO ROOM TO MOVE
Website - myspace
Label: Vinyl Wall Productions
cdbaby

 

Op 9 februari van dit jaar stond de opnameapparatuur op scherp in de "Alley Door Club" in het Frauenthal Center in Michigan voor de eerste live cd van de Big House Blues Band. Deze 6 koppige bluesformatie, voorzien van een blazerssectie, brengt een set van meestel bekende bluesstandards, aangevuld met enkele covers van o.a. Roxy Perry, ("Whole Dog") van wie we de nieuwe cd onlangs nog besproken hebben en Joss Stone ("Gotta Right To Be Wrong"), de keuze van deze covers van zangeressen is waarschijnlijk ingegeven omdat de band zelf ook een meer dan behoorlijke zangeres (Jane Bassett) heeft die de meeste vocals voor haar rekening neemt. Dit is een goede beslissing want zowat iedereen in de band zingt, maar met veel minder verve dan Jane. Bandleader "Big Daddy" Doug, die de gitaar en harmonica voor zijn rekening neemt en de tweede gitarist Nick Houseman, die zo te zien de naam aanbracht, zorgen voor het nodige bluesy element, terwijl de drie blazers Jim Van Bemmelen (Nederlandse of Vlaamse voorouders?) op tenorsax, Mark Miller op trombone en Greg Nimtz op alto sax voor de soul en funk elementen zorgen. Om niemand over te slaan, ook nog even drummer Jimi Ray vernoemen, want hij en Big Daddy zijn reeds jaren vrienden en richtten deze band op met ex - leden van verschillende bluesbands. Last but not least is er dan ook nog bassist Jay Carr, die voor een stevige solide basis zorgt. Het mag duidelijk zijn dat dit een echte live-band is en dus gaan we niet moeilijk doen over de songkeuze van de set, die natuurlijk vol zit met beproefde, maar overbekende bluessongs zoals "Stormy Monday", "Hey Bartender" en "I've Got My Mojo Working", die op de redactie van Rootstime bijna dagelijkse kost zijn, het is per slot van rekening live, en ambiance moet er zijn, en die was er duidelijk ook in Michigan in februari. Was dit een studio-opname geweest, dan had de Big House Blues Band met wat meer eigen materiaal over de brug moeten komen om ons even gunstig te stemmen, maar nu zeggen we.:"Let the good times roll".
(RON)



 

 

LOOMER
SONGS OF THE WILD WEST ISLAND
Website
Email: scott@loomeronline.com
Label : Me and My Records
Rounder Europe / Distr.: Munich Records

 

 

In het afgelopen jaar heb ik regelmatig recensies geschreven en gelezen over diverse bijdragen aan het Americana-genre. Vooral de laatste tijd is het smullen van al dat moois wat uit Canada komt. Al jaren rommelden de leden van de Canadese band Loomer in de regionale marge en waren ze naarstig op zoek naar een eigen geluid. In 2000 zouden ze hun eerste gezamenlijke show spelen. En na een ruim tweeënhalf jaar aanslepend creatief proces zag hun debuutalbum "Love Is A Dull Instrument" (2004) het daglicht en van een doorbraak gesproken. Loomer's bezetting is het resultaat van het samengaan van wat oud-leden van de The Saddletramps - Andrew Lindsay (elektrische & akoustische gitaar), Brian Duguay (elektrische gitaar & mandoline) en John DeHaas (basgitaar) - met oud-Quasi Hands-lid Mike Taylor (keyboards), drummer Iain Thompson (drums) en singer-songrwriter Scott Loomer. Een unieke combinatie van country en rock, uiteraard zwaar onder invloed van Loomer die met zijn licht hese stem voor een herkenbaar element zorgt in hun muziek, waarvan we het genre dat we nu met gemak aanduiden als alt. country. Vergelijkingen met Jay Farrar zijn eerder gemaakt en dat is natuurlijk geen verkeerde referentie. Muzikaal gezien kunnen we Loomer in het verlengde van grote voorbeelden als The Jayhawks, Whiskeytown, Uncle Tupelo of Son Volt thuisbrengen, d.w.z. een flinke dosis country geïnjecteerde rock. De opvolger "Songs Of The Wild West Island" bevat wederom twaalf sterke songs met als hoogtepunten de radiovriendelijke songs "Anastasia" en "Sunday Driver Down", het mooi geschreven "Caramel Heart" en het gitaargedreven "Bang The Nails". Absolute uitschieter is wel "Only Lovers", een duet van Loomer met Sarah Harmer. Loomer bezingt allerlei facetten van het leven in warme en rustieke composities. Ik proef invloeden van de reeds vernoemde bands, maar niettemin prachtig qua composities en uitvoering, waarbij zijn gedrevenheid en passie opvallende kenmerken laat horen. Het ongepolijste en spontane karakter van de opnames spreekt ook nu nog tot de verbeelding en de chemie tussen de bandleden van Loomer is hier in zijn meest oorspronkelijke vorm te horen, mochten alle albums van dit niveau zijn als "Songs Of The Wild West Island" dan zijn we ver van uitgepraat. Kortom een heerlijke cd die zich niet zo snel uit m’n cd-speler laat verdringen. Loomer slaagt met "Songs Of The Wild West Island" erin een passend vervolg te geven aan hun debuut en daarmee bewijzen ze dat ze zeker geen eendagsvlieg zijn!



 

 

PAUL OSCHER
ALONE WITH THE BLUES
Website : www.pauloscher.com
Label : Electro-Fi Records

 

"Alone with the Blues" (2004) is het album van blueslegende Paul Oscher, voormalig lid van de Muddy Waters' band. Dit was in de jaren zestig, de goede tijd om veel te leren en dat deed hij ook. Hij leerde niet enkel de slidegitaar hanteren door veel met Muddy rond te toeren, hij kreeg ook de eerste kennis van piano spelen door grootmeester Otis Spann. Door de jaren kennen we Paul Oscher als bluessinger/songwriter, als multi-instrumentalist (harmonica, gitaar, piano, melodica en accordion), dit zowel als solo artiest maar het meest nog als gelegenheids-, voornamelijk harmonicaspeler, in allerlei bluesopnames zoals bij Otis Spann, Johnny Young, John Lee Hooker, Earl Hooker, Fred McDowell, T-Bone Walker, Magic Sam, Big Mama Thornton, Big Walter Horton, Jimmy Rogers Luther "Georgia Boy" Snake Johnson, Johnny Copeland, Louisiana Red, Victoria Spivey, Hubert Sumlin, Levon Helm, Keith Richards, Eric Clapton en de lijst gaat maar steelds verder. De vorige albums "The Deep Blues of Paul Oscher" en "Knockin on the Devil’s Door" zijn ondertussen grote klassiekers geworden, dit niet alleen om zijn geweldig schrijftalent maar vooral om zijn hartverscheurend harmonicaspel. Ook op zijn nieuw album "Alone with the Blues" staan buiten tien traditionele bluessongs ook zeven nummers die Paul zelf heeft neergepend, waaronder " Standing at the Crossroads" even laat terugdenken aan John Lee Hooker, niet alleen op gitaar, maar ook de stem laat ons denken aan deze blueslegende. De opener "Walkin" uit het repertoire van Miles Davis is een harmonica-instrumentaal gebracht nummer in Chicago-bluesstijl. Het volgende nummer "That's Alright", geschreven door James A. Lane (Jimmy Rogers), laat Paul zijn akoestische harp prachtig te keer gaan. "Alone with the Blues" , de titeltrack, is een instrumentaal nummer dat reeds te vinden was op "Knockin on the Devil’s Door", maar als je hoort hoe Paul dit speelt, in combinatie met allerhande harmonica's en zijn swingende melodica, dan blijf ik wel even stil, tevens ook in "Giving Thanks" haalt hij dat mooie melodica weer boven. Ook de traditionele spirituals als "Glory,Glory" en "Old ship Of zion" zijn zeer geslaagde versies waarin we de deep-blues van Paul Oscher kunnen terugvinden. Dit album zou ondertiteld kunnen worden als 'more real folk blues', niet tegenstaande dat het soms aanvoelt dat Muddy nog in hem leeft, luister enkel maar naar het gitaarspel op "Anna Lee". Zeer aanbevolen is dit album met al zijn echte traditionele geinspireerde bluessongs.



 

 

 

RAPHAEL WRESSNIG & ENRICO CRIVELLARO
MOSQUITO BITE
Website: raphaelwressnig - enricocrivellaro
Contact: office@raphaelwressnig.com
Email: info@enricocrivellaro.com
Label: Pepper Cake / Distr: Zyx Music Gmbh


 

Raphael Wressnig is geboren in oktober 1979 ergens in Oostenrijk en begon de kunst van orgel en piano te bestuderen op zijn 16de. Zijn invloeden vond hij bij o.a. Jimmy Smith en Jack McDuff maar ook bij John Medeski en Larry Goldings. Door deze invloeden te mengen met zijn eigen stijl zorgde er al snel voor dat hij de stempel beter muzikant in de blues & jazzwereld kreeg opgepind. Enrico Crivellaro is dan weer geboren in Italië maar week later uit naar Los Angeles, al snel kreeg hij de erkenning die hij zocht als gitarist in zowel de blues, jazz, rock en countrywereld, dit om maar even te melden dat hij uit verschillende vaatjes tapt. In 2003 werd hij uitgeroepen tot beste bluesgitarist in Italië en een jaartje eerder mocht hij de nominatie van beste swinggitarist internationaal op zijn hoed spelden. Nu hebben beide heren hun talenten gebundeld om samen nieuw leven te brengen in wat men noemt een klassiek orgeltrio. Dat dit niet zo evident is mag wel duidelijk wezen maar met deze cd in de speler wordt het duidelijk dat het kan. Wat mag je verwachten van deze cd? Cool retro soul-jazz maar dan met een frisse hedendaagse wind. Alleen al de bezetting van drums, gitaar en Hammond B3 orgel brengen ons terug naar die legendarische trio’s van weleer. Acht van de tien songs zijn geschreven door zowel Enrico als Raphael en laten dan ook meer dan voldoende ruimte voor beiden om hun talenten uit te smeren. Al vanaf het openingsnummer ‘Speedin’ kan je moeilijk blijven stilzitten en heb je zin om te swingen. Dit gevoel gaat onveranderd verder met het titelnummer ‘Mosquito Bite’ waar we getrakteerd worden op een schitterende ouderwetse solo van Enrico. ‘Wally’s March’ brengt ons dan weer terug naar die oude Ballroom klassiekers en zou perfect passen in een film van Martin Scorcese. Verder ook mijn bewondering voor drummer Lukas Knöpler en de mooie trompetklanken van Scott Steen (bekend van de Royal Crown Reveu) op het nummer ‘Wally’s March’. Enkele van mijn favorieten zijn ‘Boom Bello’ (dit nummer klinkt alsof het zo uit hun mouw geschud werd tijdens een jam, heerlijk), het bluezy ‘Cherokee’ en het met een knipoog naar Muddy Waters achtige nummer ‘Franky Lee Goes Uptown’. Of beide heren reeds meermaals het podium met elkaar hebben gedeeld kan ik nergens terug vinden maar ze klinken alsof ze al jaren samen spelen. Het is in elk geval weer een prima visitekaartje voor beide heren.
Blueswalker.

 



 

MALCOLM HOLCOMBE
NOT FORGOTTEN
website - myspace
malcolm@malcolmholcombe.com
Gypsy Eyes Music Production
Label & Distr.: Munich Records


 

"Not Forgotten" luidt de titel van de nieuwe cd van singer-songwriter Malcolm Holcombe. Hij produceerde de plaat samen met Aaron Price en liet de boel mixen door Bill Reynolds, en remasteren door Ray Kennedy in de Collapseable Studios in Asheville, NC. De voorganger "I Never Heard You Knockin'" nam Holcombe volledig akoestisch en live in the studio op, waardoor het geheel behoorlijk dichtbij een live-performance kwam waar we nu op deze nieuwe plaat meer ruimte is voor een elektrische gitaar, lap steel en een orgel. Maar goed, Holcombe moet zowat Amerika’s allerbest bewaarde singer-songwriter-geheim zijn. Sinds zijn debuut met “A Far Cry From Here” (’94) ging op professioneel vlak dan ook zowat alles voor ‘m fout wat maar fout kon gaan. Culminerend in het wrange lot dat zijn meesterwerkje “A Hundred Lies” ('96), beschoren was. Die plaat zou oorspronkelijk kort na zijn overgang naar het Geffen Records label ook daar hebben moeten verschijnen. Enkele dagen voor de geplande releasedatum werd Geffen echter ingelijfd door Universal Music en Holcombe’s plaat verdween volkomen ten onrechte in de vergeethoek. In 1999 kwam de plaat opnieuw uit, op Hip-O records, en werd bedolven onder lovende recensies. Vier jaar later is hij terug met "Another Wisdom" (Purple Girl Music), met opnieuw Don Tolle achter de knoppen. Wederom een werkelijk verbluffende schoonheid, een rijke Americanaplaat, die bij de fijnproevers beslist in de smaak viel. Tot dusver bleken zijn albums stuk voor stuk de moeite waard. Maar ook zijn nieuw album "Not Forgotten" is werkelijk een juweeltje. Geboren (2/9/55) en getogen in de Blue Ridge Mountains van North Carolina is deze troubadour er verstandig aan gedaan zijn in blues, country en folk gewortelde donkere luisterliedjes te verfraaien met meer elektrische instrumenten, waarbij een uitstekende rol is weggelegd voor Jared Tyler op lap steel en dobro, maar het resultaat mag er best zijn: twaalf uitstekende songs waarbij dynamiek wordt afgewisseld met subtiele ballads met als meest uitschietende nummer "Yesterday’s Clothes" met verdere begeleiding van Bill Reynolds (bas), Aaron Price (orgel, piano) en Brian Landrum (drums). Daardoor is "Not Forgotten" zelfs een memorabele luisterplaat geworden. Holcombe is een singer-songwriter met een eigen stijl. Alleen zijn stem al; licht bluesy baritonstem met veel gruis. Daarmee doet hij meer dan de geijkte paden van de folk- en countryblues bewandelen. Holcombe, een storyteller pur sang, speelt met akkoorden en instrumenten waardoor ieder liedje weer anders klinkt. Niet alleen muzikaal pakt hij het breed aan, hetzelfde geldt voor zijn teksten. Holcombe kan donkere verhaaltjes vertellen, over allerlei onderwerpen, maar meestal over relaties en schildert deze teksten als het ware over pakkende melodieën. Het resultaat zijn muzikale portretten die gehoord mogen worden. Kortweg : Malcolm Holcombe hoort thuis in het rijtje Townes Van Zandt, John Prine, John Hiatt, Calvin Russell, Guy Clark, ... De man heeft een prachtige stem en het moet een lust voor oog en oor zijn om hem bezig te zien. Je doet jezelf ernstig tekort als je "Not Forgotten" niet op zijn minst een luisterbeurt gunt, dat zou namelijk moeten volstaan om je van Holcombe’s enorme kwaliteiten te overtuigen!



 

 

 

 

 

 


RANI ARBO & DAISY MAYHEM
BIG OLD LIFE
Website
Label: Signature Sounds / Rounder Europe
Distr.: Munich Records


Op "Big Old Life" draait alles om vocale harmonieën en ze zijn werkelijk wonderschoon. De muzikale begeleiding is uiterst sober en vooral akoestisch. Dit om de stemmen van Rani Arbo en haar band Daisy Mayhem alle ruimte te geven. Dit is een wijs besluit, want wat zingen ze mooi. De muziek van dit combo komt vanuit de Amerikaanse folkhoek en is puur en eerlijk. Op "Big Old Life" de opvolger van "Gambling Eden" (2003) en "Cocktail Swing" (2001), brengen zij een selectie van eigen werk, traditionals, en covers van o.a. Leonard Cohen en Bob Dylan. De composities lijken in dienst te staan van de samenzang van dit gezelschap. Die stemmensymfonieën vinden we terug in het bluesy “Oil In My Vessel”, gevolgd door het met een intimistisch streepje mondharmonica gedrapeerd prachtsliedje "Farewell, Angelina", je voelt je hier met deze songs als luisteraar ogenblikkelijk thuis. Ook de door Kevin Barry van een lap steel voorziene stukken als "Roses" en "Thief" zijn adembenemend. Toch bewerkstelligd het stel een eigentijdse invulling te geven aan het genre waar menig veertig plusser naar terug verlangt. Hoogtepunt is wel, de titeltrack geschreven door Rani Arbo (bekend van haar werk met Salamander Crossing gedurende de jaren ’90), gewoon prachtig. Er staat gewoon niet één slecht liedje op "Big Old Life". De inhoud van deze CD bestaat gewoon uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Big Old Life" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Zet de cd op, sluit je ogen en je waant je in de late jaren 60 of de vroege jaren 70. De jaren waarin de Amerikaanse country- en folkmuziek, werden bedacht en waarin vocale harmonieën tot kunst werden verheven. Jazz, country, blues, swing, u noemt het maar ... Rani Arbo en Daisy Mayhem switchen moeiteloos van het ene naar het andere genre en maken van "Big Old Life" een bijzonder samenhangend geheel. We zouden Arbo en Co liefst eens live willen beleven. Want dat moet gegarandeerd een belevenis zijn.



THE PINE BOX BOYS
STAB!
ARKANSAS KILLING TIME
Website _ myspace
Label: Trash Fish Entertainment Corporation
Email: infopineboxboys@trashfish.com

 

 

The Pine Box Boys spelen een mix van Bluegrass-Americana-HillBilly Old Time Country. Ze zien eruit als de mannen van ZZ TOP met baarden tot op hun buik en haar tot op hun kont. Met hun begrafenisondernemers kostuums en akelige zwarte Stetson hoeden lijken ze echt angstaanjagend, maar niks is minder waar. Wanneer ze de banjo, contrabas, akoestische gitaar, dobro en fiddle bovenhalen om opzwepende muziek te spelen zoals The Hackensaw Boys. Deze heren uit Arkansas spelen vrolijke en aanstekelijke liedjes over moord en doodslag. Hun songs hebben daarom allemaal iets met mysteries, seriemoordenaars en slachtpartijen te maken. Maar schijn bedriegt. Zo lief en aanstekelijk als de muziek is, zo bizar zijn hun teksten. Zij noemen hun geluid dan ook "Uncut Horror Billy". En als je de mannen in hun doodgraverskleding ziet, snap je ook waarom ze dat doen. The Pine Box Boys bestaan uit: Lester T.Raww (gitaar en zang), Alex ''Possum'' Carvidi (banjo en zang), Col.Timothy Leather (bas) en S.''Your Uncle''Dodds (drums) en weten zich in een bezetting van vooral akoestische instrumenten rond de microfoon te scharen en met de inzet van een punkband de longen uit het lijf zingen. Dit viertal ontwikkelden dat eigen geluid door eindeloos te touren en veel op te treden. Niet alleen op bluegrassfestivals, maar ook als voorprogramma van bands als Johnny Halford and The Healers. Na het uitbrengen van hun debuut "Arkansas Killing Time" (2005) verkregen zij ook succes buiten Amerika. "Arkansas Killing Time" wist hier toch wel wat verrassend door te breken, denken we even terug aan de prijsnummers van dit album : de a-capella gezongen titeltrack "Skin And Bones Lady", het intrigerende "I Kept Her Heart" met het afwisselende banjo en vioolspel, de tragische ballade "The Beauty In Her Face", en het Americana getinte "Your Shadow". Opvallend was overigens ook de afwisseling tussen de opzwepende nummers en de meer ingetogen songs, songs waarvan het nummer "Skin And Bones Lady" de enige traditional was, voor de rest waren het allemaal uit eigen composities. Daarna volgde een reeks van vele succesvolle en aansprekende optredens. Hun opgevoerde bluegrass bleek zo aan te slaan dat een nieuwe plaat niet meer lang kon uitblijven. En jawel "STAB!" is immers wederom een plaat geworden die bol staat van het spelplezier en zanger-gitarist Lester "Tombstone" Raww schreef wederom alle dertien nummers. De prettig ongepolijste akoestische bluegrass is ter geruststelling nagenoeg hetzelfde gebleven. Alle songs roepen echter bewondering op. Bewondering omdat de muziek zo uitstekend in elkaar zit en met een nonchalant raffinement wordt gebracht. Kortweg: Iedereen die "Arkansas Killing Time" vorig jaar in zijn of haar hart sloot zal ook "STAB!" omarmen. De muziek klinkt nog steeds als Southern rock en bluegrass en alles ertussenin. Net iets minder bluegrass op lichtsnelheid en net wat meer murder ballads zoals "Will You Remember Me?", "Garden of Stars" en "Rattling Chains". Daar tegenover staan dan ook drie prachtige meezingers als het openende "Stab", "Mr. Skeleton" en het afsluitende "Great Journey". Maar de muziek klinkt wel wat meer uitgebalanceerd en soms net iets beter doordacht. The Pine Box Boys zijn vast het best in een broeierige concertzaal, maar desondanks is het nieuwe album "STAB!", een cd die de weg naar de cd-speler heel vaak zal weten te vinden. Kortweg : Gaat deze heren zien want een ding staat vast: er zal over deze jongens uit Arkensas nog lang nagepraat worden, dit is Uncut SouthernHorror Bluegrass!



STINKY LOU & THE GOONMAT
FAT SAUSAGE FOR DINNER
Website
Email: thegoonmat@hotmail.com
Label: Naked Productions
Distr: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Reeds vanaf de eerste noten van de opener "One More Time" ben ik verloren, dit is waar ik van hou, echte onvervalste juke joint alsof hij midden in de Mississippi Delta gemaakt is, allerlei namen komen in me op als ik dit hoor: T-Model Ford, R.L Burnside, Fat Possum. Dit is zo echt en authentiek dat je het niet voor waar neemt. De productie was in handen van Mark T. en dat verklaart natuurlijk al veel. Deze jongen heeft een neus voor en de kennis van zaken om zulke productie tot in de perfectie af te werken. Eén gitaar (the Goon Mat) en bassist Stinky Lou (op wastobbe bas). Als derde lid van de band is er nog Bernardo Fabian op harmonica. Lord Bernardo voor de vrienden. Dit is blues zo ruig en eerlijk, simpel en uitgekleed tot op de blote bast. Zoals ik al zei, de echte Fat Possum sound made in France/Belgium. Alle nummers zijn van de hand van Mathias Dalle a.k.a.”The Goon Mat”. Hier en daar ook wat vroege Chess geluiden, zoals het aan Little Walter herinnerende "You Drive me Crazy” of de John Lee Hooker boogiesound in “It’s A Shame”. Elk nummer ben je weer verrast door de stem van The Goon Mat, zijn stem en gitaarstijl lijken als 2 druppels water op die van Johnny Shines, de erg onderschatte delta slidegitarist; die veel samenwerkte met Mississippi Fred McDowell. Ik had vroeger een L.P van hem en nu lijkt het soms of ik deze terug hoor, niet dat er iets gecoverd of gecopieërd is, enkel de sound is zo gelijkend. Nummer voor nummer blijft deze cd boeien, vooral door die unieke oude bluessound. Nog eens hoed af voor Mark T, die deze opnames op de juiste manier wist in te blikken en ik raad aan deze jongens zeker gaan bekijken als ze in de buurt vertoeven, want dan krijg je een adrenaline stoot van 90 minuten vol met Breathtakin’ Blues, Boogie, Burnside en Booze.
(RON)