JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007
JOHNNY DRUMMER - ROCKIN' IN THE JUKE JOINT
MATT WALSH - HARD LUCK
GOD-FEARING ATHEISTS - RUSTBELT SUN
THE EARPS - HERE COME THE EARPS
LIL' BIT & THE CUSTOMATICS - LONE STAR GIRL
WISHBONE ASH - LIVE IN HAMBURG (DVD)
LISA O' KANE - IT DON'T HURT
LIPBONE REDDING - HOP THE FENCE
MASSY FERGUSON - MASSY FERGUSON
DAVID WADELL - TRUCK BROKE DOWN

JOHNNY
DRUMMER
ROCKIN' IN THE JUKE JOINT
Website
Label: Earwig
Distr: Parsifal
Thessex
Johns of Johnny Drummer voor de bluesliefhebber, werd geboren vlakbij Clarksdale,
in een stadje met de originele naam Alligator in de delta van de Mississippi,
hoe kun je dan anders dan de blues hebben? Op zijn zestiende ging hij een jaar
in Chicago bij zijn moeder wonen, want hij was door zijn overgrootmoeder opgevoed
in de jaren daarvoor. Op zijn achttiende, tijdens zijn legerdienst, begon hij
drums te spelen en kreeg zo zijn naam. Begin jaren 60 ging hij enkele malen
de studio in voor opnames, met onder andere Eddy King en Otis Spann, maar geen
van die eerste opnames zijn ooit verschenen. Op een dag in 1965, in een kleine
club, kreeg hij de kans om op te treden met BB King, toen zijn drummer niet
kwam opdagen. Wat later in 1966 vroeg Muddy Waters hem om zijn drummer Willy
Smith te vervangen, maar hij had een goede job en wat Muddy hem kon betalen
was minder dan zijn loon. Hij was wel uitermate vereerd met het aanbod, de band
bestond toen immers uit Mojo Buford, Otis Spann en Luther "Guitar"
Johnson. In de jaren 60 begon hij meer en meer succes te krijgen, en begon hij
op vraag van clubeigenaars, op de voorgrond te treden als zanger. Zijn band
begeleide ook grote namen als ZZ Hill, Denise LaSalle, Willie Mabon en Junior
Wells. Ook heel veel artiesten op het bekende Brunswick label werkten met hem.
In 1971, net op ’t moment dat het hem prima ging als artiest, sloeg het
noodlot twee maal toe, een brand verwoestte zijn ganse huis, enkel zijn drumstel
had hij nog, want dit lag in zijn bestelwagen, enkele dagen later werd zijn
bestelwagen gestolen. Johnny zocht zekerheid en nam een job als politieman,
tot hij op pensioen ging in 1994. Maar hij bleef ondertussen toch muziek maken,
trad veel op, en stapte over van drums naar keyboards omdat hij zag dat er veel
75 jarige keyboardspelers waren, maar heel weinig drummers. Nu is er dus deze
cd, op het Earwig label, een echte Chicago bluesplaat, waarop Johnny ons met
zijn niet onaardige soul-blues stem, zijn piano en op sommige songs, zijn mondharmonica,
aangeleerd door meester Junior Wells himself, laat genieten van zijn eigen gepende
composities. Gitarist Alvin Short een onbekende voor mij, voorziet hem van de
nodige leadgitaar solo's om dat moderne Chicago geluid te krijgen, de andere
muzikanten wisselen nogal per nummer en de cd is ook gedeeltelijk in 2005 en
2006 opgenomen. Het resultaat is een CD die gevuld is met blues en soul van
tamelijk hoog niveau zonder zwakke momenten, daarvoor is Johnny een te goede
zanger, die beide stijlen perfect beheerst en zijn hese stem is vooral in de
meer soulgetinte nummers, zoals "Love Jonz", "Keep It A Secret"
en "A Blind Man" opperbest en lijkt erg op die van Bobby Womack. Voorzichtige
aanrader.
(RON)


MATT
WALSH
HARD LUCK
Website - myspace
Email: mattwalshmusic@yahoo.com
Label: Raw Tone Records
cdbaby.com/cd/walshmatt2
cdbaby.com/cd/walshmatt
"Matt
Walsh...Soulful playing, great vocals...It's great to hear young musicians playing
in the tradition. That's the only way the Blues will stay alive"
- Paul Oscher
Matt Walsh is op zeer jonge leeftijd al begonnen met het beoefenen van de muziek. Al vroeg speelde hij alles al na op zijn gitaar maar het was de rauwe blues van Robert Nighthawk, Howlin' Wolf, Robert Lockwood Jr., T-Bone Walker, Willie Johnson, Muddy Waters, Elmore James, Johnny Guitar Watson en Little Richard, die zijn leven veranderde. Met enkel eigen krachtige songs op zijn debuutalbum "Goin' Back South" uit 2004 kon Matt Walsh al enige jaren de aandacht op zich te vestigen. Thuis in North Carolina wordt Walsh zelfs onthaald als leider van de ‘new blues revolution, al moeten we zijn stijl meer plaatsen in de old school Chicago Blues sound van de jaren 50 waarin rockabilly, jump blues, swing en rock uit die vroege jaren mooi verwerkt zijn. Zijn ongrijpbare gitaarspel en de kenmerkende stem blaast nieuw leven in de tradities van de Chicago blues en de Southern rhythm & blues. Hoewel Walsh nu al enkele jaren meedraait in de scène, alom erkend wordt als één van de beste gitaristen uit de huidige lichting, is de man nog altijd maar een dertiger. De nu in Wichita, Kansas wonende zanger/gitarist heeft voor zijn tweede album "Hard Luck" zijn onderkomen nog steeds gevonden bij Raw Tone Records en geniet van een geweldige begeleiding, dat meteen ook zijn gevolgen heeft, want dit album is ijzersterk! Walsh heeft dezelfde band als begeleiding, die voor hem een grote ruggesteun was tijdens de vele concerten van de laatste jaren, zijnde Jesse Major (stand up "Dog House" bass) en Kyle Couch (drums). Maar tevens wordt hij gesteund met opmerkelijke gasten zoals o.a. producer en gitarist Bob Margolin (Muddy Waters), Max Drake (Big Bill Morganfield, Skeeter Brandon, Mel Melton) op gitaar en mandolin, Chuck Cotton (Bob Margolin, Jimmy Rogers) op drums en Matt Hill op gitaar en dobro. Walsh weet zonder twijfel te boeien op elektr.-, akoest-, alle slide- en Nat. steelgitaren, hoewel hij een goed bluesgitarist is, laat Walsh zijn gitaarkunsten nooit domineren boven zijn songs en hun soulvolle arrangementen. Margolin is slechts op twee van de twaalf nummers te horen: de uptempo shuffle "Leaving My Baby" en op de titeltrack"Hard Luck". Hoogtepunt is vooral het breekbare "Breakin' Up Over You" met Walsh's akoestische gitaarwerk en Rene Aaron's mooie harmonica spel. Songs zoals "20 More Miles" met zijn gedreven slide werk en zijn in T-Bone Walker-achtige gebrachte "Sit and Wonder" zijn hem op het lijf geschreven, maar zijn afsluitende "Woody's Rag", een foot-tapping ragtime nummer met gitaar, upright bass en harmonica in de hoofdrol moet zeker niet onderdoen. Zoals ook in zijn vorig album zijn het voornamelijk Chicago blues, jump, Piedmont blues, roots rock en zelfs mandolin gedreven Delta Blues die zijn songs zo geweldig maken. Deze jongeman heeft reeds heel wat bewezen in de hedendaagse bluescultuur (opende reeds voor o.a. Buddy Guy, Bob Margolin, Delbert McClinton en Taj Mahal). Persoonlijk vind ik Matt Walsh een waar talent op gitaar, en waar op zijn vorig album "Goin' Back South" invloeden van Muddy Waters tot T-Bone Walker hoorbaar zijn brengt hij met zijn nieuwe album "Hard Luck", bluessongs van een heel hoog niveau en ben ik zeker dat de definitieve doorbraak voor de deur staat.

GOD-FEARING
ATHEISTS
RUSTBELT SUN
Website -
myspace
Mail: lamfthunders@aol.com
Label: Eigen Beheer
cdbaby
Americana
rechtsteeks vanuit Glasgow, Schotland. Je moet tegenwoordig van niets meer verbaasd
zijn. "Rustbelt Sun" is het debuutalbum van The God-Fearing Atheists
(wat een leuke en originele groepsnaam !!!) en bevat elf glasheldere alt-country
Americana-songs die je volgens de begeleidende info best kan beluisteren héél
laat op de avond, héél vroeg in de morgen of bij geweldige katers
na te veel glaasjes spirituele drankjes. Het album werd eind 2006 volledig in
eigen beheer opgenomen in een godvergeten gat in Schotland. Zanger en liedjesschrijver
Peter Lacey heeft met zijn 3 vrienden Joe Whyte (leadgitaar), Scot Vanden Akker
(bas) en Robert Anderson (drums) een mooi werkje afgeleverd met goede songs,
zowel muzikaal als tekstueel. Beïnvloed zijn ze natuurlijk door een rits
andere muzikanten die in hetzelfde genre actief zijn, zoals the Jayhawks, Green
On Red, The Long Ryders, Neil Young en de jongere versie van R.E.M. Vooral deze
laatsten kan je in meerdere nummers herkennen, zoals bijvoorbeeld in "St.
Judes Parade", "Some Letters Write Themselves", "Mississippi",
niet in het minst omwille van de treffende gelijkenis van de stem van Peter
Lacey met deze van Michael Stipe in deze songs. In "Bellgrove Hotel"
en "Angel Of Destruction" hoor je Neil Young van enkele decennia geleden.
"Fourty Days Of Flood" (zou dit over de zondvloed in de zomer van
2007 gaan ??) is dan weer pure Jayhawks. "Low Country" en "Darkness
Visible" zijn mijn persoonlijke favorieten, beiden in het genre van de
country-ballads en met treffende herinneringen aan Willie Nelson. De afsluiter
van dit album "Yours Sincerely, 4am" is amper gedaan en het dwingende
gevoel bekruipt je al om op de replay knop van je stereo te duwen en "Rustbelt
Sun" nog een keer volledig door de luidsprekers te laten vloeien. Een zeer
verdienstelijke en leuke debuutplaat van een groep waar we snel wat nieuws hopen
te vernemen want het is duidelijk dat "the best is yet to come"
(valsam)



THE
EARPS
HERE COME THE EARPS
Website - myspace
Info: contact@theearpsrock.com
Label : Big Bender Records
- myspace
VIDEO
Big
Bender Records beloofde ons een tijdje geleden "a long hot summer"
en zij hielden zich aan hun woord. Ondermeer the Salty Dogs, Porter Hall Tennessee
en The Way-Goners passeerden onlangs de revue en zorgden ervoor dat de temperaturen
tenhuize rootsrocker toch wel enkele graden boven het nationaal gemiddelde lagen.
Met het album "Here Come The Earps" maken The Earps (de band is genoemd
naar de beruchte Earp & Holiday gunfighters in Arizona circa 1880's) hun
debuut bij Big Bender Records en de Americana/roots wereld zal het geweten hebben.
Een stevige mix van cowpunk, some good time shitkickin' rock & country twang
à Jason &The Scorchers, The Beat Farmers,The Georgia Satelites,The
Supersuckers, is voortaan hun handelsmerk en om het plaatje volledig te maken
serveren zij op tijd en stond nog wat leuke Bakersfield honky tonk en prima
rockabilly. Singer/guitarist 'Hotwheels' Mc Gregor en drummer 'Marvelous' Matt
Maverick hielden The Earps boven de doopvont in Seattle (2003) maar schoten
pas echt uit de startblokken toen ze in Phoenix zanger/lead-guitarist Ump Ump
en bassist Buckshot George tegen het lijf liepen. Centraal in het hele gebeuren
staat the heavy metal twang from the hot-rodded Telecaster en dat er serieus
wat voor moest wijken blijkt uit het volgende .... "When we started recording
this record, everybody was living with girls," George said. "By the
time it was finished, everybody was living on couches." Het kan de pret
niet bederven want The Earps steken nog al wat humor in hun teksten .... In
"Rooster Run," the singer says "somebody please tell me where
that 20-foot chicken came from." I'd like to know the answer to that too.
In " I Love Las Vegas," amid the twang of a pedal steel, you hear
someone doing his best Elvis impression asking for a peanut butter and banana
sandwich. "Phone Ain't Ringin'" includes the classic lyrics, "When
your phone ain't ringin', you'll know it's me." Iets gedurfder komen zij
voor de dag met hun (galgen) humor in "Christ on a Crutch" en zelfs
een vleugje erotiek is hen niet vreemd ("The Drag Queen"). Wat destijds
startte als een weekend - hobby is inmiddels geëvolueerd naar een fulltime
job met een professionele website, merchandise, een drukke giglist en een fraai
debuutalbum.


LIL' BIT & THE CUSTOMATICS
LONE STAR GIRL
Website - myspace
Info : thecustomatics@yahoo.com
Label : Tomcattin' Round Records
cdbaby
VIDEO
Niet
alleen kort op de bal spelen, een neusje voor ontluikend talent maar ook een
vooruitziende blik ... misschien dat sommigen bij Rootstime dan toch beschikken
over een zesde, zevende of achtste zintuig? In 2005 gaven wij al aan dat rockabilly
nog steeds "still alive" was en het album "Headin' On" van
Lil' Bit & the Customatics was daar een prima voorbeeld van (zie
rev : juni '05). Ondertussen is er een heuse rockabilly-boom ontstaan en
"Jen "Lil' Bitt" Adams heeft zich moeiteloos kunnen handhaven
tussen al dat nieuwe jonge geweld en de al iets oudere collega's. (oa: Josie
Kreuzer, Li'l Mo & the Monicats, Kim Lenz, Nancy Apple, Gail & the Tricksters,
Dawn Shipley & the Sharp Shooters, Ruby Dee & the Snakehandlers en 'good
old' Wanda Jackson). "Lone Star Girl" is al het vierde album dat het
quartet uit San Antonio, Texas Hill Country op ons loslaat en nog steeds maken
Tomcatt Miller (the best doggone doghouse bass player in the rockabilly universe)
en Brian Duarte (lead guitar & pedal steel) deel uit van het gezelschap
en werd Dave Crisci (guitar) verrassend vervangen door drummer Paul Ward. Maar
aan de sound werd er weinig geschaafd ... nog steeds "Heartbreakin' honky
tonkabilly for all occasions" en de iets oudere country liefhebbers zullen
met dit album nog steeds weemoedig terugdenken aan Patsy Cline en Kitty Wells.
Mede door het overigens schitterende pedal steel werk van guest musician Denny
Mathis krijgt het album een meer old country/honky tonk tintje. Opener "Blue
Monday" en de western-swingnummerjes "Lone Star Girl", "Railway
Holiday" ondersteunen die gedachte. Het is dan ook wachten op track zeven
"Wild & Free" eer Lil' Bit al haar (rockabilly) duivels ontbindt
. Inderdaad ... "Waiting So Long" om wat vaart in het album te krijgen
en Tomcat Miller volgt dan maar het goede voorbeeld om met "Tie One On"
zijn duit in het rockabilly zakje te doen en laat de eer aan Brian Duarte en
Denny Mathis om te schitteren in het instrumentale "Thunderbird Boogie".
"Careful What You're Whishin' For" mag dan een goed bedoelde raad
zijn, de rockabilly of het iets stevigere honky tonk/twang gebeuren à
"Flyin' High" en "Set Me Up" is op "Lone Star Girl"
maar matig van de partij en dat is voor ondergetekende het enige minpuntje op
dit overigens prima (country) album. "Her Biggest Mistake" ...? Zover
zouden wij niet durven gaan maar van "the diminutive and dynamite breath
of rocking air" (Jim Beal/Blue Suede News) hadden wij toch iets meer verwacht!

WISHBONE
ASH
LIVE IN HAMBURG (DVD)
Website
Label: Golden Core Record
Distr.: ZYX Music GmbH
www.zyxmusic.de
zyx@cuci.nl
De Engelse rockgroep Wishbone Ash werd aan het begin van de jaren zeventig vooral bekend, dankzij de dubbeluitgevoerde gitaarsolo’s. Wishbone Ash werd in 1969 opgericht door bassist Martin Turner en drummer Steve Upton. Met de gitaristen Andy Powell en Ted Turner begon Wishbone Ash aan een intensieve tour door het Engelse clubcircuit. In 1970 verscheen hun titelloze debuutalbum, een album dat stevige rockmuziek liet horen, waarin de twee gitaristen een hoofdrol opeisten. "Argus" (1972) werd door het Engelse muziekblad Melody Maker tot album van het jaar uitgeroepen. Gitarist Laurie Wisefield verving in 1974 Ted Turner. Wishbone Ash toerde in het midden van de jaren zeventig intensief door de Verenigde Staten van Amerika. "There’s the Rub" (1974) werd in Miami opgenomen. Gaandeweg nam Wishbone Ash meer melodieuze rockballades op het repertoire. Met de albums "Just Testing" (1979) en "Live dates volume two" (1980) kwam de grote populariteit van Wishbone Ash uit de beginjaren van de groep niet terug. Martin Turner hield het voor gezien en werd vervangen door bassist John Wetton. Na korte tijd werd Wetton echter weer vervangen door Trevor Bolder. Vanaf 1983 maakte bassist en zanger Marvin Spence deel uit van Wishbone Ash. Inderdaad deze band draait al jaren in wisselende bezetting mee en anno 2007 is van de Wishbone Ash' originele line-up alleen Andy Powell nog present op "Live In Hamburg", deze in januari van dit jaar opgenomen DVD. Toch is dit niet een belegen op vergane glorie terende DVD. Met een bezetting bestaande uit drummer Ray Weston (ondertussen ook al vervangen door Joe Crabtree), bassist Bob Skeat en gitarist Muddy Manninen mocht het zich heugen in een enorme belangstelling. Dat doet goed, zo is ook te zien aan de glimmende voorman Andy Powell. Gebleven is echter het tweestemmig gitaarwerk en hoewel het hoogtepunt van de band al decennia achter ons ligt, knalt opener "Eyes Wide Open" gelijk er uit. Goede drive, goede solo’s en gewoon een goed nummer. Het belooft veel voor de rest van de DVD, die verder bestaat uit ijzersterke nummers en klassiekers afgewisseld met wat minder materiaal. Bij het horen van deze sterkere nummers, zoals: "The King Will Come", "The Warrior" en "Phoenix" kunnen we de lijn gemakkelijk doortrekken met hun prachtige platen uit de begin jaren zeventig. Denkende aan: “Wishbone Ash” (1970), “Pilgrimage” (1971), “Argus” (1972), “Four” (1973), “Live dates” (1974), “There’s the rub” (1974), “Locked in” (1976) en “New England” (1976). Kortom: Deze roemruchte band is inmiddels uit de Popencyclopedie verdwenen, maar dat neemt niet weg dat veel rockers nog met smart hebben gewacht op een uitgave als deze DVD, "Live In Hamburg".
Tracklisting: 01 Eyes Wide Open 02 Healing Ground 03 The King Will Come 04 The Warrior 05 Why Don't We 06 Dreams Outta Dust 07 The Raven 08 Sometime World 09 Valediction 10 Sorrel 11 Capture The Moment 12 Tales Of The Wise 13 Almighty Blues 14 Standing In The Rain 15 Phoenix 16 Blind Eye 17 Ballad Of The Beacon

LISA
O' KANE
IT DON'T HURT
Website - myspace
Email: Lisa@lisaokane.com
Label : New Light Entertainment
Lisa O' Kane
behoort tot het uitgebreide kransje van Amerikaanse country artiesten die vooral
in Europa aan de bak komen. Een onlangs uitgebreide en totaal uitverkochte toernee
door Engeland is daar de bevestiging van en één van de talrijke
hoogtepunten was een duet song met niemand minder dan singer/songwriter Tom
Russell. Meteen is de Californische schone terug van een tijdje weggeweest want
de voorgangers "Am I Too Blue" en "Peace of Mind" dateren
al van een tijdje geleden. Beide albums zijn nog verkrijgbaar bij Hitsound
Records. Toch was het "good old" Albert Lee die ons liet weten
dat "It Don't Hurt" er zat aan te komen en zijn bijdrage aan het album
vermeldde. Inderdaad "the King of Telecaster" laat zich van zijn beste
zijde zien op de opener "Ain't Done Nothin'" waarin Lisa O' Kane brandhout
maakt van haar (gewezen) vriend en mag rekenen op de harmony vocals van Teresa
James om alles nog eens netjes op een rijtje te plaatsen. Lisa vond de inspiratie
voor haar songs voornamelijk in haar eigen levenservaringen van de afgelopen
twee jaren en het lijkt wel een erg woelige periode te zijn geweest. Een beetje
gefrustreerd blijkbaar want ook met "Speed of the Sound of Loneliness"
(John Prine), "Misery and Happiness" (Kenny Edwards op mandolin en
een song uitermate geschikt voor Buddy en Julie Miller) "Paper Thin"
en "I'm Done" (Gabe Witcher op fiddle) krijgen de mannen duchtig de
levieten gelezen. Het lijkt er zelfs eventjes op dat zij al haar liefde en energie
verplaatst in het klaarstomen van haar oude Ford Pick-Up. Een beetje zelfkennis
kan wonderen doen en met "Pay for My Sins" wordt het duidelijk gemaakt
dat daar waar het verkeerd gaat meestal de betrokkenen allebei in de fout gaan
.... Maar na regen komt zonneschijn en met het schitterende "It Don't Hurt"
en afsluiter "Remember This" (Skip Edwards op piano, Wurlitzer en
Jay Dee Maness op pedal steel) verdwijnen de laatste onweerswolken als sneeuw
voor de zon. "It Don't Hurt" is een fraai album van een prima zangeres
die, mocht zij ons landje vertegenwoordigen op het volgende Songfestival, met
"Give Me This Night, let my last memory be a picture of you lovin' me"
vast en zeker bij de eindafrekening verschillende malen met 'Belgium 10 points'
gaat lopen.

LIPBONE
REDDING
HOP THE FENCE
Website - myspace
Label: Bepop Records
Thanks to: Maria DeFelice
Powderfinger Promotions
VIDEO
"Hop
The Fence" is een plaat die je absoluut moet horen, als je een sucker bent
voor countrysoul. Lipbone Redding, de jazzy folk singer/songwriter van NYC is
een vocaal supertalent zoals dat maar eens in de zoveel jaren langs komt. Voeg
daarbij zijn liedjes met New Orleans swing, Memphis grooves en New York City
stijl en het formidabele productiewerk van Jeff Eyrich en je hebt een bloedheet
schijfje in handen. Doe je zelf niet tekort, graaf het ding uit de bakken van
de dichtstbijzijnde platenwinkel en gooi de voordeur achter je in het nachtslot.
Laatstgenoemde Jeff Eyrich bespeelt tevens ook de staande bas naast Rich Zukor
(drums/percussion) en samen nemen ze ook de backing vocals voor hun rekening
op "Hop The Fence" waarop Redding niet enkel zingt en gitaar speelt
maar ook zijn talenten als voicestrumentalist laat horen. Okay, wat zijn 'voicestrumentals',
dat is nu het ongekende talent van Lipbone Redding, hij kan namelijk de sound
van een trompet of trombone nabootsen met zijn lippen. Hij is een echte performer,
met een eigen stijl die je best kan horen op de elf van de twaalf zelf geschreven
songs, waardoor liefhebbers van Louis Armstrong, Curtis Mayfield en DR.John
"Hop The Fence" dit album blind kunnen aanschaffen. Thematisch, vocaal
en instrumentaal is "Hop The Fence" ook enigszins vergelijkbaar met
het werk van Jack Johnson, maar dan met een New Orleans jazz band achter zich.
De opener "Dogs of Santiago" dat niet van deze wereld is, zo mooi,
snak je voortdurend naar adem tot dit nummer in een langere versie het album
weer afsluit. Waar komt dit vandaan? En waar gaat dit heen? Na de opener volgt
de track "Sixteen Tons", die opent met Lipbone's trompet introductie,
zijn voicestrumental die samen met zijn bluesy vocals een prachtige bewerking
maken van Merle Travis blues klassieker. Waarschijnlijk dachten Eyrich en Redding
dat er ook een beetje gevarieerd moest worden. De tien volgende nummers op "Hop
The Fence" worden als hapklare brokken gepresenteerd, met als uitblinkers
de swingende tracks "Follow the Money" en "Love Is The Answer"
in een 70's/80's funk beat-sfeertje, het Latin gekleurde "Hollywood &
Vine", het traag jazzy "Old Flame" en de New Orleans beat in
"Tuscaloosa Suntan". "Picnic Basket" is ook thuis te brengen
bij die, in dit geval wel de vroege New Orleans sound bekend van Louis Armstrong.
In feite dacht ik even dat ik Louis op trompet hoorde en zingen bij het begin
van deze track. Het vuurtje dat even was gaan smeulen in "Travelin' Light",
wordt in het afsluitende "Dogs of Santiago" opnieuw leven ingeblazen.
"Hop The Fence" bewijst gewoon hoe weinig middelen Lipbone Redding
nodig heeft om je van de wijs te brengen.

MASSY
FERGUSON
MASSY FERGUSON
Website -
myspace
Mail: ethananderson@yahoo.com
Label: Eigen Beheer
cdbaby
Massy Ferguson
is wereldberoemd als merk van tractoren en landbouwmachines. Maar dat achter
die naam ook een Amerikaanse groep uit Seattle, Washington schuil gaat is vast
minder bekend bij het grote publiek. Deze viermansformatie speelt alt-county,
Americana en moderne rockmuziek. De groep ontstond eind 2005 uit 2 andere bands
uit Seattle: "Fragile Jack" en "Vast Capital". Singer-songwriter
Ethan Anderson is de draaischijf van Massy Ferguson en op de gelijknamige EP
met vijf mooie liedjes neemt hij de vocalen en de auteursrechten van alle songs
voor zijn rekening. Het hoesje valt meteen op door de afgebeelde poolreiziger
die door de condensatie van zijn eigen adem een prachtige ijsbaard krijgt aangemeten.
Samen met producer Geoff Ott, bekend van Pearl Jam en Blind Melon maakte Massy
Ferguson een leuk plaatje met moderne popsongs in afwachting van hun eerste
full-CD die binnenkort zal gaan verschijnen. Met vijf liedjes op een plaat kan
je natuurlijk geen uitgebreide recensie over deze eersteling schrijven. De muziek
roept herinneringen op aan "Counting Crows" en "Hootie and the
Blowfish". Stevige rocksongs als "Bent" en "Streamline"
en de 3 wat rustigere songs "La Grande", "Take Down The Company"
en "In My Prime" zullen volgens ons ook niet op de kortelings te verschijnen
full-CD ontbreken. Als de jongens er aan denken om ons een exemplaar van die
schijf toe te sturen, dan zullen wij er alvast een mooie recensie over schrijven.
Dat is hiermede oprecht beloofd.
(valsam)

DAVID
WADELL
TRUCK BROKE DOWN
Website - myspace
Label : Eigen beheer
Wie
even kijkt naar het verleden van David Wadell stoot op veel bekende namen die
thuishoren bij muzikale genres als Alt.country en singer-songwriters. Enkele
namen waarmee hij optrad: Billy Joe Shaver, Townes Van Zandt, Calvin Russell
en Richard Dobson. Hij was afkomstig van South Carolina, maar verhuisde begin
jaren 70 naar Nashville, waar hij al vlug met bovenstaande namen in contact
kwam en samenwerkte. Na een aantal jaren optreden ontwikkelde hij langzamerhand
een eigen stijl, die zich situeerd tussen country, rock en bluegrass. Na Nashville
kwam dan het bijna verplichtte Austin, Texas. In 2004 bracht hij daar dan zijn
debuut uit "Last One To Know". Maar sinds ongeveer een jaar woont
hij nu in Duitsland, aan het Bodenmeer. Zijn nieuwe Duitse band heet "Hellbound
Train" en hij begint een veelgeziene gast te worden op country en Truckersfestivals
in vooral Duitsland en Zwitserland. "Truck Broke Down" is een in eigen
beheer uitgebrachte cd, die enkel via zijn website of op concerten te koop is.
Het is allemaal nogal brave country, die ons hier bij Rootstime weinig kan bekoren,
2 songs komen een beetje bovendrijven, de songs volgen mekaar op, letterlijk
en figuurlijk, want beide ademen wat de Tony Joe White sfeer uit, namelijk "Lovin'
On The Bayou" en "Lady And The Outlaw", gezongen met dezelfde
zwoele stem en een moerassfeertje, maar toch nog maar wat naar de meester luisteren.
Hier en daar wat politiek engagement zoals in "Wake up America" en
"Hard Time For The Workin' Man", zijn dit de twee oorzaken voor de
verhuis? Geen slechte, maar toch eerder middelmatige cd vol te brave country
en weinig of geen verrassende songs.
(RON)