JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007
HEAVY TRASH - GOING WAY OUT WITH HEAVY TRAS
DAVE GLEASON ' S WASTED DAYS - JUST FALL TO PIECES
JIM ARMSTRONG - MUDTOWN
ZEDHEAD - TEXAS CUFFLINKS
THE BROS. MARLER - SONGS FOR PLUTO
HARPER - DAY BY DAY
ALBERT CASTIGLIA - A STONE'S THROW
THE BLACK CRABS - BLAST OFF!
DIRTMINERS - AMERICAN TYPEWRITER
CHARLES BURTON - I WOULDN'T LIE TO YOU

HEAVY
TRASH
GOING WAY OUT WITH HEAVY TRASH
Website
Label: Yep Roc Records
Dist: Munich Records
VIDEO 1
VIDEO
2
Jon
Spencer en Matt Verta Ray, twee artiesten die zich aan de rand van het bluesgebeuren
bewegen, vormden in 2005 samen Heavy Trash en na hun titelloze debuut is er
vanaf 4 september (ja, we zijn er steeds vroeger bij bij Rootstime) hun opvolger
bij de betere platenboer, zoals men dat zo mooi zegt. Vraag is of er nog "betere"
platenboeren bestaan, je moet ze tegenwoordig ver gaan zoeken, maar dit terzijde.
Ze deden met hun beiden de productie, zoals dat ook bij hun eersteling het geval
was, maar er is een groot verschil, voor deze cd hebben de heren 3 verschillende
backing bands gebruikt tijdens de opnames. Deze bands hadden hun tijdens verschillende
tournees voor het eerste album zo goed bevallen, dat de idee kwam om met deze
bands de tweede op te nemen, en dat is prima gelukt. Eerst en vooral waren er
natuurlijk de Sadies, de Canadese band met wie in Boston opnames gemaakt werden,
vervolgens werkten ze met Simon Chardiet en Phil Hernandez, twee New Yorkse
muzikanten en dan ook nog een groepje Denen, samengesteld uit leden van Tremelo
Beer Gut en Powersolo. Elke groep brengt zijn eigen invloed mee natuurlijk,
maar de stem van Spencer loopt er als een sterke rode draad doorheen. Spencer
hoopt deze bands ook nu mee op tournee te nemen, er staan al een aantal boekingen
vast voor de herfst. Voor Blues explosion zijn er voorlopig geen tour of opnameplannen.
Matt Verta Ray, mij vooral bekend voor zijn werk met André Williams,
maar natuurlijk ook van Madder Rose en Speedball Baby, is de Canadese tak van
het tweetal. Hun nieuwe "Going Way Out With Heavy Trash" bevat een
energieke combinatie van rockabilly, blues, country en pop, al zijn de rockabilly
en ouderwetse rock 'n rollinvloeden wel het grootst. Even vlug de mooiste nummers
van dichterbij bekijken of beter, beluisteren. Het begint al dadelijk sterk
met het rock 'n' roll getinte "Pure Gold", Gene Vincent ritme, super
veel galm op de gitaren, hick-up's, alle rock 'n' roll clichés lekker
aangedikt. "Outside Chance" met twangy gitaren, whammy bar koortjes,
het blijft in dezelfde stijl verdergaan. "Kissy Baby" is zo mogelijk
nog puurdere rock 'n roll, het kan zo op een jaren 50 jukebox, Jerry Lee Lewis
komt om het hoekje kijken. En wie horen we dan? Johnny Cash. Zo lijkt het toch
even, want het trein ritme en de typische Cash stem worden bovengehaald voor
"That Ain't Right". Er wordt wel veel leentjebuur gespeeld want een
paar nummers verder hoor je in "Crazy Pretty Blues" een doorslag van
"Summertime Blues" van Eddy Cochran. Een echte tearjerker staat er
ook op in de vorm van "Crying Tramp". De afsluiter "You Can't
Win" is wel heel apart, over een Burnside riff worden absurde teksten en
Hollywood dialogen gedeclameerd, versneld, vertraagd en vervormd. Heel apart
en totaal verschillend van de garage rock en rockabilly waarmee de rest van
de plaat gevuld was. Al was er veel van vroegere rockgoden "gejat",
de aparte hernieuwde aankleding maakte van deze nieuwe Heavy Trash toch weer
een aparte belevenis, en ze kan gerust naast het sterke debuut van deze gelegenheidsband
stand houden.
(RON)

DAVE
GLEASON ' S WASTED DAYS
JUST FALL TO PIECES
Website - myspace
Label: Well Worn Records
Distr.: Sonic Rendezvous

"There's a jukebox in heaven where the honky tonk heroes gather each afternoon to drink a little poison and swap stories of Bakersfield and Nashville. Charlie Rich laughs it up with Gene Clark while Buck Owens shows off his latest Nudie suit. In the background, Dave Gleason's Wasted Days sings about soul and suds, a jubilant celebration of California country rock that makes the bygone ramblers smile."
Tja, een mens zou het nog
in zijn hoofd halen om stante pede een ticketje "Heaven no retour"
aan te schaffen, als het er hierboven zo zou uitzien, maar ja wij zitten nu
eenmaal opgescheept met het probleem dat Bobbejaan Schoepen al een eeuwigheid
geleden aankaartte ... "in de hemel is geen bier en daarom drinken wij
het hier". Misschien dat een meegesmokkelde Perfect Jupiler Draft voor
soelaas kan zorgen ... Voor de rest moet het daar leuk vertoeven zijn want Dave
Gleason's Wasted Days brachten ons in 2004 (zie
rev. Jan '05) met "Midnight California" al in vervoering en wij
vonden destijds (en nog steeds) dat het in aanmerking kwam voor een plaatsje
in de eindejaarslijsten. De opvolger "Just Fall To Pieces" bevestigt
wat wij eerder al opperden ... "Cosmic American" Gram Parsons zou
wel eens de eerste sterveling zijn die een retour ticket genomen heeft en in
de gedaante van Gleason terug aanknoopt met het glorieuze verleden. Songs als
"Wildfire (in your eyes)", (Wine)Take Away My Mind" (met Red
Meat's Michael Montalto op accordeon), het pedal steel festijn van Joe Goldmark
op ondermeer "The Good's Been Gone", het pareltje "Just Fall
to Pieces" (featuring Albert Lee op gitaar) en het bloedmooie "Since
You Went Away" zijn daar prima voorbeeldjes van. Maar even gezwind treedt
Gleason en zijn band: Mike Therieau (bass, harmony vocals, harmonica), John
Kent (drums) en Pat Johnson (acoustic gt. Backing vocals) in de huid van de
jonge Dwight Yoakam. Opener " Look at the Way You've Become" (met
dat typische Albert Lee's twangy gitaarsoundje ) "The Good's Been Gone"
en "Take Your Memory With You" (met opnieuw Joe Goldmark in een glansrol)
zorgen meteen voor dat warme "California country feeling" en grijpt
inderdaad à the Everly Brothers "Right Back to Her Heart".
Maar ook the Derailers en zelfs the Hacienda Brothers zijn nooit ver uit de
buurt want met een song als "Neon Rose", "Rusty Ol' Halo"
(Mike Therieau op harmonica), de instrumental "Camin' With a Cat"
zouden ook Chris Gaffney & Dave Gonzales uit de voeten kunnen. "Couldn't
Give you Anything" durft Dave Gleason dan nog te beweren ....Dit is een
pracht van een album en biedt voldoende redenen om al dit moois nog een tijdje
op aarde te beleven en onze uitstap naar het hiernamaals nog eventjes uit te
stellen ... "Dave Gleason is the closest anyone anyone's ever come to capturing
the honky - tonk essence and soulful underpinnings to Gram Parson's Cosmic American
Music" (Luke Torn, Pop Culture Press).

JIM
ARMSTRONG
MUDTOWN
Website
Label: Sonic Deli
Records - myspace
andrea.sonicdeli@sympatico.ca
cdbaby
VIDEO
Kijk,
niet dat ik zo er zo vaak kom, maar op verjaardagsfeestjes wordt mij soms de
vraag gesteld waarom bij Rootstime zoveel geschreven wordt over bandjes waar
een normaal mens nog nooit van gehoord heeft. Welnu, behalve dat bij ons zelden
cd's van wereldbekende artiesten op de deurmat vallen, denk ik dat het vele
malen interessanter is om bijvoorbeeld over iemand als Peter James (Jim) Armstrong
te schrijven dan over een cd die iedereen toch wel koopt. Want met de nieuwe
cd van Norah Jones of de laatste verzamelaar van de Stones kan je op een feestje
nog weleens vrienden maken, maar wie de naam Jim Armstrong laat vallen, staat
al snel alleen met zijn schaaltje ships en een flesje bier. Wees gerust, beste
partyvrienden, want ik kom jullie feestje niet verpesten met een debuut-plaat
van zo'n troubadour uit Toronto. Ik ga slechts een paar woorden over "Mudtown"
van Jim Armstrong & Sonic Deli Band schrijven, waarna ik mij stilletjes
terugtrek. Toch, hoewel ik urgentere aankopen dan alweer zo'n Tom Petty, John
Hiatt of John Mellencamp kloon kan bedenken, krijg je met "Mudtown"
zo'n vijftig minuten aan stevig rockende country. Let wel: nu eens geen ingewikkelde
arrangementen, maar lekker in het gehoor liggende twang met teksten die zich
voor de afwisseling eens niet in poëtische of cryptische bochten wringen,
maar die ons vertellen waar het op staat - dat is de countryrock die ik graag
mag horen. Meestal klinken de songs van die John Mellencamp-, John Hiatt-achtige
types, niet zo bijzonder, maar de heren hebben allemaal het hart op de tong
en hun hart moet wel van goud zijn. De dertien eigen songs gaan stuk voor stuk
over het hectische stadsleven en allerlei universele thema's die daarbij horen.
Zoals over de natte ellende van New Orleans in het openende "Heaven Only
Knows" met gitaarsolo's van Kenji Miura en zijn wandelingen door Toronto
in de titeltrack. Naast deze twee sterke openers behoren, de feel-good song
"Gypsy", het Springsteen-achtige "Two Shooting Stars", de
piano-gedreven "Tomorrow's Gonna Be Grand" en "When It Rains",
waar hier het gitaarwerk laat denken aan bluesman Robert Cray terwijl het vocale
meer de richting van een John Hiatt of Joe Cocker kiest, tot de prijsnummers
van Amstrong's ongecompliceerde arbeidersrock. Voor iemand die al zovele jaren
aan de weg timmert, die samen met Andrea Poulis het indielabel Sonic Deli Records
runt, die naast singersongwriter ook een multi-instrumentalist en producer is
en eigenlijk in categorie van oude rockers valt, lijkt Jim Armstrong over een
onuitputtelijke bron van jeugdigheid en energie te beschikken. Klonk de plaat
na de eerste draaibeurten nog een beetje saai of in ieder geval niet heel bijzonder,
na enkele uurtjes ermee doorgebracht te hebben, wiebel je ineens mee met je
voeten en ga je verdorie nog verlangen naar meer. Jim Armstrong maakt recht
toe recht aan countryrock vol traditionele thema’s en zingt gepassioneerd,
met een heerlijk rauwe stem. "Mudtown" is zo'n typische plaat die
je op ieder willekeurig moment kan draaien. Ja, beste vrienden, ik durf zelfs
voor een kratje bier te wedden dat meneer Armstrong het ook op verjaardagsfeestjes
goed doet, maar dan moet je natuurlijk wel ongevraagd die cd tussen de cadeaus
verstoppen. "Mudtown" is gewoon een fijne rockplaat met wat flarden
blues en country, zoals het hoort. Gaat de wereld dan eindelijk van Jim Armstrong
horen?


ZEDHEAD
TEXAS CUFFLINKS
Website - myspace
mail: zedheadrock@aol.com
Label: Shovelhead records
Deze
Canadese boogieband, die een gestaag groeiende live reputatie begint te krijgen,
opereert in het kielzog van bands als ZZ Top, Stevie Ray en andere Texaanse
bluesgrootheden, stevige bluesrock met een boogie injectie. Hun cd heet dan
ook "Texas Cufflinks", en hun zuiders klinkende bluesmuziek heeft
reeds menig Noorders, Canadees podium doen ontdooien, wat zeg ik, doen smelten.
Ze zijn graag gezien gasten op menig bluesfestival en bikerfests, beachfestivals
en overal waar er plaats is om te partie-en, maar ook de kleine clubs en bars
zijn ideaal voor hun typische boogiesound. "Texas Cufflinks" is een
pracht van een cd geworden, vol met down home bluesy songs. Drijvende elementen
achter deze sound zijn Fog Johnny, met zijn stuwende bas, en zijn echte ZZ Top
look, maar ook natuurlijk de voortreffelijke leadgitaar van Neal Chapman en
Chris Lingard op drums, die een superstrakke beat neerlegt en "Smilin".
Bob Adams op mondharmonica om nog een scheut meer bluessound te integreren.
Even dit kleinnood doorlichten.”Texas Twister opent het rijtje: Neen,
geen Stevie Ray Vaughan song; maar een echte onvervalste boogie in ZZ Top ritme,
zoals op diens eerste cd’s, erg in de sfeer van "Tush". "Fast
Ford Freddy" lijkt wel geschreven voor iemand die ik goed ken, nietwaar
collega's van Rootstime? Prima nummer trouwens. "Shotgun", voor sommigen
onder U die niet meer tot de jongsten behoren, welbekend in de versie van Junior
Walker, maar hier Southern Fried en van pittige kruiden, gitaren en mondharmonica
voorzien, omgetoverd tot een heavy Texan bluessong om van te snoepen. Erg in
de ZZ Top richting gaat "Mortal Man", je zou haast denken dat Billy
Gibbons even komt meedoen op guest vocals en gitaar, maar nee het is Fog Johnny
en Neil Chapman zelf die voor al dit moois zorgen. En zo gaat het maar door,
stuk voor stuk songs die heel dicht in de buurt komen van die baardige Texanen.
Het mooie echter is dat deze Canadese band niet probeert een imitatie ZZ Top
te zijn, ze hebben wel degelijk een eigen gezicht en sound, maar wie gek is
op wat Texaanse goede boogie met veel smeuig gitaarwerk, zal duimen en vingers
aflikken. "Voodoo Love" en "Cheapseats" is heerlijke bluesy
Texas rock. "Cock Of The Rock" begint met een "Funk 49"
achtige intro à la James Gang. "Good Lovin" is weer zo’n
mean boogie, je kan moeilijk stilzitten bij deze plaat, je kan je voorstellen
wat hun concerten moeten zijn, en naar wat ik hoor zijn ze uitstekend, heren
organisatoren, hier ligt nog onontgonnen terrein! "Front Porch" is
niet voor jeugdige oortjes, maar anders dan de titel zou laten vermoeden gaat
het eerder over de "back porch", wat ander te zeggen van tekstfragmenten
als "My big ass woman, she likes to sit on my rigid frame." Is zowat
het braafste fragment, dat nog net voor publicatie vatbaar is. Uitsmijter "The
Big Smoke" is de naam uitsmijter wel degelijk waardig, want de heren smijten
zich nog eens met volle overgave in deze song, een shuffle met alle ingredienten
nog eens lekker dik aangebracht. Texas met een hoofdletter. Weinig aan te merken
op deze cd, alleen dat ze te kort is. Met een speelduur van om en bij de 40
minuten is ze sowieso te kort, zestig was beter, maar van mij mocht ze minstens
tachtig minuten duren. Boogiebrothers, Bikers,
Bluesfanatics, Buy, Because
(it’s) Bloody Breathtaking.
(RON)

THE
BROS. MARLER
SONGS FOR PLUTO
Website - myspace
Mail: brosmarler@charter.net
Label: Eigen Beheer
cdbaby
Drew
en Daniel Marler zijn The Brothers Marler. Beide 33 jaar oude tweelingbroers
zijn liedjesschrijvers en multi-instrumentalisten die sinds 1996 actief met
muziek bezig zijn in Athens, Georgia, USA. Moeder was piano-lerares en vader
een schrijver. Muziek werd hen van jongsafaan ingegeven met de paplepel en door
de interesse van hun ouders leerden ze heel verschillende muziekstijlen kennen.
Toen ze nog met hun studies bezig waren gingen ze elk een eigen weg maar nadat
ze afgestudeerd waren besloten ze om samen te gaan optreden met een mix van
folk, blues, jazz en soulmuziek. "Songs For Pluto" is hun eerste album
waar ze al hun energie en talent in gestoken hebben. Een bijzonder mooi hoesje
(net een fragment uit een lokale krant) met bijhorende songtekstenboekje is
het eerste wat opvalt aan deze CD, maar eens dat je het schijfje in de stereo
schuift hoor je ook nog eens vlotte en melodieuze popsongs. De broers spelen
alle instrumenten op dit album zelf en Drew Marler verzorgt de meeste vocalen
op de tien nummers die op "Songs For Pluto" zijn terug te vinden.
Met "Devil's Summer" wordt jazzy afgetrapt en daarna wordt resoluut
de kaart pop getrokken met een haast angstig en gespannen gezongen song "Promises".
Het dient vermeld te worden dat de stemkwaliteiten niet altijd even schitterend
zijn en er soms lichtjes onjuist gezongen wordt, maar echt storend is dit niet.
The Bros. Marler hebben ook bijzonder goed geluisterd naar mensen als Neil Young
en Bob Dylan waar ze hun belangstelling voor het tekstuele haalden en ook de
vaak terugkerende mondharmonica doet reflecties aan beide artiesten opduiken,
zoals bijvoorbeeld in "Little Aries Girl" en "Kerouac" (over
de populaire legendarische schrijver Jack Kerouac). Het schrijverstalent van
hun vader valt terug te vinden in de knap opgebouwde verhalen die ze in elke
song proberen te vertellen. Zelfs de invloeden van the Beatles hoor je in het
swingende en jazzy gebrachte "Hurricane". Wilco en Black Crowes komen
ook even om de hoek kijken in het nummer "Falling From Grace" en Elliott
Smith wordt herboren in "The Lion's Share". Om af te sluiten : "Songs
For Pluto" is een verdienstelijk debuut van deze veelbelovende tweeling.
(valsam)

HARPER
DAY BY DAY
Website
Label: Blind Pig
Distributie: Parsifal
Management: Terry Robbins
E-Mail: tr4747r@yahoo.com
VIDEO
Worldblues.
Zo kan je best de cd "Day Dy Day" van de 24 jarige Harper beschrijven.
Een deel van hem is een blues - mondharmonica meester, het andere verkent de
grenzen van het ritme. Hij is een artiest die alle lijnen tussen, rock, blues,
soul en wereldmuziek met deze release wegvaagt. Hij demonstreert hier met veel
klasse zijn virtuoos bluesharpspel, omgeven door funky basritmes. Zijn zanglijnen,
soms blues georienteerd, soms in ware motown soulstijl, maken van deze cd een
heel aparte unieke moderne bluesplaat, die zoals ik zei best te omschrijven
is als worldblues. Immers, zijn pure mondharmonica geluid is een mengeling tussen
Sonny Boy Williamson, Little Walter en Stevie Wonder, wiens typische stem en
zangstijl in een paar nummers dicht in de buurt komen (o.a. "I Must Be
Dreaming") en zijn songs zijn rustige verhalen, zoals J.J Cale zijn meesterlijke
luie songs brengt. Daarbij heeft de jonge Harper de moed om dit alles nog te
mengen met didgeridoo, die hij verwerkt tussen moderne percussieritmes. De kunst
is dat hij van deze mengvorm, die als je de beschrijving hoort, eerder op een
hutsepot lijkt, weet om te smelten tot een mooi geheel, een uiterst aparte benadering
van het world genre. Hij maakt gebruik van moderne effecten om de didgeridoo
en mondharmonica, twee eeuwenoude instrumenten, een moderne, up to date geluid
te geven. Dat hij gebruikt maakt van didgeridoo komt natuurlijk omdat hij in
Australië, meer bepaald in Perth woont, waar hij als kleine jongen naar
toe verhuisde na zijn geboorte in Engeland. Dit is reeds de vijfde cd van Harper,
maar enkel de laatste 2 zijn, zoals dikwijls met Australische artiesten, hier
vlot verkrijgbaar, de anderen zijn enkel down under verkrijgbaar... Dus wil
je een van de meest origineel klinkende blues cd’s van het jaar kopen,
schaf je gerust deze aan. Je krijgt waar voor je geld, een apart bluesgeluid
met de diepe dreunde didgeridoo, funky baslijnen, strakke percussie, ijzersterke
composities met die mooie rustgevende stem van deze jonge artiest, en bovenal
zijn bluesharp, want hij heet niet voor niks Harper.
(RON)


ALBERT
CASTIGLIA
A STONE'S THROW
Website - myspace
Email: alcastigliaband@bellsouth.net
Management: Rick Lusher
Label: Blues Leaf Records
bluesleaf@aol.com
VIDEO1
- Trouble In Mind
VIDEO2 - Hurricane Blues
VIDEO3 - Sittin & Waiting
VIDEO4 - Hoodoo Man Blues
VIDEO5 - Closing Time
VIDEO6 - Hendrix Jam
VIDEO7 - I Shall Be Released
VIDEO8 - Chicken Shack Blues
Albert
Castiglia is geboren op12 aug.1969 in New York, tijdens het welgekende weekend
van het Woodstock festival, en begon in 1990 als gitarist bij The Miami Blues
Authority. Na zeven jaren met deze band als gitarist/vocalist een dynamische
stijl te hebben ontwikkeld won hij in 1997 de award voor "Best Local Blues
Guitarist for 1997" (Miami New Times Magazine). In datzelfde jaar maakte
hij de overstap naar de band van Chicago blues legende Junior Wells (zie foto),
waar hij verder de knepen van het vak leerde. Na het overlijden van Junior Wells
in 1998, speelde Albert met belangrijke artiesten en bands als Sandra Hall,
Pinetop Perkins, Aron Burton, Ronnie Baker Brooks, Sugar Blue, Melvin Taylor,
Ronnie Earl, Billie Boy Arnold, Phil Guy, John Primer, Lurrie Bell, Jerry Portnoy,
Larry McCray, Lee Oskar, Michael Coleman, J.W. Williams, Little Mack Simmons,
Eddy Clearwater, Jimmy Burns en Otis Clay. Junior’s band kreeg wat later
de naam "Hoodoo Man’s Band", en hiermee tourde Albert enkele
jaren tot deze band de backing ging verzorgen van Sandra Hall, bekend als "Empress
of the Blues". In 2001, besloot Albert aan zijn solo carrière te
beginnen en nu zes jaar later is Castiglia een gitarist die zijn eigen stijl
heeft ontwikkeld en eigen nummers schrijft. Buiten de vele optredens was er
wel even tijd voor de opname van zijn debuut-CD "Burn" (2002) en nu
is er zijn nieuwe: "A Stones Throw". Deze muziek kan je je zowel perfect
voorstellen in een donkere kroeg waar iedereen somber met een whisky zit, als
op een festivalweide. Het ene moment spelen ze hevig en agressief, even later
spelen ze songs waar men blue (mistroostig, melancholisch...) van wordt. De
ingrediënten van deze CD's zijn blues en rock met steeds een fantastiche
bezetting. Castiglia heeft momenteel vier begeleiders die hem tenvolle steunen
in de realisatie van zijn eigen visie op de bluesmuziek. Steve Gaskell op bass,
Jerry Mascaro op keyboards en drummer Bob Amsel schakelen naadloos van rhythm&blues
over jump naar boogie in twaalf nummers op deze "A Stones Throw",
waarvan Castiglia zelf vier nummers schreef. Op twee nummers hoort u ook gastharmonicaspeler
Sandy Mack. De eerste gitaargeluiden verraden al direct het vervolg op hun laatste
album "Burn". Het eerste nummer "Big Toe" vertrekt van een
eenvoudig bluesschema, snel wordt duidelijk dat deze muziek naar technische
hoogstandjes mikt, zoals ook "Walking Blues" met het prachtige slidewerk.
De bas en drum houden de gitaar van Castiglia in het gareel terwijl de gitaar
langzaam maar zeker hun georchestreerd gevecht beginnen. De CD gaat verder met
opzwepende klanken, een gedreven stem en vooral de gitaar met een vette klank.
Het swingende ritme dat af en toe te horen is maakt het geheel levendiger. Bij
momenten spelen Castiglia & Band onvervalste rock, maar dan wel rock die
opgebouwd is uit mooi samenklinkende gitaarimprovisaties. Ook voor de rustigere
nummers, zoals de akoestische tracks "Ghosts of Mississippi" en "Hoodoo
man Blues" is plaats gemaakt zodat er voldoende ritmewijzigingen zijn.
Deze nummers speelde hij zeker nog in de periode van wijlen J. Wells. Castiglia
laat zich hier van een andere kant zien, meer ingetogen in plaats van het ruige,
soms complexe gitaarspel. Mooi blijft het wel, de aandacht voor de muzikale
afwerking wordt nooit uit het oog verloren. Overigens een sterk nummer op deze
CD is "Hurricane Blues", een zelfgepend nummer naast zijn drie andere
originals: "Speed On", "Crying the Blues" en "Someone
Else's Problem". Sterkte teksten moet men hier evenwel niet verwachten,
Albert Castiglia & band willen muzikaal hun ding doen, en dat de band niet
vergeten is dat ze mooie muziek moeten maken in plaats van te bewijzen hoe technisch
en snel ze wel niet kunnen spelen blijkt trouwens op dit gevarieerd album waarop
we een blues-a-billy sound horen op "Sittin and Waitin", de klassieker
van Robert Johnson maar ook een Elvin Bishop cover "Party Till the Cows
Come Home". Op "A Stones Throw" hoor je meer verschillende invloeden
in een mix van blues en boogie, overgoten met een flinke scheut rock. Vervelen
zal deze muziek niet doen omdat de nummers onderling variëren.

THE BLACK CRABS
BLAST OFF!
Website - MySpace
Label : Eigen Beheer
Info: Jonathan@theblackcrabs.com
kirstenballweg@gmail.com
Tom@theblackcrabs.com
Was
ik al in mijn nopjes met het fraaie album "Hello Baby" van the Donettes
Dan beslisten Jonathan Stuart, Kirsten Ballweg en Tom Forster of te wel 3/4
van the Donettes er nog een schepje boven op te doen. Onder hun drietjes besloten
zij om hun vertrouwde Seattle rockabilly onder te dompelen in een badje van
Garage, Western swing en de toevoeging van wat Surf (bad) schuim. Blijkbaar
konden zij hun ei niet volledig kwijt bij the Donettes en daarom werden The
Black Crabs opgericht. De traditionele rockabilly liefhebber zal eventjes met
de oogjes knipperen want "Blast Of ", "Stink Bomb" en "Dirty
Old Man" knallen iets "luider" uit de boxen als wij gewoon zijn
van the Donettes en ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat een aantal western
swing songs ("Pickup Line", "Cat's Pajamas", "Dangerous
Curves") een Robbie Fulks (humor) stempeltje dragen. Bovendien spitst zich
de aandacht bij the Black Crabs nu meer op Johnny 7's songwriting en Kirsten's
gepluk op de doghouse bass & het slagwerk van Tom Forster, die met dit album
bewijst dat hij behoort tot een van de beste rockabilly/roots drummers. De traditionele
rockabilly/ Donettes liefhebber kan nog wel zijn hartje ophalen met "Can't
Find The Doorknob" (het gevolg van een avondje doorzakken?), "Ready,
Ready, Ready", de klassiekers "Sweet Sweet Girl" (Don Gibson),
"Singin' the Blues" (M. Endsley), "Poor Jenny" (B &F
Bryant), de rockabilly train song "Shelton Express" en het surfsoundje
op "Rink Lay" maar zal eventjes tijd nodig hebben om te wennen aan
de "iets" andere muzikale aanpak van dit trio. Voor deze jongen geen
enkel probleem want voor je het weet krijg je dezelfde toestanden als in het
blueswereldje dat zich langzaam maar zeker herstelt van het eeuwigdurend verder
geborduur op de "twelve bar blues" en dat kunnen wij in het rockabilly/roots
wereldje missen als de pest. "If we were just a rockabily revival band
we'd get bored, so we are genre benders, mixing in the many influences that
make us want to play" (Jonathan "Johnny 7" Stuart). Gelijk heeft
hij!
(SWA)
THE BLACK
CRABS ON TOUR
9/8 : Geel (B) @ Bacchus
10/8 : Zottegem (B) @ Parkconcert
11/8 : Luxembourg (Lux) @ HOG Meet
12/8 : Ottenburg (B) @ Het Zevende Zegel
12/8 : Mortsel (B) @ Cafe BP
14/8 : Hamont (B) @ Cafe Pebbles
15/8 : Horst (Hol) @ Caf Cambrinus
16/8 : St.Jozef Rijkevorsel(B) @ San Severia Salon
17/8 : Hoogstraten (B) @ Gevangenis
17/8 : Antwerpen (B) @ Kids R&B Kaffee
18/8 : Wespelaere (B) @ Swing-Wespelaere
18/8 : Oosthoven (B) @ Õt Safirke
19/8 : Breda (Hol) @ Harley-treffen
19/8 : Purmerend (Hol) @ CaddyÕs Diner
ZIE OOK EXTRA SUPPORT

DIRTMINERS
AMERICAN TYPEWRITER
Website - myspace
Mail: info@dirtminers.com
Label: Animalville Records
cdbaby
Een
vijfkoppige band uit Vermont brengt een populaire mix van dansbare popsongs,
rockmuziek en Americana. Ze zijn nog maar enkele jaartjes bezig en hebben in
2004 een eerste EP-tje uitgebracht met de titel "Meat
And Electricity". Daar volgt nu een eerste full-CD op met de titel
"American Typewriter". De groep draait rond de centrale figuur van
zanger-gitarist-songschrijver Raph Worrick en verrast ons zeer aangenaam met
dit schijfje dat in totaal 21 nummers bevat, waarvan eigenlijk maar 10 echte
songs zijn en de rest 11 korte stukjes geluiden, lawaai of grapjes die als bindmateriaal
moeten dienen. Dit was echt niet nodig en komt zelfs af en toe als storend over.
Maar voor de rest niets dan lovende commentaar op "American Typewriter".
Als de groep optreedt durven ze nogal eens van bezetting te wijzigen door soms
met 2 man op te treden en een andere keer met een tiental muzikanten. In de
muziekpers wordt hen het etiket van look-alikes van The Faces, T. Rex en Graham
Parker opgekleefd. In heel wat van de nummers op deze CD neemt de countrysound
de bovenhand maar vaak wordt er ook luchtig op los geswingd. Een absolute topper
is de eerste song op het album: het ronduit schitterend gezongen en op een spannende
en opzwepende beat drijvende "Sweet Loneliness". Als ballad steekt
"Previously Loved" er dan weer met kop en schouders bovenuit. In een
bont allegaartje van country, pop, folk en blues weten de Dirtminers doorheen
elke song aangenaam te verrassen. De productie van de liedjes is haast perfect
en levert een voor elk oor zeer aangename sound op. Nog snel even enkele andere
aanraders : het swingende "Coffee All Morning", de uitermate mooie
ballad "The Flying Girl", het even mooie, op een prachtige riff drijvende
"My Lovely Assistant" en uiteindelijk ook de titeltrack "American
Typewriter". Verder kan ik je alleen nog ten zeerste aanraden om op cdbaby
eens te gaan luisteren naar enkele songs van dit album en het schijfje daarna
snel aan te schaffen voor privé-consumptie. Bij mij komt ie in elk geval
in mijn CD-verzameling terecht en ik zal er gegarandeerd regelmatig naar teruggrijpen.
(valsam)

CHARLES
BURTON
I WOULDN'T LIE TO YOU
Website
E-mail: info@charlesburton.com
Label: Eigen beheer
cdbaby
Zijn tweede
werkstuk is deze "I Wouldn't Lie To You" van Charles Burton, de kaalhoofdige
gitarist uit Californie. Met zijn debuut, het titelloze "Charles Burton
Bluesband" had hij reeds laten horen een veelzijdig gitarist te zijn. Toen
reeds hoorde ik veel invloeden van Robben Ford in zijn gitaarstijl, maar eveneens
in zijn stem, een soort crossover jazzy blues, verzorgd, met een ietwat gepolijste
sound. Met deze versterkt zich die indruk nog meer. De openingssong "I
wouldn't lie To You" is bluesrock, maar van het beschaafde soort, net als
"Big Eyes" een shuffle in Albert King stijl, maar met de scherpe hoekjes
netjes weggeschuurd. Ondertussen is er "Cuba" al geweest, een mooie
laid-back jazzy instrumental met wat Latijns-Amerikaanse invloeden. Even laat
Charles horen dat hij ook wat ruiger kan in "That's How we Do it Downtown"
een funky bluesrock song waar hij zich toch wat meer laat gaan, en niet zo binnen
de lijntjes kleurt als op de andere songs. Het begrip slowblues krijgt zijn
volle betekenis in het tergend langzaam gezongen, vreemde nummer "My Baby
Don't Love Me" dat klinkt of het opgenomen is na een dosis valium. Apart
is ook "Block Party" een funky shuffle waar Charles weer laat horen
een gitarist te zijn die thuishoort tussen de groten. De Charles Burton Bluesband
is een trio, wat weinig ruimte laat voor veel variatie, tenzij ze van de gitaar
van Charles zelf zou komen, en we mogen wel zeggen dat dit nu net de kleine
zwakte is van deze cd. Charles is een uitstekend gitarist, die echter op elk
nummer praktisch datzelfde gitaargeluid heeft, of het nu om boogie gaat, jazz
of slowblues, er zit weinig variatie in de sound van de gitaar zelf. Desondanks
een mooie bluesrelease van een uitstekend gitarist die de ganse cd vulde met
eigen materiaal.
(RON)