ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


ANSHELLE - REWIND PLEASE

THE BRITISH BLUES QUINTET featuring MAGGIE BELL - LIVE IN GLASGOW

THE AMPRAYS - LOW SUN FIRE

SISTER SOUL - LOVE RULES / THE NASHVILLE DEMOS

VARIOUS ARTISTS: WELCOME TO THE CLUB - EARLY FEMALE ROCKABILLY

DOWNCHILD - Special: Live at the Palais Royalle (2007) * Come On In (2004) * Good Times Guaranteed (1994) * Lucky 13 (1997) * So Far: A Collection of Our Best (1977) * Bootleg (1971)

SIR OLIVER MALLY's BLUES DISTILLERY - RADIO

ERIK VIEL - OFF THE BEATEN TRACK

PARSONS & THIBAUD - PARSONS & THIBAUD

JIMMY HALL - RENDEZVOUS WITH THE BLUES


 

ANSHELLE
REWIND PLEASE
Website - myspace
Mail: info@anshelle.ch
Label : Urban Angel Music
Distr. : Hemifran
CD Baby

 

Zwitserland als leverancier van een nieuwe groep. Het is eens wat anders. Buiten de lekkere kazen en chocolade hebben ze blijkbaar ook nog een popgroep om duimen en vingers bij af te likken. Anshelle is een vijfkoppige formatie uit de Zwitserse hoofdstad Bern die gevormd is rond zangeres Michèle Bachmann en componist Sandro Marretta. Samen schrijven ze de nummers voor de groep, net als ze deden voor het eerste album uit 2002, getiteld “Part Of The Game”. Gitaarpop à la U2 en met ook af en toe wat pianoklanken à la Coldplay plus een zangeres wier soulvolle stem klinkt als Alanis Morissette of als Sharleen Spiteri van de Schotse popgroep Texas. De melodieuze sound van die groep klinkt trouwens ook door in een hele reeks liedjes op “Rewind Please”, de tweede full-CD van Anshelle. De catchy songs “Little Mountain” en “Stereophonic Girlfriends” kunnen daarbij als dienstdoend schoolvoorbeeld dienen. Meestal gaan de liedjes over vrolijke dingen in het leven van elke dag, zoals “Soulmate” en “Faith”, maar af en toe komt ook de droevenis naar boven zoals in “Unperfect Woman” (een typische Texas-ballade) en het hartverscheurend emotionele en sentimentele “Bye Bye”. De eerste single uit dit album “Hayfield (bring me back)” is een nostalgische terugblik naar de jeugdjaren en de omgeving waarin die puberteit werd doorgebracht. Voor Michèle Bachmann was dat in het Zwitserse dorpje Wileroltigen met zijn 400 inwoners, volgens haar het allermooiste plaatsje op deze wereldbol. Afgesloten wordt het album met twee positief geïnspireerde songs. “I’m Alright” en “Taking Over Me” zijn moderne popsongs over de emoties die we allemaal wel eens doorstaan in ons dagelijkse leven. De mooie en warme stem van Michèle Bachmann geeft elk nummer een speciaal cachet. De manier waarop ze de liedjes overtuigend en klasserijk inzingt beloven veel goeds voor de toekomst van deze band. In eigen land zijn ze al sinds meerdere jaren vooraanstaande muzikanten en spelen ze voor uitverkochte zalen, soms ook als voorprogramma van de daar razend populaire DJ Bobo. Nu is Anshelle klaar voor een volgende fase in de muzikale carrière en lonkt de groep hoopvol naar het buitenland. Bij Rootstime zijn we alvast ten volle overtuigd.
(valsam)


 

 

 

THE BRITISH BLUES QUINTET featuring MAGGIE BELL
LIVE IN GLASGOW
Website
Label: Angel Air

 

Op 3 maart van dit jaar had in "The Ferry" in Glasgow een concert plaats van the British Blues Quintet met als vocaliste "extraordinaire" de blues queen Maggie Bell, the Mother of British blues. Je kan haar zowat de vrouwelijke Rod Stewart noemen, er is ook die schuurpapieren stem en temeer omdat in de periode dat Stewart naam kreeg, zij ook volop aan haar carrière bouwde met de band Stone The Crows, tot in 1972, gitarist en tweede zanger Lesley Harvey stierf op 't podium door electrocutie, net op 't moment dat de band internationaal ging doorbreken. Lesley was een prima gitarist, en hoewel een vervanger gevonden werd, splitte Stone The crows en ging Maggie solo. Twee albums maakte ze, "Queen Of The Night", lange tijd één van mijn favoriete platen, gevolgd door "Suicide Sal", ze zong ook nog met Rod Stewart op "Every Picture Tells A Story" en op dat album zong Rod "Maggie May", ... toeval? Tweede lid van het vijftal is Zoot Money, bekend van Alexis Corner, Alan Price, Kevin Coyne, Kevin Ayers en zijn eigen Big Roll Band. Dan hebben we nog Miller Anderson, die 5 album als zanger gitarist bij Keef Hartley Band speelde, en hij was de reden waarvoor ik die platen kocht, want hij was als gitarist en zanger de beste in zijn vak toen. Waarom er nooit een Miller Anderson band was heb ik nooit begrepen. Hij speelde ook nog bij Savoy Brown, Chicken Shack, Spencer Davis, Donvan en dan vergeet ik er nog wel een paar.Volgende big name is Colin Hodginson, bassist, ook bekend van Alexis Corner, en de groep "Backdoor" een band waarin de bas op de voorgrond kwam, zeer ongebruikelijk in die tijd. Later speelde ook hij bij Spencer Davis, verhuisde voor enkele jaren naar Amerika en speelde daar twee jaar met Jan Hammer in de periode dat deze de muziek voor Miami Vice schreef. Colin Allen, de drummer, is ondanks het feit dat de naam weinig mensen iets zal zeggen, is ook niet van de minsten, weinig drummers krijgen echt naam, maar hij verdient wel beter, hij begon ook met Alexis Corner, vervolgens speelde hij een jaartje bij Mayall (tijdens de opnames en tournee van "Laurel Canyon"), en daarna volgden Stone The Crows, Focus (wereldtournee, 15 maanden) daarna een Amerkaans tournee van Donovan, terug Mayall (3 jaar), daarna in de Band van Rod Stewart en Bob Dylan. Zo dan weet je dat op deze live opname een band van topmuzikanten aan het werk is, die, zoals men zegt, alle watertjes doorzwommen hebben. Dat hoor je dan ook voldoende. Begint 't nog eerder gewoontjes, met "What You Got Is So Good" een shuffle om de boel op temperatuur te krijgen; de daarop volgende soulvolle versie van Deadric Malone's "As The Years Go Passing By" zet dadelijk de toon voor de rest van de avond. Maggies stem is "op temperatuur" en ze laat horen wat een door de wol geverfde blueszangeres kan met haar stem, Miller Anderson haalt de hoogdagen van Keef Hartley nog even in herinnering en het nummer, alhoewel vaak gecoverd, is meteen een hoogtepunt. Maar er komen er nog. Miller Anderson brengt een mooie versie van "Tamp 'Em Up Solid". Een van Maggie's favoriete songs "Penniceline Blues" van Sonny Terry & Brownie Mc Ghee krijgt ook een fantastische uitvoering met Maggie en Miller om beurten in de hoofdrol. Robert Johnson's "Walking Blues", Delbert McClinton's "I Wanna Thank You Baby" allemaal nummers die ervoor zorgen dat deze plaat blijft boeien van begin tot einde. Een live opname gevuld met meestal bekende covers, normaal een gevaarlijk gegeven, dat vlug voor verveling kan zorgen, maar muzikanten van dit kaliber kunnen dat probleemloos omtoveren in een boeiend uurtje luisterplezier. Chapeau!
(RON)


 

 

THE AMPRAYS
LOW SUN FIRE
Website
Mail: amprays@sbcglobal.com
Label : Eigen Beheer
CD Baby

 

 

Tien liedjes in nauwelijks een half uur, dan besef je direct dat The Amprays songs van nauwelijks twee en halve minuut brengen. Gelukkig is er “Someone Has My Drug” dat vijf minuten inneemt. Zanger Kevin Grasha - die vroeger zanger-gitarist was bij de band Rosavelt en professioneel als journalist door het leven gaat - vormt sinds begin deze eeuw The Amprays samen met zes andere muzikanten. In 2001 verscheen hun eerste album “Bliss & Its Consequences” en nu is er nummer 2 “Low Sun Fire”. Deze CD werd om vooralsnog onduidelijke redenen opgenomen in Cleveland, Ohio in een betonnen schuilkelder voor bommen. Hun muziek opereert in de regio alt-pop en rock en wordt in de vakpers vergeleken met Wilco en Guided By Voices. De liedjes zijn moderne popsongs die nergens vervelen gaan, misschien ook omdat mooie liedjes niet lang duren. Opener “Levitate” zet de toon voor de andere songs op dit album. “Less Than Safe At Last” en “The Sound Of Falling Apart” zijn vlotte liedjes waar je niet heet bij wordt maar een lichte glooiing van warmte is toch waarneembaar. Die gevoelstemperatuur stijgt nadrukkelijk bij het rockende “I Woke Up” om daarna nog hogere regionen op te zoeken in de eerder vernoemde ballade “Someone Has My Drug”. Titeltrack “Low Sun Fire” is een rustige song van amper 2 minuten en de daarop volgende popsong “Enough Down” duurt nauwelijks langer. Dan is het al tijd om de deuren te sluiten met gelukkig voor ons het mooiste nummer op deze schijf “Ghost In The Water”, een emotioneel gezongen ballade in de stijl van Michael J. Sheehy en Sophia. Alleen al voor deze song verdienen The Amprays een behoorlijke portie krediet. Zou het opnieuw zes jaar duren om nog eens 30 minuutjes goede muziek bij elkaar te schrijven?
(valsam)


 

 

SISTER SOUL
LOVE RULES
Website - myspace
Email: sistersoul@sistersoul.com
Label: Mojogirl

 

Deze band Sister Soul zit momenteel in de studio ergens in Nashville te werken aan hun akoestische cd "Soul Of A Woman". Ze zonden ons hun debuut uit 2001 en een demo met een voorsmaakje van de nieuwe cd. Hun debuut heet "Love Rules" en het voorsmaakje van "Soul Of A Woman" kreeg de werktitel "The Nashville Demos" mee, en is niet te koop, maar werd naar een aantal radiostations en andere muziekmedia gestuurd, waaronder "Rootstime": dé website voor de muziekliefhebber met smaak!
We gaan ze even onder de loep houden, in chronologische volgorde voor de goede orde. Sister Soul is in feite de in San Francisco geboren Chrissy Colangelo. Ze is een gepassioneerde zangeres met één verslaving: optreden. Of ze nu blues zingt, of country, of één van haar eigen composities, ze levert kwaliteit. Ze is een zangeres met een stem vol gevoel,die tegelijkertijd dwingend en overtuigend haar sterke teksten brengt. Ze beschrijft haar muziek zelf als een mengvorm van folk, rock, blues, country, bluegrass en Amerikaanse tradionele muziek.Vooral als songschrijfster kent Sister Soul succes vanwege haar ongeevenaarde kwaliteit. Het muziektijdschrift Relix koos haar nummer "Take Me Home" uit meer dan duizend verschillende inzendingen, en met die song mocht ze als nieuwkomer op hun compilatie cd tussen een aantal grote namen. Maar dit is niet de enige award, ze won in het totaal een vijftal songwriters wedstrijden, o. a. bij "Bilboard" en de MTV tegenhanger VH1. In 1994 begon ze met optreden, eerst alleen, met akoestische sets. In korte tijd had ze echter een krachige professionele band achter zich en speelde ze op festivals. Dit resulteerde in een debuut op haar eigen label "Mojogirl", de cd waar we dus nu naar luisteren. Ik ga de lange rij muzikanten die erop meespelen niet noemen, maar ik kan wel een ding vertellen, het klinkt uitermate goed. Niet alleen is Sister Soul een uitstekende zangeres en songschrijfster, de muzikanten achter haar, hoewel geen echte grote namen, zijn vakmensen. Haar stem beschrijven is moelijk vanwege de diversiteit, er is echter één constante: passie. Ze zingt haar teksten met eengevoel en nadrukkelijke overredingskracht die ik zelden gehoord heb. Als ik dan toch namen moet noemen, heb ik een voordeel op de Amerikaanse pers, die namen noemen als Janis Joplin, Bonnie Raitt en Linda Ronstadt, maar die hebben er slechts van ver mee te maken volgens mij. Waar ik steeds aan moet denken als ik Sister Soul hoor is Sarah Bettens, onze Gentse, maar ondertussen naar Amerika vertrokken gouden stem. Datzelfde hese soulvolle geluid heeft Chrissy Colangelo, niet constant, maar regelmatig, vooral in de lagere regionen, want haar stem is wat hoger dan die van Sarah. "In When It Comes Your Way" is erinderdaad die bluesy Janis Joplin stijl, met mooi gtaarwerk van gitarist Steve Kimmock. De prijzenwinner "Take Me Home" is een Americanasong met pedal steel, die voor het countrysfeertje zorgt, hoewel een serieuze portie blues toegevoegd is. Mijn favoriet is echter "Rest Of My Days" een ingetogen, bezwerend gezongen smeekbede aan haar geliefde om altijd bij haar te blijven, en deze jongedame meent het, dat hoor je zo. "Done For Me" is weer met zoveel vuur gezongen en heeft ongeveer 't zelfde thema: de eeuwige onvoorwaardelijke liefde, en om dat nog kracht bij te zetten, laat de gitarist Steve ook eventjes zijn hart spreken. Song voor song is deze cd aan één thema opgehangen, en daarom heet ze natuurlijk ook zo: "Love Rules". Het relaxte en zwoele bluesnummer "Homegrown" en het jazzy "I Just Can't Hide From Goodbye" zijn de songs waar het Sarah Bettens gehalte het hoogst is. Zelden een plaat gehoord waar teksten en uitvoering zoveel passie bevatten. Spijtig dat we niet dichter bij Valentijn zitten, of ik had weer een cadeautip voor jullie.

 

 

 

SISTER SOUL
THE NASHVILLE DEMOS

 

Met het voorgaande is al duidelijk aangetoond dat Sister Soul niet de eerste de beste zangeres is met een stem die uniek is in zijn zeggingskracht en emotie. Al mis ik de ondersteuning van een sterke band zoals de hare op "Love Rules", toch komt in deze context met enkel haar gitaar en de bas van Liam Hanrahan, die ook haar bassist was op "Love Rules", de nadruk nog meer op haar stem en teksten te liggen. De zes songs op deze mini democd kunnen echter niet zo overtuigen als "Love Rules". Prachtig gezongen, dat valt niet te betwisten, maar de composities zijn te braaf en traditioneel "Nashville Country" getint, wat meer Americana of Alt.country songs hadden volgens mij beter gewerkt, omdat haar stem zich daar meer toe leent. Nu echter is het vlakke meezinggehalte van de meeste composities niet van dat niveau, dat een aanschaf van de binnenkort te verschijnen "Soul Of A Woman" een verplichting is. Was de vorige cd nog te beschrijven als Norah Jones meets Janis Joplin, (CD baby lanceert ze ook zo), dan kunnen we dit omschrijven als Woody Guthrie meets Joan Baez. Buiten deze titelsong is de rest enkel een aanrader voor de cowboys en folkies onder jullie. Nog een kleine randbemerking:de hoezen hebben daarenboven beiden zo weinig appeal, en zien er goedkoop uit, zodat ze niet direct tot luisteren aanmoedigen, vinden jullie ook niet. Spijtig want Sister Soul is echt wel een topzangeres.
(RON)


 

VARIOUS ARTISTS
WELCOME TO THE CLUB
EARLY FEMALE ROCKABILLY

Label: El Toro Records - myspace
Email: eltororecords@gmail.com
Cdbaby

 

Welcome to the Club heren! In de eerste helft van de jaren '50 vloeiden hillbilly boogie en rhythm & blues tezamen om een uiterst explosief mengsel te vormen: rockabilly. Opgejaagde, energieke muziek gespeeld door blanke rusteloze nozems die met hun eigen geen raad wisten. Nadat Elvis Presley de toon had gezet, schoten de rockabilly-bandjes als paddestoelen uit de grond. Zowel grote platenmaatschappijen als kleine onafhankelijke labels stortten zich in die tijd gretig op deze fluks opbloeiende muzieksoort en boden zo duizenden jonge rockabilly-bands de kans opnamen te maken. Vele van deze opnamen werden nooit uitgebracht, slechts weinige groeiden uit tot een hit. Maar ook het onvolprezen El Toro Records label roert zich duchtig in dit segment van de goede muziek. Recentelijk bracht dit label verscheidene rockabilly-compilaties uit. Deze compilatie rockabilly bevat een selectie van opnamen die voornamelijk in de tweede helft van de jaren '50 werden gemaakt. We horen hier machtige staaltjes rockabilly van grootheden als Rose Maddox en Jean Chapel, plaatselijke rocksters als Abbie Neal en The Collins Kids - jawel allemaal vrouwen die ten tijde van deze opnamen in de bloei van hun muzikale leven verkeerden. Naast gekende rockabilly queens als Brenda Lee, Wanda Jackson en Janis Martin grossieren vooral Dottie Jones en Betty Barnes in meer obscure hoogtepunten in deze zeer goed samengestelde uitgave met maar liefst 33 rockabilly-opnamen. Behalve de muziek maakt de glasheldere geluidskwaliteit van deze opnamen grote indruk. Nu nog steeds legt El Toro records zich toe op het opnemen en uitbrengen van rockabilly. "Welcome to the Club" - Early Female Rockabilly - laat horen, zoals de titel laat vermoeden, vrouwelijke rockabilly uit die vijftiger jaren en geeft met deze verzameling een prachtig overzicht.

TRACKS:
1 Anita Carter - He's a Real Gone Guy
2 Bunny Paul - Sweet Talk
3 Charline Arthur - Hello Baby
4 Barbara Pitman - Sentimental Fool
5 Jan Smith - It'd Surprise You
6 Patsy Cline - Stop, Lookin & Listen
7 Janis MArtin - Let's Elope Baby
8 Dottie Jones - Honey, Honey, Honey
9 Wanda Jackson - Baby Loves Him
10 The Collin Kids - I'm in Your Teens
11 The Davis Sisters - Everlovin´
12 Rose Maddox - Wild Wild Young Men
13 Sparkle Moore - Skull & Crossbones
14 Brenda Lee - Bigelow 6200
15 Mimi Roman - Little Lovin'
16 Janis Martin - Drugstore Rock'n'Roll
17 Wanda Jackson - Hot Dog! That Made Him Mad
18 Patsy Ruth Elshire - Watch Dog
19 Jean Chapel - I won't be Rockin' Tonight
20 Charline Arthur - Welcome to The Club
21 Bolean Barry - Long Sideburns
22 Nettles Sisters - Real Gone Jive
23 ladell Sisters - Rockin' Robert
24 Barbara Pittman - I Need a Man
25 Bunny Paul - History
26 Sparkle Moore - Rock-A-Bop
27 Rose Maddox - Hey Little Dreamboat
28 Betty Bryant w/ abble Neal's Ranch Girls - I'll Take Back That H
29 Alvadean coker - We're Gonna Bop
30 Betty Barnes - What Would You Do?
31 Connie & The Cytations - Boogie Rock
32 Patsy Ruth Elshire - Sugar Lump
33 The Collin Kids - Move a Little Closer


 

DOWNCHILD
Website
Email: dcbb@hotmail.com
Distr. : Codaex
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Live at the Palais Royalle (2007) * Come On In (2004) * Good Times Guaranteed (1994)
Lucky 13 (1997) * So Far: A Collection of Our Best (1977) * Bootleg (1971)

 

 

 

 

De uit Toronto afkomstige Downchild is oorspronkelijk gesticht in het Toronto's Grossman's Tavern door Donnie "Mr Downchild" Walsh en zijn broer Richard "The Hock" Walsh. Sinds hun ontstaan in 1969 hebben zij verschillende bandwissels gekend en heeft hun oorspronkelijk repertoire plaats moeten ruimen voor heel wat andere muziekstijlen. Voor mij was het album "Come On In" uit 2004 de eerste kennismaking met dit zeskoppig collectief en al gauw bleek duidelijk dat dit zou uitmonden in een fascinerende ontdekkingsreis. Want voor hun 35 jaar bestaan te vieren konden ze op deze cd, toen de eerste release sinds zeven jaar, rekenen op tal van vrienden dewelke ze gedurende al die jaren hebben leren kennen. Zo krijgen we hier gastoptredens van 'American blues harmonica pioneer James Cotton' in "Sad Sad Day", 'the Fabulous Thunderbirds' keyboard ace Gene Taylor' in "Jump Right Up", gitarist Jeff Healey in "Tonight I Want to Dance with You", 'Powder Blues Band founder Tom Lavin' verzorgt de tweede gitaar solo in "There's a Blues band There", een nummer dat trouwens ook garant staat voor veel harmonicawerk. Powerhouse drummer Pentti Glan doet zijn bijdrage voortreffelijk in "Now You're Hooked" en de instrumentale afsluiter "Cruisin'". Met de sound die we horen in de opener en de titeltrack heeft u meteen de smaak te pakken, het zijn werkelijk aanstekelijke bluesrocknummers en doen dadelijk denken aan Kim Wilson. Covers zijn hier volledig uit de boze, allemaal eigen geschreven nummers van Donnie Walsh, op één na, nl. het mooi gebrachte "How Long" geschreven door Chuck Jackson, waarin Walsh en ja nog een andere gast David Gogo stevig uit de hoek komen. Anno 2007 heeft Downchild met hun powersound in hun bijna veertigjarig bestaan een grote aanhang opgebouwd. Blues en rock is het fundament maar diversiteit is troef. Daarmee onderscheiden deze muzikanten zich van vele andere bands. Bandspil is dus nog steeds gitarist en harmonicaspeler Donnie Walsh. Naast hem bestaat de band uit zanger Chuck Jackson, bassist Gary Kendall, pianist Michael Fonfara, saxophonist Pat Carey, trompettist Peter Jeffrey en drummer Michael Fitzpatrick. Dit jaar verscheen ook het door Donnie Walsh geproduceerde album "Live At the Palais Royale, Toronto, Canada" (2007) en hiermee slaat Downchild echter keihard terug. Ze maken nog altijd muziek die kan worden omschreven als een energieke en meedogenloze mix van vooral blues en rock ’n roll. Een mix waarin ook dit keer weer plaats is voor invloeden uit de swamprock, soul en jump. Elf songs worden met passie gespeeld en met emotie gezongen met als uitschieter, de lome up-tempo openingstrack "It's Been So Long" en met het schitterende "It's a Matter of Time", met het mooie slide werk van Walsh zijn deThe Fabulous Thunderbirds nooit ver weg. Naast negen geschreven nummers van Walsh zijn er ook twee nummers van Chuck Jackson, waaronder het mooi gebrachte "Mr. Confused", waarin hij samen met Walsh's "Wednesday Night Blues", vocaal het best uit de hoek komt. Walsh schittert echter het meest met zijn gedreven gitaarsolo's in het meer gesproken "I've Been A Fool", ook het enige nummer waarin hij de vocals voor zijn rekening neemt. Samen gaan ze in het afsluitende "Soaring" een duel aan op de bluesharp en gitaar, hetgeen zijn invloed heeft op de rest van de band. Het resultaat is een cd die zich met gemak kan meten met de beste cd’s die Downchild tot dusver maakte. Vanuit een puristisch standpunt bekeken is dit natuurlijk een echt bluesalbum, een ware 'blues-based rock and roll sound'. Want Downchild trakteert je op op deze liveplaat met een appetijtelijk stoofpotje energieke bluessongs, sudderend in een geurig kruidenboeket van sublieme rock & roll, afgewerkt met een pittig smakend jumprocksausje. Door de distributie van Codaex kunnen we nu ook in de betere cd-shops de vroegere albums "Good Times Guaranteed" (1994), "Lucky 13" (1997), "So Far: A Collection of Our Best" (1977) en hun eerste LP, "Bootleg" (1971) terugvinden, dit allemaal op cd natuurlijk, en dit zal de fans van Downchild zeker plezieren. Dat eerste album "Bootleg" dat nu gereleased is was toen ook al een zestallige bezetting met naast de gebroeders Walsh, Dave Woodward (tenor), Ron Jacobs (baritone), Jim Milne (bas) en Cash Wall (drums). Downchild is en blijft een band die sterke en geloofwaardige songs brengen. Indrukwekkende stuff, die we je alleen maar van harte kunnen aanbevelen!

DISCOGRAPHY:
Bootleg (1971) Special Records/BMG
Straight Up (1973) GRT
Dancing (1974) GRT
Ready to Go (1975) GRT
So Far: A Collection of Our Best (1977) Posterity
We Deliver (1980) Attic
Road Fever (1980) Attic
Blood Run Hot (1981) Attic
But I'm on the Guest List (1982) Attic
It's Been So Long (1987) Stony Plain
Straight Up/We Deliver (1988 CD "twin-pack" reissue) Attic
Gone Fishing (1989) Stony Plain
Dancing/Road Fever (1991 CD "twin-pack" reissue) Attic
Good Times Guaranteed (1994) Downchild Music/ Festival Distribution (1995) Blue Wave Records (U.S.A.)
Lucky 13 (1997) Downchild Music/Festival Distribution (1998) Blue Wave Records (U.S.A.)
It's Been So Long / Ready To Go (1997 "twin pack" re-issue) Stony Plain SPCD 1242
A Case of the Blues - The Best of Downchild (1998) Attic ACD1516
A Matter of Time - The Downchild Collection (2000) Blue Wave Records (U.S.A.) BW141
Come On In (2004) Downchild Music
Live at the Palais Royalle (2007)


 

SIR OLIVER MALLY's BLUES DISTILLERY
RADIO
Website
Email: sir@sir-oliver.com
Label: ATS records
Cdbaby

 

 

BIO:
Oliver Mally ging zichzelf niet uit pretentie, maar eerder uit ironie "Sir" noemen, omwille van het groot respect en bewondering voor idool Elvis "The King" Presley. Vooral de nummers uit de 50-iger en 60-iger jaren van de King vindt hij zeer sterk. Via de Rolling Stones komt Oliver Mally bij Muddy Waters terecht. Hij vindt echter niet dat men hedendaagse blues mag vervloeken: hij is b.v. ook fan van de Sex Pistols en Red Hot Chili Peppers. Op zijn 15de had hij zijn eerste gitaar en na de obligate beginnergroepjes richtte hij in 1990 de "Blues Distillery" op, een trio met Hans Irsic en Walter "Shakey" Krieg. Van bij het begin werd er vrij veel getoerd in binnen- en buitenland en cd's opgenomen. Hard werken is altijd aan de orde voor Oliver Mally. Zo ontstaan er soloprojecten, duo's en trio's , waaronder ook de "Big Time Maniacs", naast de "Blues Distillery". Hij speelt niet meer steeds elektrisch, maar gaat ook regelmatig akoestische sets brengen. In 1999 wordt hij door het Oostenrijks muziekmagazine "Concerto" tot beste blues-rootsmuzikant uitgeroepen. In 2001 wordt Hans Irsic, de oorspronkelijke drummer, vervangen door Willy Hackl, die ook al bij de Big Time Maniacs had gezeten. Deze wijziging doet de groep besluiten om de hele sound aan te passen en een jonge pianist, Ripoff Raskolnikov, vervoegt de groep. Tot op vandaag is Oliver Mally niettegenstaande de vele optredens met zijn band en de talrijke nevenprojecten een individualist gebleven, die koppig blijft verder werken. De "cool" en "tough guy"-mentaliteit van de beginjaren is stilaan gaan plaats ruimen voor een meer uitgebalanceerde muzikale persoonlijkheid, die even gedreven, maar gerichter werkt. Door de jaren heen ontwikkelde Oliver Mally een zeer eigen gitaarsound. Ook als zanger is hij gegroeid. Hierdoor kan hij zowat alle bluesstijlen aan en zijn de optredens van de Blues Distillery zeer verscheiden. "Als bluesmuzikant moet je beseffen dat je muziek van minderheden brengt en dat je dus steeds door de media stiefmoederlijk wordt behandeld. Om het hoofd boven water te houden, moet je dus zeer hard werken.", stelt Oliver Mally. Dertien cd's en ontelbare optredens in binnen- en buitenland, vaak samen met internationale bluesgrootheden, zijn dan ook het mooie resultaat. (bron)

RADIO
Bluesgitarist/zanger "Sir" Oliver Mally is al een paar jaar actief in de bluesscène van Oostenrijk en heeft zojuist met "Radio" een mooi visitekaartje afgeleverd aan de hedendaagse wereld van elektrische blues. Oliver Mally begon op zijn 15de gitaar te spelen en onder zijn vroegste helden waren Elvis, de Stones, maar hij ging ook luisteren naar de helden van zijn helden, Muddy Waters, B.B. en Freddie King, en veel andere bluesartiesten. Waarschijnlijk kan hij hierdoor zowat alle bluesstijlen aan, want sinds het onstaan van zijn band Sir Oliver Mally Blues Distillery in 1991, doen deze Tirolers jaarlijks bijna een tweehonderd optredens, optredens die steeds zeer verscheiden zijn en waarbij ze soms andere grootheden begeleiden als: Al Jones, Louisiana Red, The Griswalds, "Big Lucky" Carter en Johnny "Yarddog" Jones. Natuurlijk trokken ze met al deze optredens de aandacht van de internationale blues pers. En ze zijn lovend over Oliver Mally, iemand noemde hem zelfs 'the future of the blues'. Mally heeft zich binnen de blues-rock-scène een zeer sterke positie verworven en zijn platen zijn aanraders. Vandaag kan hij een discografie voorleggen van 13 cd’s, dus geen geringe prestatie. In 2001 verscheen "Bulletproof", in zijn welvertrouwde ATS records stal en nu zes jaar later is er de nieuwe CD "Radio", met naast Mally nog steeds Walter "Shakey" Kreinz (bas, voc), Willy Hackl (drums) en Martin Gasselsberger (piano, orgel). "Radio" is feitelijk een CD geworden van waar de blues vandaan komt en waar die heen gaat, waar de blues nu anno 2007 voor staat. Alle ingrediënten zijn aanwezig: van dampen tot slow en andersom. De opnames zijn subliem, waarvan acht nummers geschreven zijn door Mally zelf, naast een prachtige versie van "Riders On The Storm" van The Doors en een nooit gehoorde cover van Jimi Hendrix's "Voodoo Chile", alshetware een echte hommage aan allen die de blues gespeeld hebben tot één van de puurste muziekstijlen die er maar is. Zijn songs mengen blues en energieke rock, maar andere invloeden als chill-out, lounge, funk, rock 'n' roll en pop zijn nooit ver weg, terwijl zijn zang bovendien fantastisch is. Zijn stem kan rauw en dan weer gevoelig zijn. Samen met zijn Blues Distillery maken ze modern dampende bluesrock, die veel doet denken aan Dr.John, zoals in de nummers "I Got A Crush On You" en "Ain't No Fool". Maar de rechtgeaarde bluesliefhebber komt sowieso goed aan zijn trekken in de swingende boogie "Ruby Red Lips" en "Hoochie Mama" een variant op Muddy Waters "Hoochie Coochie Man". Allemaal tracks waarin Oliver Mally bewijst dat hij een allround bluesmuzikant is, maar vooral een begenadigd gitarist en ook een goed liedjesschrijver is. Het subtiele gitaarspel van Mally dat nooit scherp aanhoort spreekt mij zeer tot de verbeelding. Luister maar even naar de twee afsluiters: het zwoele "Low Light", met een mooie sax bijdrage van Christian Bachner en het akoestische "Everything's Alright". Als ik naar deze muziek luister lijkt het wel alsof er een geluidsfilmpje in mijn hersenen wordt afgespeeld. Veel mensen vragen zich af waarom deze band zo populair is geworden. Komt het alleen door Mally's gitaarspel of is er meer? Ik denk dat het ritme van de muziek ook een belangrijke rol speelt. Het zijn allemaal strakke composities. Ook speelt mee dat de muziek als een eenheid klinkt. De muzikanten die Mally om zich heen verzamelt zijn allemaal vaklieden die goed op elkaar ingespeeld zijn. Kortweg: Sir Oliver Mally Blues Distillery spelen een mengeling van blues en rock met een funky sausje er over, muziek die we kunnen rangschikken onder de noemer blues, maar dat genre dekt de lading niet. "Radio" is een CD waar het spelplezier van afdruipt en laat goed horen waarom Sir Oliver Mally Blues Distillery de laatste jaren zoveel succes kreeg. Oliver Mally weet zijn bluesrock te koppelen aan ingetogen momenten en dat zorgt ervoor dat zijn muziek een erg dynamisch karakter krijgt. Het overkomt mij zelden dat ik zo in de ban raak van zo'n plaat. "Radio" is weggelegd voor iemand die van meer dan alleen maar bluesmuziek houdt!

Iedereen die ooit Sir Oliver Mally Blues Distillery in actie zag kan getuigen van het overdonderende effect dat Oliver Mally en zijn band op het publiek kunnen uitoefenen. Zijn optredens worden geapprecieerd zowel door de puristen als door diegenen die alleen maar uit zijn op een paar uurtjes amusement. Ga dan zeker naar Pjeireblues. Want zaterdag 15 december staat onze stergitarist samen met zijn Blues Distillery in Vilvoorde op de planken.

PJEIREBLUES
BLUES ME NE REKKER!
15.12.2007 - 20.00 u
Ruiterijcomplex - 3 Fonteinen - Vilvoorde

 

 


 

 

ERIK VIEL
OFF THE BEATEN TRACK
Website - myspace
E-mail: erikviel@erikviel.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Southern Americana met veel blues invloeden, dat is, om dadelijk met de deur in huis te vallen, wat Erik Viel ons hier laat horen. Samen met een uitstekende groep, bestaande uit bassist Jason Bell, keyboardspeler Chris Corso en percussionist George Sandler. Op vocaal gebied kreeg Erik hulp van een hele rits namen: Andrew Black, Rob Alwine, Brian Burke, Nick Gravelding, Jason Bell en Becky Maki. Gedurende 25 jaar heeft hij zijn evaring kunnen opbouwen in een 7-tal groepen waarvan ik u de namen ga besparen, want hier in Europa zijn ze allemaal onbekend gebleven. "Off The Beaten Track" is een afwisselende cd geworden. Mede door de vele gastvocalisten en anderzijds door een afwisseling van stijlen, van folk, over blues naar country getinte songs, maar altijd met die Southern stempel, soms kan dat gaan tot echte Allman Brothers/Marshall Tucker band stijl. Southern Rock, zoals in het mooie "I'll be Loving You", of de jazzy ode aan de North Country in "Band of Ontario", een uiterst sfeervolle instrumental. De blues shuffle: "Wanderin blues" heeft gastvocalist Andrew Black als zanger, die bewijst dat blues wel helemaal zijn ding is. Op orgel schittert in dit nummer Chris Corso, en dat samen maakt het tot één van mijn favoriete songs Naar verhouding veel instrumentals op dit cd'tje, die dienen als sfeervol verbindingselement tussen de gezongen nummers, rustige akoestische gitaren, wat piano en bas. Diezelfde sfeer van de Southern bands krijgen we nog eens terug in "I'll Wait Another Day" een mijmerend gezongen langzame song met sfeervol gitaarwerk rondom de orgel en pianopartijen van Chris Corso. De cover van John Prine's tijdloze "Please Don't Bury Me" komt hier onverwacht, maar past toch wonderwel in het geheel, net als de cover van "Multi Colored Lady" van Gregg Allman, natuurlijk een ideale song om te coveren voor deze cd. De afsluiter "Badlands" geeft dan Erik de kans om zijn kwaliteiten als gitarist eens goed in de verf te zetten, en dat gebeurt dan ook uitgebreid, samen met Chris op zijn Hammond, is deze afsluitende instrumental, die in contrast met de andere sfeervolle akoestische gitaarinstrumentals, deze keer een energieke uitbarsting is van electrische leadgitaren. Een uitsmijter om U tegen te zeggen.
(RON)


 

PARSONS & THIBAUD
Todd Thibaud
Joseph Parsons
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

De in Boston woonachtige Todd Thibaud heeft inmiddels al een hele reeks albums op zijn naam staan. Albums die goede kritieken ontvingen en de aandacht trokken van een kleine groep liefhebbers. Ondanks lovende recensies, bleef een doorbraak in Amerika uit. Thibaud is echter een uitstekend singer-songwriter, en beschikt over een aangename warme stem. Dankzij een hoogoplopende ruzie met zijn Amerikaanse distributeur ‘vluchtte’ Thibaud in 2001 samen met gelijkgestemde songwriters Chris Burroughs, Terry Lee Hale en Joseph Parsons in het side project Hardpan. Die ervaring heeft Thibaud duidelijk goed gedaan, want zijn sound was na zijn ijzersterke melodieën nu meer Americana gericht. Joseph Parsons is van oorsprong uit Philadelphia, maar heeft ook zijn aanhang vooral in Europa, met name in Duitsland, Nederland en Belgie. In deze landen wordt Parsons door een kleine groep zeer fanatieke fans bijna vereerd, maar bij het grote publiek is deze Parsons, ondanks een handvol bejubelde cd’s, nog altijd volslagen onbekend. Bij Rootstime zijn beide heren uiterst geliefd, en we denken dat hun nieuwe titeloze duo CD absoluut verdient om in bredere kring gehoord te worden. Dit tweetal manifesteert zich op deze nieuwe studioplaat als buitengewoon getalenteerd singer-songwriters. Parsons is een singer-songwriter met een lekker warme stem met een klein beetje gruis, die best weet zijn donkere teksten namelijk te voorzien van verrassende arrangementen, zoals "Good Or Bad", "Another Way Around" en "First Sight", songs die reeds eerder op zijn cd's verschenen. Ook eerder op cd gezet zijn "Johanna’s Dreams" en "Unbroken", maar dan door Thibaud die The Joseph Parsons Band ongeveer een jaar vergezelde op hun tour door de EU. Tussen de optredens wisten ze als akoestisch duo de aanwezingen te verwennen. Het idee om samen een studioalbum op te nemen, was dus het gevolg. De opnames gebeurden in sepember van dit jaar in een opnamestudio in Haverhill, Massachusetts, en dit slechts op een drietal dagen. Dit duo trok aldaar de studio in om naast de reeds vernoemde eigen songs ook nieuw materiaal in te blikken. Samen tien tracks met als hoogtepunten, Parsons "Tell Me Hello" en Thibauds "Dirty World", songs die werkelijk op het lijf geschreven zijn van deze heren. Maar ook hun eerder werk, brengen ze met hun indringende stemmen en zijn zo op intense en beklemmende manier vertolkt dat je bijna vergeet dat het hier om bestaande nummers gaat. Deze CD is fraai geproduceerd, maar de songs staan gelukkig altijd centraal. Songs die ondanks hun diepgang lekker in het gehoor liggen en stuk voor stuk tijdloos klinken. Hulp werd ingeroepen van Jeff St. Pierre op bas en Milt Sutton op drums. Dit hoogstaand laid-back semi-akoestisch album is zeker een must voor alle fans! Een briljante en intense plaat.


 

 

 

 

 

JIMMY HALL
RENDEZVOUS WITH THE BLUES (re-release + 3 bonus tracks)
Website -
myspace
E-mail: info@RockinCamel.com
Label: Rockin' Camel records

 

 

Een klein half jaartje geleden moet het geweest zijn dat we op korte tijd twee cd's konden bespreken van Jimmy Hall, zanger van de Southern Band uit de jaren 70," Wet Willie", en achteraf ook nog zanger bij Jeff Beck in de jaren 80 en 90. Die cd's waren zijn hele nieuwe "Build your Own Fire" en ouder werk van zijn band "The Mighty Jeremiahs" waarin naast hem ook gitarist Greg Martin zat (op beide cd's). Elk van deze cd's waren meesterwerkjes. Ook deze "Rendezvous With The Blues" is dat, en okee, ik geef 't toe, ik ben een fan, maar iedereen die een beetje 'n Southern Blues liefhebber is, zal dit moeten toegeven, dit is ronduit grote klasse. Nieuw is deze cd niet, het is een re-release van een lp (later cd) van 1996, maar deze versie, uitgebracht op het Rockin Camel label, heeft drie uitstekende, onuitgegeven bonus tracks, wat 'm nog extra interessant maakt, en het was al zo'n pronkstuk. Geen enkele zwakke song op deze opname, enkel goede Southern blues en R&B met fantastisch gitaarwerk, vooral slide, van Jack Pearson, ex Allman Brother; en ook gitarist bij, onder meer, Bobby Bland. Omdat er 14 sterke songs op deze"Rendezvous" staan even de hoogtepunten van naderbij bekijken. Sam Cooke's "A Change is Gonna Come" is sowieso al een tijdloos meesterwerk, maar deze cover mag gerust plaatsnemen naast 't origineel. Hoewel 't gans anders is, de boterzachte Sam Cooke stem is compleet 't tegenovergestelde van Jimmy's gruizige en schuurpapieren vocals, maar de soul , het immense gevoel is bij beiden even sterk. Dan volgt een grappige shuffle "Don't Hit Me No More.", waar een woordenspel rondom de dubbele betekenis van het woord hit voor de nodige humor zorgt. Een van de bonussongs"That Did It Baby" geeft volop de ruimte aan gitarist J.Pearson om te laten horen dat hij een prima vervanger was van de "Skydog", Duane Allman. De titelsong "Rendezvous with The Blues" heeft dat prachtige Muscle Shoals soundje over zich, zoals ik het al jaren niet meer hoorde. Niet toevallig is de platenbaas van Rockin' Camel niemand minder dan Johnny Sandlin, producer van The Allman Brother's bekendste single "Ramblin Man" en van de Jam Band "Widespread Panic" en hij mag zich met het "Capricorn" label de vader of uitvinder van de Southern rock noemen. Nu heeft hij zijn eigen label dus "Rockin Camel" wat we kunnen zien als een verderzetting van wat Capricorn begon. Het label heeft nog maar een aantal bands, maar van kwalitatief hoog gehalte, allemaal in het Southern blues en jamband genre, en het laatste nieuws is dat de legendarische band "Cowboy" getekend heeft deze week, en dat ze na 35 jaar terug samen een cd gaan opnemen voor dit label. Binnenkort meer over deze Southern bluesinvasie op Rootstime.
(RON)