JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007
MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007
ROBERT PLANT & ALISON KRAUSS - RAISING SAND
COLLARD GREENS & GRAVY - DEVIL IN THE WOODPILE
ARLO GUTHRIE - IN TIMES LIKE THESE
BLACK KEYS - MAGIC POTION (CD/ DVD)
MARK LENNON - DANCE OR CRY
EAGLES - LONG ROAD OUT OF EDEN
JOE PITTS SPECIAL - CRADLE TO THE GRAVE / ACOUSTICALLY CHALLENGED / JUST A MATTER OF TIME

ROBERT
PLANT & ALISON KRAUSS
RAISING SAND
Label : Rounder/ Decca
Distr.: Universal Music
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3 VIDEO
4
"Raising
Sand" is het nieuwe album van de 59-jarige Led Zeppelin zanger Robert Plant
en de veelgeprezen 36-jarige country & bluegrass zangeres Alison Krauss
die wel 20 Grammy Awards op haar schouw heeft staan. Een onverwachte, maar zeer
geslaagde combinatie. Het contact tussen Plant en Krauss werd al een jaar of
zeven geleden gelegd, maar ze zongen voor het eerst samen op een tribute-concert
ter ere van de zwarte oerfolkie Leadbelly in 2004. In zijn euforie stelde Plant
prompt voor om samen een plaat te maken, hetgeen volgens het voormalige wonderkind
van de bluegrass dan wel zou moeten gebeuren onder leiding van T Bone Burnett.
De gelauwerde überproducer op zijn beurt selecteerde eerst een dertiental
niet al te voor de hand liggende prijsnummers, covers variërend van blues,
R&B en country tot folk, van grootheden als Gene Clark, The Everly Brothers,
Mel Tillis, Doc Watson, Tom Waits, Sam Phillips en Townes Van Zandt. Producer
Burnett zorgde op deze plaat voor een prachtig, vaak wat broeierig geluid. Een
onheilspellend geluid dat meer dan eens doet denken aan de transparante sound
van Daniel Lanois. Een geluid dat goed past bij de verrassend goed bij elkaar
kleurende stemmen van Plant en Krauss. Het blijft een opmerkelijke combinatie,
maar wat levert het mooie muziek op met de geweldige single "Gone Gone
Gone (Done Moved On)" van The Everly Brothers, het geweldige "Polly"
van Gene Clark, het door Robert Plant en Jimmy Page geschreven "Please
Read the Letter" en het door Krauss solo gebrachte "Let Your Loss
Be Your Lesson" als meest indrukwekkende hoogtepunten. Meestergitarist
Marc Ribot (Tom Waits) is één van de meer dan uitstekende begeleiders,
maar ook naast gitarist Norman Blake, multi-instrumentalist Mike Seeger en bassist
Dennis Crouch moet vooral de naam van drummer Jay Bellerose genoemd worden.
"Raising Sand" is een verrassend mooi en bijna country-noir getoonzet
album. Natuurlijk, Robert Plant heeft zich al eens eerder langs de randen van
de country en folk begeven en Alison Krauss klonk op haar eerste platen niet
zo gelikt als de afgelopen jaren. Maar dat een samenwerking hun eigen grenzen
zo mooi op zou rekken als op deze plaat, dat mag toch iets bijzonders heten.
Het is vanaf nu dan ook halsreikend uitkijken naar deze gegarandeerd magistrale
concertavond. Het cadeau- en eindejaarsoffensief is ingezet:
laat deze parel van Robert Plant & Alison Krauss bovenaan uw wenslijstje
staan!
Tracklist:
Rich Woman (Dorothy LaBostrie-McKinley Millet)
Killing the Blues (Rowland Salley)
Sister Rosetta Goes Before Us (Sam Phillips)
Polly Come Home (Gene Clark)
Gone, Gone, Gone (Done Moved On) (Phil and Don Everly)
Through the Morning, Through the Night (Gene Clark)
Please Read The Letter (Robert Plant-Michael Lee-Jimmy Page-Charlie Jones)
Trampled Rose (Tom Waits-Kathleen Brennan)
Fortune Teller (Naomi Neville)
Stick With Me Baby (Mel Tillis)
Nothin' (Townes Van Zandt)
Let Your Loss Be Your Lesson (Milt Campbell)
Your Long Journey (A.D. Watson-Rosa Lee Watson)
Robert Plant & Alison Krauss ft. T Bone Burnett LIVE
zondag 11 Mei '08 - 20:00 - Vorst Nationaal Club, Brussel

COLLARD
GREENS & GRAVY
DEVIL IN THE WOODPILE
Website - Myspace
Email: gravy@collardgreensandgravy.com
Label: Black Market Music
Collard Greens & Gravy levert met "Devil In The Woodpile" zijn beste cd tot dusverre af. Deze band bestaat sinds 1995 en bracht reeds drie cd's op de markt: "Silver Bird" (2004), "More Gravy" (2001) en "Collard Greens and Gravy" (1999) en dit bij het Australische Black Market Music, waarvan labelbaas, John Durr, nu ook de productie van het nieuwe album op zich nam. Blues spelen de Australiers, maar dan volgens de methode van de gitaristen Blind Willie Johnson, Son House en Robert Johnson, zij het vetter in de olie gezet met een snerende mondharp van zanger/gitarist Ian Collard en een ritmesectie die behalve drummer Anthony Shortie ook een andere groovy gitarist, James Bridges, kent. Maar het zijn voornamelijk Muddy Waters, Jessie Mae Hemphill , R.L. Burnside, T-Model Ford en Fred McDowell die voor dit trio de grootste inspiratiebron waren vaar hun gitaar - harp - percussie combinatie. Als ze echt gaan pompen, zoals in "Can't Take It", dan komen Collard Greens & Gravy heel dicht bij vele artiesten van het Fat Possum label. Er is ook ruimte voor ingehouden spanning, zoals in de cover "Streamline Train" van J.M. Hemphill. En dan weet een goed verstaander alvast welke richting het uitgaat. Zompige primitieve foot stomping country blues, maar bij dit uit Melbourne afkomstige drietal wordt het bluesgehalte een beetje minder uitdrukkelijk belicht. Maar toch bereiken ze met hun intrumenten, voornamelijk de Mississippi Fife'n' Drum (deze vroegere slavendrum is best hoorbaar in "Lonesome John"), en de kunsten van Ian Collard een doorleefd geluid dat hen meteen toevoegt aan het illustere legertje bluesadepten. Alomtegenwoordige foot stomping verdringt dus vaak andere blueselementen maar dat neemt niet weg dat "Devil In The Woodpile" goed in het gehoor ligt. Met "No Love" en "Sometimes I Wonder" veren Collard Greens & Gravy gestaag op uit de startblokken om zich vervolgens aan "Parchman Farm" van Mose Allison te wagen. En daar komen ze goed mee weg. Op de traditional "Dyin' Bed" wordt er wat vaart teruggenomen om nadien terug op kruissnelheid verder te stuiven. Het gevaar bij dit genre is dat het nogal snel verwordt tot een simpel potje rammen en beuken. Het drietal vermijdt deze valkuil glansrijk. Naast een bak energie bezitten de merendeels door zanger Ian Collard geschreven liedjes ook emmers vol met soul en spanning. Waarbij de twee andere bandleden hun deel in de dampende cocktail opeisen, zoals de spannende harp en inventieve percussie in Collard's "So Much Trouble". Afgesloten wordt er met het titelnummer waarin de band bewijst eveneens in te zijn voor een korte dampende jam. "Devil In The Woodpile" piept, knarst, schuurt, knalt, giert, dreunt, dondert en klinkt vooral stomend en energiek. Collard Greens & Gravy moeten het op deze plaat duidelijk hebben van sfeer en sound maar gelukkig zijn de nummers op zich ook best wel aardig. "Devil In The Woodpile" laat je gewoon na veertig minuten verdwaasd en verdoofd achter. En toch druk je daarna onmiddellijk de play-knop van de cd-speler nogmaals in.

ARLO
GUTHRIE
IN TIMES LIKE THESE
Website
Label: Rising Son records
info@risingsonrecords.com
Cdbaby
Elke
folkliefhebber kent Woody Guthrie en de meesten kennen ook zijn zoon Arlo. In
1967 ging immers alle belangstelling naar Arlo en zijn ‘Alice’s
Restaurant’- tegelijk film, album en protestsong- en daarmee trad een
bloeiperiode aan voor troubadourzanger Arlo. Arlo was het oudste kind uit Woody’s
tweede huwelijk met de professionele danseres Marjorie Mazia. Geboren op Coney
Island, New York, in 1947 groeide Arlo op temidden van artiesten, zangers, dansers
van het Martha Graham gezelschap en met op de achtergrond de kinderliedjes van
zijn vader. De andere muziek die hem omringde kwam van Leadbelly, Pete Seeger,
Cisco Houston, Phil Ochs en Ramblin' Jack Elliott, om er slechts enkele te noemen.
Arlo’s creatief talent vond hier een gunstige voedingsbodem. Gitaar en
harmonica leerde hij spelenderwijs en hij bewoog zich al in de folkscène
toen ook Joan Baez en Bob Dylan doorbraken, terwijl in de literatuur de beatdichter
Allen Ginsberg van zich liet horen. Logisch dus dat hij als kind van zijn tijd
voor het beroep van protestzanger koos. Daarnaast was hij productief als acteur,
schrijver, inspirator en liet hij een waslijst platen verschijnen, kortom een
muzikale omnivoor. Reizend door Amerika, Europa, Azië, en nog verder begon
hij ook op te treden met diverse symfonische orkesten, waar hij een breder klankbord
vond om zijn songs atmosferisch te maken. Vanuit een ruwe schatting kan men
stellen dat Arlo sinds 1998 ongeveer veertig concerten gegeven heeft met 26
verschillende symfonische orkesten. In de lente van 2006 had in Lexington een
Live concert plaats, waarop Arlo zich liet begeleiden door het symfonisch orkest
van de universiteit van Kentucky, onder leiding van John Nardolillo. Het is
deze ‘In Times Like These’ met George Massenburg als co-producer
die nu in juli 2007 werd uitgebracht op Arlo’s zestigste verjaardag. Het
is even wennen aan de soms panoramische orkestratie, maar eens meegezogen is
de onderdompeling totaal alsof je zelf tussen het publiek zit. Op een vijftal
covers na, vertolkt Arlo zijn eigen songs. Hoe mooi het gevoelvolle ‘Last
Train to Glory’ met zingende violen of ‘Last To Leave’ met
die intimistische pianobegeleiding. Op het jazzy gearrangeerde ‘St. James
Infirmary’ creëren de koperinstrumenten een George Gershwin tafereel
met een jazzband die langs marcheert. Piano, cello, violen, oboe en viola omhullen
de ‘Patriot’s Dream’ in een waas van nostalgische hunkering.
Wanneer Arlo de hit ‘City Of New Orleans’ van Steve Goodman’s
aanheft, barst het publiek uit in enthousiast applaus. Arlo Guthrie heeft nog
steeds dat stemtimbre ergens tussen honing en korrelig zandsteen en weet nog
steeds te verleiden. De opname van dit Live concert kende een lange voorgeschiedenis,
want bij Arlo moet alles juist zitten en als hij zingt ‘the singers run
to where the cash is’ geldt dat niet voor hem. James Burton werd aangetrokken
voor de symfonische arrangementen en deed dit met bezielend inzicht. De vaak
aanzwellende orkestratie geeft aan Arlo’s tijdloze songs vaak een klassiek
allure, inspirerend tot devote, melancholische of jubelende stemming. Ideaal
om de overgang van Oud naar Nieuw in te leiden met uitwisseling van wensen in
muzikale verbondenheid.
Marcie

BLACK
KEYS
MAGIC POTION (CD/ DVD)
Website - Myspace
Label: V2
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
In
juli 2002 komen twee jongens uit Akron, Ohio samen, Dan Auerbach en Patrick
Carney beiden hebben de school de rug toegekeerd en verdienen wat centen met
werken voor een lokale huisjesmelker, ze maaien het gras en brengen de tuinen
van zijn pas verworven huisjes wat in orde. Samen vormen ze de band "Black
Keys", want zo noemde een gekke artiest uit Akron al wie, net zoals hij,
niet helemaal bij zijn verstand was. Hoewel ze dus een groepje vormden, hadden
ze elkaar op school steeds gemeden. Dan's vrienden wilden Patrick steeds in
elkaar slaan en Patrick deed niets liever dan hun provoceren om ze zover te
krijgen. Hij was een Devo fan en Dan was een Mississippi Delta bluesfan. Toen
Dan met zijn toenmalig bluesbandje wat wou opnemen in het primitieve studiootje
dat Patrick gebouwd had, en de groepsleden niet kwamen opdagen, begonnen de
jongens wat te rommelen en te improviseren en lieten de tape rollen. Het resultaat
van die ongelofelijke namiddag kwam in handen van het indipendant label: "Alive"
onder de naam "The Big Come Up". Ik herinner me nog hoe ik die cd
wat later in de cd speler van de wagen had, en er zo kapot van was, dat ik ‘s
avonds na mijn werk mijn collega even "dwong" te luisteren naar wat
ik toen wel bij had. Hij was er evenzeer weg van als ik, en beide zijn we fan
voor het leven. Ja, want apart was het toen nog zeker wel wat de jongens deden,
ondertussen hebben er zich al wat bands achter hun geschaard, maar toen waren
ze nog uniek en uiterst vernieuwend. Door het bescheiden succes van hun debuut
krijgen de jongens boekingen voor een klein tournee. Hun plan was blijven werken,
een toernee, wat sparen, terug werken, nog een toernee, sparen en zo verder.
Maar een week voor hun tournee worden beiden ontslagen omdat ze 't gras niet
netjes genoeg maaiden. Boos en ontgoocheld vertrekken ze op hun eerste toer.
De combinatie van de fuzz gitaar, de huilende vocals en de rake meppen van een
boze jonge drummer die zijn drumkit te lijf gaat alsof het zijn moeder beledigd
heeft lijkt een succesformule, de schamele aantallen toeschouwers van de eerste
optredens groeit dagelijks aan, en mond aan mond reclame doet zijn werk. "The
Big Come Up" krijgt een viersterren bespreking in Rolling Stone. Plotseling
lijkt gras maaien geen goede investering meer, ze oefenen, schrijven en treden
op dat het een lieve lust is, en wat later tekenen ze voor het legendarische
Fat Possum label. Ze namen "Thickfreakness" op, een opvolger die het
sterke debuut nog met gemak overtrof. De opnames gebeurden in een nonstop 12
uren sessie. Nog geen jaar later is de volgende er al: "Rubber Factory"
. De Black Keys zijn ondertussen goed voor een wereldtournee. In 2005 word er
meestal opgetreden en begin 2006 gebeuren de opnames voor de vierde CD in de
nieuwe studio van Patrick (Audio Eagle). Weer zitten de jongens op een ander
label "Nonesuch" en het album krijgt de naam "Magic Potion".
Er verscheen ook nog een E.P met songs van Junior Kimbrough.:"Chulahoma".
Het feit dat "Magic Potion" nu nog besproken wordt komt doordat ze
terug uitgebracht is met extra DVD. Deze opnames laten ons de band horen in
zijn ruigste, gemeenste en meest naakte vorm tot nu toe. Ze blijven groeien
bij elke nieuwe release. Neem nu "You're The One", een blues ballade,
niet gemakkelijk als je slechts over een fuzz gitaar en een drumstel beschikt,
toch slagen ze er weer in met hun ruwe, beperkte instrumentarium een "love
ballad" te brengen, wat hoekig, maar toch tegelijkertijd teder. Of "Just
A Little Heat", gemener en rauwer klinken kan nog moeilijk of je moet Don
Van Vliet heten. Het geen wij vreesden: dat een major label de hoekjes er zou
afslijpen bij Black Keys is gelukkig niet gebeurd. Zoals ik al zei in het begin,
deze cd is terug gereleased, deze keer voorzien van een korte DVD, die twee
clips bevat en vijf live songs. De clips "Just Got To Be" en de wat
absurde clip van "Your Touch" (video 1) met het Fabergé ei
van de hoes in de hoofdrol, wordt gevolgd door live opnames van 5 songs uit
"Magic Potion" onder meer "Elevator" en het sterke "Stack
Shot Billy". Met Pjeireblues nog fris in’t geheugen, dit is nog eens
"blues mé ne rekker", dus voor wie daarvan houd is dit, met
zijn feestelijk hoesje, nog geen slecht idee voor onder de kerstboom.
(RON)

MARK
LENNON
DANCE OR CRY
Website - Myspace
Mail: darylmarksassistant@yahoo.com
Label : Eigen Beheer
Distr. : Hemifran
CD Baby
VIDEO
1 VIDEO
2
Na 44 jaar is Mark Lennon
op de proppen gekomen met zijn allereerste soloproject “Dance Or Cry”.
Als zanger van de succesformatie Venice is hij al van bij het ontstaan van die
groep onderweg voor optredens over de hele wereld. Voor deze eerste solo-CD
heeft hij een keertje beroep gedaan op andere muzikanten dan de vertrouwde Venice-leden.
Enkel broer Michael duikt nog op voor gitaarwerk op 2 tracks. Hij had nog enkele
andere familieleden kunnen vragen want Mark is de jongste van 13 kinderen. In
september hadden wij al een kort voorsmaakje besproken in de vorm van de eerste
maxi-single die vooraf uit dit album werd gelanceerd: “Gotta Be A Big
Man”. Toen schreven we al dat de stem van Mark Lennon in enkele nummers
sterk leek op die van George Michael en soms op de stem van Prince. Naast de
single zijn ook 2 andere liedjes van die single terug te vinden op “Dance
Or Cry”, te weten het catchy “Don’t Say Maybe” en het
volledig ingesproken sprookje “Cricket”. Dat nummer wordt op deze
CD overigens ook in een gezongen R&B-versie aangeboden aan de fans. Vooral
in de ballads zoals “Everybody Breaks A Glass Now And Then”, “Lonely
Boy Waltz” en “Who Would’ ve Thought” komt Lennons’
stem tot volle uiting en zijn hartverscheurende vocalen geven de juiste sfeer
van de songs weer. Dat hij ook regelmatig op de stranden van Californië
doorbrengt is ook niet helemaal te verbergen in een paar laid back songs op
deze CD. “We Played Records”, “Rollin’ Back To Me”
en “Gotta” Be A Big Man” geven perfect weer wat we hiermee
bedoelen. Als nieuwe single tippen wij op “Put It In A Jar”, een
reggaedeuntje dat je na één enkele beluistering al helemaal kan
meezingen. Naar mijn bescheiden mening is het sterkste nummer van “Dance
Or Cry” echter het melige en voledig a capella gezongen “Can We
Try Again”. Zijn solowerk is best te pruimen maar ik moet eerlijk zijn
: mijn voorkeur gaat uit naar zijn prestaties bij de groep Venice. Dat blijft
hij ook doen, gelukkig maar.
(valsam)


EAGLES
LONG ROAD OUT OF EDEN
Website
Label : Eagles Recording Company
Distr.: Universal Music
VIDEO
De
best verkopende cd van 2007 zal zonder twijfel "Long Road Out of Eden"
van The Eagles worden. Na zes succesvolle studioalbums gingen de Eagles in 1980
uit elkaar. Ze konden elkaar niet luchten of zien en verzekerden de fans dat
ze nooit meer bij elkaar zouden komen. Hier hielden ze zich echter niet aan.
Hoe het ook zij, Glen Frey, Joe Walsh, Timothy B. Schmit en Don Henley hebben
er de tijd voor genomen, en ze zijn met maar liefst 20 songs op een dubbelalbum
op de proppen gekomen. Twintig songs, vintage Eagles, country-rock met het accent
op de zachtere kant van het spectrum, fraaie samenzang, zorgvuldige arrangementen,
en teksten waar de Westcoast-scène tijdens de hoogtijdagen ook al mee
kampte, liefde, het leven, en alle narigheid die daarmee gepaard gaat. Maar
van supergroep The Eagles mag je toch wel het een en ander verwachten, zeker
als we spreken over de eerste studioplaat in 28 jaar. De fans zullen tevreden
zijn, want slechts 2 jaar na de "Farewell-tour" zijn de overgebleven
vier leden in staat gebleken een dubbel-cd uit te brengen. The Eagles kwamen
de afgelopen 15 jaar meerdere malen bij elkaar, maar voor de laatste studioplaat
van de legendarische band uit Los Angeles moesten we nog altijd terug naar 1979,
het jaar waarin de band haar voorlopige zwanenzang "The Long Run"
uitbracht. Een plaat die nu eindelijk een opvolger krijgt. Een opvolger die
uit twee cd’s bestaat, maar liefst 20 tracks bevat en luistert naar de
naam "Long Road Out Of Eden". Een plaat die niet zal kunnen ontsnappen
aan de vergelijking met klassiekers als "One Of These Nights" en "Hotel
California", het magnum opus van de band uit 1977. Een vergelijking die
"Long Road Out Of Eden" glansrijker doorstaat dan ik op voorhand had
verwacht. Deze dubbelaar moet immers gerekend worden tot de beste platen van
de band, een plaat waarop de band alles wat het in het verleden heeft gedaan
nog eens dunnetjes over doet. "Long Road Out Of Eden" heeft gelukkig
geen last van vernieuwingsdrang, maar klinkt op één of andere
manier wel fris en eigentijds. "No More Walks In The Woods" is een
prima opener, die laat horen dat de mannen nog altijd schitterende vocale capaciteiten
bezitten en de eerste single "How Long", al lang op de set-list van
de band maar nooit op cd opgenomen, is daarna een aardige rocker. "Waiting
In The Weeds", een 7 minuten durende ballad en de titeltrack "Long
Road Out Of Eden" benaderen het oude werk van de band en de overige nummers
op deze dubbelaar zijn stuk voor stuk ook sterk, al missen ze soms wat spanning
en afwisseling. Daartegenover blijven de muzikale en vocale prestaties van de
leden van de band nog altijd zeer indrukwekkend. "Long Road Out Of Eden"
is gewoon een ouderwetse Eagles plaat in een fris jasje. De mannen zijn het
kunstje nog niet verleerd en laten schitterende harmonieën horen. Ook bespelen
ze hun instrumenten nog steeds fabuleus. Wat de rest ook mag beweren: hier is
niets mis mee, noch met deze cd op zich, noch met het goedvinden van deze cd,
het is de cd waar veel fans al vanaf 1979 op hopen, songs die we ongetwijfeld
regelmatig op de radio kunnen beluisteren. Het cadeau- en
eindejaarsoffensief is ingezet: laat deze parel van The Eagles bovenaan uw wenslijstje
staan!
TRACKS
* CD 1:
* No More Walks In The Wood
* How Long
* Busy Being Fabulous
* What Do I Do With My Heart
* Guilty Of The Crime
* I Don't Want To Hear Anymore
* Waiting In The Weeds
* No More Cloudy Days
* Fast Company
* Do Something
* You Are Not Alone
* CD 2:
* Long Road Out Of Eden
* I Dreamed There Was No War
* Somebody
* Frail Grasp On The Big Picture
* Last Good Time In Town
* I Love To Watch A Woman Dance
* Business As Usual
* Center Of The Universe
* It's Your World Now
Twee extra bonus
tracks op de Deluxe Edition !
# Hole In The World
# Please Come Home For Christmas


Zij die me een beetje kennen weten het ondertussen: "I'm a sucker for some good slide guitar". Dus heb ik met de cd's van deze man wat mijn hartje maar kan wensen. Joe Pitts is een gitarist die, hoe ongelofelijk het ook is als je hem bezig hoort, hier nog steeds tamelijk onbekend is. Dit is echter volledig onterecht, want als er gesproken mag worden van gitaristen die de muzikale erfenis van Duane Allman kunnen verderzetten, zijn er slechts twee die in de voetstappen van Skydog mogen treden, namelijk Derek trucks en deze man :Joe Pitts. Wat hij doet bevalt me zo, dat ik een "Blikvanger" aan zijn werk wil wijden. De twee vroegere cd's die hij met zijn band "Liquid Groove Mojo" uitgebracht heeft en zijn laatste, een eigen cd van dit jaar: "Just A Matter Of Time".

LIQUID
GROOVE MOJO
CRADLE TO THE GRAVE
Beginnen we met zijn cd van twee jaar geleden, met de band "Liquid Groove Mojo" getiteld "Cradle to the Grave" (2005). Reeds vanaf de eerste tonen van "Long Walk" waarmee de cd begint, krijg je een geluid wat je meeneemt naar de Allman Brothers in hun beginperiode; maar tegelijkertijd zijn er ook de invloeden van de hedendaagse jambands als Gov't Mule, met intense slidesolo's van Joe. Als 't nog wat meer Southern mag zijn is "High Price" zeker voor jou, Skynyrd, Allman's, Marshal Tucker, elementen van al deze bands komen voorbijgewaaid. Als dit zo verder gaat zal dit genieten worden. Het merendeel van de songs werden door Joe Pitts zelf geschreven, met hulp van Darrell Davis de tweede gitarist. De ritme sectie, bestaande uit All Hagood en Brian Blankenship, staat ervoor bekend één van de beste combinaties van het moment te zijn. Joe beschikt daarbij ook nog over een prima stem vol soul. In "Storm Warning" en "Back To Memphis" zorgt dit weer voor een sound die perfect combineert wat Allman Brothers en Gov't Mule zo groot maakten. Het nummer "Time is Running Out" wat sommigen zullen kennen van Kinsey Report, krijgt hier een mooie bewerking met hemels mooie slidepassages. "If Heartaches Were Nickels" blijkt geschreven te zijn door niemand minder dan Warren Haynes van Gov't Mule himself, dus wat je mag verwachten weet je zo wel. Meteen een van mijn favoriete songs op deze schijf, die geen dieptes kent. Afsluiter "Aces High, Dueces Low" is funky, met naar het einde beide gitaristen in topvorm. Spijt dat 't gedaan is.

LIQUID
GROOVE MOJO
ACOUSTICALLY CHALLENGED LIVE &
UNPLUGGED
Een jaartje later zijn we ondertussen en een concert in "The Big Chill" in Hot Springs, dat helemaal akoestisch zal plaats hebben, wordt vakkundig ingeblikt en gemixt door Rhonda Pitts. Natuurlijk zijn er een paar songs van "Cradle To The Grave" die hier hernomen worden, maar in hun unplugged vorm zijn het natuurlijk volledig andere songs. Heel funky wordt er geopend met "Franklin's Tower, een nummer dat wat de geest van "In Memory of Elizabeth Reed" met zich meedraagt, zei het in unplugged stijl. "Sunshine" dat we al kenden van "Cradle..." is ook in zijn sobere uitvoering een hele knappe song, al mis ik natuurlijk die meestelijke slide in zijn volle geweld, niettemin straffe versie. Hendrix's "Little Wing" eens unplugged te horen is ook al origineel op zich. "Mojo Working" in een basic rock 'n roll jasje al even zeer. Een van de mooiste songs, zoniet dé mooiste is "Hello Goodbye", Joe's dobro bezorgt me kippevel en zijn stem heeft wat van Gregg Allman's bluesy timbre. B.B King's "Thrill is Gone" en Van Morrisson's "Into The Mystic" krijgen een uitstekende bewerking. De songs die we kenden van "Cradle To The Grave", vooral "Long Walk" hebben niets van hun kracht moeten inboeten in de unplugged versies. Als het concert eindigt met "Same Thing", de blues standaard van Willie Dixon; hebben we alweer genoten van een uitstekend cd'tje van Joe Pitts en Liquid Grove Mojo. Driemaal is scheepsrecht, dus op naar de volgende.

JOE
PITTS BAND
JUST A MATTER OF TIME
Van quartet naar power trio
met The Joe Pitts Band. Zeg dat wel, power vinden we zeker in het openingnummer
"Blue Light Rain". Zoals ik reeds schreef, Joe combineert perfect
het geluid van Duane Allman en Warren Haynes, en in deze song is dat perfect
hoorbaar. De prachtige soulsong "Nickle And A Nail" krijgt hier ook
zomaar een bluesy southern rock jasje aangepast, eens te meer een voltreffer.
De volgende song heeft Hendrix - allures: "Lonesome Boy from Yesterday",
heet het nummer en het ademt the sfeer van "The Burning of The Midnight
Lamp" of "The Wind Cries Mary". De titelsong "Just A Matter
Of Time" is er net als "Ice Cream Cakes", ééntje
die zo uit de pen van Warren Haynes kon komen, maar beide zijn eigen werk. "Zambified"
is een jazzy song, weer eens in de beste Allman Brothers / Derek Trucks traditie,
met tempowisselingen, prachtige slide fragmenten, en ik kan me voorstellen:
live hét moment voor een prima jammoment met improvisatie. Reggae ritmes
vermengd met jamband toestanden in "Shoulda Seen It Coming". Ik blijf
natuurlijk een bluesfan en daarom is het genieten geblazen met de cover van
John Mayall's "Rolling With The Blues" door Joe voorzien van prachtig
gitaarwerk in Albert King traditie. "Sealed Inside Good Intensions"
en "Sublime Angel" laten duidelijk nog eens horen dat Joe Pitts met
zijn band zijn plaats mag gaan opeisen in het groepje van de jambands als Govt
Mule en Widespread Panic. De superfunky instrumentale afsluiter "Funked
Up" zet nog een laatste maal de spotlights op het fenominale gitaartalent
dat Joe Pitts is. Maar... een pracht van een (lange) hidden track "Somone
Loan Me A Dime", de langzame blues bekend van Bozz Scaggs' debuut doet
er nog een flinke schep boven op. Fans van Allman Brothers, Gov't Mule, Derek
Trucks, en ik ken er zo wel enkele:..... Kopen! Nu!
(RON)