ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


BOB RYAN - THE SPIRIT OF ANDY DEVINE

LEADFOOT RIVET - GREYBOY BLUES

LOU RHODES - BLOOM

THE WEAKERTHANS - REUNION TOUR

CHASE THE SUN - CHASE THE SUN

PATRICK SWEANY - EVERY HOUR IS A DOLLAR GONE

VOXTROT - VOXTROT

THE INSOMNIACS - LEFT COAST BLUES

THE BLUES EXPERIENCE WITH CASH McCALL - THE VINTAGE ROOM

THE BRIDGE - THE BRIDGE


 

BOB RYAN
THE SPIRIT OF ANDY DEVINE
Website - myspace
Label: Leaping Armadillo Music
Cdbaby

 

 

Steek het haardvuur maar aan, ontkurk een fles rode wijn en neem alvast plaats op het berenvel, want het debuut van Rob Ryan is gearriveerd. De verhalende songs van deze outlaw nemen je mee terug naar de gouden jaren van de popmuziek, waarin iconen als de leden van de Pure Prairie League, Poco en CSNY nog actief waren. Zo bescheiden als zijn inventieve liedjes voortkabbelen, zo geleidelijk ontwikkelt Ryan zijn talent als zanger en songsmid. En dat terwijl er voldoende aanknopingspunten zijn om hoog van de toren te blazen over de carrière van deze vriendelijke meneer uit Arizona. Zijn vader was vroeger bij luchtmacht, waardoor de toen jonge Bob, Amerika volledig doorkruisde. En dat heeft zijn sporen nagelaten in zijn muziek, want door steeds in andere staten te vertoeven, is dit reisverhaal wel een belangrijk gegeven op deze plaat, "The Spirit Of Andy Devine". Een praatstem gromt zachtjes, en terwijl op de achtergrond Amy Quinn meezingt zoals in het uitschietende "Just Like You Mean It", en Mike Smith soms te horen is op steel gitaar, slide en dobro, vertelt Ryan alshetware prachtige verhalen uit tijden dat het westen van Amerika nog het wilde Westen heette. Zo verhaalt de titeltrack "The Spirit Of Andy Devine" over de teloorgang van het Westen, een echte Americana klassieker. De veertien liedjes zijn heel erg traag en lijken vooral voor de nachtelijke uurtjes geschikt. Na een poosje kan een luisteraar op een onbewaakt moment eenvoudig in slaap sukkelen. Van ouderwetse kwaliteit kan je zeker spreken als je "The Spirit Of Andy Devine" hoort. De songs trekken aan je voorbij voor je er erg in hebt. Het vraagt een fijnbesnaarde luisterhouding om deze melancholieke, smaakvol gearrangeerde liedjes op waarde te schatten en de cd tot het einde uit te zitten. Ryan stopt zijn fluisterzang net zo diep in de mix, die gelaagd is met allerhande ideeën, geluidjes en melodielijnen. Gelukkig weet hij in songs als "Rachel" met het mooie cello- en vioolspel het hart van de luisteraar te raken. Puur muzikaal gezien is "The Spirit Of Andy Devine" van alles wat en vergelijkingen liggen niet zo snel voor het oprapen. Buiten de reeds vernoemde bands weet Ryan soms de robuuste plattelandsmuziek om te zetten naar fijnzinnige, harmonieuze countryrock, waarin iets van George Lowell (Little Feat) en het puike solowerk van Michael Nesmith valt te herkennen. Zijn liedjes zijn een combinatie van persoonlijke verhalen en een zeer verbeeldingsrijke vertelkunst. Dit talent is niet van vandaag op morgen ontstaan. Op basis van zijn talent had hij al veel bekender kunnen zijn, want het talent spat werkelijk uit de groeven van deze plaat. De begeleiding op deze cd is bescheiden maar uiterst effectief, en zet een perfecte achtergrond neer voor Ryan’s verhalen. Laat je mee op reis nemen en je krijgt een prachtig landschap voorgeschoteld. De inbreng van het subtiele gitaarwerk van co-producer Billy Williams (Grammy winnaar voor Lyle Lovett's "The Road to Ensenada") voegt net dat extra stukje melancholie toe, zoals in "Never Want to Go", meteen nog een hoogtepunt op deze "The Spirit Of Andy Devine". Wie van roots muziek houdt kan niet om deze plaat heen. Van Bob Ryan is te verwachten dat hij enige tijd nodig heeft om zijn meesterstukken te vervaardigen. Tot die tijd houden we hem scherp in de gaten.


 

 

LEADFOOT RIVET
GREYBOY BLUES
Website - myspace
Label: DixieFrog Records
Distr.: Parsifal

 

 

Alain Rivet aka Leadfoot Rivet is een Fransman en was te horen op twee albums met zijn band Rockin’ Chair op het eind van de zeventiger jaren, en op zijn laatste album "Bluesmaniac" uit 1998 voor het DixieFrog Records label. En nu bijna tien jaar later verschijnt bij ditzelfde label zijn nieuwe "Greyboy Blues". Hij speelde ooit of deelde het podium met Junior Wells, Johnny Copeland, Bo Diddley, Wilson Pickett, Johnny Adams, Bobby Blue Bland, Little Milton, Honeyboy Edwards, Homesick James, Amos Garrett, Joanna Connor, Sue Foley, Debbie Davies, Jimmy Thackery, Tom Principaro en Larry Garner. Van deze laatste kreeg Rivet trouwens de bijnaam ‘Leadfoot’ opgeprikt. Zijn stijl kan stevige southern soul, blues, en .... genoemd worden. Hij produceerde de plaat samen met Phillippe Langlois en liet de boel mixen en remasteren door Fred Chapellier in de Dream Record Studios in het Franse Chalons-en-Champagne. Op de voorganger "Bluesmaniac" kreeg hij de medewerking van o.a. Popa Chubby, Tommy Castro, Amos Garrett en Larry Garner en was het een beetje onduidelijk in welk vakje we deze plaat moesten plaatsen. Op zijn nieuwe album horen we zijn in blues en country gewortelde songs waarbij deze keer een uitstekende rol is weggelegd voor de gitaristen Tom Principato en Neil Black, en het resultaat mag er best zijn: vijftien uitstekende songs waarbij dynamiek wordt afgewisseld met subtiele ballads en traditionals met als meest uitschietende nummers "Road To Cairo" met Fred Chapellier op gitaar, "Between A Woman And A Man", een duet met Joanna Connor en het rustig afsluitende "Road Kill". Hij verwoordt in zijn songs wat hij allemaal heeft meegemaakt en geloof me vrij, een turbulent verleden heeft hij wel gekend. Een leven zoals de echte Bluesmen! Leadfoot Rivet is een songwriter met een eigen stijl. Alleen zijn rauwe stem al, daarmee doet hij meer dan de geijkte paden van de countryblues bewandelen. De man heeft gezien zijn leeftijd, een prachtige stem en het moet een lust voor oog en oor zijn om hem bezig te zien. Je doet jezelf ernstig tekort als je "Greyboy Blues" niet op zijn minst een luisterbeurt gunt, dat zou namelijk moeten volstaan om je van Rivet's enorme kwaliteiten te overtuigen. Daarbij heeft hij een uitstekende band, en levert daar zijn beste plaat tot nu toe mee af. Dat hij uit Frankrijk komt hoor je eigenlijk nauwelijks. Hopelijk moeten we voor de volgende release weer geen10 jaar wachten.


 

 

LOU RHODES
BLOOM
Website - Myspace
Label: A & G Records
Distr.: Bertus
VIDEO 'Live @ VPRO'

 

 

Terwijl op straat een gure novemberwind dorre bladeren voor zich uitjaagt, voorbijgangers rillerig de handen wat dieper in de zakken begraven en een miezerende regen trotseren is het binnenskamers goed toeven met deze tweede solo-cd van Lou Rhodes. De herfstige somberheid, die op deze plaat zowel in de muziek als in het rustieke bruin van het artwork sterk vertegenwoordigd is lijkt naadloos aan te sluiten bij de barre weersomstandigheden. Dat haar recenteling echter geen stereotiepe treurplaat is geworden bewijst de voormalige Lamb-zangeres onmiddellijk met opener 'The Rain'. In diepe pianoklanken gedrenkte, verstilde luisterpop die echter al snel het stof van zich afspoelt, gedragen door potige drums en gejaagd door prachtig waaierende achtergrondvocalen. In opvolger 'Greatness In A Speck Of Dust' gaat een springerig ritme luchtig gekleed in een flinterdun weefsel van kristalheldere engelenzang en stemmige strijkers en dat zit als gegoten. 'Never Loved A Man Like You' verwijst in de eerste regels smaakvol naar Billie Holidays 'Gloomy Sunday', wordt opgesierd met een glockenspiel als een muziekdoos en kan zich warmen aan een ronkende cello. Heerlijk. Het naar de maatstaven van deze cd al erg stevige 'Chase All My Winters Away' is ondanks de knipoog naar Suzanne Vega ontegensprekelijk Lou Rhodes maar in de finale van de klaagzang 'They Say' worden pas echt alle registers opengetrokken wat resulteert in een kolkende maalstroom van gepijnigde stemmen, roodgloeiende strijkers en hakkende gitaren. Grote, intense klasse. Iets wat zonder uitzondering kan gezegd worden van werkelijk ieder nummer op deze bitterzoete groeiplaat. Een plaat om te koesteren.
(BENN)


THE WEAKERTHANS
REUNION TOUR
Website - myspace
Mail: stephen@theweakerthans.org
Label : Epitaph Records
Distr. : Play It Again Sam

 

Ondanks de titel gaat het hier niet om een groep die na enkele jaren stilte besluit om terug samen te komen en nieuwe platen uit te brengen of te gaan optreden. The Weakerthans brengen met “Reunion Tour” hun vierde full-CD op de markt en dat was alweer enkele jaartjes geleden toen “Reconstruction Site” in 2003 werd gelanceerd. Deze Canadese formatie uit Winnipeg, Manitoba werd in 1997 opgericht door John K. Samson die tot dan in een punkgroepje genaamd Propagandhi zat. Hun eerste CD “Fallow” uit 1997 kreeg positieve kritieken in de lokale pers. Later verscheen ook nog het album “Left And Leaving” in 2000. Samen met gitarist Stephen Carroll, bassist Greg Smith en drummer Jason Tait (ex Broken Social Scene) werkte John K. Samson met The Weakerthans in een traag maar gestaag tempo aan de songs voor “Reunion Tour” die in vergelijking met hun eerdere werk wat melodieuzer en meer tekstueel waren. Toen ik de CD opzette dacht ik al van bij de eerste song aan de formatie Clem Snide omdat de songs en de zang van The Weakerthans haast identiek zijn aan deze groep. In hun thuisland Canada is dit kwartet ondertussen bekend geworden met hun mix van alt.country, rock, pop en folk. Ook over hun songteksten werd zorgvuldig nagedacht en wat ze neerpenden gaat over maatschappelijke onderwerpen zoals commercialiteit en onrechtvaardigheid. “Civil Twilight”, “Relative Surplus Value”, “Sun In An Empty Room”, “Reunion Tour” en “Night Windows” zijn fris in het oor liggende popsongs. De mooiste volgens ondergetekende is echter een song met de onmogelijke titel “Virtute The Cat Explains Her Departure”. “Elegy For Gump Worsley” is een spoken word song die een beetje uit de toon van het album valt. Muzikaal beweegt deze groep zich in het vaarwater van bands als The Replacements of Wilco maar er is zeker ook een eigen plaatsje voor deze sympathieke formatie. Zeer verdienstelijke plaat die aangenaam weet te bekoren.
(valsam)


 

CHASE THE SUN
Website - myspace
www.sonicbids.com
Email:ryan@chasethesunband.com
Cdbaby

 

 

Sommigen zijn al lang moe van al die nieuwe bandjes van tegenwoordig, allemaal pittige bandjes die allemaal in het afgelopen jaar hun debuut hebben uitgebracht. Met de komst van het titelloze debuut van de Australische band Chase The Sun, kun je denken: alweer één? Maar in een poging de plaat toch op waarde te schatten en niet meteen als de zoveelste rootsband aan de kant te schuiven, heb ik ook dit debuut meermaals beluisterd. En hij is blijven hangen. Jan Rynsaardt (gitaar en vocals), Ryan Van Gennip (bas) en Jon Howell (drums en percussie) doen denken aan de muziek van de eind jaren zeventig, de old-school akoestische blues. Frontman Jan Rynsaardt roots liggen in Sydney, al in 2003 vormde Jan zijn eigen band Rynsaardt, een bandnaam die later veranderde in Freeway. Met deze blues-rock-band tourde hij regelmatig en deelde het podium met grote namen uit de blues en roots scène, als Jeff Lang, Ian Moss, John Butler, Johnny Winter en Walter Trout. Met zijn nieuwe band Chase The Sun versmelt hij meer de akoestische plattelandsblues uit zijn jeugd met hectische grotestadsgeluiden. Het resultaat is een dampende ketel ruige blues die regelmatig overkookt. Nog meer dan zijn gitaarspel is zijn stem, Rynsaardt grote troef. Als een kameleon verandert die per nummer van kleur. Aan het eind van de cd hebben we alle varianten van de kleur 'rauw' wel gehoord. Soms hoor je Howlin' Wolf, soms Tom Waits, soms denk je echt met Roger Chapman van doen te hebben. Op de beste momenten herinneren stem en muziek me aan de twee Elektra-cd's die de in 1993 overleden Louisiana bluesman John Campbell maakte. Chase The Sun is inmiddels een graag geziene band in Australie, al waar ze naar het schijnt de boel regelmatig plat te spelen. Op hun debuut cd kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Chase The Sun maakt energieke rootsmuziek. De liedjes zijn ongecompliceerd in de zin dat er (op het gehoor althans) geen ingewikkelde capriolen worden uitgehaald. Het is recht toe recht aan, zonder virtuoze solo’s, ingenieuze akkoordenschema’s of innovatieve ritmes. De muziek is duidelijk beïnvloed door blues en roots. Opvallend aan de liedjes is dat de teksten allen een zelfde sfeer uitstralen. En dat is geen sfeer om vrolijk van te worden. De meeste liedjes gaan over de zinloosheid en de doelloosheid van het dagelijkse leven. En al deze somberheid is dan wel weer verpakt in pakkende, energieke liedjes. Op een zodanig ongecompliceerde manier dat je bij Chase The Sun absoluut niet het gevoel hebt dat ze bewust aan een bepaalde muziekhype meedoen. "You Gotta Go", "I'm Going To Hell", "Gypsy Woman" en "Come Back Around" ... het zijn hele knappe songs die Chase The Sun ons voorschotelt. Songs die heerlijk in het gehoor liggen, maar die tegelijkertijd weten te verbazen en te verrassen, een zeldzame combinatie.


 

PATRICK SWEANY
EVERY HOUR IS A DOLLAR GONE
Website - myspace
E-mail: patrick@patricksweany.com
Label: Nine Mile Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Iets langer dan een jaar geleden besprak ik voor Rootstime mijn allereerste cd, van een groep die tot toen voor mij onbekend was, maar direct diepe indruk op mij naliet:namelijk de Patrick Sweany Band uit Ohio. Die cd "C'mon C'mere" was al hun derde werkstuk, dus deze "Every Hour Is A dollar Gone" is hun vierde. De cd is geproduced door Dan Auerbach, die we natuurlijk allemaal kennen van "Black Keys" en natuurlijk zijn die invloeden duidelijk hoorbaar, maar Patrick Sweany is meer dan dat, we weten al van zijn vorige cd dat zijn invloeden over soul naar rockabilly gaan, diversiteit is het grote gegeven bij Patrick. Neem nu bijvoorbeeld mijn favoriete track "Hotel Women" een soort soul ballad zoals we die kennen van de blanke Otis Redding, de te vroeg overleden Eddie Hinton; een man die Patrick ook bij zijn favoriete invloeden staan heeft. "After A While", de song die opent, heeft de sterkste Auerbach stempel, net als wat verder "Burma Jones", de Black Keys kijken om het hoekje mee, om het zo te zeggen. Gospel en rockabilly werden knap vermengd in "From Orange To Pink". Een volgend hoogtepunt krijgen we in het bluesy "Your Man" waar Patrick's stem veel weg heeft van John Fogerty in zijn hoogdagen, vooral in de langzamere nummers blijkt pas wat een uitstekend zanger Patrick is. Wat hebben we nog niet gehad: oh ja, wat ragtime, wat jazzy, ouderwetse vaudeville? "Two or Three" met kazoo en door een megafoon gezongen, maar toch hoorbaar met die Auerbach stempel, is helemaal dat. "Think about it" is een nogmaals zo 'n sterke soulvolle ballad met een refrein dat in je hoofd blijft zitten, prima gezongen, echt een nummer met radiokwaliteiten. Om te eindigen dan wat echte Delta blues in "Mam en Dad", een song die de Patrick Sweany laat horen zoals hij een viertal jaren geleden begonnen is, met eenvoudige oprechte simpele bluesnummers. Wat een evolutie heeft deze jonge rootsmuzikant ondertussen reeds ondergaan, elke cd groeit hij om beetje bij beetje uit te groeien tot een naam die binnenkort velen zullen kennen. Overtuig U zelf met de liveclips (allemaal uit de vorige cd).
(RON)


 

VOXTROT
Website - myspace
Mail: Beggars Banquet
jan.beggars@skynet.be
jamesminor@gmail.com
Label : Playlouderecordings

 

 

Een debuutalbum geproduceerd krijgen door niemand minder dan de beroemde Victor Van Vugt is al een prestatie op zich, maar de vijf jonge honden van Voxtrot uit het Texaanse Austin doen nog veel beter. Ze leveren met de titelloze, 11 tracks bevattende CD een fris en modern popwerk af, vol met hitsingeltjes die de MTV’s en JimTV’s van deze wereld de volgende weken zullen gaan veroveren. Ondanks hun Amerikaanse afkomst is de sound van Voxtrot toch zeer Brits. Hun recentste singles “Blood Red Blood” (à la Arcade Fire of Decemberists) en “Firecracker” waren de voorbode van dit eerste full-album. Eerder verschenen er ook al enkele EP-tjes met wisselend succes. Hun muziek is in grote mate zeemzoete indiepop met automatisch opkomende reflecties aan de Britse sixtiessound van Belle and Sebastian, vooral in songs als “The Future Pt. 1”, “Ghost”, “Every Day”, “Steven” en “Introduction”. Het is allicht de sterk gelijkende stem van zanger Ramesh Srivastava die daarvoor verantwoordelijk is. In “Firecracker” en “Kid Gloves” wordt er overigens ook een beetje gerockt. Ook “Brother In Conflict” rockt vlotjes en “Easy” is voornamelijk boysbandpop. De pianosongs “Ghost” en “Real Live Version” leunen dan weer wat meer aan bij de sound van Coldplay. Voxtrot toert momenteel samen door de Verenigde Staten in het voorprogramma van Artic Monkeys. Voor mij hoort deze groep thuis in het rijtje Kaiser Chiefs, The Thrills, The Shins, kortom bands die momenteel razend populair zijn, maar waarvoor er ook een groot risico voor oververzadiging dreigt. Toch een geslaagd debuut en hun succes zal de band allicht snel gelijk geven met de keuze van hun muziek.
(valsam)


THE INSOMNIACS
LEFT COAST BLUES
Website
Label: Delta Groove records
Distr.: Inakustik
Cdbaby

 

Een nieuwe bluesband uit Portland, Oregon onder leiding van de jonge gitaarwizard Vyasa Dodson, een 25 jarig kereltje dat ook nog behoorlijk kan zingen, Alex Shakeri is lekker bezig op diverse keyboards waaronder mijn geliefde Hammond B3, Dean Meuller is een meester op de bas en Dave Melyan is meer dan een doordeweeks drummertje. Deze heren ademen 50's swing en jump en zijn West Coast van kop tot teen. Losjes uit de pols spelen ze evengoed rock & roll: "Watch Your Mouth", slowblues: "Stuttering Blues" en natuurlijk behoorlijk wat swing. De bekende West Coast muzikanten hebben hier en daar nog wat laten liggen zo te horen, en hieruit distilleren de Insomniacs nu hun "Left Coast Blues", en dat is tegelijkertijd de "Right Coast Blues" als je het mij vraagt, want hoewel het genre vol gevaarlijke valkuilen voor herhalingen zit is de enige her-, her- her-, herhaling hier de komische stu- stu- stuttering blues die door Vyasa op meesterlijke wijze vertolkt wordt. Wat vooral opvalt is ook dat de Insomniacs een hechte band zijn, geen geduw met de ellebogen om in de spotlights te staan, neen, een goed geoliede machine is de band, en het vlotte, gemakkelijk in het gehoor liggende geluid is een waar plezier om je aan over te geven. "Wrong Kinda Love" is zo'n song, waar het heerlijke Hammond geluid en de stem van Vyasa een homogene bluesy earcandy vormen. Ja, Delta Groove blijft als vanouds kwaliteit uitbrengen, ook deze keer weer. Hoe de Insomniacs live de boel op stelten kunnen zetten horen we in de twee bonus songs "Serves me Right" en "No Wine, No Women", en als je dat gehoord hebt kan ik maar één woord zeggen. Peer, en geen woord méér.
(RON)


 

THE BLUES EXPERIENCE WITH CASH McCALL
THE VINTAGE ROOM
Website - myspace
Label: Dixon Landing Music
Cdbaby

 

 

Als je opa Willie Dixon heet, en je bij hem opgroeide, dan ben je voorbestemd om bluesartiest te worden. Alex Dixon leerde piano spelen van Lafayette Leake, Arthur "Butch" Dixon, zijn oom en Leonard Caston, beter bekend als "Baby Doo", drie pianisten die achtereenvolgens in Willie Dixon's band speelden. Hij schreef zelfs songs voor het laatste album dat Willie ooit opnam, namelijk "Hidden Charms" en die een Grammy won. Alex groeide op in de omgeving van bluesgroten als Bo Diddley, B.B King, KokoTaylor en Chuck Berry. Na zich voornamelijk met studeren bezig te houden tijdens zijn tienerjaren en tot zijn vierentwintigste, kwam hij wat later toch terug naar de blues, een Dixon uit Chicago lijkt daarvoor in de wieg gelegd. Hij vormde nu samen met zijn vrouw de firma "Dixon Landing Music", en heeft zichzelf als doel gesteld de Chicago blues, die mede dankzij zijn grootvader zo een belangrijke stijl werd, terug in ere te herstellen en jonge minder bekende artiesten daartoe de kans te geven. Hij heeft samen met "grandpa Willy" een veertigtal songs geschreven, die nog grotendeels moeten uitgebracht worden. Samen met Cash McCall, nog een bekende gitarist /zanger uit de hoogdagen van de Chicago blues heeft hij nu een eerste eigen cd gemaakt met zijn band "The Blues Experience". Naast hem speelt de jonge mondharmonicaspeler Steve Bell, bij de echte bluesfan zal er nu al wel een belletje rinkelen (die woordspeling is ongewild). Steve is namelijk de zoon van overbekende Carey Bell, die in mei van dit jaar overleed, en Steve belooft een waardige opvolger van Carey te worden, als je hem hier bezig hoort. Hoewel er dus meerdere Dixons in de Chicago blueswereld bezig zijn, is Alex de enige die na zijn groorvader een cd geproduceerd, geschreven, en opgenomen heeft. Die opnames gebeurden in Hollywood.CA. in de Bell studio. Cash McCall, die op "The Vintage Room" de hoofdrol vervult is dertig jaar geleden gestart met gospel want dat was zijn grote passie. Hij zong en speelde gitaar in een gospelgroepje "The Gospel Songbirds" waarin niet alleen hij zijn debuut maakte, maar de leadzanger was niemand minder dan Otis Clay. Toen hij twintig was werkte hij voor de Chess studios als songwriter, en schreef, (schrik niet) 360 nummers voor grootheden als Howlin Wolf, Muddy Water, Little Milton, Little Johnny Taylor en anderen, waarvan een goot gedeelte een hit werden. Als gitarist speelde hij onder meer bij Minnie Ripperton, die lange tijd zijn vriendin wasn Natalie Cole, Etta James, Temptations, Drifters, en natuurlijk Willie Dixon. Hij speelde bij de Chicago All Stars en een bekende andere Chicago bluesband Big Twist & The Mellow Fellows, later de Chicago Rhythm & Blues Kings. Nu na 20 jaar is Cash terug en hij heeft niks van zijn pluimen verloren. Met deze "The Vintage Room" heeft Alex Dixon zijn doelstelling, de Chicago blues terug laten schitteren, alle eer aangedaan, want dit is echte Chicago blues, authentiek en toch tegelijkertijd met een ietwat moderner geluid. "Helluva Time" bijvoorbeeld, de openingssong is een nummer dat veel van "Wang Dang Doodle" in zich heeft, was het iemand anders geweest, zouden we zelfs van plagiaat durven spreken, maar we gaan het hier houden bij een tribute, en dat is het ook in feite, want het is één opeenhoping van namen van bluesgroten. De cd is gevuld met drie bekende covers van opa Dixon: "I'm Ready", "Bring It On Home", het overbekende "I Just Want To Make Love To You" en een song waar Cash Mc Call samen met Willie voor tekende, "Mama". Al de andere songs zijn van Alex Dixon en daarvan valt vooral het sterke "Slice Of That Pie" op. Dit is een van de meest pure Chicago bluesplaten die de laatste maanden gemaakt is, de covers zullen wel een beetje een déja vu gevoel oproepen, maar het gitaarwerk van Cash en de mondharmonica van Steve Bell zijn voldoende om de hoogdagen van Chess terug op te roepen, en deze cd door hun vakmanschap de sfeer te geven zoals de platen van Muddy, Wolf en Walter lang geleden.
(RON)


 

 

THE BRIDGE
Website - myspace
Label: Hyena Records
Distr.: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

 

Naar een nieuwe plaat van het Hyena Records label kijk ik altijd uit. Dit label waar onlangs nieuwe albums waren van Dale Watson en Grayson Capps komen deze maand weer met twee sterke releases op de markt. Naast het nieuwe van Seth Walker is er ook het titelloze album van The Bridge, een plaat waarmee Hyena Records het bewijs wederom levert van hun constante kwaliteit releases. Deze band uit Baltimore, geformeerd rondom Cris Jacobs heeft één groot handelsmerk, nl. hun funky groove songs. Twaalf eigen composities zijn van een superkwaliteit en behoren zeker tot de beste composities van het superduo Cris Jacobs /Kenny Liner. Deze twee heren: Cris Jacobs (gitaar, vocals) en Kenny Liner (mandolin & beatbox) mixen samen met saxophonist Patrick Rainey, bassist Dave Markowitz en drummer Mike Gambone anders dan veel andere groepen opnieuw funk, blues, R&B en rock. In hun geschreven nummers versmelten ze die invloeden tot tegelijk rootsy en opvallend sterke, catchy melodieën, terwijl ze in een nummer als "Flats Of The Old Avenue" een intens bluegrass getint walsje neerzetten. Jacobs’s gitaar, Patrick Rainey's sax bepalen door bas en percussie gespeelde ritmes, met als gastmuzikanten Russell Batiste (Funky Meters, PBS), Mookie Siegel (Phil Lesh & Friends, David Nelson Band), en John Ginty (Citizen Cope, Robert Randolph), het intieme en open geluid. Daaroverheen klinkt de kenmerkende stem van Jacobs uitbundig, maar haarzuiver, en soms zeer weemoedig. De nummers zijn allen opgenomen door Chris Bentley en dit in een vlekkeloze productie van Bentley zelf en ons duo Jacobs / Liner. Misschien deed Bentley niet meer dan opdracht geven de band te starten, maar hij schiep hoorbaar de atmosfeer waarin The Bridge zich op meer dan een manier klassiek konden uitleven. Maar de opnamen stralen een losheid en ongedwongenheid uit waardoor het spelplezier erg opvalt. Dat is ook te merken aan de ritmesectie die zeer strak speelt. Luister maar even naar het openende soulvolle "Get Back Up", het radiovriendelijke "Country Mile", het rockende "14 days", het ruw donker rappende "The Ballad Of Clear Rock", en het bluegrass getinte "Chains" waarin Liner éénmaal de hoofdrol voor zich opeist, niet enkel vocaal maar ook op de mandolin. Met songs als "Angelina", "Further to Roam" en het afsluitende "Brother Don't" bewegen dit vijftal zich duidelijk zich ergens tussen Little Feat, The Radiators en Los Lobos. Dit debuut is daarmee een hele fraaie en complete plaat geworden en daarom is best te geloven dat The Bridge dit jaar alleen al meer dan 200 optredens achter de rug heeft aan de Amerikaanse oostkust. Funky klasse!