ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


PEDRO PEREIRA - LAST MAN ON THE PLANET

ELIZA GILKYSON - LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)

THE FOGHORN STRINGBAND - BOOMBOX SQUAREDANCE

VARIOUS ARTISTS: GLORYLAND - 30 BLUEGRASS GOSPEL CLASSICS

ALICE STUART & THE FORMERLYS - FREEDOM

ANY TROUBLE - LIFE IN REVERSE

GOV'T MULE - MIGHTY HIGH

BEIRUT - THE FLYING CLUB CUP

DELANEY BRAMLETT - A NEW KIND OF BLUES

ROD PIAZZA & THE MIGHTY FLYERS BLUES QUARTET - THRILLVILLE


 

PEDRO PEREIRA
LAST MAN ON THE PLANET
Website
Mail: pedropereira@verizon.net
Label : Eigen Beheer
CD Baby

 

 

Toen ik deze CD van Pedro Pereira in handen kreeg was mijn eerste idee dat ik een album in de stijl van salsa, latin of funk vasthad. Maar niets was minder waar na de beluistering. Afkomstig van één of ander Caraïbisch eiland belandde hij als Amerikaanse immigrant in Huntington, Long Island, New York. Professioneel is Pereira een journalist en zijn passies omvatten zijn vrouw Diane en dochter Caroline, columns schrijven en liedjes maken en zingen. Pedro Pereira kreeg in zijn jeugdjaren een mengelmoes van diverse muziekstijlen over zich heen en daaruit distilleerde hij zijn eigen geluid, geënt op de Amerikaanse rock- en popsongs. De liedjes die daaruit voortvloeiden verschenen nu op zijn debuutalbum “Last Man On The Planet”, een plaat die me bijzonder vrolijk weet te stemmen. Al van bij de beluistering van “Wish”, het eerste nummer op dit album dat je meteen bij de strot grijpt en niet meer los laat. Schitterende muziek, prachtig zangwerk en een simpele, vrolijke en uiterst meezingbare melodie. De titelsong “Last Man On The Planet” heeft wat weg van Lou Reed tijdens zijn betere zangpartijen. Inhoudelijk wordt er gezongen over o.a. verlangen, zorgen, vreugde, tevredenheid en teleurstellingen, kortom die dingen die ieder van ons in het dagelijkse leven tegen komt. “How I wish it would stop raining” zingt hij in “Raining” terwijl het hier momenteel buiten pijpenstelen giet. Ik ben het dus volmondig eens met deze zanger. In “The Island” brengt hij een eerbetoon aan zijn eiland van herkomst, evenals in het in het Portugees gezongen slotlied “Saudade”. In “Lay Down Your Sword” bezingt hij een soldaat die met zichzelf in het reine komt en zijn kille moordwapen aan de kant legt. De nummers op “Last Man On The Planet” zijn uitzonderlijk mooi gearrangeerde werkstukken die muzikaal met veel liefdevol vakmanschap werden opgebouwd. Pedro Pereira is wat schatplichtig aan de heren van Cracker (vooral dan aan zanger David Lowery), maar evenzo kan je hem vergelijken met de muziek van Fleedwood Mac, voornamelijk met de Lindsey Buckingham-songs. Soms hoor ik zelfs een vleugje Orbison in enkele nummers, maar dat zou ook aan mij en mijn passie kunnen liggen. Als Pedro Pereira “The Last Man On The Planet” zou zijn kan ik iedereen aanraden om eerst nog eens naar de catchy pop songs op zijn CD te luisteren vooraleer je van deze aardbol zou verdwijnen. Het zal in elk geval een aangenaam laatste uurtje op deze planeet geweest zijn.
(valsam)


 

 

ELIZA GILKYSON
LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)
Label : New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Dankzij de CD/DVD "Live From Austin,Tx" van New West Records is mijn wens om deze dame live te aanhoren al een beetje in vervulling gegaan, en we zullen er meteen duidelijk over zijn: dat was net zo geweldig als we hoopten. Al waren we reeds enkele geleden verheugd met haar prima live-cd "Your Town Tonight" weet het New West label ons nu te verrassen met een optreden van Eliza Gilkyson, opgenomen in 2001 in de Amerikaanse televisieshow Austin City Limits, hetzelfde jaar dat ze met "Hard Times In Babylon" een succesvol album had. Gilkyson maakte haar eerste LP'jes reeds aan het eind van de jaren zestig. Als dochter van de bekende Amerikaanse folkzanger Terry Gilkyson werd de muziek haar met de paplepel ingegoten. Het in 1987 op het Gold Castle label verschenen album "Pilgrim" maakte haar tot een lieveling van het new-age publiek en daarom voor anderen tot een non-item. Ongemerkt gingen dan ook "Through A Looking Glass" uit 1994, "Redemption Road" uit 1997 en "Misfits" uit 1999 aan het grote publiek voorbij. In het kielzog van Lucinda Williams maken verschillende vrouwelijke singer/songwriters furore in een muzieksoort, maar ook Gilkyson is inmiddels tot dit gezelschap toegetreden. Want na de reeds vernoemde platen verschillende muzikale terreinen te hebben verkend, maakte zij in 2000, "Hard Times In Babylon". Een beklemmende plaat met louter songs van eigen hand, waarmee haar naam bijna van de ene op de andere dag in kringen van Americana-liefhebbers was gevestigd. Het lijkt erop dat Gilkyson na haar verhuizing naar Austin een new age heeft gevonden. Een nieuwe episode in Gilkyson’s oeuvre lijkt te zijn aangebroken met het optreden op 13 augustus 2001 aldaar. Tijdens dit optreden in de Austin City Limits-show speelt ze met een uitstekende band, waarin ze naast gitariste Nina Gerber ook zelf niet onverdienstelijk gitaar speelt. De optredens van Gilkyson ademen een eigen, unieke sfeer en "Live From Austin,Tx" weet deze sfeer feilloos te vangen en vervolgens op te roepen in onze eigen huiskamer. De zangeres pleegt haar soms zwaarmoedige liedjes te larderen met geestige anekdotes en hiermee brengt zij balans in haar optredens. Want tussen de nummers lijkt zij met veel zelfironie haar nieuw verworven status van "hitartiest" op de hak te nemen. Als de muziek begint is de concentratie meteen terug, en dit in elf songs (met natuurlijk vele tracks van "Hard Times In Babylon"), ze beheerst het allemaal op deze geweldige dvd. Een prachtig zingende Gilkyson laat het hele optreden geen steek vallen en zorgt met haar band voor een memorabel optreden, waar velen onder u ook getuige van waren tijdens het Blue Highways Festival waar ze te gast was in 2005.


 

THE FOGHORN STRINGBAND
BOOMBOX SQUAREDANCE
Website - myspace
Distr.: Sonic Rendezvous
Cdbaby
VIDEO

 

 

In de weken juist voor eindejaar dat er vooral veel verzamelaars uitkomen, zal deze verschrikkelijk goeie plaat niet opvallen, en omdat het ook geen commerciele plaat is zal dat ook zo blijven en dat is jammer, want het album "Boombox Squaredance" van de Foghorn String Band is domweg fantastisch. Een band die zich de Misthoorn Stringband noemt doet dan wel het ergste vrezen, maar de muziek die de band maakt heeft niets met misthoorns of de suggestie van misthoorns uit te staan. Ik gooi het op een kruising van The Carter Family met Bill Monroe en van beide bands alleen maar de super chromosomen. Deze bluegrassband is een vijfkoppige band die het voor elkaar krijgt om de diepste emoties om te zetten in muziek. Je hoort gewoon dat er heel hard aan is gewerkt, met passie gespeeld, en bovendien dat het ook nog gelukt is. Het is gewoon heerlijk om met een groepje gewoon op simpele akoestische instrumenten samen muziek te maken. Je kunt het ook gewoon overal doen, en aan de meeste stringbands kun je ook zien dat ze er ontzettend veel lol in hebben. Dit uit Portland, Oregon afkomstig gezelschap brengt nu na "Rattlesnake Tidal Wave" (2002), "Reap What You Sow" (2004), "Weiser Sunrise" (2005) hun vierde album "Boombox Squaredance" op de markt, een cd met allemaal traditionele muziek, zijnde 'old-time American fiddle tunes'. Een plaat die volledig in de lijn ligt van "Reap What You Sow", want deze elf instrumentale songs behoren tot dezelfde sessies die toen in 2004 werden opgenomen, maar nu pas cd verschijnen. Songs waar weer voortreffelijk gemusiceerd wordt met al dat veel snarengekletter en dat betekent dat Stephen 'Sammy'Lind (de viool), Caler Klauder (mandoline), The Reverend P.T. Grover Jr (banjo), Kevin Sandri (gitaar) en Brian Bagdonas (bas) niet alleen technisch prima met hun instrumenten uit de voeten kunnen, maar dat ze ook goed naar elkaar luisteren en regelmatig verrassende dingen laten horen. "Boombox Squaredance" zal gegarandeerd zowel bij bluegrass- en old-time-puristen als bij nieuwkomers in beide genres op de nodige bijval kunnen rekenen. Heerlijke muziek, die door de aanstekelijke manier waarop ze gespeeld wordt door deze band behoorlijk onweerstaanbaar wordt. En dat is toch opmerkelijk voor een band die "gewoon" alleen maar old-time-muziek maakt. Ze zijn dan ook gewoon heel erg goed en behoren tot het allerbeste wat dit genre op dit ogenblik te bieden heeft.


 

 

VARIOUS ARTISTS:
GLORYLAND - 30 BLUEGRASS GOSPEL CLASSICS
Label: Time Life Records / Rykodisc Records
Distr.: Rough Trade

 

Op het Time Life Records label wordt na de DVD, "Bluegrass Country Soul", de horizon verder verlegd naar het Amerikaanse land. Al meer dan een eeuw wordt in de gebergtes van Tennessee, de Appalachians, pure akoestische muziek gespeeld die een sterke traditie heeft. Pas in de vijftiger jaren kreeg de muziek een naam: bluegrass. Roots van bluegrass komen uit een combinatie van Europese en Amerikaanse invloeden: Keltische songs, ragtime, blues, jazz en gospel samen met de tokkeltechnieken uit Afrika vormen de basis. Dat de muziek louter op akoestische instrumenten als gitaar, banjo, mandoline en fiddle gespeeld wordt, geeft het een extra authentiek gevoel. Instrumentale virtuositeit is één van de hoofdkenmerken van de musici. De vader van de bluegrass is Bill Monroe en juist hij ontbreekt op deze verzameling van 30 songs op de pas verschenen dubbelaar "Gloryland". Zijn geest is echter overal aanwezig en zijn songs gelukkig ook. Op deze '30 Bluegrass Gospel Classics' vind je een bonte collectie muziek uit heden en verleden en zo zie je dat ondanks de geringe muzikale vernieuwing ook nu bluegrass de nodige impact maakt. Vergelijk oude cracks als Ralph Stanley en Del McCoury maar eens met huidige bluegrass sterren als Ricky Skaggs en Rhonda Vincent. De sfeer is hetzelfde, alsof de tijd heeft stilgestaan. Deze verzamelaar is dan ook bij uitstek geschikt voor de liefhebber van pure en akoestische muziek en is wederom een haast voorbeeldige introductie. Die verzamelaar van Bill Monroe moet je er dan maar bij kopen.


TRACKS:
Disc1
1.: Somebody Touched Me - Stanley Brothers
2.: Drifting Too Far From The Shore - Skaggs, Ricky & John Starling
3.: Shine Hallelujah Shine - Reno, Don & Red Smiley
4.: Were You There - Seldom Scene
5.: Rank Stranger - Stanley, Ralph
6.: Blessed Assurance - Forbes Family
7.: I'm Using My Bible For A Road Map - Country Gentlemen
8.: Old Rugged Cross - Sparks, Larry
9.: Down Home Gospel Medley - White, Buck & The Down Home Folks
10.: Just A Closer Walk With Thee - Waldron, Cliff
11.: Some Day - Blue Highway
12.: They're Holding Up The Ladder - Easter Brothers
13.: Beulah Land - Williams, Paul
14.: Little Black Train - IIIrd Tyme Out
15.: Gloryland - Marshall Family
Disc 2
1.: I've Just Seen The Rock Of Ages - Sparks, Larry
2.: Angel Band - Stanley, Ralph
3.: Model Church - Crowe, J.D. & The New South
4.: I Just Want To Thank You Lord - Marshall Family
5.: Bright Morning Star - Country Gentlemen
6.: Wait A LIttle Longer Please Jesus - McCoury, Del & The Dixie Pals
7.: First Step To Heaven - Vincent, Rhonda & The Sally Mountain Show
8.: I'll Meet You In The Morning - Appalachian Express
9.: Heaven - Seldom Scene
10.: When They Ring Those Golden Bells - Eanes, Jim
11.: He Will Set Your Fields On Fire - Reno, Don & Benny Martin
12.: Precious Memories - Stanley Brothers
13.: Whispering Hope - Williams, Paul
14.: Talk About Suffering - Forbes Family
15.: What A Friend We Have In Jesus - Lost & Found


 

ALICE STUART & THE FORMERLYS
FREEDOM
Website - myspace - Label: Country Con Fusion
Distr.: Sonic Rendezvous

Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Toen in 1971 Bonnie Raitt haar eerste plaat opnam, behoorde ik tot de gelukkigen, omwille van mijn job, dat ik dit juweeltje dadelijk kon aanschaffen, en kan me dus letterlijk tot haar fans van het eerste uur tellen. Wat heeft dit te maken met de cd van de onbekende Alice Stuart zal je je afvragen, wel, Alice Stuart zal voor velen een onbekende zijn. Haar eerste opname dateert echter van 1964, en van haar wordt gezegd dat zij onder andere Bonnie inspireerde. Dat en het feit dat ze gedurende meer dan een half jaar in Frank Zappa's band zat, is voldoende om haar niet meer bij de "onbekenden" in te delen. Deze niet meer zo jonge dame heeft een prachtstem en haar intonatie herinnert inderdaad regelmatig aan Bonnie Raitt, maar ook, Willie Nelson en Brenda Lee zijn namen die me voor de geest komen. Enkele covers op deze cd, de rest is eigen werk. Een cover die kan tellen is Dylan's "It's All Over Now, Baby Blue", een nummer dat haar op 't lijf geschreven lijkt, en die ze op een "Bonnie Raitt" wijze brengt. Alleen is hier de vraag, is 't niet andersom, als je Amerikaanse kritieken leest als "Without Alice Stuart, there would have been no Bonnie Raitt". Dat dit wel eens waar zou kunnen zijn, hoor je als je luistert naar "Rhythm Train" een nummer van haar keyboardspeler Steve Flynn, dat bijna als de twee spreekwoordelijke druppels water als een Bonnie Raitt song klinkt (overtuig jezelf hiervan met de clip). Van "Train Of Love" van Johnny Cash heeft Alice ook een verdienstelijke cover gemaakt. In de eigen geschreven ballade "I’ve Got Something For You" heeft de stem van Alice dan meer een Brenda Lee timbre en ze voorziet het nummer van wat prachtig gitaarwerk, een uiterst sterke song is dit geworden. Opnieuw sterke gelijkenis met Bonnie Raitt in "If You Want It To Last", een bluesy shuffle met een paar reggae passages. De helft van de band schreef mee aan ’t rustige "I Won’t Bleed" en bassist Marc Willet zorgde voor ’t reggaenummer "Harmony", best leuke songs, maar als Alice zelf de songs terug aanbrengt zoals "Down To Earth Man" en "Everyone knows" krijg je weer die mooie nummers met bluesy inslag die ervoor zorgen dat dit een cd geworden is voor de liefhebbers van blues en rootszangeressen in het genre van (ja, ik val in herhaling) Bonnie Raitt.
(RON)


 

ANY TROUBLE
LIFE IN REVERSE
Website
Email: info@anytrouble.co.uk
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO

 

 

In de popmuziek worden er aan de lopende band comebacks en reünies gearrangeerd. Vaak met de ontegenzeggelijke schijn even opnieuw flink te willen cashen. Maar in bepaalde gevallen is de urgentie nog bijna even groot als vroeger. Dat laatste blijkt het geval bij Any Trouble, een band uit het Britse Crewe, die in 1980 het eerst van zich liet horen. Er verrijst thans bij het Blue Rose label, weer een aardig sterke terugkomplaat in de vorm van "Life In Reserve" van deze heropgerichte band. Een schijf die opnieuw creatief teruggrijpt naar het verleden, met name naar die briljante debuutplaat die deze band maakte voor het legendarische label, Stiff Records. "Where Are All the Nice Girls?" was een echte klassieker in die jaren tachtig, een plaat met als producer John Wood die we kennen voor zijn werk met o.a. Nick Drake, Fairport Convention, Pink Floyd en Squeeze. In 1981 verscheen het tweede album voor Stiff label, maar hierop waren geen popsongs meer terug te vinden, ze hadden blijkbaar andere ideeën, want deze opvolger "Wheels In Motion" verkondigde het begin van hun new wave sound. Een verkeerde keuze van de band want al snel raakte deze band in de vergetelheid. De bandleden waren Clive Gregson (vocals, gitaar), Chris Parks (vocals, gitaar), Martin Hughes (drums, percussie) en Mark Griffith (bas). Ietwat vreemd volk, blijft deze band rond Clive Gregson sowieso, maar dat is in deze zeker geen diskwalificatie. De verkwikkende hand water die Any Trouble in die begin jaren 80 in het gezicht van de popmuziek smeet blijkt nog altijd een heilzame werking te hebben. En dan te bedenken dat de band al bijna compleet in de vergetelheid geraakt was. "Life In Reverse" is nu hun comeback plaat, wederom bijgestaan door producer John Wood en opgenomen in de ICC Studios in Eastbourne. Dertien songs, songs die niet zo hitgevoelig zijn als op "Where Are All the Nice Girls?", maar dat deert allerminst. Tracks als "What To I Have To Do?", "Wanderlust", "The Man I Used To Be" en "I Want You" pakken je dan weer ouderwets lekker bij je nekvel. De Britten klinken zelfs nu, 27 jaar later dan hun debuut vrij ingetogen en tamelijk evenwichtig. Hun beste plaat gaat het niet worden, maar Any Trouble bewijst weinig aan relevantie ingeboet te hebben. "Life In Reserve" is daarmee zonder enige twijfel één van de interessantere comebacks van 2007 in dit genre.


 

GOV'T MULE
MIGHTY HIGH
Website - myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Het Amerikaanse Gov't Mule moest aan de man worden gebracht, daarom verscheen vorig jaar bij het Evangeline label, "The Best Of The Capricorn" (2006) en bij Blue Rose Records het album "High & Mighty" (2006). Zeker dit laatste label achtte het bij deze release een goed moment voor een doorbraak van de in 1994 opgerichte band. Zanger/gitarist Warren Haynes en zijn mannen hebben er van dit jaar dan ook een Europese toernee op zitten, met als uitschieters hun optreden tijdens het Belgium Rhythm 'n' Blues Festival in Peer en in Paradiso, Amsterdam. Dit alles heeft dan wel degelijk de aandacht van het Europese publiek getrokken en door al deze gunstige publiciteit ligt nu al het nieuwe album "Mighty High" in de winkels. Gov ’t Mule brengen al jaren een mix van Southernrock jams met blues- en jazz invloeden in de geest van de oude powertrio’s. Wat hen al snel de bijnaam powertrio of the 90’s oplevert. De positie van gitarist/zanger Warren Haynes in de muziek wordt gewaardeerd vanwege zijn enorme inzet en productie. Haynes is vergroeid met zijn gitaar en maakt knappe platen, met Gov’t Mule, Allman Brothers en solo. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Einde vorig jaar verscheen het album "High & Mighty", met wederom een portie oerdegelijke rockmuziek, een plaat die in het verlengde ligt van het ijzersterke "Deja Voodoo". Dat wil zeggen, bondige nummers, opgehangen aan majesteuze gitaarriffs. "High & Mighty" is een echte jaren 70 plaat waaruit de voorliefde voor The Free, Lynyrd Skynyrd, Led Zeppelin, Cream en vooral The Allman Brothers doet denken. Opvallend aan "High& Mighty" zijn wel de reggae-invloeden en de politieke teksten van Haynes, wiens voordracht steeds aangrijpender wordt. "Mighty High" is meteen Gov't Mule's twaalfde plaat, en duidelijk een vreemde eend in het oeuvre van deze jamband, want op deze plaat gaan de Amerikanen aan de slag met invloeden uit de soul, dub en reggae. Invloeden die al aanwezig waren op de voorganger, maar supertalent Waynes manifesteert zich op deze plaat niet alleen als gitaargenie maar ook als studiotechnicus, door een aantal nummers, opgenomen tijdens concerten in 2006 en 2007, in dub te remixen. Natuurlijk zoals de titel van deze plaat al laat vermoeden vinden we hier tal van dub - remixen terug van vele tracks uit "High & Mighty", Gov't Mule's 2006 New Year's Eve concert in Beacon Theatre, New York City, maar ook dub versies van "I'm A Ram", The Band's "The Shape I'm In" en Otis Redding's "Hard to Handle". Alles klinkt zo ‘live’ als het maar zijn kan, in de goede zin van het woord. Het lijkt alsof de band de plaat zomaar op de band heeft gezet, zonder dat de partijen afzonderlijk van elkaar zijn opgenomen. Het echte jammen, één der handelskenmerken, gebeurt binnen de perken, want naast Haynes zorgde ook Gordie Johnson voor de productie en de mixing van deze dertien songs. "Mighty High" opent grandioos met een cover van Al Green's "I'm A Ram" uit diens "Gets Next to You" - album uit 1971, waarin we misschien nog wat invloeden horen van Free of Lee Perry. Verder werken mee aan dit album o.a. reggae en dub legenden: "Toots" Hibbert, Willi Williams, Michael Franti en Gordie Johnson die met hun vocale inbreng, je weer gedurende de hele speelduur op het puntje van je stoel houden of juist niet. Indrukwekkend zijn de bijdragen van Michael Franti en Willi Williams. Zo zingt Franti een versie van The Rolling Stones' "Play With Fire" en horen we Jamaicaan Williams in het afsluitende met wah-wah-gitaar gedreven "Plasticine Era", een nummer dat feitelijk een remix is van "I'm a Ram". En zo is de cirkel weer rond. Het zou me niet verbazen dat op de volgende cd een versie komt van Willi Williams, "Armagideon Time", een single waarmee hij in 1978 zoveel succes oogste. Maar met het opvallend combineren van de muziek die deze fascinerende band de afgelopen jaren heeft gemaakt weet u maar nooit wat er zal volgen. Voorlopig zijn we zeer tevreden met "Mighty High", want dit is weer een plaat om je vingers bij af te likken.


 

 

BEIRUT
THE FLYING CLUB CUP
Website - myspace
Label: 4AD
Distr.: V2
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Wanneer stress je leven beheerst en de speelsheid verloren is gegaan… dan heb je nood aan een reddende oase van energievolle klanken. Klanken die je laten wegkijken van alle drukte, tonen die je laten tintelen en geluiden die je laten bewegen. "The Flying Club Cup" is voor mij zo'n cd waarvan ik in alle rust en stilte kan van genieten. Eén en twintig jaar is hij pas, Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico. Hij mag gerust een bijzonder talent genoemd worden. Zo jong en zo bewogen, het is een mirakel te noemen. Ik adviseer een ieder om met een schone zakdoek het wel en wee van het "The Flying Club Cup" te gaan beluisteren, want je wordt meegesleurd in een poel van Slavisch aandoend verdriet. Ook Joodse invloeden zijn niet van de lucht, waardoor een merkwaardige mengeling van Gypsy en Midden Oosten is ontstaan. Met een stel vrienden nam hij in 2006 onder de naam Beirut, hun debuut "Gulag Orkestar" op, een plaat die tot de wonderlijkste van dat jaar kan worden gerekend. Condon schrijft en zingt in de traditie van indie-gitaarbands als Clap Your Hands Say Yeah en Arcade Fire, ook zijn stem doet een beetje denken aan die van David Byrne of aan Neil Hannon van The Divine Comedy, maar wat "Gulag Orkestar" tot zo’n mooi geheel maakte waren voornamelijk de blazers en andere orkestrale arrangementen die regelrecht uit de Balkan afkomstig lijken. Alsof Goran Bregovic met zijn orkest Condon begeleiden. De trompet, die door Zach virtuoos bespeeld wordt, neemt een belangrijke plaats in. Veelal voorziet hij zijn zangpartijen van een meelopende trompetpartij, zodat hij een prachtige dramatiek in zijn stem weet te leggen. De liedjes zouden zo van de hand van Sufjan Stevens kunnen komen, maar de muziek lijkt uitgevoerd door authentieke Balkan-artiesten. En nu een jaar verder verrast Condon ons opnieuw met "The Flying Club Cup" en laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: de sfeer van het debuutalbum is volledig doorgetrokken in het nieuwe album waarin hij naast zijn Slavische walsmuziek met imposante koren en schrille blazers er ook nieuwe elementen aan toe voegde, zoals Mexicaanse trompetten en een bar room-piano. Dat blijkt trouwens geen enkel bezwaar te zijn, want "The Flying Club Cup" is ook weer zo’n fraaie droevige plaat geworden, waarin de mix van balkan, gipsy en Joodse traditie wederom de hoofdrol spelen. Condon klinkt weliswaar nog even treuriger dan treurig, maar toch ook meer zelfverzekerd en vastberaden en verstaat daarbij ook de kunst om deze mix van on-Amerikaanse klanken geheel eigen te maken, zodat alles één wonderlijk geheel van klassieke schoonheid vormt. Op "The Flying Club Cup" heeft het accent zich enigszins verschoven van de Balkan richting Parijs, waar Condon onlangs beland is en waar hij nu zelfs schijnt te wonen. Op de vorige cd stond het nummer "Postcards from Italy", een nummer om te huilen, zo mooi. Op zijn nieuwe album, zijn de openers "Nantes" en "A Sunday Smile", zo prachtig, echt om te grienen zo mooi. Meteen de twee emotionele hoogtepunten. Nog steeds speelt hij op weergaloze wijze zigeunermuziek samen met folk en barok, maar de nummers zijn compacter. Luister bijvoorbeeld ook maar eens naar "The Penalty", waar dat perfect tot zijn recht komt, banjo en stem maken zo’n song tot een bijzonder intiem document. Het meeslepende 'In The Mausoleum" wordt opgesierd door één van de mooiste orkestrale passages die we dit jaar hoorden en zeker "Un Dernier Verre (Pour La Route)" had zonder Condon's stem dan weer zo op een album van Sufjan Stevens gekund. Zoals "Gulag Orkestar" ongetwijfeld één van de merkwaardigste platen van vorig jaar was heeft Beirut wederom een bijzonder document afgeleverd. Het maakt van Zach Condon op dit moment een uniek Amerikaans talent, die duidelijk gegroeid is in zijn glansrol als eigenzinnige liedjescomponist. Ontdek een van de beste platen van 2007!


 

DELANEY BRAMLETT
A NEW KIND OF BLUES
Website - myspace
E-mail: Delaney.Bramlett@yahoo.com
Label: Magnolia Gold Records
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Wij gaan geen halve bladzijde vullen met de wapenfeiten van Delaney Bramlett, ik veronderstel dat de Rootstime lezer die uitleg helemaal niet nodig heeft, zowat iedereeen kent hem wel. Daarom gaan wij het over de cd zelf hebben. Als voornaamste sterke punt op zijn cd, heeft Delaney de supergitarist van de vroegere "Kentucky Headhunters" Greg Martin, binnengehaald, de reincarnatie van Duane Allman, noem ik hem, van wiens twee fantastische bands ik dit jaar de cd's nog mocht bespreken: "The Mighty Jeremiahs" en "Taildragger". Hij was ook de sterke kracht op de laatste van Jimmy Hall: "Build Your Own Fire". Ex vrouwtje Bonnie Bramlett verblijdde ons vorig jaar ook nog met de uiterst sterke "I Can Laugh About It Now", een Southern rock plaat zoals ze die precies enkel nog in Macon Georgia kunnen maken. Van Delaney hadden we sinds 2002 echter niet veel meer gehoord, zijn "Sweet Inspiration" was verre van sterk, en het in 1998 opgenomen "Sounds From Home" was ook geen wereldschokkende release. Van "A New Kind of Blues" verwacht ik vanwege de medewerking van gitaristen Martin en McGee wel wat meer. We zijn benieuwd. Even ons oor te luisteren leggen, om maar eens een cliché te gebruiken. Delaney is weer goed op dreef, zingt voortreffelijk en de nieuwe composities zijn sterk. Voeg daarbij het te verwachten klassewerk op gitaar en je krijgt een goede bluescd. Nummers als "Cold & Hard Times" en "Mighty Migthy Mississippi" zijn uitstekende songs, en het daarop volgende "Ol’ Moanin’ Blues" roept herinneringen op aan de dagen van Muscle Shoals opnames van Duane Allman en Clapton samen op steel guitar: Cowboy’s "Please Be With Me", dat soort diepe bluesgeluid. Geen zwakke songs op deze "A New Kind Of Blues". De mooie gospelsong "Pontotoc", het met hart en ziel gezongen "Ain’t Got Nothin’ To Loose", allemaal prachtig, en al is "P.O Box 32789" wat schatplichtig aan "Come On Into My Kitchen", Delaney heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij een groot Robert Johnson bewonderaar is en het is meer dan eens een puike song. De Sam Cooke cover: "A Change Is Gonna Come" kan ik niet anders bestempelen dan vakwerk. Vooral in "I Got The Time" hoor je dat Clapton het zingen van Delaney geleerd, en zelfs wat afgekeken heeft, maar je hoort duidelijk hier wie de meester is. Heerlijke backing vocals ook van onder meer dochter Bekka, die de genen van beide ouders Delaney & Bonnie duidelijk wel meegekregen heeft. En opnieuw wat gospel om af te sluiten in "I’m Gonna Be Ready" en ook dit kan onze kwaliteitscontrole met een "O.K" passeren. Praise the Lord for records like these… Hallelujah!
(RON)


 

ROD PIAZZA & THE MIGHTY FLYERS BLUES QUARTET
THRILLVILLE
Website
Label: Delta Groove Productions
Distr.: Inakustik
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Rod Piazza, geboren op 18 november 1947 is zanger en bandleider en heeft al lang naam als één van de top bluesharmonicaspelers. Piazza groeide op in het zuiden van Californie. In zijn tienerjaren speelde hij veel in jamsessies met zijn idool en latere mentor Harmonica Smith. Hij wordt niet alleen geprezen voor zijn techniek maar ook voor zijn kennis en beheersing van alle bluesstijlen. Sinds 1979 is Piazza, samen met zijn vrouw, de aangenaam in het oog springende pianiste Honey, de drijvende kracht achter ‘Rod Piazza & the Mighty Flyers’. In hun sound worden de stijlen jump blues, Westcoast blues en Chicago blues gecombineerd. Hun wervelende shows, waarin Rod niet zelden een wandeling door het publiek gaat maken zonder ook maar een noot op de harmonica te missen, zijn hun handelsmerk. Waarvan we dit jaar tijdens het Moulin Blues festival in Ospel getuige mochten zijn (zie ook interview met Rod Piazza aldaar). Wanneer je met je band al drie keer een W.C.Handy Award 'Blues Band Of The Year' hebt gewonnen en zelf al eens de Handy voor 'Best Instrumentalist-Harmonica' in ontvangst mocht nemen, dan behoor je tot de groten in bluesland. Piazza is duidelijk geïnspireerd door de groten uit de Chicagobluestraditie als Little Walter en Sonny Boy Williamson. Op zijn nieuwe cd "Thrillville", de opvolger van "For The Chosen Who" (2005), beiden voor het Delta Groove Records label, laat hij weer staaltjes van zijn kunnen horen met als voortreffelijke begeleiders The Mighty Flyers, waarin naast zijn vrouw Honey (keyboards/zang) vooral gitarist Henry Carjaval een hoofdrol speelt. Maar voornamelijk producer Randy Chortkoff en zijn medeproducer Rod himself hebben kosten noch moeite bespaard om er iets speciaals van te maken. Chortkoff is trouwens de huisproducer van het label Delta Groove Productions. Het album verschilt van bezetting als op zijn andere platen. Naast Honey en Henry Carvajal is bassist Bill Stuve vervangen door Honey's thunder bass en drummer Paul Fasulo door Dave Kida. Verschuivingen waarbij we feitelijk Bill Stuve's stuwende baswerk wel wat missen. Bescheiden gastrollen zijn weggelegd voor Jonny Viau en Allen Ortiz op sax. Een nummers als "Stranger Blues" van Elmore James krijgt extra demensie vanwege de samenzang van Rod en Henry Carvaljo. Maar de meeste nummers zijn als vanouds met de gebruikelijke ingrediënten aanwezig, zoals de piano van Miss Honey in "Stranded", het slepende gitaarwerk van Henry Carvajal in "The Civilian" maar vooral het prachtige chromatische harpspel van Piazza blijft centraal op "Thrillville", waar naast de uptempo nummers en de ballads in hun gebruikelijke Chicagoblues en swing, nu ook plaats gemaakt is voor funk in "MFBQ" met het prachtige saxspel van Jonny Viau. Kortweg: Zelfs na veertig jaar ziet Rod kans de stijlen van George Smith en Little Walter verder te perfectioneren. Zolang de blues in handen is van artiesten als hij, hoeven we ons over het uitsterven ervan echt geen zorgen te maken.