JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007
MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007
NATHAN JAMES & BEN HERNANDEZ - HOLLERIN'!
CHRIS YALE - WELL ENOUGH ALONE
KEVIN AYERS - THE UNFAIRGROUND
BEVERLY ‘GUITAR’ WATKINS - DON’T MESS WITH MISS WATKINS
DAVID GRISSOM - LOUD MUSIC
GARY DEAN SMITH - NO LIQUER
PHANTOM PUERCOS - WOOLD
KENT DUCHAINE - ROUGH CUT
SLIDIN' SLIM - ONE MAN RIOT
SPOON - GA GA GA GA GA


NATHAN
JAMES & BEN HERNANDEZ
HOLLERIN'!
Website - myspace
Email: njamesmusic@yahoo.com
bigbenh76@hotmail.com
Label: Sacred Cat Recordings
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Met
"Hollerin'!" brengen Nathan James en Ben Hernandez, na "Make
a Change Sometime" uit 2004 en "The Carl Sonny Leyland Trio Meets
Nathan James and Ben Hernandez" uit 2006 hun derde album, met wederom een
frisse en met kennis gemaakte verzameling van Amerikaanse rootsmuziek en countryblues.
Van Nathan James is geweten dat hij al heel jong is begonnen met spelen en dat
hij, toen hij 19 was, al meespeelde in de groep van James Harman. Het was hier
dat hij duidelijk door de blues werd beïnvloed. Nadien is hij zich gaan
specialiseren in akoestische country blues. Hij is er in geslaagd gelijktijdig
de gitaar, de zang, de percusie en de mondharmonica voor zich te nemen. Duidelijk
verdere invloeden komen van Brownie McGhee, Lonnie Johnson en nog vele anderen.
Ben Hernandez is van nature uit ook een begaafde muzikant. Hij zingt al van
toen hij nog jong was met zijn eigen band, samen met Brickyard Jones en The
Double Fives. Hij werd beïnvloed door legendes als Sonny Terry, Sonny Boy
Williams en Peg Leg Sam. De dertien tracks op dit nieuwe "Hollerin'!"
zijn een verzameling van traditionele, maar vooral eigen nummers en zijn een
goed afgewogen weergave van stijlen: Delta, Piedmont, gospel, akoestische country
blues, string band, jug band, etc ... het resultaat is een genietbare en zeer
gevarieerde mix van stemmingen, waardoor het album de luisteraar voortdurend
blijft boeien. Doordat Nathan James meerdere gitaren gebruikt creëert hij
een bepaalde sfeer en afwisselende timbres. Je gaat bijna automatisch meestampen
op de beat van de percussies. Het talent van Ben Hernandez komt tot uiting als
hij buiten harmonica, ook speelt op verschillende speciale instrumenten, zoals
een jazzkazoo, lepels, kruiken of wasbord. Nu is virtuositeit niet alles, want
vooral in dit genre moet je ook in staat zijn de luisteraar in het hart te raken.
Met de indringende zang van Nathan James lukt dat bijzonder goed. Hij heeft
een machtige, rustige, klinkende stem waarmee hij u keer op keer weet te raken.
Er wordt op deze geweldige cd voornamelijk akoestisch gespeeld, met als uitsmijter
de geweldig gospel-getinte acapella "Glory Day", maar ook de opener,
het powervol "Don’t Forget It", behoord tot de uitschieters
van deze plaat. De andere composities passen er naadloos tussen. Wat deze plaat
verder bijzonder maakt zijn de arrangementen. Luister bijvoorbeeld eens naar
de adembenemende folk ballad "Lonesome Hobo Blues", dit nummer geschreven
door Hernandez is het bewijs dat ze hun akoestische roots niet verloochenen.
Hernandez speelt overigens op momenten echt verbijsterend goed harmonica, maar
dan wel zo, dat het heel gewoon en natuurlijk klinkt. De andere songs zijn erg
afwisselend en variëren sterk. De ritmes gaan van ragtime tot jazzy deuntjes.
Doordat beiden afzonderlijk eigen vocale nummers brengen, en soms samen vocaal
uit de hoek komen, zoals in love song "Sweet Mama", wordt het album
speciaal en maakt het kans om een klassieker te worden in het genre. De hele
cd is eigenlijk één grote ontdekkingstocht!

CHRIS
YALE
WELL ENOUGH ALONE
Website - myspace
E-mail:chrisyale@gmail.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Chris
Yale, singer - songwriter woont in Myrtle Beach, South Carolina. Origineel was
hij afkomstig van Los Angeles, Californië. Heel jong begon hij reeds met
songs te schrijven, samen met zijn tweelingsbroer Roger. Hij beschouwt zichzelf
als een "storyteller" in zijn liedjes, en dat is ook zo, zijn songs
zijn echte verhaaltjes waarin tevens zijn innerlijke ik belicht wordt en de
emoties die er leven: vreugde, verlies, zorgen, ironie, hoop en liefde, de essentie
van ieder levend wezen. Daarover gaan zijn verhalen op dit debuut "Well
Enough Alone" en die titel geeft al aan dat het hier om een echt solo project
gaat. Hij produceerde, maar was tevens studiotechnicus en opname-ingenieur in
zijn ééntje, gelukkig kon hij rekenen op een handvol muzikanten
in zijn familie- en vriendenkring, anders zou het een eenzame opname geworden
zijn. Dat hij hulp kreeg van een "band" maakt natuurlijk ook dat in
plaats van een kaal klinkende troubadoursplaat, het zaakje behoorlijk hier en
daar rockt . "Something I Remember" is dadelijk al een sterke song
om mee te starten, en met het concert van Elliott Murphy nog vers in het geheugen,
valt 't me op dat er tamelijk wat overeenkomsten met diens muziek zijn, en dat
zal me gedurende de beluistering herhaaldelijk opvallen. Elliott is ook zo'n
verhalen verteller en de opbouw en uitvoering van zijn songs zijn gelijkaardig.
"Go" heeft zelfs radio potentieel, een song met een sterke melodie
en refrein, voorzien van een simpel maar zeer effectief gitaarriffje, en met
één boodschap: trap het af en liefst zo snel mogelijk. Weinig
zwakke momenten op dit debuut van Chris. "Broken Angel", "Camellia"
en "Matter Of Time" en "Roll Away the Stone" zijn allemaal
songs met een sterke "hook", die je ommiddelijk grijpt en na enkele
beluisteringen tot meezingen wil aanzetten. Dit is één van de
kwaliteiten van Chris, hij weet hoe een song te schrijven, komt het doordat
hij zo jong begon, wie weet? In alle geval... hij kan het. Bij een tweede beluistering
leek het dan ook of ik de cd al veel langer in mijn bezit had, sommige songs
hadden zich al met hun sterke melodie een weg gezocht naar mijn (overladen)
muzikaal geheugen. Samenvattend kunnen we zeggen dat Chris Yale de belofte in
zich draagt om een singer songwriter te worden die, mits wat evolutie een gevestigde
naam kan worden binnen korte tijd.
(RON)

KEVIN
AYERS
THE UNFAIRGROUND
Website - myspace
Label: Tuition
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO
2
Insiders
weten waar we het over hebben als we gaan schrijven over Kevin Ayers, maar er
zijn er nog genoeg die het niet weten. Hoogste tijd voor een korte introductie
dus. Zijn muzikale carrière startte als lead-zanger van de in 1964/1965
opgerichte Wilde Flowers. Ayers voelde zich sterk aangetrokken tot de ongedwongen
sfeer die hing in de groep rond Robert Wyatt die hun verzamelplaats hadden in
het herenhuis van Wyatts moeder. Met het splitsen van de Wilde Flowers ging
Ayers mee naar Soft Machine. In 1969 kreeg hij erkenning met zijn eerste solo
plaat: "Joy of a Toy" gevolgd door de magistrale plaat: “Whatevershebringswesing”
(1971). Hij tourde lang met zijn band The Whole World. Midden 1974 speelde Ayers
een concert samen Nico, Brian Eno en John Cale. De opnames van het concert werden
in recordtijd op elpee uitgebracht. De volgende studio-elpee, "Sweet Deceiver"
(1975), was een nachtmerrie voor Ayers. De producer had de muziek van Ayers
niet begrepen, het album flopt en Ayer’s zelfvertrouwen kreeg een forse
knauw. Hij vluchtte weer naar Mallorca, en zou pas weer op het toneel verschijnen
toen Harvest, de maatschappij waar zijn eerste elpees zijn uitgebracht, verzamelwerk
van hem uitbracht dat verrassend goed scoorde. Harvest bood hem een nieuw contract
aan, en de opnames voor een nieuwe elpee startten. "Yes We Have No Mananas"
(1976) scoort goed, en Ayers trekt een tijdje met een band rond met daarin onder
meer Andy Summers (later in The Police). De opvolger van het album, "Rainbow
Takeaway" (1978) zou geruisloos uitgebracht worden en wegzinken, de muziekwereld
was opeens in de greep van de punk en niet meer geïnteresseerd in Ayers’
werk. In de negentiger jaren is Ayers zich weer actiever met muziek bezig gaan
houden. In 1992 kwam "Still Life With Guitar" uit en ging Ayers weer
touren. Tijdens die tour overleed in mei 1992 in Madrid, Ollie Halsall (sinds
1974 maakte hij als gitarist deel uit van Ayers' band), wat als een bom insloeg.
In tegenstelling tot eerdere tegenslagen gaat Ayers nu wel door en in de jaren
erna was hij drukker dan ooit met optredens, met zijn Kevin Ayers band en vanaf
1994 ook samen met de Wizards Of Twiddly. De laatste jaren tourde Kevin Ayers
weer uitgebreid op het Europese vasteland. Veel van zijn optredens waren niet
met een band maar in een duo met gitarist Carl Bowry (ex-Wizards Of Twiddly).
De meeste nieuw uitgebrachte cd’s de laatste jaren zijn echter oude opnames.
Uitzondering hierop is "Turn The Lights Down" (2000), een cd met opnames
van de tour in 1995. En nu verscheen zijn nieuwste meesterwerk "The Unfairground",
een cd waaraan deze cult rocker meer dan twee jaar heeft gewerkt. Dat hij op
zijn 63ste terugkeert en zijn kluizenaarsbestaan in Zuid-Frankrijk nu onderbreekt
met deze nieuwe cd, mag dus opmerkelijk heten. "The Unfairground"
is een aardig werkstuk waarop Ayers' relaxte baritonstem, akoestische gitaarspel
en bespiegelende maar gevatte teksten centraal staan. De teneur is doorgaans
luchtig en vaak lijken de in fraaie strijkers- en blazersarrangementen gewikkelde
melodieën uit een ander tijdperk te stammen. Wat direct opvalt is het feit
dat deze tracks zorgvuldig zijn gekozen hierdoor krijgt de cd toch een eigen
sfeer. Het klinkt allemaal, en hoe kan het ook anders, zeer professioneel en
je voelt je al bij één enkele luisterbeurt helemaal thuis. Bij
mij sloegen de stoppen pas echt door bij nummers als: "Cold Shoulder",
het door Syd Barrett geïnspireerde "Walk on Water" en "Baby
Come Home", een met Mexicaanse trompetten gekruid duet met Bridget St.
John. Ayers trommelde hiervoor maar liefst 30 muzikale vrienden op, waaronder
zijn oude vrienden, Robert Wyatt (Soft Machine) en Phil Manzanera (Roxy Music),
maar ook jonge bewonderaars als Norman Blake (Teenage Fanclub), Euros Childs
en Candie Payne. Het is dan ook mooi bij beluistering, je te realiseren dat
naast zijn muziek, waarvan sommige ideetjes en melodielijnen hij duidelijk voortgeborduurd
heeft op zijn vroegere werk, hij ook mag rekenen op de jongere generaties, want
Ayers hebben ze nog niet afgeschreven en wij ook niet. Kevin Ayers bewijst gewoon
dat hij zijn indrukwekkend prachtige, melancholieke stem nog helemaal bezit
en levert met "The Unfairground", een plaat af die zich kan meten
met de klassiekers die hij meer dan 35 jaar geleden afleverde.

BEVERLY
‘GUITAR’ WATKINS
DON’T MESS WITH MISS WATKINS
Website
Label : Dixiefrog Records
Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO
2
Tim
Duffy, grondlegger van de Stichting Music Maker, staat erom bekend vooral oud
talent weer in het voetlicht te trekken. Met Beverly 'Guitar' Watkins, geboren
in Atlanta, was dit hoogtijd, al heeft zij nooit stil gezeten en ging zij vaak
op tournee. Een dame die van kindsbeen af de blues in- en uitademde vraagt niets
liever dan haar gitaar ter hand te nemen om haar emoties naar bevrijding toe
te zingen, waar zij ook loopt of staat. Dit kan zowel op de straathoeken zijn,
in winkelketens, kerken, clubs, podia of op een album. Haar moeder verloor zij
al als baby en haar grootvader toen zij amper twaalf was. Verhuisd naar Commerce
in Georgia en grootgebracht door tantes, zat zij als studente al in een schoolbandje.
Als je van ene tante Margaret met Kerstmis telkens een gitaar als cadeau krijgt
komt die drang niet uit de lucht gevallen. Later greep zij de geboden kans om
met de legendarische Piano Red als zijn basspelende ‘sidewoman’
de bluesscène te verkennen. De daarop volgende jaren verliepen woelig,
want zowel als bandlid van Piano Red’s ‘TheMeter Tones’ als
met de ‘Ink Spots’ met Eddie Tigner deelde zij een chaotisch bestaan
tijdens hun passages in clubs, campussen en op podia, waarbij de muzikanten
soms ‘last minute’ nog naar onderdak moesten zoeken. Haar ‘Late
Bus Blues’ met op de achtergrond het wegverkeer legt nog een link met
die periode. Nu is Beverly dus terug ‘Back in Business’ want ook
dit nummer staat op deze cd, waarop Beverly nagenoeg alle songs zelf schreef,
maar wel geplukt uit haar repertoire dat ongeveer vijftig jaar overkoepelt.
Haar debuutalbum dateert echter pas van 1999 en ‘The Feelings Of…’
van enkele jaren later. Van elk album zijn netjes zes nummers geselecteerd,
de ene geproducet door Mike Vernon en de andere door Ardie Dean. Tim Duffy maakte
er een geheel van. In haar songs hoor je duidelijk zowel jazz- als gospelinvloeden.
Als kind luisterde zij naar Count Basie, maar zoals vóór haar
Rosetta Tharpe stond zij met beide voeten in de blues. ‘Don’t Mess
With Miss Watkins’ komt neer op een energetisch samenbrengen van twaalf
afwisselende nummers, soms swingend, soms soulvol. Behalve kantoren kuisen en
kinderen grootbrengen heeft Beverly haar voeling met het zweet van de blues
nooit laten verdampen. Naast haar krachtig gitaarspel complementeren piano en
sax deze vitale show, waarbij het ongelooflijk is dat hier een grootmoeder op
de bühne staat die haar gevoel voor ritme al die jaren crescendo heeft
aangezwengeld. Afwisseling komt er met een meeslepende slow zoals ‘Red
Mama Blues’ en het ludieke ‘The Right String-But The Wrong Yoyo’,
dat in de vroege jaren ’60 ooit een radiohit was. Maar het meest hield
ik nog van haar ‘Baghdad Blues’ met die meeslepende trage cadans
die je ook bij Cassandra Wilson vindt en waarin je tevens die bezieling vindt
die zich transformeert in een vrouwelijke dans waarbij waarneming, herinnering
en feeling de beweging inzetten. Beverly, ooit met andere ‘Hot Mama’s
op plaat gezet kan ook een ‘Sugar’ Baby zijn.
Marcie

DAVID
GRISSOM
LOUD MUSIC
Website
E-mail: david@davidgrissom.com
Label: Wide Load
Cdbaby
David
Grissom zullen velen wel kennen, want hij behoort tot de grote namen van de
Austin Scene, waar hij in 1983 ging wonen. Enkele weken daarna was hij al Lucinda
Williams' gitarist, wat later speelde hij bij Lou Ann Barton, Joe Ely en vandaar
bij vele andere grote namen die Austin rijk is. Vooral bij Antone's zijn er
talrijke jams geweest, de meeste tegen de morgen, muzikanten onder mekaar, just
for fun. Er was altijd wel iemand bekend aanwezig, dag na dag, Jimmie en Stevie,
Hubert Sumlin, Otis Rush, Albert King, Buddy Guy, noem maar op en David woonde
om zo te zeggen in Antone's club en hield ervan met deze legendes te praten,
wat te drinken en soms wat te jammen. Hij was zes jaar Joe Ely's gitarist en
stapte toen over op Mellencamp. Dat was natuurlijk iets helemaal anders, van
de clubs naar de stadia, waarvan Grissom zegt: "We speelden nooit voor
minder dan 15.000 man, meestal ging 't om 60.000. Het was de beste band die
er bestaat en 't was een hele belevenis, maar het was altijd hetzelfde".
In 1993 werd hij toen gevraagd om Dicky Betts te vervangen voor een aantal concerten
bij de Allman Brothers, hij moest s'middags op het vliegtuig, en de avond daarna
speelde hij een meer dan drie uur durend concert. Toen hij dit achter de rug
had wist hij dat 't tijd was voor een eigen band, en dat werd Storyville. Deze
band bestond uit topnamen van Austin, naast Grissom de andere bekende gitarist
David Holt, de ritme sectie van Stevie Ray, Double Trouble muzikanten Chris
Layton & Tommy Shannon en mede - oprichter/ zanger Malford Milligan, de
"redhaired rasta" die nu zijn eigen band heeft. Hij werkte voor een
Europees toernee nog samen met de muzikanten uit Nederland die wat later de
fantastische "Shiner Twins" zouden worden en zingt nu ook nog bij
Greg Koch (waarvan ik een tweetal weken geleden de nieuwe live cd besprak).
En nu is dus David Grissom op eigen benen. "Loud Music" heet zijn
solo werk, tevens titel van een zijn songs, ondermeer opgenomen door Webb Wilder.
Hij kreeg voor de opnames bijstand van verschillende muzikanten, waarvan drummer
Chris Layton en de onlangs overleden Gary Primich de bekendsten zijn. Verschillende
nummers werden echter helemaal in zijn ééntje opgenomen, met Dave
als gitarist, bassist en drummer. Een verwijzing daarnaar krijgen we al dadelijk
in het openingsnummer "Lonesome Dave", een stevige bluesrock getinte
gitaarinstrumental, waar Dave al dadelijk bevestigt één van de
grote namen in het gitaarpeloton te zijn. Het gedreven rockende "Loud Music"
bewijst dan weer dat (alhoewel hij niet tot de top behoort in de afdeling "vokalen"),
hij als zanger toch ook behoorlijk zijn mannetje kan staan. "Wide Load",
een volgende instrumental behoort volgens mij tot een van de beste songs op
"Loud Music", het is een echte funky gitaarinstrumental vol met kunstgreepjes,
zonder te verzanden in het "kijk mama, zonder handen" syndroom. "Hi-Tex"
is een volgende mooie instrumental, een sfeervolle spacy gitaarsound duelleert
hier met de bluesy mondharmonica van Gary Primich. Er is veel kans dat dit één
van Gary's laatste opnames was als ik zie wanneer deze opnames gebeurden. Buitenbeentje
op deze cd is de akoestische, rustige Americana song "Nothin Makes A Man
Go Crazy", heel sfeervol, en de enige song waar de gitaar naar de achtergrond
verhuist. "Whiskey Crying" gaat in dezelfde sfeer verder, maar benadert
qua stijl meer 't werk met Joe Ely. De snelle country instrumental "Boots
Likes To Boogie" is een van die songs die me steeds doen denken aan het
werk van Danny Gatton en Albert Lee, ik ben er weg van. Op "Lucy G"
en "Mister Quincy" kan David zich nog eens uitleven op slide in een
funky ritme. Afsluiter "Midnight Drive" zou ik het liefst omschrijven
als Mark Knopfler meets Sonny Landreth, omdat de laid back sfeer soms doorbroken
wordt door vinnige slidefragmenten met dat "Bayou" sfeertje van Louisiana.
Knappe cd, zeker voor liefhebbers van het betere gitaarwerk.
(RON)

GARY
DEAN SMITH
NO LIQUER
Website
E-mail: Gary@garydeansmith.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO
Gary Dean Smith wou van jongs
af aan gitaarspelen. Na lang aandringen belt zijn moeder de plaatselijke muziekhandel
maar spijtig genoeg geven ze geen gitaarlessen. De baas heeft wel nog iets anders!
Een half uurtje later belt hij aan, en hangt Gary een tweedehands accordeon
om zijn nek terwijl zijn drie oudere broers schaterend staan toe te kijken.
Gevolg: een trauma, weg ”cool”, maar ook de accordeon mag dadelijk
terug mee met de meneer van de muziekhandel en het woord gitaar is vanaf dan
voor Gary een “taboe” woord. Vader en moeder verhuizen wat later
met de achtjarige van Long Beach Californië naar Pine Bluff, Arkansas.
Pas zeven jaar nadien durft Gary het aan om weer naar een gitaar te vragen.
Zijn ouders kopen hem een oude akoestische Silvertone en een jaar later koopt
Gary, met zijn eerste spaarcenten een Les Paul. Hij richt een schoolbandje op
en speelt slechts covers van Lynyrd Skynyrd en Allman Brothers. Na enkele jaren
is hij echter een behoorlijk gitarist geworden, zowat de beste van de streek,
maar Gary voelt zich niet echt thuis in Arkansas. “The land of the banjo”
en besluit terug te gaan naar Californië, waar hij natuurlijk terug het
kleinste visje in de grootste vijver is. Ondertussen is hij uitgegroeid tot
een veelzijdige muzikant. Zo speelde hij in iets wat men jaren geleden een “supergroep”
zou noemen, want Force of Souls zoals de band heette, bestond maar liefst uit:
Ginger Baker (genoeg bekend), Bill Ward (ex Black Sabbath), en supergitaristen
David Lindley (Jackson Brown/El Rayo X) en Randy Hansen (Jimi Hendrix 2). Zij
maakten een cd “To Live And Die in Orange County” en Force Of Souls
werd een van de genomineerde formaties voor “best indie band van 1991”.
De cd flopte echter en ze kregen geen platencontract aangeboden door één
of andere platenfirma. Wel tekenden ze een sponsor contract voor Leo Fender,
de legendarische gitarenbouwer, en werden goede vrienden met de Fenders en toen
Leo wat later stierf zorgen zij voor de “Leo Fender Memorial Jam”
waar zowat iedere belangrijke Fender gitarist kwam spelen, ten voordele van
de “Parkinson Disease Foundation”. De muziek die Gary momenteel
maakt behoort echter meer tot het “Americana” genre. Vorig jaar
verhuisde hij nogmaals en woont met zijn vijfjarig zoontje en vrouw in Denver
Colorado. Zijn sterke songs hebben wat van John Hiatt en Lylle Lovett. Zo is
er de song ”No Liquor”, een waar gebeurd verhaal over zijn grootvader
die de gevangenis in moest omdat hij een bootlegger was die whisky maakte. Of
het wat ruigere “Tumbledown” met knap gitaarwerk van Gary. Het gevoelige,
ingetogen “Shadows” dat Gary opnam in zijn ééntje,
s’nachts, in het pikkedonker is zeer indringend door zijn eenvoud. “The
Coronation Song” een live opname, geschreven samen met Greg Gaffney (Chris
broer), met een intens mooie dobrosolo, is zonder meer de mooiste song op deze
cd, en toont ons wat we live van Gary mogen verwachten. “Rainy Day Lovers”
mag er echter ook zijn. De prachtige stem van Elisa Fiorillo, samen met backing
vocals van Karon Floyd, Lynn Shourds en een pedal steel, zeer mooie alt.country.
“Pollyphony” laat ons Gary horen, die akoestische en National steel
speelt en er dan zij wat studiowerk en een drummachine een mooi klinkend geheel
van maakt. Afsluiter “Better Days” is een sterke Americana song
met een mooie melodielijn en een sfeervolle gitaarsolo van Basil Fung. Hij bewees
met deze “No Liquor”, dat hij net als zijn grootvader, behoorlijk
sterk spul kan maken.
(RON)


PHANTOM
PUERCOS
WOOLD
Website - myspace
E-mail: contact@phantompuercos.nl
Label: Eigen beheer
VIDEO
Americana
op klompen. Dit is echter niet neerbuigend bedoeld, want deze Nederlanse spookbiggetjes
maken echt mooie Americana zoals de beste bands in dit genre in de States dit
doen. Alleen doken ze niet één of andere fancy uitgeruste studio
in. De jongens reden even van Nijmegen naar Winterswijk, naar een schuur van
de boerderij van de familie Vaags in Woold, een kleine landelijke deelgemeente
van Winterswijk, en dit gaf het album zijn naam. Ze namen er temidden van de
mooie natuur in een week, bijna live, deze cd op. Ik heb 't al een klein beetje
verraden, dit is een zeer sfeervol en geslaagd cd'tje geworden. Hun "hogstyle
music" bevalt me wel, ze noemen hun muziek zelf zo op hun logo dat geïnspireerd
lijkt door het werk van Little Feat huistekenaar Neon Parks. Het laat een vrolijk
koningsvarkentje zien. Maar over naar de muziek zelf nu. Phantom Puercos boft
wel: één van mijn favoriete rootsbands is “The Bottle Rockets”
en laat hun muziek daar nu toevallig wat op lijken. Soms wat donkerder, zoals
in het ijzersterke “Snow”, één van die songs die vol
zit met kleine “soundscapes”. Gitaren worden in dit nummer meer
gebruikt om sfeer op te bouwen, iets wat ze gemeen hebben met Calexico. De slide
van John Koolen is opperbest hier, een prachtsong. Sixteen Horsepower of onze
eigen Belgische Admiral Freebee zijn andere aanknopingspunten om de stem van
Tonnis van der Luit te typeren. Op “In A Hole” is de overeenkomst
met deze laatste soms wel opvallend. De wat donkere sfeer bij het begin van
“Woold”, een mooie instrumental vol sfeer slaat langzaam om in een
wat zonnigere gitaarklank naarmate het nummer vordert. John Koolen verstaat
namelijk als geen ander de kunst om te schilderen met gitaarklanken en hij heeft
hier een mooi stilleven neergezet, Woold in al zijn landelijke rust. Na “Snow”
is “Ten Dirty Nails” een tweede donkere, dreigende countrysong,
vooral weer door het meesterlijke gitaarwerk van John, die de steelgitaar laat
jammeren en huilen en zodoende een intens droeve sfeer schept. ”All Fall
Down” met lichte invloeden van The Band en “Put Me Up For Sale”
waarmee de cd eindigt, is er nog ééntje van het “Country
Noire” genre. Met hun desolate gitaarklanken, woestijnblues, en inktzwarte
vocalen , in scherp contrast met het diepe groen van de Winterwijkse weiden
hebben zij in hun schuurtje in Woold een prima Amerikaans klinkende plaat kunnen
maken. Eéntje met een waarde die het besteedde budget waarschijnlijk
ver overstijgt. Of om ’t op hun eigen wijze samen te vatten:
I’m not hostile to that hogstyle music, I can keep on playin’ it
till the pigs come home!
(RON)


KENT
DUCHAINE
ROUGH CUT
Website - myspace
Email: bluesobad@aol.com
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
Blues-liefhebbers
hebben Kent Duchaine al aan het werk gezien op het Duvel Blues Festival in 2005.
Zo niet, zorg dat je er bij bent in Vilvoorde tijdens Pjeireblues want deze
legendarische bluesman in hart en nieren speelt blues van oorsprong tot heden,
en zowel covers als eigen werk. Kent DuChaine uit Alabama brengt ons met zijn
slide-gitaar, zijn onafscheidelijke Leadbessie, naar de ‘deep South’
met authentieke Delta blues. Want na het horen van een Robert Johnson album
dompelde Duchaine zich onder in de Mississippi Delta muziek. Van '72 tot '75
speelde hij met Kim Wilson van The Fabulous Thunderbirds. Hij sleepte een platencontract
in de wacht en stond op de affiche samen met Albert Collins, John Lee Hooker,
Howling Wolf en Margie Evans. Met zijn stalen gitaar uit '43 ging hij in '82
solo en settelde zich in het hartje van de blues of het Zuidoosten van de VS.
In '89 zorgde hij samen met blueslegende Johnny Shines voor 'the Best Country
Blues Album'. Hun 'Tribute to the Robert Johnson Era' bracht een nominatie op
voor de Grammy Awards. In '92 overleed Shines. Van toen af verschenen een zestal
platen: "Looking Back" (1993), "Take a Little Ride with Me"
(1995), "She's Irresistible" (1996), "Playing the Blues Live
at Les Toufiats" (1997), "Live at Music Star (2000) en "Rough
Out" uit 2005, maar ook stak Duchaine geregeld de plas over voor meerdere
concerten. Bij het horen van zijn laatste "Rough Out" zei Willie Dixon:
"He reminds me of a young Muddy Waters." Deze cd dateert uit 2005
en getuigt van zo’n kwaliteit dat het jammer is dat ze eigenlijk nog niet
eerder aan bod kwam. Met deze maken we dat dan weer goed want geef ze maar eens
een hele beluistering, deze "Rough Out" en dan geef je me wel gelijk.
Relaxte, zo uit de losse pols gespeelde en vooral covers van Robert Johnson
gepeelde country-blues, roots muziek, zo weggehaald uit de Mississippi Delta.
Deze cd werd opgenomen in 2004 in La Maison Rouge Studio in Fort Chaines, Georgia
er naast zijn 18 gebrachte nummers folkblues is vooral een belangrijke rol weggelegd
voor zijn gitaar ‘Leadbessie’, zijn dobro. Met een mix van blues,
country en folk is Kent Duchaine één van de grote namen van de
akoestische Delta blues artiesten en volgens ons mag deze zanger/gitarist tot
de top van de countryblues worden gerekend. Gelukkig kiest Duchaine op dit album
niet alleen voor het werk van beroemde artiesten, als Sonny Boy Williamson,
Willie Dixon, Muddy Waters, Big Joe Williams en de reeds vermelde Robert Johnson,
hij sluit de cd o.a. af met een versie van Hoagy Carmichael's "Georgia
On My Mind", een nummer dat we natuurlijk beter kennen van Ray Charles.
Hoe de spirit van échte blues opnieuw tot leven komt, horen we het best
in "Drop Down Mama" van Sleepy John Estes, "Stones in My Passway"
van de Robert Johnson, "Walk On" van Sonny Terry & Brownie McGhee
en het overbekende "Help Me" van Sonny Boy Williamson, meteen ook
de uitschieters van deze plaat. Het is nauwelijks te geloven hoe relaxt en onbezonnen
deze bluesman de strijd aangaat met heersende trends, hij bestrijdt de ‘vijand’
niet met gelijke wapens, maar als een hedendaagse Robert Johnson creëert
hij een rustieke sfeer rondom authentieke Deltablues, folk en country. Bovendien
weet Kent Duchaine veel positieve energie uit te stralen en is hij ook nog eens
in het bezit van een prachtstem. Met die perfecte stem en ijzersterke covers
is Duchaine in staat om zowel te ontroeren als tot nadenken aan te zetten bij
het beluisteren van deze sentimentele songs. Zolang hij maar zulke schitterende
bluesalbums kan uitbrengen, zolang maken wij ons absoluut geen zorgen over Kent
Duchaine en mag dit zelfs enkele jaren duren. "Rough Out" is pure
geloofwaardige blues/roots in al zij facetten van een echte live-performer.
Kent Duchaine sleept het publiek mee in zijn muzikale leefwereld, kom
u zich daarvan overtuigen tijdens Pjeireblues in Vilvoorde.
PJEIREBLUES
BLUES ME NE REKKER!
15.12.2007 - 20.00 u
Ruiterijcomplex
- 3 Fonteinen
Vilvoorde

SLIDIN'
SLIM
ONE MAN RIOT
Website
E-mail: info@slidinslim.com
Label: Nine Mile Records myspace
Distr.: Sonic Rendezvous
Ik
hou er wel van de one man bluesbands, uitstekende muzikanten meestal, want in
je ééntje veschillende instrumenten door mekaar bespelen, niet
gemakkelijk als je het goed wil doen. Sommigen hebben deze techniek dankzij
hedendaagse snufjes als loop machines en zo nog verfijnd; maar daarover binnen
enkele weken meer, dan krijgen we er een voorbeeld van. Deze "Slidin' Slim"
is zo'n one man bluesband, of was, want op deze cd heeft hij toch een band op
de meeste nummers. Zijn motto was nochtans steeds "One Man, a whole lotta
blues". Hij klinkt of hij in de Mississippi Delta geboren is, maar hij
is afkomstig uit Stockholm, Zweden. Hij was toch al 21 toen hij plots de blues
ontdekte van Son House, Robert Johnson en Mississippi Fred Mc Dowell. Hij begon
naarstig gitaar te leren en had drie jaar later, 1994 was dat, al zijn eerste
optredens. De eerste cd volgde in 1995: "How Blue Can A Young Man Get?"
die vijf bluestraditionals bevatte die hij in zijn ééntje vertolkte.
Vormde later de band "The Jungle Kings" die na een jaar splitte omdat
de jongens te ver van mekaar woonden. De volgende was "Little Slim &
The Roadmasters" die R&B en jump ten gehore brachten. Om een lang verhaal
kort te maken, er volgen nog wat groepjes met verschillende stijlen, zoals Mylla,
die Zweedse folk met Deltablues mengen, nog later volgt Slim Bakers Combo en
hij begint samen te werken met de alt.country band "Parkland", eerst
als songwriter, latert als muzikant. In 2002 verlaat hij Parkland en Slim Baker
Combo. Slidin' Slim is een echte work-o-holic, dat zal je ondertussen wel gemerkt
hebben, en dat terwijl ik nog maar zijn belangrijkste bands noemde. Hij heeft
gedurende die periode blijven samenwerken met zijn muzikale boezemvriend Big
Fred en ook de Band Mylla waar zijn vrouw in zit . Samen met Big Fred komt er
dan de cd "Ten Long Years" in november 2004. Deze cd krijgt zo goede
perskritieken dat dit in feite de grote doorbraak voor hem betekent. Een jaar
later komt de live cd "One man, a whole lotta blues" en het wordt
nog drukker voor Slidin' Slim, hij is een van de meest gevraagde en bekendste
bluesmuzikanten van Zweden momenteel. En nu is hij er dan eindelijk, op Nine
Mile, het label waar ook Patrick Sweany die ik vorige week kon bespreken, verscheen
"One Man Riot" en dat is een heel afwisselend werkstuk geworden .
De nummers variëren van pure sober gebrachte Delta blues naar meer popgerichte
alternatievere rootsmuziek. Al toont "Brand New Face" in tegenstelling
met de titel nog het oude gezicht van Slidin' Slim, namelijk knap gebrachte
Delta blues met een lekker klinkende National Steel, met daarbij een stem die
me erg aan John Mooney en John Hammond Jr herinnert, toch is een song als "It
Ain't Right" heel andere koek en laat ons een veel alternatiever geluid
horen. Hoofdzaak in de nummers van Slidin' Slim blijft natuurlijk de slide gitaar
en de pure Delta blues. Het laatste nummer op de cd "Screwed" is zo
puur, rauw en vol emotie, en de "howl" die er op 't eind in zit zou
zelfs Chester Burnett niet beter kunnen brengen. Dit is blues vol passie. Na
"Ten Long Years" en "One Man, A whole lotta blues" is dit
de derde voltreffer op rij voor deze SlIdin' Slim. Een man op weg naar de grote
doorbraak.
(RON)

SPOON
GA GA GA GA GA
Website - myspace
Mail: ben@constantartists.com
Label : Anti
Distr. : Play It Again Sam
Het
zesde album van de Texaanse indierockers en viermansformatie Spoon heeft de
betekenisvolle (???) titel “Ga Ga Ga Ga Ga” meegekregen. Waarom
is ons nog steeds onduidelijk, maar wat wel opvalt is dat dit schijfje behoorlijk
verschilt van voorafgaand werk van deze band. Na “Gimme Fiction”
uit 2005 leek het of de groep resoluut had gekozen voor de donkere punkrock,
maar op dit nieuwe album is er toch weer veel ruimte voor melodie en sterk opgebouwde
teksten. Spoon is de groep van zanger en gitarist Britt Daniel, drummer Jim
Eno, bassist Rob Pope en toetsenist Eric Harvey. Opgericht in 1993 duurde het
3 jaar vooraleer “Telephono” als eerste album wereldkundig werd
gemaakt. 1998 leverde “A Series Of Sneaks” op en “Girls Can
Tell” verscheen in 2001, één jaartje later al snel opgevolgd
door “Kill The Moonlight”. Tussendoor verschenen ook nog een aantal
EP-tjes en speelde de band een soundtrack in voor de film “Stranger Than
Fiction” in 2006. Hun laatste album “Ga Ga Ga Ga Ga” schoot
meteen naar de top 10 in de Billboard top 100 en de fanbasis van Spoon is de
groep hondstrouw gebleven. “Don’t Make Me A Target” is de
eerste song op de plaat en is minimalistisch van muzikale opbouw met vooral
piano en gitaar. Daarna wordt het wat dromeriger op “The Ghost Of You
Lingers” om al snel over te gaan in het explosievere “You Got Yr.
Cherry Bomb”, een Beatlesachtige powerpopsong waarmee Spoon erg veel airplay
wist te krijgen op de Amerikaanse radiostations. Hun recentste catchy single
“The Underdog” is haast Spectoriaans qua wall of sound en een alles
overheersende vrolijke blazerssectie. Ik houd vooral van “Don’t
You Evah”, “Rhthm & Soul” en van “My Little Japanese
Cigarette Case”. Over het geheel van de nummers op dit album ligt een
breed uitgesponnen waas van hoop, optimisme en opgewektheid, voorwaar geen van
de typische karakteristieken die Spoon kenmerkten. Britt Daniel is duidelijk
iemand die het songschrijven onder de knie heeft en die door zijn muzikale inventiviteit
de luisteraars weet te blijven boeien. “Ga Ga Ga Ga Ga” is een blijvertje
en een aangename CD voor de duistere winteravonden ten huize (valsam).