ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


NATHAN JAMES & BEN HERNANDEZ - HOLLERIN'!

CHRIS YALE - WELL ENOUGH ALONE

KEVIN AYERS - THE UNFAIRGROUND

BEVERLY ‘GUITAR’ WATKINS - DON’T MESS WITH MISS WATKINS

DAVID GRISSOM - LOUD MUSIC

GARY DEAN SMITH - NO LIQUER

PHANTOM PUERCOS - WOOLD

KENT DUCHAINE - ROUGH CUT

SLIDIN' SLIM - ONE MAN RIOT

SPOON - GA GA GA GA GA


 

NATHAN JAMES & BEN HERNANDEZ
HOLLERIN'!
Website - myspace
Email: njamesmusic@yahoo.com
bigbenh76@hotmail.com
Label: Sacred Cat Recordings
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Met "Hollerin'!" brengen Nathan James en Ben Hernandez, na "Make a Change Sometime" uit 2004 en "The Carl Sonny Leyland Trio Meets Nathan James and Ben Hernandez" uit 2006 hun derde album, met wederom een frisse en met kennis gemaakte verzameling van Amerikaanse rootsmuziek en countryblues. Van Nathan James is geweten dat hij al heel jong is begonnen met spelen en dat hij, toen hij 19 was, al meespeelde in de groep van James Harman. Het was hier dat hij duidelijk door de blues werd beïnvloed. Nadien is hij zich gaan specialiseren in akoestische country blues. Hij is er in geslaagd gelijktijdig de gitaar, de zang, de percusie en de mondharmonica voor zich te nemen. Duidelijk verdere invloeden komen van Brownie McGhee, Lonnie Johnson en nog vele anderen. Ben Hernandez is van nature uit ook een begaafde muzikant. Hij zingt al van toen hij nog jong was met zijn eigen band, samen met Brickyard Jones en The Double Fives. Hij werd beïnvloed door legendes als Sonny Terry, Sonny Boy Williams en Peg Leg Sam. De dertien tracks op dit nieuwe "Hollerin'!" zijn een verzameling van traditionele, maar vooral eigen nummers en zijn een goed afgewogen weergave van stijlen: Delta, Piedmont, gospel, akoestische country blues, string band, jug band, etc ... het resultaat is een genietbare en zeer gevarieerde mix van stemmingen, waardoor het album de luisteraar voortdurend blijft boeien. Doordat Nathan James meerdere gitaren gebruikt creëert hij een bepaalde sfeer en afwisselende timbres. Je gaat bijna automatisch meestampen op de beat van de percussies. Het talent van Ben Hernandez komt tot uiting als hij buiten harmonica, ook speelt op verschillende speciale instrumenten, zoals een jazzkazoo, lepels, kruiken of wasbord. Nu is virtuositeit niet alles, want vooral in dit genre moet je ook in staat zijn de luisteraar in het hart te raken. Met de indringende zang van Nathan James lukt dat bijzonder goed. Hij heeft een machtige, rustige, klinkende stem waarmee hij u keer op keer weet te raken. Er wordt op deze geweldige cd voornamelijk akoestisch gespeeld, met als uitsmijter de geweldig gospel-getinte acapella "Glory Day", maar ook de opener, het powervol "Don’t Forget It", behoord tot de uitschieters van deze plaat. De andere composities passen er naadloos tussen. Wat deze plaat verder bijzonder maakt zijn de arrangementen. Luister bijvoorbeeld eens naar de adembenemende folk ballad "Lonesome Hobo Blues", dit nummer geschreven door Hernandez is het bewijs dat ze hun akoestische roots niet verloochenen. Hernandez speelt overigens op momenten echt verbijsterend goed harmonica, maar dan wel zo, dat het heel gewoon en natuurlijk klinkt. De andere songs zijn erg afwisselend en variëren sterk. De ritmes gaan van ragtime tot jazzy deuntjes. Doordat beiden afzonderlijk eigen vocale nummers brengen, en soms samen vocaal uit de hoek komen, zoals in love song "Sweet Mama", wordt het album speciaal en maakt het kans om een klassieker te worden in het genre. De hele cd is eigenlijk één grote ontdekkingstocht!


 

CHRIS YALE
WELL ENOUGH ALONE
Website - myspace
E-mail:chrisyale@gmail.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Chris Yale, singer - songwriter woont in Myrtle Beach, South Carolina. Origineel was hij afkomstig van Los Angeles, Californië. Heel jong begon hij reeds met songs te schrijven, samen met zijn tweelingsbroer Roger. Hij beschouwt zichzelf als een "storyteller" in zijn liedjes, en dat is ook zo, zijn songs zijn echte verhaaltjes waarin tevens zijn innerlijke ik belicht wordt en de emoties die er leven: vreugde, verlies, zorgen, ironie, hoop en liefde, de essentie van ieder levend wezen. Daarover gaan zijn verhalen op dit debuut "Well Enough Alone" en die titel geeft al aan dat het hier om een echt solo project gaat. Hij produceerde, maar was tevens studiotechnicus en opname-ingenieur in zijn ééntje, gelukkig kon hij rekenen op een handvol muzikanten in zijn familie- en vriendenkring, anders zou het een eenzame opname geworden zijn. Dat hij hulp kreeg van een "band" maakt natuurlijk ook dat in plaats van een kaal klinkende troubadoursplaat, het zaakje behoorlijk hier en daar rockt . "Something I Remember" is dadelijk al een sterke song om mee te starten, en met het concert van Elliott Murphy nog vers in het geheugen, valt 't me op dat er tamelijk wat overeenkomsten met diens muziek zijn, en dat zal me gedurende de beluistering herhaaldelijk opvallen. Elliott is ook zo'n verhalen verteller en de opbouw en uitvoering van zijn songs zijn gelijkaardig. "Go" heeft zelfs radio potentieel, een song met een sterke melodie en refrein, voorzien van een simpel maar zeer effectief gitaarriffje, en met één boodschap: trap het af en liefst zo snel mogelijk. Weinig zwakke momenten op dit debuut van Chris. "Broken Angel", "Camellia" en "Matter Of Time" en "Roll Away the Stone" zijn allemaal songs met een sterke "hook", die je ommiddelijk grijpt en na enkele beluisteringen tot meezingen wil aanzetten. Dit is één van de kwaliteiten van Chris, hij weet hoe een song te schrijven, komt het doordat hij zo jong begon, wie weet? In alle geval... hij kan het. Bij een tweede beluistering leek het dan ook of ik de cd al veel langer in mijn bezit had, sommige songs hadden zich al met hun sterke melodie een weg gezocht naar mijn (overladen) muzikaal geheugen. Samenvattend kunnen we zeggen dat Chris Yale de belofte in zich draagt om een singer songwriter te worden die, mits wat evolutie een gevestigde naam kan worden binnen korte tijd.
(RON)


 

 

KEVIN AYERS
THE UNFAIRGROUND
Website - myspace
Label: Tuition
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Insiders weten waar we het over hebben als we gaan schrijven over Kevin Ayers, maar er zijn er nog genoeg die het niet weten. Hoogste tijd voor een korte introductie dus. Zijn muzikale carrière startte als lead-zanger van de in 1964/1965 opgerichte Wilde Flowers. Ayers voelde zich sterk aangetrokken tot de ongedwongen sfeer die hing in de groep rond Robert Wyatt die hun verzamelplaats hadden in het herenhuis van Wyatts moeder. Met het splitsen van de Wilde Flowers ging Ayers mee naar Soft Machine. In 1969 kreeg hij erkenning met zijn eerste solo plaat: "Joy of a Toy" gevolgd door de magistrale plaat: “Whatevershebringswesing” (1971). Hij tourde lang met zijn band The Whole World. Midden 1974 speelde Ayers een concert samen Nico, Brian Eno en John Cale. De opnames van het concert werden in recordtijd op elpee uitgebracht. De volgende studio-elpee, "Sweet Deceiver" (1975), was een nachtmerrie voor Ayers. De producer had de muziek van Ayers niet begrepen, het album flopt en Ayer’s zelfvertrouwen kreeg een forse knauw. Hij vluchtte weer naar Mallorca, en zou pas weer op het toneel verschijnen toen Harvest, de maatschappij waar zijn eerste elpees zijn uitgebracht, verzamelwerk van hem uitbracht dat verrassend goed scoorde. Harvest bood hem een nieuw contract aan, en de opnames voor een nieuwe elpee startten. "Yes We Have No Mananas" (1976) scoort goed, en Ayers trekt een tijdje met een band rond met daarin onder meer Andy Summers (later in The Police). De opvolger van het album, "Rainbow Takeaway" (1978) zou geruisloos uitgebracht worden en wegzinken, de muziekwereld was opeens in de greep van de punk en niet meer geïnteresseerd in Ayers’ werk. In de negentiger jaren is Ayers zich weer actiever met muziek bezig gaan houden. In 1992 kwam "Still Life With Guitar" uit en ging Ayers weer touren. Tijdens die tour overleed in mei 1992 in Madrid, Ollie Halsall (sinds 1974 maakte hij als gitarist deel uit van Ayers' band), wat als een bom insloeg. In tegenstelling tot eerdere tegenslagen gaat Ayers nu wel door en in de jaren erna was hij drukker dan ooit met optredens, met zijn Kevin Ayers band en vanaf 1994 ook samen met de Wizards Of Twiddly. De laatste jaren tourde Kevin Ayers weer uitgebreid op het Europese vasteland. Veel van zijn optredens waren niet met een band maar in een duo met gitarist Carl Bowry (ex-Wizards Of Twiddly). De meeste nieuw uitgebrachte cd’s de laatste jaren zijn echter oude opnames. Uitzondering hierop is "Turn The Lights Down" (2000), een cd met opnames van de tour in 1995. En nu verscheen zijn nieuwste meesterwerk "The Unfairground", een cd waaraan deze cult rocker meer dan twee jaar heeft gewerkt. Dat hij op zijn 63ste terugkeert en zijn kluizenaarsbestaan in Zuid-Frankrijk nu onderbreekt met deze nieuwe cd, mag dus opmerkelijk heten. "The Unfairground" is een aardig werkstuk waarop Ayers' relaxte baritonstem, akoestische gitaarspel en bespiegelende maar gevatte teksten centraal staan. De teneur is doorgaans luchtig en vaak lijken de in fraaie strijkers- en blazersarrangementen gewikkelde melodieën uit een ander tijdperk te stammen. Wat direct opvalt is het feit dat deze tracks zorgvuldig zijn gekozen hierdoor krijgt de cd toch een eigen sfeer. Het klinkt allemaal, en hoe kan het ook anders, zeer professioneel en je voelt je al bij één enkele luisterbeurt helemaal thuis. Bij mij sloegen de stoppen pas echt door bij nummers als: "Cold Shoulder", het door Syd Barrett geïnspireerde "Walk on Water" en "Baby Come Home", een met Mexicaanse trompetten gekruid duet met Bridget St. John. Ayers trommelde hiervoor maar liefst 30 muzikale vrienden op, waaronder zijn oude vrienden, Robert Wyatt (Soft Machine) en Phil Manzanera (Roxy Music), maar ook jonge bewonderaars als Norman Blake (Teenage Fanclub), Euros Childs en Candie Payne. Het is dan ook mooi bij beluistering, je te realiseren dat naast zijn muziek, waarvan sommige ideetjes en melodielijnen hij duidelijk voortgeborduurd heeft op zijn vroegere werk, hij ook mag rekenen op de jongere generaties, want Ayers hebben ze nog niet afgeschreven en wij ook niet. Kevin Ayers bewijst gewoon dat hij zijn indrukwekkend prachtige, melancholieke stem nog helemaal bezit en levert met "The Unfairground", een plaat af die zich kan meten met de klassiekers die hij meer dan 35 jaar geleden afleverde.

 


 

 

BEVERLY ‘GUITAR’ WATKINS
DON’T MESS WITH MISS WATKINS
Website
Label : Dixiefrog Records
Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Tim Duffy, grondlegger van de Stichting Music Maker, staat erom bekend vooral oud talent weer in het voetlicht te trekken. Met Beverly 'Guitar' Watkins, geboren in Atlanta, was dit hoogtijd, al heeft zij nooit stil gezeten en ging zij vaak op tournee. Een dame die van kindsbeen af de blues in- en uitademde vraagt niets liever dan haar gitaar ter hand te nemen om haar emoties naar bevrijding toe te zingen, waar zij ook loopt of staat. Dit kan zowel op de straathoeken zijn, in winkelketens, kerken, clubs, podia of op een album. Haar moeder verloor zij al als baby en haar grootvader toen zij amper twaalf was. Verhuisd naar Commerce in Georgia en grootgebracht door tantes, zat zij als studente al in een schoolbandje. Als je van ene tante Margaret met Kerstmis telkens een gitaar als cadeau krijgt komt die drang niet uit de lucht gevallen. Later greep zij de geboden kans om met de legendarische Piano Red als zijn basspelende ‘sidewoman’ de bluesscène te verkennen. De daarop volgende jaren verliepen woelig, want zowel als bandlid van Piano Red’s ‘TheMeter Tones’ als met de ‘Ink Spots’ met Eddie Tigner deelde zij een chaotisch bestaan tijdens hun passages in clubs, campussen en op podia, waarbij de muzikanten soms ‘last minute’ nog naar onderdak moesten zoeken. Haar ‘Late Bus Blues’ met op de achtergrond het wegverkeer legt nog een link met die periode. Nu is Beverly dus terug ‘Back in Business’ want ook dit nummer staat op deze cd, waarop Beverly nagenoeg alle songs zelf schreef, maar wel geplukt uit haar repertoire dat ongeveer vijftig jaar overkoepelt. Haar debuutalbum dateert echter pas van 1999 en ‘The Feelings Of…’ van enkele jaren later. Van elk album zijn netjes zes nummers geselecteerd, de ene geproducet door Mike Vernon en de andere door Ardie Dean. Tim Duffy maakte er een geheel van. In haar songs hoor je duidelijk zowel jazz- als gospelinvloeden. Als kind luisterde zij naar Count Basie, maar zoals vóór haar Rosetta Tharpe stond zij met beide voeten in de blues. ‘Don’t Mess With Miss Watkins’ komt neer op een energetisch samenbrengen van twaalf afwisselende nummers, soms swingend, soms soulvol. Behalve kantoren kuisen en kinderen grootbrengen heeft Beverly haar voeling met het zweet van de blues nooit laten verdampen. Naast haar krachtig gitaarspel complementeren piano en sax deze vitale show, waarbij het ongelooflijk is dat hier een grootmoeder op de bühne staat die haar gevoel voor ritme al die jaren crescendo heeft aangezwengeld. Afwisseling komt er met een meeslepende slow zoals ‘Red Mama Blues’ en het ludieke ‘The Right String-But The Wrong Yoyo’, dat in de vroege jaren ’60 ooit een radiohit was. Maar het meest hield ik nog van haar ‘Baghdad Blues’ met die meeslepende trage cadans die je ook bij Cassandra Wilson vindt en waarin je tevens die bezieling vindt die zich transformeert in een vrouwelijke dans waarbij waarneming, herinnering en feeling de beweging inzetten. Beverly, ooit met andere ‘Hot Mama’s op plaat gezet kan ook een ‘Sugar’ Baby zijn.
Marcie


 

DAVID GRISSOM
LOUD MUSIC
Website
E-mail: david@davidgrissom.com
Label: Wide Load
Cdbaby

 

 

David Grissom zullen velen wel kennen, want hij behoort tot de grote namen van de Austin Scene, waar hij in 1983 ging wonen. Enkele weken daarna was hij al Lucinda Williams' gitarist, wat later speelde hij bij Lou Ann Barton, Joe Ely en vandaar bij vele andere grote namen die Austin rijk is. Vooral bij Antone's zijn er talrijke jams geweest, de meeste tegen de morgen, muzikanten onder mekaar, just for fun. Er was altijd wel iemand bekend aanwezig, dag na dag, Jimmie en Stevie, Hubert Sumlin, Otis Rush, Albert King, Buddy Guy, noem maar op en David woonde om zo te zeggen in Antone's club en hield ervan met deze legendes te praten, wat te drinken en soms wat te jammen. Hij was zes jaar Joe Ely's gitarist en stapte toen over op Mellencamp. Dat was natuurlijk iets helemaal anders, van de clubs naar de stadia, waarvan Grissom zegt: "We speelden nooit voor minder dan 15.000 man, meestal ging 't om 60.000. Het was de beste band die er bestaat en 't was een hele belevenis, maar het was altijd hetzelfde". In 1993 werd hij toen gevraagd om Dicky Betts te vervangen voor een aantal concerten bij de Allman Brothers, hij moest s'middags op het vliegtuig, en de avond daarna speelde hij een meer dan drie uur durend concert. Toen hij dit achter de rug had wist hij dat 't tijd was voor een eigen band, en dat werd Storyville. Deze band bestond uit topnamen van Austin, naast Grissom de andere bekende gitarist David Holt, de ritme sectie van Stevie Ray, Double Trouble muzikanten Chris Layton & Tommy Shannon en mede - oprichter/ zanger Malford Milligan, de "redhaired rasta" die nu zijn eigen band heeft. Hij werkte voor een Europees toernee nog samen met de muzikanten uit Nederland die wat later de fantastische "Shiner Twins" zouden worden en zingt nu ook nog bij Greg Koch (waarvan ik een tweetal weken geleden de nieuwe live cd besprak). En nu is dus David Grissom op eigen benen. "Loud Music" heet zijn solo werk, tevens titel van een zijn songs, ondermeer opgenomen door Webb Wilder. Hij kreeg voor de opnames bijstand van verschillende muzikanten, waarvan drummer Chris Layton en de onlangs overleden Gary Primich de bekendsten zijn. Verschillende nummers werden echter helemaal in zijn ééntje opgenomen, met Dave als gitarist, bassist en drummer. Een verwijzing daarnaar krijgen we al dadelijk in het openingsnummer "Lonesome Dave", een stevige bluesrock getinte gitaarinstrumental, waar Dave al dadelijk bevestigt één van de grote namen in het gitaarpeloton te zijn. Het gedreven rockende "Loud Music" bewijst dan weer dat (alhoewel hij niet tot de top behoort in de afdeling "vokalen"), hij als zanger toch ook behoorlijk zijn mannetje kan staan. "Wide Load", een volgende instrumental behoort volgens mij tot een van de beste songs op "Loud Music", het is een echte funky gitaarinstrumental vol met kunstgreepjes, zonder te verzanden in het "kijk mama, zonder handen" syndroom. "Hi-Tex" is een volgende mooie instrumental, een sfeervolle spacy gitaarsound duelleert hier met de bluesy mondharmonica van Gary Primich. Er is veel kans dat dit één van Gary's laatste opnames was als ik zie wanneer deze opnames gebeurden. Buitenbeentje op deze cd is de akoestische, rustige Americana song "Nothin Makes A Man Go Crazy", heel sfeervol, en de enige song waar de gitaar naar de achtergrond verhuist. "Whiskey Crying" gaat in dezelfde sfeer verder, maar benadert qua stijl meer 't werk met Joe Ely. De snelle country instrumental "Boots Likes To Boogie" is een van die songs die me steeds doen denken aan het werk van Danny Gatton en Albert Lee, ik ben er weg van. Op "Lucy G" en "Mister Quincy" kan David zich nog eens uitleven op slide in een funky ritme. Afsluiter "Midnight Drive" zou ik het liefst omschrijven als Mark Knopfler meets Sonny Landreth, omdat de laid back sfeer soms doorbroken wordt door vinnige slidefragmenten met dat "Bayou" sfeertje van Louisiana. Knappe cd, zeker voor liefhebbers van het betere gitaarwerk.
(RON)


 

GARY DEAN SMITH
NO LIQUER
Website
E-mail: Gary@garydeansmith.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

Gary Dean Smith wou van jongs af aan gitaarspelen. Na lang aandringen belt zijn moeder de plaatselijke muziekhandel maar spijtig genoeg geven ze geen gitaarlessen. De baas heeft wel nog iets anders! Een half uurtje later belt hij aan, en hangt Gary een tweedehands accordeon om zijn nek terwijl zijn drie oudere broers schaterend staan toe te kijken. Gevolg: een trauma, weg ”cool”, maar ook de accordeon mag dadelijk terug mee met de meneer van de muziekhandel en het woord gitaar is vanaf dan voor Gary een “taboe” woord. Vader en moeder verhuizen wat later met de achtjarige van Long Beach Californië naar Pine Bluff, Arkansas. Pas zeven jaar nadien durft Gary het aan om weer naar een gitaar te vragen. Zijn ouders kopen hem een oude akoestische Silvertone en een jaar later koopt Gary, met zijn eerste spaarcenten een Les Paul. Hij richt een schoolbandje op en speelt slechts covers van Lynyrd Skynyrd en Allman Brothers. Na enkele jaren is hij echter een behoorlijk gitarist geworden, zowat de beste van de streek, maar Gary voelt zich niet echt thuis in Arkansas. “The land of the banjo” en besluit terug te gaan naar Californië, waar hij natuurlijk terug het kleinste visje in de grootste vijver is. Ondertussen is hij uitgegroeid tot een veelzijdige muzikant. Zo speelde hij in iets wat men jaren geleden een “supergroep” zou noemen, want Force of Souls zoals de band heette, bestond maar liefst uit: Ginger Baker (genoeg bekend), Bill Ward (ex Black Sabbath), en supergitaristen David Lindley (Jackson Brown/El Rayo X) en Randy Hansen (Jimi Hendrix 2). Zij maakten een cd “To Live And Die in Orange County” en Force Of Souls werd een van de genomineerde formaties voor “best indie band van 1991”. De cd flopte echter en ze kregen geen platencontract aangeboden door één of andere platenfirma. Wel tekenden ze een sponsor contract voor Leo Fender, de legendarische gitarenbouwer, en werden goede vrienden met de Fenders en toen Leo wat later stierf zorgen zij voor de “Leo Fender Memorial Jam” waar zowat iedere belangrijke Fender gitarist kwam spelen, ten voordele van de “Parkinson Disease Foundation”. De muziek die Gary momenteel maakt behoort echter meer tot het “Americana” genre. Vorig jaar verhuisde hij nogmaals en woont met zijn vijfjarig zoontje en vrouw in Denver Colorado. Zijn sterke songs hebben wat van John Hiatt en Lylle Lovett. Zo is er de song ”No Liquor”, een waar gebeurd verhaal over zijn grootvader die de gevangenis in moest omdat hij een bootlegger was die whisky maakte. Of het wat ruigere “Tumbledown” met knap gitaarwerk van Gary. Het gevoelige, ingetogen “Shadows” dat Gary opnam in zijn ééntje, s’nachts, in het pikkedonker is zeer indringend door zijn eenvoud. “The Coronation Song” een live opname, geschreven samen met Greg Gaffney (Chris broer), met een intens mooie dobrosolo, is zonder meer de mooiste song op deze cd, en toont ons wat we live van Gary mogen verwachten. “Rainy Day Lovers” mag er echter ook zijn. De prachtige stem van Elisa Fiorillo, samen met backing vocals van Karon Floyd, Lynn Shourds en een pedal steel, zeer mooie alt.country. “Pollyphony” laat ons Gary horen, die akoestische en National steel speelt en er dan zij wat studiowerk en een drummachine een mooi klinkend geheel van maakt. Afsluiter “Better Days” is een sterke Americana song met een mooie melodielijn en een sfeervolle gitaarsolo van Basil Fung. Hij bewees met deze “No Liquor”, dat hij net als zijn grootvader, behoorlijk sterk spul kan maken.
(RON)


 

PHANTOM PUERCOS
WOOLD
Website - myspace
E-mail: contact@phantompuercos.nl
Label: Eigen beheer
VIDEO

 

 

Americana op klompen. Dit is echter niet neerbuigend bedoeld, want deze Nederlanse spookbiggetjes maken echt mooie Americana zoals de beste bands in dit genre in de States dit doen. Alleen doken ze niet één of andere fancy uitgeruste studio in. De jongens reden even van Nijmegen naar Winterswijk, naar een schuur van de boerderij van de familie Vaags in Woold, een kleine landelijke deelgemeente van Winterswijk, en dit gaf het album zijn naam. Ze namen er temidden van de mooie natuur in een week, bijna live, deze cd op. Ik heb 't al een klein beetje verraden, dit is een zeer sfeervol en geslaagd cd'tje geworden. Hun "hogstyle music" bevalt me wel, ze noemen hun muziek zelf zo op hun logo dat geïnspireerd lijkt door het werk van Little Feat huistekenaar Neon Parks. Het laat een vrolijk koningsvarkentje zien. Maar over naar de muziek zelf nu. Phantom Puercos boft wel: één van mijn favoriete rootsbands is “The Bottle Rockets” en laat hun muziek daar nu toevallig wat op lijken. Soms wat donkerder, zoals in het ijzersterke “Snow”, één van die songs die vol zit met kleine “soundscapes”. Gitaren worden in dit nummer meer gebruikt om sfeer op te bouwen, iets wat ze gemeen hebben met Calexico. De slide van John Koolen is opperbest hier, een prachtsong. Sixteen Horsepower of onze eigen Belgische Admiral Freebee zijn andere aanknopingspunten om de stem van Tonnis van der Luit te typeren. Op “In A Hole” is de overeenkomst met deze laatste soms wel opvallend. De wat donkere sfeer bij het begin van “Woold”, een mooie instrumental vol sfeer slaat langzaam om in een wat zonnigere gitaarklank naarmate het nummer vordert. John Koolen verstaat namelijk als geen ander de kunst om te schilderen met gitaarklanken en hij heeft hier een mooi stilleven neergezet, Woold in al zijn landelijke rust. Na “Snow” is “Ten Dirty Nails” een tweede donkere, dreigende countrysong, vooral weer door het meesterlijke gitaarwerk van John, die de steelgitaar laat jammeren en huilen en zodoende een intens droeve sfeer schept. ”All Fall Down” met lichte invloeden van The Band en “Put Me Up For Sale” waarmee de cd eindigt, is er nog ééntje van het “Country Noire” genre. Met hun desolate gitaarklanken, woestijnblues, en inktzwarte vocalen , in scherp contrast met het diepe groen van de Winterwijkse weiden hebben zij in hun schuurtje in Woold een prima Amerikaans klinkende plaat kunnen maken. Eéntje met een waarde die het besteedde budget waarschijnlijk ver overstijgt. Of om ’t op hun eigen wijze samen te vatten: I’m not hostile to that hogstyle music, I can keep on playin’ it till the pigs come home!
(RON)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KENT DUCHAINE
ROUGH CUT
Website - myspace
Email: bluesobad@aol.com
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

Blues-liefhebbers hebben Kent Duchaine al aan het werk gezien op het Duvel Blues Festival in 2005. Zo niet, zorg dat je er bij bent in Vilvoorde tijdens Pjeireblues want deze legendarische bluesman in hart en nieren speelt blues van oorsprong tot heden, en zowel covers als eigen werk. Kent DuChaine uit Alabama brengt ons met zijn slide-gitaar, zijn onafscheidelijke Leadbessie, naar de ‘deep South’ met authentieke Delta blues. Want na het horen van een Robert Johnson album dompelde Duchaine zich onder in de Mississippi Delta muziek. Van '72 tot '75 speelde hij met Kim Wilson van The Fabulous Thunderbirds. Hij sleepte een platencontract in de wacht en stond op de affiche samen met Albert Collins, John Lee Hooker, Howling Wolf en Margie Evans. Met zijn stalen gitaar uit '43 ging hij in '82 solo en settelde zich in het hartje van de blues of het Zuidoosten van de VS. In '89 zorgde hij samen met blueslegende Johnny Shines voor 'the Best Country Blues Album'. Hun 'Tribute to the Robert Johnson Era' bracht een nominatie op voor de Grammy Awards. In '92 overleed Shines. Van toen af verschenen een zestal platen: "Looking Back" (1993), "Take a Little Ride with Me" (1995), "She's Irresistible" (1996), "Playing the Blues Live at Les Toufiats" (1997), "Live at Music Star (2000) en "Rough Out" uit 2005, maar ook stak Duchaine geregeld de plas over voor meerdere concerten. Bij het horen van zijn laatste "Rough Out" zei Willie Dixon: "He reminds me of a young Muddy Waters." Deze cd dateert uit 2005 en getuigt van zo’n kwaliteit dat het jammer is dat ze eigenlijk nog niet eerder aan bod kwam. Met deze maken we dat dan weer goed want geef ze maar eens een hele beluistering, deze "Rough Out" en dan geef je me wel gelijk. Relaxte, zo uit de losse pols gespeelde en vooral covers van Robert Johnson gepeelde country-blues, roots muziek, zo weggehaald uit de Mississippi Delta. Deze cd werd opgenomen in 2004 in La Maison Rouge Studio in Fort Chaines, Georgia er naast zijn 18 gebrachte nummers folkblues is vooral een belangrijke rol weggelegd voor zijn gitaar ‘Leadbessie’, zijn dobro. Met een mix van blues, country en folk is Kent Duchaine één van de grote namen van de akoestische Delta blues artiesten en volgens ons mag deze zanger/gitarist tot de top van de countryblues worden gerekend. Gelukkig kiest Duchaine op dit album niet alleen voor het werk van beroemde artiesten, als Sonny Boy Williamson, Willie Dixon, Muddy Waters, Big Joe Williams en de reeds vermelde Robert Johnson, hij sluit de cd o.a. af met een versie van Hoagy Carmichael's "Georgia On My Mind", een nummer dat we natuurlijk beter kennen van Ray Charles. Hoe de spirit van échte blues opnieuw tot leven komt, horen we het best in "Drop Down Mama" van Sleepy John Estes, "Stones in My Passway" van de Robert Johnson, "Walk On" van Sonny Terry & Brownie McGhee en het overbekende "Help Me" van Sonny Boy Williamson, meteen ook de uitschieters van deze plaat. Het is nauwelijks te geloven hoe relaxt en onbezonnen deze bluesman de strijd aangaat met heersende trends, hij bestrijdt de ‘vijand’ niet met gelijke wapens, maar als een hedendaagse Robert Johnson creëert hij een rustieke sfeer rondom authentieke Deltablues, folk en country. Bovendien weet Kent Duchaine veel positieve energie uit te stralen en is hij ook nog eens in het bezit van een prachtstem. Met die perfecte stem en ijzersterke covers is Duchaine in staat om zowel te ontroeren als tot nadenken aan te zetten bij het beluisteren van deze sentimentele songs. Zolang hij maar zulke schitterende bluesalbums kan uitbrengen, zolang maken wij ons absoluut geen zorgen over Kent Duchaine en mag dit zelfs enkele jaren duren. "Rough Out" is pure geloofwaardige blues/roots in al zij facetten van een echte live-performer. Kent Duchaine sleept het publiek mee in zijn muzikale leefwereld, kom u zich daarvan overtuigen tijdens Pjeireblues in Vilvoorde.

PJEIREBLUES
BLUES ME NE REKKER!

15.12.2007 - 20.00 u

Ruiterijcomplex - 3 Fonteinen
Vilvoorde


 

SLIDIN' SLIM
ONE MAN RIOT
Website
E-mail: info@slidinslim.com
Label: Nine Mile Records myspace
Distr.: Sonic Rendezvous


 

 

Ik hou er wel van de one man bluesbands, uitstekende muzikanten meestal, want in je ééntje veschillende instrumenten door mekaar bespelen, niet gemakkelijk als je het goed wil doen. Sommigen hebben deze techniek dankzij hedendaagse snufjes als loop machines en zo nog verfijnd; maar daarover binnen enkele weken meer, dan krijgen we er een voorbeeld van. Deze "Slidin' Slim" is zo'n one man bluesband, of was, want op deze cd heeft hij toch een band op de meeste nummers. Zijn motto was nochtans steeds "One Man, a whole lotta blues". Hij klinkt of hij in de Mississippi Delta geboren is, maar hij is afkomstig uit Stockholm, Zweden. Hij was toch al 21 toen hij plots de blues ontdekte van Son House, Robert Johnson en Mississippi Fred Mc Dowell. Hij begon naarstig gitaar te leren en had drie jaar later, 1994 was dat, al zijn eerste optredens. De eerste cd volgde in 1995: "How Blue Can A Young Man Get?" die vijf bluestraditionals bevatte die hij in zijn ééntje vertolkte. Vormde later de band "The Jungle Kings" die na een jaar splitte omdat de jongens te ver van mekaar woonden. De volgende was "Little Slim & The Roadmasters" die R&B en jump ten gehore brachten. Om een lang verhaal kort te maken, er volgen nog wat groepjes met verschillende stijlen, zoals Mylla, die Zweedse folk met Deltablues mengen, nog later volgt Slim Bakers Combo en hij begint samen te werken met de alt.country band "Parkland", eerst als songwriter, latert als muzikant. In 2002 verlaat hij Parkland en Slim Baker Combo. Slidin' Slim is een echte work-o-holic, dat zal je ondertussen wel gemerkt hebben, en dat terwijl ik nog maar zijn belangrijkste bands noemde. Hij heeft gedurende die periode blijven samenwerken met zijn muzikale boezemvriend Big Fred en ook de Band Mylla waar zijn vrouw in zit . Samen met Big Fred komt er dan de cd "Ten Long Years" in november 2004. Deze cd krijgt zo goede perskritieken dat dit in feite de grote doorbraak voor hem betekent. Een jaar later komt de live cd "One man, a whole lotta blues" en het wordt nog drukker voor Slidin' Slim, hij is een van de meest gevraagde en bekendste bluesmuzikanten van Zweden momenteel. En nu is hij er dan eindelijk, op Nine Mile, het label waar ook Patrick Sweany die ik vorige week kon bespreken, verscheen "One Man Riot" en dat is een heel afwisselend werkstuk geworden . De nummers variëren van pure sober gebrachte Delta blues naar meer popgerichte alternatievere rootsmuziek. Al toont "Brand New Face" in tegenstelling met de titel nog het oude gezicht van Slidin' Slim, namelijk knap gebrachte Delta blues met een lekker klinkende National Steel, met daarbij een stem die me erg aan John Mooney en John Hammond Jr herinnert, toch is een song als "It Ain't Right" heel andere koek en laat ons een veel alternatiever geluid horen. Hoofdzaak in de nummers van Slidin' Slim blijft natuurlijk de slide gitaar en de pure Delta blues. Het laatste nummer op de cd "Screwed" is zo puur, rauw en vol emotie, en de "howl" die er op 't eind in zit zou zelfs Chester Burnett niet beter kunnen brengen. Dit is blues vol passie. Na "Ten Long Years" en "One Man, A whole lotta blues" is dit de derde voltreffer op rij voor deze SlIdin' Slim. Een man op weg naar de grote doorbraak.
(RON)


 

SPOON
GA GA GA GA GA
Website - myspace
Mail: ben@constantartists.com
Label : Anti
Distr. : Play It Again Sam

 

 

 

Het zesde album van de Texaanse indierockers en viermansformatie Spoon heeft de betekenisvolle (???) titel “Ga Ga Ga Ga Ga” meegekregen. Waarom is ons nog steeds onduidelijk, maar wat wel opvalt is dat dit schijfje behoorlijk verschilt van voorafgaand werk van deze band. Na “Gimme Fiction” uit 2005 leek het of de groep resoluut had gekozen voor de donkere punkrock, maar op dit nieuwe album is er toch weer veel ruimte voor melodie en sterk opgebouwde teksten. Spoon is de groep van zanger en gitarist Britt Daniel, drummer Jim Eno, bassist Rob Pope en toetsenist Eric Harvey. Opgericht in 1993 duurde het 3 jaar vooraleer “Telephono” als eerste album wereldkundig werd gemaakt. 1998 leverde “A Series Of Sneaks” op en “Girls Can Tell” verscheen in 2001, één jaartje later al snel opgevolgd door “Kill The Moonlight”. Tussendoor verschenen ook nog een aantal EP-tjes en speelde de band een soundtrack in voor de film “Stranger Than Fiction” in 2006. Hun laatste album “Ga Ga Ga Ga Ga” schoot meteen naar de top 10 in de Billboard top 100 en de fanbasis van Spoon is de groep hondstrouw gebleven. “Don’t Make Me A Target” is de eerste song op de plaat en is minimalistisch van muzikale opbouw met vooral piano en gitaar. Daarna wordt het wat dromeriger op “The Ghost Of You Lingers” om al snel over te gaan in het explosievere “You Got Yr. Cherry Bomb”, een Beatlesachtige powerpopsong waarmee Spoon erg veel airplay wist te krijgen op de Amerikaanse radiostations. Hun recentste catchy single “The Underdog” is haast Spectoriaans qua wall of sound en een alles overheersende vrolijke blazerssectie. Ik houd vooral van “Don’t You Evah”, “Rhthm & Soul” en van “My Little Japanese Cigarette Case”. Over het geheel van de nummers op dit album ligt een breed uitgesponnen waas van hoop, optimisme en opgewektheid, voorwaar geen van de typische karakteristieken die Spoon kenmerkten. Britt Daniel is duidelijk iemand die het songschrijven onder de knie heeft en die door zijn muzikale inventiviteit de luisteraars weet te blijven boeien. “Ga Ga Ga Ga Ga” is een blijvertje en een aangename CD voor de duistere winteravonden ten huize (valsam).