ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


NICK MOSS AND THE FLIP TOPS - PLAY IT 'TIL TOMORROW

DAVID WILCOX - BOY IN THE BOAT

JAKE LA BOTZ - GRAVEYARD JONES

THE NEW SIBERIANS - THE NEW SIBERIANS

CHERRY LEE MEWIS - LITTLE GIRL BLUE

OLD MAN BROWN - RETURN

JOHN MAYALL - LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)

RONNIE EARL AND THE BROADCASTERS - HOPE RADIO

DOUG SAHM - LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)

D.MULLIGAN - THE LATE GREAT WEST


 

NICK MOSS AND THE FLIP TOPS
PLAY IT 'TIL TOMORROW
Website - Myspace
Label : Blue Bella Records
publicity@nickmoss.com (Kate Moss)
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

De huidige blues scène is vergeven van de gitaristen die het genre aanwenden als vehikel voor vuurwerk op de zes snaren. Voor hen tellen snelheid en hoeveelheid noten daarbij zwaarder dan emotie, opbouw, toon en stemming. Veel van deze muzikanten zijn op de blues afgekomen vanuit een rock-achtergrond. Hun omarming van het genre heeft iets kunstmatigs. Ze spelen de noten, maar voelen ze die ook? Bij sommige van de muzikanten die dit pad bewandelen, gaat de voorliefde voor deze muziek iets dieper. Zij scheppen plezier in het begeleiden van oude bluesartisten, die op deze manier een nieuw publiek bereiken. Vaak echter wringt die begeleiding, die dan ook lang niet altijd getuigt van inleving in de artiest. Een nog zeldzamer verschijnsel is de gitarist die zijn vaardigheden heeft opgedaan door te spelen met en te luisteren naar deze veteranen. Die heeft dan dan de kneepjes geabsorbeerd van wat aanvankelijk leek op een eenvoudige muzikale stijl, die echter- net als het dagelijks leven zelf - doortrokken bleek te zijn van complexiteiten als waarheid, gevoelens en emotie. Muzikanten die dit pad hebben bewandeld, hebben de wortels van het genre bestudeerd, doorgrond en geabsorbeerd. Bij hen vertelt elke noot een verhaal. Zo'n muzikant is zanger/gitarist Nick Moss. Vroeger was hij de ster van The Legendary Blues Band en mocht hij drie jaar lang met Jimmie Rogers mee op tournee. En als je dan dan met complimentjes bestookt wordt door Buddy Guy en deze Rogers, dan moet je iets speciaals in huis hebben. Nick Moss hééft iets speciaals in huis: hij beheerst als geen ander de klassieke Chicago sound en mag met recht en reden beschouwd worden als de schatbewaarder van het genre. Dat Nick en zijn Flip Tops garant voor de meest authentieke Chicago Blues die ook echt uit Chicago komt konden we reeds horen op zijn albums: "First Offense" (1999), "Got A New Plan" (2001), "Count Your Blessings" (2003), "Sadie Mae" (2005) en "LIVE at Chan's" (2006), maar ook maakte Moss een sterke entree op het Europese continent, en dit samen met Piano Willie Oshawny achter de toetsen, Bob Carter als drummer en Gerry Hundt als bassist. Op het Belgium Rythm & Blues Festival en tijdens het concert in het Muziekcafe Meulenberg (Mol - Millegem) stoomde deze trein door de tent, rijk aan afwisseling door de veelzijdigheid van de muzikanten. Deze jongeman is niet alleen letterlijk een zwaargewicht te noemen, met zijn tergend mooie solo's en shuffles verbaasde hij vriend en vijand. Wanneer dan ook nog eens bleek dat hij een aardig potje kan zingen, deed dat alleen nog maar af aan Mischo's verschijning.

Zijn nieuwe album "Play It 'Til Tomorrow" verbergt 2X14 prima songs, goed voor een lekkere, stevige portie Chicago Blues op disc1 en op disc 2 horen voor het eerst een heel andere Nick Moss. Want op deze cd horen we zelfgepende nummers aangevuld met covers van zijn vroegere helden, en dit allemaal volledig "unplugged". Tracks waar geen elektrische hoogstandjes worden gebruikt, gewoon een aanrader om kennis te maken met een bluesvariant van Nick Moss, maar ook een aanrader om verder kennis te maken met Gerry Hundt en Willie Oshawny die hier Moss zeer vakkundig begeleiden. Deze dubbelaar laat gewoon horen dat hij een veel groter publiek verdient!

Met vier 2007 Blues Music Awards op zak blijft Moss nog steeds trouw aan de klassieke Chicago post-war blues sound. "That’s how I’ve always been" zegt hijzelf in de liner notes. "All along, I’ve been trying to do my records that way. I live in Chicago and I was taught by the guys that played Chicago blues", verwijzend naar zijn helden: Jimmy Rogers, Willie “Big Eyes” Smith, Jimmy Dawkins en vele anderen. Bijdragend aan de authenticiteit op "Play It 'Til Tomorrow", vinden we hier gast Eddie Taylor, Jr, de zoon van de legendarische Eddie Taylor, wiens gitaarwerk best vergelijkbaar is met alle grote opnames van de onvergelijkbare Jimmy Reed. Eddie Taylor, Jr. speelt tweede gitaar op vijf tracks op disc1, en bezorgde deze plaat zo een beetje de titel van het album, want na het openende "Late Night Saint", had hij zijn mening geuit dat hij kon spelen "that mother f*#ker ’til tomorrow!", een nummer dat u kan terug vinden als "hidden track" op dit eerste deel. De reeds vermelde openingstrack "Late Night Saint" spreekt meteen boekdelen, wie dit niet tot de verbeelding vind spreken is voorgoed voor het genre verloren. De passie die zijn andere zelfgepende songs en de uitstekende versies van Floyd Jones’ "Rising Wind", Luther "Snake" Johnson’s "Woman Don’t Lie" en Lefty Dizz’s "Bad Avenue" teweeg brengen op deze cd geeft Moss' muziek zoveel zeggingsschap. De verrassing in deze dubbelaar zit wel in de tweede cd, waar hij samen met zijn Flip Tops "unplugged" uit de hoek komt. Ook hier een gast, namelijk Barrelhouse Chuck op piano in het nummer "Got My Mail Today". Maar naast Moss is het hier voornamelijk Gerry Hundt die hier schittert op bluesharp in "Fill 'Er Up", "Another Life is Gone", en in het gospel getinte "I Shall Not Be Moved" geeft Hundt niet enkel vocale ondersteuning maar weet ook best de mandolin te hanteren. Haal gewoon nog een biertje en zet deze dubbelaar nog eens op, want Nick Moss zingt zelf diep en dragend, kriebelt en verleidt zijn gitaar op "Play It 'Til Tomorrow".

 


 

 

 

DAVID WILCOX
BOY IN THE BOAT
Website
Label: Stony Plain Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

De Canadese bluesgitarist David Wilcox, niet te verwisselen met zijn naamgenoot, de singer songwriter, heeft zijn derde cd voor Stony Plain uitgebracht, een combinatie van eigen materiaal en meerdere sterke covers. "Boy In The Boat" heet de nieuweling, en bevat 12 songs waarvan 5 eigen composities. Zijn vorige cd "Rhytm of Love" en zijn debuut "Rockin' the Boogie" herinneren we ons nog als een heel sterke party cd, één van de beste bluescd's met partysongs die de laatste jaren verschenen. David draagt deze cd op aan keyboardspeler en vriend Richard Bell die vorig jaar overleed. Als één van de hardst werkende bluesartiesten van Canada is David Wilcox bijna dag na dag aan 't optreden en doorkruist het immense Canada met zijn band. De overbekende song van Charles Calhoun "Flip Flop & Fly" krijgt op deze cd een zeer aparte bewerking met mandoline, zodat het toch fris klinkt als cover. Een andere bekende cover is "Pistol Packin’ Mama", en ook Willie Dixon's "I'm A Natural Born Lover" is op een aparte manier benaderd. Verder nog de Blind Lemon Jefferson songs "Catman" en "Shuckin Sugar", minder bekende songs die hier op een moderne manier van een nieuw jasje voorzien worden. Erg Sterk! Blind Boy Fuller's "Step It Up and Go" is meteen de beste song op de cd, natuurlijk ook al dikwijls gedaan, maar deze versie mag er zijn. Van de eigen composities onthouden we vooral de knappe instrumental "The Groove" een soort mix van verschillende ritmes en slidegitaren. Een andere verrassende gitaarinstrumental is het opzwepende "Feel like..." waar David op gitaar het geluid van krolse katten imiteert. Now I know what he feels like... Met de afsluiter "Buddy Boys Blues" een nummer gebaseerd op het rustige jazzy bluesgeluid van Buddy Boy Hawkins komt er een ingetogen einde aan deze bluesrelease vol afwisseling van een van Canada's top bluesgitaristen. Dat de optredens van onze sympathieke kaalkop apart zijn en vol kwinkslagen zitten, kan je merken aan de videoclips.
(RON)


JAKE LA BOTZ
GRAVEYARD JONES
Website
Email :info@jakelabotz.com
Label : Charnel Ground Records
Booking: Boogietown Agency (Myspace)
boogietown@swing.be
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

"Graveyard Jones" (2006) is het vierde album van Jake La Botz, na het akoestische album "Used To Be" uit 2001, "The Original Soundtrack To My Nightmare" uit 1999 en het zeer goed ontvangen album "All Soul And No Money" uit 2004. Deze nogal egaal rockende singer-songwriter die een bluesverleden achter de rug heeft, de States zowat van binnen en van buiten aan den lijve meemaakte en zelfs mocht bijrollen in films zoals o.a. Animal Factory, aan de zijde van de onnavolgbare William Dafoe, speelde een belangrijke rol als gitarist in de band van Grey DeLisle, maar de wortels van Jake La Botz liggen overduidelijk in de van blues doordrenkte muziek. Het bewijs daarvoor staat op "Graveyard Jones" een zompig en apart bluesplaatje waarbij geesten van stokoude bluesmannen opdoemen. De songs in een mix van rock, blues, soul, country, folk en gospel, zijn even losjes in elkaar gezet als dat ze gespeeld worden. Netter misschien dan bij Tom Waits en Jon Spencer, maar wel met dezelfde kenmerkende nonchalante losheid. Toch is "Graveyard Jones" geen eenvoudige, stereotiepe bluesplaat, daarvoor leunt La Botz te veel op de rock-'n-roll. La Botz maakt er een duister feest van met strijkers en blazers. Soms moet je door het schorre stemgeluid en het maniakale spel aan Tom Waits denken, maar er is geen moment dat hij in slaapverwekkende clichés vervalt. La Botz overtuigt zowel in het luide, stampende werk als "Grandma’s Photographs", in meer introverte songs zoals de opener "Tiny" met Doug Livingston op pedal steel en "Sadness Is The Grave". Soms denk je gewoon dat de boel op hol slaat zoals in "Heaven Is The Only Hell" en "Another Song For The Dead" met de wriemelende saxen van Jeff Turmes. Kortweg: Met "Graveyard Jones" laat een herboren La Botz horen, die dan weer eens lekker rockend (twang) en vervolgens heerlijk soulful te werk gaat. Getuige de teksten heeft La Botz het licht gezien. Hopelijk is dat duurzaam, dan staat ons nog wat moois te wachten.


Jake La Botz & Fred Lani LIVE

09-02 CCRM Lessines (B)
10-02 Wirwar Turnhout (B)
11-02 Blauwe Wolk Zottegem (B)
12-02 Spirit of 66 Verviers (B)
15-02 MJ Tamines (B)
16-02 Iduna Poppodium Drachten (NL)

 

 

 

 


 

THE NEW SIBERIANS
Website - Myspace
Mail: glembotsky@thenewsiberians.com
Label : Bridge & Tunnel Records
CD Baby

 

 

De eerste full-CD van The New Siberians is onlangs titelloos op de markt verschenen. Deze groep wordt gevormd door 3 heren uit Burlington, Vermont, USA te weten Brendan Devitt, Simon Plumpton en Ted Pappadopoulos. Ze claimen gewone jongens te zijn met normale levensgewoonten die geloven dat de muziek een hulp kan zijn om verwarde geesten en gebroken harten een hart onder de riem te steken. Wie zijn wij om hen tegen te spreken? Het leven bestaat nu éénmaal uit verdriet en vreugde, waarbij wat realiteitszin en een lekkere frisse pint al heel wat ter verbetering kan bijdragen. Op dit debuutalbum brengen ze moderne pop- en rocksongs waarbij ik de jonge Beatles af en toe lijk terug te horen. In de 15 zelfgeschreven liedjes op deze CD valt voornamelijk de frisse productie afkomstig van Tom Dube op. Deze producer maakte naam en faam bij o.a. Richard Thompson, Marc Cohn en Juliana Hatfield. Hij laat dit drietal zich uitleven op de gitaren in enkele Pixies-achtige rocksongs zoals “Hearts”, “Happy Again”, “In The Garden”, “Vulture” en “Gasoline”. Maar er is ook wat hitgevoeliger werk terug te vinden in o.a. “Seeds & Stems”, “Speed Dial”, “Star” en “Really Doesn’t Matter”. Qua zangwerk leunen The New Siberians af en toe dichter aan bij de songs van Crowded House en op het vlak van de muziek bij Dan Fogelberg, vooral in “Colorblind”, een nummer waaruit ik vooral de volgende tekst probeer te onthouden: “Let me paint a portrait of living in my mind, you can choose the colors cause I am colorblind.” De mandoline wordt zelfs boven gehaald in het mooi gezongen rustigere nummer “Powder”. Rocksongs primeren op dit debuutalbum, maar mijn voorkeur gaat overduidelijk uit naar de rustigere songs waarin de vocale kwaliteiten van Brendan Devitt het best tot uiting kunnen komen.
(valsam)


 

CHERRY LEE MEWIS
LITTLE GIRL BLUE
Website - Myspace
Label: Vavoom records
Cdbaby
VIDEO

 

 

Ik ben er gek op, de pre-war blues zoals van Memphis Minnie, Jellie Roll Morton en natuurlijk het boegbeeld Robert Johnson, en dat is wat de kleine 22 jarige Cherry Lee Mewis uit Wales ons brengt, met een stem die net genoeg grit bevat om overtuigend genoeg deze blues traditionals te kunnen brengen, laat ze ons proeven van de wortels van de blues in bijvoorbeeld Robert Johnson's "Red Hot" via Jimmy Reed's "Shame Shame Shame" en Janis Joplin's "Mercedes Benz" tot en met Jeff Buckley's " Everybody Here Wants You". Hiermee overspant zij met deze cd een periode van de blues die net geen negentig jaar bedraagt, niet slecht voor een meid van 22. Bijgestaan is ze op deze opnames doorJohn Verity, onder meer bekend van Argent , Charly, zijn eigen band Verity en die onlangs nog samen een cd opnam met gitarist Max Milligan, die hier ook van de partij is. Op bas was er Dave Jenkins en Jeff Dakin op mondharmonica. Voorlopig beperkt Cherry zich tot het zingen alleen, slechts op één song speelt ze gitaar. Net als Maria Muldaur dat doet, houdt ze zich dicht bij het origineel, maar zet er toch een eigen stempel op, ze is een zeer gedreven zangeres, die haar ganse ziel in een song legt, wat goed te zien is in de clip, dit is niet zo maar een tekst zingen, Cherry Lee leeft zich helemaal in, en "beleeft" de song, iets wat met het jaren twintig materiaal dat nogal "rauw" en ongescensureerd is, niet zo vanzelfsprekend is. Zij bewijst op haar debuut ook alle stijlen binnen haar blues idioom aan te kunnen, soft jazzy ballads als "Cry Me A River" van Arhur Hamilton, maar echt bekend gemaakt door Julie London, zingt ze met evenveel gemak dan een Robert Johnson song of de a-capella blues van Janis. Tegelijkertijd hebben we ook het zwakke punt aangeraakt van Cherry Lee's debuut, de songkeuze. Voor wie bijvoorbeeld via haar de blues leert kennen is die songkeuze prima, het zijn standaards, maar al wie een beetje met blues betrokken is, zal hier moeten zoeken naar een song die niet overbekend is, en die enkel vinden in het eigen geschreven "Ugly Night", wat trouwens een knappe song is. Misschien is het muggeziften, maar ik zou Cherry als tip willen meegeven, indien mogelijk meer eigen songs bij een volgende release of iets minder bekende covers, voor de rest niks dan goed over deze "Little Girl Blue". Prima debuut!
(RON)


 

OLD MAN BROWN
RETURN
Website - myspace
E-mail: adamscottwakefield@oldmanbrown.com
Label: Boat Shop Records
Cdbaby
VIDEO

 

Als men weer eens met het argument komt dat blues een muziekvorm is voor ouwe grijsaards en op sterven na dood is zou ik aanraden even naar dit viertal uit Baltimore te luisteren. Hoewel hun groepsnaam het argument dat ik juist noemde nog versterkt, zijn dit viertal fris uitziende jonge snaken, die je eerder zou verwachten als één of andere door de platenfirma gecreeërde boysband. Gelukkig niet, deze jongens maken nog echte muziek, gevormd uit de elementen: southern rock, blues en soul en wat funk. Ze doen dit met zo veel verve, dat je moeilijk kan geloven dat dit een jonge, nog niet zo lang bestaande band is. Toen het idee kwam om met een eigen band te beginnen, namen de broers Adam Scott Wakefield (zanger/keyboardspeler) en John Scott Wakefield (drummer) samen met gitaristen Marshall Chapman en Alexander Rankin en bassist Paul Lewis een demo op in de boerderij van de stiefvader van Marshall, een zekere Peter Brown, bekend als “Old Man Brown”. Peter had een gedeelte van de schuur omgebouwd tot een kleine studio, en als eerbetoon van de band dus de groepsnaam. Even later sloeg echter het noodlot toe John Scott stierf plotseling in de periode van het mixen van de demo, en even later werd één van de beste vrienden van John, tevens ook drummer, Benjamin Woodburry zijn vervanger. In 2005 werd de demo ingestuurd voor de Grammy’s en kreeg prompt 3 nominaties, beste nieuwe band, beste zanger en beste song voor het nummer “Turn To Me”.bDe demo belandde via via ook bij Johnny Neel, bekend van de Allman Brothers en Dicky Betts Band, en deze liet hun weten dat hij met hun wilde samenwerken en begeleiden. De jongens lieten er natuurlijk geen gras over groeien, en in de zomer van 2006 werden de opnames van deze cd “Return” gedaan in Johnny Neel studio. De release dateert van eind januari, en sindsdien is het stijl bergop gegaan met de carrière van de jongens. Ze traden op als voorprogramma van Derek Trucks, Levon Helm, Canned Heat en een hele hoop andere bekenden. Met sterke composities, muzikaal meesterschap, een groot improvisatietalent en een veelzijdig repertoire, vormen zij een welkome afwisseling tussen de vele huidige bluesgerichte bands van het moment. Geen cd die vol staat met versleten covers van 12 maten bluestraditionals, maar eigen materiaal van het begin tot het einde. Hun sound is best te beschrijven als southern soul, en dat zijn tegelijkertijd de twee basisingredienten van hun muziek. Voornaamste groepslid en zanger Adam Scott Wakefield is om te beginnen naast songwriter een fantastische zanger. Sinds Steve Winwood heb ik geen jonge zanger meer gehoord met een zo hoog Ray Charles gehalte dan Adam Scott, zijn uiterst soulvolle stem lijkt inderdaad erg op beide juist genoemde voorbeelden, en de nummers die hij schrijft, samen met zijn pianospel, versterken die gelijkenis nog meer. Voeg daarbij dat ze in gitarist Marshall Chapman een meester van de “southern” gitaarstijl gevonden hebben, die met zijn slidespel, verwijzingen naar Derek Trucks, Warren Haynes en Duane Allman alleszins niet overdreven laat lijken. Overbodig te melden dus dat deze cd een extra hoog Allman Brothers gehalte heeft, voeg er nog een snuifje New Orleans funk, wat Muscle Shoals en zelfs hier en daar wat Motown bij. Slecht 8 songs, maar in echte southern jamband traditie zijn er wel een paar langere songs bij. Hoogtepunten zijn, naast “Come Rain, Come Shine” waar Adam Scott’s Hammond en stem een belangrijke rol speelt, het funky “Steal Away” en afsluiter “Feel To Love” waar Adam Scott Wakefield als zanger deze Ray Charles achtige ballade helemaal naar zich toetrekt, en Marshall Chapman dit alles met subliem gitaarwerk omlijst. Hemels. Ik denk dat ’t niet meer nodig is dit nog te vermelde, maar toch doe ik het: absolute aanrader!
(RON)


 

JOHN MAYALL
LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)
Label : New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO

 

TV show Austin City Limits, mag ondertussen wel een instituut genoemd worden. De grote namen uit vooral het roots-genre, die voor dit programma een concert gaven zijn talrijk. En dat ondertussen al meer dan dertig jaar lang. Het mag een gouden greep genoemd worden dat New West diverse optredens op DVD uitbrengt. Met met Eliza Gilkyson, David Byrne, Doug Sahm en John Mayall is dit alweer de nieuwste worp en die bestaat uit vier concerten, die nu in het geheel te zien zijn en te beluisteren. Deze serie wordt dus steeds uitgebreider met een rijke variatie aan artiesten die veelal in de Americana hoek vallen. John Mayall mag toch echt tot de blues gerekend worden. Dit concert is eind 1993 opgenomen en toont een mooi beeld van deze Britse bluesgigant op 60-jarige leefijd. Hij is mede bekend geworden door het feit dat hij een goed oor had voor jong talent. Oneindig is de rij Britse bluesmuzikanten die in zijn band tot volle wasdom kwamen. Eric Clapton was ongetwijfeld het belangrijkste talent dat in het team van Mayall kon rijpen. Nadat hij ontevreden uit de Yardbirds was gestapt trad Clapton op verzoek van Mayall tot diens band toe. En onder de vaderlijke hoede van Mayall ontwikkelde Clapton zijn kennis van de blues en verbeterde zijn techniek. Mayall lanceerde daarbuiten ook de carrières van onder meer Mick Taylor, Mick Fleetwood, Peter Green, Jack Bruce, Walter Trout en John McVie, daardoor vervulde deze aartsvader dus wel een grote pioniersrol voor de blanke blues. Na de echte hoogtepunten gehad te hebben eind zestiger/begin zeventiger jaren heeft Mayall een lange mindere periode gehad waarna hij begin negentiger jaren opkrabbelde en met een aantal respectabele platen terugkeerde. De eerste kennismaking met deze "Live From Austin,Tx" laat gelijk horen dat het om uitstekende opnames gaat die heerlijk om naar te luisteren zijn. In negen nummers die nog eens duidelijk maken waarom Mayall de aartsvader van de Britse blues genoemd wordt. Van die negen zijn zeven nummers afkomstig uit zijn "Wake Up Call" (1993) -album dat enkele maanden eerder op de markt kwam. Meteen was dit ook één van zijn laatste optredens met zijn Bluesbreakers, een band die onder andere bestaat uit Coco Montoya, Rick Cortes en Joe Yuele. De liefhebber van moderne blues met een likje jazz, gospel en rock zal zeker genieten van deze songs met als uitschieters, jawel de bluesklassiekers, Jimmy Reed's "Ain't That Lovin' You Baby" en Junior Wells "I Could Cry". Allemaal mooie nummers met prettige muzikale omlijsting maakt dat deze DVD weer regelmatig een rondje zal maken in mijn dvd-speler. Concluderend kan je zeggen dat dit een prachtige DVD is en een aanvulling voor degenen die slechts zijn cd's bezitten. Liefhebbers weten nu denk ik wel genoeg en kunnen met een gerust hard tot aanschaf overgaan.


Track listing:
1 I Want To Go
2 Ain t That Lovin You Baby?
3 Maydell
4 Wake Up Call
5 I m A Sucker For Love
6 Nature s Disappearing
7 I Could Cry
8 Bear
9 Mail Order Mystics


 

 

RONNIE EARL AND THE BROADCASTERS
HOPE RADIO
Website
Label : Stony Plain Records

 

 

Ik herinner me, bijna vijfentwintig jaar geleden, een vetkuif helemaal links in het bandje met de veelzeggende naam Roomful of Blues. Een peuk rechts onder in de mondhoek, maar intussen achteloos de meest hemelse muziek uit zijn gitaar halen. En zo ontspannen maar prachtig speelt Ronnie Earl nog steeds. Earl wordt ondertussen beschouwd als één van de belangrijkste bluesartiesten van zijn generatie. Hij begon pas met spelen op relatief late leeftijd, tijdens zijn studententijd. Na het bezoeken van een bluesconcert met een medestudent was Ronnie verloren. Hij kocht een gitaar en wist al na enkele jaren zelfstudie een hoog niveau te bereiken. Waar veel bluesgitaristen de grens met rock opzoeken laat Earl zich hoorbaar beïnvloeden door jazz. Hij is ondertussen één van de beste bluesgitaristen getuige zijn twee W.C. Handy awards (het Blues Foundation's equivalent van de Grammy's) voor "Guitarist of the Year". Dit is een feit. Met zijn nieuwe album "Hope Radio", de opvolger van "Now My Soul" (2004) en "I Feel Like Goin' On" (2003) realiseer ik me dat hij werkelijk behoord tot de top van alle bluesgitaristen. Na vele instrumentale albums is "Hope Radio" wederom een instrumentale cd en nu reeds het vierde voor Stony Plain Records, waarop de bezetting nog steeds bestaat uit de vertrouwde ritmetandem, gekend als The Broadcasters: Dave Limina (piano, Hammond B3), Jim Mouradian (bas) en Lorne Entress (drums). De 'special guest' is niet minder dan de basveteraan Michael 'Mudcat' Ward (ook piano). "Hope Radio" ligt in het verlengde van "I Feel Like Goin' On" uit 2003, maar Ronnie levert met deze nieuwe, een uitstekende cd, eigenlijk de cd die je al zolang van hem wilde horen. Zijn gitaarspel is nooit zo scherp geweest en geconcentreerd. Naast zijn bekende invloeden: Muddy Waters, Big Joe Turner, Otis Rush ... brengt de sound op deze plaat me meer en meer bij Stevie Ray Vaughan, en dit niet alleen in zijn sound maar ook in zijn soul. The Broadcasters zijn daarbij ook best te vergelijken met Double Trouble al klinkt zijn band toch meer swingend. Deze SRV invloeden komen best tot uiting in de songs "Blues For The West Side" en "I Am With You". Live opgenomen en gefilmd in april van dit jaar in de Wellspring Sound in Acton, Massachusetts, vinden we hier de stijlen die we van hem gewoon zijn : bluesy, subtiel, heftig, flitsend zoals alleen hij het kan. Deze vele stijlen op "Hope Radio" maken deze cd bijzonder spannend. Zo begint de cd met het Santana getinte "Eddie's Gospel Groove", overgaand in "Bobby's Bop", waarin Limina's Hammond B3- werk doet denken aan Jimmy McGriff. In het solo akoestische "Katrina Blues" is het vooral de emotie die in dit nummer naar boven komt, maar u heeft het wel begrepen, we zijn vijf nummers ver, nummers waarbij Ronnie Earl aantoont dat hij heel sprankelend de blues speelt, noot voor noot zijn te onderscheiden, en tegelijk swingt hij als een beest. Luister ook even verder naar "Blues for the Homeless" wanneer de lichten even dimmen en "Wolf Dance" en "Blues for Otis Rush" wanneer ze terug schitteren. Ronnie Earl beschikt over een geweldige techniek, en bovendien speelt hij met heel veel gevoel, met als specifieke charme dat hij nooit vervalt in grof en dreunend beuken op de gitaar. Fans weten genoeg en liefhebbers van het betere gitaarspel hebben we nu nieuwsgierig genoeg gemaakt.

Tracks:
1. Eddie's Gospel Groove (5:07)
2. Bobby's Bop (5:55)
3. Blues For The West Side (8:48)
4. I Am With You (8:15)
5. Katrina Blues (3:35)
6. Wolf Dance (8:07)
7. Kay My Dear (6:39)
8. Blues For The Homeless (8:32)
9. Beautiful Child (8:45)
10. Blues For Otis Rush (9:52)
11. New Gospel Tune (4:40)


 

DOUG SAHM
LIVE FROM AUSTIN, TX (DVD)
Website
myspace
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

De schijnbaar onuitputtelijke reeks "Live From Austin, Texas" gebaseerd op de opnames van de gelijknamige concert - televisieuitzendingen, en bestaande uit CD en DVD releases van minder recente en recente concerten, is nogmaals uitgebreid. Ditmaal met een TV concert van Doug Sahm en band uit 1975. De uitzending werd opgepoetst naar dolby 5.1 en vrijwel alle opnames werden gebruikt, het originele programma duurt altijd maar 30 minuten, nu werden het er 57, iets wat we ondertussen gewoon zijn van deze reeks. Doug Sahm kennen we natuurlijk allemaal van Sir Douglas Quintet en zijn latere solocarrière. De "Cosmic Cowboy" zoals men hem wel eens noemde vormde eind jaren tachtig nog de All Star Band:Texas Tornados met Freddy Fender, Flaco Jiminez en Augie Meyers. De show opent met "Is Anybody Going to San Antone?" met Doug op fiddle, het nummer krijgt een echte country behandeling en dat zet de toon voor de echte country van "Cotton Eyed Joe", maar dan gaat de fiddle aan de kant en grijpt Doug de gitaar voor "some blues". Vier nummers lang brengt Doug bluesnummers uit zijn solo cd's zoals "Hell of A Spell" een plaat waarnaar ik, ondanks het feit dat ze van 1980 dateert nog regelmatig naar teruggrijp.Voor zijn debuut wist hij zelfs Dylan naar de studio te lokken en zo diens lange inactieve periode te doorbreken. Verder komen er af en toe nog Sir Douglas Quintet songs voorbij zoals "Mendocino", "She's About A Mover" en "Rains Came". In 1999 is Doug Sahm dan plots gestorven en liet ons een erfenis van ontelbare rootssongs na, een "Groovers Paradise" om het met zijn eigen woorden te zeggen. Een aangenaam concert is dit geworden, waarbij nog puur de muziek, en nog niet de show er rond belangrijk was. Doug in versleten jeans en geruit cowboy hemd, en Augie met zijn onafscheidelijke wankele rode vox orgeltje. New West, de platenfirma die hiervoor zorgt, mag nog lang uit zijn archieven putten, tot hiertoe hebben ze ons met hun "Live In Austin" zelden ontgoocheld.
(RON)


 

D.MULLIGAN
THE LATE GREAT WEST
Website - myspace
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

"The Late Great Southwest" van D. Mulligan is een hele droge plaat, en daarmee bedoel ik niet dat ze slecht is, neen, integendeel zelfs. Ik bedoel het letterlijk. De plaat is in feite ontstaan in de Sierra Nevada woestijn. Een songwriters workshop onder leiding van zijn twee voorbeelden, Tim Bluhm en Steve Poltz, bewees dat D. Mulligan het schrijven in zich had, hij kon nog weinig leren van zijn twee lesgevers. Dus ontsproot daar het idee om hun leerling wat te helpen bij zijn eerste werkstuk waar hij al een tijdje naar verlangde. Het resultaat draait nu rondjes in mijn ceedeespeler. Het heeft hij al een aantal draaibeurten gekregen, en er zullen er nog volgen, want dit is een mooie Americana release geworden. Als songwriter moet D. Mulligan zich al niet meer bewijzen, de songs zijn sterk en zitten boordevol sfeer, al is dat meermaals een desolate woestijnsfeer. Als zanger en gitarist laat hij zich ook direct gelden. Een stem die perfect is voor het Americana genre, van sober klinkende, indringende songs als "Miriam" tot het wat vrolijkere "Postcard", samen met "Desert Rose" heel sterke songs, met de ganse band die zorgt voor een mooi vol geluid, vooral met met pedal steel. Een groot deel van de songs zijn echter door D. alleen gebracht, of met een minimum aan begeleiding. De muziek is nooit opdringerig, de stem en tekst blijven bij D.Mulligan steeds op de voorgrond. Zijn heze stem klinkt dromerig en droef en hij laat je ook dromen, je ziet de beelden van zijn teksten aan je geest voorbijtrekken als hij ze langzaam declamerend zingt, zoals in "Collapsible Plans" met zijn dreigende sfeer. "Don't Wake Up" is nog zo'n prachtige song, een spaarzame gitaar, een tekst die de angst voor het eenzaam zijn na de one night stand uitdrukt, een song groot door zijn eenvoud qua tekst en uitvoering. Dit is helemaal D.Mulligan. Gewoonweg prachtige muziek, de soberheid tot perfectie verheven, een sterke tekst en een stem die de juiste sfeer neerzet. Meer moet dat niet zijn, want hier is het weer eens ten volle bewezen: "Less is More".
(RON)