ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


LARRY NATH - LIVE IT

ANDY STEELE - TRUE BELIEVERS AND THE GUISES OF THE WEASEL

RED BEANS & RICE - HOT & SPICEY

THE AERONAUTICAL LEGENDS - A MIDWESTERN AUTUMN

COYOTE KINGS - FEELING LUCKY

RUSS BARENBERG - WHEN AT LAST

PATTI SCIALFA - PLAY IT AS IT LAYS

PONDERING JUDD - COALESCE

ANDY LESTER'S BLUE TRAIN - WEATHERMAN

THE HOPE TRUST - THE INCRABLE WANT


 

 

LARRY NATH
LIVE IT
Website
Label: Bonedog Records
Cdbaby

 

 

Larry Nath is een nieuwe artiest op het Bonedog Label. In tegenstelling met de andere artiesten op dit label die regelrechte soul brengen, is Larry een rootsrocker. Hij is 44 komt uit Pennsylvania, begon met optreden in Pittsburgh, speelde in meerdere rockbandjes tot hij in 1989 Jimmy Adler ontmoette en begon met The Mohicans, ondertussen hebben beide een solo carrière, maar treden nog dikwijls samen op en ook op deze cd werkten ze samen. Larry's stijl is geëvolueerd tot een mix van rock, soul en blues, en hij heeft ondertussen ook een naam gemaakt als songschrijver. Dat Larry tevreden is bij Bonedog records onderdak te hebben gevonden, laat hij al dadelijk merken met “Bonedog Blues” de openingssong. Het is een rocksong met Stones allures die al dadelijk de toon zet voor deze cd. Een nummer dat zowel New Orleans ritmes in zich draagt als rock ’n roll is “The Killer and the King” en ’t is duidelijk wie hier het onderwerp zijn, ja Jerry Lee en Elvis. Rock ’n roll blijft ook de rode draad in de titelsong “Live it”, een song met een hoog Chuck Berry gehalte. Stevige, rockende bluesritmes in “Fool That I Am” en het supersnelle “Monongahela” met uitstekend gitaarwerk van Jim Relja.. De uitstekende gastgitarist Jimmy Adler laat zijn kunnen vlak daarna horen in de langzame shuffle “Love Crush”. Drie nummers op deze cd werden geschreven door de bekende songwriter Mike Sweeney, die ook veel songs schrijft voor Billy Price en een aantal anderen van het Bonedog label. “Tender and Tall”, één van die songs, sluit deze meer dan behoorlijke cd af, een gevoelige ballade, en meteen ook één van de betere songs. Langzaam maar zeker begint bij Bonedog de soul plaats te ruimen voor andere, meer rockgerichte releases zo te zien, of beter, te horen. Na de Jason Martinko Revue een aantal weken geleden is dit nu de volgende rockartiest die het label onder de vleugels neemt. Zo lang de kwaliteit van het gebodene op dit niveau blijft, hoor je ons niet klagen, al gaat mijn voorkeur toch nog uit naar de in Memphis en Stax sausjes gedipte soulhapjes van voorheen, laat er zo nog maar eens ééntje komen, heren, onze soulfans beginnen honger te krijgen.
(RON)


 

ANDY STEELE
TRUE BELIEVERS AND THE GUISES OF THE WEASEL
Website - Myspace
Mail: andy@wordisout.co.uk
Label : Word Is Out Records
CD Baby

 

 

Vorig jaar verscheen het album “Land And Sea” van de formatie MuddyHead met multi-instrumentalist Andy Steele als zanger. Nu verschijnt op zijn eigen label een eerste soloalbum met de lange titel “True Believers And The Guises Of The Weasel”. Andy Steele is een Britse muzikant die voornamelijk pianosongs schrijft. Met dat instrument trad hij ook meerdere jaren op bij de formatie The Coal Porters, waarin ook de ex-Long Rider zanger Sid Griffin een vooraanstaande rol speelde. Daarnaast deed hij ook veel sessiewerk op keyboards voor o.a. China Crisis, de succesband uit Liverpool. Dit jaar nog verzorgde hij het voorprogramma tijdens de Britse tournee van de legendarische band America. Op dit debuutalbum brengt hij voornamelijk een mix van Americana, folk en pop in de stijl van Ray Davies, Richard Thompson en Neil Young. In het eerste nummer op deze CD “One Of These Days” herken ik overigens een stukje Paul McCartney ten tijde van Wings. De piano wordt samen met de mondharmonica vooraan geplaatst op “Penguin Eggs” en hier wordt ook een eerste keer duidelijk gemaakt dat Andy Steele naast songwritercapaciteiten ook over een uitstekende zangstem beschikt. Een absoluut hoogtepunt op deze CD is het nummer “Vincent” dat muzikaal uiterst knap opgebouwd wordt. Andere leuke liedjes op deze plaat zijn “Nobody Whistling”, “Tonight So I Can See”, “No Relief Except For Sleeping” en “Lover’s Lament”, waarbij je onbewust terugdenkt aan “Shipbuilding” van Robert Wyatt. Superleuk is het prachtige trompetsolo-intermezzo in het wonderlijk mooie nummer “Ile Saint Louis Blues”. De hele CD valt overigens op door de prachtige arrangementen van deze mooi gestructureerde folksongs. Andy Steele brengt nergens iets wereldschokkends, maar moet dat dan? Als je als luisteraar van alle liedjes zonder uitzondering kan genieten zijn wij al meer dan tevreden. Ondertussen werkt Andy Steele al aan een opvolger voor deze CD die hij in de lente van 2008 hoopt uit te kunnen brengen. Voorlopige titel van dat album is “Night Fishing”. Als dat even goed zal zijn als “True Believers And The Guises Of The Weasel” mag Andy Steele voor ons ook daarvan al een exemplaartje reserveren ter bespreking en promotie via Rootstime.
(valsam)


 

RED BEANS & RICE
HOT & SPICEY
Website
E-mail: email@Sgt7Sun@aol.com
Label: White Wolf Productions
Cdbaby

 

 

Red Beans & Rice is een band uit de baai van Monterey, een club band die veel optreedt in de uitgangsbuurten en dus gespecialiseerd is in dansbare, meestal up tempo bluesnummers. Zij starten 14 jaar geleden en hun stijl is een mix van Chicago blues, Texas swing en heel veel New Orleans invloeden. Zij brengen enkele eigen songs maar vallen vooral op door een goede keuze van hun covers, meestal minder bekende songs waaronder op deze cd nummers zitten van Dr. John, Sonny Landreth, Taj Mahal, Neville Bothers en Little Feat. Dit is hun vierde cd in totaal. Dat de band al dertien jaar veel optredens achter de rug heeft, hoor je aan hun routineuze, maar tevens intense manier waarop de nummers gebracht worden, de lijst van de bands waarmee ze het podium deelden is ellenlang en teveel om op te noemen, toch enkele namen: John Lee Hooker, Koko Taylor, Los Lobos en Little Charlie & The Nightcats. Even lang is de lijst met grote festivals waarop ze speelden, waaronder Monterey en Big Sur, twee van de grootste Amerikaanse bluesfestivals. De grote troef op deze cd is, zoals ik al liet merken, de diversiteit van de songs en de professionele manier waarop ze gebracht zijn. Laat ik er dan maar dadelijk bijvoegen dat het sterkste nummer hier een eigen song betreft, namelijk het door zanger en keyboardspeler Gil Rubin geschreven "Hopin' For The Best" een langzame song, maar een pracht van een compositie die ik blijf draaien. Nochtans zijn de covers ook niet te versmaden, zo is er van de "bluesbrothers" bekende Taj Mahal compositie "She Caught The Katy", de Little Feat cover "Rad Gumbo" en het door Sonny Landreth geschreven en veel gecoverde "Congo Square". Omdat ik dit nu toevallig ooit eens gecontroleerd heb, weet ik dat buiten het origineel, dit nu mijn zesde (en tevens beste) coverversie is, als ik er geen over het hoofd zag natuurlijk. Ook een heel sterke cover is het door Dr. John geschreven "Only In It For The Money". Ik kende de song niet, moet ik bekennen, maar zij brengen het hier in echte originele Rebennack stijl, met een schitterende Tom Lawson op vocals en Hammond B3. Diezelfde Tom Lawson schreef het laatste nummer op de cd , "I'm Not Gonna Stand In Your Way" een sterke song die wat doet denken aan het werk van Randy Newman. Red Beans & Rice maakt zeker de titel van hun cd waar, ze zijn inderdaad "Hot & Spicey", en ik kan me voorstellen dat deze band live nog hotter is!
(RON)


 

THE AERONAUTICAL LEGENDS
A MIDWESTERN AUTUMN
Website - myspace
Mail: joshua@shoogabear.com
Label : Shooga Bear Records
CD Baby

 

 

Een full-CD met 37 minuten muziek gespreid over 10 songs is toch wel erg karig. Dat zijn de naakte feiten over “A Midwestern Autumn” van The Aeronautical Legends uit Kent, Ohio. Ondanks het meervoud in de groepsnaam gaat het hierbij om een enkeling die alle instrumenten en zang voor zijn rekening neemt, zijnde de 29-jarige Joshua Dennison. Dit album – de opvolger van debuut-CD “Rocketeer” - werd bovendien bij hem thuis opgenomen in zijn eigen studio en bevat alt-country songs met knappe teksten op catchy muziekriffs gezet. Dat Dennison een fan is van o.a. Wilco en Iron & Wine geeft hij graag toe op zijn website. Maar je kunt dat ook horen in de liedjes die op “A Midwestern Autumn” zijn terug te vinden. De ballade “Honestly” kan daarvoor als representatief worden aangeduid. Die song wordt overigens gezongen op de wijze van Robert Smith & The Cure. Dennison is een begenadigde liedjesschrijver en qua stem moet hij ook niet onder doen voor de betere artiesten in dit genre. In het nummer “Fall Semester” zit er een behoorlijke portie angst verwerkt en haatgevoelens duiken op in “Send Me No Roses”. “Thirty-First Of May” is anderzijds zo vrolijk en liefelijk dat je Dennison zeker niet van enige vorm van depressiviteit kan verdenken. Ook “Tea & Oranges” en “Natural Disasters” gaan er vederlicht en zeemzoet in. Dat lijkt trouwens wel het handelsmerk van The Aeronautical Legends te zijn want er wordt lustig verder genoten in “Adventure Game”. Dan komt echter mijn absolute lievelingsnummer op deze plaat: “Isobel, My Sister”. Een mooi liefdesliedje vol hartverscheurende emoties en eerlijke gevoelens, afgewisseld met een simpel maar o zo aanstekelijk piano-intermezzo. Prachtsong zonder meer. Joshua Dennison zegt dat hij deze plaat maakte opdat je er zou bij gaan zitten om er van het begin tot het einde naar te luisteren. Zoals eerder aangegeven duurde dat beluisteren amper 37 minuten, maar ik heb die tijd wel probleemloos uitgezeten en bovendien ook nog eens de hele periode puur genoten. Bijzonder mooie plaatje.
(valsam)


 

COYOTE KINGS
FEELING LUCKY
Website - Myspace
Label: Hot Poop records/ Twinlion Records
Cdbaby

 

 

Toen wij een tijd geleden aan gitarist Robin Barrett vroegen om zijn cd "Blue Movie" te bespreken, zei hij ons: "Ik ben met een nieuw project bezig, dat bijna opgenomen is, ik zal het je toesturen zo gauw het klaar is". Toen we onlangs de cd "Feeling Lucky" van de Coyote Kings toegestuurd kregen, hadden we dan ook geen vermoeden dat dit de nieuwe band van Robin was. Zij komen uit Walla Walla, een stadje met een naam als een Australische aboriginalnederzetting, maar het is echter een stad in het zuidwesten van de staat Washington. Samen met Curtis Johnson, een Texaanse drummer, die onder meer bij W.C. Clark en Alan Haynes in de groep zat en de tweede meestergitarist Mike Cook richtte Robin de "Yotes" op. Hun samenwerking dateert al van lang geleden, want beide zaten in de Tucanon Band, een groep die hier weinig betekende maar in Amerika cult following had, en steeds volle zalen trok. Bassist Mondo Mike behoort wonderlijk genoeg niet tot de groepskern, op al hun info staan beide gitaristen en drummer Curtis met naam en foto, maar geen bassist, dit terwijl hij op de ganse cd overal bas speelt. Raar, maar er zal wel een gegronde reden voor zijn. Wat de Coyote Kings brengen is heavy blues, bluesrock, maar niet van het type met de ellenlange gitaarsolo's, meer nummers die verwant zijn aan de Texaanse boogies van Z.Z. Top. Dit is zeker het geval in het eerste nummer op de cd: "Backbone Shaker", dat wel lijkt of Billy Gibbons het geschreven heeft en er op meespeelde en zong. Sterke "Hooks" daar gaat het bij de Coyote Kings vooral om, het soort dat je na het concert of het beluisteren van de plaat blijft neurieën, en ze staat er vol mee. Neem bijvoorbeeld "Gris Gris" of "Trouble", sterke nummers opgebouwd rond de gitaren van Robin en Mike, zonder echter te vervallen in minutenlang gepiel. Na "Backbone Shaker" is "Baptize Me" een tweede hoogtepunt: Recht toe, recht aan blues, die weer herinnert aan het baardige trio uit Texas. Het Stones getinte "You Got It", de blue eyed Soul in "Sweet Soul Music" en als uitsmijter "Sugar" een snelle, gedreven song waar de twee gitaristen zich even volledig geven, zorgt voor de nodige diversiteit op deze release. Verrassend is nog de hidden track, een pure alt.countrysong die waarschijnlijk "I Was Wrong" getiteld is, en ons nog een compleet andere Coyote Kings laat horen. Sterk debuut van deze nieuwe band, met muzikanten die het klappen van de zweep kennen.
(RON)


 

 

RUSS BARENBERG
WHEN AT LAST
Website
Email: info@russbarenberg.com
Label: Compass Records

 

 

 

Oorspronkelijk wou hij fulltime muzikant worden of met studiowerk in zijn levensonderhoud voorzien. Maar toen de man uit Pennsylvania omstreeks 1986 in Nashville aankwam, bleek dit niet voor hem weggelegd. Liever dan compromissen te moeten sluiten, koos hij dan maar voor een vaste job en het familieleven. Maar de musicerende aandrift knaagde onderhuids en zocht zich een weg naar deze ‘When At Last’. Niet dat hij al die tijd stil gezeten heeft, want hij nam platen op voor Rounder, schreef muziek voor films en tv, vormde trio’s met countrymuzikanten of speelde in bluesgrass- en jazzbandjes. Ook in het project ‘The Transatlantic Sessions’ was hij actief, een crosscultureel uitwisselingsproject van artiesten over de landsgrenzen heen, dat als muziekprogramma op tv werd uitgezonden, een productie van BBC Schotland. Het was echter lang geleden dat hij nog een album opnam. Zijn eerste dateerde van 1979. Met zijn diverse Gibson gitaren baant Russ zich nu op ‘When At Last’ een vernieuwde weg via eigen composities, die afwisselend vinnig, jubelend, speels of springerig zijn. Een beetje Dixielandstijl, een beetje Keltisch, Engelse dansmuziek vermengd met Franse folk. Russ vermengt het met zwier en fijngevoelige vingers. Zijn gitaar- en mandolinespel is zo virtuoos, dat het album al voor een Grammy werd genomineerd in de categorie country/instrumentaal. De melodieën en tunes kwamen tot stand in de loop der jaren. Ik hield vooral van het melancholische ‘When At Last’ en het ritmisch slepende ‘The Man in the Hat’. Dat is ook de verdienste van meesterviolist Stuart Duncan en Jerry Douglas met zijn dobro, wiens beider inbreng fundamenteel is voor de sfeerstemmingen. Jerry Douglas, ook begeleider van Alison Krauss, heeft zelf soloalbums uitgebracht en voelt zijn wapenbroeder/muzikant goed aan. Maar nog andere muziekvrienden doen met hoorbaar plezier mee. Bassist Viktor Krauss, violiste Ruthie Dornfeld en drummer Kenny Malone zijn allen gedreven en ervaren muzikanten. In het midden verheft de spontane inventiviteit van Russ Barenberg dit album tot een instrumentaal kleinood, dank zij zijn gevoel voor balans, zijn delicaat gitaarspel en de wijze waarop hij het traditionele een originele toets weet mee te geven. In ‘A Dream for Sophie’ verwijlt hij met zijn mandoline nog even bij de droomwereld van zijn dochter om nadien weer fladderend en polkagewijs vaart te kiezen, de ‘Redbird in the Willow’ achterna. Het compositorisch ‘New Acoustic’ feestje wordt zo kleurig geserveerd dat je onwillekeurig meegezogen wordt in het enthousiasme van Russ en zijn kompanen, die naadloos het lyrische met het volkse weten te combineren. Geen beter nummer dan het relaxte ‘The Drummers of England’ om je met djembe en cimbalen naar de feesttafel van muzikale vrienden te laten tronen, terwijl ‘Aux Marches du Palais’ het te vroege afscheid aankondigt. Russ Barenberg was zijn muziek nooit ontrouw, want in de marge bleef hij in de running. Met deze cd kan hij echter voluit gaan. Russ beleeft duidelijk genoegen aan de herwonnen vrijheid om de muziek weer centraal te kunnen stellen in zijn leven temidden van vrienden. Dat hij het zo moge houden.
Marcie


 

 

PATTI SCIALFA
PLAY IT AS IT LAYS
Website
Label : Columbia Records
Distr. : Sony BMG

 

 

Als je beroemder bent als “Mevrouw Bruce Springsteen” dan als zangeres is het moeilijk om op je merites als artieste beoordeeld te worden en de aandacht van het publiek op je muzikale prestaties te laten focussen. Vivienne Patricia “Patti” Scialfa – nu 54 jaar jong - draait toch al enkele decennia mee in de muziekscène en werkte samen met de Rolling Stones, Southside Johnny and The Ashbury Jukes en David Johansen vooraleer in 1984 vast lid van de E-Street Band te worden en in juni 1991 ook de tweede vrouw van Bruce Springsteen. Toch staat Patti Scialfa bij mij reeds meer dan tien jaar geklasseerd als absolute topzangeres. Haar debuutalbum “Rumble Doll” uit 1993 passeert nog vrij regelmatig langs mijn CD-speler omdat de pure emoties en wilde passie van alle songs op dat album afdruipen. Om voor mij duistere redenen duurde het dan tot 2004 vooraleer haar tweede soloalbum “23rd Street Lullaby” aan de wereld werd voorgesteld. Ze had in die lange tussenperiode wel voor een Springsteen-nageslacht gezorgd met 3 kinderen Evan, Jessica en Sam. Maar dat kwam haar stem alvast enkel ten goede want ook die tweede CD was een voltreffer. Waarom haalt Patti Scialfa dan niet de voorpagina’s van de muziekmagazines en de top van de verkoophitlijsten? Geen flauw idee. Daar waar Bruce meestal heel voorspelbaar uit de hoek komt met zijn nieuwe werk, is mevrouw net een ware toonbeeld van muzikale diversiteit. Op haar nieuwste album” Play It As It Lays” wordt dat nog maar eens overvloedig aangetoond door middel van 10 uitstekende, zelfgeschreven songs. In een voortreffelijke productie van Steve Jordan, een album mix van master Bob Clearmountain en de muzikale hulp van vrienden-topmuzikanten als eega Bruce (orgel), Nils Lofgren (gitaar), Steve Jordan (drums) en Clifford Carter (keyboards). Dit exquise en exclusieve begeleidingsgroepje noemt zij haar “Whack Brothers Rhythm Section”. Ook haar backing vocals verdienen een aparte, eervolle vermelding. Ze zijn prominent aanwezig op o.a. de songs “Rainy Day Man” en “Run, Run, Run”. Een eerste single uit het album is “Looking For Elvis” met daarin deze tekst “I’m just looking for some inspiration / I'm looking for something to rock my soul / I'm looking for a brand new destination / I’m looking for Elvis down a Memphis road”. Het rootsy en bluesy nummer “Town Called Heartbreak” wordt op een hoesstickertje al aangekondigd als de opvolger. Patti Scialfa beschikt over een uit-de-duizend-herkenbare stem die zowel folk-, country-, soul- als rocksongs perfect kan performen. “Play Around” is een schitterende ballad, eenvoudig gebracht en enkel maar mooi begeleid door Bruce op zijn B3-orgeltje. Evenzomooi is de titeltrack “Play It As It Lays” met alweer het orgeltje van Bruce en enkele strijkers. Emotionele songs is waar Scialfa het sterkst mee voor de dag komt op al haar CD’s en ook op deze laatste zijn het die songs die mij naar de strot grijpen en me alweer doen besluiten dat haar zoektocht doorheen de straten en de soulvolle muziek van Memphis, Tennessee - hetgeen “Play It As It Lays” toch duidelijk is - ook nu alweer een vaste waarde in mijn platencollectie zal worden.
(valsam)

Interview met Patti Scialfa kan u lezen bij onze vriend, Peter Holmstedt van Hemifran

 


 

 

PONDERING JUDD
COALESCE
Website - Myspace
Mail: martin@ponderingjudd.com
Label : Lonesome Heart Music
CD Baby

 

“Coalesce” is al de zesde CD van de Amerikaanse viermansformatie Pondering Judd, afkomstig uit Dover, New Hampshire. De groep is ondertussen al sinds 1993 actief en in die 15 jaar was er een steeds wisselend succes. Vooral als live band oogsten ze het meeste bijval in de States. Leadzanger Martin England schrijft alle teksten voor de songs en de credits voor de bijhorende muziek komen op naam van de ganse groep. De titel van dit album betekent “terug samengroeien, zoals de twee helften van een gebroken been”. In de 10 countrypop/countryrock-liedjes op deze CD hoor je duidelijke invloeden terug van bands als Wilco, Uncle Tupelo, Son Volt, Whiskeytown of Jayhawks. Emotionele en poëtische liedjes die voorzien van een sterke melodie samensmelten tot een knap geheel. De teksten spelen een vooraanstaande rol in de liedjes van Pondering Judd, vooral op deze “Coalesce” en zeker meer dan op de recentste voorganger “Lonesome Heart Strangers”. Voor de opnames van dit album werd een nieuwe werkmethode toegepast. Martin England presenteerde de nieuwe songs aan de overige bandleden pas enkele weken voor de groep de studio introk. Hierdoor lijkt het alsof de opnames haast live ingespeeld werden. Dat geeft de nummers een bepaalde frisheid en zo ontstaat er ook ruimte voor verdere uitbouw van de liedjes. In songs als “Sunday” en “Loving You, Impaired” wordt een behoorlijk stukje ziel bloot gegeven. “Rolling Onto Memphis” swingt wat meer, maar daarna wordt snel teruggeschakeld op een trager tempo in enkele typische Americana-songs “Up All Night”, “Wrecking Ball” en “Hornet’s Nest”. “Coalesce” is geen onvergetelijke plaat geworden maar eerder de bevestiging van het alom gekende talent van Martin England en zijn buddies van Pondering Judd.
(valsam)


 

ANDY LESTER'S BLUE TRAIN
WEATHERMAN
Website - Myspace
E-mail: andy@blue-train.biz
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

 

Andy Lester zegt zelf in zijn bijgevoegde bio dat hij nu, op zijn vierenveertigste, midden in de mid-life crisis eindelijk wat te vertellen heeft, en dat dit materiaal nu veel beter en rijper zal klinken. Niet op zijn twintigste, want dan zouden zijn songs waarschijnlijk toch alleen maar over drank en vrouwen gaan (dat zijn nu mijn woorden, sorry Andy). Hij kreeg hulp van onder meer mondharmonicaspeler Al Clark, die inderdaad knap werk levert, met rustig en zeer melodische harpbijdragen, iets wat voor bluesopnames minder vanzelfsprekend is. Verder is er Perry White op keyboard, die ik als ik me niet vergis ooit aan het werk zag met zijn eigen quartet in Ronny Scott's Jazz Club tijdens een bezoek aan Londen. Tony Rico is een andere gast, hij is een ska en reggae saxofonist die onder andere bij Bad Manners, Specials, Prince Buster, Desmond Dekker en The Wailers speelde. Laatste "special guest" is de opkomende blueszangeres Katie Bradley, die hier vooral zorgt voor uitstekende backingvocals. De andere twee vaste Blue Train leden zijn bassist Graham Johnson en drummer Scott McGran. De CD begint veelbelovend met "Sins Of The Father" een bluesy song met als sterkste element de uiterst mooie mondharmonicapassages van Al Clark en Andy's sterke vocals. Zoals de groepnaam het al aangeeft is dit een bluesband, maar niet van het recht toe 12 maten type, neen, dit is veel subtielere blues, gemengd met elementen van rock, wat folk en alt.country. Die country invloeden zitten al lichtjes verweven in "Magic Girl" met twangy gitaren die een lichte Johnny Cash background opzetten, de bluesy elementen brengt Al met zijn mondharmonica weer aan. Andy Lester zegt dat Peter Green en Hendrix hem gevormd hebben, al laat hij die invloeden niet te veel merken, zijn gitaarwerk is zelden op de voorgrond, hij beperkt zich tot elementaire gitaarbijdragen, zonder franjes. Hij zegt verder te houden van alles wat het Blue Horizon label en Chess uitbrachten en daarmee heeft hij mijn sympathie al zeker gewonnen want ik deel volledig zijn mening. Enkel "Texas Walk" wat een Lightnin Hopkins invloed vertoont is pure onversneden blues. Een ander hoogtepunt is "Sweet Talker" een singer - songwriters bluessong met een sterke melodielijn. Andy schreef trouwens alle songs zelf, behalve de song "Piece of your Love", een nummer van Snowy White. Als therapie voor een mid life crisis kan dit alleszins tellen qua originaliteit.
(RON)


 

THE HOPE TRUST
THE INCRABLE WANT
Website - Myspace
E-mail info@thehopetrust.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Kelly Upshaw is in feite "The Hope Trust", hij heeft met hulp van een hoop gastmuzikanten dit ceedeetje opgenomen in zijn badkamer in Denton Texas. De pedal steel passages in zijn living, de piano en sommige ander vocale passages in de St Pauls kerk in Brooklyn, New York. Nu is de "Hope trust" ook een echt bestaande organisatie die hulp bied aan zwaar verslaafden, of dat nu om drugs, drank, of eender welke verslaving gaat. De titel van de cd sluit hier volledig bij aan: "The Incurable Want" dat zegt genoeg, dacht ik. Toch gaan deze songs bijna allemaal slechts over een soort verslaving, de liefde. Kelly is drummer bij de Lonelies, een band waarin ook bassist Andy Odom speelt. Kelly Upshaw's invloeden zijn ondermeer country en gospel en ook noemt hij bij zijn voorbeelden Wilco en Neill Finn. Deze cd werd opgenomen gedurende een maand van complete afzondering. De pedal steel was een gastbijdrage van de gitarist Bob Hoffnar, gitarist van Cindy Lauper en Ryan Adams. "The Incredible Want" is een ietwat aparte cd geworden, met liedjes die je vastzetten in je hoofd, je hart breken en tegelijktijd genezend werken. Neem nu "Break You Down" en "Run it through", en een aantal andere songs over onbeantwoorde liefde en uit elkaar gaan: "Parting Shot" en "Don't Wanna Fight". De manier waarop het dus allemaal gebracht wordt is een mix van pop en Americana, met inderdaad invloeden van Wilco, Wallflowers en Neil Finn. Knappe plaat dus voor fans van de meer duistere popgerichte Americana.
(RON)