ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


OWEN TEMPLE - TWO THOUSAND MILES

RIO EN MEDIO - THE BRIDE OF DYNAMITE

GEOFF JARDINE - ONCE WAS A BIG MAN

JOE WHYTE - DEVIL IN THE DETAILS

PAUL ZUNNO - SOLO ACOUSTIC

RICHARD RAY FARRELL & MARCO PANDOLFI - STUCK ON THE BLUES

MARK LUCAS & THE DEADSETTERS - SIDESHOW ALLEY

SANDRA CRÊDE - WOMANOLOGY

WHITE SANDS - DESERONTO

DAVE WALKER - WALKING UNDERWATER



 

OWEN TEMPLE
TWO THOUSAND MILES
Website
Label: El Paisano Records
Daley.Harris@gmail.com
lone star music

 

 

 

Hoewel de naam Owen Temple niet bij iedereen meteen een belletje zal doen rinkelen en dat in zijn genre, waarin de ‘veelbelovende’ singer/songwiterplaten elkaar in hoog tempo opvolgen, is Owen Temple beslist een buitenbeentje. De regelrechte stortvloed aan releases afkomstig uit de Lone Star State, die de jongste jaren over ons heen gutste, ligt hier voor de florerende Texaanse muziekscène eigenlijk aan de basis van een soort averechts effect. Als je het goed gewend bent, wil je immers altijd maar beter en beter. En tegen die hoge verwachtingen blijken al lang niet meer alle Texaanse producten opgewassen. Geen probleem echter voor de in Kerrville, Texas, geboren Temple! Diens laatst verschenen album "Two Thousand Miles" betekent in vergelijking met zijn vorige verschenen albums een gigantische sprong voorwaarts. Sinds de periode tussen zijn debuutalbum "General Store" (1997) en de opvolgers daarvan "Passing Through" (1999) en "Right Here and Now" (2002), zowel met betrekking tot zijn composities, als ook de uitvoering daarvan, heeft hij echt een enorme vooruitgang geboekt. "Two Thousand Miles" is dan ook een verrassing van de allerzuiverste soort. Liefhebbers van zijn muzikale broeders Cory Morrow, Wade Bowen en Randy Rogers, met wie hij in het verleden vele songs samen schreef, zullen met deze nieuwe cd van Temple hun pret niet op kunnen. Het album bulkt immers van de prettig in het gehoor liggende Texaanse country-rock- en singer-songwriterdeuntjes, waarhij hij bij het schrijven van deze twaalf songs, op hulp kon rekenen van producer Lloyd Maines om dit album op te nemen in de Ray Benson's Bismeaux Studios in Austin, Texas. Maar ook buiten Lloyd Maines (pedal steel, gitaren, mandolin) voor de muzikale begeleiding kon hij rekenen op zeer professionele steun van o.a. gitarist David Grissom (Dixie Chicks), Asleep at the Wheel drummer Dave Sanger, bassist Glenn Fukunaga en Austin muziek veteranen Riley Osbourn en Richard Bowden op respectievelijk Hammond B3 en viool. Voor verdere vocale begeleiding kon hij tevens ook rekenen op grote namen als Terri Hendrix, Bob Livingston en Gordy Quist. Met zijn aangename stem neemt Temple ons mee op een muzikale trip langs melodieuze countryrock, akoestische ballades en typisch Texaans singersongwritermateriaal allen voorzien van de nodige romantische teksten, waarin onderwerpen als drinken, liefde en rodeo's steeds dicht bij elkaar liggen. De nummers zijn echter stuk voor stuk van hoog niveau en de afwisseling tussen iets ruiger en meer ingetogen werk maakt dat Temple zo'n typisch ‘musicians musician’ is die onder collega-muzikanten hooglijk wordt gewaardeerd, maar bij een breder publiek volslagen onbekend is. En dat is jammer zoals ook weer blijkt na beluistering van "Two Thousand Miles", een album dat wat ons betreft één van de betere cd's is die 2007 in het genre West Coast country tot dusver heeft opgeleverd. Het is daarom absoluut tijd voor de doorbraak van deze Owen Temple die binnen de kortste keren probleemloos zal doorstoten tot de hogere regionen van de momenteel actieve lichting Texaanse singer-songwriters.


 

 

RIO EN MEDIO
THE BRIDE OF DYNAMITE
Myspace
Label: Gnomonsong
Dist.: Midheaven

 

Rio En Medio is het pseudoniem van de in Brooklyn woonachtige Danielle Stech-Homsy. Deze jongedame schotelt de luisteraar op haar wonderlijke debuut-cd twaalf spookachtige wiegeliedjes voor. In de parallelle wereld die men met het beluisteren van deze cd binnenstapt is het op het eerste gehoor al schoonheid en lieflijkheid wat de klok slaat maar schijn bedriegt ook hier. Net onder de oppervlakte zindert er vanalles onheilspellends. Deze voortdurende wankele balans tussen naïeve kinderlijkheid en duistere dreiging levert zalige muzikale momenten op. De kleuterliedkadans en de net niet té dissonante percussie in openingstrack 'You Can Stand' zouden Moondog ongetwijfeld tot een goedkeurend monkellachje hebben weten te porren. De eerste maten van opvolger 'Heaven Is High' knipogen op hun beurt naar de ontwijde popliedjes van The Shaggs waarna de song warm openbloeit en onder ijle vocalen diepe bassen laat brommen. Op de tonen van 'Everyone Is Someone's' ziet men de geesten van kleine meisjes touwtjespringen met uitdrukkingsloze, witte gezichtjes. Hun lijkjes rusten op de bodem van het inktzwarte meer dat 'Europe A Prophecy' is en van waaruit Stech-Homsy ons in de gedaante van een meermin angstaanjagend verleidelijk toezingt. Ze gaat aan land om in het wondermooie, op een warme cellobries drijvende 'Girls On The Run' voor even terug een lichtvoetige toon aan te slaan. Enige tijd later dumpt ze de luisteraar echter onverbiddellijk in de donkere machinekamer van 'Friday' en is het te midden van sissende leidingen en knetterende electronica vruchteloos zoeken naar de uitgang met als enige houvast Stech-Homsy's stem, tergend ongrijpbaar als een dwaallicht. Devendra Banhart had het overduidelijk bij het rechte eind toen hij besloot dit eigenzinnige talent te laten debuteren op zijn Gnomonsong-label. Het heeft een ijzersterke, bevreemdende plaat opgeleverd.
(BENN)


 

GEOFF JARDINE
ONCE WAS A BIG MAN
Website
E-mail: geoffjardine@hotmail.com
Label: Eigen beheer
cdbaby

 

 

Deze drummer is afkomstig van Nova Scottia, een plaatsje waar ik enkele jaren geleden de ligging in de verste verte niet kende. Sinds ik voor Rootstime werk, en dat is vandaag precies één jaar, heb ik echter tot nu toe drie artiesten uit Halifax mogen bespreken, het lijkt me dus een tamelijk muzikale stad te zijn. Het Austin van Canada om zo te zeggen. Geoff werd geboren op Cape Breton, een eilandje voor de kust van Nova Scottia, maar woont nu in Halifax, de hoofstad. Nova Scottia is een zeer mooie provincie, vol vissersdorpjes en met een heel mild klimaat, wat je niet zou verwachten van Canada. Maar dit is geen toeristische website. "Let's talk about Roots" is ons motto, en dat gaan we dan ook doen. Als jongere broer van Ainsley Jardine de drummer van de bekende Dutch Mason, begon Geoff natuurlijk ook op 15 jarige leeftijd met drummen, en dertig jaar lang was hij drummer, gaf drumles en verkocht drums. Als muzikant is er echter alleen de blues voor Geoff. Hij "leeft" ook de blues letterlijk. Hij drinkt en vecht al jaren tegen zijn verslaving, hij weet dat hij dronken niet kan drummen, dus vecht hij om nuchter te blijven. Met wisselend succes, zo leent hij nog altijd zijn broeders drumstel, want het zijne is verpand. Geoff zingt dus alle songs op deze cd, en het mag gezegd, dat doet hij overtuigend, hij is geen groot zanger, maar wel een echte, oprechte blueszanger, om het met J.L. Hooker’s woorden te zeggen uit Boogie Chillun' "It's In Him And It's Gotta Come Out". Als ik zeg oprecht, dan is dat niet moeilijk omdat de meeste onderwerpen echt zijn. In "It's about Time" zingt hij met hart en ziel en vol overtuiging dat het tijd is om te stoppen met zuipen en zichzelf te vernietigen, hij declamert, half schreeuwend zijn tekst tegen een knap funky shuffle ritme, maar tegelijkertijd hoor je de op 't einde, licht ironisch de echte taal van de verslaafde, "ik kan stoppen, binnenkort zal ik stoppen". Het volgende nummer zal in het licht van wat we juist hoorden ook wel enig zelfverwijt inhouden : I'm so "Lonely Lonely Lonely". De muziek zelf is een mengeling van veel Brits klinkende blues, wat Mississippi Delta en California boogie, en ik voeg erbij dat 't goed gebracht is door de band, dit is echt, dit is blues die gemeend is. Geoff zelf zegt, als je me vraagt te beschrijven hoe ik klink zou ik zeggen: als Little Feat die Elmore James begeleidt. Een ding is zeker, boogie is boogie op deze cd, en niet iets wat er op lijkt. Gitarist Bruce Thimmis speelt de pannen van het dak, vooral in de slow blues "Something Inside Of Me", maar ook bassist Paul Mc Neill, keyboardspeler Gary Carruthers en Phil Potvin op mondharmonica zijn topkrachten, die deze cd naar een hoog niveau tillen. Het lijkt weer eens te meer bewezen, je brengt de blues pas echt goed als je hem, zoals Geoff, ook echt beleefd hebt. Het ingetogen titelnummer, waarmee de cd ook afsluit, is eens te meer in eigen boezem kijken en is een rustige countrygetinte song in mineur met bluesy gitaarwerk, waarin hij zijn "little girl" om vergeving vraagt. Prachtige plaat.
(RON)


 

JOE WHYTE
DEVIL IN THE DETAILS
Website - Myspace
Mail: joe@joewhyte.com
Label : Bridge & Tunnel Records
CD Baby

 

Begin 2007 hebben we bij Rootstime reeds de loftrompet geblazen over de EP “Wrecking Ball” van Joe Whyte. De liedjes van Joe Whyte vinden hun wortels in folk, rock, country en Americana. Hij is zelf afkomstig uit New Jersey in de buurt van New York en dat is natuurlijk de ideale voedingsbodem voor singer-songwriters met al die goede voorbeelden in de directe nabijheid. Zijn eerste stappen in de muziek zette hij als zanger van The Joe Whyte Squad die een CD 'Heavyweight' en een EP 'Four And No More' uitbrachten rond de eeuwwisseling. In 2005 had hij al een eerste akoestisch soloalbum 'The Lower 48' met behoorlijk succes uitgebracht. In de voorbije jaren trad Joe Whyte ook vaak op in voorprogramma's van o.a. Son Volt, The Frames, Slaid Cleaves, Richmond Fontaine en Josh Ritter. Hij heeft alvast een bijzonder mooie stem en ook een stel goede muzikanten in zijn groep. Op deze full-CD staan ook 4 van de 5 nummers die we al op de EP konden horen: “Wrecking Ball”, 'Let Me Down', 'Just In Case' en “It’s About Time”. Zijn handelsmerk is een melodieuze alt-countryballade met raakvlakken naar de songs van Jayhawks, Jesse Malin, Ryan Adams en Whiskeytown waarbij zijn mooie, passionele en expressieve stem zeer goed tot uiting komt. Die vocaal sterk variërende stem roept bij mij vooral herinneringen op aan Ryan Adams en de Britse zanger Teddy Thompson. De vaakst voorkomende instrumenten in de songs op dit album zijn de mandoline, de viool, pedal steel en piano. De onderwerpen van de liedjes zijn een mix van liefde en liefdesverdriet, pijn en zorgen, depressie en verdriet, kortom alles wat nodig is om de luisteraar te boeien en mee te slepen in de verhalen van de songs. De sterkste nieuwe liedjes op dit album zijn de titeltrack “Devil In The Details”, 'Out Of Tune' met excellente harmony vocals van Kelley McRae, het prachtig gezongen “This Foolish Heart”, het lekker swingende “Linden To L.A.” en de vocaal ijzersterke songs “Mercury”, “No More” en CD-afsluiter “Ring Around The Moon”. Ik heb momenteel zo een vaag vermoeden dat deze prachtplaat ergens in mijn eindejaarslijstje voor 2007 zal gaan opduiken. Om daar in te slagen moet het al een geweldig schijfje zijn, vandaar dus …
(valsam)


 

PAUL ZUNNO
SOLO ACOUSTIC
Website - myspace
Label: eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

New Yorker Paul Zunno staat op een keerpunt en is nu gewonnen voor soulvolle songs en authentieke roots muziek, waarbij Doc Pomus en Bob Dylan zijn grote voorbeelden zijn. Vanaf het eerste ‘Sweet Charity’ ontrollen zich als een ketting roestbruine parels, die Paul Zunno met stem en akoestische gitaar artistiek weet aaneen te rijgen. Paul’s schorre stem is ideaal om diepgang te geven aan songs waarin zoekende geesten en de liefde najagende eenzaten over Gods aardbodem ronddolen. Niet voor niets dat Zunno Tom Waits ‘Jesus Gonna Be Here’ covert, naast Bob Dylan’s ‘All Along The Watchtower’. Ook ‘Love Me Two Times’ van The Doors claimt absolute liefde. En Doc Pomus ‘Lonely Avenue’ roert datzelfde eenzaamheidsthema aan. Paul Zunno schreef zijn tien nummers in diezelfde bluesy sfeer. Met zijn vorige albums ‘The Honeybee’ en ‘Black & White and Blues All Over’ kon je al vermoeden dat de bluesgitarist vroeg of laat deze weg zou exploreren. Als bluesrocker reisde hij door Amerika en Europa met zijn Paul Zunno Band, stond met zijn gitaar zes jaar lang Wilson Pickett terzijde, schreef muziek voor films, Tv-shows en modern jazzballet. Ook aan Gary U.S Bonds leverde hij enkele songs, ermee tevreden om een bescheiden bijdrage te verlenen aan het groter muzikaal geheel. Met de instrumentale nummers ‘Mexico’ en ‘Chyosan’ bewijst hij zijn virtuositeit op gitaar, die niet moet onderdoen voor de grootste gitaarsolisten. Deze intermezzo’s werken gypsy opzwepend of als rustgevende meditaties. Als songwriter weet Paul treffend woord en beelden in gemoedsstemmingen te integreren. ‘Roll Away’ en ‘Slowly and Softly’ hebben die bitterzoete ‘groove’ die doet wensen dat je erin zou meedeinen tot aan een mistige horizon. En ‘Rosa’ danst hoopvol naar een nieuwe toekomst. Paul Zunno die zichzelf gitaar leerde spelen, zich daarbij spiegelende aan de muziek van Wilson Pickett, gelooft net als zijn leermeesters, dat muziek, wars van kunstmatige decoratie, in wezen eerlijk moet blijven. Met zijn ‘Solo Acoustic’ bewijst Zunno dat hij op dat gebied een begenadigd muzikant is die integriteit hoog in zijn vaandel draagt.
Marcie


 

RICHARD RAY FARRELL & MARCO PANDOLFI
STUCK ON THE BLUES
Website
Email: richard@richardrayfarrell.com
Label : Blue Beet
Cdbaby

 

 

Richard Ray Farrell speelt de blues al dertig jaar en dit met de grootste bluesmuzikanten zoals R.L. Burnside, Louisiana Red en Frank Frost. Farrell heeft veel tijd doorgebracht in Europa, vooral in Duitsland en Spanje, waardoor hij toch zeer bekend is. In 2004 verscheen "Bohemian Life", dit was het lang verwachte album van Farrell na "Black Limousine" uit 1999. Voor deze plaat zorgde hij voor een nieuwe band met Steve Gomes, Robb Stupka, Bill Heid, Benjie Porecki en als gast Jerry Portnoy. Blue Beet Music was zeer tevreden om na dit zeer bejubelde album, Farrell’s "Acoustic Roots" (2005) uit te brengen, een plaat bestaande uit: een bijna één uur durende set van klassieke ragtime en Delta blues, covers van de jaren '20 en '30, waarvan de opnames gebeurden in de Ground Hog studios in Holland, PA. Ook met de opvolger "Down Home Old School Country Blues" (2006) samen met harmonica virtuoos Steve Guyger, slaagt hij er moeiteloos in, om met ongecompliceerde akoestische blues uit vervlogen tijden mijn gevoelige snaar te raken. Zichzelf begeleidend op akoestische gitaar, harmonica en soms wat slidewerk is dit genieten. Voor zijn nieuwe cd, koos hij wederom voor een akoestische cd als duo, en ging zijn voorkeur ditmaal naar harmonica virtuoos Marco Pandolfi. Farrell ontmoette Pandolfi voor het eerst tijdens zijn tour in 1993, toen hij tourde met Frank Frost. Dit gebeurde later nog meerdere keren, zoals in ’95 toen hij tourde met zijn eigen band en in ’96 wanneer hij op tour was met 'Louisiana harp man', Lazy Lester. Als duo gingen ze dan op tour in 1997 om dan nu tien jaar later, hun eerste cd, "Stuck On The Blues", te laten verschijnen en dit is dan ook meteen het resultaat van hun muzikale vriendschap dat behoort tot het betere werk in zijn deelgenre. "Stuck On The Blues" ligt daarom ook mooi in het verlengde van "Down Home Old School Country Blues", een cd die net zo makkelijk traditonele blues of country blues voorschotelt, muziek in de beste traditie van Sonny Terry & Brownie McGhee en Rev. Gary Davis. Andere duo's waarmee de vergelijking snel kan gemaakt worden zijn ook wel Virginia’s John Cephas & Phil Wiggins en Boston’s Paul Rishell & Annie Raines. Nagenoeg alle songs zijn covers, enkel een viertal zijn van eigen hand. Vanaf de opener, "I’ve Got My Fingers Crossed", een nummer dat Farrell voor het eerst hoorde op een plaat van Fats Waller, met meteen al een mooie harp solo, tot het afsluitende, zijn eigen gepende "Walkin’ On Thin Ice", een nummer dat hij reeds schreef in ’82 en in een andere versie te horen is op zijn eerste cd, "Live in Germany", rockt deze plaat als de pest. Er staan geen zwakke songs op dit album, maar de meest opvallende tracks zijn wel de covers: "Phonograph Blues" een Robert Johnson klassieker, het veel gecoverde "Share Your Love With Me" van Bobby Blue Bland en het welbekende Muddy Waters' "Honey Bee", hier in een prachtige versie omwille van het slide- en harpwerk in een echte Chicago stijl. Nummers als "You Gonna Quit Me Baby" (Blind Blake), waarin Marco’s harmonica werk doet denken aan de old school uit de twintiger jaren, Marco’s jazzy aanpak van de song "Honey Babe" van Blind John Davis, "One Dime Blues" van Blind Lemon Jefferson met Farrell's geweldige fingerpicking en "Make My Getaway" van Big Bill Broonzy, zijn songs die u duidelijk maken waarvoor de blues wel feitelijk staat. Het is gewoon voortreffelijk gebrachte akoestische blues, eerlijk en recht uit het hart. Farrell brengt een grote verscheidenheid aan songs, maar zijn eigen gepende, "Stuck On The Blues", de titeltrack, is gewoonweg een schitterend nummer waarin zijn innemend gitaarspel (op Piedmont gitaar) en Marco's warme harmonicaspel tot de verbeelding spreken. Farrell & Pandolfi hebben met "Stuck On The Blues", een zeer afwisselend album afgeleverd, een cd waar ragtime, Deltablues en countryblues en het spelplezier van afdruipt. Voor zowel de akoestische blues als de rootsliefhebber een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen.


 

MARK LUCAS & THE DEADSETTERS
SIDESHOW ALLEY
Website - Myspace
E-mail: smith@songsmith.com.au
Cdbaby

 

 

Zoals de laatste tijd wel eens meer gebeurd is komt de verrassing van de week uit het verre Australië. Mark Lucas & The Dead Setters maken nochtans op hun cd "Sideshow Alley" typisch Amerikaanse muziek, namelijk alt. country en Americana. Het was dan ook met verbazing dat ik op de binnenkant van 't hoesje 't beroemde Sidney Opera House zag staan en toen pas ontdekte met een groep van down under te doen te hebben.The deadsetters voelen zich zowel thuis in Texas swing nummers, country blues, honky tonk & bluegrass. Mandoline en fiddle zijn dan ook veel gebruikte instrumenten. Zij brengen zowel songs die verwant zijn aan de nieuwe generatie songwriters als aan Hank Williams. Dit is reeds de vierde release van Mark Lucas. Mark is van Engelse afkomst en ging 25 jaar geleden in Sidney wonen, hij speelde de eerste 15 jaar daarvan in allerlei bandjes tot hij in 1996 zijn eerste cd uitbracht. Deze "Sideshow Alley" start met een traditioneel klinkende countrysong die tot meezingen aanzet "In The Pines" heet het nummer en zijn uitbundige bluegrass fiddle en ouderwetse ritme werken aanstekelijk. "Seven Days" klinkt al dadelijk meer modernder en heeft mooie close harmony passages, een uiterst mooie song. "Friday Come Sunday" is een relaxte, op western swing gebaseerde countrysong over de geneugten van het weekend. Tex-mex is er zelfs ook, in een song die zo zou kunnen thuishoren op een release van Joe Ely. Vervolgens rootsrock met moderne bluegrass elementen in "Your Town" of de mooie Americana ballad met dobro en steel gitaar in het zeer sterke "Story of Our Life", een prachtsong, mijn favoriete nummer. De pure western swing in "Jukebox Jury" is de zoveelste verandering van stijl op de CD, en ik heb zo'n voorgevoel dat dit nog niet het einde is. Na enkele meer bluegrass gerichte songs komt "Rosie", weer een juweeltje van een nummer, een sfeervolle langzame lovesong met mandoline en een mooie passage met fiddle van John Lee. De stem van Mark Lucas is sterk doorheen de ganse cd maar vooral op het meerstemmige "Sisters of Mercy" waar de stemmen van bassist Chris Mears en mandolinespeler Glenn Skarratt mooie harmonieën vormen. "Home" een intieme song die wat Keltische trekjes vertoont, is een prima afsluiter voor deze zeer afwisselende, sterke rootsplaat van een uitstekende Australische band.
(RON)


 

SANDRA CRÊDE
WOMANOLOGY
Website - Myspace
Mail: newman@jenbencommunications.com
Label : Alexsan Records
CD Baby

 

 

We hebben hier nog eens een debuutalbum in de CD-speler zitten van een Amerikaanse zangeres genaamd Sandra Crêde, woonachtig in Manhattan, New York City. Als selfmade singer/songwriter benadrukt ze vooral het belang van de woorden in haar liedjes. Zij is overigens ook de schrijfster van een boek met de titel “Journey Through The Heart Of A Modern Mystic” waarin o.a. haar gedichten en niet gepubliceerde songteksten op schrift werden gezet. De nummers op “Womanology” zijn een perfecte mix van pop, rock, R&B en soul en de bluesy stem van de zangeres leent zich mooi voor de 11 songs op deze plaat. Voor mij is deze plaat sterk vergelijkbaar met albums van de Noorse zangeres Hanne Boel, maar de zangeres geeft zelf op haar MySpace-site aan dat ze voornamelijk beïnvloed wordt door andere zingende dames zoals Norah Jones, Diana Krall, Tori Amos en Alison Krauss. Samen met producer en arrangeur Yuri Zwadiuk werd er keihard gewerkt aan de liedjes die op “Womanology” zijn terug te vinden. Opvallendste song met groot hitpotentieel is “No One To Love”, een zeer mooi opgebouwde song over pijnlijke eenzaamheid en een afgesprongen relatie. Eenzelfde onderwerp vinden we terug in de emotionele en romantische ballade “All It Takes”. In de titeltrack “Womanology” zingt ze “I’m a woman, a lover, I’m heart and I’m soul, a daughter, a mother, you’re half, but I’m whole”. Af en toe wordt de bitch in de zangeres wakker als ze bijna kwaad zingt over het vrijgezellenbestaan in het zeer ritmische “Boys In The Bar” en in “What Were You Thinking”. “My Wish” is dan weer een dansnummer voor in de nachtclubs. Maar op haar sterkst is Sandra Crêde in de emotionele liedjes zoals in “Life Goes On” over de daklozen en in “Didn’t You Know” over het verlies van haar onlangs overleden vader aan wie zij de ganse CD opdraagt in de credits in het begeleidende boekje. De liedjesteksten zijn af en toe zeer persoonlijk en getuigen van een grote openheid en geloofwaardigheid vanwege de zangeres. De geïnteresseerde luisteraar kan zich heel vlotjes identificeren met de inhoud van de liedjesteksten. “Womanology” is een aardig debuut van een goede zangeres met grootse toekomstperspectieven. Ondertussen is ze met veel passie begonnen aan de voorbereidingen van haar nieuwe CD die ergens in 2008 op de markt zal verschijnen. Een exemplaartje naar Rootstime mag nu al gereserveerd worden, want wij houden van Sandra Crêde.
(valsam)


 

 

WHITE SANDS
DESERONTO
Website - Myspace
Email: whitesandsmusic@gmail.com
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

Er zijn de laatste tijd tal van mooie albums in het Americana-genre verschenen. Je komt tijd tekort om al dat prachtigs te beluisteren en het een plek te geven. Vooral debuutalbums probeer ik extra aandacht te geven, gespitst als ik ben op nieuw talent en nieuwe interpretaties van Americana-muziek. Wellicht door het grote aanbod heb ik het debuut EP-tje "Alma" (2006) van de Nederlandse band White Sands over het hoofd gezien. Hoewel het ook kan komen doordat een andere Nederlandse groep met hun nieuwe cd het nieuws over het debuut van White Sands heeft overvleugeld. Hoe het ook zij, deze EP van deze band klinkt erg goed en verveelt geen moment. Dat laatste komt wellicht ook doordat diverse muziekstijlen en kruisbestuivingen worden gebruikt, die uiteraard wel gemeen hebben dat het Americana-stempel daarop past. Maar nu met de nieuwe CD "Deseronto", heeft dit gezelschap uit Den Haag, een full length droomdebuut afgeleverd. White Sands is een trio bestaande uit Pascal Hallibert (vocals, gitaren), Hans Custers (bas, gitaren) en Daan van Dienst (drums), en bij beluistering van hun schijfje, met op het hoesje een mooie foto van Bas Smits (een foto van De Kalb in Illinois), blijkt zanger/gitarist Pascal Hallibert twee belangrijke troeven in handen te hebben. De van oorsprong Franse Hallibert beschikt namelijk over een hele mooie 'strot' en hij is in staat om mooie liedjes, met kop en staart, te schrijven. Dan heb je natuurlijk al een voorsprong op de concurrentie. Het zou echter volkomen verkeerd zijn om op basis van die twee gegevens de groep White Sands te degraderen tot loutere begeleiders van die Hallibert. Al snel wordt op hun visitekaartje immers duidelijk, dat we hier te maken hebben met een bijzonder goed op elkaar ingespeelde groep muzikanten. De liedjes van Hallibert zijn ontegenzeggelijk Amerikaans, meer klassieke heartland met een vleugje lo-fi psychedelica dan altcountry. Zijn beklemmende stem staat centraal, een stem die de luisteraar meesleurt tot diep in zijn ziel. De sfeer op dit debuut is intiem en tegelijkertijd zeer ingetogen. Het maakt de muziek van White Sands buitengewoon fraai en intrigerend. Naast de prima zang valt het geweldige gitaarwerk van Hans Custers op en verder mogen de fraaie accenten van Jan van Bijnen (pedal steel, mandoline, dobro) en de backing vocals van Eva Meijer niet onvermeld blijven. De kwaliteit van de songs is van een onwaarschijnlijk hoog niveau, songs waarin de geest van Nick Drake rondwaart in het gezelschap van een Steve Earle. Maar White Sands heeft volgens ons een uniek eigen geluid, waardoor deze plaat op een schitterende wijze uit de verf komt met twaalf intense songs, met als hoogtepunten de nummers "West Coast" en "On the Plain". Gekozen is voor meer ingetogenheid, hetgeen het totaalbeeld van het album alleen maar ten goede komt, want net als met de zang benadrukt deze ingetogenheid de samenhang van het album en in zekere zin ook die van de muzikanten onderling. Als het Amerikaans klinken van dit genre muziek het criterium is voor goede muziek dan is White Sands er in geslaagd om een heel goed album af te leveren, mijn benieuwdheid naar de verdere ontwikkelingen van deze band heeft plaatsgemaakt voor een wens naar meer van dit soort prachtige muziek. Kortweg: White Sands presenteert met "Deseronto", songs die duidelijk onder de noemer Dark Americana vallen en zich meteen knus tussen je oren nestelen. Met White Sands is weer een veelbelovende band in het Nederlandse Americanalandschap opgestaan.


 

DAVE WALKER
WALKING UNDERWATER
Website
Label: Eigen beheer.
Cdbaby

 

 

De bio van Dave Walker ga ik enkel beknopt weergeven, anders gaat dit de langste CD bespreking van Rootstime ooit worden. Dave begon in een band die de Redcaps heette, en die viermaal samen met de Beatles optraden. Ze namen een single op voor Decca "Shout". Op ongeveer hetzelfde moment nam Lulu deze Isley Broters song op en haalde er een grote hit mee, terwijl hun versie spijtig genoeg iets te laat kwam. Hij verving vervolgens Jeff Lynne, die Electric Light Orchestra later zou oprichten in "Idle Race" als zanger.Toen het wat later rommelde in Savoy Brown en Kim Simmons alleen achterbleef omdat de rest Foghat oprichtte met Black Cat Bone zanger Rod Price, kwam Dave samen met de kern van Chicken Shack, die Stan Webb op hun beurt laten zitten hadden, Simmons vervoegen. Zo onstond de best verkopende versie van Savoy Brown. Dave zong op drie cd’s van hun: "Street Corner Talking","Hellbound Train" en "Lion's Share" (nog altijd mijn favoriete cd van die band). Wat later werd hij gevraagd voor Fleetwood Mac, tijdens hun "Penguin" cd opnames. In 1974 was er dan nog en korte periode waar Dave samenwerkte met 2 leden van Savoy Brown en Fleetwood Mac gitarist Danny Kirwan onder de naam "Hungry Fighter" maar dit heeft slechts kort geduurd en er kwamen geen platenopnames. Dave verhuisdde vervolgens naar Amerika en kwamen er nog twee bands waarover we hier niet te lang gaan hebben: Raven en Misress. Uiteindelijk was er dan nog Black Sabbath, in een kortere periode wanneer Ozzy Osbourne de groep verlaten had, werd hij diens vervanger voor heel even. Dave trok zich voor 8 jaar terug uit de muziekbusiness om dan in 1986 terug te komen voor een rëunie van Savoy Brown, maar in 1991 had hij er genoeg van en ging in Montana wonen. Nu is Dave echter terug, alive & kickin met zijn eigen soloproject, moe van altijd maar vervangingen te doen voor andere bekenden die er de brui aan gaven. Dat het na dit verhaal duidelijk is dat Dave een veteraan van de blues is hoeft geen verdere uitleg. Even kijken of Dave "het" nog altijd heeft. In vergelijking met de periode dat hij mijn favoriete blueszanger was (Street CornerTalking,Lion's Share:/Savoy Brown) is zijn stem toch lichtjes veranderd. Dat wil niet zeggen dat ze slechter is, maar die echte "herkenbaarheid" is weg, slechts in een paar nummers heb ik die "herkenning" van Dave's stem, dat eigene.. Een van die songs is "I Can Make It On My Own" samen met zijn gitarist Robert Britten geschreven en een beetje gelijkend op "You Don't Love Me" van Nick Gravenites. "Crazy Baby" is een erg mooi nummer en is best te typeren als J.J Cale meets B.B King. Hoogtepunt voor mij is echter "Weep no More", ook een nummer van Britten, een prachtige slowblues. De shuffle "Girl Trouble" en "Rabbit's Foot Charm" laten horen dat Dave momenteel sterk beinvloed lijkt door B.B.King's zangstijl. De afsluitende boogie "Hard Headed Woman" haalt even de dagen van Savoy Brown volop in herinnering. Dave Walker is back and he's right on track!
(RON)