ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007

SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007


ALI CAMPBELL - RUNNING FREE

KASEY ANDERSON - THE RECKONING

KRISTIN MOONEY - HYDROPLANE

THE DIRTY ACES - ONE GOOD REASON

HAROLD MIKE SIZEMORE - ONE OF THESE DAYS

PHANTOM BLUES BAND - FOOTPRINTS

MAURIZIO PUGNO & SUGAR RAY NORCIA - THAT'S WHAT I FOUND OUT!

HIGH COTTON - PICTURES

JERRY LEE LEWIS - GREATEST LIVE PERFORMANCES OF THE 50's , 60's & 70's (DVD)

CHAMPAGNE CHARLIE - DOWN THE ROAD


 

 

ALI CAMPBELL
RUNNING FREE
Website - myspace
Label : Eigen Beheer
Distr.: V2 Records

 

 

We kennen Ali Campbell vooral als zanger en frontman van de Britse reggaesupergroep UB40 die intussen al meer dan 60 miljoen platen heeft verkocht. Met die groep wordt momenteel noest gewerkt aan een nieuwe plaat. Maar Campbell heeft zopas in navolging van “Big Love” uit 1995 ook een nieuw soloalbum uitgebracht onder de titel “Running Free” met daarop 14 liedjes die hij meestal met collega’s-topmuzikanten heeft ingezongen. ’s Werelds bekendste ritmesectie uit de reggaewereld zorgt voor de muzikale begeleiding of hoe zou u de legendarische Sly Dunbar en Robbie Shakepeare anders kunnen noemen. Zes van de veertien nummers heeft Ali Campbell zelf geschreven en het dient hier even duidelijk gezegd te worden dat geen enkele van die songs moet onderdoen voor de bekendere klassieke songs die op hun beurt zorgvuldig geselecteerde liedjes zijn waar hij een reggaecoverversie heeft van gemaakt. Het dient eveneens gezegd dat hij ook de crême de la crême van zangers en zangeressen heeft uitgekozen om samen met hem voor deze opnames de studios in te trekken. Zo krijgt hij vocale support van o.a. Katie Melua, Beverly Knight, Lemar, Smokey Robinson, Bitty Mc Lean en de rosse Simply Red-zanger Mick Hucknall. Voorwaar een elitair groepje artiesten dat samen met Ali Campbell voor een schitterend muzikaal werkstukje heeft gezorgd. De Johnny Nash-klassieker uit 1968 “Hold Me Tight” zingt hij helemaal solo in, net als de Burt Bacharach-song “Don’t Go (please stay)” dat bekend werd in de versie van The Drifters en hier een uitermate aanstekelijke en meezingbaar melodietje heeft aangemeten gekregen. Samen met Lemar wordt “I’ll Be Standing By” van Al Green vlotjes tot een potentiële hit omgevormd en de Charles & Eddie-klassieker uit 1992 “Would I Lie To You” noopt in het duet met Bitty McLean ook al meteen tot meedansen en meezingen. Smokey Robinson deelt de microfoon met Ali Campbell voor een typische UB 40-coverversie van “Hallelujah Time” van de overleden reggaelegende Bob Marley. Voor het zelfgeschreven liedje “Don’t Try This At Home” krijgt Campbell de gouden stem van Katie Melua op een zilveren schoteltje aangeboden voor een heerlijk duet. Souldiva Beverly Knight zingt mee op de titeltrack en Mick Hucknall helpt maar al te graag bij de Smokey Robinson-klassieker uit 1981 “Being With You”. Eerder onverwacht maar zeker niet minder mooi is de Everly Brothers hitsong “Devoted To You” die door Ali samen met broer Robin Campbell zeer mooi wordt neergezet. “Running Free” is op UB 40-wijze een “Labour Of Love” geworden van de stem van die groep en toont aan met hoeveel liefde en bewondering deze man aan dit eerbetoon voor de reggaemuziek heeft gewerkt. Dit meesterwerk mag je na aanschaf en beluistering meteen in je CD-verzameling “Klassiekers” bijzetten. (valsam)


 

KASEY ANDERSON
THE RECKONING
Website - myspace
Label: Terra Soul
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

De zevenentwintige Kasey Anderson heeft al enkele albums op z’n naam staan, maar ik leerde hem nu pas kennen via het nieuwe "The Reckoning". En wat een aangename kennismaking meteen zeg! Bij de eerste beluistering van het schitterende, aangrijpende "The Reckoning" moest ik meteen denken aan de kick die ik kreeg toen ik in de loop van de jaren ‘90 voor het eerst John Mellencamp, The Jayhawks, Cracker, Pete Droge en vooral Steve Earle hoorde. De twee eerste tracks van Anderson z’n MySpace-pagina zijn dan ook representatief voor het warm aanbevolen hele album, als we gewoon geen rekening houden met de openende titeltrack, die ons op een verkeerd been zet met een creepy sound, waar we gelukkig geen sporen meer van terug vinden in de resterende negen nummers. Singer-songwriters zijn er tegenwoordig in overvloed, echter niet altijd van even grote kwaliteit. Kasey Anderson is er weer zo ééntje met talent en kwaliteit in overvloed. Zijn teksten zijn qua stijl en niveau vergelijkbaar met die van Steve Earle. Qua stem zou je Chris eigenlijk ook wel ergens tussen Earle en Ryan Adams kunnen plaatsen. Gruizige stem en vooral very Southern. Kasey zijn debuutalbum "Harold St. Blues" werd in 2001 uitgebracht en daarna volgde in 2004 het album "Dead Roses". Anno 2007 heeft Anderson nog niet de status bereikt van zijn grote voorbeeld Steve Earle, maar met zijn nieuwe plaat "The Reckoning" op het Terra Soul label zet de uit Bellingham, Washington afkomstige singer-songwriter er in ieder geval een ferme stap in zijn richting. Net als op zijn vorige cd "Dead Roses", etaleert Anderson wederom zijn schrijverskunsten. Deze voorganger werd geproduceerd door gitarist Eric "Roscoe" Ambel (Ryan Adams, Bottle Rockets), die immers ook bereid was om zijn nieuwe CD te produceren en er tevens een forse muzikale bijdrage aan te leveren. Anderson weet als geen ander te verhalen over uit het leven gegrepen onderwerpen. Prachtig verwoord passeren onderwerpen als liefde, haat, spijt, jaloezie en veel herinneringen de revue. Muzikaal gezien zijn de ballads en up-tempo nummers in evenwicht. De verhalen die Anderson in zijn liedjes verteld zijn prachtig onder woorden gebracht en met veel gevoel gebracht. Hij verstaat de kunst om binnen vier minuten een karakter en een verhaal neer te zetten, waarbij hij af en toe niet vies is van een potje Steve Earle-achtige gitaarrock, zoals in de nummers "Hometown Boys" en "Wake Up". Andere meer ingetogen songs als "Don't Look Back", "Red Shadows", "Buddy Bolden's Blues" deze laatste song met een prettige trompetsolo van Ambel zijn zeer emotioneel, zoals ook het afsluitende "For St. Ann's" is ook een meer ingetogen song. Meest uitschietende nummer is het radiovriendelijke "Last Thin Line". Kortweg: Zowel in de sobere ballads als in de meer up-tempo rocksongs laat Kasey Anderson horen dat hij zich met de besten kan meten. Een bescheiden meesterwerk van een enorme belofte, een roots-rockplaat die zeker zijn verdiende stek in ons eindejaarslijstje van dit jaar zal opeisen.


 

KRISTIN MOONEY
HYDROPLANE
Website - myspace
Email: info@kristinmooney.com
Label: Eigen beheer
Info: spit and image
Cdbaby

 

 

De uit Los Angeles afkomstige Kristin Mooney is hier in den lande nauwelijks bekend en dat is jammer, want ze maakt muziek in de ware zin van de Amerikaanse singer/songwriter tradities. Ze debuteerde bijna tien jaar geleden met een solo-cd "Living Alone" en was bovendien te horen op de geweldige cd van de band Rusty Truck. Op haar naamloze tweede album uit 2005 wordt ze sfeervol ondersteund door niemand minder dan de Calexico-leden, John Convertino (percussie) en Joey Burns (contrabas,cello). Hun aanwezigheid lijkt bijna een keurmerk van kwaliteit te zijn. Opgenomen in de Wavelab studio te Tucson, kom je behalve Calexico ook niet om hun voormalige broodheer toetsenman Howe Gelb (Giant Sand) heen, die ook op deze plaat even langs komt om een prachtige bijdrage op Hammond-orgel te geven. Maar met haar nieuwe CD, "Hydroplane" heeft ze zichzelf definitief op de kaart als singer-songwriter gezet, en dat mag nu wel met haar tienjarige carrière als solo artiste. De productie was deze keer in handen van Kristin zelf en dit samen met drummer/percussionist Jay Bellerose (Robert Plant/Alison Krause, BB King, T-Bone Burnett). Verder kon Mooney genieten van de diensten van gitarist Eric Heywood (Ray LaMontagne, Son Volt, Richard Buckner), Patrick Warren (Bruce Springsteen, Fiona Apple, Aimee Mann) aan de keyboards en bassiste Jennifer Condos (Ryan Adams, Ray LaMontagne, Joe Henry). "Hydroplane" vertoont een geluid dat opvalt door een mengelmoes aan stijlen. Van country tot rock, van folk tot pop en dan hebben we nog maar een tipje van de sluier opgelicht. Mooney wordt vanwege haar onconventionele benadering geregeld vergeleken met Sam Phillips of Aimee Mann of zelfs Eleni Mandell. Maar dit zijn vergelijkingen die maar ten dele op gaan. Voor vergelijken is de muziek van Mooney te eigenzinnig en te uniek. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Mooney's sterkste punt, want dat is haar stem. Een stem die warm en krachtig s, maar boven alles heerlijk sensueel. Deze plaat staat vol met merendeels autobiografische liedjes: over de liefde en over haar ervaringen. En ze slaagt deze "on-the-road" ervaringen en gedachten sfeervol en subtiel in liedjes om te zetten. Haar prachtige stem en de ingetogen begeleiding vormen daarvoor natuurlijk de basis. De mooie liedjes zijn lekker toegankelijk, maar hebben genoeg eigenzinnigs om zich te onderscheiden van de concurrentie. De sound is dermate tot in de puntjes verzorgd, dat die zo hier en daar zelfs net iets te gladjes klinkt. Ook de muzikale vrienden die Mooney op deze cd heeft weten te verzamelen dragen zeker bij aan het bijzondere resultaat waardoor de temperatuur op deze warmbloedige CD zo nu en dan oploopt tot het kookpunt. "In The Grass", "Tiny Faces" en "Mexican Highway" zijn zowat de uitschieters van deze tien ingetogen sfeervolle nummers, songs die zoals op de voorganger wat Calexico-invloeden vertonen. Slechts één cover op deze CD, "I Say a Little Prayer" (van Burt Bacharach), hetgeen we ook bij deze gaan doen want u moet en zal ervoor door de knieën gaan, hoogste tijd voor de doorbraak dus.


 

THE DIRTY ACES
ONE GOOD REASON
Website - myspace
Cdbaby
VIDEO

 

Dit bluesbandje uit Jersey, het kanaaleiland voor de Franse kust, bestaat uit de uitstekende mondharmonicaspeler Gil Robson, Filip Kozlowski op gitaar, bassist Paul Bisson en drummer Tim Bryon. Alle vier zijn ze onder de 30 jaar, maar dat is hun niet aan te horen, ze spelen blues, echte Chicago blues, en doen dit met een passie en maturiteit die hun leeftijd ver overstijgt. Sugar Blue, de harmonicavirtuoos die we vorig jaar nog konden interviewen, is vol lof over hun optredens. Voorlopig kunnen we nog geen echt beeld van hun vormen want deze EP met vijf songs is nog maar juist verschenen en de band is maar net begonnen met de opbouw van hun site en Myspace. Ze gaan nu volop toeren en hun full cd zal binnen een aantal maanden (ten vroegste) verschijnen. Dit is dus nog maar een "smaakmakertje", maar we proefden ervan en het heeft ons volop gesmaakt Wat zij ons hier laten horen is zuivere authentieke Chicago blues, de eerste song: "Dollar & A Quarter" klinkt als een Muddy Waters opname uit de jaren 70, alleen is zanger en mondharmonicaspeler Gil Robson natuurlijk geen Muddy, op harp kllinkt hij wel als een leerling van Jerry Portnoy en op Chromatic zelfs als Rod Piazza in de langzame blues "You Might Do Without Me". In "One Day Soon" gaat het meer de richting van de Red Devils uit en klinkt Gil Robson als Lester Butler. Natuurlijk is het allemaal niet vernieuwend, maar wat ze doen, doen ze heel goed en alle 5 songs zijn door de band zelf geschreven. We zijn benieuwd wat het gaat geven als er een full cd komt, maar onze verwachtingen staan toch hooggespannen. Jongens, doe ons wel een plezier en breng een volledige nieuwe uit, plak er geen 5 nummers bij, want deze hebben we al.
(RON)


 

HAROLD MIKE SIZEMORE
ONE OF THESE DAYS
myspace
Mail: haroldmikesizemore@yahoo.com
Label : Eigen Beheer
CD Baby

 

 

Sommige artiesten hebben van moeder natuur hun uiterlijk niet meegekregen om het bijvoorbeeld in de popwereld te maken. Het ideaalbeeld van de volslanke, ruige en viriele zanger draagt meestal toch de voorkeur weg van de gladde platenlabel-promotiejongens die hun product aan de kritische muziekliefhebbers moeten proberen te slijten. Aan dat ideaalbeeld voldoet Harold Mike Sizemore dus helemaal niet. Zijn familienaam indachtig moet hij bij het kopen van kleding altijd uitkijken naar één (of meerdere) maatje(s) meer en zijn foto zal je niet meteen terugvinden boven het bed van je puberende tienerdochter. Dus moet deze artiest het vooral hebben van andere kwaliteiten zoals oerdegelijke muziek en teksten in zijn liedjes en daar bovenop een mooie stem. Sizemore kreeg de muziek met de paplepel binnen via zijn ouders die in Cincinatti, Ohio woonden. Muzikaal wordt hij in zijn jeugd sterk beïnvloed door de country- en bluegrassliedjes die in dat gedeelte van Amerika tot de verplichte dagelijkse kost behoren. Een tiental jaren geleden begon hij zijn eigen liedjes te schrijven en trad hij op met een bandje genaamd “Strange Acquaintance”. Na die periode schuimt hij alle clubs en zalen af met een solo akoestische performance waarbij hij op veel bijval van het luisterende publiek kan rekenen. Hij is overigens ook de producer van een radioshow voor truckers op een lokaal radiostation in Ohio. De liefdesliedjes op het debuutalbum “One Of These Days” zijn oprecht en doelgericht en zijn soulvolle stem geeft die liedjes een extra cachet mee. Met enkel gitaarbegeleiding krijgt “Could We Be Lovers?” een indringend en intimistisch geluid mee. Bij de mooiste liedjes op dit album moet zeker ook “Imagination” gerekend worden. Hierop blijkt dat Harold Mike Sizemore over een prachtig stemgeluid beschikt en ook een begenadigde songschrijver is van erg Amerikaans klinkende liedjes. Gebroken harten en gevoelens van eenzaamheid worden op een geheel eigen wijze in tekstvorm gegoten en spreken voornamelijk aan door hun eenvoud. Het met gitaar en mondharmonica gebrachte “Experience Life” zou helemaal niet misstaan op “Harvest” van Neil Young. Niet onbelangrijk is dat de luisteraar zich gemakkelijk kan vereenzelvigen met de inhoud van de liedjesteksten. Ook het nummer “Wrong” is beklijvend van opbouw en emotionaliteit. Met ontzettend weinig instrumenten weet Sizemore toch een mooi en vol geluid aan zijn liedjes toe te kennen. Nogmaals: eenvoud en oprechtheid kunnen bijzonder mooi zijn. Deze plaat is daarvan een schoolvoorbeeld. Proficiat aan de schepper van al dat moois.
(valsam)


 

 

PHANTOM BLUES BAND
FOOTPRINTS
Website
Email: phantombluesband@phantombluesband.com
Label: Delta Groove
Distr.: Distr.: Inakustik / Coast to Coast

 

 

De Phantom Blues Band bestaat uit muzikanten die hun sporen verdienden bij grootheden als Bonnie Raitt, Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, B.B. King, Andrew Tosh, Eric Burdon, Smokey Robinson, Buddy Guy en the Rolling Stones. Maar deze band is een soort bluesband waarvan hun meeste invloeden te vinden zijn bij maar één legende nl. Taj Mahal, want deze band heeft reeds tweemaal een Grammy Award gewonnen als 'Best Contemporary Blues Album' ("Senor Blues" in 1997 en "Shoutin’ In Key" in 2001) en in 2001 de W.C. Handy Award als 'Band Of The Year' en die allemaal met Taj Mahal, die op hun album "Out Of The Shadows", maar even te horen is op harmonica in het krachtige Sam & Dave-stijl gebrachte "I Only Have Love". Wat hier aan vooraf ging, zijn vele optredens op grote festivals in Europe, Japan en Australia als de backingsproep van Mahal. The Phantom Blues Band released hun eerste cd "Limited Edition" in 2003, gevolgd door het reeds vernoemde "Out Of The Shadows" (2006), en nu één jaar later kunnen liefhebbers van onvervalste R & B hun oor best eens te luisteren leggen bij "Footprints", hun tweede plaat bij het Delta Grove label. The Phantom Blues Band bestaan voornamelijk uit succesvolle sessie muzikanten, producers, componisten, arrangeurs, ... allemaal leden die stuk voor stuk hun sporen ruimschoots verdiend hebben. Buiten keyboardist/vocalist Mike Finnigan (Jimi Hendrix, Stills and Nash, Dave Mason, Etta James, Dr. John, Carlos Santana) bestaat de band uit gitarist/vocalist Johnny Lee Schell (Bonnie Raitt, Taj Mahal, Ron Wood, John Fogerty), bassist Larry Fulcher (Smokey Robinson, The Crusaders), drummer Tony Braunagel (Eric Burdon, Rickie Lee Jones, Bette Midler, Bonnie Raitt) en onze vrienden van de The Texacali Horns, saxophonist Joe Sublett (The Cobras, The Rolling Stones, Bonnie Raitt, Little Feat, B.B. King) en Darrell Leonard (Delaney and Bonnie, Dr. John, Little Feat, Glen Frey, Henry Mancini, The Rolling Stones, Solomon Burke). Iedere muzikant brengt in de band zijn soulvolle sound die hij door de jaren heeft weten te vergaren, gaande van Memphis Soul tot New Orleans Funk, van blues naar swing, en veel meer zelfs. Op het nieuwe album spelen ze naast vier originals, hoofdzakelijk covers van artiesten als o.a. Freddie King, Rufus Thomas en Ray Charles, maar dan zo gebracht dat de meest swingende rhythm & blues echt hun handelsmerk is, de muziek die The Phantom Blues Band zo groot maakt. De band weet duidelijk de bluessound van de jaren '50-'60 terug te doen herleven en weet daardoor een zekere meerwaarde aan deze plaat te geven, mede ook door de aanwezigheid van drie vocalisten die afwisselend de nodige impulsen geven. The Phantom Blues Band maakt muziek die kan worden omschreven als een energieke en meedogenloze mix van blues, funk, soul, R & B, gospel en jazz. Dertien songs worden met passie gespeeld en met emotie gezongen met als uitschieters: de R&B-song "Leave Home Girl" van Earl Randle, een nummer dat we hier in een meer reggae versie kunnen van genieten. Maar ook een nummer "When The Music Changes" geschreven door Tony Braunagel en Larry Fulcher heeft eveneens zo'n Jamaica-gevoel. Ook "Barnyard Blues" is een eigen nummer en misschien wel het absolute hoogtepunt, en dit voonamelijk door de uitmuntende blazerssectie. Maar luister ook maar eens naar het soulvolle "Chills And Fever", een song gezongen door Finnigan, de Ray Charles R&B-ballade "A Fool For You", het relaxte "A Very Blue Day", een meer jazzy nummer met een prachtige trompet solo van Darrell Leonard, en de betere uptempo-blues vinden we in Freddie King's "See See Baby", met hier dan een sax solo van Sublett naast Johnny Lee Schell die hier als gitarist de aandacht naar zich toe trekt. "Footprints" heeft alles wat de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten zo bijzonder en opwindend maakt. Bezwerende soul, doorleefde blues, dampende funk en rhythm & blues die New Orleans in de oude glorie doet herleven. Beter dan dit hoor je dit soort muziek momenteel echt niet. The Phantom Blues Band had er natuurlijk wereldberoemd mee moeten worden, maar recht bestaat niet in de muziekwereld. Ons respect en waardering verdient deze band zonder meer.


 

MAURIZIO PUGNO & SUGAR RAY NORCIA
THAT'S WHAT I FOUND OUT!
Sugar Ray Norcia
Maurizio Pugno
Label: Pacific Blues
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Ook in Italie bestaat een grote blues-scène. Hier zijn ook belangrijke festivals en men kan de blues vinden in kleine bluesclubs. Rico Blues Combo startte in 1996, toen de oprichter Ricardo Miglliarini interesse kreeg voor de blues en de gitarist Maurizio Pungo ontmoette. Hun grote voorbeelden uit de bluesroots zijn Sonny Boy Williams, Little Walter en Big Walter Horton. Maar ook Sugar Ray Norcia raakte als jongeman geïnteresseerd in de zwarte roots muziek met Big Walter Horton als zijn grote voorbeeld. In 1978 ontstond de eerste versie van The Bluetones met in de gelederen o.a. gitarist Ronnie Earl en Michel 'Mudcat' Ward als bassist. In die tijd begeleidden zij aan de oostkust grootheden als Otis Rush, Big Joe Turner en natuurlijk zijn grote held Big Walter Horton. Twaalf jaar duurde de samenwerking tussen Ray en Ronnie. In 1998 bracht hij op Telarc Records "SuperHarps" uit met harmonicavirtuozen James Cotton, Charlie Musselwhite en Billy Branch. In het najaar van 1991 werd Sugar Ray gevraagd om bij het populaire Roomful of Blues te komen zingen. Hiermee reisde hij uitputtend, met meer dan tweehonderd optredens per jaar en kreeg hij belangrijke onderscheidingen. Met Roomful of Blues nam hij meerder albums op, waarop ook eigen composities zijn terug te vinden. Bovendien vroegen bekende collega's onder wie Michelle Willson en Otis Grand hem mee te werken aan hun albums. Na zeven jaar Roomful keerde Sugar Ray uiteindelijk terug naar de roots: de harmonica blues. Door zijn vele optredens in Europa leerde hij Maurizio Pungo van het hoger vermelde Rico Blues Combo kennen en zo ontstond er een vriendschap tussen beiden, waardoor Sugar Ray een bijdrage leverde op "House Of Blue Rags" (2005), de laatst verschenen CD van deze band. En nu is hij er weer om samen met Maurizio Pugno de "real blues" te vertolken. Wat de jongere gitaristen betreft, luister ik veel naar Teddy Morgan, Junior Watson, Kid Ramos, Hollywood Fats en Rusty Zinn. Maar bij het verschijnen van deze CD is deze Italiaanse gitarist zeker in mijn top vijf terecht gekomen. Maurizio Pugno gebruikt een ouder type 'hollow-body jazz-style' gitaar, en aanziet zichzelf waarschijnlijk niet als een degelijk vocalist, de reden waarschijnlijk dat we zolang hebben moeten wachten op deze plaat. Daarom laat hij het zingen over aan Sugar Ray. Voor de opname van dit album heeft hij beroep gedaan op een hele reeks Italiaanse sterartiesten in zijn band waarbij voornamelijk Alberto Marsico (Hammond orgel en piano) en drummer Gio Rossi een grote rol spelen. Sugar Ray moet het hebben van zijn soulvolle stem, hetgeen natuurlijk zijn invloed heeft op alle nummers van dit album. Naast een paar originele instrumentale songs, vinden we covers van Lazy Lester, Willie Dixon en Horace Silver. Na de openende instrumentale shuffle "Opening Act", geeft het tweede nummer "That Crazy Girl Of Mine" dadelijk zowat het geluid van heel de cd mee, Ray 's stem weet duidelijk de bluessound van de jaren '40 terug te doen herleven, denkende aan Big Joe Turner en Eddie Vinson. Tevens roept zijn akoestische harmonica solo dadelijk herrinneringen op aan zijn tijd bij Roomful of Blues. "Bite the Dust" schreef Ray ook in de jaren 70, wanneer hij tourde met Ronnie Earl. Op "Keep On Sailin' " toont Pugno zijn Freddie King invloeden en "Take It All Back Baby" is meer een T-Bone Walker tribute. In de titeltrack, "That's What I Found Out" komt Ray's stem zeer goed tot uiting en is een mooi voorbeeld van de 'jump-band music', de perfecte swing. Mooi bekeken is dat Pugno op dit album vier instrumentale songs heeft ingelast, zoals "Black Angel", bekend van Ike Turner, een rustig bluesnummer dat thuishoort ergens in een berookte nachtclub, waarin Ray ook mooie bijdrage levert op chromatische bluesharp en aantoont dat hij het mondharmonica even virtoos kan bespelen als Toots Thielemans. In Willie Dixon's "I Love The Life I live" treffen we de volledige blazerssectie terug en weet Alberto Marsico ons te verrassen met een prachtige pianosolo. Hetgeen hij ook doet in het afsluitende "The Preacher", maar hier dan op zijn Hammond orgel. "That's What I Found Out!" is kortweg een mix van goeie ouderwetse R & B : jump en swing met een serieuze drive erachter en stergitarist Maurizio Pungo heeft een top bezetting achter zich staan, artiesten die duidelijk de klepel weten hangen. Een must voor liefhebbers van de blues van de jaren '40 tot half de jaren '50!


 

HIGH COTTON
PICTURES
Website - myspace
Mail: highcottonatl@hotmail.com
Label : In Focus Records
CD Baby

 

 

Af en toe overkomt het ons wel eens dat we een schijfje toegestuurd krijgen uit Altlanta, Georgia. Daar kijken we dus niet echt meer van op. Maar soms fronsen we de wenkbrauwen als we zo’n CD-tje in de speler schuiven omdat we verrast zijn van het aangename geluid dat het zilveren kleinood teweeg brengt. High Cotton is zo een groep die onze aandacht weet vast te klampen met hun nieuwe album “Pictures”. De groep bestaat uit zangeres Laura Monk en haar broer John Monk die in 2003 als duo begonnen. Later werd de band uitgebreid met drummer, gitaar- en banjospeler PJ Engeman en sinds dit jaar is er ook een vierde lid toegevoegd met leadgitarist Dan Foster. Hun betrachting is om liedjes te maken met voornamelijk een sterke melodie waarvoor ze grasduinen in diverse genres als rock, folk en Americana. De stem van Laura is heel nadrukkelijk aanwezig op alle songs. Al van bij de aftrap zit de swing er dik in met nummers als “Song For A Mountain Weekend” en “Crazy To Sing”. Net als op de vele vergeelde foto’s op het hoesje wordt er in “Pictures” nostalgisch teruggeblikt op het verleden en de dingen die hen in de vergane gloriejaren overkwamen. De indringende banjoklanken van PJ Engeman doen de rest om van dit nummer het beste lied uit de CD te maken. In “Song For The Big Easy” wordt op een jazzy deuntje heel leuk en laid back gezongen met sporadische klanken afkomstig van een trombone of een accordeon. Vooral dergelijke nummers doen me denken aan andere bands als Fairground Attraction of The Countrypolitans die mij in 1999 al wisten te verbazen met hun album “Tired Of Drowning”. De stem van Laura Monk vertoont overigens ook heel wat gelijkenissen met die van Elisabeth Ames van diezelfde Countrypolitans. Zelfs de stemkwaliteiten van 10.000 Maniacs-zangeres Natalie Merchant loeren af en toe om de hoek. “Music City Lights” is ook een heel rustige en countrygetinte pianosong met alweer heerlijke vocalen van Laura Monk. De expressieve en passievolle stem van deze zangeres is de absolute kracht van High Cotton, mede ondersteund door de mooie melodieën en arrangementen van zowat alle 15 liedjes op deze plaat. Net als bij foto’s blijven enkele songs ingebrand op de harde schijf van je muzikale geheugen. De ballade “Ghosts”, “12-String” met een prachtige riff en “doo-wop” harmony vocals, “Borrowed Time” (“A rented house, a rented car, I see my dreams through rented stars”), het aangrijpende country-duet “Long As I Don’t Lose You”, het grappige “Tattoo”, het nostalgische "Black Mountain". Mijn vrouw luistert mee en zegt dat het allemaal heel mooi is en die kent er wat van (gelet op de keuze van haar levensgezel). Je zult er wellicht wat moeten naar zoeken om “Pictures” van High Cotton aan te schaffen en aan je platencollectie toe te voegen, maar neem van ons aan dat je je al die moeite nooit zal hoeven te beklagen. Genieten maar.
(valsam)


 

JERRY LEE LEWIS
GREATEST LIVE PERFORMANCES OF THE 50's , 60's & 70's
Label: Time Life
Distr: Rough Trade
VIDEO

 


De DVD "Jerry Lee Lewis: Greatest Live Performances" toont 17 onvergetelijke live opnames en 2 bonus fragmenten vanaf het begin van zijn carriére tot in de jaren 90. Zo is er ondermeer zijn allereerste TV optreden: de opname voor de Steve Allen Show van "Whole Lotta Shakin' Goin' On" uit 1957 en de memorabele uitzending van "Breathless" in de Dick Clark Show, de eerste en enige live opname van die show die er bestaat. Maar er zijn nog meer hoogtepunten, de première van "Great Balls Of Fire" te zien in de Dewey Philips Show. Het meest speciale item op de DVD is echter Jerry Lee 's eigen Engelse TV Special uit 1964 opgenomen met een uitzinnig live publiek en voor 't eerst te zien sinds de dag van die uitzending. Van de jaren 70 is er ook nog leuk materiaal uit de "Pop Goes The Country" reeks, vooral de twee nummers waarmee de dvd besluit zijn de moeite waard. Lewis begint met een meesterlijke uitvoering van "Who's Gonna Play That Old Piano" en roept vervolgens zijn neef Mickey Gilley erbij om samen een fantastische Boowie Woogie medley ten gehore te brengen. De bonusjes op deze DVD zijn een onthullend en sober interview met de killer, dat bekend staat als het meest belangrijke interview dat de man ooit gaf, het had plaats in de Sun studios van Sam Philips, en Jerry Lee praat er honderduit over zijn eerste opnames en zijn verhouding met Elvis en het Million Dollar Quartet. Dit zou de laatste release moeten worden, in de mooie "Time Life" reelks over Amerikaanse muzieklegendes. Zo was er reeds Johnny Cash, Louis Armstrong, The Stanley Brothers, maar ook J.J Cale en Fats Domino kwamen van de partij. Rough Trade doet voor Belgie de distributie van de Time Life dvd's. Een knap document voor wie een correct beeld wil krijgen van de man die zijn carrière begon als de "Killer" maar tegenwoordig al meer dan tevreden is met de eervolle vermelding "Last Man Standing".
(RON)


 

 

CHAMPAGNE CHARLIE
DOWN THE ROAD
Website
Contact: theoking@zeelandnet.nl
Label : eigen beheer

 

 

 

De band Champagne Charlie is een zeskoppige Zeeuwse roots & bluesband, opgericht ergens in 1988. Deze cd “Down The Road” werd opgenomen in november 2006 maar bereikte ons pas een jaartje later. Waarom het zolang heeft mogen duren mag Joost wezen, wij zijn er in elk geval blij mee ze toch nog te mogen bespreken. Champagne Charlie distantieert zich vrij duidelijk van de andere Nederlandse bluesbands met hun muziekkeuze die zich vooral situeert in de vooroorlogse countryblues, jugband & stringbandmuziek. Ja, een hele mond en zin vol maar dit alles vinden jullie terug op deze cd. Van de zes vaste leden van de band zijn er vijf multi-instrumentalisten en spelen dus meer dan maar één instrument. Zo passeren er natuurlijk ook verschillende instrumenten de revue, van gitaar, slidegitaar, lapsteel, mandoline, washboard tot natuurlijk de drums en basgitaar. Verder konden deze 6 heren rekenen op de mooie stem van Karen Neumann tijdens het 2de en 5de nummer en ook nog David Egter van Wissekerke (neen, niet Wittekerke) op de viool. In totaal staan er 12 songs op deze cd, 12 songs die elk gerust juweeltjes mogen genoemd worden. Geopend wordt er met een song van Mississippi bluesman Bo Carter genaamd ‘Country Fool’, al meteen worden enkele troeven van de band op tafel gesmeten, nml. Sober en ingetogen muziek brengen met de juiste aanslag of noot op het juiste moment. De countrystem van Karen Neumann past perfect bij deze van Sjef Hermans op de 3de song ‘Will She Ever Get Back Home’, tevens geschreven door Sjef. Verder kunnen we op deze song genieten van prachtig slidewerk van Theo de Koning en ingetogen bluesharpwerk van Gait Klein Kromhof. Het nummer ‘Ragged & Dirty’ is al meermaals gecoverd door menig groot artiest maar de versie die Champagne Charlie op deze cd neerzet mag gerust naast deze anderen staan. De song ‘Good Stuff’ van Eric Bibb is er dan weer ééntje dat je zo doet thuis wanen op een terras ergens in het zonnige zuiden. Ik kan zo nog even verder gaan en elke song ophemelen maar dat ga ik dus niet doen, wat ik wel wil doen is jullie allemaal aanraden deze cd op je verlanglijstje te zetten voor de kerst of hem cadeau te doen aan een dierbaar vriend of geliefde. Dit is een band en cd die wereldklasse uitstraalt en van mij mogen ze zo naast al die andere grote artiesten van over de even grote plas.
Blueswalker.