ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007

APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007


MAVIS STAPLES - WE'LL NEVER TURN BACK

GOV'T MULE - HIGH & MIGHTY

JOHN HIATT - MASTER OF DISASTER

SCOTT McKEON - CAN'T TAKE NO MORE

AMAR SUNDY - NAJMA

JAWBONE - HAULING

HOWLIN' BILL - STRIKE

THE KINGBEES - BIG BOYS 'N' PINK LADIES

JOHNNY MASTRO & MAMA'S BOYS - TAKE ME TO YOUR MAKER

THE JUKE JOINTS - LET IT ROLL

THE MOFO PARTY BAND - THE SOUND OF THE MOFO PARTY BAND



 

MAVIS STAPLES
WE'LL NEVER TURN BACK
Website: www.mavisstaples.com
Label: Anti/Epitaph
www.anti.com
Distr.: PIAS
www.pias.be
VIDEO1 VIDEO2 VIDEO3


 

Mavis Staples behoort tot de grootste gospel- en soulzangeressen van de vorige eeuw. Bijna twintig jaar geleden maakte Staples met Prince de plaat "Time Waits For No One", een funky soulvol album zonder daadwerkelijke boodschap. Dat terwijl ze in de jaren zestig met haar zussen en paps als The Staple Sisters nog boos zong over het onrecht dat de zwarte gemeenschap werd aangedaan. Elf jaar moesten we dan wachten voor het album "Have A Little Faith" (2004), een plaat waaraan ze begon te werken na de dood van haar vader, Pops Staples, in 2000. Dit album heeft namelijk alles wat de Staple Singers zo bijzonder maken: een karakteristieke stem, optimistische en hoopgevende teksten en sterke, diep in de Delta-blues, folk en gospel gewortelde songs. Met een stuwend orgeltje, een gospelkoortje en een warme productie van Jim Tullio. Anno nu heeft Mavis de draad opgepakt door samen met Ry Cooder een rauw album te maken met zwarte traditionals. Mavis maakt zich kwaad, huilt, grinnikt en bewijst dat ze nog steeds één van de grootste soulzangers aller tijden is. Nadat Anti- Records eerder Solomon Burke en Bettye LaVette een tweede leven gaf, heeft het label nu soulzuster Mavis Staples gelegenheid geboden een plaat te maken waarmee zij zich nieuwe roem en een nieuwe generatie fans kan verwerven. "We’ll Never Turn Back" bestaat uit twaalf liedjes die in het teken staan van de historische strijd voor sociale rechtvaardigheid en gelijke rechten in de Verenigde Staten. Klassieke songs, soms traditionele songs, waarbij geput is uit het repertoire van Staples zelf, uit het werk van mensen als JB Lenoir, en van Cooder's oudere werk kennen we een song als "Jesus On The Main Line". Vrijheidsliedjes als "We Shall Not Be Moved" en "This Little Light Of Mine" zijn in de loop der jaren behoorlijk versleten geraakt, maar in de geïnspireerde uitvoering van Mavis Staples herwinnen zij hun oorspronkelijke kracht. Al deze tracks zullen bij de liefhebber een gevoel van herkenning oproepen. Het aardige van deze plaat is evenwel dat de muzikanten er hun geheel eigen draai aan gegeven hebben. Dat Mavis Staples deze liedjes met hart en ziel vertolkt is geen toeval, want de zwarte zangeres kan spreken, ja zingen uit eigen ervaring. Ry Cooder ontfermt zich over de soullegende en treedt op als gitarist en producer. Een klein groepje muzikanten staat Cooder en Staples terzijde, met drummer Jim Keltner en Ladysmith Black Mambazo enThe Original Freedom Singers voor de tweede stemmen. Cooder pakt het zo’n beetje aan als Joe Henry doet met Burke en Lavette. Bovendien heeft Cooder nog eens twee songs aan de plaat bijgedragen. De productie is helder en de arrangementen zijn even sober als smaakvol. Alle ruimte wordt gelaten aan de prachtige doorleefde zang van Staples. "We’ll Never Turn Back" is een indrukwekkende aanklacht tegen onrecht gegoten in onvervalste gospel, soul en blues. Gewoon een zinderende soulplaat in de beste zuidelijke traditie, van deze jongste telg uit The Staple Singers.



GOV'T MULE
HIGH & MIGHTY
Website: www.mule.net
Label: Blue Rose Records
www.bluerose-records.com
Distr.: Sonic Rendezevous
www.sonic.nl

 

Om de tijd tussen de tours te doden, richten twee Allman Brothers bandleden, Warren Haynes en Allen Woody in 1994 de gelegenheidsband Gov ’t Mule op. Het resultaat is een mix van Southernrock jams met blues- en jazz invloeden in de geest van de oude powertrio’s. Wat hen al snel de bijnaam powertrio of the 90’s oplevert. De positie van de Amerikaanse gitarist/zanger Warren Haynes in de muziek wordt gewaardeerd vanwege zijn enorme inzet en productie. Haynes is vergroeid met zijn gitaar en maakt knappe platen, met Gov’t Mule, Allman Brothers en solo. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Einde vorig jaar verscheen het album "High & Mighty", met wederom een portie oerdegelijke rockmuziek, een plaat die in het verlengde ligt van het ijzersterke "Deja Voodoo". Dat wil zeggen, bondige nummers, opgehangen aan majesteuze gitaarriffs. "High & Mighty" is een echte jaren 70 plaat waaruit de voorliefde voor The Free, Lynyrd Skynyrd, Led Zeppelin, Cream en vooral The Allman Brothers doet denken. Dat laatste is ook niet zo gek, want voorman Warren Haynes moest in deze band ooit Duane Allman doen vergeten. Haynes strooit op deze plaat weer kwistig met zijn vette rockriffs, het Hammond orgel van Danny Louis gooit alleen maar nog meer olie op het vuur en dat alles onder het soepele geroffel van Matt Abts en de pompende Andy Hess, maar alles klinkt zo ‘live’ als het maar zijn kan, in de goede zin van het woord. Het lijkt alsof de band de plaat zomaar op de band heeft gezet, zonder dat de partijen afzonderlijk van elkaar zijn opgenomen. Het echte jammen, een der handelskenmerken, gebeurt alleen op "Endless Parade" maar ook daar blijven de instrumentale exercities binnen de perken. Opvallend aan "High& Mighty" zijn wel de reggae-invloeden en de politieke teksten van Haynes, wiens voordracht steeds aangrijpender wordt. Kortom: Bluesrock, Southern Rock en psychedelica steeds voorzien van briljant gitaarwerk en soulvolle zang. Gov’t Mule beheerst de kunst tot in de vingertoppen, en de liefhebbers van het betere gitaargeweld komen op "High & Mighty" absoluut aan hun trekken, een titel die trouwens de lading volledig dekt. Rockmuziek zoals rockmuziek moet klinken!



 

JOHN HIATT
MASTER OF DISASTER
Website: www.johnhiatt.com
Label: New West Records
www.newwestrecords.com
Distr: Sonic Rendezvous
info: www.sonic.nl

 

John Hiatt is het levende bewijs dat ongelukkige omstandigheden niet altijd de grootste creatieve inspiratiebron zijn. Na afgekickt te zijn van zijn alcohol- en drugsverslaving en de zelfmoord van zijn eerste vrouw verwerkt te hebben maakt hij zijn absolute meesterwerk "Bring The Family". Dit betekent ook zijn doorbraak naar het grote publiek met de single "Have A Little Faith In Me". We schrijven hier 1987 (de single breekt twee jaar later door) en Hiatt heeft er al vijftien jaar songwriterschap opzitten. Ook in deze voorgaande periode levert hij, later vaak vergeten, vakwerk af. Zijn eerste twee albums "Hangin’ Around The Observatory" (1975) en "Overcoats" (1976) zijn voorbodes van vakmanschap in wording, maar laten ook het zoeken naar een stijl horen. "Slug Line" (1979) en "Two-Bit Monsters" (1980) laten horen dat hij sterk beïnvloed is door Elvis Costello. Hiatt ondervindt veel last van de hierboven genoemde problemen en dat horen we terug op "All Of A Sudden" (1982). "Ridin’ With The King" is een revanche met een aantal zeer sterke nummers. Het is misschien ook wel zijn meest Amerikaanse album en hierdoor een cruciale plaat voor de liefhebbers van Americana. "Warming Up The Ice Age" (1985) lijkt een tussendoortje maar is zonder meer de moeite waard. Totdat in 1987 "Bring The Family" verschijnt, deze cd verdient een plaats in ieders muziekcollectie. Hiatt gedijt goed onder dit succes, hij toert en doet ook Belgie en Nederland aan voor een aantal memorabele concerten. En hij gaat door met cd’s uitbrengen van bijzonder hoge kwaliteit "Slow Turning" (1988) met begeleidingsband The Goners, kan wedijveren met zijn voorganger. "Stolen Moments" (1990), "Perfectly Good Guitar" (1993) en "Walk On" (1995) zijn stuk voor stuk Appelation Hiatt Controlée. Het succes van "Have A Little Faith In Me" wordt niet meer geëvenaard maar zijn fans blijven trouw en waarderen Hiatt als grootste songwriter van zijn generatie. Tussendoor manifesteert Hiatt zich nog met de supergroep Little Village. Ondanks de sterbezetting (Ry Cooder, Nick Lowe) en een verdienstelijke cd komt het project niet van de grond. Het na deze reeks volgende "Little Heads" (1997) kent een aantal goede nummers maar is toch niet zo sterk als zijn voorgangers. Het is niet gek dat "Crossing Muddy Waters" (2000) drie jaar op zich laat wachten. Hiatt is druk met zijn gezinsleven, hij is nog altijd hevig verliefd op zijn tweede vrouw en vindt het prachtig om zijn dochtertje Georgia Rae (vereeuwigd op Slow Turning) op te zien groeien. In Nashville zijn er genoeg muzikanten die zijn songs coveren (en dus geld in het laatje brengen!), zoals Roseanne Cash, Rodney Crowell en Bonnie Raitt om er maar een paar te noemen. De laatste platen van Hiatt vielen ietwat tegen. Niet dat ze slecht waren, maar ze begonnen wel erg voorspelbaar te worden, en de kwaliteit van de nummers was net iets minder dan we van Hiatt gewoon waren. Maar uiteindelijk is "Crossing Muddy Waters" een ijzersterk album dat terugvoert naar de roots van Hiatt’s bestaan. Precies een jaar na dit magistrale album verrast Hiatt ons met zijn zeventiende opus "The Tiki Bar Is Open" (2001). De voorganger werd overwegend akoestisch gespeeld, maar het gepolijste "The Tiki Bar Is Open" samen met The Goners is duidelijk een elektrisch werkstuk en is misschien wel één van zijn meest toegankelijke cd’s, maar ging weer roemloos ten onder. Op “BeneathThis Gruff Exterior” (2003) is Hiatt met diezelfde Goners echter weer ouderwets recht voor z’n raap. Gesteund door slide-virtuoos Sonny Landreth, nam hij dit album in acht dagen live in de studio op. Resultaat : ongecompliceerde rock & roll. Maar voor "Master Of Disaster" (2005) trok Hiatt naar de Ardent Studios in Memphis, de geboortestad van de rock ‘n’ roll en een van de heilige plaatsen van de blues. Een uitstekende omgeving dus om een plaat op te nemen. Hiatt dook er de studio in met de gelijkgestemde veteraan Jim Dickinson, en John Hampton zat achter de knoppen. Muzikanten waren onder meer Luther en Cody Dickinson, de ruggegraat van the North Mississippi Allstars, en de sprankelende ervaring van Muscle Shoals-bassist David Hood. "Master Of Disaster" bevat elf zeer sterke en diep in de Zuidelijke traditie gewortelde liedjes. Zonder overbodige franje en daarin schuilt juist de kracht van het album dat begint met de titelsong, waarin Hiatt vol mededogen verhaalt van een aan lager wal geraakte varieté-artiest. Er wordt zeer relaxed gemusiceerd, in het honkytonk-achtige "Wintertime Blues", de hartverscheurende countryballad "Old School", en de sluizen gaan volledig open bij de soulkraker "I Ain’t Ever going Back No More", een klassieker in wording! Zijn teksten zijn verhalend, ontroerend en geestig als altijd. Tot de andere hoogtepunten behoren het eenvoudige en nostalgische "Thunderbird", de stuwende blazerssoul van "Find you at Last" en de Dylaneske stijl van "Cold River". Kortweg : Op "Master Of Disaster" klinkt Hiatt ouderwets gedreven, een cd die zich kan meten met het inmiddels al weer twintig jaar oude "Bring The Family" en zo zijn we terug aan het begin van deze recensie.



SCOTT McKEON
CAN'T TAKE NO MORE
Website: www.scottmckeon.com
E-mail: info@mascotrecords.com
Label: Mascot Records / Provogue
www.mascot-provoguerecords.com
www.mascotrecords.com
info@provoguerecords.com
Distr.: Bertus / www.bertus.nl

 

 

Op je 21 op het podium in Peer en dat vlak na 't verschijnen van je debuutcd, je moet het maar doen. Scott is dan ook de nieuwe ontdekking in Engeland op bluesrockgebied. Zoals zovele jonge gitaristjes is hij natuurlijk beinvloed door SRV en Hendrix, maar met een groot verschil met de rest van de bende, hij heeft zijn debuutcd vol met eigen werk en is zoals vele anderen die ik het laatste half jaar mogen bespreken heb, geen kloon. Je hoort natuurlijk duidelijk de invloeden van zijn voorbeelden, maar daar houdt het op. Enkel het nummer "All The Same" is zo te horen een duidelijk tribute aan Stevie en Jimi. De gitaarstijl van beide heren is hier evenwichtig verdeeld aanwezig. Producer van dienst is Jesse Davey (Hoax), die gezorgd heeft voor een stevige mix van bluesrock die aangeeft in welke richting deze muziekstijl zou moeten evolueren. Scott is waarschijnlijk één van de jongste gitaristen die ooit op de BBC zijn ding mocht doen, want op 7 jarige leeftijd stond hij al voor de camera's, hij speelde dan ook al 3 jaar, of hij toen al bluesrock speelde kan ik je spijtig genoeg niet vertellen. Op zijn twaalfde won hij all de "Young Gitarist Of The Year" award, en voor zijn twintigste stond hij al in de befaamde "Antones" club in Texas en deelde het podium met Buddy Guy, Sonny Landreth en The North Mississippi All Stars (krijgen we een herhaling in Peer?). Het laatste jaar haalde Scott natuurlijk alle mogelijke gitaarbladen ter wereld en vele malen de frontpagina. "I Can All See Trough You" is met zijn Hendrix intro een van de betere songs op dit album, net als de slowblues "Last Thing I Do", dat erg schatplichtig is aan B.B King's "How Blue Can You Get", alleen krijgen we hier een Texaans aandoende bluesrock variatie op 't thema. Heel apart is ook de afsluiter, het instrumentale "Fuzz Six Six Six" dat best te beschrijven valt als: "distorted" Fat Possum music. Scott McKeon, een naam om te onthouden. Sommigen onder ons zagen hem reeds in Ospel aan’t werk en mij lijkt hij de fakkeldrager van de nieuwe bluesrock generatie te gaan worden. Fans van het genre, kom in Peer maar goed vroeg, je bent gewaarschuwd.
(RON)



 

 

AMAR SUNDY
NAJMA
Label : DixieFrog Records
www.bluesweb.com
distr.: Parsifal
www.parsifal.be

 

Wat een mengeling van verschillende werelddelen met zich kan meebrengen horen op het album "Najma" (2004) van Amar Sundy. Dit album is werkelijk een mix van deze Noord - Afrikaanse touareg en de blues. Amar, ontdekte de wereld van de blues van wat minder bekende bluesartiesten maar ééntje heeft hem altijd zeer aan het hart gelegen, Sundy, en met het overlijden van laatstgenoemde, besloot hij om zijn voornaam aan zijn familienaam te koppelen. Vervolgens is de rest slechts literatuur: hij speelde met Otis Rush, Sugar Blue en Jimmi Johnson die hem uitnodigde in Chicago. Hij doorkruiste Europa met Albert Colins, Albert King of James Cotton. Op deze cd staan naast zeven nummers in het Engels, maar ook vier nummers worden in zijn moedertaal gezongen. Deze Mahreb/Blues mix is dan ook lekker exotisch gekruid. Tevens kan deze plaat voor vuurwerk zorgen, dit bewijst het fikse portie smaakvol gitaargeweld in het openingsnummer "I Know". Amar slaagt erin steeds de passende snaar te raken voor de verschillende songs die allemaal afwisselend met andere gevoelens geladen zijn. In "Rahala" primeren eenvoud en subtiliteit, melancholie regeert in " This morning" en "If my baby". De capaciteiten van Amar Sundy als songwriter zijn subliem genoeg om het gepolijste producerwerk van Jeff Grimont te overleven. Zo klinken "Say Hey" en "Now I Know" nog energiek genoeg om de grootste kniesoor aan het dansen te krijgen. Eén nummer springt direct in het gehoor bij een eerste luisterbeurt: "Men in Trouble", een broeierige track en misschien wel de grootste uitschieter. Het bewijst dat "Najma" geen éénzijdig album is, maar ééntje dat trots tussen die drie vorige albums ("Homme Blue" 1998, "Haggar-Chigaco- Paris" 1990 en "Live and Blues" 2001) van Amar Sundy mag staan. Hieruit mogen we besluiten dat "Najma" een zeer gevarieerd album is geworden waaraan de gitaarliefhebber ongetwijfeld evenveel plezier zal beleven als Amar en de zijnen tijdens de opnamen.



JAWBONE
HAULING
Website : www.dangblues.com
www.myspace.com/jawboneblues
Email : jawbone@dangblues.com
label : Loose Music
www.loosemusic.com
distr : Munich Records
www.munichrecords.com


"All thrills combo of rhythm 'n' booze that Jawbone himself describes as "pre-last war post-next war blues".

 

Het lijkt er op dat alles wat nu nog uit Michigan Delta (Detroit) komt, meteen met the White Stripes moet worden vergeleken. Jawbone heeft echter alleen, een vergelijkbare voorliefde voor de "primitieve" blues. Je kunt "Hauling" (2006), opvolger van het album "Dang Blues" uit 2004, al gauw als primitief bestempelen, gezien Jawbone een eenmans-bluesband is. Dit geheel in de lijn met alweer zo'n dertig jaar geleden overleden legende, Jesse Fuller en de heel wat recenter opererende Bob Log III. Bob Zabor of Jawbone bespeelt harmonica en de loszittende snaren van zijn halfgare slidegitaar, terwijl hij op een ingenieuze manier met zijn voeten de pedalen van een zelfontworpen drumstel indrukt. Stampend, rusteloos, hijgerig, en rommelde ritmes. We krijgen een lekkere sompige moderne variant op deze nog maar zelden voorkomende eenmans-formule. Je hoort dat het menens is op "Hauling". De liefde voor oude bluesmuziek roept het overbekende beeld op van katoenvelden en rokerige honky-tonks. Jawbone wist er tijdens een uitstapje naar London, een live-sessie bij John Peel (bij wiens herdenking Jawbone nog optrad) en Mary Ann Hobbs uit te halen. Hierna werden er in de Britse indie-platenzaken met enige regelmatig, exemplaren van zijn eerste album "Dang Blues" uit Amerika geimporteerd. Importeren is voor ons nu echter niet meer nodig, want het aantrekkelijke Loose label, levert nu ook dit album, maar ook zijn nieuwe plaat "Hauling". Zo hoeven we in ieder geval niet lang te wachten op deze ongepolijste diamant want wie met identieke, karige middelen de blues opnieuw weet uit te vinden zoals Jawbone doet, is een ware kunstenaar. Liefhebbers van rauwe, ongepolijste, blues zijn dit jaar al erg verwend, maar er is altijd ruimte voor meer. Kortweg: Jawbone is de one-man band rond Bob Zabor. Hij zingt, krijst en schreeuwt, speelt gitaar en mondharmonica en verzorgt via een ingenieuze constructie via zijn voeten ook nog het drumwerk. Verder dan het hoogst nodige gaat Jawbone hierbij niet. Het geeft de rauwe blues op "Hauling" iets authentieks, en weet ons daarmee wel diep te raken. Een van de bijzonderste bluesreleases van vorig jaar!


HOWLIN' BILL
STRIKE
Website: www.howlinbill.be
info@howlinbill.be
Label : Naked Productions
www.nakedproductions.be
Distr.: Bertus
www.bertus.nl

 

Iedereen in ons klein Belgenland zal ondertussen Howlin’ Bill wel kennen, enkele maanden geleden nog met een bluescircus achter zijn naam, nu gewoonweg Howlin’ Bill. Buiten de naamsverandering is er verder niets veranderd aan de bezetting maar wel aan hun keuze van nummers en dat is duidelijk te horen op deze 2de cd van dit Antwerpse kwartet. Een stap weg van de blues en een grote stap richting roots met invloeden van country en rockabilly. En toch blijft hun sound herkenbaar en dit is vooral te danken aan de volumevolle stem van Bill (Wim Vos), en stem die volgens mij op deze cd beter tot zijn recht komt in nummers als ‘Remember The Day’ (countryrock) en ‘Circus Is Coming To Town’ (rockabilly). Wat me verder ook opvalt op deze 2de cd is hun geflirt met meerdere ritmes gestopt in één song. Iets wat in het verleden ook al te horen was op cd’s van o.a. Blues Lee en The Hoodoogang. Natuurlijk is er op deze 2de cd ook weer een grote rol weg gelegd voor het knappe gitaarwerk van Little Chris (Chris Van Nauw). Als ik enkele uitschieters moet noemen zijn dat ‘Remember The Day’, ‘Pink Cadillac’ en ‘Hell Freezes Over’. En een song die me dadelijk doet denken aan hun oudere repertoire is zeker het nummer ‘This Time No Lies’, volgens mij de enige cover op deze 13 nummers tellende cd. Het mag met deze cd duidelijk wezen dat Howlin’ Bill volwassener is geworden en mikt op een breder publiek, weg van de blues. Maar geloof me, ook het bluespubliek zal deze cd zeker weten te smaken.



 

 

 

THE KINGBEES
BIG BOYS 'N' PINK LADIES
Website : www.kingbees.se
Label : Last Buzz Record Co
www.lastbuzz.com
hits@lastbuzz.com

 

The Kingbees zijn het nieuwe Zweedse combo van Last Buzz Records. Hoorde ik ooit vertellen dat Zweden een koud land is met een koud ras, dan moet ik wel bekennen dat The Kingbees zeker 'hot rockers' zijn . Invloeden gaan we zoeken bij Elvis, Buddy Holly, Lee Rocker tot Lenny Burrell & BB King, dan weet u wat er tewacchten staat. Hun stijl gaat van Rock ‘n Roll tot rockabilly en terug tot Swing ‘n’ Roll. De songs zijn zeer goed zelf gepende rockers of covers met een zeer goed rockin’gevoel. Vier van de dertien nummers zijn covers waaronder twee van Paul Gayten "You Better Believe it" en "For you my love". Van de country zangeres H.Myles krijgen we een versie van "Sweet Little dangerous", als het ware een tribute aan deze lieve dame.Vierde cover is geschreven door J. Anderson en genaamd "Your Letter". Op het album "Big Boys 'n' Pink Ladies" (2004) waarvan hun eigen nummers, allemaal geschreven door Lee Ericson, beginnen we met de opener "I’m a big Kingbee", is pure rock ‘n’ roll in de stijl van Jerry Lee Lewis. Rockin’ & pumpin’ muziek, een ware knaller om dit album te beginnen. "That’s the way it is", is een bluesy nummer dat meteen bevestigd dat de piano een grote rol gaat spelen in de rest van dit album. Op "Big Boys ‘n’ Pink Ladies", de titeltrack, hebben ze duidelijk zin in een neo-swing. Swingin’ muziek van jaren terug in een nieuw jasje, maar dat in Zweedse stijl. Grote kwaliteit als u het me vraagt. Met "Love train", denken we even plaats genomen te hebben op een trage trein die ons naar zeer romantische plaatsen brengt, maar veel tijd is er niet om te rusten want de eerste cover is al daar en nodigt ten dans. "You Better believe it" is een klassieke R & B van P. Gayton en brengt u letterlijk op de vloer, en als dit nog niet voldoende is volgt hierna "Stranded", een ander swingend en rockend nummer van the Kingbees. Soul is een ander sleutelwoord van the Kingbees en met "On top of a Roof" bewijzen ze gemakkelijk alle stijlen aan kunnen. De country rocker "Sweet Little Dangerous" verbergt heerlijk, rockend country gitaarspel. "Desire is een trage bluesrock ballade en zeer welkom na al deze dansnummers. "Your Letter" is misschien wat een minder nummer hetgeen niet kan gezegd worden van de volgende zelf geschreven nummers, "Channel No 7" een zeer rockende track en "Cry me a river" een pure blues ballade, en dit voor we aan de laatste cover "For my love" van Paul Gayten komen. "Big Boys 'n' Pink Ladies" is een absolute aanrader van deze Zweedse formatie, the Kingbees.



JOHNNY MASTRO & MAMA'S BOYS
TAKE ME TO YOUR MAKER
Website:www.themamasboys.com
myspace.com
Label: Nugene Records / www.nugenerecords.com
Distr.: Bertus / www.bertus.nl
Foto: www.podiuminfo.nl

 

Vanuit Los Angeles komt dezer dagen Johnny Mastro tot ons, met zijn Mama’s Boys ontegenzeggelijk één der smerigste bluesrockbands ten westen van de Sunset Strip - het is een regelrechte sensatie - ze doen in eigen land 250 shows per jaar – een vet doorgesmeerde rockmachine die garant staat voor een heerlijk potje ruige bluesherrie. In de begeleidende bio worden Johnny Mastro & Mama’s Boys vergeleken met wijlen Lester Butler en diens Red Devils en daar valt veel voor te zeggen, want deze heren maken net als de rode duivels (natuurlijk niet onze duivels) uit de klei getrokken bluesrock die soms ook wel een beetje doet denken aan Howlin’ Wolf, Little Walter, Hound Dog Taylor, Paul Butterfield, maar vooral deze Red Devils (óók met mondharp!). Lester Butler is helaas al vele jaren niet meer onder ons, maar de muziek die hij maakte met zijn bands Red Devils en 13 zullen we nooit vergeten. Het is muziek waar we onmiddellijk aan moesten denken toen de eerste tonen van "Take Me To Your Maker", opvolger van het vorig verschenen "The Black Album", uit de speakers knalden. "Take Me To Your Maker" staat vol met heerlijk rauwe blues. Een fantastische stem, een mondharmonica die aan stukken wordt geblazen en vooral geweldig gitaarwerk. Bluesy gitaarwerk zoals je het alleen van de allerbesten hoort. Dit is blues zoals blues gespeeld moet worden: rauw, doorleefd, hard en vol passie. "Take Me To Your Maker" klinkt weliswaar iets gepolijster dan "The Black Album" van mei vorig jaar, maar niettemin bol staat van het gruis. Gruis van de stem van Mastro en van zijn vervormde mondharmonica, en gruis uit de oude Fender-versterker van gitarist Dave Melton, die klinkt alsof de duivel zelf zijn snaren heeft gespannen. Mastro zingt en bespeelt de mondharp precies zoals Lester Butler van .... . Mastro speelt keiharde Chicagoblues, volvette harmonicablues, die de erfenis van bluesmannen als Sonny Boy Williamson en Willie Dixon meer dan recht doet. Naast 12 eigen songs, is "What Have I Done Wrong", een cover Chicagoblues-legende Magic Sam en het hartverscheurende "Lonesome Whistle" van Hank Williams. Jarenlang moesten Johnny Mastro & The Mama's Boys genoegen nemen met een bestaan in de marge, maar nu verdienen ze absoluut een plek in de spotlights. Het verbaast me niet dat Johnny Mastro nog niet zoveel albums op zijn naam heeft staan, terwijl hij in de VS toch al zo’n vijftien jaar van de ene naar de andere zaal trekt. Dit is namelijk muziek die live het best tot zijn recht komt, hoewel het spelplezier en de energie toch ook echt wel van "Take Me To Your Maker" afspat. Veel meer valt er niet over te zeggen, deze plaat moet je gewoon beleven! En het aardige is, dat Mastro en zijn moederskindjes dezer dagen in ons land zijn, om de liefhebber te overtuigen. Zondag 15 juli, Belgium Rhythm'n Blues Festival in Peer. Gaat dat checken.


LINE-UP:
Johnny Mastro: vocals, harmonica
Dave Melton: guitar
Paul Loranger: bass
Jimmy Goodall: drums



 

THE JUKE JOINTS
LET IT ROLL
Website : www.thejukejoints.com
Label : Rounder Europe
www.roundereurope.com
Label: Munich Records
www.munichrecords.com

 

De Zeeuwse bluesrockers zijn ongetwijfeld een van de succesvolste bluesbands van Nederland met hun eigen mix van swing, rockabilly, rock 'n roll, bluesrock, chicagoblues en zydeco. In 1994 toerde de band in de States, waar ze optraden op het befaamde Delta Blues Festival in Greenville, Mississippi, met B.B. King, The Muddy Waters Tribute Band, Dr.John en Little Feat. In 1996 bracht de band de uiterst succesvolle "One, Two, Five….Live" CD uit, een eerbetoon aan hun grote inspirator, Rory Gallagher. Eind 1998 werd de band gevraagd voor een optreden op het Bluestockfestival in Memphis, waar ze meteen van de gelegenheid gebruik maakten om in de legendarische Sun Studios de helft van hun album "Walking Down Memphis" op te nemen. Op deze CD ook twee nummers die de band opnam met de 78-jarige mondharmonicavirtuoos Willie Foster uit Mississippi. De ontmoeting resulteerde in een gezamenlijke Benelux toer die uiteindelijk de CD "Willie Foster & The Juke Joints, Live!" opleverde. In augustus 2000 speelde de band op het Great British Rhythm & Blues Festival in Colne, met o.a. Omar & The Howlers, Joe Louis Walker, Jimmy Dawkins, Johnnie Mars Band, Otis Grand Big Band en Son Seals. In September 2000 vertoefde de band wederom in Ierland voor onder andere een optreden op het Blackstairs Blues Festival in Enniscorthy. Eind 2001 verscheen de CD "Live in Ireland", opnames die The Juke Joints maakten in Dublin, Kilkenny, Youghal, Myrtleville en Midleton, en was wellicht één van de meest ‘rootsy’ platen van de band. Drie nummers op accordion, bespeeld door harpspeler Sonnyboy, de Rory Gallagher mandolineclassic, "Going to my Hometown", enkele akoestische nummers en de gebruikelijke Juke Joints stampers en boogies maakten deze CD dan ook tot een ware feestplaat. The Juke Joints stonden in 2002 op het grootste blues festival in Nederland, Moulin Blues in Ospel met o.a. The Nighthawks, Michael Burks, Bernard Allison en Mighty Sam McClain, en in 2003 was de band nog te zien op het North Sea Jazz Festival met o.a. Van Morrisson en Bonnie Raitt. The Juke Joints stonden op festivals met o.a. Fabulous Thunderbirds, Luther Allison, Buddy Guy, Johnny Copeland, Little Charlie & The Nightcats, Paladins, Walter Trout, B.B. King, Rod Piazza, James Harman, Alvin Lee en vele vele anderen. In datzelfde jaar (2003) vierden zij hun 20-jarig jubileum met het uitbrengen van de dubbel CD "20 years", waaronder een live CD met bijzondere opnames met o.a. Mark Wenner (Nighthawks), en wederom met de Mississippi mondharmonicaman Willie Foster. In 2005 presenteerden deze bluesrockers ons hun 10e CD, "Let It Roll", een CD die ook weer bol staat van de diverse bluesstijlen en herbergt dit keer bijdragen uit enkele kopstukken van de Nederblues, nl. de beste blueszangeres van Nederland, Tineke Schoemaker (Barrelhouse) op "Louella" van Marcia Ball en "99 Pounds" bekend geworden door Ann Peebles. Op beide nummers speelt ook Barrelhouse pianist Han van Dam mee. Bij uitvoering van "I'm In The Mood" van John Lee Hooker worden The Juke Joints bijgestaan door slidegitarist Marcel Scherpenzeel en drummer David Snel. De band heeft er ook nooit een geheim van gemaakt een grote voorliefde te hebben van de doorleefde blues van Gallaghar en diverse nummers van deze legendarische Ier werden door The Joints opgenomen of live gespeeld. Ook weer op dit album vinden we een cover van Gallagher, nl. "Bullfrog Blues", een nummer dat ondertussen een oude klassieker uit de Rory doos is geworden. Tussen de bonustracks zit er een opvallend nummer, een Zeeuws variant van "Going To My HomeTown": "'K Gae Wee Naer Uus Toe", maar ook het eigen materiaal van de band is om van te smullen. Lekkere boogie bluesrock met rock ’n roll invloeden is de hoofdmoot. Vol vuur, passie en overtuiging wordt het genieten bij "Let It Roll".

LINE-UP:
Peter Kempe:Zang/drums/mandoline/acoustic guitar
Michel 'Boogie Mike' Staat:Gitaar
Sonny Boy vd Broek:Harmonica/zang/accordeon
Peter v. Merode:Bass



 


 

 


 


 


 

 

THE MOFO PARTY BAND
The Call The Doctor! (2000),
Voodoo Dolls & Jungle Drums (2001)
The sound of The Mofo Party band (2005)


Website: www.mofopartyband.com
myspace.com
Email: mark@mofopartyband.com

 

The MoFo Party Band komt uit Fresno, California en wordt al sinds 1988 geleid door de broers John en Bill Clifton en brengt rasechte West-Coast Blues en Chicago Blues. Naast Bill (gitaar) en John (zang en mondharmonica) staan ook Jake Finney (staande bas) en Daniel Burt (drums) gemiddeld meer dan 150 keer per jaar op het podium. In 2005 kwam hun laatste CD,"The sound of The MoFo Party Band" uit, maar eigenlijk moet je The MoFo Party Band live aan het werk zien en vooral horen! Zij speelden op een heleboel festivals in de States zoals The Sonora Blues Festival, The San Francisco Blues Festival, The B.B. King Blues Festival tour, ... . Ze begeleidden Luther Tucker en deelden het podium met o.a.: blues legenden Bo Diddley, Robert Cray, Charlie Musselwhite, Los Lobos, Otis Rush, Little Charlie and the Night Cats, Tommy Castro en vele anderen. Ze stonden vorig jaar als afsluiter op het podium van Beersel en staan deze maand op het podium in Peer. "Dynamite stage show, fresh lively blues groovers,..." lezen we in persteksten. Dat bewijzen ze al vijf platen lang, maar vooral hun laatste CD's, "The Call The Doctor!" (2000), "Voodoo Dolls & Jungle Drums" (2001) en "The sound of The Mofo Party band" (2005) bevestigen in ieder geval alle lovende recensies. Vijf uitmuntende cd’s van deze sympathieke heren, maar deze laatste CD, "The sound of The Mofo Party band" trekt er nog eens een vette streep onder. MoFo Party Band trakteert z’n fans en sowieso iedereen die uitbundige Chicago blues genegen is op deze CD met een compleet nieuwe verzameling songs om "U" tegen te zeggen. Een mix van down & out stompin’ rhythms and outrageous swingin’ blues. Ongelooflijk uitbundige eigen werk dat in wezen zich met gemak kan meten met de beste cd’s van The Fabulous Thunderbirds, puike West-Coast Jump en Chicago blues gekoppelt aan rock ’n roll, jump en partymuziek. Wim Vermeijen heeft dit geweten want The MoFo Party Band behoort momenteel tot een van de hoogtepunten binnen het huidige aanbod van dit genre en staan daarom dit jaar op de affiche van BRBF Blues Peer. Met hun onweerstaanbare West-Coast Jump en Chicago blues mikken deze vier Californische heren resoluut op de dansspieren. Ze staan in de States dan ook bekend om hun opwindende live-act: hun muziek is namelijk feestmuziek bij uitstek. Zaterdag 14 juli zullen zij zeker en vast zorgen voor een stomende en een dorst- en dansverwekkende show ... zorg dat jij er bij bent! Niet te missen!