JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007
JOSH ROUSE - COUNTRY MOUSE, CITY HOUSE
PIETA BROWN - REMEMBER TE SUN
XAVIER RUDD - WHITE MOTH
THE GOURDS - NOBLE CREATURES
MARC FORD - WEARY AND WIRED
GARY MOORE - CLOSE AS YOU GET
JOHN WORT HANNAM - TWO-BIT SUIT
MOTHER SUPERIOR - THREE HEADED DOG
VANESSA PETERS & ICE CREAM ON MONDAYS - LITTLE FILMS
JASON PLUMB AND THE WILLING - BEAUTY IN THIS WORLD
JOSH
ROUSE
COUNTRY MOUSE, CITY HOUSE
Website: www.joshrouse.com
/ www.myspace.com/joshrouse
Label: Bedroom Classics / Nettwerk Records
www.nettwerk.com
Distributie: Munich Records / www.munichrecords.com
Vorig
jaar in de zomer bespraken we bij Rootstime het album “Subtitulo”
van de net naar Spanje verhuisde singer-songwriter Josh Rouse. Dat uitstekende
werkje kwam vooral tot stand in de roes van zijn verliefdheid op een Spaanse
schoonheid. En die is blijkbaar nog altijd niet over gegaan. Op zijn zevende
soloalbum “Country Mouse, City House” bezingt hij meerdere thema’s
zoals de dood, de liefde, de afzondering, de natuur, de godsdienst en het dromen.
De negen liedjes op deze CD werden allemaal opgenomen tijdens een 6 dagen durende
sessie in een Spaanse studio. Ze werden later in Nashville gemixt tot de versies
zoals ze nu op deze CD te horen zijn. De net 35-jarige Josh Rouse is blijkbaar
in zijn productieve hoogdagen want op zijn website kondigt hij meteen al een
volgende album aan dat reeds opgenomen is en begin volgende jaar zal uitgebracht
worden. Maar eerst komt hij tegen eind dit jaar nog naar Europa voor een tournee
doorheen de belangrijkste Europese steden. De in Nebraska geboren zanger bracht
zijn eerste werkje uit in 2000 en scoorde in 2001 meteen raak met “Under
Cold Blue Stars”, een pareltje voor de liefhebbers van het betere singer-songwriterswerk.
Vier jaar later viel hij weer in de prijzen met “Nashville” en vorig
jaar dus ook met “Subtitulo” dat op zijn eigen label Bedroom Classics
verscheen, net zoals dit “Country Mouse, City House”. De alt-country
en Americana-deuntjes op deze plaat behoren tot de categorie betere popsongs
en variëren van folk over jazz tot soft-rock. Opener “Sweetie”
is het levende bewijs dat Rouse nog altijd behoorlijk verliefd is op zijn Spaanse
furie. Het soulgetinte “Domesticated Lovers” gaat voort op de ingeslagen
weg. Tot het betere popwerk behoren “Nice To Fit In”, “Hollywood
Bass Player” en “Pilgrim”. Persoonlijk kan ik lekker wegdromen
op songs als “God, Please Let Me Go Back”, “London Bridges”
(swingt lekker) en de afsluiter “Snowy”. Nu nog wat zon, goed gezelschap
en een lekker flesje (Spaanse) witte wijn en de zomeravonden kunnen niet meer
stuk met “Country Mouse, City House” zachtjes door de speakers.
(valsam)

PIETA
BROWN
REMEMBER TE SUN
Website: www.pietabrown.com
myspace.com
Label: One Little Indian
www.indian.co.uk
Distr.: Bertus
www.bertus.com
Pieta
Brown is 'goe bezig' in de voetsporen van haar vader Greg Brown te treden. Vader
Greg heeft zijn dochter de folkmuziek met de paplepel in gegoten. Op haar platen
is dat dan ook goed hoorbaar. Pieta geeft daar haar eigen draai aan, en verwent
ons met liedjes die uitblinken in eenvoud en puurheid, maar bij meermaals beluisteren
een grote diepte prijsgeven. "Remember The Sun" opvolger van "In
The Cool" (2005), waarmee de Amerikaanse singer-songwriter reeds de nodige
aandacht wist te trekken, is haar vierde plaat en laat elf nieuwe songs van
eigen hand horen. Tijdens het laatste Blue Highways Festival konden we al kennismaken
met Pieta. Ze trad aan als begeleidster van echtgenoot Bo Ramsey, die haar op
zijn beurt ’s avonds in de Kleine Zaal terzijde stond. Ook op deze plaat
is Ramsey prominent aanwezig, als producer en gitarist, een plaat die een mix
van bluesy songs, folkliedjes en dromerige ballads bevat. Haar poëtische
teksten, muzikale eenvoud en verleidelijke puurheid klinken tegelijkertijd als
een kruising tussen The Carter Familie en Tom Waits. De zangeres heeft een verleidelijke
stem, waarmee ze met haar nonchalante, soms ordinaire wijze van zingen, al te
nadrukkelijk op Lucinda Williams probeert te lijken, al roept haar ijle stem
bovendien vergelijkingen op met Margo Timmins van de Cowboy Junkies. "Remember
The Sun" laat net als zijn voorganger songs met invloeden uit de folk,
blues, country en rock horen. Analoge toetsen, slidegitaar partijen en subtiele
effecten geven de songs een gelaagde sfeer. Luister maar eens naar "It’s
just As Well", "West Monroe" en "Are You Free?", tracks
waarmee ze zich presenteert als een volwaardig artieste, ééntje
die in muzikaal opzicht flink gegroeid is, ééntje van wie we hopelijk
nog meer zullen horen.

XAVIER
RUDD
WHITE MOTH
Website: www.xavierrudd.com
myspace.com
Email: info@xavierrudd.com
Label:Salt.X/Anti/Epitaph
www.anti.com
Distr.: PIAS / www.pias.be
VIDEO1
VIDEO2
VIDEO3
De
imposante eenmansband Xavier Rudd viert hoogtijdagen. Vorig jaar stond de Canadees-Australiër
op Rock Werchter en verblufde hij het publiek met zijn zang en instrumentarium
bestaande uit gitaar, didgeridoo, djembes en harmonica. Door de jaren heen heeft
Xavier Rudd internationaal een naam opgebouwd met zijn autonome, oprechte muzikale
stijl. Deze traditie zet hij verder met alweer zijn zevende album, "White
Moth", meteen ook de opvolger van het succesvolle debuutalbum "Solace"
(2004) dat in Australië goed was voor platinum en "Food in the Belly"
(2006), zijn debuut- en doorbraakalbum op het Anti-platenlabel. Singer-songwriter
en multi-instrumentalist Rudd is geboren in Australië en pendelt als professioneel
surfer de wereld rond met Canada als tweede thuisbasis. Het bijzondere is dat
Rudd als one-man band de wereld rondtourt. Hij is wat je noemt een solo artiest
pur sang: in zijn ééntje vormt hij een complete band. Met zijn
'band' zet hij een breed scala van stijlen neer, ergens tussen blues, funk,
pop en reggae. Door zijn typische gitaarspel vertoont zijn muziek sterke gelijkenissen
met 'coole' singer/songwriters zoals Jack Johnson, Donavon Frankenreiter, James
Blunt en Ben Harper. De ontspannen, organische vorm van muziek maken en opnemen
was een logische stap voor Xavier, die zijn naam letterlijk met handen en voeten
opbouwde. Op zijn nieuwe album, "White Moth", spreekt Rudd zich uit
tegen het beleid van de grondrechten van de Aboriginals in zijn land welke hebben
geleid tot een grootschalige verplaatsing en slechte behandeling van het inheemse
volk. Xavier en co-producer Dave Ogilvie (David Bowie, Marilyn Manson en N.E.R.D.)
namen het grootste deel van "White Moth" op in de bossen van British
Columbia’s Sunshine Coast in de studio van Gggarth Richardson, The Farm.
Xavier is dus behoorlijk begaan met het lot van de Aboriginals, hetgeen zorgt
voor nummers met zeegeluiden (inclusief meeuwen), junglegeluiden en zelfs de
zang van Aboriginals, een volk dat vastzit in Arnhem Land – ten noordoosten
van Australië’s Northern Territory – en op een aantal tracks
spelen leden van de gerespecteerd Aboriginal muziekgroep Yothu Yindi mee. Deze
aboriginalzang springt het meest in het oor in de nummers "Message Stick"
en "Whispers". Maar Rudd is er in geslaagd met een mengelmoes van
stijlen en invloeden een coherent en verfrissend geheel te brouwen, want naast
deze folksongs horen we ook reggae in "Twist" en "Come Let Go",
songs die zo uit de backcatalogus van Bob Marley lijken gewandeld. "Stargaze"
en "Footprint" zijn regelrechte uppercuts: hitpotentie popsongs. Kortweg:
"White Moth" is een indrukwekkend werkstuk geworden, mede door het
verhaal eromheen. Rudd bouwt zijn nummers zodanig op dat je je gewillig laat
meedrijven in de sfeer van vaagheid en zweverigheid. Zijn lichtjes hese stem
doorbreekt de trance van de didgeridoo op tijd en stond. Aan alles is te horen
dat het hier een getalenteerd muzikant betreft. Echte diepgang moet je in de
songs niet zoeken, maar wel prettig voor het gehoor, en ... de zomerse sfeer
is in "White Moth" zeker te vinden.
Je kunt Xavier live meemaken op 18 september 2007 in AB, Brussel

THE
GOURDS
NOBLE CREATURES
Website: www.thegourds.com
Label : Yep Roc Records
www.yeproc.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com
Het sympathieke Texaanse combo The Gourds verblijdt ons jaarlijks met een fijne portie Americana die ook dit keer heerlijk fris uitpakt. Met hun mengeling van country, tex mex, folk, gospel en rock weten ze al tien platen te boeien zonder zich werkelijk te vernieuwen in hun vijftien jarig bestaan. Dat vinden wij dan ook niet nodig als je keer op keer een dergelijke aanstekelijke mix weet te maken van deze traditionele genres. Als vanouds is het nieuwe album "Noble Creatures" lekker los opgenomen en weet men met een kale muzikale begeleiding en een behoorlijk vrijblijvende samenzang het groepsgeluid uit te buiten. Werd u zoals mezelf ook de vorige jaren zo verrast door sympathieke albums als "Bolsa de Agua", "Cow Fish Fowl or Pig" (2002), "Blood of the Ram" (2005) of hun voorganger "Heavy Ornamentals" (2006)? Zo ja dan kunt u nu stoppen met lezen en "Noble Creatures" blind aanschaffen, want het is weer een heel fijn plaatje geworden. De songs worden per cd steeds iets sterker terwijl het scala emoties zich uitbreidt. The Gourds weten zowel de vrolijke als de droevige kant van het leven in hun teksten te verwerken en weten met hun verhalende teksten telkens weer te boeien. Na al die jaren maken de Gourds namelijk nog steeds mooie liedjes, die op deze plaat meermaals laten denken aan The Band, maar hier wel degelijk geschreven zijn door Kevin Russell en Jimmy Smith. Het levert ons wel fraaie tracks op als het soulvolle ingehouden "Promenade" en de honky-tonkende swamp ballade "Moon Gone Down". Als uitschieters horen we op deze prachtige plaat: de aanstekelijke opener "How Will You Shine?", een typische Gourds-song "Flavor On The Tongue" en het timide juweeltje "Steeple Full Of Swallows", dat het bevriende the Damnations vijf jaar eerder al opnam. Meer naar het einde toe komt de vertrouwde accordeon weer vaker opspelen bij cajun-kraker "Cranky Mulatto" en het rockende "All In The Pack". Zelf claimen ze muziek te maken voor de 'unwashed and well read' een benaming die eigenlijk niet beter kan. Bijvoorbeeld de stuwende accordeon in deze laatse nummers maken de tracks onmiskenbaar van The Gourds. Zolang de band nog dergelijke vooruitgang blijft boeken is hun bestaansrecht nog buitengewoon op zijn plaats. The Gourds grossieren in prettige countryrock die tijdens de komende lente heerlijk zal wegluisteren. Want geliefd zijn The Gourds nog steeds in de Lage Landen en met de release van deze nieuwe plaat zal daar weinig verandering in brengen, behalve dan misschien dat nog meer mensen zich zullen aansluiten bij de groep Gourds liefhebbers. "Noble Creatures" is wederom een heerlijke mix van blues-folk-tex-mex-cajun-zydeco-countryrock. Zoals we gewend zijn met de unieke Gourds samenzang, grom en gil, en de heerlijke instrumentatie van gitaren, mandoline, banjo, dobro, accordeon, fiddles en percussie in de ruimste zin van het woord. The Gourds hebben met deze plaat weer een interessant hoofdstuk aan hun toch al aanzienlijke oeuvre toegevoegd.

MARC
FORD
WEARY AND WIRED
Website: www.marcford.web
myspace
Label: Provogue
www.provoguerecords.com
/ www.mascotrecords.com
VIDEO1
VIDEO2
Marc
Ford begon zijn carrière met zijn eigen bluesrock formatie “Burnin’
Tree”, maar deze groep verdween vlug onopvallend tussen het grote aanbod.
Zijn doorbraak kwam echter in de jaren negentig toen hij gitarist werd van de
legendarische Black Crowes. Raar genoeg werd hij plots bij deze band ontslagen
wegens drugsproblemen, terwijl zijn verblijf in deze groep net aan de basis
lag van zijn problemen. Hij kickte af en werd later opgepikt door Lucinda Williams,
die hem een platencontract bezorgde en een plaats in haar voorprogramma tijdens
haar wereldtournee van 2001, maar weer sloeg het noodlot toe, de deal met de
platenfirma ging niet door, deze keer wegens ontslag van de persoon die hem
wou tekenen, en dus door het ontbreken van financiele hulp bij de tournee, ging
ook de plaats als voorprogramma verloren. Terug naar af dus. Marc speelt vanaf
dan regelmatig met Gov’t Mule en ook met een nevenproject van Gov’t
mule, de bluestributeband van Pink Floyd, “Blue Floyd”. Daarna nam
hij een eerste eigen soloplaat op met hulp van bekende vrienden:” It’s
About Time”. Een van die bekende vrienden is Ben Harper, en het is ook
Ben die vraagt om een van The Innocent Criminals te worden, de groep die hem
gedurende anderhalf jaar op tournee zal begeleiden, op de cd die hiervan verscheen
horen we Marc dan ook regelmatig aan het werk. Maar de Crowes doen een reunie
en Ford is gevraagd om mee te doen, hij toert een dik jaar met de band en besluit
dan plots, net voor de laatste reeks van optredens van start gaan, de band te
verlaten, omdat het gevaar om terug een drug-addict te worden te groot is. En
nu is er dan de tweede soloplaat “Weary and Wired” waarop we een
Marc Ford horen die back to his roots gaat. Letterlijk en figuurlijk:The roots
of Burnin’Tree. Samen met deze jongens van het eerste uur neemt hij deze
cd op, en het klikte wonderwel. Hier en daar horen we nog wat dat aan de Crowes
herinnert, maar net zoals op zijn eerste soloplaat is er behoorlijk wat Neil
Young (Dirty girl/Smoke signals) en Tom Petty invloed (Medicine Time). Mooiste
nummers naar mijn mening op deze cd zijn het instrumentale southern rocknummer
“Greazy Chicken” en de Willie Dixon blues “Same Thing”
met zijn aparte, vette gitaar. Sublieme bluesy southern rock in een knap modern
jasje, deze “Weary and Wired” van Marc Ford!
(RON)

GARY
MOORE
CLOSE AS YOU GET
Website: www.gary-moore.com
Email: info@gary-moore.com
Label : Eagle records
www.eagle-rock.com
Distr.: PIAS
www.pias.be
Gary
Moore draait erg lang mee en heeft in de loop van zijn carrière nog wel
eens gewisseld van stijl. Wie weet niet meer dat Moore van de ene op de andere
dag het licht gezien had en alleen nog maar blues zou gaan maken. In een carrière
die begon in de jaren zestig heeft hij gespeeld in vele bands waaronder Thin
Lizzy, Colosseum II en Skid Row en daarnaast heeft hij een solocarrière.
In 1973 bracht Gary zijn eerste soloalbum uit als de Gary Moore Band. In 1979
startte hij, met hulp van Phil Lynott, een nieuwe solocarrière. De combinatie
van Gary's gitaarspel en Phil's stem leverden de single "Parissienne Walkways"
(van het album "Back On The Streets") op dat in april 1979 de Britse
top-tien haalde. Na een serie stevige rock albums keerde Gary terug naar de
blues met het album "Still Got the Blues", met daarop bijdragen van
B.B. King, Albert King en Albert Collins. Dit album was een geweldig succes.
Gary bleef bij de blues tot 1997, toen hij besloot te gaan experimenteren met
moderne dance-beats in "Dark Days In Paradise". Dit zette vele fans,
en ook de muziek-pers, danig op het verkeerde been. Maar met het album "Back
to the Blues" keerde Gary uiteindelijk (gelukkig!) terug op het vertrouwde
blues-stramien. De levende bluesrocklegende zit nu in een wel zeer productieve
fase. Sinds 2004 brengt hij elk jaar een nieuw album ter wereld. In 2004 was
dat het rauwe "Power of the Blues", in 2005 kwam hij met de dvd "Gary
Moore and Friends, One Night in Dublin, a Tribute tot Phil Lynott" en vorig
jaar met "Old New Ballads Blues". Moore heeft vast gemerkt dat zijn
bluesplaten beter verkochten, want hij trakteert ons opnieuw met een prachtig
studioalbum: "Close As You Get". Ook op deze plaat staat een mix van
eigen werk en geleende nummers van Chuck Berry ("Thirty Days"), John
Mayall ("Have You Heard"), Royce Swain ("Evenin'") en Son
House ("Sundown"). Hij heeft er zelfs twee van Sonny Boy Williamson
gecoverd: "Eyesight to the Blind" en "Checking up on my Baby".
Moore heeft vijf eigen nummers geschreven waarvan het ruige nummer "If
The Devil Made Whisky" mij het meest aanspreekt. Vanaf de eerste noot van
deze opener weten we ommiddelijk dat we met de bluesy Moore te maken hebben
en dat bevalt me eerlijk gezegd best en wie verder goed luistert zal echter
ook hier door hebben dat Moore fantastisch gitaarwerk aflevert. Op "Eyesight
Of The Blind" toont Moore op z’n best als geëngageerd en kundig
bluesmusicus. Een song die je door de bluesziel snijdt. Bijgestaan door zijn
zeer ingetogen spelende – en daarmee onherkenbare – voormalige Thin
Lizzy-maatje Brian Downey achter de drums, bevat deze cd de bluesrock waar Moore
de afgelopen decennia veel succes mee had. "Close As You Get" borduurt
gewoon voort op "Old New Ballads Blues", hij mixt eigen werk met materiaal
van anderen en dat pakt opnieuw goed uit en zelfs het afsluitende meer dan zeven
minuten durende akoestische "Sundown" van Son House verveelt geen
moment.


JOHN
WORT HANNAM
TWO-BIT SUIT
Website: www.johnworthannam.com
Info: myspace
Label : Black Hen Music
www.blackhenmusic.com
Mocht
er in het muziekwereldje zoiets bestaan als het wereldkampioenschap voor constructeurs
in het Formule 1 gebeuren dan zou het Canadese record label Black Hen Music
er beslist als een bolide met de palm van doorgaan. Ondermeer Cara Luft, Jim
Byrnes, Jenny Whitely, Linda Mc Crae, Old Man Luedecke lieten zich onlangs veelvuldig,
en niet onbelanrijk, in erg gunstige zin opmerken. Een dikke proficiat voor
het levenswerk van Steve & Alice Dawson en met het aan de haak slaan van
singer/songwriter John Wort Hannam heeft Black Hen Music opnieuw een geslaagde
transfer gedaan. "This remarkable prairie troubadour" won onlangs
het prestigieuze Kerrville Folk Festival en is met zijn derde album "Two
- Bit Suit" aan zijn debuut toe bij Black Hen. Met zijn "blue collar
roots music" oftewel liedjes uit het leven gegrepen is de link met zijn
landgenoot Gordon Lightfoot erg vanzelfsprekend. Ondermeer met het schitterende
maar o zo pijnlijke "Black as Coal" weet John Wort Hannam deze jongen,
zoon van een mijnwerker die overleed aan de verschrikkelijke gevolgen van stoflongen,
onmiddelijk te overdonderen. Het relaas van de zoveelste jongeman die tussen
vier planken en onder de nationale vlag naar huis wordt gebracht ("Infantryman")
haalt tegenwoordig niet meer de hoofdpagina in de krant maar het blijft wel
een dagelijks gebeuren. De oplossingen voor een heilzame vrede blijken hoe langer
hoe meer een utopie te blijken. John Wort Hannam behoort ongetwijfeld tot een
van de betere folk & Americana singer/songwriters en het moet een plezier
zijn om de man eens live aan het werk te zien .....
"John Wort Hannam's songs are like the storytelling of old times. He
sings of the triumphs and hardships of those people who continue to work with
their hands, small towns and those people with the courage to stay in them,
those with the courage to leave them and those with the courage to return. His
songs understand the gut of personal emotion, the struggle to scrape by, the
working class, and the desire for the way things used to be."

MOTHER
SUPERIOR
THREE HEADED DOG
Website: www.mother-superior.com
www.myspace
Mail: info@rosarecords.nl
Label: Rosa Records
www.rosarecords.nl
Distr. : Sonic Rendezvous
www.sonicrendezvous.com
Hardrock-popmuziek
uit Los Angeles. Met z'n drieën zorgen de heren van Mother Superior voor
stevige gitaarpopsongs. Jim Wilson zingt/schreeuwt, Marcus Blake speelt op bas
en drummer Matt Tecu slaat zijn stokken stuk tijdens het spelen van de meeste
van de 18 songs op “Three Headed Dog”. Hun muziek is een mix van
blues, soul en recht-voor-de-raapse rock’n’roll. Ze speelden enkele
jaren geleden allen samen met punkrocker Henry Rollins en ze mogen mensen als
Iggy Pop en Daniel Lanois bij hun vriendenkring voegen. Andere grote namen waar
Mother Superior reeds mee kon samenwerken zijn Alice Cooper, Meat Loaf, Emmylou
Harris en Queens of the Stone Age. Daniel Lanois speelt overigens vlijtig pedal
steel mee op het nummer “Let It Go” waarvoor hij ook nog de backing
vocals voor zijn rekening neemt. Deze CD werd in 3 opnames live geregistreerd
en nadien lichtjes bijgeschaafd in de studio. De punkrock van Mother Superior
wordt soms afgewisseld met wat rustigere countryrock maar de meerderheid van
de songs worden op een bijzonder luide wijze gebracht. De scherpe gitaarriffs
flirten constant met de rode zones op de geluidsdisplay. Dat hoeft daarom echter
zeker niet storend te zijn. “Wake Up Call”, “I’m Obsessed”,
“Beg Borrow Steal” “Stealing My Shadow”en “How
Did You Know” zijn best aardige songs en doen soms herinneringen opwellen
aan legendarische popgroepen als Led Zeppelin en The Who. Hun muziek is dan
ook uitgeroepen als de ideale soundtrack bij de lange motortrips van de Harley
Davidson-bikers in de Verenigde Staten. Zelf slagen Mother Superior er in om
telkens weer een versnelling hoger te schakelen en nog wat steviger tot op topsnelheid
te rocken. “Three Headed Dog” is de negende en allicht ook de beste
CD van deze rockband. De groep heeft een stevige live-reputatie, reist de hele
wereld rond en speelt gemiddeld zo’n 150 optredens per jaar. De beste
songs op dit album zijn volgens mij “Let It Go” en afsluiter “Standing
Still”, een nummer dat helemaal uit de toon van deze CD valt omdat het
een regelrechte country-ballad is. Maar tegelijkertijd laat Jim Wilson horen
dat hij – ondanks het roepen, tieren en schreeuwen tijdens de vele optredens
– toch nog steeds over een mooie stem beschikt die zo’n ballad volledig
tot zijn recht laat komen. In mei en juni toerden de drie heren doorheen Europa
en speelden ze voor volle zalen. Voor de fans van het wat hardere werk is dit
album misschien een eerste aanzet om deze Amerikaanse topband wat beter te leren
kennen.
(valsam)


VANESSA
PETERS & ICE CREAM ON MONDAYS
LITTLE FILMS
www.vanessapeters.com
myspace.com
Email: info@vanessapeters.com
Info: Peter Holmstedt, Hemifran- www.hemifran.com
cdbaby
VIDEO1
VIDEO2
VIDEO3
"Voted as one of the top 10 folk artists in Austin, Vanessa Peters is already well known in her home state of Texas - and judging by the relentless touring schedule she keeps, it seems that she is trying to make a name for herself in the rest of the world as well."
De
Amerikaanse singer-songwriter Vanessa Peters raakte in het jaar 2003 vooral
in de VS een gevoelige snaar met haar debuutalbum "Sparkler". De muziekstijl
op deze plaat deed denken aan de rustige nummers van Aimee Mann. Ook doet Vanessa
Peters denken aan een hier in Europa minder bekende Amerikaanse singer-songwriter:
Patti Griffin. Ze eindigde dat jaar meteen hoog bij een aantal awards, zoals
"Best Folk Musicians 2003". Anderen vergeleken haar destijds met Suzanne
Vega. Op haar volgende plaat "Thin Thread" (2004) was die invloed
een stuk minder, al sijpelde het er nog wel een beetje doorheen. Een andere
naam die opkwam bij het beluisteren is Ani DiFranco, maar ook dat is vrij marginaal.
Peters, die een deel van het jaar woonachtig is in Italië (Castiglion Fiorentino),
nam "Thin Thread" op met een Italiaanse crew, Ice Cream On Mondays
genaamd, bestaande uit Manuel Schicchi (gitaren, harmony vocals), Alberto Serafini
(drums) en Gabriele Galimberti of Juri DeLuca (bas gitaar). Dat betekende dat
Peters erin geslaagd was op dit album een wat ander geluid te laten horen en
dat was bepaald niet onaardig. Nu verscheen vorig jaar "Blackout",
een akoestisce EP dat terug veel deed denken aan Patty Griffin’s vroege
werk en het album "Little Films" wederom begeleid door haar Italiaanse
bandleden. Dit waren dan ook respectievelijk haar vierde en vijfde album. "Little
Films" bestaat weer uit een mooie verzameling luisterliedjes met inhoud,
13 liedjes die als filmverhalen worden gebracht, maar in werkelijkheid het echte
leven betreffen. Ingetogen mijmeringen, maar ook bescheiden rockers en dat dan
van hoog niveau. "Little Films" opent met het vrolijke live-favoriete
titeltrack. Hierna volgen nog twaalf andere, merendeels rustige liedjes die
stuk voor stuk meer dan aangenaam in het gehoor liggen. Luister maar eens naar
de rustgevende nummers "Anti-Hero" en "Fireworks" of het
al even fraaie "Never Been Good". Dit is een nummer met een zeer mooie
melodie die je niet uit je hoofd krijgt, dus o zo radiovriendelijk! Eigenlijk
heeft het niet veel zin om bepaalde liedjes er extra uit te lichten: er staan
namelijk alleen maar mooie liedjes op "Little Films". Conclusie: een
prachtplaat en een absolute aanrader voor wie smelt bij Aimee Mann, Sarah Harmer,
Beth Orton of de hier helaas vrij onbekende Jonatha Brooke ... dat soort vertederende
stemmen met een uitgesproken mening!
Als je houdt van rootsy singer/songwriters met een folky twist, dan zou ik je zeker aanraden om eens te gaan kijken bij een van de optredens in Nederland:
Oct 18 2007 - 'skek - Amsterdam
Oct 23 2007 - Cafe Camelot - Nijmegen
Oct 26 2007 - Groot Cafe Janssen en Janssen - Veendam
Oct 28 2007 - KHL - Amsterdam

JASON
PLUMB AND THE WILLING
BEAUTY IN THIS WORLD
Website: www.jasonplumb.com
/ Email: jason@jasonplumb.com
Label: Soccer Mom Records / www.soccermomrecords.com
Distr.: MapleMusic Recordings / www.maplemusic.com
Info: Peter Holmstedt, Hemifran- www.hemifran.com
VIDEO1
VIDEO2
VIDEO3
Je moest eens weten hoeveel mailtjes van hier volstrekt onbekende buitenlandse acts wij krijgen of ze een cd-tje mogen sturen om besproken te worden op Rootstime. Dat mag natuurlijk altijd, melden wij dan braaf terug. Wij zien het namelijk als onze plicht om mooie dingen voor onze lezertjes op te speuren en dit is een relatief eenvoudige manier om dat te doen. Na zo'n positief mailtje onzerzijds volgt er alleen meestal subiet een mailtje waarin de vraag gesteld wordt of we dan ook optredens voor ze kunnen regelen in Belgie en Nederland. Nee, natuurlijk kunnen we dat niet, deze site draaiende houden kost al genoeg tijd en er moet ook nog gewerkt en geslapen worden. Heel af en toe echter zijn er slimmere artiesten. Die hebben hun optredens al geregeld en vragen ons dan of we aandacht willen besteden aan hun cd en de gigs er bij te vermelden, zoals de hierboven besproken cd van Vanessa Peters. Het is vast niet toevallig dat dit vaak ook de artiesten zijn die meer de moeite waard zijn dan hen die graag zien dat jij optredens voor hen regelt. Jason Plumb and The Willing valt in de categorie artiesten die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Iedere vrijdag en zaterdagavond doen ze non-stop optredens. Okay, het zijn allemaal kleine podia en vaak in cafe's waar ze optreden, maar ze hebben het wel geregeld. Dan zijn er van die artiesten waar je je om de één of andere reden nooit echt in hebt verdiept. The Waltons is voor mij zo’n geval. Deze Canadezen heb ik altijd afgedaan als een ‘behaagzieke' prairie pop band, net iets te fris, maar in wezen nogal flauw. Ik vond het niet nodig om ook werkelijk eens te luisteren. Dus is het goed dat er dan zomaar een cd op de deurmat valt van Jason Plumb and The Willing waarover je eigenlijk best enthousiast bent. Want deze Plumb, de leadzanger en songwriter, bracht met zijn Waltons in de periode 89 - 2001, zes albums op de markt, gevolgd in 2004 met zijn soloalbum "Under and Over" (Maple Music), opgenomen in Toronto met producer Ed Robertson (Barenaked Ladies), en zijn Ottawa pop band. Met dit debuut behoorde Jason Plumb and The Willing ruim drie jaar geleden tot de smaakmakers van de indie scène. Niet zozeer vanwege hun muzikale inspiratiebronnen, wel vanwege een serie volstrekt onweerstaanbare popliedjes. Aanstekelijke popliedjes die je direct kon meezingen, maar die ook nog eens verrassend lang houdbaar bleken. In de aanloop naar de altijd moeilijk tweede cd experimenteerde de band voorzichtig met een net wat ander geluid, maar "Beauty In This World" sluit gelukkig weer naadloos aan op het bewierookte debuut. Wederom geen plaat die goed is voor de originaliteitsprijs, maar wat klinkt het allemaal weer lekker. Popliedjes waarin alles klopt, popliedjes waarin de Canadezen je mee terugnemen naar de echte traditie van songwriting en de goed geproduceerde albums van de '70 jaren, maar ook de eigen thuisbasis wordt gelukkig niet vergeten. Zingen kunnen ze in ieder geval, Jason Plumb and The Willing, die in geval u het niet mocht weten uit zes heren bestaat, zijnde de leadzanger Jason Plumb (gitaren , piano) en de andere vocals van Gord Smith (bas), Cody Gamracy (gitaar), Dan Silljer (gitaar), Jeff Mcleod (piano, Hammond, bas) en Mike Thompson (drums). Het zijn allen prijsnummers met fraaie tempowisselingen die van “Beauty In This World” een prima popalbum maken. Gewoon weer een hele lekkere plaat. Niets meer maar ook zeker niets minder.