ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007

APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007


INNES SIBUN - TAILDRAGGER

DEVON ALLMAN'S HONEYTRIBE - TORCH

DOUG PLOSS - COWGIRL TATTOO

PAWNSHOP ROSES - LET IT ROLL

PAUL DESLAURIERS - RIPPING INTO RED

GATORBAIT - NOT IF BUT WHEN

MO INDIGO - THE BLUES INSIDE

EL HIJO - LAS OTRAS VIDAS

RYAN ADAMS - EASY TIGER

JOHN MAYALL AND THE BLUESBREAKERS - IN THE PALACE OF THE KING



INNES SIBUN
TAILDRAGGER
Website www.innessibun.com
myspace.com
Label:Pepper-Cake
Distr: Zyx Music GMBH
www.zyxmusic.de/zyx@cuci.nl
VIDEO1 VIDEO2

 

Dit is op het Pepper-cake label reeds de tweede cd van Innes Sibun, na het sterke “Farmhouse Boogie” zet hij toch weer een stap vooruit in de goeie richting. Echt jong kan de langharige Innes niet meer zijn, want zijn dochter Amy speelt op een nummer (I’ll Never Love Again) ook gitaar. Zijn naambekendheid kreeg Innes reeds in 1993, toen hij de gitarist was van Robert Plant tijdens diens tournees. Wat Innes onderscheidt van veel van zijn bluesrock collega's is dat hij ook ruimte laat voor het rustige en meer traditionele werk, en daarin ligt ook het verschil tussen de labels Pepper-Cake en bijvoorbeeld Provogue. Dit laatste is meer een label voor de die-hard bluesrock liefhebber, terwijl Pepper-Cake ons gitaristen laat horen die naast een portie bluesrock ook het meer traditionele werk niet schuwen. Dit levert mijns inziens een boeiender totaalproduct op dan de recht-toe, recht-aan rock-blues cd’s zoals we er veel toegestuurd krijgen. De echte liefhebbers van het hardere werk zullen deze Taildragger dan weer te soft vinden, tja, smaken verschillen nu eenmaal. Innes verdeelt het echter netjes, en tussen de 12 songs, waarvan 10 eigen composities, zitten een aantal rustige song. Laat ons even de songs doorlopen. We beginnen met een van de twee covers op deze schijf, een shuffle versie van “It Takes Time” van Otis Rush, met een mooie saxsolo van Johnny Haygreen. Het daarop volgende “I Don’t Get Fooled By Tears” met een Fabulous Thunderbirds ritme en swampy gitaargeluid gaat over in de rustige gevoelsvolle ballad “I’ll Never Love Again” waarin Amy haar vader bijstaat op akoestische gitaar. De mooie wah-wah gitaar in het eveneens rustige “I want You Back” heeft iets Hendrix achtigs, en Innes’ stem is hier opperbest, een gruizige stem die in andere nummers een beetje aan Dr John doet denken. Verder gaan we met een prachtige uitvoering van de overbekende slow-blues “As The Years Go Passing By” waarin Innes niet alleen met veel gevoel, bijna wenend en fluisterend zingt, maar ook zijn ziel legt in het gitaarwerk. Bijna zeven minuten van pure 12 - maten emotie. Afwisseling moet zijn, daarom vliegen we er vervolgens in met “Don’t Stop Believing” een boogie met Hooker ritme's en een Hammond die tegen het einde gaat dueleren met Innes gitaar, het lijkt wel een live concert in de studio. We schakelen weer enkele versnellingen lager voor het droevige, aan zijn andere dochter opgedragen “I Miss You” (Daisy’s Song), waarin hij zijn spijt uitdrukt zoveel afwezig te zijn. Het kortere “Southbound Train” is een akoestische uitstap met mandoline, die wat doet denken aan het bekende “Goin To My Hometown” van Rory Gallagher. Pure langzame blues krijgen we daarna te horen met “Sweet Disposition”, een nummer van het soort waarmee Gary Moore de centjes verdiend heeft. Als afsluiter een nummer dat bewijst dat de cd vol afwisseling zit, het tussen blues en rock ’n roll zwevende “300 Miles Away”. Als verrassing is er dan nog de bonus track “Friars Boogie” een kortere boogie woogie uitstap, met in de hoofdrol natuurlijk pianist Blackmore, terwijl Innes op de achtergrond een shuffle ritme als basis legt en op ’t einde in echte Alvin Lee stijl een snelle solo brengt. Voor de liefhebbers van bluesrock met afwisseling is dit de gedroomde aankoop!
(RON)



DEVON ALLMAN'S HONEYTRIBE
TORCH
Website: www.honeytribe.com
www.myspace.com/honeytribe
Label: Provogue Records
info@provoguerecords.com
Mascot Records.com
Distr.: Bertus
VIDEO1 VIDEO2

 

 

Devon Allman: je hoeft alleen de familienaam maar te noemen en meteen gaan er allerlei bellen aan het rinkelen. Gregg Allman mag zich dan weliswaar niet met de opvoeding van zijn zoon hebben bemoeid, maar het zaad heeft zijn werk gedaan. Want met zo'n naam heb je een hoop waar te maken, maar Devon gaat de strijd met verve aan. Maar tevens heeft hij ook zijn geweldige gitaarspel van uncle Duane mee gekregen. "Torch", hun debuutalbum is co-produced door Allman en Pete Matthews (Paul Simon, N. Mississippi All Stars) en is opgenomen in de legendarische Ardent Studios in Memphis, TN. zoals in de Allman traditie. Er staan tien nummers op deze CD waaronder een cover van Bob Marley, te weten "No Woman, No Cry", waarvan ze een prachtige ballad hebben gemaakt. "Torch", de titeltrack, is het eerste nummer waarmee de CD begint en zet duidelijk de toon aan van wat er nog meer aan muziek zal komen gaan. Uitstekende bluesrock, met hier en daar wat soul invloeden. In het nummer "Why You Wanna Bring Me Down" knalt Devon letterlijk en figuurlijk de pannen van het dak af. Als deze jongen met zijn maten van Honeytribe zo de haan van de kerk spelen middels melodieuze en vooral groovende Southern Rock, dan zien wij een mooie bluestoekomst voor hun tegemoet. Dat hij ook het rustige werk niet schuwt hoor je op de instrumental "Mahalo" en het bitterzoete "When I Call Home". Op de rest van de cd val je van het ene uiterste in het andere. Devon heeft een krachtig stemgeluid maar brengt zijn songs met passie en stijl. Devon Allman wordt op deze cd bijgestaan door stuk voor stuk klasse muzikanten, een band die naast Allman (lead vocals, lead gitaar) zelf bestaat uit George Potsos (bas), Jack Kirkner (keyboards/B3) en Mark Oyarzabal (drums/vocals). Ook multi muzikaal genie Pedro Arevalo (Dickey Betts) verleende zijn medewerking om dit album tot stand te brengen, en dit kon alleen het luisterplezier maar verhogen. Prachtig debuut!

 



 

 

DOUG PLOSS
COWGIRL TATTOO
Website: www.dougploss.com
myspace.com
Info: Doug@dougploss.com
Label: Fertile Ground Records
cdbaby.com

 

 

Schijn bedriegt en Doug Ploss lijkt mij daar een prima voorbeeld van. Op het eerste zicht een stevige bonk in het bezit van een stel schouders en armen die zonder moeite een boom kunnen verzetten, getooid met een tattoo die wellicht in een dronken bui tot stand kwam en gekleed in een mouwloos t -shirt en versleten jeans ... ongetwijfeld het beeld van een ruige rocker waarvoor je een ommetje maakt. Het ruige uiterlijk is er nog steeds maar Doug koos ondertussen voor een rustig leventje als huisvader die inmiddels "the Lord" tegen het lijf liep en de inspiratie voor zijn songs momenteel niet meer in het losbandige leven "on the road" zoekt maar in meer spirituele beslommeringen. Ach ieder zijn ding en zolang je er niemand lastig meevalt (...goed in de oortjes knopen Jehova's getuigen!) hebben wij daar geen enkele moeite mee. Bovendien wordt het geheel nog verpakt in een leuk country jasje dat achtereenvolgens kan aangetrokken worden door Buddy Miller met de opener "Ain't no Grave" en "The Valley", Waylon Jennings ("Under the Radar"), Hank Williams Jr. ("The Bag it Came in"), J. Cash ("Nice Steak, Not Mine"). Natuurlijk zijn de traditional "Come Thou Fount" en de Carter/Kilgore klassieker "Ring of Fire" ook van de partij en laat Ploss zijn voorliefde voor een ferme streep bluegrass/western swing weerspiegelen in de prima deuntjes "Good Looker" en "Wayward Son". Met Doug Ploss beschikt het countrywereldje over een aangename vertegenwoordiger die van alle markten thuis is en dan ook zijn album "Cowgirl Tattoo" terecht door Radio Beverwijk zag bekroond worden als "Cd of the Month July '07" (www.countryspecial.com)


PAWNSHOP ROSES
LET IT ROLL
Website: www.pawnshoproses.com
myspace.com
Mail: band@pawnshoproses.com
Label: Earvolution Records
www.earvolution.com

 

Americana rocksongs uit de betere clubs in Philiadelphia. Dat zou de korte omschrijving van de 10 songs op “Let It Roll” van the Pawnshop Roses kunnen zijn. Producer Pete Donnelly - bekend van zijn werk met Graham Parker, Amos Lee en G Love - trok met deze 4 kerels de studio in om er enkele weken later pas terug uit te komen met hun eerste full-CD. Er werd ook wat hulp geboden bij enkele arrangementen door alt-countryartiest Tom Gillam en door pianist John Savannah, die we kennen van bij Van Morrison, Squeeze en Joe Cocker. Eind juli volgt de officiële internationale release van het album en de heren hopen hierbij op voldoende erkenning om een Europese tournee mogelijk te maken. De meeste songs op dit schijfje zijn van de hand van zanger Paul Keen. De inspiratie voor de nummers werd gevonden in ouder seventies-werk van groepen als Humble Pie, the Rolling Stones en the Band. De gitaren zijn overvloedig aanwezig in de rocksongs, maar af en toe komen er ook country-invloeden om de hoek kijken zoals in “It Gets So Hard” en er is zelfs een niet te versmaden romantische ballad “Brown Eyes”. “Seasons Blues” begint rustig maar groeit daarna uit tot een popsong in de stijl van Led Zeppelin. The Stones en ook Tom Petty klinken dan weer zeer herkenbaar doorheen de openingstrack “Here We Go” en ook al bij “The Life We Lead” en “You Got Me”, allen melodieuze poprocksongs die zonder veel problemen aan de nodige airplay zouden moeten geraken. Voor “All The Way Down” werden de gitaren opgeborgen en concentreerde de groep zich op eenvoudig pianospel en de mooie stem van Paul Keen. Dat is dan ook voor ondergetekende de beste song van “Let It Roll”. Maar tegelijkertijd dient gezegd dat er geen enkele zwakke nummer op deze debuut-CD staat en dat is heden ten dage toch een verdienste te noemen. Wij zijn alvast benieuwd of Pawnshop Roses zal kunnen bevestigen met een altijd moeilijke tweede plaat. In afwachting daarvan zullen we met veel plezier luisteren naar deze “Let It Roll”.
(valsam)



PAUL DESLAURIERS
RIPPING INTO RED
Website: www.paul-d.ca
E-mail: zeb@vl.videotron.ca
myspace.com
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/deslauriers2
VIDEO

 

Ik heb het al eerder gezegd: the blues is alive and kickin' in Canada. Deze Paul Deslauriers uit de omgeving van Quebec, trok naar Montreal om "Ripping Into Red" in te blikken. Paul is bekend als oprichter van de bekendste bluesband die Canada ooit had, "Black Cat Bone". Sinds een aantal jarenwerkt hij ook samen met blueszangeres Dawn Tyler en heeft hij de gelegenheidsband "Guitar Explosion" samen met Trevor Finlay, en daarenboven zijn eigen Paul Deslauriers Band. Tussen de special guests musicians die op deze plaat meedoen, vinden we vanzelfsprekend de voortreffelijke Trevor Finlay op gitaar (zie blikvangers cd's) maar eveneens de Indische Anwar Khursid op vocals en sitar, wat aangeeft dat het hier allesbehalve om een doordeweekse 12 maten blues-cd gaat. Begint de cd aanvankelijk nogal rockerig in de drie eerste songs met Brian Adams getinte songs, dan krijgen we de eerste bluestonen in "Steady Rollin' Man" van R.Johnson, hoewel in een heavy bluesrock versie. De mooie (bluesy) bewerking van de Beatle song "Strawberry Fields" is een eerste rustpunt in deze productie, denk je, tot naar het einde toe de titel van de cd weer waargemaakt wordt en Paul goes "Ripping Into Red" voor de zoveelste maal! Toch is dit een van de mooiste beatle covers die ik ooit hoorde. In "Born Again" houdt hij het dan toch betrekkelijk rustig. Met de hulp van Anwar Khurshid krijgen we vervolgens wat Indische sfeer in "This State of Grace". De mooiste songs en de echte blues lijkt wel voor het einde bewaard, want "Death Bed" is een mooi gezongen akoestische ballade met Paul op dobro. Ook "There You Are" is een mooie rustige song met veel gevoel gebracht, en dan komen de beste songs aan beurt om de boel af te sluiten, het van Bruce Cockburn bekende "Blues got The World By The Balls" met afwisselende slide uitbarstingen van Paul en vriend Trevor Finlay. De tweede Robert Johnson cover "Me And The Devil" is echter mijn lievelingsnummer, omdat 't de enige 100% pure blues is, die op deze cd staat, een lekkere slow blues, Led Zeppelin geinspireerd, met een prima bij stem zijnde Paul Deslauriers, die elf minuten en 32 seconden zijn gitaar laat wenen, janken en kreunen als een gepijnigd dier (zie video). Een prachtig orgelpunt van deze productie die wat meer van deze nummers mocht bevatten. Paul kiest echter voor de meer heavy rock benadering en wie zijn wij om hem dat kwalijk te nemen.
(RON)



GATORBAIT
NOT IF BUT WHEN
Website : myspace.com
Info : doghousedave@bigpond.com
Label : Eigen Beheer

 

 

Rootstime en Australie ... Het lijstje met artiesten, voornamelijk aktief in het rockabilly wereldje, die de afgelopen jaren de revue passeerden is bijna een rol behangpapier geworden. Enkele namen ... Red Rivers, The Re-Mains, Red Hot Poker Dots, Toe Sucking Cowgirls, the Chrome Daddies, Flatfoot Shakers, Johnny Law & Pistol Packin' Daddies, Louis King, the Blackhill Ramblers en last but no least Rockbottom James & the Detonators die sinds hun doortocht door Belgie (om. : BRBF editie '05) en hun laatst verschenen album "Bombshell" (zie rev: Juni '05) als the Detonators door het leven gaan. Gitarist Paulie "the Kid" Bignell en "Doghouse" Dave Philpots hebben naast hun job bij the Detonators een erg leuke bijverdienste als de drijvende krachten achter de country/rockabilly/hillbilly band Gatorbait. Samen met ex-Kingbillies Noray Gulian (vocals, rhythm gt), kiezen zij net als Blisters 'N' Gray voor de traditionele bezetting en het niet alledaagse gegeven dat "all the rhythm is done on the double bass slap style". Slechte tijden voor drummers blijkbaar maar net als bij de collega's uit Duitsland maken de jongens van "Down Under" daar geen punt van. J. Cash, Webb Pierce, Faron Young en voornamelijk de Hank Williams familie zijn de hoekstenen van hun uitgebreid repertoire dat met liefst negen "originals" en zes covers op "Not If But When" fraai wordt uitgesmeerd. Opener "Little Esmeralda" kan rekenen op de goedkeurende blikken van het mansvolk en een origineel bouwvakkersfluitje maar zijn blijkbaar niet voldoende om het mooie kind ook maar enige vorm van libido verhoging te bezorgen ("She Don't Get Kicks"). De backing vocals van Susannah Espie en de pedal steel van Garrett Costigan op "I Ain't Lazy, I'm just relaxing" en het titelnummer "Not If But When" zijn de perfecte honky tonk bardeuntjes die voorzichtig het tempo optrekken voor de erg aanstekelijke (Steve Woods) hot rod boogie in "Parramalla Hot Rod Man" en het western swingertje "Let's Go Jukin' on a Saturday night". George Jones "I'm Ragged But Right" (met Hamish Davidson op fiddle) krijgt een licht bluegrass tintje, "Be Careful of Stones That You Throw" (Acuff/Rose) is niet alleen een goed bedoelde raadgeving maar ook net als "the Gift, I give you my heart and my soul" een (country) sleper van jewelste waarmee ook Wayne "the Train" Hancock en Hank III uit de voeten kunnen. De pedal steel jankt ongenadig bij zoveel aangedaan onrecht ("You're gone"), "a sad face look upon my face, I've lost everything in just one day" .... hoog tijd voor een biertje ("Think I'll have a beer when I'm finally home") en "the honky tonk blues" van de 'meester' Hank Williams. Prima album!



MO INDIGO
THE BLUES INSIDE
Website: www.moindigo.com
E-mail:harry@moindigo.com
Label : Lonesome Flamingo Records
cdbaby.com

 

Trots staat er op de hoes van deze cd dat er geen synthesizers, loops, computers, samples en nog een hele hoop ander hi-tech spul gebruikt werd om deze cd op te nemen, enkel een 7" tape en echte instrumenten. Een hele prestatie tegenwoordig. Mo Indigo is een Britse bluesband die de hulp kreeg van de befaamde Charles Walker, niet alleen als producer, maar ook als muzikant (gtr/voc) op een nummer, het soulvolle "You Can Have Her". Dit is in feite een vriendendienst, want zoals vroeger The Animals en The Yardbirds de grote Amerikaanse bluesartiesten op hun Engelse tournees van backing voorzagen, zo doet nu Mo' Indigo dat voor de huidige generatie Amerikaanse artiesten die niet de mogelijkheid hebben hun band op langere tournees mee te brengen. Zo deden zij dit reeds voor Sherman Robinson, soulzanger Lou Pride, Charles Walker dus en nog een portie andere grote namen op soul en bluesgebied. De muziek van Mo Indigo is dan ook een erg soulgetinte blues, zeker omdat ze hier bijgestaan worden door de funky jonge blazerssectie van de "Wattsoul Horns", wat vooral in de song "Am I Losing You?" een erg geslaagd resultaat oplevert, net als in de langzame afsluiter, "Flame Turns Blue". Songwriter, bandleader en zanger is Harry Lang, wiens stem enorm lijkt op die van Tom Principato, hij schreef alle nummers behalve één, waarvoor Walker tekende, namelijk "Magic Man". Geen wereldschokkende plaat, maar wel een uiterst aangename soul-blues uitstap, gebracht met vakmanschap door dit professioneel Brits gezelschap.
(RON)



EL HIJO
LAS OTRAS VIDAS
Website: www.elhijo.es
myspace.com
Mail : info@motherhips.com
Label: Acuarela
www.acuareladiscos.com
Distr. : Bang! Distribution
www.bangdistribution.com

 

El Hijo (De Zoon) is niemand minder dan Abel Hernandez die al vele jaren voor de opvallende vocale bijdrage zorgt bij de Spaanse topgroep Migala. Zijn tenorstem herken je werkelijk uit de duizenden en zijn verspaanste engels is onnavolgbaar. Voor deze eerste solo-CD heeft Hernandez 9 pareltjes geschreven vol van emotie en in diverse muzikale stijlen als folk, country en pop. Bij Migala - dat ondertussen werd opgedoekt - overheerst meestal de instrumentale postrockmuziek en staan de vocalen meer op de achtergrond. Voor El Hijo is het net omgekeerd. De imposante stem van Hernandez overheerst de ganse CD en zorgt voor een uniek en overheerlijk, relaxerend geluid. Vorig jaar bracht hij eerst de E.P. "La Piel Del Oso" uit en daarna nog een tweede E.P. "Canciones Gringas" waarop hij Spaanse versies zong van 4 van zijn favoriete Amerikaanse klassiekers afkomstig van Jackson Browne, Michael Penn, Jackson C. Frank en Bob Dylan. Op "Las Otras Vidas" laat Abel Hernandez diep in zijn ziel en zijn gevoelens kijken. De teksten lijken zo uit zijn dagboek afgeschreven te zijn en gaan over zijn herinneringen en zijn intiemste dromen. "Opener "Saturnalia" grijpt je meteen naar de strot. Zonder platvloers te worden brengt hij op dit album opnieuw een ode aan enkele van zijn helden in de muziekwereld : Roy Orbison, Leonard Cohen, Lou Reed en Johnny Cash. Je twijfelt hier bij beluistering van "Las Otras Vidas" of je wel een goede recensie kan schrijven over dit album zonder te ingrijpend tussen te komen in de prachtige teksten die Hernandez schreef. Eigenlijk wil je maar één ding : luisteren naar "Las Otras Vidas" en als de CD gespeeld is op de replay-knop duwen, terug wegzakken in je zetel en opnieuw genieten, genieten en ... genieten. Impresionante canciones. Gracias, Abel.
(valsam)



 

RYAN ADAMS
EASY TIGER
Website: www.ryan-adams.com
myspace.com
Label: Lost Highway Records
www.losthighwayrecords.com
Distributie: Universal Records
www.universalmusic.nl

 

Het blijft toch een heel speciale kerel, de nu 32-jarige Ryan Adams. In 2005 spuwde hij nieuwe CD’s (3 in totaal : “Cold Roses”, “Jacksonville City Nights” en “29”) en vorig jaar ging hij op wereldtournee, waarbij ik hem aan het werk zag in Brussel. Nu heeft hij zijn begeleidingsgroep The Cardinals (met op gitaar de voortreffelijke singer-songwriter Neal Casal) weer bijeen getrommeld voor een nieuwe, uitstekende CD genaamd “Easy Tiger”. Het negende soloalbum van deze artiest bevat 13 nummers in de stijl waarin ik Ryan Adams het liefst bezig hoor, countrypop zoals hij al bezigde ten tijde van Whiskeytown en op één van zijn beste solo-albums “Heartbreaker”, het solo-debuutalbum uit 2000. Met veel aandacht voor de gevoelsgeladen teksten heeft Adams puntgave songs geproduceerd waarop hij ook vocaal bijzonder sterk tot zijn recht komt. De melancholie in de liedjes is overduidelijk aanwezig in nummers als “These Girls”, “Oh My God, Whatever, Etc.” en “Goodnight Rose”. Er zijn ook 3 liedjes die mij telkens opnieuw naar de “replay”-toets doen grijpen: “Tears Of Gold”, de huidige single “Two” (met uitstekende backing vocals van Sheryl Crow) en de prachtige afsluiter van dit album “I Taught Myself How To Grow Old”. Telkens weer bemerk ik bij Ryan Adams ook dat de vaak terugkerende vergelijking met de jongere versie van Neil Young een overduidelijke reden van bestaan heeft. Zeg maar “Harvest” anno 2007. Zijn stem is zeker niet bij de beste in de muziekscene maar net daardoor is ze telkens weer in staat om de luisteraar te emotioneren of te ontroeren. De liedjes zijn meestal rustig van aard maar “Halloweenhead” rockt als de beste en ook in dit genre weet Ryan Adams zijn mannetje te staan. De pauze in het songschrijven die hij zichzelf gunde in 2006 heeft zeker bijgedragen aan de kwaliteit van de nummers die hij weerhouden heeft voor “Easy Tiger” en maakt van dit album een aanrader omdat het zeker tot de top 3 van het werk van deze intensieve bij behoort. Naar verluid is hij er ook in geslaagd om het alcoholverbruik wat beter te controleren, hetgeen hem meteen weer tot mijn persoonlijke favoriet bombardeert voor een live-concert in het najaar 2007.
(valsam)



JOHN MAYALL AND THE BLUESBREAKERS
IN THE PALACE OF THE KING
Website : www.johnmayall.com
feedback@johnmayall.com
Label : Eagle records
www.eagle-rock.com
Distr.: PIAS / www.pias.be
E-CARDS

 

BIO:

Op 29 november 1933 wordt in Macclesfield bij Manchester John Mayall geboren. Hij is één van de mensen die de bluesmuziek in de jaren zestig immens populair maakt. Hij richt de band John Mayall & The Bluesbreakers op, die later de meest invloedrijke blues-rockband wordt. Hierin spelen muzikanten als Eric Clapton, Jack Bruce, Peter Green en Mick Taylor. John Mayall kan uitstekend piano en orgel spelen. Ook zijn spel op bluesharp wordt geroemd. Zijn liefde voor de blues en de jazz krijgt hij door het beluisteren van zijn vaders platen. Een bluesman waardoor hij geïnspireerd raakt, is J.B. Lenoir. Zijn eerste band heet The Hounds of Sound. Hiervan is het repertoire geleidelijk van jazz naar blues verschoven. De stem van John Mayall heeft een wat nasale klank en geen groot bereik. Toch zegt men vaak dat hij wel zeggingskracht heeft en goed bij zijn composities past. Wel staat hij bekend als een wat autoritaire bandleider. Hij zou in het busje op de weg terug van een optreden wel eens bandleden opdracht geven een gitaarversterker op schoot te nemen, zodat hij zelf languit kan liggen. Opvallend hierbij is dat het verloop in zijn band zeer groot is. Op veel van de oude albums van John Mayall staan, naar eigen zeggen, nummers gewijd aan zijn toenmalige vriendin Christine Perfect. Het gaat onder andere om "Little Girl", "Key to Love" en "You Don't Love Me".

IN THE PALACE OF THE KING
John Mayall is een levende legende. Vooral levend dan, gezien zijn niet te stuiten tournees en releases. Met sinds midjaren '60 tientallen lp's en cd's, tot en met die heuse 'novelty' hit in '69: het onweerstaanbaar vrolijkmakende "Room To Move". Zijn Bluesbreakers golden altijd al - zeker live - als één der meest gerenommeerde blues-leerscholen: helden als o.a. Eric Clapton, Peter Green, Mick Fleetwood, Mick Taylor, Peter Green, Jack Bruce, Walter Trout en John McVie. En ondertussen verhuisde deze veelzijdige Brit naar Californië, van waaruit hij sinds midden jaren '80 steeds weer met nieuwe getalenteerde Bluesbreakers de wereld rondtrekt. Al die jaren dat John al aan de weg timmert met zijn Bluesbreakers heeft zijn muziek nog niet ingeboet aan overtuigingskracht. Dit ondanks het feit dat de bezetting in de loop der jaren al vele malen is veranderd. De Britse bluesgigant is mede bekend geworden door het feit dat hij een goed oor had voor jong talent. Oneindig is de rij Britse bluesmuzikanten die in zijn band tot volle wasdom kwamen. Eric Clapton was ongetwijfeld het belangrijkste talent dat in het team van Mayall kon rijpen. Onder de vaderlijke hoede van Mayall ontwikkelde Clapton zijn kennis van de blues en verbeterde zijn techniek. Hoewel "John Mayall´s Bluesbrakers with Eric Clapton" uit 1966 het hoogtepunt was uit zijn discografie, zorgde de Britse bluesveteraan de voorbije jaren voor een continue stroom goede bluesrock platen met "Road Dogs" (2005) en de verzamelaar "Essentially" (2006), een 5 CD boxje, - beiden op Eagle Records - als voorlopige eindpunt. Zijn nieuwste plaat "In The Palace Of The King" staat in het teken van diens liefde voor de muziek van de reeds in 1976 gestorven bluesman Freddie King. Op zijn eerste platen stonden vaak King-covers, als "Hideaway" met weergaloos gitaarspel van Clapton, "The Stumble" en "Someday After A While (You're Be Sorry)" - beiden op "A Hard Road", toen de latere Fleetwood Mac Peter Green nog gitarist was, en "Driving Sideways" met Stones-gitarist Mick Taylor. Maar ook op dit nieuwe album hebben de nummers in een of andere vorm een relatie met Freddie King. De meeste zijn door hem zelf gespeeld natuurlijk maar in een nummer als "King Of The Kings" steekt Mayall zijn bewondering zeker niet onder stoelen of banken. Als gast mag Robben Ford overigens nog opdraaien in zijn eigen "Cannonball Shuffle" en dat nummer krijgt daardoor gelijk een wat rauwer randje. Naar eigen zeggen heeft Mayall met zijn huidige Bluesbreakers de beste versie om zich heen verzameld, hetgeen ik wel kan beamen als ik zijn huidige gitaarheld Buddy Whittington aan het werk hoor, voeg daarbij een vette blazerssectie, en zo hebben we terug een typisch Mayallplaat, misschien op sommige momenten net iets te netjes maar muzikaal staat de plaat fier rechtop. Lekkere nummers met prettige muzikale omlijsting maakt dat "In The Palace Of The King" weer regelmatig een rondje zal maken in mijn speler. John Mayall mag dan in de eerste plaats een songwriter en bandleider zijn, als performer wist de multi-instrumentalist altijd te overtuigen. Deze 74-jarige bluesman bewijst dat er ook blanken zijn die fijne bluesalbums kunnen maken, als "In The Palace Of The King", een passend eerbetoon van de ene legende aan de andere.

John Mayall LIVE

zaterdag 07/07 - 17.00 uur
OPENLUCHTTHEATER RIVIERENHOF DEURNE - OLT - ZOMERCONCERTEN 2007
Bluesfestival met o.a. John Mayall & The Bluesbreakers
& Howlin'Bill & Dump Brothers
TICKETS & INFO : www.openluchttheater.be

dinsdag 10/07
Zaal De Zwerver
Dorpsstraat 95 - 8432 Leffinge-Middelkerke
TICKETS & INFO: www.leffingeleuren.be