JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007
JIMMY THACKERY - SOLID ICE
LUKA BLOOM - TRIBE
ROY BUCHANAN - MESSIAH ON GUITAR
THE CRAWDADDIES - KEEP LOOKIN' UP
DIG WAYNE AND THE CHISELLERS - SHACK ROUSER
JIM BARILE - IF YOU GET CLOSE YOU CAN HEAR
CANDY DULFER - CANDY STORE
PAT TRAVERS - STICK TO WHAT YOU KNOW - LIVE IN EUROPE
BRAD COLERICK - LINES IN THE DIRT
CANDYE KANE - GUITAR'D AND FEATHERED

JIMMY
THACKERY
SOLID ICE
Website: www.jimmythackery.com
Email: info@jimmythackery.com
Label : Telarc
www.telarc.com
Distr. : Codaex / Email: be@codaex.com
Jimmy
Thackery (°19/05/1954 te Pittsburgh) wordt nog meermaals geassocieerd met
The Nighthawks, waar hij samen met Mark Wenner de lakens uitdeelde. Toch verliet
deze blueslegende reeds in 1987 deze groep om een eigen succesvolle carrière
op te starten, dit samen met zijn Drivers (Mark Stutso op drums en Mark 'Bumpy
Rhodes' Bumgarner op bas). Zijn muziek is moeilijk te catalogeren, noem het
‘Modern Electric Blues’ of Blues-Rock, het maakt niets uit, vermits
Thackery, naar eigen zeggen, een typische eigen muziekstijl heeft ontwikkeld
die heel wat bluesliefhebbers weet te boeien. Deze artiest heeft reeds een tiental
opnamen op zijn actief, waarvan de meeste op de labels Blind Pig en Telarc verschenen
zijn. Thackery, die nog zelden in Europa toert omwille van familiale redenen,
werd speciaal vorig jaar voor het Bugaboos Blues Festival in Mol overgevlogen,
hetgeen een rake zet was van de programmator. Even later verscheen zijn album
"In The Natural State" (2006), opgenomen met The Cate Brothers. Op
zijn diverse solo-platen heeft Jimmy er blijk van gegeven de blues op een steeds
andere manier in te kunnen kleuren door gebruikmaking van meer of minder uitgebreide
bezettingen, dat is ook hier evident op deze cd. Earl en Ernie Cate, brengen
met hun soulvolle rock uit Arkansas samen met Jimmy een sound (roadhouse rock,
country, en zelfs jazz) teweeg waardoor deze cd een hele plaat lang blijft boeien.
Thackery neemt wel het meeste zangwerk voor zijn rekening, maar voor het gitaarwerk
deelt hij wel de spotlight met Earl Cate. Jimmy wou met zijn nieuwe album "Solid
Ice" een recht-voor-de-raapse bluescd maken en volgens ons is hij daarin
heerlijk geslaagd. Jimmy zingt beter dan ooit, houdt de gitaar in bedwang en
heeft zich omringd door zijn Drivers, die perfect aanvoelen wat hij wil en waar
hij naartoe wil. Thackery levert inderdaad met "Solid Ice" een redelijk
gevarieerde cd af. Jimmy is een topgitarist in het elektrische-bluesgenre, met
een heel eigen, rauwe en krachtige gitaarstijl, waarin hij agressiviteit weet
te koppelen aan techniek en nuance en waarin het complete blues-spectrum voorbij
komt. We horen op deze plaat duidelijk zijn inspirators Stevie Ray Vaughan,
Roy Buchanan, maar ook Buddy Guy en Jimi Hendrix plus zo’n beetje alles
wat ooit in Chicago op het podium gestaan heeft. Thackery is gewoon een geweldig
gitarist die een enorme diversiteit aan stijlen bestrijkt, van Chicago via Texas
tot California jump blues. En de songs ... tien nummers zijn geschreven door
Thackery en een fraaie cover van "Who Knows", de funky instrumental
van Jimmy Hendrix uit zijn "Band Of Gypsys"- album bepalen deze prachtige
cd. In feite allemaal hoogtepunten op deze cd, waaronder de instrumentals (vijf
op deze CD): de soulvolle Wes Montgomery-getinte titeltrack, de mid-tempo shuffle
"Hobart's Blues" en de melancholische honky-tonk "Blue Tears".
"Hit the Big Time" is misschien wel de perfecte opener, maar als absolute
uitschieter tippen we vooral de meer jazzy getinte tracks als het ook wat Latin
gekleurde "Daze in May" en "XXX Wife". "Solid Ice"
is een plaat die elf nummers lang blijft boeien en dat is een kwaliteit die
niet veel bluesgitaristen gegeven is. Klasse!

LUKA BLOOM
TRIBE
Website : www.lukabloom.com
myspace.com
Info: info@lukabloom.com
Label: Big Sky records
Distr.: V2
VIDEO-INTERVIEW
Luka
Bloom is het kleinere broertje (!) van Christy Moore, maakte een aantal platen
onder zijn eigen naam Barry Moore, maar trok eind jaren tachtig uiteindelijk
naar Amerika om zijn eigen plaats in de muziekwereld te vinden. Als Luka Bloom
debuteerde hij met het onovertroffen album "Riverside", waarmee hij
doorbrak. Dankzij zijn krachtige gitaarspel en zijn warme stem kregen zijn op
zich al zeer sterke liedjes extra zeggingskracht. Na twee albums ("Acoustic
Motorbike" en "Turf") werd het angstvallig stil rond Luka. Zijn
label Reprise had hem blijkbaar gedumpt en zodoende duurde het ongeveer vier
jaar voordat zijn vierde album, "Salty Heaven" op de markt kwam. Gebleven
waren zijn typische gitaaraanslag, de warme gepassioneerde stem en de prima
songs. Zijn volgende CD's pasten perfect in het rijtje dat volgde, fraaie albums,
maar de verrassing was er wel een beetje af. Tot in 2005 het album "Innocence"
verscheen. Op deze plaat borduurt hij redelijk voort op de voorganger "Before
Sleep Comes" (2004): voornamelijk zeer ingetogen en intiem songmateriaal.
Bloom’s Ierse roots zijn duidelijk terug te horen op deze platen en hij
experimenteert zelfs een heel klein beetje met lichte Arabische invloeden. Met
zijn nieuwe album "Tribe", heeft de 52-jarige Bloom besloten om het
roer behoorlijk om te gooien. Was hij bijna twintig jaar vooral die gedreven
folkzanger met akoestische gitaar, op "Tribe" laat hij een heel ander
geluid horen. In de eerste plaats neemt hij slechts in enkele nummers zelf de
gitaar ter hand en in de tweede plaats heeft Bloom zeer intensief samengewerkt
met de vooralsnog weinig bekende Ierse producer Simon O’Reilly, die niet
alleen achter de knoppen zat, maar ook elektrische gitaar speelt en ook "Tribe"
voorzien heeft van buitengewoon stemmige klanken. Klanken die Luka Bloom vervolgens
heeft voorzien van prachtige, veelal wat ingetogen vocalen. "Tribe"
klinkt door het wat minder nadrukkelijk aanwezige gitaarwerk anders dan de meeste
andere Luka Bloom platen, al blijven zijn stem en Ierse accent uit duizenden
herkenbaar. De openende titeltrack is een luisterliedje van de allerhoogste
klasse. Uitstekend geschikt om hangend in je hangmat, afgeschermd van elke afleiding,
je consumptielijst van de aankomende kroegavond te overpeinzen en dan steevast
uit te komen op een paar goeie whiskey's. Natuurlijk met maten. Naast "Tribe"
zijn de andere hoogtepunten "Change" en "Out There" en als
ik eerlijk ben zou ik dit album puur en alleen al om deze liedjes me aanschaffen.
Hetgeen niet wegneemt dat de resterende negen nummers eveneens van een uitzondelijke
klasse zijn. Luister maar het instrumentale "Star Of Doolin" met een
prachtige hoofdrol voor de fiddle of het aangrijpende "Lebanon”,
een nummer over de wreedheden van de jarenlange oorlog in Libanon, dit zijn
werkelijk songs waarin Bloom zelf nog de Spaanse snaren beroert. In het confronterende
"Homeless" bezingt hij de daklozen en de rol van de maatschappij hiertegenover.
De Ierse folkzanger Luka Bloom is al jaren een begrip in de muziekindustrie,
zijn donkere "Tribe" klinkt anders dan we van Bloom gewend zijn, maar
desondanks is het toch een typisch Luka Bloom album. Een erg mooi album, dat
echter pas na meerdere draaibeurten zijn schoonheid prijsgeeft.
Luka Bloom speelt op 3 november in de Cactus in Brugge.


ROY
BUCHANAN
MESSIAH ON GUITAR
Label: Music Avenue
www.music-avenue.net
VIDEO
1 - VIDEO
2 - VIDEO
3
Roy
Buchanan wordt al jarenlang beschouwd als de beste, maar meest genegeerde blues/rock-gitarist,
wiens lyrische stijl en het gebruik van harmonien latere gitaristen als Jeff
Beck, zijn pupil Robbie Robertson en ook Billy Gibbons van ZZ Top sterk zou
gaan beinvloeden. Roy werd geboren in Ozark, Arkansas, op 23 september 1939,
maar hij groeide op in Pixley, Californie. Zijn vader was zowel boer als dominee
in de Pentecostal kerk. Aangezien in deze kerk geen rassenscheiding bestond
werd de jonge Buchanan daar al in aanraking gebracht met gospel. Maar vooral
door de rhythm & blues die hij op de radio hoorde raakte hij volledig in
de ban van de blues. Hij begon al op 7-jarige leeftijd gitaar te spelen, waarbij
hij begon op steel guitar en als 13-jarige wisselde naar de elektrische gitaar.
Zijn instrument werd de Fender Telecaster. Toen hij 15 was besloot hij zich
volledig op de muziek te concentreren. Hij verhuisde naar Los Angeles waar toen
al een levendige blues en r&b-scene heerste. Kort nadat hij in Los Angeles
arriveerde werd de jonge Roy onder de hoede genomen van Johnny Otis, waar hij
de blues leerde spelen mensen als Jimmy Nolen (later bij James Brown), Pete
Lewis en Johnny 'Guitar' Watson. Vanaf het midden van de vijftiger jaren leidt
Roy zijn eigen rockband, the Heartbeats, die al snel de begeleidingsband wordt
van de rockabilly-artiest Dale Hawkins, bekend van "Suzy Q". In het
begin van de zestiger jaren verhuist Buchanan nog een keer, nu naar Canada,
waar hij speelde met Ronnie Hawkins. De bassist van Ronnie Hawkins' band The
Hawks leert van Roy Buchanan de fine kneepjes van het gitaarspel. Nadat Buchanan
de band verlaat neemt deze de rol van sologitarist of en hij - bekend als Robbie
Roberston - wordt de leider van een van de meest gewaardeerde bands: The Band.
Buchanan werkt in de zestiger jaren verder als begeleider van diverse artiesten
en als sessiegitarist voor mensen als Freddie Cannon, Merle Kilgore, Bobby Gregg
en vele anderen, voordat hij zich vestigt in Washington D.C. en daar zijn eigen
band vormt. Ondanks het feit dat hij onder zijn eigen naam nog geen enkele opnames
heeft gemaakt begint zijn reputatie onder collegamuzikanten als John Lennon,
Eric Clapton en Merle Haggard steeds groter te worden. Hij schijnt zelfs een
aanbod gekregen te hebben om zich aan te sluiten bij the Rolling Stones toen
deze een vervanger zochten voor Brian Jones. Dit aanbod werd door hem afgeslagen.
Al deze aandacht resulteerde uiteindelijk in 1971 in een televisiedocumentaire
van een uur over Buchanan, welke de toepasselijk "The Best Unknown Guitarist
In The World" kreeg. Dit leidde uiteindelijk in een platencontract met
Polydor. In de rest van de zeventiger jaren bracht hij meerdere solo-albums
uit, waaronder zijn debuut "Roy Buchanan", "That's What I'm Here
For" en "Live Stock", voordat hij wisselde naar Atlantic waar
nog een aantal albums volgden. In de tachtiger jaren raakte hij gedesillusioneerd
in de muziekindustrie vooral omdat deze hem meer in de mainstream richting wilde
duwen. Hij nam dan ook van 1981 tot 1985 even een pauze. Gelukkig wist het blueslabel
Alligator uit Chicago hem te overtuigen weer een album op te nemen. Hij bracht
bij hen in de komende jaren de albums "When A Guitar Plays The Blues",
"Dancing On The Edge" en "Hot Wires" uit. Zijn come-back
bracht hem ook naar Europa. Helaas sloeg op het hoogtepunt van zijn carriere
het noodlot toe. Op 14 augustus 1988 werd hij door de politie in Fairfax, Virginia
gearresteerd voor openbare dronkenschap en werd hij voor een nacht opgesloten.
Een politieman ontdekte bij een nachtelijk routinecontrole dat Roy Buchanan
zichzelf in zijn cel had opgehangen. Hiermee kwam helaas een einde aan het leven
van een van de beste - zo niet, de beste - gitarist aller tijden. Luister maar
eens naar de video's, de nummers "Peter Gunn", "Green Onions"
en "The Messiah Will Come Again", die ook terug te vinden zijn op
"Messiah on Guitar", een album dat verscheen op het Music Avenue label
en voornamelijk instrumentals bevat. Zes van de tien zijn instrumentaal, tracks
waarvan je zeker de fabelachtige techniek van Buchanan goed op je moet laten
inwerken. Maar ook hier twee Hendrix -covers "Hey Joe" en "Foxy
Lady", nummers die live steeds beter tot hun recht komen, zoals ook de
andere acht liveopnames. Het afsluitende "The Messiah Will Come Again"
staat op zijn in eigen beheer uitgebrachte debuutalbum van "Roy Buchanan
& The Snakestrechters". Een nummer dat zijn definitieve vorm zou krijgen
op zijn debuut voor Polydor in 1972. Kortom: "Messiah on Guitar"!


THE
CRAWDADDIES
KEEP LOOKIN' UP
Website: www.thecrawdaddies.com
E-mail:headonent@aol.com (management)
crawdaddies@thecrawdaddies.com
(band)
Label: Eigen beheer
cdbaby.com
In
1995 begonnen the Crawdaddies uit Baltimore onder het mom van, "het moest
maar eens lukken" met hun muzikale mix van cajun, ska, roots, zydeco, soul,
swing en rock en wonderlijk genoeg lukt dit samengaan van stijlen wat op het
eerste gezicht een allegaartje lijkt, maar bij hun letterlijk in de plooi valt
tot een mooi geheel. Drie cedeetjes verschenen er ondertussen, en ze brengen
een sound die veel accordeon bevat, en vooral vocaal en qua opbouw van de songs
erg lijkt op The Subdudes, die erg onderschatte band uit New Orleans die reeds
een zestal prachtalbums maakte en bij mij op de bovenste plank liggen. Ze beginnen
hun cd overtuigend met "Tous les Nuits", maar dan volgen een paar
nummers waar 't ska-ritme de boventoon voert, wat niet zo dadelijk my cup of
tea is maar het geeft wel ambiance en sfeer (zeker live). Vanaf de song "Spice
it up" gaat het echter weer heel erg de goeie kant op, en krijg ik weer
die Subdudes indrukken, en die blijven, want "Walk With Me" is een
prachtig nummer dat balanceert op de rand van zydeco en New Orleans funk en
wat verder bij "Louise" is de gelijkenis bijna perfect. Een prachtnummer!
Tijdens "I'm Livin it up" flirten ze weer even met ska, maar "Find
Yourself" waarmee de cd afsluit is weer zo'n schot in de roos, spijtig
dat de totaalduur van de cd maar een kleine 40 minuten bedraagt, want hier lustte
ik meer van! Crawdaddies, een naam om vanaf nu te onthouden, voor mij toch alleszins!
(RON)


DIG
WAYNE
AND THE CHISELLERS
SHACK ROUSER
Website: www.digwayne.com
Label: Rhythm Bomb Records
Info: www.rhythmbomb.com
www.actionpackedevents.com
Een
ding moet je Ralph Braband nageven ... Hij heeft een neusje voor ontluikend
talent maar weet ook bijna vergane glories opnieuw tot levend te wekken. Nee
nu deze Dig Wayne ... de man uit Cambridge, Ohio schreef in de jaren '80 geschiedenis
met de prima rockabilly band Buzz & the Flyers en zijn verhuis naar Engeland
leverde hem zelfs enkele hitjes op met the JoBoxers. Daar kreeg hij de smaak
te pakken om ook als acteur op de voorgrond te treden en een blik op zijn cv.
(acting resume) leert ons dat het hem vooral in Los Angeles geen windeieren
heeft opgeleverd. Maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan en opnieuw was
Engeland en vooral het vermaarde Rockabilly Rave Festival een belangrijke factor
in de wedergeboorte van Dig Wayne als rockabilly-artiest. Rhythm Bomb Records
was er als de kippen bij om Dig Wayne en zijn nieuwe begeleidingsband The Chisellers
te overtuigen om dit heuglijke feit met een nieuw album in de schijnwerpers
te plaatsen. Niemand minder Dan Deke Dickerson mocht zijn beste beentje voor
zetten om Dig Wayne's twaalf zelf gepende songs zo ideaal mogelijk aan de aftrap
te brengen. Ondermeer Russel Scott (bass, backing vocals), Carl Sonny Leyland
en Skip Edwards (piano), Jeffrey P. Ross (lead guitars, harmonica) en Philippe
Aubuchon (drums & bongo's) mochten dit feestje opluisteren en zorgen ervoor
dat het album "Shack Rouser" veel verder reikt dan een doorsnee rockabilly
album. Het hey - hee - ho - meezingertje "Shack Rouser" moet vooral
live een feestje doen ontploffen, het aan de Blues Brothers linkend "Wagon
Wheels" doet er nog een schepje boven op. En dat kan soms tot verrassende
gebeurtenissen leiden ... Nervous laughter, uneasy smiles ....she's over your
shoulder, she's in your dreams, she makes your coffee sweet ... "Just a
flirt" ... een one night stand ? Het smoelschuivertje zweept de emoties
hoog op maar het kan verkeren zei Bredero ... "Don't Mean No Never Mind",
"the Hell you Say" en "Four Mile Hill Blues" zijn het uiteindelijke
(rockabilly) resultaat. Als een "Black Widow" in een swing/jazzy jasje
gehuld heeft zij toegeslagen en zelfs een "Devil Red or Sky Blue"
zal haar niet beletten om stilletjes haar biezen te pakken ("She Walked
Away"). Slotsom van het hele gebeuren ... Heart sick and love struck, don't
fit me well, lost sad and blue ..."blue is the color of love"! Rockabilly/roots
van een prima gehalte en Dig Wayne & the Chisellers lijkt mij een prima
bandje om ook aan deze kant van de oceaan menig festival met hun aanwezigheid
op te luisteren. Oh ja ... voor de Lotto spelers onder ons ... vrijdag 13 Juli
is er een speciale trekking en de winnaar is al op voorhand bekend ... Dig Wayne
want .."Thirteen is his lucky number"!

JIM
BARILE
IF YOU GET CLOSE YOU CAN HEAR
Website: cdbaby.com
Email: jimbarile@yahoo.com
Label: Eigen Beheer
Info: Hemifran / www.hemifran.com
VIDEO
Singer-songwriters: er is tegenwoordig geen ontkomen meer aan. Mannen met gitaren en verleidelijke meisjes achter een piano duiken uit alle hoeken en gaten op. Het aanbod varieert van gladde surfers tot aan verlopen fotomodellen en voormalige verhuizers uit het diepste zuiden van de Verenigde Staten. Pasadena aldaar is al een tijdje een broedplaats voor gekwelde zielen. Jim Barile komt er niet echt vandaan, want oorpronkelijk is hij geboren in Buffalo, N.Y. Indruk maakte hij met zijn album "If You Get Close You Can Hear" (2004), een plaat met prachtige verstilde singer-songwriterliedjes. Veel meer dan een prachtige, zachte stem en slaapwiegende arrangementen heeft Barile niet nodig. "If You Get Close You Can Hear" is een treffende titel. Niet omdat het zo lekker bekt, maar omdat het gegeven van de liefde de kern van de meeste liedjes op het album vormt. Zelf zegt hij over deze CD: "This cd is about coming close to hear and see the precious things in life that can only be recognized in what I call dislocated moments where we take time out to be still, which in turn will eventually put us in touch with the truth. This cd is about being free to love". De liedjes, tien zelfgepende songs en een cover van Neil Young’s "Helpless", waarin Barile deze thema's bezingt en muzikaal zijn grenzen opzoekt zijn van een betoverende schoonheid. Barile is een singer-songwriter in de klassieke zin. De 'man-met-de-gitaar' is de basis en zijn teksten gaan ook nog eens ergens over. Denk aan de muziek van Bruce Cockburn en je krijgt een redelijk idee van zijn werkwijze. De verrassing en het avontuur op "If You Get Close You Can Hear" zijn te vinden in de toefjes mystieke spirituele romantiek die Barile handig in zijn muziek verstopt. Een ietwat vervormde zanglijn, een dwarse melodie of een vreemd gitaareffectje; het zijn de trucs waarmee Barile zijn muziek interessant weet te houden. Voeg daarbij de gastoptredens van Albert Lee, Delaney Bramlett, John Molo, Jeff Pevar, Rosemary Butler, Essra Mohawk, Mickey Raphael, Augie Meyers en Sky Sunlight Saxon, dan hebben we hier een album dat roept op een opvolger. Singer-songwriter, spirituele romantiek: de jaren zeventig zijn inderdaad nadrukkelijk aanwezig op "If You Get Close You Can Hear". Modern zal het wel nooit worden, maar Barile's liedjes zijn ontegenzeggelijk mooi, met als uitschieters "Ghostdance", "She Blew Me a Kiss", "Life Summed Up" en "Dislocated Moments". Zijn spel is begeesterd en compositorisch scoort hij een ruime voldoende. Nu maar hopen dat die opvolger snel volgt. "If You Get Close You Can Hear" is gewoon een schitterende luisterplaat. De liedjes zijn zo gemaakt dat liefhebbers van het meer toegankelijke singer-songwriterwerk zo kunnen instappen.

CANDY
DULFER
CANDY STORE
Website: www.candydulfer.nl
Label: Heads Up
www.HeadsUp.com
Distr.: Codaex
Email: be@codaex.com
Er
wordt nog wel eens geklaagd dat de Nederlandse muziek het zo slecht doet over
de grens, maar daarbij worden veel artiesten vaak vergeten. Zo ook Candy Dulfer,
die in het buitenland beduidend meer aanzien geniet dan in eigen land. Candy,
dochter van de bekende saxofonist Hans Dulfer, was amper twaalf toen ze debuteerde
met Rosa Kings groep Upside Down. Drie jaar later heeft het jonge saxtalent
haar eerste eigen band Funky Stuff. Ze spelen onder andere in het voorprogramma
van Madonna, maar de bal gaat pas echt aan het rollen als Candy mag komen opdraven
op een optreden van Prince, die haar prompt ook uitnodigt op te treden in zijn
videoclip "Party Man". Met Dave Stewart (Eurythmics) maakt Candy de
nummer één hit "Lily Was Here". Het eerste Funky Stuff
album "Saxuality", met de gelijknamige hitsingle is meteen een voltreffer.
Ook daarop volgende albums als "Sax a Go Go" en "Big Girl"
worden overal met succes bekroond. Tussen de vele albums en concerten door vindt
Candy ook nog de tijd om samen te werken met muzikanten als Van Morrison, Aretha
Franklin en Pink Floyd. Het vierde studioalbum "For The Love Of You"
ziet in 1996 het levenslicht en bevat bijdragen van o.a. Trijntje Oosterhuis
en Berget Lewis. Het album wordt een succes in Nederland, Japan en de VS. Opnieuw
tourt Dulfer de halve wereld af om haar nieuwe materiaal aan de man te brengen.
In de navolgende jaren volgen de albums "Girls Night Out", "Live
in Amsterdam" en "Right In My Soul", allemaal met wisselend succes.
In 2005 speelt Candy mee op enkele nummers van het album "Grip" van
Lohues & the Louisiana Blues Club. Het verhaal is al vaak verteld. Als tiener
kwam Candy bij Prince terecht. Die connectie is altijd gebleven. Op haar nieuwe
album "Candy store" spelen de Princegetrouwen Chance Howard (bass)
en John Blackwell (drums). Naast deze getalenteerde muzikanten neemt Candy tijdens
de komende tournee ook zangeres Rosie Gaines, bassist Rhonda Smith en drummer
Kirk Johnson mee, allemaal (ex-)Prince, net als Candy. Het nieuwe studioalbum
"Candy Store", verschijnt niet bij platenmaatschappij Eagle, maar
is uitgebracht door haar nieuwe platenmaatschappij Heads Up International, één
van de meest toonaangevende hedendaagse jazzlabels ter wereld. Candy vertelde
zelf dat ze "Candy Store" opnam in de periode dat ze geen platencontract
had, waardoor het volgens eigen zeggen allemaal wat vrijer en losser klinkt.
Hetgeen we volledig kunnen beamen, want na het wat experimentele "Right
In My Soul" uit 2003 is "Candy Store" weer een echte Candy-plaat,
met funk en R&B, en vooral met haar David Sanborn en Maceo Parker terug
te voeren licks. Het album opent met een heerlijke break, zoals James Brown
die had kunnen bedenken. Maar het album bevat niet enkel funky stuff, ook vinden
we er soulballads, zelfs een calypso en een reggaetrack op terug. Afgelopen
voorjaar was zij ook in Amerika te vinden voor een reeks optredens in New York,
Annapolis, Alexandria, Las Vegas en Phoenix. Het geeft weer eens aan dat Candy
Dulfer een goed Nederlands muziekexportproduct is en blijft.
Wil je van haar funky mix van jazz, pop en andere stijlen genieten ga dan beslist op 16 juli naar het Rivierenhof in Deurne.
OLT
- ZOMERCONCERTEN 2007
16/7/07 20u30
Candy Dulfer & Friends + Amos Lee (Dubbelconcert)
Info: www.openluchttheater.be

PAT
TRAVERS
STICK TO WHAT YOU KNOW - LIVE IN EUROPE
Website: www.pattraversonline.com
E-mail: BOOKINGS@PATTRAVERSONLINE.COM
Label: Provogue Records / Mascot Records.com
Distr.: Bertus
VIDEO
Opgegroeid
met als voorbeelden Hendrix, Clapton, Beck en Page, speelt Pat Travers al weer
meer dan 30 jaar, net als zovelen tegenwoordig bluesrock. Dit in Nederland opgenomen
live album laat alvast horen wat deze man kan. De mix van eigen werk en covers
van o.a. Jimi Hendrix, Robert Johnson, Booker T. Jones en Albert King komt uiterst
krachtig uit de speakers geblazen en zit vanzelfsprekend vol spetterend gitaarwerk,
dat is wat we al sinds eind jaren zeventig van hem gewoon zijn. Zijn geluid
irriteert me om één of andere reden ook veel minder dan dat van
vele van zijn bluesrockcollega's, maar vraag me niet waarom dit zo is. Neem
nu bijvoorbeeld "Heat In The Street", recht toe, recht aan gitaargeweld
zonder meer, als de ganse cd zo zou klinken zou ze mijn cd speler niet dikwijls
meer benaderen, maar daarnaast staan dan ook nummers als "Red House"
de Hendrix klassieker, die Pat niet zoals alle anderen in voorspelbare Hendrix
stijl speelt, maar voorziet het van een slide jasje, zodat het nummer meer een
southern rock feel in zich draagt, die eerder aan "The Allman Brothers
live at the Fillmore" doet denken. Ook Robert Johnson's "If I Had
Possession", ondanks zijn heavy benadering, mag er zijn. "Snortin
Whiskey", een nummer dat al sinds zijn begindagen samen met "Boom,
Boom" een van de hoogtepunten van zijn liveshows is, doen het hier bij
de "Hollanders" ook weer uitstekend, meebrullen is de boodschap. Heel
alleen trekt Pat daarna de trukkendoos open in "PT's Solo Time" waar
hij de vreemste geluiden uit zijn gitaar tovert en zodoende een soort van klassieke
vioolsonate brengt, die overgaat in een Jeff Beck achtig fragment om dan langzaam
"Born Under A Bad Sign" van Albert King van de nodige heavy versie
te voorzien om dit concert af te sluiten. Pat Travers is een van de weinige
bluesrockgitaristen die het nog wat spannend weet te houden, zoals ook hier
in dit slotnummer waarin bassist Frank Mc Daniel en hijzelf, deze song weer
een eigen gezicht geven, Mc Daniel met zijn superstrakke funky baslijnen en
Pat dankzij het gebruik van de ouderwetse "tube", wat we niet meer
gehoord hadden sinds Peter Frampton's live L.P in de seventies. If you like
it hard...
(RON)


BRAD
COLERICK
LINES IN THE DIRT
Website : www.bradcolerick.com
myspace.com
Label: Back 9 Records
www.back9records.com/colerick.htm
Info: Hemifran / www.hemifran.com
Rust roest ...
Vergeet het maar! Singer/songwriter Brad Colerick hield het een tijdje voor
bekeken en kwam pas verleden jaar terug aan de oppervlakte met het schitterende
album "Cottonwood".
(zie rev: feb '06). Meteen mocht
de vriendelijke man uit California rekenen op een eervolle vermelding in mijn
jaarlijstje en was het bang afwachten of Brad weer een lange rustpauze zou inlassen.
Vergeet het maar ... De opvolger "Lines in the Dirt" moet zijn officiële
release nog ondergaan of het album duikt al meteen in de Euro Americana Charts
op en vertoeft er in het aangename gezelschap van ondermeer Sam Baker, Jimmy
Lafave, Gurf Morlix, Nick Lowe, Ryan Adams, Danny Flowers en Rachel Harrington.
( http://home.hetnet.nl/) Net als op "Cottonwood" zweeft Brad Colerick
met zijn boeiende verhaaltjes in een Americana, folk, country sfeertje dat wij
in een ver verleden ondektte door de inbreng van James Taylor, Neil Young, Jackson
Browne, the Eagles, Chris Hillman, Herb Pedersen (van de partij op dit album),
Bob Cheevers... enz. Terug in de tijd hoor ik daar al iemand opperen ... vergeet
het! Alhoewel, ook Brad Colerick ontsnapt niet aan de rage om net als bijna
de halve wereld zich geroepen te voelen om een song van wijlen Johnny Cash te
coveren... voor de gelegenheid werd good old Suzy Bogguss nog eens van stal
gehaald en mocht de duetvocals op "Ring of Fire" voor haar rekening
nemen. Onder het motto "We're gonna Laugh" straalt dit album een weldoende
tevredenheid uit die met het vlinder - gevoel - in - de - buik met "Let
Her Fall in Love" een extra dimensie krijgt. Het titel nummer "Lines
in the Dirt" en "My Ex - Wife" zijn alleszeggend, de bluegrass
op "Dismail River Rain", het nostalgische rag time "Remember
Me" doen je heerlijk wegmijmeren om dan met het schitterende/komische maar
realistische "Juarez" terug met de neus op de dagelijkse realiteit
worden gedrukt. "Lines in the Dirt" is een prachtige bloemlezing over
het "California" van Brad Colerick en wij zullen het niet vergeten
op het eind van 2007.

CANDYE KANE
GUITAR'D AND FEATHERED
Website : www.candyekane.com
Email: Candyekanetour@aol.com
Label : Ruf Records
Website: www.rufrecords.de
distr. : Munich Records
www.munichrecords.com
Candye
Kane is vooral een muzikante, een straffe muzikante bovendien. En één
die je niet zal vergeten eens je ze aan het werk hebt gezien. En toch speelt
haar niet-muzikale verleden in elke bio een grotere rol dan bij andere artiesten.
Omdat, dames en heren, deze rondborstige Californische, in een eerder leven
als stripteaseuse en nog later als euh... 'actrice' haar brood verdiende. Jobs
waar velen op neerkeken, maar die Candye Kane uiteindelijk het zelfvertrouwen
gaven om over te stappen naar haar echte roeping: de boogie-woogie, de opzwepende
blues waarin feest, opwinding en tempo even belangrijke ingrediënten vormen.
Van daaruit is ze gaan zingen en heeft al diverse releases op haar naam staan.
Haar repertoire is bijzonder omvangrijk en omvat zowel swing uit de jaren ’40
en ’50 als Rhythm & Blues, blues en rockabilly. Na het eerste album
voor het Ruf Records label, "Whole Lotta Love" uit 2003, waarvan we
het duet met Charlie Musselwhite nog zeker niet vergeten zijn, was de opvolger
"White Trash Girl" (2005), een plaat waarvan de meeste van haar songs
zelf neergepend zijn of co-written met de hulp van haar opgroeiende zonen. Maar
een feit is dat Candye Kane met steun van wat oude vrienden zoals Stuart Sullivan,
producer Mark “Kaz” Kazanoff, Preston Hubbard, Jeff Ross en enkele
nieuwe vrienden een pracht van een bluesplaat op de markt heeft gebracht waarin
elementen van jazz, pop en rock 'n'roll sluipen. Datzelfde jaar verscheen, "Diva
La Grande", een re-release van dit album dat oorspronkelijk in 1997 op
de markt kwam bij het Antone's Records Label. Op dit derde album uit haar carrière
waren toen al dezelfde ingrediënten terug te vinden als nu 10 jaar later,
nl.: jump blues, rockabilly en big-band swing. Op het nieuwe album "Guitar'd
And Feathered" laten producer Bob Margolin en de vele gast artiesten horen
dat anno 2007 Kane's stem nog niets aan kracht en intensiteit in al die jaren
heeft ingeboet, maar dat ze nu alleen maar rijper (!) en doorleefder is geworden.
Candye Kane doet wat haar hart haar ingeeft en dat klinkt geweldig. De titel
van haar nieuwe plaat slaat zowel op haar bühnepersoonlijkheid (uitdagend,
extravagant maar vooral begiftigd met een stem als een klok) als op de vele
gitaristen die hier een gastrolletje vervullen: o.m. Sue Foley, Ana Popvic,
Bob Brozman, Kid Ramos, Popa Chubby, Dave Alvin, Junior Watson en Bob Margolin.
Dus veel gitaarspel, en dan die krachtige, rauwe, zwoele, verleidelijke en vooral
soulvolle vrouwenstem.... een muzikaal feest, waarop Candye met evenveel gemak
swing, jump blues, boogie als ballads zingt. Hierdoor krijgen we een zeer gevarieerde
cd, zoals het welgekende gitaarspel van Junior Watson in "My Country Man",
Sue Foley met een doeltreffende solo in "When I Put The Blue On You"
of Bob Brozman's gospel getinte National steel gitaar in "Jesus and Mohammed".
Dit laatste nummer is voor mij wel de grootste uitschieter, het is gewoon enig
hoe Kane met juist haar stem, naast Brozman's gitaarspel, zo'n gospel gevoel
kan overbrengen. Kortweg: Al luisterend hoor je wie Kane's voorbeelden zijn:
Ruth Brown, Big Mama Thornton, Etta James en Bessie Smith. Niet toevallig ook
allemaal stevige dames, die een flinke keel kunnen opzetten. Deze voluptueuze
dame, met de meest excentrieke en flamboyante persoonlijkheid mag dan lelieblank
zijn, ze misstaat in dit rijtje niet.