JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007
BILL WENCE - SONGS FROM THE ROCKY FORK TAVERN
R.L.BURNSIDE - RAW ELECTRIC
JUBAL LEE YOUNG - JUBAL LEE YOUNG
JUSTIN TOWNES EARLE - YUMA
POINT BLANK - RELOADED
DAN JANISCH - MEDICINE MAN
PAUL ORTA & FRIENDS - PAUL ORTA & FRIENDS
THE SALTY DOGS - AUTOHARPOON
THE NATIONAL - BOXER
DAVE DESMELIK - UNHEARD OF

BILL
WENCE
SONGS FROM THE ROCKY FORK TAVERN
Website:www.billwencepromotions.com
myspace
billwencepro@earthlink.net
Label: 615 Records
cdbaby
De naam Bill
Wence zal ongetwijfeld bij de iets oudere country & western liefhebber een
belletje doen rinkelen. In de jaren zestig verdeelde hij zijn tijd in Alaska
tussen een eigen boekingskantoor en wat optredens in lokale radio & TV shows.
In Nashville liep hij Tom T. Hall tegen het lijf en dat resulteerde in een prima
samenwerking en een duizendtal concerten waarbij Bill Wence plaats nam achter
de piano. Bovendien bleek de man te beschikken over een erg succesvolle songwriterspen
en dat leverde dan weer enkele Bilboard-hits op voor Ronnie Mc Dowell, Bobby
G. Rice en Cristy Lane. De volgende stap in zijn succesvolle loopbaan was het
oprichten van een eigen radio-promotie maatschappij en zijn klantenbestand is
door de jaren heen erg indrukwekkend geworden ... Wanda Jackson, Red Meat, The
Outlaws (Waylon, Willie, Jessi & Tompall Glazer), Amazing Rhythm Aces, Tom
T. Hall n Bobby Bare, Fats Domino. Het schrijven en zingen van zijn eigen songs
geraakte ietwat op de achtergrond al verraste hij menigeen in 2001 met het album
"California Callin'".
Als oprichter van the Americana Music Association weet hij maar al te goed wat
er reilt en zeilt in het wereldje en deed daarom maar beroep op het neusje van
de (muzikanten) zalm in Nashville, Tennessee. De succesvolle singer/songwriter
nam nog eens plaats achter de piano en liet Charlie Mc Coy (harmonica), Byrd
Burton (gitaar), Doyle Grisham (steel gitaar), Mike Leech & Stick Davis
(bass), Bryan Owings & Rick Lonow (drums) en Rob Hajacos (fiddle) de andere
muzikale noten kraken. De 'charmante hulp' van ondermeer de gezusjes Morales,
Jonell Mosser, Becky Hobbs, Adie Grey en van the good old Jordanaires, Bekka
Bramlett, John Wesley Riles was letterlijk en figuurlijk mooi meegenomen voor
deze "Old Rock and Roller". Marvin Rainwater ("Gonna Find Me
Bluebird") en Elliot Lurie ("Brandy, you're a fine girl) mogen ook
nog wat extra royalties opstrijken en dat zou wel eens de moeite waard kunnen
zijn want dit soort produkties verkoopt in Amerika als zoete broodjes.



R.L.BURNSIDE
RAW ELECTRIC
Label: Music Avenue
www.music-avenue.net
De
uit Mississippi afkomstige bluesmuzikant R.L. Burnside is op 1 september 2005
overleden. Burnside, die pas in de jaren vijftig, na het horen van John Lee
Hooker's "Boogie chillun" naar de gitaar greep, werd 78 jaar. Burnside
werkte jaren als katoenplukker en visser in de buurt van Holy Springs, waar
hij bijna zijn hele leven woonde. Zijn maten ‘Mississippi Fred’
Mc Dowell en Muddy Waters waren ook zijn muzikale voorbeelden. Zelf speelde
hij vooral op de veranda, tot zijn vrouw hem binnen riep. Met zijn geliefde
Alice Mae was R.L. Burnside meer dan vijftig jaar getrouwd. Nu moet ze zonder
hem verder. Ze hadden dertien kinderen van wie er in de jaren zeventig en tachtig
enkele in de groep R.L. & The Sound Machine speelden. De eerste opname van
Burnside dateert van 1969 onder productie van George Mitchell, en werd uitgebracht
op "Mississippi Delta Blues Volume 2" van Arhoolie Records. Na nog
een album met akoestische blues in dat jaar zou het tot in 1984 duren voor Burnside
weer een album uitgebracht: "Mississippi Hill Country Blues" op Swingmaster.
Diverse singles volgden, uitgebracht door David Evens op Highwater Records.
Begin jaren negentig kwam hij onder contract bij Fat Possum Records: Matt Johnson,
oprichter van het inmiddels wereldvermaarde Amerikaanse blueslabel Fat Possum,
hoorde hem spelen in een documentaire en vroeg hem of hij een album wilde maken
voor het pas opgerichte label. "Too Bad Jim" werd een van de belangrijkste
bluesplaten van de laatste twee decennia. Burnside mocht helemaal op tournee
naar het verre Europa en de rudimentaire rammelblues van Burnside en label genoten
als Junior Kimbrough en T-Model Ford werd omhelsd door de muzikanten als Beck,
Jon Spencer en de Beastie Boys. Een knerpend hard afgestelde elektrische gitaar,
een eenvoudig drumstel en een fles whisky, veel meer hadden ze niet nodig voor
hun blues met de intensiteit van punk. Burnside kwam in zijn muzikale loopbaan
uiteindelijk tot vier studioplaten (waaronder 1 met Jon Spencer Blues Explosion)
en 1 live-registratie. Na de dood van Kimbrough stopte Burnside met het studiowerk,
wel zou hij tot 2001 regelmatig op tournee gaan. Nadat hij in dat jaar getroffen
werd door een zware hartaanval, verboden de dokters hem het gebruik van alcoholhoudende
dranken, waardoor Burnside naar eigen zeggen onmogelijk meer spelen kon. Die
live cd, "Burnside On Burnside" uit 2001, was dan ook zijn laatste.
Van deze legende is er nu "Raw Electric", opnames uit de periode 1979
-1980 en die Burnside laten oren in al zijn puurheid. Van "Raw Electric"
zijn de eerste twaalf tracks opgenomen in huiselijke kring ("living-room-juke-joint"),
andere zijn opgenomen op een soort folklore-festival, in totaal zeventien tracks,
die ondanks ze op verschillende locaties zijn opgenomen, dus nogal verschillen
van sound, toch prima op elkaar lijken in te haken. De familiale bezetting,
"The Sound Machine", met Joseph en Daniel Burnside aan de gitaar,
Duwayne Burnside aan de drums, en vooral het re-mastering geluid maken van deze
cd een aangename verrassing. Want hoewel de charme van Burnside voor een belangrijk
deel gelegen is in zijn rauwe benadering van de blues, heeft de tijd natuurlijk
niet stilgestaan en is een frisse injectie - rauwe elektrische Mississippi-Country-Blues
- zelfs in een traditioneel genre als de blues welkom. Burnside beschikt over
een ongelooflijk krachtig stemgeluid en tovert werkelijk vuurwerk uit zijn gitaar
en leidt feilloos de band achter hem die een mysterieuze, hypnotische groove
voortbrengt. Het lijkt alsof hij over een bodemloos vat ritmische en melodieuze
kunstgrepen beschikt. De sfeer is zo intens en warm dat je er hoe dan ook door
gegrepen wordt. Enerzijds hoor je elektrische bluesnummers en anderzijds de
akoestische blues die nog altijd zijn handelsmerk is en zal blijven, voor ons
blijft hij het boegbeeld van de moderne Mississippi blues.
01. My Woman
Done Left Me
02. You Don't Love Me
03. Dust My Broom
04. Pretty Woman
05. Last Night (I Lost the Best Friend I Ever Had)
06. Slippin' and Slidin'
07. Going Down South
08. Rolling and Tumbling
09. How Many More Years)
10. Well, Well, Well
11. Leave Me and My Woman Alone (Friend of Mine)
12. My Baby Caught The Train (Who's Been Talkin')
13. Scrambling For My Shoes (Walking Blues)
14. Sitting On Top Of The World
15. Searching For My Baby
16. Going Away, Baby
17. Jumper Hanging Out On The Line

JUBAL LEE YOUNG
Website : www.juballeeyoung.com
myspace.com/juballeeyoung
myspace.com/juballee
Info : info@juballeeyoung.com
Label : Reconstruction Records
cdbaby
Troubadour
& Southern man Steve
Young is en blijft tot nader orde mijn favoriete singer/songwriter en daar
zullen de optredens die de man ooit in mijn woonplaats verzorgde niet vreemd
aan zijn. Enkele jaren geleden bracht hij nog eens een bezoekje aan Nederland
(zie Extra Support '05)
en een van die concerten vond plaats in Heeze, niet ver van de Belgische grens.
Voor ons een hartelijk wederzien met de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee
en een eerste kennismaking met zoontje life Jubal Lee die zijn eerste muzikale
inspiraties opdeed bij het verzameld Motown/Presley repertoire dat moeder Terrye
Newkirk in huis had. In een volgend stadium zouden the Beatles, Bob Dylan, Jimi
Hendrix, Led Zeppelin, Pink Floyd, Dire Straits en Tom Petty aan de beurt komen.
Natuurlijk hoort "dad" Steve Young in dat rijtje thuis want eerlijk
is eerlijk. "Most of my heroes have been people who just did what they
did, without too much regard for what other people might like. I guess you'd
have to take my dad into account, too" Dat Jubal Lee in de (rustige) voetsporen
van zijn vader zou duikelen was niet vanzelfsprekend want zijn debuutalbum "Not
Another Beautiful Day" liet een vrij stevige, rockende indruk (complete
with powerhouse drums, blazing slide and wah - wah guitars). Voor de opvolger
deed Jubal Lee opnieuw beroep op guitar player/songwriter/ producer Thomm
Jutz die al eerder zijn strepen verdiende met ondermeer Mary Gauthier, Nancy
Griffith, Jim Lauderdale, David Olney en Richard Dobson. De prima opener "Greed
is the Greed" met een heerlijk stukje smoelschuiverij haalt de jonge Bob
Dylan voor de geest en met de pareltjes "She Don't Like Clowns", "I
Don't Know What I Want" (inclusief slide gt) en "Things You Only Wonder
When It's Raining" zou zelfs Rodney Crowell uit de voeten kunnen. Maar
ook vadertje Young moet zo een fier zijn als een gieter wanneer Jubal Lee alle
familie registers opentrekt met de rustige southern rock in "More Than
Anything" en "Streets of Caen", de trompetten laat schetteren
op "Deep South Blues" (van mama Terrye Newkirk), een schitterend pedal
steel geluidje de boventoon voert op "Greedy Old Men Without Pens"
en erg dicht in de buurt komt van Steve's excellent singer/songwriters werk
met "As I Lay Dying", "Just Passing Trough Your World" en
de prima afsluiter "the Window Song". Schitterend album van een singer/songwriter
die met zijn "reckless, deep and spiritual - meticulously crafted songs,
delivered by an amazing voice that can go in a heartbeat from a falsetto whisper
to a lion's roar" aardig voor de dag komt. Natuurlijk was de hulp van Thomm
Jutz, Dave Roe, Pat Mc Inerny en natuurlijk Fats Kaplan (!) niet te versmaden
... Slotsom ... Jubal Lee Young has learned from the greats, first - hand, right
there at the kitchen table. You can hear it - he's the real deal!
Concerten : Sons of the Guns ( Jubal Lee Young & Justin Townes Earle )
Tuesday, September 25th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
In the Woods
Lage Vuursche
Netherlands
The first show on the 2007 Europe/UK tour for SOns of the Guns featuring Jubal
Lee Young and Justin Townes Earle.
Wednesday, September 26th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
TBA
Netherlands
Part of the 2007 Europe/UK tour for Sons of the Guns featuring Jubal Lee Young
and Justin Townes Earle.
Thursday, September 27th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
Transvaria
Den Haag
Netherlands
Part of the 2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee
Young and Justin Townes Earle.
Friday, September 28th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
T Hof
Dordrecht
Netherlands
Part of the 2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee
Young and Justin Townes Earle.
Saturday, September 29th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
Peticantus/Huis Verloren
Hoorn
Netherlands
Part of the 2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee
Young and Justin Townes Earle.
Sunday, September 30th, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
Café Prins
Ospel/Nederweert
Netherlands
Part of the 2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee
Young and Justin Townes Earle.
Monday, October 1st, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
Meneer Frits
Eindhoven
Netherlands
2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee Young and Justin
Townes Earle.
Tuesday, October 2nd, 2007
Sons of the Guns w/ Jubal
Lee Young & Justin Earle
Paradiso
Amsterdam
Netherlands
2007 Europe/UK tour for the Sons of the Guns featuring Jubal Lee Young and Justin
Townes Earle.

Inlichtingen
:
Joanna Serraris
Musemix
Frankenstraat 12
2582 SK The Hague
The Netherlands
T: +31 70 338 8708
C: +31 615 640 226
www.musemix.com
Joanna@musemix.com

JUSTIN
TOWNES EARLE
YUMA
Website:myspace
Label: Eigen Beheer
cdbaby
Je zou er de
tel bij kwijt worden als je de albums van Steve Earle overschouwt, je hebt twee
handen nodig om zijn huwelijken op te tellen, gelukkig was hij minder produktief
in het verwekken van kinderen en heb je maar drie vingertjes nodig om zijn nageslacht
op te tekenen. Justin Townes Earle (1982, Townes verwijst naar Townes Van Zandt)
is de eerste van het gezinnetje Earle en zou ontsproten zijn uit Steve's huwelijk
met Carol Hunter en dat was destijds het derde in het (Lange) rijtje van zeven
dat (voorlopig) met Allison Moorer in 2005 een halt werd toegeroepen. Niets
belangrijks hoor ik u al opperen maar laat die Justin Townes Earle het nu ook
nog in zijn hoofd halen om net als zijn beroemde vader zich te begeven in het
singer/songwriter gebeuren ... De appel valt blijkbaar niet ver van de boom
... Zo vader zo zoon. Justin weet het allemaal te relativeren, onder het motto
van "Always forging his own path no matter where the others are going",
een levensles die hij ongetwijfeld van papa meegekregen heeft, probeert hij
zijn weg te vinden in het Americana/alt. Country gebeuren. Een voorzichtige
poging weliswaar want slaagde Steve Earle er destijds in met het album "Guitar
Town" de ganse muzikale wereld te verbazen Dan houdt zoon life het voorlopig
bij een zestal songs die voorlopig niet verder reiken dan een behoorlijk gemiddelde.
Met een mini album dat begint en eindigt met het getingel van een muziekdoosje
heeft Justin nog enkele aardige verrassingen in petto. Opener "The Ghost
of Virginia" is een traditionele "train" song, "You Can't
Leave" hoort thuis in het country-blues landschap, met het titelnummer
"Yuma" heb je geen DNA test nodig om vast te stellen dat Justin een
zoon is van en geïnspireerd door ... Juist. Hij ligt er blijkbaar niet
van wakker ..."I Don't Care" en tokkelt op zijn manier een album in
mekaar dat met "Let The Water Rise" en "A Desolate Angels Blues"
(inclusief harmonica), volgens mijn bescheiden mening, de toekomstige richting
aangeven die Justin Townes Earle inslaat. In het najaar kunnen wij zien of onze
prognose juist is want dan komen Justin Townes Earle en Jubal Lee Young (zoon
van Steve Young & Terrye Newkirk) als "The Sons of The Guns" op
toernee door Nederland .

Inlichtingen
:
Joanna Serraris
Musemix
Frankenstraat 12
2582 SK The Hague
The Netherlands
T: +31 70 338 8708
C: +31 615 640 226
www.musemix.com
Joanna@musemix.com

POINT
BLANK
RELOADED
Website
myspace
E-mail: ppetty@artroninc.com
Label: Dixiefrog
Distr.: Parsifal
www.parsifal.be
25 jaar waren
ze van het toneel verdwenen. Hoewel ze in 't zelfde straatje als Lynyrd Skynyrd
en Molly Hatchet zaten, hadden ze nooit het succes wat deze bands kenden. In
de periode van 1976 tot 1982 brachten ze zes LP's uit, en hoewel ze ongeveer
250 maal per jaar optraden is de echte grote doorbraak nooit gekomen. Misschien
waren ze als southern rockband net iets te heavy, ik moet toegeven dat ik ook
liever een portie Allmann Brothers of Dickie Betts op mijn bord krijg dan dit,
toch was er voor dit hardere werk ook een publiek. Niettemin hielden de jongens
het dus na zes jaar en zes LP's voor gezien, om geheel onverwachts na 25 jaar
terug op te duiken met een live cd die de toepasselijke titel "Reloaded"
meekreeg. Ze hebben zeker niets van hun ruige sound ingeboet, ze zijn wat ouder,
grijzer en dikker geworden, maar op dat gebied kunnen ze bij de jongens van
Rootstime op alle begrip rekenen want die zijn van dezelfde lichting. Hun sound
is echter vandaag naar mijn opinie iets te heavy metal om bij de southern rock
fans aan te slaan. Niet dat we iets tegen harde bluesrock hebben, maar deze
jongens die nochtans van Texas komen missen de echte bluesy feel, zoals bijvoorbeeld
Z.Z. Top en Stevie Ray dat wel hebben of hadden. Even gaat 't de goeie kant
op in "Nasty Notions" als wat echte Southern Rock naar boven komt
en de tijden van de Marshall Tucker Band in herinnering gebracht worden. In
de traditional "How blue can you get?" laten ze zich dan toch even
van hun bluesy zijde zien, en als afsluiter zorgt de instumentale, te korte
shuffle "Thank You, Mama" ook nog even voor een vonk, maar toch zijn
hun huidige versies van hun nummers in vergelijking met hun 2 eerste studioalbums,
te heavy. Die 2 eerste platen waren dan ook geproduced door Bill Hamm (Z.Z Top)
en waren in feite hun enige echte goede opnames, 90 % van de nummers op "Reloaded"
komen niet voor niks allemaal van deze LP's. Indien hier echter een beetje minder
gebeukt zou worden en een wat subtielere sound gehanteerd zou worden, zou dit
best een hele goeie plaat geworden zijn, want de songs zijn best wel goed. Vijfentwintig
jaar geleden zijn ze nochtans aan hetzelfde euvel tenonder gegaan. Liefhebbers
van het hardere werk echter kunnen hiervan genieten.
(RON)

DAN
JANISCH
MEDICINE MAN
Website myspace
Info: Dan@danjanisch.com
Label : Green Door Record gogreendoor
panioloproductions
“How
many love songs really mean what they say?”
Dan Janisch
Het album "Medicine
Man" van singer/songwriter Dan Janisch is een leuke binnenkomer op nr.
23 in the Euro Americana
Chart en meteen bezorgt de brave man uit Venice, California ons een hoop
werk want de naam Dan Janisch zegt ons überhaupt nichts. Een "Google"
zoektocht leert ons dat Dan Janisch met "Weeds" en "To Peach"
reeds twee albums op zijn konto heeft die volgens Green Door Records momenteel
'out of stock' zijn, terwijl volgens andere informatiebronnen de albums nog
te verkrijgen zijn bij panioloproductions.
In een ver verleden zou Janisch als gitarist op de loonlijst gestaan hebben
van "the literally incendiary psychedelic glitter-rock troupe the Imperial
Butt Wizards". Wij moeten het voorlopig met "Medicine Man" doen
en zijn daar net als Thomas
Kaldijk van Radio Parkstad uiterst tevreden over en onze Nederlandse vrienden
zelfs in die mate dat zij het album verkozen tot cd van de week. Niet verwonderlijk
want Dan Janisch blijkt een prima storyteller te zijn die met de titeltrack
een leuk country/bluesmeezingertje in huis heeft dat drijvend op een slide-gitaartje
al jodelend aan zijn einde komt maar met "Sweet & Simple" aan
het serieuzere werk begint. Een beetje rustig onderuit met enkel een gitaartje
in de buurt laat Dan Janisch het ware troubadour gelaat aanschouwen... "Big
Trip" en "Longway" zitten in hetzelfde straatje en de opbouw
van de songs doet mij aan de jonge John Prine denken. Met het schitterende "the
Strongest Man, that ever lived" komt dat nasale stemmetje in de buurt van
Bob Dylan en de jonge Bob Seger ten tijde van "Against the Wind",
"Still the Same", "We've Got Tonight". De up-beat "Sayonara
Chinatown" met een grieperige synthesizer en de banjo en fiddle op "Pretty
Little Baby, I'm in love with you" zijn de buitenbeentjes op dit album
dat met "She Was a Beautiful Girl" en "Nora Had a Bird"
pareltjes van songs in huis heeft en die ons rijkhalzend doen uitkijken naar
zowel eerder verschenen materiaal als de opvolger van "Medicine Man".
Aangename kennismaking.
Dan Janisch verzorgt met "Groovie Ghoulies" frontman Kepi enkele concerten in Nederland en Duitsland.
Jul
25 2007 Sonic Ballroom Koln
Jul 26 2007 Waterfront Rotterdam
Jul 27 2007 Cafe de Vinger Den Haag
Jul 28 2007 Muhlen Madness Fest #3 Aachen

PAUL ORTA & FRIENDS
Website: www.paulorta.com
E-mail: porta4209@aol.com
Label: www.great-recordings.com
music@great-recordings.com
Distribiteur: Blues Promotion / Parsifal
www.blues-promotion.be
blues.promotion@proximedia.be
Als het oevre van mondharmonicaspeler/zanger Paul Orta paralel loopt met de vele optredens van de man zelf, vrees ik het ergste. Vooralsnog is het genieten geblazen, met projecten als deze. Hoewel ’s mans eigen songschrijfcapaciteiten ook niet mis zijn, trapt ook hij in de te voorspellen val van zijn voorgangers. Elk beetje zichzelf respecterende bluesman gaat zich namelijk op een gegeven moment aan De Groten wagen. Daar is niks mis mee, en in dit geval dan ook zeker niet. De audioapparatuur is namelijk nogal veranderd de laatste decennia en een update van de oude blues is immer welkom, zeker als deze vakkundig gebracht wordt. En dat is exact het geval op Orta's zoveelste, want buiten acht originals horen we hier vier fantastische covers van onder andere Jimmy Reed en Sonny Boy Williamson II. Samen twaalf nummers die werden opgenomen in Port Arthur, Tx, Parijs, Madrid, Munchen, Bordeaux en Arhus. Liefhebbers van traditionele Chicago-bluesharp zullen met deze plaat zeker niet teleurgesteld zijn. En wat een begeleiding, buiten Uncle John Turner, Lazy Lester, Peter Krause zijn er een tal klinkende namen van het hedendaagse rhythm & blues-podium die dankzij jarenlange samenwerking tot verbluffende prestaties komen op deze geweldige plaat. Het album begint met een slow-blues, "You Don't Have To Go", de klassieker geschreven door J. Reed en laat ons al dadelijk kennis maken met Orta's prachtige harmonicawerk. Het afsluitende "I Don't Want No Woman" is van wijlen U.P. Wilson, die ook in deze track het vocale voor zijn rekening nam. Op de andere elf tracks zijn Orta's vocale kwaliteiten te horen, naast zijn prachtige blaaswerk, dat wel degelijk sporen achter laat van Sonny Boy 2. Maar u heeft het waarschijnlijk wel door, "Paul Orta & Friends" is een album van formaat. Kortweg: Paul Orta weet best hoe de blues klinkt en heeft genoeg techniek in huis om dit op plaat te zetten.



THE
SALTY DOGS
AUTOHARPOON
Website: www.thesaltydogs.net
myspace
Info : thesaltydogs2003@Hotmail.com
Label : Big Bender Records
www.bigbender.net

"The
Kings of the Little Rock Honky - Tonk", "The Best thing East of Dwight
Yoakam"
(Miles of Music)
"Good Hard Core Salt of the Earth Country"
(Jason Ringenberg)
"True Keepers of the Country Flame"
(Freight Train Boogie)
.....
... er zijn
er die voor véél minder naast hun schoenen gaan lopen. Maar frontman
Brad Williams (vocals / guitars), Mike Nelson (bass), Bart Angel (drums/percussion),
alle drie ook aktief binnen Big
Silver en Nick Devlin (lead guitars/lap steel) blijven de eenvoud zelve
en dat weerspiegelt zich uiteraard in hun muziek. "Old School Bakerfield
honky tonk", two steps, shuffles, cry -in - your - beer - ballads en een
goed verstaander heeft aan een half woord genoeg. Inderdaad, traditionele country
is hun handelsmerk geworden en met de 7 - song Live Ep "The King of Broken
Hearts" en de opvolger "The Salty Dogs & Friends" zweeft
"the Ghost of Buck (Owens) and the spirit of Dwight (Yoakam)" over
dit prima gezelschap. Het onlangs verschenen album "Autoharpoon" is
dan ook een logisch verlengstuk geworden van die succesvolle formule ... enkele
leuke honky tonkertjes, "Starting Now" featuring D.J. Fontana op drums,
"Another Sad Country Song" and a couple of good tear - jerkers ("People
Cried", "Step Right Up"), enkele country/gospel nummertjes "Holding
to My Lord" en "When My Blood Runs Cold" (à J. Cash),
twee goed in het oor liggende covers van de klassiekers "Why you Been Gone
so Long" (Mickey Newberry) en "Take time to Know Her" (wereldhit
voor Percy Sledge), een vleugje Southern rock met "Water to Wine"
en "Heaven's Gates/Hell's Flames pt 1" en de afsluiter "pt. 2"
die er in zijn eentje voor zorgt dat de meer alt.country gerichte fan ook aan
zijn trekken komt. "If you like your country music honest - happy and rowdy
... The Salty Dogs en het album "Autoharpoon" ... Verplichte aanschaf!
)

THE
NATIONAL
BOXER
Website: www.americanmary.com
www.myspace.com/thenational
Mail : mail@americanmary.com
Label: Beggars Banquet Records Ltd
www.beggars.com
Hun
EP-tje “Cherry Tree” buiten beschouwing gelaten – alhoewel
ie eigenlijk te goed is zomaar om te vergeten – is “Boxer”
al de vierde full-CD van The National. De groep bestaat uit 5 leden die allen
uit Cincinatti, Ohio stammen maar aan de weg naar eeuwige roem timmeren vanuit
Brooklyn, New York. Uniek aan deze groep is de samenstelling met 2 x 2 broers
en een opmerkelijke zanger. De gebroeders-gitaristen Aaron & Bryce Dessner,
bassist Scott Devendorf en zijn broer Bryan, die op drums haast op alle nummers
zeer opvallend aanwezig is ondersteunen de ronduit prachtige stem van Matt Berninger.
Het begon in 2001 met het titelloze “The National”, gevolgd door
“Sad Songs For Dirty Lovers” uit 2003. Met hun album uit 2005 “Alligator”
werden ze al de hemel in geprezen door de verzamelde pers en de liefhebbers
van de betere popmuziek, zoals daar o.a. is Bruce Springsteen. Met “Boxer”
is het nu nog een behoorlijke gradatie erger. Leuzen als “Plaat Van het
Jaar” en “Sinds Jaren Niet Meer Gehoord”, “Wondermooi”,
“De Absolute Top” sieren de hoofding van menige persrecensie. Gelukkig
maar dat onze Rootstime-recencies geen hoofding nodig hebben, want dan zou ik
behoorlijk lang moeten zoeken naar een nog sterkere uitdrukking want deze CD
is werkelijk van uitzonderlijk hoogstaande kwaliteit. “Boxer” verschilt
van de vorige “Alligator” omwille van het feit dat er minder pure
rocksongs op staan, maar dat er meer gebruik wordt gemaakt van omkaderende instrumentatie
zoals piano, violen en blaasinstrumenten. Deze zijn echter zo subtiel aanwezig
dat ze nergens echt opvallen. Dat kan je niet zeggen van de wondermooie baritonstem
van Matt Berninger, die hem meermaals vergelijkingen oplevert met wereldstemmen
als Leonard Cohen, Nick Cave, Stuart Staples van Tindersticks en Ian Curtis
van Joy Division. En ook daarin wordt echt niet overdreven. Hij draagt alle
nummers en brengt ze een trede hoger met zijn vaak repetitieve teksten. Duiveltje-doe-al
in de huidige alternatieve muziekscene Sufjan Stevens is ook al aanwezig op
“Boxer”, namelijk met schitterend pianospel in 2 songs: “Racing
Like A Pro” en de fantastisch mooie wereldhit “ADA”. Net als
bij de vorige CD is “Boxer” een plaat die steeds meer groeit bij
elke nieuwe beluistering. En het is absoluut geen straf als je het schijfje
nogmaals door de boxen van je muziekinstallatie jaagt omdat het steeds weer
tot meer genieten leidt. Alle 12 songs zijn uitzonderlijk sterk, daarom wil
ik ook geen selectie van uitschieters maken voor deze recensie. Wat ik wel wil
doen is iedereen die ook maar denkt iets van muziek te kennen aan te raden om
deze CD onmiddellijk te gaan kopen. En bovenal : ga naar
The National kijken, zaterdagavond - 14/7- op Rock Herk (gratis festival in
Herk-de-Stad) waar ze aftrappen om 22.10 u. Als dat niet meer lukt
kan je ook nog tickets gaan kopen voor hun optreden in de Ancienne Belgique
op 12 november 2007, maar dan moet je daar wel 24 euro voor neertellen. Voor
die prijs kan je ook beslissen om al hun oudere werk aan te kopen, wat ik iedereen
ten zeerste kan aanbevelen. En kijk alvast
ook maar uit naar een interview
met The
National dat we zaterdag hopen af te nemen op Rock Herk en volgende week op
deze website zullen publiceren. (valsam)

DAVE
DESMELIK
UNHEARD OF
Website : www.davedesmelik.com
myspace.com
Info : Dave_desmelik@Hotmail.com
Label : Eigen Beheer
cdbaby.com
"Een
eersteklas Americana groeiplaat" .... het waren de bevindingen van onze
Freddy, duivel - doet - al bij Rootstime, over het album "AfterThoughts"
van singer/songwriter Dave Desmelik (zie rev; Jan'05). De opvolger "When
your Eyes Are Closed" kwam in mijn handjes terecht (zie rev:okt '05) en
ook deze jongen ging net als Dani Heyvaert van MazzMuzikas aardig uit de bol
bij het beluisteren van dat schijfje. Een tip om Dave Desmelik & the Hillbilly
Cadavers ergens in de Lage Landen op de affiche te plaatsen bleef zonder gevolg.
Misschien dat het onlangs verschenen "Unheard Of" en ondertussen al
opgedoken in de Euro Americana Chart daar wel voor kan zorgen. De sympathieke
bard uit Asheville, North Carolina is aan zijn vijfde album toe en wordt het
meer dan tijd dat hij niet alleen bij de 'kenners' maar ook bij het grote publiek
bekend geraakt. Dave Desmelik heeft maar één probleem ... hij
zou eens een rockabilly of bluesalbum moeten opnemen of een duet met Cher, een
huwelijk met Dolly Parton ... Eigenlijk bedoel ik dat de man zo 'gewoontjes
goed is' dat niemand er nog van opschrikt en dat zijn verhaaltjes, waarin ieder
van zich ons in herkent, beschouwd worden als gemeengoed. Je gaat er gewoon
van uit dat Desmelik geen slechte songs uit zijn hoed kan toveren en daar loert
precies het gevaar ... prima artiest, prima songs ... maar de vlam slaat blijkbaar
niet in de pan. Waarom Ryan Adams, Jay Farrar, Richard Buckner, Wilco, Jayhawks
wel en onze vriend DD niet? Wij troosten ons maar met de gedachte dat wij wel
tot zijn fans behoren en zingen uit volle borst "Loud and Clear, clear
and loud, soon or late ... Hier moet verandering in komen" en laten ondertussen
DD de longen uit het lijf blazen op zijn smoelschuivertje. De pedal steel op"
It Won't be Long", het lekker in het gehoor liggend "You've Come So
Far", de gitaartjes, de ietwat hese stembandjes op "Concrete Foundation"
het dobro geluidje op "Ebens Cove" het schitterende resonator - gitaargepingel
op "Murder Waltz", de mandoline op "It's True" en "My
Old Machine", de banjo op "It's Coming Down" verzoenen ons met
de gedachte dat DD misschien niet overloopt van optimisme in zijn songs maar
wel van talent!