ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007


THE NATIONAL LIGHTS - THE DEAD WILL WALK, DEAR

BERKLEY HART - POCKET CHANGE

BILL BOURNE - BOON TANG

BASIA BULAT - OH, MY DARLING

TEE - LIGHTS ON

RAPHAEL WRESSNIG’S ORGANIC TRIO - BOOM BELLO!

REMMELT, MUUS & FEMKE - THE LONG WAY ROUND

I SEE HAWKS IN L.A. - CALIFORNIA COUNTRY

JEFF LANG - WHATEVER MAKES YOU HAPPY

NORFOLK & WESTERN - THE UNSUNG COLONY



 

THE NATIONAL LIGHTS
THE DEAD WILL WALK, DEAR
Website: www.thenationallights.com
www.myspace.com
Mail: bloodshakerecords@gmail.com
Label: Blood Shake Records
www.bloodshakerecords.com

 

Amper 27 minuten duurt deze full-CD en in die periode worden 10 songs gebracht door het trio The National Lights, bestaande uit singer-songwriter Jacob Thomas Berns, multi-instrumentalist Ernest Christian Kiehne Jr. en harmony-zangeres Sonya Maria Cotton. Op "The Dead Will Walk, Dear" worden verhalen verteld over kleine Amerikaanse dorpjes, rivieren, velden en over verliefd worden. De echte themas zijn echter de dood, geesten en lijden. Berns kan mooi zingen en ook de songs zijn van een hoge kwaliteit, alhoewel simpel opgebouwd en van een minimum aan instrumenten voorzien. Op hun MySpace-pagina vergelijken ze zichzelf met o.a. Iron & Wine, Mark Kozelek en The Court & Spark en dat klopt allemaal. Wat op deze CD echter eveneens opvalt is dat als Jacob Berns en Sonya Cotton samen gaan zingen er een chemie ontstaat die de songs een behoorlijke boost geeft en ze echt verrijkt. Alle 10 songs zijn mooi maar er zijn natuurlijk enkele uitschieters, zoals bijvoorbeeld "Mess Around" over ontrouw, "O, Ohio" (heerlijk duet), "The Dead Will Walk" en "Buried Treasure" (met deze tekst : “somewhere there’s a heart in your body, you hide it well, but sooner or later, babe, I’ll get to it”). Het opvallendste nummer is echter alweer een duet tussen Berns en Cotton : "Swimming In The Swamp" met eenvoudige banjo-begeleiding. Dit is een echte murder-ballad met verwijzingen naar geweld zoals ook Nick Cave ze zou kunnen schrijven. Afsluiter "Killing Swallows" heeft ook al iets dreigends in zich met prachtig zangwerk van Berns. En dan is het plots al gedaan. Kort maar zéér krachtig en voor een debuutalbum een absoluut hoogstaande prestatie die alleen maar naar meer doet verlangen.
(valsam)



BERKLEY HART
POCKET CHANGE
Website: www.berkleyhart.com
www.myspace.com/berkleyhart
Email: berkleyhart@cox.net
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Label: PSB Records
www.cdbaby.com

 

Jeff Berkley (gitaar, percussie) en Calman Hart (gitaar, harmonica) spelen al vele jaren samen, en maakten sinds 2000 al drie studioplaten, ("Wreck 'N Sow", 2000 - "Something to Fall Back On", 2002 - "Twelve", 2004) maar "Pocket Change", hun vierde, is meteen ook hun beste album. De vorige cd's waren ook al heel goed, mede door de steeds kale productie, waardoor goed opviel hoe goed de twee zingen. Zowel Jeff als Calman hebben een prima zangstem, maar als ze samen zingen gebeurt er echt iets magisch, dan wordt het allemaal nog intensiever en intiemer. Geen drums op deze plaat, geen elektrische gitaren, maar puur akoestische instrumenten – gewoon twee gitaren, en sporadisch een mondharmonica of banjo. De tien zelfgepende songs en "Has Anybody Here Seen Hank?", een eveneens sobere cover van The Waterboys worden zeer geïnspireerd gespeeld, waardoor deze songs een uitgebalanceerde, verzorgde en loepzuivere klank krijgen die de luisteraar in de muziek zuigt. Het duo Berkley en Hart maakt muziek die niet echt goed te categoriseren valt – het is geen country, geen bluegrass, geen Americana, en ook zijn ze geen klassieke singer/songwriters, al zou je kunnen zeggen dat ze dat nou juist allemaal wel zijn. De grote kracht van Berkley Hart ligt bij het gebruik van de zangharmonieën: hun stemmen passen perfect bij elkaar, vullen elkaar prachtig aan en versterken elkaar zelfs. Dat diezelfde harmonieën ook vrij eenvormig zijn, blijkt wanneer ze in de mindere nummers zeurderig gaan klinken. Gelukkig zijn er dan de teksten van dit duo, die getuigen van een hang naar stoffige maar charmante nostalgie. "Pocket Change", is een plaat van twee mannen die niets meer te bewijzen hebben, maar dat koste wat het kost toch willen doen. Een prachtige, volle, rijke, warme plaat van een duo op zijn top.


BILL BOURNE
BOON TANG
Website: www.billbourne.com
www.myspace.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Label: Cordova Bay Records

 

De Heer heeft vreemde kostgangers. Bill Bourne bijvoorbeeld, in het verleden bekend als partner van Jim Morrison in het duo Sweetgrass, of met zijn bijdragen aan artiesten als The Tannahill Weavers, Alan MacLeod, Shannon Johnson, Tri-Continental, Eivør Pálsdóttir en vele anderen, is nu herboren als een soloartiest die het probeert met vocale hulp van Eivør Pálsdóttir in een viertal songs, en verdacht geïnspireerde songteksten. Daar staat tegenover dat Bill Bourne, onze songsmid uit Canada, zo’n karakteristiek stemgeluid heeft, dat een grote omslag er voor iemand met zijn slome duikelaar-bariton gewoon niet in zit. Alles klinkt nu eenmaal naar hem. Er zijn vergelijkingen met zijn vorige album "Voodoo King" uit 2002, al klinkt de vocale samenwerking met deze Pálsdóttir, een schone uit de Farao-eilanden en een zekere Laurelle in twee andere tracks, meer werelds. Bovendien klinken er werkelijk veel jubelende geluiden uit de strot van zangeres Pálsdóttir, met wie hij ook samenwerkte op Eivør's derde solo CD, "Eivør3", en, geloof het of niet, ook uit die van Bourne zelf. Anders Bourne dus wel. Voor wie dieper graaft, levert zoek de verschillen zelfs significante resultaten op. Maar het fijnste is dat Bourne met negen zelfgepende prachtsongs en twee covers: "No Woman No Cry" en Gordon Lightfoot's "For Lovin' Me", zijn ingedutte carrière nieuw leven in blaast. Folk vormt de basis van de muziek van Bill Bourne. Maar ook world beat, blues, cajun, Celtic, flamenco en funk zijn bij Bourne in goede handen. Een bescheiden grootheid deze Bill Bourne. Een bescheiden grootheid die met "Boon Tang" een werkelijk fantastische plaat heeft afgeleverd.

 



BASIA BULAT
OH, MY DARLING
Website: www.basiabulat.com
www.myspace.com/basiamyspace
Mail:basia@basiabulat.com
Label: Rough Trade Records
www.roughtraderecords.com

 

Alweer prachtig werk uit Ontario, Canada. Nog maar pas bespraken we "Ongiara" van Great Lake Swimmers die ook uit deze stad afkomstig zijn. Andere stadsgenoten zijn de leden van Arcade Fire en Maria Taylor. Laat net nu hier de eerste solo-CD van Basia Bulat op tafel liggen en aan mij de eer om hier een bespreking bij te schrijven. Klein, jong en blond lijkt ze meer op een studente, maar dat is een serieuze misvatting. Want deze jongedame heeft heel wat in haar mars en dat bewijst ze ten volle op "Oh, My Darling". Onlangs stond ze nog op te treden in Brussel in het voorprogramma van The Veils, alweer een stel mafcanadezen. Daarbij kon ze in een korte set de harten stelen van de toehoorders met haar engelachtige en emotionele folkgezangen onder begeleiding van pianoklanken of zachte vioolgeluiden. De pers catalogeert haar in de school van o.a. Natalie Merchant en Joni Mitchell, voor mij niet gelaten maar toch is ze vooral zichzelf. In de 35 minuten die de plaat duurt brengt ze 12 songs die allen voorzien zijn van een goede en simpele melodie. Nummer één op het album duurt amper 1 minuut en als begeleiding is er enkel handgeklap en wat ukelele. Ook "I Was A Daughter" begint met heftig handgeklap maar gaat dan over in voortreffelijk gezongen werk. Daarna trekken we onze dansschoenen aan voor een "Little Waltz", gevolgd door de 2 hoogtepunten van deze CD. De songs "December" en " Snakes And Ladders" zijn door hun eenvoud zo prachtig geworden dat ze - gedragen door nauwelijks meer dan de stem van Basia Bulat - naar hogere regionen worden gezongen. Hierbij zweef ik graag even terug naar den goeden ouden tijd toen 10.000 Maniacs mij steeds weer wist te bekoren. De titeltrack is alweer een liedje van nauwelijks anderhalve minuut, maar dat is lang genoeg om te overtuigen. Ik heb nogal eens de neiging om een favoriete track te hebben op elke CD en dat is op dit album "Little One" geworden met een o zo simpel pianoriedeltje waardoor het o zo prachtig wordt. "Why Can't It Be Mine" is dan weer een jazzy nummer en "The Pilgriming Vine" dwingt je meteen opnieuw in de altijd te nauwe dansschoenen voor nog eens een vrolijk walsje. De drijvende percussie en de zwoele violen overheersen in "La-Da-Da". "Birds Of Paradise" is een supergevoelige piano & gitaar-ballad waarin alweer voortreffelijk gezongen wordt. "A Secret" sluit de plaat op gepaste wijze af. Toch ben ik blij dat Basia Bulat geen geheimpjes meer voor ons heeft. Ze heeft ze namelijk bijna allemaal prijsgegeven in de 12 songs die op "Oh, My Darling" staan. Waarvoor dank van (valsam)


TEE
LIGHTS ON
E-mail: Devilproductions@pi.be
Label: Naked Productions
info@nakedproductions.be
Distr.: Bertus / www.bertus.nl

 

Hoewel dit geen nieuwe opname meer is, ze stamt in feite van 2001, maar is pas gereleased in 2004, toch willen we nog even aandacht besteden aan deze "Lights On" de tweede vanTee, a.k.a Marc Thijs, omdat "Naked Productions" een aantal goede Belgische bluesproducties terug onder de aandacht wil brengen. Je mag je dus in de volgende weken aan nog wat kwaliteit van eigen bodem vewachten, nieuw en minder nieuw. Marc T. is welbekend van "Slime Hunters" (die ondergetekende door een gelukkig toeval aan hun platencontract hielp), daarna de "Healers" en natuurlijk van de in mijn ogen beste bluesband die Belgie ooit rijk was "The Electric Kings". Het was in deze band pas dat Mark pas als gitarist opdook, (voorheen was mondharmonica zijn instrument), en ondertussen mag hij zich een van de beste Belgische gitaristen in het bluesgenre noemen. Hij is vooral beinvloed door o.a T.Bone Walker, Robert Lockwood en Buddy Guy. Zijn debuut als "Tee" werd in Amerika, in samenwerking met Thomas Yeasley van de Paladins (bas) onder de naam "This is ...Tee" opgenomen, en sinds toen waren er een aantal jaartjes voorbijgegaan, tot dus in 2004 de opvolger er eindelijk was. Achttien songs op deze "Lights On", en stuk voor stuk klinken ze zo authentiek "ouderwets" dat je soms meent naar een oude originele T-Bone Walker of Otis Rush opname te luisteren, dus het feit dat de cd rijkelijk te laat gereleased werd en aantal jaren geleden doet hier niks ter zake, deze sound is tijdloos, en net als goede wijn kan je van deze soort cd's blijven genieten en worden ze beter met de jaren, een gevoel dat ik bij The Electric Kings ook had. De zes muzikanten van Tee vormen één hecht blok, en mede door het feit dat er een Hammond en twee saxen bijzijn krijg je dat heerlijke "gedateerde" geluid nog meer. Deze opnames gebeurden in ons eigen Limburgse Houthalen, en waarschijnlijk was 't in een grote en dure studio moelijker geworden om deze sound te bereiken. Als gitarist is Mark weer prachtig bezig, maar ook als vocalist heeft hij duidelijk een stap voorwaarts gezet, in vergelijking met zijn vocals bij Slime Hunters en Electric Kings zingt hij nu veel meer "ingeleefd" en kan hij de stemmingen van de verschillende nummers moeiteloos laten aanvoelen met zijn zang. Mark Thijs is met zijn band Tee, iemand die authenticiteit hoog in zijn vaandel voert, en in afwachting van een opvolger, brachten we deze nog even naar boven, misschien is hij nu makkelijker op de kop te tikken dank zij "Naked" want vroeger was dat wel eens een probleem, en ik spreek uit ervaring.
(RON)



 

 

RAPHAEL WRESSNIG’S ORGANIC TRIO
BOOM BELLO!
Website: www.raphaelwressnig.com
Contact: office@raphaelwressnig.com
Label: Pepper Cake
Distr.: ZYX Music
zyx@cuci.nl

 

Raphael Wressnig is geboren in oktober 1979 ergens in Oostenrijk en begon de kunst van orgel en piano te bestuderen op zijn 16de. Zijn invloeden vond hij bij o.a. Jimmy Smith en Jack McDuff maar ook bij John Medeski en Larry Goldings. Door deze invloeden te mengen met zijn eigen stijl zorgde dit er al snel voor dat hij de stempel beter muzikant in de blues & jazzwereld kreeg opgepind. Onder het motto “men moet het ijzer smeden wanneer het heet is” vermoed ik dat Raphael Wressnig ook deze cd heeft opgenomen. Na eerst een knappe cd ("Mosquito Bite") met Enrico Crivellaro te hebben opgenomen brengt hij met deze Boom Bello! Een soort gelijke cd uit maar dan met andere klasse muzikanten aan zijn zijde. Als ik zeg klasse dan bedoel ik ook klasse, namen als Georg Jantscher (gitaar), Alex Schultz (gitaar), Sax Gordon (sax natuurlijk) en Lukas Knöfler (drums), maar ook een Christian Bachner (op tenorsax). 10 jazzy songs staan er op deze cd, songs die natuurlijk voorzien zijn van veel Hammond B3 geluiden. Daar waar de cd met Enrico Crivellaro iets meer rock invloeden hadden vinden we op deze cd meer jazz, soul en fusion terug. Dit bewijst alweer maar eens dat Raphael Wressnig van alle markten thuis is. Elk nummer hier afzonderlijk gaan bespreken vind ik absurd maar ik wil toch even vermelden dat jullie zeker het nummer "Last Train To Aalter" moeten gehoord hebben. Een nummer met knap gitaarwerk van Alex Schultz lekker ondersteund door de Hammond B3 van Raphael. Misschien is dit nu niet dadelijk de muziek die je verwacht op een groot festival maar ik ben ervan overtuigd dat deze muziek het zeker goed doet in rokerige jukejoints en die kleinere clubs waar iedereen nog komt voor de muziek en niet om Jan of Piet nog eens te zien. De vraag blijft natuurlijk of het praktisch mogelijk is met al deze muzikanten een tournee op te zetten daar de meeste muzikanten ook nog eens actief zijn met andere bands en/of projecten.
Blueswalker.



REMMELT, MUUS & FEMKE
THE LONG WAY ROUND
Website: www.remmeltmuusfemke.nl
www.myspace.com
Email: info@remmeltmuusfemke.nl
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Distr.: Bertus - www.bertus.nl
Label : Remmelt Records

 

Remmelt, Muus & Femke zijn Haagse singer-songwriters met zeer gevarieerde Amerikaans getinte popsongs. Ze noemen hun muziek gepassioneerd akoestisch. Hoe Hollands de naam ook is, Amerikaanser kan hun muziek niet klinken, als de betere country-pop in de beste traditie van Crosby, Stills, Nash & Young en vooral deze laatste, zoals letterlijk bezongen is in "Carina’s Waltz": And they all sang along/ When we played Mr. Young. In 1995 zijn Hugo Remmelt en Thijs Muus begonnen en in 1998 werd het duo af en toe versterkt door de prachtige vocalen van Femke Japing, zij is het jongste lid van het trio, met een leeftijdverschil van ongeveer 20 jaar. Iets later werd het duo definitief een trio. Hun in 1999 (toen nog als duo) verschenen ‘titelloze’ debuut cd werd door een collectief van Haagse popjournalisten verkozen tot beste Haagse cd van 1999. Op hun 2e cd, "Bridging the Gap", is de stem van Femke veel prominenter aanwezig. Zij maakte al vanaf haar zesde muziek. Zingen in een kinderkoor, gitaarspelen en later kwam daar pianospelen bij. Op een gegeven moment kreeg ze gitaarles van Thijs Muus. Op haar zestiende ging Femke meedoen, eerst als tweede en derde stem, later ook als componist en gitarist. Naast Remmelt, Muus & Femke heeft ze een singer-songwritertrio met haar zussen, Edda en Anneloes Japing, Femke & Sisters. Op hun laatste album "The Long Way Round" (2005) komen tevens ook een aantal eigen nummers van Femke. Het repertoire van Remmelt en Muus wordt omschreven met het woord ‘Americana’. Femke ziet zichzelf niet zo. "Ik stop mezelf liever niet in een hokje. De mensen die mij het meest hebben geïnspireerd zijn Sheryl Crowe, Janis Joplin, Sarah Bettens van K’s Choice en Beth Hart." Op "The Long Way Round" draait alles om vocale harmonieën en ze zijn werkelijk wonderschoon. De muzikale begeleiding is uiterst sober en vooral akoestisch. Dit om de stemmen van Remmelt, Muus & Femke alle ruimte te geven. Dit is een wijs besluit, want wat zingen ze mooi. De muziek van Remmelt, Muus & Femke is honigzoet, maar wel puur en eerlijk. De composities lijken in dienst te staan van de samenzang van het trio. Slechts in een enkel geval wordt daarvan geen gebruik gemaakt, zoals in de ballade "You" en het wat vreemde "New Shoes For Kids". Daarentegen wordt het prachtige "Sad Man" in beperkte mate overgoten met harmonievocalen, maar wel met een hoofdrol voor een fluit. Die stemmensymfonieën vinden we terug in de door Hugo Remmelt en Femke Japing voorzichtig over akoestische gitaren en een intimistisch streepje mondharmonica gedrapeerde prachtliedjes als “Sacred Arms” of “Move On”, je voelt je hier als luisteraar ogenblikkelijk thuis. Ook de door Thijs Muus van een wel zeer nadrukkelijk Neil Young-tintje voorziene stukken als “Love Me” en “Wishing” zijn adembenemend, deze songs laten me denken aan de sound van Neil Youngs legendarische album “Freedom”. Toch bewerkstelligd het stel een eigentijdse invulling te geven aan het genre waar menig veertig plusser naar terug verlangt . Hoogtepunt is wel het poprockende “Here Comes The Sun” geschreven door Hugo Remmelt, gewoon prachtig. Er staat gewoon niet één slecht liedje op "The Long Way Round". Kortweg : Zeer geniaal is het fraaie artwork van de cd, een mengeling van typisch Amerikaanse landschappen met Hollandse symboliek (een route 66-achtige weg waarop een bushokje met klassiek geel bordje, fietsers door de Grand Canyon etc.). Maar de inhoud bestaat uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "The Long Way Round" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Zet de cd op, sluit je ogen en je waant je in de late jaren 60 of de vroege jaren 70. De jaren waarin de West-Coast pop, Amerikaanse country- en folkmuziek, werden bedacht en waarin vocale harmonieën tot kunst werden verheven.



I SEE HAWKS IN L.A.
CALIFORNIA COUNTRY
Website: www.iseehawks.com
Email:info@iseehawks.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
Label : Western Seeds

 

I See Hawks in L.A.! In 2004 wilden deze countryrockers uit Los Angelos op hun tweede album "Grapevine" (opvolger van het titelloze debuut uit 2001) de luisteraar via hun teksten wijzen op de ook rondom Los Angeles nog altijd aanwezige natuur en dat is natuurlijk een zeer loffelijk streven. Deze band komt nu met "California Country" als opvolger en brengt gelijk de hoogtijdagen van The Flying Burrito Brothers en The Byrds in herinnering met melodieuze country-rock met veel aandacht voor de samenzang en een dominante rol voor gitarist Paul Lacques (ook steel en dobro). De band heeft verder een opvallende fiddler in Brantley Kearns en een sterke zanger in frontman Robert Rex Waller, die zowel in het ruigere werk als in de Gram Parsonsachtige ballads goed zijn weg weet te vinden. Het speelplezier en de enorme muzikale drive van het gezelschap spatten er in de meeste nummers ruim vanaf, want ze zijn op hun sterkst als ze een beetje loskomen van het obligate country-rock pad en de wat ruigere kant van hun muziek opgaan zoals in de sterke opener "Motorcycle Mama". "California Country", deze albumtitel zegt meteen genoeg, al zijn de teksten van zanger-gitarist Robert Rex Waller soms wel raar, zoals in "Midnight Orlando" waar Waller bloedserieus zingt over Disneyland bij nacht en het nummer "Slash from Guns N' Roses" een eerbetoon aan de gitarist van Nirvana is. Plezierige teksten, hetgeen zijn invloed heeft op de band, en meteen een luchtig sfeertje oproept. Gewoon heerlijke muziek die best mag gehoord worden. Voeg daarbij een aantal opmerkelijke gastmuzikanten, waarvan Rick Shea en Chris Hillman van The Byrds de bekenste zijn, vinden we "California Country" best een aardig plaatje, dat zeker het beluisteren waard is, zeker voor de ware liefhebbers van dit genre, al zouden I See Hawks in L.A.voor mij wat meer mogen rocken, maar de intensiteit van de opnames maakt veel goed.



 

 

JEFF LANG
WHATEVER MAKES YOU HAPPY
Website: www.jefflang.com.au
www.myspace.com
Info: www.goforit-promotions.com
goforit-promotions@ntlworld.com

 

Jeff Lang heeft tot op heden tien albums op zijn naam staan: Dig Deep To Bury Daddy (2005), Whatever Makes You Happy (2004), No Point Slowing Down (2003), Everything Is Still, Disturbed Folk Vol. 2, Cedar Grove, A Crowd in Every Face, Native Dog Creek, Disturbed Folk en Ravenswood. In 1994 nam hij deze laatste plaat op, maar blijkbaar is zijn carrière niet heel erg van de grond gekomen, want vorig jaar kwam platenmaatschappij Telarc nog met een verzamel-cd "Prepare Me Well" op de proppen. Ook was hij te horen op "Dislocation Blues", een plaat die hij opnam met wijlen Chris Whitley. Om zijn aanstaande Europese tour te promoten kunnen we op 5 juni 2007 een release verwachten van "Whatever Makes You Happy". En eerlijk gezegd "happy", dat zijn we wel! In zijn jonge jaren werd de jonge Jeff ondergedompeld in de elementaire blues van Skip James, de rauwe gospel van Blind Willie Johnson, het gitaarwerk van Jimi Hendrix, de slide gitaar van Ry Cooder, en de songwriting van Bob Dylan en Richard Thompson. Hij leerde eerst clarinet spelen maar door de jaren heen voegde hij daaraan een hele reeks van instrumenten zoals lap steel, (acoustic, electric and bass), gitaren (acoustic, national, supro resophonic, bottleneck), drums, percussie, chumbush, ukulele, weissenborn, harmonium, tenor banjo en wind samples. Op korte tijd groeide hij uit tot één van de boeiendste Australische gitaristen. Chart Magazine in Canada omschreef hem als ... 'the new Slide Guitar King Of The World'. Hij schrijft liedjes en daarmee basta. Hij wil geen bepaalde boodschap overbrengen. De blues van Jeff Lang wordt door de kruisbestuiving met rock en Keltische muziek toegankelijk voor liefhebbers van de betere popmuziek. De opnamen van "Whatever Makes You Happy" klinken fantastisch en Lang heeft een krachtige, maar soepele stem. Hij weet zijn boodschap in verhaaltjes sterk over te brengen, en de opmerkelijke instrumentaties, dragen sterk bij aan de kracht van dit werk. De cd laat zich beluisteren als een roadmovie voor de oren. Jeff Lang is volgens mij ook een van de weinige bluesmannen die het aandurft af te wijken van de gebaande bluesmuziek paden. De muziek past precies bij die teksten. "Whatever Makes You Happy" bevat 15 songs, allemaal geschreven door Jeff, waaronder vier intrumentals. Hoogtepunten zijn "By Face Not Name" met vocale steun van Suzanah Espie en Jeff op zijn lap steel gitaar. "Rejected Novelist Fails Again" is misschien het best geschreven en hier komt Jeff stevig uit de hoek door zijn elektrische gitaarspel. "The Road Is Not Your Only Friend" met gebruik van mandolin en viool is meer een blue-grass-song, die meer aanleunt bij Keltische muziek. Lang's album blijft dusdanig verrassen dat je aan het eind niet meer weet wat je allemaal hebt gehoord. Dus begin je gewoon opnieuw. En opnieuw. Steeds weer klinken zijn songs ongelooflijk hypnotiserend, je komt gewoon niet weg uit de hypnose, songs waar regelmatig zijn prachtige gitaarspel (zoals in "Alive in There" en "The Day I Got Chewing Gum Stuck in my Hair") voor een degelijke verrassing zorgen. Ik heb altijd bewondering gehad voor artiesten die onder alle omstandigheden zichzelf blijven. Jeff Lang is er één van.



NORFOLK & WESTERN
THE UNSUNG COLONY
Website: www.norfolkandwestern.org
information@norfolkandwestern.org
Label: Hush Records
www.hushrecords.com
Distr.: Konkurrent
www.konkurrent.nl

 

Norfolk and Western is het vehikel waarin singer/songwriter Adam Selzer al zijn ideeën kwijt kan. De albums van dit eenmansproject laten een breed palet aan klanken horen, waarbij het accent ligt op akoestisch singer-songwriterwerk met een distinctieve Amerikaanse indieklank. Maar zoals hun vorige albums, "Winter Farewell" en "Dusk in Cold Parlours", reeds betere opvolgers waren van het debuut "Centralia" is ook deze nieuwe "The Unsung Colony" geheten, een zo mogelijk nog fijnere opvolger. Wellicht is het sobere geluid iets meer ingekleurd en zijn de treurige liedjes allemaal net iets verder uitgewerkt, waardoor het spannende "The Unsung Colony" aanzienlijk toegankelijker klinkt dan de eveneens sterke voorlopers, die vaak pas na vele luisterbeurten tot leven kwamen. Selzer is een man die zich het liefst maandenlang in een studio opsluit. Alles wat hij opneemt, uitprobeert en in al die vruchtbare spontaniteit wordt geboren, wordt opgenomen en als het even kan ook daadwerkelijk uitgebracht. Bij Selzer zit het creatieve hart op de juiste plaats, en omdat hij bepalend is voor de koers van Norfolk and Western kun je er vanuit gaan dat "The Unsung Colony" een artistiek verantwoord product is. Hoe je ook staat tegenover alternatief of experimenteel getint werk, wanneer je extra luistermoeite investeert bij deze mate van integriteit dan vindt vroeg of laat de beloning van erkenning plaats. De huidige line-up van Norfolk and Western geeft wederom een luisterrijk landschap aan klankkleuren; rustiek en weloverwogen wordt een fantastische pallet neergelegd. De instrumentale variatie geeft een orkestrale indruk, terwijl de stemmigheid van de melodieën de toon zet. De cast, zoals hij zelf het eigenzinnige collectief introduceert, bestaat uit een bonte en kleurrijke stoet van alternatieve countrymuzikanten, waaronder o.a. Rachel Blumberg (drums, vocals), Dave Depper (bas, piano, vocals), Peter Broderick, (viool, banjo, accordeon), Corey Gray (trompet, piano), Amanda Lawrence (viola) en Tony Moreno (gitaar). Selzer is geen benadigd zanger, dat wisten we al, maar zijn omfloerste manier van zingen heeft charme en past prima binnen de sound van Norfolk & Western. Wanneer muziek zo luisterrijk is dat het bijna voelbaar wordt, dan heb je de behoefte er volledig in op te gaan, desnoods er in weg te zinken. Een warm soort genot dat je alleen vindt op de allerbovenste plank. Behoed je voor verslavende impulsen, want met deze laatste cd ligt de lat wederom hoger. Kortom: "The Unsung Colony" is weer zo’n sfeervolle plaat zoals we die van Norfolk & Western zijn gaan verwachten. Liefhebbers van Iron & Wine, Damien Jurado, Roger Dean Young, Will Oldham en Richard Buckner zijn gewaarschuwd. Delicaat, verstild en subtiel. Een koptelefoon is geen overbodige luxe om optimaal te verdrinken in dit klankrijke hoorspel.