ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007


DAVE HOLE - ROUGH DIAMOND

THE .357 STRING BAND - GHOST TOWN

JIMMY D - THIS IS MY HOUSE

CHARLIE WOOD - LUCKY

EUGENE HIDEAWAY BRIDGES - EUGENE HIDEAWAY BRIDGES

PETE SEARBY - AIN'T NO TURNING BACK

JEB LOY NICHOLS - DAYS ARE MIGHTY

DOUG COX & SALIL BHATT - SLIDE TO FREEDOM

IAN FOSTER BAND - THROUGH THE WIRES

JANN BROWNE - BUCKIN AROUND



DAVE HOLE
ROUGH DIAMOND
www.davehole.com
Label : DixieFrog Records
www.bluesweb.com
distr.: Parsifal
www.parsifal.be
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Geboren in Engeland 1948 verhuisde Dave Hole al snel met zijn ouders naar Perth, Australië. Als kind was hij al verliefd op muziek en leerde gitaarspelen van iedere bluesplaat die hij maar te pakken kon krijgen. Na 20 jaar spelen in het Australische clubcircuit maakte hij zijn eerste album in eigen beheer voor zijn fans. Nadat deze via Guitarplayers Magazine in handen kwam van Aligator records kwam werd hij al snel een wereldwijd fenomeen. Hole heeft wel een heel bijzondere manier van spelen. Hij glijdt met zijn slide via de bovenkant over de hals van zijn gitaar (zie video's), eenmaal aangeleerd door een verwonding aan zijn linker hand en nooit meer afgeleerd. Het voordeel is dat hij zo alle noten kan pakken tot extreem hoog toe. Daardoor is hij wel een niet onverdienstelijk gitarist met een voorliefde voor akoestische countryblues. De stokoude helden van weleer, zoals Blind Willie Johnson, Son House, Robert Johnson en Charlie Patton, worden door Hole en zijn hightech gitaar de blueshemel in geprezen. Maar ook latere gitaargoden, waaronder Jimi Hendrix en Eric Clapton, ziet de Australiër als voornaamste inspiratiebronnen. Vanaf het begin van de jaren negentig verscheen bijna ieder jaar een cd van Hole. En nu is hij er weer met "Rough Diamond", zijn negende album, waarop hij toch een iets ander geluid laat horen. Met de focus wat minder op zijn slidespel en meer op zijn zang en de songs zelf, klinkt hij subtieler dan ooit. Bijna alle bluesvarianten worden hier gedemonstreerd. Zo vervolgt de gelijknamige funky openingstrack met een mix van boogie, shuffles, slowblues en bluesrock. Hij wisselt vier eigen tracks en covers van o.a. Robert Johnson, Elmore James, Willy DeVille en Ivory Joe Hunter af, nummers waarin hij bewijst wat voor een begaafd gitarist hij wel is, het onnavolgbare slidespel van deze sympathieke bluesman uit 'down under'. Het echte vuurwerk zit ‘m dan ook in een paar spetterende gitaarsolo’s en een oerdegelijk vrolijk swingende cover van E.Boyd' klassieker "Cant Stop Loving You". Daar tegenover waren we ook zeer aangegrepen door zijn eigen gepende 'Yours For A Song". Wat betreft vernieuwing in Hole's spel, is na negen albums, niet meer veel te verwachten, maar in de meeste songs horen we zijn gitaarspel over een basis van up-tempo geroffel en tromgebeuk zodat Dave zijn landgenoten alle eer aandoet: ruwe ietwat ongepolijste bluesboeren die een klein maar fijn muziekhartje op de juiste plaats hebben, inderdaad … een ruwe diamant die flink schittert.



THE .357 STRING BAND
GHOST TOWN
Website: www.streetgrass.com
www.myspace.com/the357stringband
E-mail: info@streetgrass.com
Label: Rosa Records / www.rosarecords.nl
Info: robbie@rosarecords.nl
Distr.: Sonic Rendezvous / www.sonic.nl
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Toen ik op het hoesje las dat deze cd een co-productie was met J.D. Wilkes (van The Legendary Shack Shakers) wist ik al dat dit geen alledaagse bluegrass ging worden wat we hier te horen zouden krijgen. Een kwaliteitslabel als Rosa Records zou dit ook nooit in zijn catalogus opnemen, ware het niet dat deze jongens ons iets apart te bieden hadden. Deze langharige over-getatoeëerde kerels brengen inderdaad bluegrass, maar toch tegelijkertijd iets totaal anders. Iemand noemde het "Bluegrass with an attitude" en dat is geen slechte beschrijving, maar zelf noemen zij het "Amphetamine fueled mountain music" en dat komt er nog dichter bij. Verrassen doen ze zeker, met deze mix van sterke songs, die ze met overgave en vakmanschap brengen, muziek die duidelijk zijn wortels heeft in de traditionele Amerikaanse muziek, maar tegelijkertijd avontuurlijk en vernieuwend is. Beeld je de Legendary Shack Shakers in of the Hackensaw Boys (goeie vrienden van .357 String Band trouwens) en laat deze jongens bluegrass spelen en je krijgt een klein idee hoe de .357 String Band klinkt. In feite moet het genre nog een naam krijgen, want zoals deze band ken ik er geen tweede. Laat 't ons Hillbilly/punk/Americana noemen. Want punk is het zeker, de jongens speelden voorheen ook gewoon punk tot ze de bluegrass elementen bijvoegden en zo een heel apart geluid produceerden. De upright bass wordt hier door Rick Ness bespeeld in pure rockabilly stijl, maar hij heeft spijtig genoeg de groep verlaten en zijn laatste optreden was dat van de persvoorstelling van deze cd. Hopelijk hebben de jongens ondertussen al een adekwate vervanger voor Rick gevonden. Verder zijn er natuurlijk de gebruikelijke banjo, fiddle en mandoline die het geluid bepalen, maar de optredens van de.357 String Band zijn hun grote sterkte. De Amerikaanse pers schrijft verhalen over hun shows in de stijl van: “It matches up against any snake worshipping Christian revival show and spooks an audience into a glazed-eye state of euphoria”. Op zijn minst gezegd een opwindende belevenis dus. Als je dit cd’tje gehoord hebt kan je dat best begrijpen, want deze bluegrass op speed kan je moeilijk laten stilzitten. Jake Orvis bespeelt de mandoline en washboard, Joe Huber de banjo en Derek Dunn de gitaar en alle drie nemen ze de vocals voor hun rekening op een manier alsof hun leven ervan afhangt, dit is ”duelling banjos” op 78 toeren, “Rather be hated for what we are, than loved for what we ain’t” staat er op hun hoes. Een mooi levensmotto als je ‘t mij vraagt. Een van de mooiste nummers op de cd is het grappige, onweerstaanbare “Shotdown” een echte Hoe-down song. Dat is ook weer een van die labels die de groep opgeplakt krijgt in de muziekpers “Hoe-down meets throw-down”, een verwijzing naar hun punk verleden. Naar’t schijnt gaan ze in de herfst van dit jaar Europa aandoen. Als ik de kans krijg zal ik er zeker bij zijn.
(RON)



JIMMY D
THIS IS MY HOUSE
Website: under construction.
Label: E.B.S Records
www.ebsrecords.com
www.cdbaby.com

 

Af en toe kan je toch nog eens verrast worden door een witte raaf tussen de stapels blues cd's die op de Rootstime redactie binnengebracht worden. Hier hebben we er bijvoorbeeld zo eentje. Jimmy D of Jim DePalma zoals de man voluit heet, komt uit Pittsburgh en brengt ons op "This Is My House" eens niet dat standaard 12 maten en 3 akkoorden, I woke up this morning -soundje waar zowat de helft van alle bluescd's mee volstaan, maar een cd vol goed gebrachte blues, met op de eerste plaats een hele grote portie funk. Als ik zeg funk bedoel ik de echte Funk met een hoofdletter, zoals James Brown zaliger het in zijn beste jaren bracht, Soul Funk. Jim heeft er de stem voor, luister maar naar "Keep Your Money", dichter bij James Brown kun je als blanke niet geraken. Deze "witte raaf" klinkt zo zwart als de nacht bij maansverduistering. Maar naast funk heeft Jimmy nog meer om bij zijn blues te voegen. "Not Keepin" heeft de perfecte balans tussen blues en reggae en doet even The Police terug herleven. Echte soul in de traditie van Otis Redding krijgen we te horen in "Other Side". Het aan The Meters opgedragen "Biscuit Funk" is een kruising van New Orleans funk met Booker.T-stijl blues en kon zo op een Stax-greatest hits verzamelaar gestaan hebben. "Burnt Child" is best te omschrijven als Mink Deville sings Hendrix, met een aparte vermelding voor de fenominale backing vocals van ene Erin Cruise, wat een stem heeft dat vrouwtje! Heb ik al verteld dat naast een uniek zanger Jimmy ook nog een meer dan behoorlijk gitarist is? Het best kan je dit horen op de enkele "pure" traditioneel getinte bluessongs die op deze cd staan, zoals het op ZZ-Top lijkende "Taking Out The Trash" waar halfweg het nummer Jimmy een prachtige slide solo ten beste geeft, waar Billy Gibbons zijn petje voor af zou doen. Ook "Release Denise" is een down to earth blues met een prachtige slide, en ook vocaal is Jimmy hier weer uitermate sterk bezig. De Buddy Miles song "Them Changes" krijgt hier een aparte instrumentale bewerking op een bijna onherkenbare jazzy-funky wijze. Van "Changes" gesproken! Als je van blues houdt, maar je kan ook wat funk verdragen, dan is deze "This Is My House" een aanrader, ik heb er in ieder geval volop van genoten, Goede zanger, goede gitarist, op een (originele) cover na, allemaal eigen werk, en last but not least, een heel originele benadering van de blues. Zolang er kerels zijn als Jimmy D, kan de blues niet sterven!
(RON)


CHARLIE WOOD
LUCKY
Website: www.charliewood.us
www.myspace.com
e-mail:charlie@charliewood.us
agent: lucyhathcote@yahoo.com
Label: Inside sounds
elvis@insidesounds.com
www.cdbaby.com/cd/charliewoodmusic
VIDEO 1 VIDEO 2

 

This man sure is "Lucky"! Hij kijkt ons breed grijnzend aan vanop het cd-hoesje. In zijn zonnebril weerkaatsen pianotoetsen. Charlie is een erg goede pianist, maar daarmee houdt het niet op. Naast diverse keyboards, zoals Wurlitzer, Hammond, Hohner en Fender Rhodes speelt hij ook nog gitaar, bas en drums en doet hij de backing vocals, maar vooral zijn lead vocals trekken de aandacht. Charlie's stem is erg soulvol en zit vol afwisseling, deze multi-instrumentalist is dus ook nog een talentvol zanger. Vier covers op deze cd, al de rest is van eigen hand. Allemaal sterke composities. Vergeet ik toch bijna te zeggen dat "Lucky" een bluescd is, en zelfs een hele goede. Kan moeilijk anders als je weet dat Charlie 15 jaar de vaste huismuzikant was van de legendarische "King's Palace" op Beale Street in Memphis en op zijn drieentwintigste een jaar toerde als pianist van Albert King. Charlie houdt van "the real thing" ook als het op zijn keyboards aankomt, beter dan al dat nieuwe spul houdt hij van het authentieke geluid van de goeie ouwe Hammond B3 en de Fender piano, ook met zijn eigen geluid. Dat dit een cd is waar de gitaar een bijrol krijgt, maakt ze als bluesplaat zo uniek, het risico echter van een "kale" pianoblues opname heeft hij ook mooi omzeild door verschillende stijlen en keyboards door mekaar te gebruiken en zo toch een heel fris, afwisselend geheel te bekomen. Het meest lijkt zijn sound nog op de cd's van The Rhythm Kings met het stemgeluid van Georgie Fame. Afwisselend? Boogie: ("Can't Teach That Stuff", "If It Makes Me A Dollar" en "What's It Gonna Take"), Nawlins: ("Never Gonna Stop New Orleans" en het aan de Meters verwante "Sneaky"), Jazzy-Blues: ("Now Is The Time") en Soul-Blues: ("Lucky"), het is er allemaal, en zoals ik al zei, Charlie brengt het met die stem boordevol gevoel. Eéntje om in de buurt van de cd-speler te bewaren, binnen handbereik. Om het met een van zijn eigen songtitels te zeggen: Ear-Candy!
(RON)



 

EUGENE HIDEAWAY BRIDGES
Label : Armadillo Music
www.bluearmadillo.com
mail@bluearmadillo.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

Dat de uit Texas afkomstige Eugene ’Hideaway’ Bridges van alle markten thuis is was twee jaar geleden reeds te horen tijdens zijn optreden op het Springblues festval in Ecaussinnes en in de Banana Peel te Ruiselede, en vorig jaar in CC de Steiger te Menen. Hij heeft naar eigen zeggen een speciale band met België, zijn eerste optreden buiten de VS zou namelijk in ons land geweest zijn. Maar goed, zijn optredens gaan van gospel over soul naar blues, niets is voor hem een probleem. Net als wij vaststelden op zijn in 2000 uitgebrachte cd "Man Without A Home" is Eugene Bridges een nomadische muzikant. Hij brengt zijn leven door op de weg, zijn huis is waar zijn volgend optreden plaatsvindt. Elk jaar is dat vanuit Amerika, door Europa, naar Australië en Nieuw Zeeland, met veel stops onderweg. Geboren in 1963, Eugene is de zoon van bluesartiest Hideaway Slim, en zijn moeder is van de Bullock familie, dezelfde als Anna Mae Bullock, beter gekend als Tina Turner. Op zijn vijfde speelde hij reeds in zijn vaders band in Louisiana en toen hij dertien was, had hij zijn eerste eigen bluesband, The Five Stars. Na zijn diensttijd in Texas ontstond de eerste Eugene Bridges Band. Na midden jaren negentig, een jaar deel te hebben uitgemaakt van Big Joe Turner’s Memphis Blues Caravan, besloot hij toch weer een eigen band te beginnen. Hij wordt niet met de minsten vergeleken: hij speelt gitaar als B.B. King en heeft een stem als Sam Cooke. In 2005 verscheen het album "Coming Home", met als uitschieters de meer soul-gerichte nummers als "In Your Arms", "You're The One" en "How Can You Win", maar met "Give Up On Love" was het echt genieten van een stevig potje Texas blues. Met zijn nieuw titelloze album is Bridges nu op zijn best. Dit is een album geworden om te ontdekken, twaalf eigen nummers die variëren van straight blues tot verfijnde uptempo soul. Vooreerst horen we Bridges een paar nummers solo brengen, enkel hijzelf en zijn gitaar, maar de instrumentatie is deze keer zeer kleinschalig gehouden, hetgeen resulteert in een hecht en professioneel geluid waartegen weinig of niets in te brengen is. Bridges laat gewoon de hoogdagen van Sam Cooke herleven in de nummers "Baby Your Love" en "In Your Arms Tonight" met een mooie bijdrage van Lucky Oceans op pedal steel. Maar ook de hoogdagen van B.B. King zijn duidelijk hoorbaar in "Love Got the Best Of Me". Voeg daarbij de twee afsluiters: "I Can’t Wait" met Ray Wylie Hubbard op de slide en "Man And His Guitar" met Clayton Doley op Hammond en u heeft meteen de uitblinkers van deze toch wel verrassende CD. Normaal gezien vind ik meer mijn gading in gitarenblues, maar dit nieuwe album van Eugene ’Hideaway’ Bridges, heeft mij van het begin tot het eind weten te boeien… een aanrader van formaat!



PETE SEARBY
AIN'T NO TURNING BACK
Website: www.petesearby.com
www.myspace.com
Mail: info@petesearby.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

 

Vanuit Washington, D.C., de stad van de Amerikaanse president, bereikt ons Pete Searby met zijn laatste worp "Ain't No Turning Back" vol van Americana rootsmuziek met vleugjes blues en alt.country, zigeunersound en indianen-muziek tot Ierse folk. Vast staat dat hij van bij het eerste nummer je aandacht weet te grijpen om hem nadien niet meer los te laten. Zelf beweert Searby plat te gaan voor de gitaarsound van Stevie Ray Vaughan, maar ook de melodietjes van de Beatles en de ritmes van Paul Simon dragen zijn goedkeuring weg. In zijn teksten gaat het vaak over de zoektocht van de rusteloze zwerver en ook over de spanning tussen de dromen en hetgeen haalbaar is, over het verlangen naar beter. Eens je aan zo'n zoektocht begonnen bent, kan je niet meer terug. Dat is de boodschap in de meeste songs. Je maakt als het ware een reis door de rijke geschiedenis van Amerika. Het dient evenwel gezegd dat de muziek daardoor niet altijd even gemakkelijk verteerbaar is. De mix van zoveel stijlen en invloeden maakt het de luisteraar moeilijk om de aandacht voor de boodschap in de teksten te behouden. Maar een gemotiveerde muziekfan van echte rootsmuziek mag zich hierdoor niet laten afschrikken. Voor hen is "Ain't No Turning Back" dan ook een aanrader voor een muzikale ontdekkingstocht doorheen enkele eeuwen Amerika. Ik val persoonlijk meer voor de wat makkelijker in het gehoor liggende songs als "Fair Marie", "Cannonball" en het Tex-Mex schatplichtige "Bound For the Coast". In "Gypsy Dreaming" en in "Spanish Skies" hoor je dat Pete Searby een fan is van de gypsy-gitaarmuziek van Django Reinhardt. "Somebody's Knockin" is een onvervalste sixtiesrocker en "The Other Brother" swingt met viool en banjo doorheen hillbilly-land. Gedurende het hele album valt overigens op dat Pete Searby over een mooie en vaste stemgeluid beschikt waarmee hij in de nabije toekomst nog vele fans zal kunnen bekoren. Best een leuk schijfje.
(valsam)



 

JEB LOY NICHOLS
DAYS ARE MIGHTY
Label: Tuition Records
www.tuition-music.com
info@tuition-music.com
Distr.: Sonic Rendezvous
www.sonic.nl

 

Een zeer interessante artiest, zowel muzikaal als grafisch als qua connecties. Jeb Loy Nichols verhuisde ondertussen van Wyoming naar Wales (na ondermeer Austin en London) en kan rekenen op vrienden als Slits, Neneh Cherry, Adrian - On U Sound - Sherwood en andere Fellow Travellers, een altijd obscuur gebleven maar desondanks niet onverdienstelijke progressieve folkband waarvan hij vroeger deel uitmaakte. Nichols zingt als de warmste James Taylor, maar hij kruidt zijn liedjes altijd à point met de juiste portie country, soul, pop, jazz... Al zijn ervaringen en rijke smaak sijpelen op zijn nieuwe album "Days Are Mighty" allemaal door, en dat maakt hem een singer-songwriter-grootmeester. Nichols' nasale stem lijkt na zovele albums nog altijd behoorlijk op die van Taylor en ook de veelal rustige nummers op "Days Are Mighty" lijken zo uit het songbook van de Taylor afkomstig. Toch is Nichols zeker geen kloon, daarvoor weet hij genoeg toe te voegen. Zo horen we ook soul en jazz-invoeden, waardoor Nichols met zijn vele stijlelementen niet in een hokje valt te passen, maar als gemeenschappelijk kenmerk hebben de elf nummers wel een lekker laidback gevoel. Geholpen door The Hill and Gully Band, ook zo’n band die met dat genre wel raad weet, zet Nichols een ogenschijnlijk kabbelende, maar wel degelijk indringende sound neer. Voorzien van subtiele orkestratie en soms fluisterende vocalen, doet dit naast Taylor nog het meest denken aan Jack Johnson. "Days Are Mighty" klinkt weer heerlijk warm en vertrouwd met stuk voor stuk sterke nummers. Nog meer dan op de voorgangers klinkt Nichols hier laidback en jazzy, waardoor deze plaat bij uitstek geschikt is voor de rustige zondagmorgen. Nichols blijft dus gewoon zijn eigen weg gaan, onderkoelde liedjes met de nodige diepgang en verfijning en wanneer dat een sterk album als dit oplevert, kunnen we dat alleen maar toejuichen. Er is nu ook een "The Mighty 2 Disc Edition" van het album te verkrijgen, met als bonus CD, een schijfje met tien demo’s. Luister maar even naar deze songs en ik ben er zeker van dat er ook bij u na enkele draaibeurten een zwaar verslavende werking van uitgaat. Eéntje voor de fijnproevers.



DOUG COX & SALIL BHATT
with RAMKUMAR MISHRA
SLIDE TO FREEDOM
Website: www.dougcox.org
dougcox@shaw.ca
Label :Northern Blues Music
Website: www.northernblues.com
info@northernblues.com
Distr.: parsifal / www.parsifal.be

 

Vrijwel alles wat er op het Canadese platenlabel Northern Blues verschijnt is de moeite waard. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het label een broeinest is van de nieuwe blues, de blues die bewijst dat subtiliteit en raffinement niets af hoeven doen aan het oergevoel van de blues. Dat wordt weer treffend bewezen met de cd "Slide To Freedom" van gitarist Doug Cox, de Indiase satvik veena-virtuoos Salil Bhatt en tablaspeler Ramkumar Mishra. Cox is een meester op de dobro en de slidegitaar en de wisselwerking tussen deze instrumenten met de tabla en de negentiensnarige Satvik Veena brengt "Slide To Freedom" tot een zeer hoog niveau. Al wordt er op dit album virtuoos gitaar gespeeld, het klinkt nergens als een vertoon van virtuositeit. Integendeel zelfs. We krijgen het gevoel dat we stiekem mogen meeluisteren met dit drietal die puur voor hun eigen plezier samen zitten te spelen, met af en toe wat gasten, waaronder vader Bhatt die in twee stukken meespeelt. Dat levert een zeer ontspannen plaat op, maar tegelijkertijd een plaat waar ontzettend veel op te beleven is. De muziek is zo onnadrukkelijk subliem dat je de neiging hebt er aan voorbij te gaan, maar als je beter luistert bevat dit album het ene juweeltje na het andere. Doug Cox is misschien niet echt een opmerkelijke zanger, maar al van bij het eerste nummer "Pay Day", een country-blues-nummer met een meer oosters tintje, is zo overtuigend gezongen dat je er behoorlijk aan gehecht raakt, na een aantal keren draaien. De volgende songs zijn meer te rangschikken onder Indiase klassieke muziek, maar hier dan met een blues tintje. Luister maar eens naar het reeds vermelde "Pay Day" van Mississippi John Hurt en "Soul Of A Man" van Blind Willie Johnson, nummers die bijna onherkenbaar zijn door de Cox/Bhatt/Mishra - aanpak. Maar ook de eigen nummers van dit trio zijn fantastisch, vooral de overweldigend mooie uitsmijter, "Meeting By The Liver". Hierin zijn de heren juist heel grappig, maar het zijn de tabla, de gitaar en de dobro die in dit nummer samen een prachtig geheel vormen, een geheel waar je ademloos van bewondering naar zit te luisteren. Al met al een geweldige cd vol ontspannen 'Wereld blues' die na een tijdje toch behoorlijk onder je huid kruipt. Een verslavend album.



IAN FOSTER BAND
THROUGH THE WIRES
Website: www.ianfosterband.com
www.myspace.com
Mail: ianfoster@nl.rogers.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

Zanger en gitarist Ian Foster stamt uit het Canadese St. John's (Newfoundland). Samen met 3 andere muzikanten vormt hij de Ian Foster Band die hun debuutalbum "Through The Wires" onder onze aandacht brachten. "I'Ve Lost You Through The Wires Of A Thousand Telephones" zingt hij op de ballad "Thousand Telephones", één van de 11 tracks (+ 1 extra) op dit album. Kenmerkend aan de muziek van deze groep is dat alle nummers eerder verhalen zijn die op muziek werden gezet om het wat aantrekkelijker te maken om er naar te luisteren. In 2003 was Foster één van de finalisten bij de International Songwriting Competition in Nashville met B.B. King in de jury. Best iets om trots op zijn, vindt hij zelf. Hij durft soms wel politieke en wat delicatere onderwerpen aan te snijden en er zijn mening ongezouten bij te geven. Zelf zegt hij dat de songs opgebouwd zijn rond het thema afstand en ver weg zijn van iets. Voor de muziek kiest hij uit het gamma blues, rock, pop en indie. Als universitair leraar Engels is hij bijzonder goed ter taal en dat komt zijn teksten natuurlijk vooral ten goede. Zo zegt hij dat voor de song "Physical Space" het boek "Immortality" van de schrijver Milan Kundera als inspiratiebron diende. Zelf heeft hij ook nog fictieromans geschreven en af en toe rolt er ook een gedicht uit zijn pen. Schrijven is een inherent onderdeel van zijn leven. Zijn muzikale invloeden zijn mensen als Ron Sexsmith, Daniel Lanois, Counting Crows, Hawksley Workman en de gebruikelijke Dylan en Beatles. Zijn liedjes zijn allemaal ettelijke keren de revue gepasseerd tijdens zijn vele live-optredens waar hij de nummers kon uitproberen, polijsten en verbeteren alvorens ze definitief op plaat te zetten. Dat is bijzonder goed gelukt met songs als "Troubadours", "Stop Bringin' Me Down", "Get It Back", "Soul" en "Frames", waarbij de intro wordt gevormd door een anderhalve minuut durende live gesprek op de radio. Mijn persoonlijke favoriete songs zijn echter het eerder al vernoemde "Thousand Telephones" en de emotionele ballad "This Silence". Deze debuut-CD mag er absoluut zijn en iets in mij zegt dat Ian Foster vroeg of laat opnieuw zal opduiken om een blijvertje in de muziekscene te kunnen worden.
(valsam)



JANN BROWNE
BUCKIN AROUND
Website:www.jannbrowne.net
www.myspace.com
E-mail: emailjann@jannbrowne.net
Label :Plan B
www.cdbaby.com

 

Een jaar geleden, op 25 maart om precies te zijn, stierf Buck Owens, en omdat ze steeds een grote fan was van Buck, brengt Jann Brown nu een tribute cd uit ter gelegenheid van de eerste verjaardag van zijn overlijden. Op dit tribute wordt ze bijgestaan door de steelgitaarspeler van Buck Owens, Jay Dee Maness, Bill Bryson van de Desert Rose Band, Scott Joss van de band van Merle Haggard en niemand minder dan Iris Dement en Joy Lynn White. Jann is 't prototype van de Real West Coast Girl en dit is wat ze noemen dan ook echte "West Coast Twang". De grote Buck Owens hits krijgen één voor één de "vrouwelijke touch" en ze zijn er allemaal, zoals onder andere "Hot Dog", "Play Together Again Again", "Playgirl" wat in originele versie natuurlijk "Playboy" was en natuurlijk "Sweethearts In Heaven". Jann Browne is iemand die niet zoveel cd's maakte: in haar 16 jarige carrière had zo tot nu toe nog maar 4 albums gemaakt en de vorige was van 2001, en dat kwam vooral omdat Jann een integere muzikante is en Nashville de rug toedraaide toen ze de mentaliteit van de grote platenfirma's beu was. Ze starte bij Curb Records in 1990 en nu heeft ze de vorige en deze cd uitgebracht bij Plan B, de (eigen) kleinere platenfirma met de toepasselijke naam. Jann werd in Indiana geboren, maar verhuisde tamelijk jong naar Nashville, waar ze natuurlijk niet aan de country kon ontsnappen. Oorspronkelijk had ze in enkele rock en bluesbands gezongen, maar nu in Nashville begon ze als zangeres van "Asleep At The Wheel" voor een korte periode, een talent-scout van Curb zag haar en boodt haar een platencontract aan. Haar eerste cd werd een groot (onverwacht) succes met twee hitsingles. De tweede echter verkocht beneden peil en Jann die feitelijk meer alt.country wou maken, verbrak haar deal met Curb en door haar contact met Emmylou Harris en Iris Dement bracht ze haar derde cd in Europa uit op Red Moon Records, een cd met een meer alternatievere sound met bluesy invloeden. Later zou deze ook in de States verschijnen, op het indie-label "Cross Three". Haar vierde cd "Missed Me By A Mile" bracht ze dan op haar eigen label uit en nu is er dus "Buckin Around" het Buck Owens tribute, wat natuurlijk door 't thema weer een meer traditionele country-cd is. In zijn 50 jarige carrière heeft Buck natuurlijk genoeg hits geschreven om deze cd vol te zetten met sterke songs, en dat is ook wat we hier krijgen, een knappe cd voor de liefhebbers van traditionele country. Wijzelf echter hadden liever een vervolg gezien hadden op haar twee vorige cd's vol met meer alternatieve country.
(RON)