ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007


STEVEN JAYMES - HEMINGWAY'S CATS / BLACK 17

REID PALEY - APPROXIMATE HELLHOUND

VARIOUS MEXICAN BOLEROS - Songs Of Heartbreaking, Passion & Pain 1927- 1957

SHARPEES - EXTRACTION

CHRIS KNIGHT - THE TRAILER TAPES

THE SOCIALS - THE SOCIALS

BOB LANOIS - SNAKE ROAD

GRUFF RHYS - CANDYLION

THE HIP POCKET BAND - RETURNS

ZITA SWOON - BIG CITY


STEVEN JAYMES
HEMINGWAY'S CATS
BLACK 17
Website: www.stevenjaymes.com
www.myspace.com
Label: Rex Morgan Records www.rexmorganrecords.com
jamie@rexmorganrecords.com
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)

 

Twee jaar geleden werden we zeer aangenaam verrast door het derde album "Hemingway's Cats" (2004) van Steven Jaymes, een singer-songwriter waarvan we tot op dat moment de naam wel kenden, maar nog geen noot muziek hadden gehoord. Dat bleek een gemis, want op deze plaat manifesteerde Jaymes zich als een uitstekend en buitengewoon veelzijdig singer-songwriter. Blues, jazz en folkrock, het kwam allemaal voorbij en het was allemaal even mooi. Jaymes is geboren in Nieuw Zeeland, reisde de laatste twintig jaar naar Spanje, Japan, Duitsland, Zwitserland, Noorwegen, Amerika, Ierland, Engeland, Denemarken, Rusland, Zweden, Cuba, Australië, tot zelfs naar ons Belgenland om shows te verzorgen. Momenteel is zijn thuishaven New York en voornamelijk Melbourne. Al deze trips en zijn grote voorliefde voor New York zijn dan ook de grootste onderwerpen op deze plaat. Best te horen in een nummer als "Manhattan" of in de titeltrack, een song die hij schreef 'on the road' tussen New York en Key West. Steven Jaymes dompelt je van bij de eerste noten onder in een wel zeer bekend sopje. De jaren zeventig lijken nooit aan de man voorbij te zijn gegaan. Zijn warme soulvolle geluid is dan ook een ware zegen voor liefhebbers van rustigere rootsmuziek. Heel af en toe moesten wij denken aan Jackson Browne, Ben Folds, Leon Russell, Van Morrison en Joe Jackson. Op "Black17" demonstreert Jaymes nogmaals zijn veelzijdigheid en vergrijpt zich aan een meer bluesy southern rootsgeluid. En ook dit zijn genres die hij tot in de finesses beheerst. Waar de songs op "Hemingway's Cats" meer piano gericht zijn, treffen we nu een andere Steven Jaymes. Hij bevindt zich nog steeds in hetzelfde vaarwater, maar dan met de koers meer in de richting van Eric Clapton en dit zeker in de rustiger nummers. De nu meer gitaargerichte nummers geven een meer bluesy gevoel. Bijgestaan door een waslijst gastmuzikanten tovert Jaymes het ene na het andere prachtliedje uit de hoge hoed. De nummers zijn echter stuk voor stuk van hoog niveau en de afwisseling tussen ruiger en meer ingetogen werk maakt dat Jaymes zo'n typisch ‘musicians musician’ is die onder collega-muzikanten hooglijk wordt gewaardeerd, maar bij een breder publiek volslagen onbekend is. En dat is jammer zoals ook weer blijkt na beluistering van "Black17", een cd waarvan het recept inmiddels bekend is, maar zo lang je de kwaliteit van de afzonderlijke ingrediënten kunt verbeteren zal het eindresultaat iedere keer weer beter smaken. En dat is dus wederom het geval. Iedereen die Steven Jaymes kent hoeft geen seconde na te denken over de aanschaf van deze cd. Iedereen die hem niet kent is, maar wel van soulvolle Americana houdt, moet deze cd, zo snel mogelijk gaan beluisteren. Het is absoluut tijd voor de doorbraak van Steven Jaymes, want "Black17" is dan ook weer zo'n prachtige groovy plaat!



REID PALEY
APPROXIMATE HELLHOUND
Website: www.reidpaley.com
www.myspace.com
E-mail:info@reidpaley.com
Label: Methaphor
www.cdbaby.com/cd/reidpaley3

 

In 1980 was er een band uit Boston die “The Five” heette en op ‘t punt stond even groot te worden dan die andere band waarmee de zanger Reid Paley regelmatig mee optrok, the Pixies. Maar “The Five” gaf er de brui aan, en na een aantal sabbatsjaren begon Reid Paley op eigen houtje, hij woonde intussen in Brooklyn en er kwamen solo projecten, mede dankzij Frank Black. Dit is de derde van Reid Paley ondertussen. Zijn eerste “Lucky Tune“ werd geproduceerd door Frank Black, daarna volgde “Revival“ met als producer de al even legendarische Eric Drew Feldman en nu is Frank Black opnieuw van de partij. Voor wat hoort wat, want op de paar laatste cd's van Black staan samen een zestal nummers waaraan ze samen werkten en Reid gaat regelmatig mee op tournee met Frank Black. Reid Paley beschrijven is niet gemakkelijk, en zijn muziek nog veel minder. Zijn muziek is heel apart, net als de grote portie humor die in zijn teksten verwerkt zit, rauw en bijtend, nog aparter is zijn stemgeluid, het valt best te beschrijven als een handvol kiezels in een blender. Naast zijn unieke zangstijl speelt Reid ook gitaar, geen gewone natuurlijk, wel een 1955 Archtop, de rest van het trio bestaat uit bassist Eric Eble die een Chechoslovakian Upright bespeelt, en James Murray bespeelt the Trap Kit, wat waarschijnlijk, om de traditie verder te zetten, een speciaal drumstel zal zijn. Voor kenners zal ’t waarschijnlijk geen geheimen hebben, maar ik geef eerlijk toe dat ik me geen enkel van deze instrumenten voor de geest kan halen. “Screaming Jay Hawkins meets Sam Beckett” … of “A voice to turn good girls bad” of nog “Mischief in his eye, Elvis in his joints and booze.. everywhere else”. Dit zijn een paar pogingen van de Amerikaanse pers om Reid te typeren. Ikzelf wil het niet eens proberen, want nooit had ik het bij een bespreking zo moeilijk om de lezer een beeld te geven van wat hij mag verwachten van deze artiest. Het best kan ik weer zijn maat Frank Black citeren, die zei “Wat, wil je dat ik de muziek beschrijf van Reid Paley? Luister godverdomme naar de kerel en geniet van zijn genialiteit. ”Daar ga ik het ook maar bij laten, want voor het eerst weet ik geen naam te noemen om dit mee te vergelijken, dus voor originaliteit: een tien, maar of ik er nu een fan van ben? Ik zal er nog wel een paar beluisteringen voor nodig hebben eer ik daar een antwoord kan op geven. Wie weet…
(RON)



 

VARIOUS
MEXICAN BOLEROS:
Songs Of Heartbreaking, Passion & Pain 1927-1957
Label: Trikont
www.trikont.com
Distr.: Konkurrent
www.konkurrent.nl

 

De Mexicaanse muziek staat steeds meer in de belangstelling. De groep Calexico heeft bovendien voor een herwaardering gezorgd van de Mariachi-muziek. Het mag weer! Eigenlijk zijn de bolero’s ontstaan in de bordelen van Mexico City. In de jaren twintig van de vorige eeuw bloeide het genre en veroverde moeiteloos het hele Zuid-Amerikaanse continent, niet veel later de rokerige concertzalen van New York en uiteindelijk zelfs het witte doek. En toch is de bolero min of meer underground gebleven en daardoor juist zo mooi onbedorven. Het eerste Mexicaanse radiostation werd opgezet in 1923 en het medium werd snel populair. In de jaren dertig bereikten de bolerozangers al zo’n twintig miljoen luisteraars. Het genre ontstond in Cuba aan het einde van de negentiende eeuw. In 1927 was in het Teatro Lirico in Mexico City het eerste spraakmakende optreden van Agustin Lara en Guty Cardenas, die helaas niet vereeuwigd kon worden op deze interessante verzamelaar, "Mexican Boleros - Songs Of Heartbreaking, Passion & Pain 1927-1957" van het Duitse Trikont. Op deze prachtige verzamelaar staan twintig hartverscheurende juweeltjes van o.a. deze Agustin Lara die met met zijn charme het vrouwelijke publiek vaak aan zijn lippen gekleefd wist te krijgen. Onder de andere hartstochtelijke broeders behoren ook Pedro Vargas, een boerenzoon uit Guanajuato en een ontdekking van Lara. Pedro Infante was een grootheid tot in de jaren vijftig en ook Genaro Salinas, de zanger van de honderd vrouwen was een held, maar dat liep slecht af tijdens een toernée in Venezuela. Hij maakte namelijk de verkeerde vrouw het hof en eindigde onderaan een brug. Toch waren er zeker ook vrouwelijke performers van het bolero-lied. Tona La Negra had veel succes en werd de godin van de tropische bolero genoemd. Filmdiva Lupita Palomera scoorde goed met haar bolero "Vereda Tropical", ook ooit nog opgenomen door Juan Garcia Esquivel. Kortom, Proef de romantiek van deze heerlijke nostalgische, mierzoete, melodramatische liedjes waarin het fijn zwelgen is. De gouden tijd lag vlak voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog, wat betekent dat de opnames vaak ruisen en kraken. Maar dat authentieke, dat is precies waar u na die fatale bed-bolero behoefte aan heeft.


 

 

 

 

 


SHARPEES
EXTRACTION
Website: www.sharpees.com
www.myspace.com
E-mail: info@sharpees.com
Label: Red Admiral Records
Info: www.goforit-promotions.com
goforit-promotions@ntlworld.com
VIDEO

 

Met een spontaniteit en een ongepolijste sound die we gewoon zijn van de Fat Possum opnames en een flinke portie Britse sixties blues laat dit trio ons kennismaken met hun mini album "Extraction". De band uit Kent is aan zijn zoveelste bezetting toe zo te zien op hun (nogal verwarrende) site. Momenteel bestaan de Sharpees uit 3 muzikanten en ze noemen zich een re-covered band in plaats van een cover band. Dit omdat ze al speelden ten tijde van de Small Faces, Rory Gallagher, Status Quo, Hendrix en aanverwanten en diens nummers ook coveren tijdens optredens. Op hun cd echter brengen ze eigen werk, maar het lijkt soms of je luistert naar, pakweg, een cd van Savoy Brown of een van de bluesbands uit die tijd. Dit komt omdat hun geluid zo lekker ouderwets en direct opgenomen is, zonder overdubs en hedendaagse studiotrucks. In feite bevat de cd slechts 6 nummers, want “Mr.Fixit” staat er tweemaal op, eenmaal zelfs met de vermelding “Live in Belgium”. Of dit nu de definitieve versie is van “Extraction” is zeer onduidelijk, want de cd staat tweemaal afgebeeld op’t net: een keer met slechts 3 nummers, maar totaal andere, en nog eenmaal met 5 songs en ook dat zijn allemaal andere songs dan op ons exemplaar. Dit, samen met de vele bezettingswissels maakt, zoals ik al zei, hun site tot een verwarrend geheel. In ieder geval; momenteel is de bezetting: Bill Mead op bas en Andy Jenkins op drums, maar last but not least Geoff Everett op gitaar, slide en mandoline. Hij speelde o.a. op 17 jarige leeftijd bij de “Chicago Line Blues Band” een groep opgericht door de Vernon brothers. Mike Vernon richtte later het legendarische blueslabel “Blue Horizon” op, waar tal van bekende bluesbands onderdak vonden. Geoff’s verdere carriere staat helemaal in ’t teken van net gemiste kansen om bij de allergrootsten te horen, zo speelde hij onder andere in “The Cafe Racers”, een pre-Dire Straits band, met Dave en Mark Knopfler. Voorheen had hij al met George Young van de Easybeats een bandje gestart, maar plots ging George Young’s aandacht naar een bandje wat zijn twee jongere broers opgericht hadden, Angus & Malcolm, en waarvan hij manager werd, inderdaad… AC/DC. En alsof dit nog niet genoeg was vormde hij ook nog ooit de Mosquito’s, de drummer en bassist hiervan waren niemand minder dan Gerry Mc Avoy en Brendan O’ Neill (jawel, van Rory Gallagher). Als je dan bedenkt dat Geoff’s gitaarstijl erg verwant is aan die van Rory, dan kan je wel van gemiste kansen spreken. Dit korte CD'tje is zoals ik al zei opvallend door zijn low key production en zijn audenthiek sixties geluid. Zo kon “Lost at Sea” even goed op de debuutplaat van Gallagher gestaan hebben, terwijl “The Loser” zweeft tussen “Humple Pie” en AC/DC. De slide in “I Can’t Go On” en “Mr. Fixit” roept dan weer herinneringen aan groepen als Savoy Brown, Groundhogs, Nine Below Zero en ook weer Rory Gallagher. Om een echt beeld te krijgen van de groep is de cd te kort, maar zoals gezegd is dit misschien slechts een advance cd, als voorsmaak voor ’t echte werk en dat belooft dan het beste. Vooral de live opname van ”Mr. Fixit”, ergens in Belgie opgenomen, is uitstekend, van dezelfde kwaliteit als vele songs op ” Live in Europe“ van Rory zaliger. Op hun agenda van de optredens tot eind 2007 zie ik nog één optreden in Belgie, namelijk 1 juni in “Celtic Ireland” in Antwerpen, als je fan bent van Britse blues met sixties invloeden, allen daarheen!
(RON)



 

CHRIS KNIGHT
THE TRAILER TAPES
Website: www.chrisknight.net
myspace.com
label : Drifter's Church Records
VIDEO 1
VIDEO 2 (met dank aan Hanx)

 

 

Chris Knight liet op het Blue Highways festival, editie 2004, een meer dan behoorlijke indruk op de talrijke aanwezigen en zijn album "The Jealous Kind" mocht dan ook beschouwd worden als een mijlpaal(tje) in het Americana gebeuren. De opvolger "Enough Rope" zorgde ervoor dat de singer/songwriter uit Kentucky langzaam maar zeker onder het juk uit geraakte van Steve Earle II. Veel minder (maatschappelijk) kritisch dan Earle weet Chris de aandacht te vestigen op zijn manier van storytelling en dat het resultaat verbluffend is mochten de liefhebbers van het betere singer/songwriterswerk nog ervaren in het begin van dit jaar toen hij samen met Nathan Hamilton een toerneetje door Nederland afhaspelde. Deze songs dateren al van 1996 en de opnames vonden plaats in primitieve omstandigheden. The place to be was destijds een trailer waar Chris Knight zijn leventje sleet en producer Frank Liddell (Miranda Lambert, Lee Ann Womack) moest al de moeite van de wereld doen om alle niet thuishorende geluidjes te weren. "The Trailer Tapes" werden onlangs van onder het stof gehaald en producer Ray Kennedy (Steve Earle, Lucinda Williams) mocht het werk nog eens dunnetjes overdoen en behield zoveel mogelijk van de originele sound. Elf zelfgepende pareltjes waarvan er enkele mochten dienen op eerder verschenen albums maar het merendeel van de songs komen nu pas boven water. Chris Knight & his guitar, aan de vooravond van de internationale doorbraak, laat ons op een rustige, eenvoudige maar schitterende wijze genieten van de 'unplugged" zijde van de country rocker uit Kentucky. Geen opvullertje maar een degelijk album dat aangeeft dat Chris Knight ondertussen (vier albums en elf jaren later) zich terecht van een plaatsje aan de top heeft verzekerd.

Track Listings: Backwater Blues/ Something Changed/Rita's Only Fault/Spike Drivin' Blues/Move On/Hard Edges/Here Comes The Rain/Leaving Souvenirs/House And 90 Acres/If I Were You/My Only Prayer.



THE SOCIALS
THE SOCIALS
Website: www.myspace.com
Mail: thesocialsmusic@yahoo.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com

 

Wat kan het soms plezant zijn om CD-recensies te mogen schrijven. We krijgen bijwijlen de meest rare dingen voorgeschoteld, maar het dient gezegd, sinds ik met deze hobby bezig ben heb ik ook al een massa onbekende, maar schitterende muziek in de CD-lader gehad. Met het debuutalbum van The Socials uit Richmond, Virginia is het alweer volmondig raak. Deze driemansformatie - bestaande uit zangeres Julie Schneider, gitarist Eric Cleaton en leadgitarist, zanger en songsmid Justin Bunch, recent nog aangevuld met drummer Chris Penta en bassist Tjosin Tjoa - brengt zeer frisse countryrock met veelvuldig afwisselende popdeuntjes en meezing-refreintjes. De missie van The Socials is de luisteraar/concertganger een aangename avond vol partytime te bezorgen. Ze hebben het vak geleerd door echt overal op te treden, van straathoek tot coffeeshop, concerthal tot groezelig café. "Good Life", "Go Big", "This One's For You" en "The Revolution" zijn klassieke rocksongs, maar The Socials brengen ook mooie ballads waarin de klassiek geschoolde stem van Julie Schneider ten volle tot uiting komt. Zoals bijvoorbeeld in "The Best Part Of Your Life", "Saving My Life", "I Couldn't Love You More" en "Cry". Het duet "What I'm Fighting For" roept even herinneringen op aan songs van The Devlins en Donna The Buffalo. "We're just a hard working band trying to get our songs heard!" en "We've been kicked outa nicer bars than this!!" zijn 2 citaten van The Socials zelf. En dat ze ook van een grapje houden tonen ze op hun CD-hoesje door volgende vermelding : "Unauthorized duplication is a violation of applicable laws (Dude, we're broke! These things are only 10 bucks! Don't be cheap"). Leuke jongens, toch.
(valsam)



BOB LANOIS
SNAKE ROAD
Website: www.boblanois.com
www.myspace.com
boblanois@cordovabay.com
Label: Cordova Bay Records
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)

 

An invitation to collaborate with my brother, master arranger/musician Daniel Lanois, took us on the trip of a lifetime through our family's Quebecois roots and ancient European history, driven by the pulse of the big city of Toronto. He enabled my fledging harmonica style to emerge from a hidden place to meet the world. -- Bob Lanois

Daniel Lanois blinkt niet uit door productiviteit wanneer het gaat om het maken van cd's. Natuurlijk produceert de Canadees ook wel eens een plaatje, zoals zijn laatst verschenen album, "Belladonna". Wat ons betreft zou hij best wat vaker zo'n cd mogen uitbrengen. Om dit wachten te vereenvoudigen verscheen een paar maanden geleden al een cd "Snake Road" van zijn broer Bob, waar hij niet enkel de productie voor zijn rekening nam maar ook alle instrumenten bespeelt. Bob zelf boeit met zijn prachtige harmonicaspel op deze cd, die zoals "Belladonna" louter uit instrumentale stukken bestaat en kan misschien nog het best getypeerd worden als Toots Thielemans-ambient. Bob speelt zeer ontspannen begeleid door zijn broertje. Het album is doordrenkt met een algehele loomheid. Ze hebben geen haast en geen zorgen. De warme melodieën wikkelen zich om elkaar heen. Af en toe voegt zich er een donkere ondertoon bij. Zo creëren ze een dromerig sfeertje, een ongedwongen sfeer die dit album zo plezierig maakt. Broer Daniel heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij een groot bewonderaar is van broer's kunsten op mondharmonica en op "Snake Road" krijgt deze bewondering muzikale vorm. "Snake Road" bevat muziek die je even tot je door moet laten dringen voordat je de ware schoonheid hoort. Bob Lanois schotelt ons op "Snake Road" zoveel muzikaal vuurwerk, dat we hier niet zo kunnen spreken van een tussendoortje, maar een zeer bijzonder fraai album, dat wij hopen dat hij er nog vele mag maken, al is het cliché 'groeiplaatje' op "Snake Road" nadrukkelijk van toepassing.



GRUFF RHYS
CANDYLION
Website: www.candylion.co.uk
www.myspace.com
Label: Rough Trade Records
www.roughtraderecords.com
Distr.: Konkurrent
www.konkurrent.nl

 

Met Gruff Rhys als naam moet je maar aandurven om een solo-album onder je eigen naam uit te brengen. Deze artiest moet je zeker beter kennen als frontman van de groep The Super Furry Animals uit Wales, een band die in het Guiness Book of Records vermeld staat omwille van de single met de langste titel : "Llanfairpwllgwyngyllgogerychyndrobwllantysiliogogogochynygofod" en voor de slechte begrijpers onder U zal ik hem nog eens herhalen (eerst even diep ademhalen): "Llanfairpwllgwyngyllgogerychyndrobwllantysiliogogogochynygofod". Pas 37 geworden wilde Gruff Rhys ook zijn eigen zieleroerselen op muziek zetten en het album "Candylion" was daar blijkbaar het geschikte medium voor. De CD begint op een originele wijze met een 50 seconden-durende track met 1 regel tekst : "Welcome to Candylion, an album of 11 songs for acoustic guitar and voice. But this isn't a song. This is just the beginning". Hij kiest hier voor meer akoestisch getinte songs maar in de studio kon hij toch niet nalaten om er opnieuw meerdere instrumenten bij te halen. De titeltrack "Candylion" is een aardige song, evenals het soms Chris Isaak-achtige "Lonesome Words". Bijwijlen wordt het nogal jazzy zoals in "Painting People Blue" en zelfs wat laidback in "Beacon In the Darkness". Dan gaat hij even op zijn eigen rootstoer door 2 Welshe nummers te brengen "Con Carino" en "Gyrru Gyrru Gyrru". De sound van de Super Furry Animals is volledig terug in het stevige nummer "Now That The Feeling Has Gone". Afsluiter is een bijna 15 minuten durende verhaal "Skylon!" met leuke melodielijnen en vlotte teksten. Het blijft maar duren maar gaat tegelijkertijd toch niet vervelen. Op het einde van deze song vat hij alles nog even samen in een gesproken tekst, opvallend maar echt genietbaar. "Candylion" is geen memorabele CD geworden, daarom wordt er wat teveel geëxperimenteerd, maar ik heb ook geen enkele keer doorgespoeld naar een volgende nummer. En dat overkomt me meestal toch maar zelden.
(valsam)



 

THE HIP POCKET BAND
RETURNS
Website: www.thehippocketband.com
Label: Eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/hippocketband

 

The Hip pocket band uit Westchester County, New York is een bluesband die heel wat invloeden van andere genres in zijn sound verwerkt. Begint de cd eerder zwak, de eerste vier nummers spraken me niet echt aan, dan gaat het echter van dan af alleen maar steil bergop met de kwaliteit en we krijgen uiteindelijk een productie die er ondanks de zwakkere start, best mag zijn. De openingssong "Voodoo Love" is inderdaad vis nog vlees, een commerciële reggaebeat zonder meer, met een poging tot blues door een bluesy gitaarsolo er bij te mengen, kon mij allerminst overtuigen. "Gonna Boogie" is al een stap in de goeie richting, een uptempo Little Feat getinte song, maar nog altijd mis ik de "echtheid" van een goeie bluesband, weer klinkt het wat dunnetjes en licht, en dat is het ergst op het volgende nummer "Fishin' Hole", ondanks de slide gitaar, weer een beetje een "fake" meezinger, en zo is ook "Rockin Away The Heartache" in hetzelfde bedje ziek. Dan echter is het plots voorbij met deze schoonheidsfoutjes en net op tijd toont de Hip Pocket Band zich van zijn goede zijde, en krijgen we tien songs die de naam bluesband waardig zijn. "Anniversary" is een instrumental, met een "Albatross" van Fleetwood Mac sfeertje, best een mooi nummer. Otis Redding's "Dock Of The Bay" is prima gecoverd, doctor C. is een zanger met een soulvolle stem. De Shuffle "Blue" met mooie slidegitaar en een klein stukje a-cappella close harmony is een van de betere songs op deze cd. "Rat Race" heeft een opzwepende beat en een psychedelische wah-wah solo die het nummer naar een hoger niveau tilt. "Unfinished Business" is echter mijn favoriete song, weer prachtige vocals van dr.C, een New Orleans achtig ritme, kortom, een prachtnummer."Big Bullfrog" is boogie à la Canned Heat, met een lekkere slide en dr.C die huilt als Howlin Wolf. Ook de bluesklassieker "Have You Ever Loved A Woman" krijgt nog een mooie lekker relaxte bewerking mee, en doet zo de slappere beginnummers vlug vergeten. Ei zo na waren ze in de prullenbak beland, maar 11/15 is toch een behoorlijke score. De opvolger laten beginnen met het vijfde nummer en alles is opgelost.
(RON)



 

ZITA SWOON
BIG CITY
Website: www.zitaswoon.com
Label: Chikaree records
Distr.: Bang! Benelux
www.bangdistribution.com

 

 

Enkele weken geleden werd ik al aangenaam verrast met het terug opnieuw horen van het nummer “Jintro and the Great Luna” van een band die in de jaren negentig bekend stond onder de naam Moondog Jr. Ondertussen heeft Stef Kamil Carlens zijn band omgedoopt tot Zita Swoon en wist oa. al te imponeren met de prachtige albums: "A Song About A Girls" en "Camera Concert: A Band In A Box". En dan nu deze plaat, "Big City" getiteld. Of het over hun thuisbasis Antwerpen gaat weet ik niet, maar deze plaat is een pareltje. Een mix van Engelse en Franse chansons, gecomponeerd op de kleurrijke, funky ritmes, die we van Zita Swoon stillaan gewend zijn. Tussen deze 12 nummers treffen we tevens ook 2 covers aan "Series Of Dreams" van Bob Dylan en "The Night" van Morphine. Maar hun typische sound komt zeker tot zijn uiting in hun eigen nummers. De fijne opener "Pretty Girl" breit meteen verder op hun voorgaande albums en maakt je volledig klaar voor de catchy single "I Feel Alive In The City", die je nog lang zal bij blijven. De Franstalige songs "Humble" en "L’Opaque Paradis" bewijzen dan weer dat Stef Kamil Carlens de Franse Taal ook nog meester is. Kortom dit is een must have voor elke muziekfanaat!


Kevin Celis