ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007


PHILLIP WALKER - GOING BACK HOME

JAMES BLOOD ULMER - BAD BLOOD IN THE CITY - The Piety Street Sessions

OH SUSANNA - SHORT STORIES

SWAMP DOGG - RESURRECTION

STEFANIE FIX - CROOKED SMILE

PETER GREEN SPLINTER GROUP - TIME TRADERS / REACHING THE COLD 100

LUCY KAPLANSKY - OVER THE HILLS

COREY STEVENS - ALBERTVILLE

MARDI GRAS.BB - THE EXILE ITCH

DENNIS CROMMETT - THE EVENING SORROW



PHILLIP WALKER
GOING BACK HOME
Website: www.phillipwalker.com
Email: pw@phillipwalker.com
Label : Delta Groove
www.deltagrooveproductions.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com
VIDEO

 

Oude rot Phillip Walker (geboren in 1937 in Louisiana) laat ons eventjes merken dat hij nog lang niet uitgeschakeld is en laat ons met zijn nieuwe schijf "Going Back Home" nog eens een stevig poepje ruiken. Na al die jaren dat Walker met zijn band al aan de weg timmert, heeft zijn muziek nog niet ingeboet aan overtuigingskracht. Dit ondanks het feit dat de bezetting in de loop der jaren al vele malen is veranderd. Dit nieuwe klasse-werkstukje van de heer Walker swingt dat het een lieve lust is. De legendarische Gulf Coast gitarist is mede bekend geworden door het feit dat hij een goed oor had voor jong talent. Oneindig is de rij bluesmuzikanten die in zijn band tot volle wasdom kwamen. Robert Cray was ongetwijfeld het belangrijkste talent dat onder Walker's toezicht kon rijpen, en die hem aan zijn grote hit "Don’t Be Afraid Of The Dark" hielp. Zelf speelde Walker in de vijftiger jaren mee op de platen van Roscoe Gordon en Clifton Chenier. De ontmoeting met deze koning van de zydeco was in feite het begin van Walker's carrière. Reeds van in zijn vroege jeugd was hij muzikaal beïnvloedt door de cajun muziek en was T-Bone Walker zijn grote voorbeeld. Zijn nieuwe album "Going Back Home" is een ijzersterke plaat, waarop de man die nog niet eens zo heel lang geleden door het tijdschrift 'Guitar Player' werd geschaard onder de tien beste bluesgitaristen van het moment grossiert in overtuigende bluessongs. Songs die de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten ademt en waarin Walker terugkeert naar zijn roots. Na de echte hoogtepunten gehad te hebben einde zestiger/begin zeventiger jaren heeft Walker een lange mindere periode gehad waarna hij begin negentiger jaren opkrabbelde en met een aantal respectabele platen ("Phillip Walker & Otis Grand", 1992 - Working Girl Blues, 1995 - I've Got A Sweet Tooth, 1998) terugkeerde. Eigenlijk is het niveau sindsdien niet meer ingezakt met als gevolg dat ook "Going Back Home", zijn debuut voor Delta Groove Label, weer goed te verteren is. Waarschijnlijk zal hij nooit meer zo baanbrekend zijn als vroeger maar het niveau van muziek op deze plaat kan mij wederom bekoren. Lekkere nummers met prettige muzikale omlijsting maakt dat "Going Back Home", weer regelmatig een rondje zal maken in mijn speler. Ondersteund door enkele muzikale vrienden zoals: Rusty Zinn (gitaar), Jeff Turmes (bas), Richard Innes (drums), Fred Kaplan (piano), James W. Thomas (bas), Rob Rio (piano), Al Blake (harmonica) en David Woodford (tenor sax) laveert Walker (vocals, gitaar) doorheen dertien schitterende songs en dit in een mix van West Coast, Louisiana en Texas blues. Het repertoire bestaat uit materiaal van o.a. Lowell Fulson, Ray Charles, Lonesome Sundown, Lightnin’ Hopkins, Frankie Lee Sims en van producer Randy Chortkoff. Naast Lightnin Hopkins' "Don’t Think ‘Cause You’re Pretty" behoren Chortkoff’s nummers, "Lay You Down" en "Honey Stew" tot de uitschieters van deze plaat. Op dit laatste nummer is Walker enkel vocaal te horen, en weet Rusty Zinn zich met zijn gitaarwerk mooi te onderscheiden. Alle aspecten van de afgelopen jaren komen voorbij: zijn heerlijke gitaarwerk en zijn warme stem die voornamelijk in "Mama Bring Your Clothes Back Home" een nummer van Lowell Fulson en "Blackjack" een nummer van Ray Charles het best tot uiting komen. Liefhebbers van de betere bluesmuziek kunnen nog altijd niet om deze oude rot heen, en weten nu denk ik wel genoeg.



JAMES BLOOD ULMER
BAD BLOOD IN THE CITY - The Piety Street Sessions
Website: www.hyenarecords.com/james.htm
Label: Hyena Records
www.hyenarecords.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl
VIDEO

 

Gitarist James “Blood” Ulmer (1942, South Carolina) dook aan het eind van de jaren 50 op in een aantal funkbands, werd vervolgens één van de belangrijkste muzikanten uit de free jazz scene, maar lijkt de laatste paar jaar zijn hart te hebben verpand aan de blues. Oorspronkelijk komt hij uit de Free Jazz school van Ornette Coleman en behoort al decennia lang tot de meest innovatieve gitaristen, die zich net zo gemakkelijk in de rock, de jazz en de funk beweegt. Hij injecteerde de free jazz met een flinke dosis funk, en maakte in de jaren ‘80 baanbrekende albums als "Free Lancing", "Black Rock" en "Odyssey". Pas in de jaren ‘90 wijzigde zijn muzikale koers richting de blues. Aanvankelijk met nogal tegenvallend resultaat. Maar sinds (ex Living Color gitarist) Vernon Reid zich bij hem voegde leverde Ulmer een serie cd’s af die almaar beter werden. Na het sobere solo album "Birthright" leek Ulmer met zijn uitstekende, traditionele blues plaat "Memphis Blood: The Sun Sessions" (2001) en "No Escape From The Blues: The Electric Lady Sessions" uit 2003 zijn Free Jazz verleden een beetje achter zich te laten. Zo ook op "Bad Blood In The City", zijn nieuwe album dat hij onder productionele supervisie van Vernon Reed opnam in de Piety Street Studios in New Orleans. Katrina laat haar sporen nog steeds na. Zo ook op dit nieuwe album van Ulmer, met songs die de herinnering aan de zondvloed, die de orkaan Katrina in 2005 aanrichtte in New Orleans, op een dieper niveau verwerken. De TV-beelden van de ramp inspireerden Ulmer tot het schrijven van een aantal meeslepende en bij wijlen aangrijpende songs. De huiveringwekkende blues in het nummer "Katrina" grijpt je gewoon bij de strot, zo indringend brengt Ulmer de emoties die het drama bij hem los maakten. De pure en emotionele blues is verder ook te horen in het rauwe "Survivors Of The Hurricane" en in de songs geschreven door Junior Kimbrough, John Lee Hooker ("This Land is nobody’s Land"), Bessie Smith ("Backwater Blues"), Willie Dixon en Son House. Het gitaarwerk is van een torenhoog niveau, de mix van blues, funk en New Orleans rhythm & blues meedogenloos. Kortom: "Bad Blood In The City" is een plaat waarop alle ellende die The Big Easy trof, op indringende wijze samengebald. Zowel Ulmer’s eigen songs als de toepasselijke covers worden vol vuur en passie gespeeld. Hier geen vastgeroeste formules, maar een urgente en oprechte uiting van frustratie. Zeer aanbevolen!



OH SUSANNA
SHORT STORIES
Website: www.ohsusannamusic.com
www.myspace.com
Label: Rounder Europe
www.roundereurope.com
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

Suzie Ungerleider heet ze eigenlijk, maar met gevoel voor humor en traditie besloot ze dat de naam Oh Susanna meer kans van slagen had. De van oorsprong Amerikaanse Suzie gaf haar baan in Vancouver als bibliothecaresse op en stortte zich volledig op het schrijven en voordragen van muziek. Inmiddels is haar ster rijzende, en zeker niet alleen door persoonlijk aanbeveling van medemuzikanten als Jim White en Ryan Adams. Want als Oh Susanna achter haar gitaar kruipt en begint te zingen, wordt de luisteraar meegesleurd in een wereld vol hartstocht, melancholie, intimiteit en ontroerende schoonheid. Op haar debuut "Johnstown" (99), een conceptalbum vol indringende songs gebaseerd op historische feiten, in feite een soort toneelstuk op muziek, liet zij alle US rootsstijlen tussen honky-tonk en country-blues moeiteloos samensmelten en de plaat sloeg dan ook in als een bom. De opvolger "Sleepy Little Sailor" (2001) is meer ingetogen en veel persoonlijker, heeft een meer mainstream geluid, ergens tussen folk en Americana in, en was daardoor meer lichtvoetiger en een stuk toegankelijker. Op "Oh Susanna" (2003) wordt de lijn die al op "Sleepy Little Sailor" werd ingezet verder doorgetrokken. Traditionele country en blues hebben voor een belangrijk deel plaatsgemaakt voor toegankelijke popsongs met hier en daar wat country-, folk- en blues-invloeden. Ondanks het feit dat deze cd’s van hoge kwaliteit waren en konden rekenen op positieve recensies in de buitenlandse muziekbladen, bleef Oh Susanna in onze Lage Landen helaas vrijwel onopgemerkt. Het is te hopen dat dit gaat veranderen met de alweer vierde cd, "Short Stories", want ook deze is weer zeer de moeite waard. Wat is gebleven is de krachtige en soulvolle stem van Oh Susanna, een stem die de indringende songs, vol hartstocht en melancholie, net dat beetje extra geeft. We hebben er wel even op moeten wachten, maar dat wachten is zeker de moeite waard geweest. "Short Stories" is namelijk een heel mooi album geworden waarop Oh Susanna regelmatig aan Patty Griffin doet denken, en waarop ze onder andere begeleid wordt door Justin Rutledge (banjo), David Baxter (slidegitaar), Luke Doucet (gitaar), Bob Packwood (piano), Bazil Donovan (bas), Cam Giroux (grums) en Burke Carroll (pedal steel). De plaat bevat tien, door Suzie zelf geschreven korte verhaaltjes en een zeer geslaagde cover van Dylan's "Billy 4", allemaal songs die het midden houden tussen folk en country, gewoon Americana op zijn best! De opbouw van "Short Stories" verdient een compliment, en bij het horen van songs als het indringende "Bullies", het van pedal steel voorziene "Beauty Queen" of het old-time getinte "Pretty Penny", vragen we ons af waarom dat iemand die zulke mooie liedjes kan schrijven, niet veel bekender is. Oh Susanna heeft met "Short Stories" haar beste werk tot nu toe afgeleverd en moet nu ook bij ons maar eens potten gaan breken.



SWAMP DOGG
RESURRECTION
Website: www.swampdogg.net
E-mail: swampdogg@swampdogg.net
Label: S.D.E.G. Records
Distr.: Sonic Rendezvous
www.sonic.nl

 

Hij begon zijn carriere bij de band van Lionel Hampton in de jaren 60, en tot 1970 was zijn naam Jerry Williams, een soulzanger en producer/songwriter. Als al zijn opnames niet labelgebonden zouden zijn, zouden er prachtige verzamelaars kunnen gemaakt worden van zijn sixties en seventies werk, zo werkte hij onder andere met Gary U.S Bonds, Patti Labelle en Charles en Inez Foxx, maar het was pas toen hij zijn naam in Swamp Dogg veranderde dat hij zijn eigen stijl vond, die zijn aparte stem; met de unieke, onmiddellijk herkenbaar timbre koppelde aan funk met humoristische, maar sociaal relevante teksten met zeer dikwijls gepeperde sexuele woordkeuzes. Eén van die projecten was de band "Slick and The Family Brick", een combinatie van Sly Stone's funk met Zappianse absurde teksten. Hij bleef obscure en gedurfde singles uitbrengen, die er op het eerste zicht normaal uitzagen tot je de teksten even goed beluisterde. Zo hoorde ik op één van zijn vroegere platen, het nummer "I"ve Never Been to Africa (And Its Your Fault)", een regelrechte openlijke Anti-Vietnam song die hem op de lijst van vijanden van de Nixon regering deed belanden. Toch waren al deze tegendraadse en gedurfde openlijke standpunten soms een echte domper op zijn populariteit als vocaal talent en songwriter, want hij was een soulzanger met een stem en zangstijl die de combinatie was van Jackie Wilson’s stem en Van Morrison‘s zangstijl. Rond 1986 was hij de drijvende kracht achter een aantal rapbands als the Wreckin Crew en iets later N.W.A (Niggers With Attitude). Vanaf 1970 tot nu heeft Swamp Dogg op talloze labels gespeeld tot hij onlangs zijn eigen label opgericht heeft, S.D.E.G. (Swamp Dogg Entertainment Group). Zijn eerste L.P "Total Destruction Of The Mind" die ik toevallig toen ergens in de 'Cut-Out' rekken op de kop tikte,en buiten deze cd ook het enige werk is van Swamp dogg dat ik echt ken, wordt door de pers nog altijd als zijn belangrijkste release gezien. Nu 37 jaar later lijkt het precies of er geen jaar tussen beide opnames ligt, en dat is niet negatief bedoeld, want ik vind beide opnames goed, maar ze sluiten vlekkeloos op elkaar aan, en net als toen heeft het even tijd nodig om de opnames op je te laten inwerken, net als zijn teksten, die geëngageerd zijn, en Jerry neemt nog steeds geen blad voor de mond, ook niet als het politiek betreft, en al zeker niet als het om de verdrukking van de African American gaat, luister maar naar "Resurrection", Swamp Dogg zal nu ook wel op de “Enemy of the State”- lijst van Bush staan, want dit nummer is een minutenlange repliek tegen de politiek van Bush, vooral in verband met rassenkwesties. Verdere titels bekijken en je weet genoeg "They Crowned An Idiot King" of "America is Bleeding" en "Raw Spitt", allemaal hetzelfde thema en niet van de strekking om veelgedraaide songs te worden op de grote Amerikaanse radiostations. Maar ondanks die scherpe teksten zijn het best mooie songs vol soul invloeden, en Swamp Dogg zorgt naast de Yin ook voor de Yang, er staan enkele echte zoete lovesongs op tussen die politiek getinte aanklachten. Het mooie "Today I got Married" is er zo één, een echte lovesong, en dat is zelfs de titel van een ander nummer "Lovesong 4 U" dat zelfs op ’t randje af zeemzoet is, en dat komt dan vlak na ’t scherpe "Raw Spitt". Zoals ik dus al zei,Yin en Yang, en dat levert zoals vooral de Oosterlingen weten, evenwicht op. Een mooie evenwichtige soulplaat van Swamp Dogg aka Jerry Williams!
(RON)



STEFANIE FIX
CROOKED SMILE
Website: www.stefaniefix.com
www.myspace.com
Email: stefanie@stefaniefix.com
Label: Hand to Mouth Recordings
Info: Hemifran Sweden (www.hemifran.com)
www.cdbaby.com

 

Nu iedereen er lovend over doet, mogen wij ons wel even laten gaan. Stefanie Fix, een singer-songwriter die gedurende de laatste tien jaar twee cd's (Footprints In the Sky, 1996 - Survival, 2000) en één EP (Limited Sight Distance- 2002) op markt bracht, verrast ons met het fraaie "Crooked Smile" waarop we een zangeres horen die op geheel eigen wijze invloeden uit country, blues, rock, en tijdloze pop vermengt in prachtliedjes. Het heeft wel wat raakvlakken met de muziek van Melissa Etheridge, ook zo'n artieste met een volkomen uniek eigen geluid. Van dat soort muziek kunnen we niet genoeg krijgen, deze plaat wordt daarom ook door ons met open armen ontvangen. Stefanie Fix doet meer met country. In wezen beproeft ze tamelijk traditioneel het singer-songwritergenre, maar daar voegt ze allerlei elementen (vooral bluesy invloeden) aan toe waardoor de tien liedjes iets eigens meekrijgen. En wat een begeleiding ! Met o.a. Dony Wynn (Robert Palmer, Steve Winwood) op drums, Brad Houser (Edie Brickell & the New Bohemians) op bas, Stewart Cochran (54 Seconds, Jimmy Lafave) op keyboards en Jon Sanchez (The Summer Wardrobe) op gitaar. "Crooked Smile" bevat ijzersterke liedjes, maar laat vooral een country-bluesgeluid horen, en hier en daar komt wat pop om de hoek piepen. Om "Crooked Smile" te maken verhuisde Stefanie naar Austin, met als resultaat, een plaat die bestaat uit geweldige singer-songwriter liedjes. Vanaf de optimistische openingstrack "Let the Sun Shine Thru You" over het meer Kate Bush getinte "Holy Shit Ma", het soulvolle "Don’t So, Don’t Stay" tot het afsluitende "The Secret I Keep", zijn het vooral songs die opvallen door eigenzinnigheid. Wat nog het meest opvalt aan de muziek van Stefanie Fix is de intensiteit er van. Stefanie doordrenkt haar muziek met passie en emotie en weet ons in ieder geval zeer te raken met dit album waarvan de productie in de handen lag van Stephen Doster (Willie Nelson, Nancy Griffith, Dr. John) en Johnny Goudie (Goudie, Canvas, Endocine). Grote kans dat deze cd ook jou niet onberoerd laat. Vergelijken met anderen is zinloos want Stefanie Fix heeft een opvallend eigen geluid. Een geluid dat wat ons betreft heel veel toekomst heeft. Wat er ook gaat gebeuren, "Crooked Smile" neemt niemand ons meer af.


PETER GREEN SPLINTER GROUP
TIME TRADERS
REACHING THE COLD 100

Label: Snapper Music
www.snappermusic.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl

 

Peter Green was ooit de charismatische frontman van Fleetwood Mac en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor misschien wel het fraaiste maar zeker meest emotionele nummer "Man Of The World". Maar Green heeft een bijzonder slechte tijd gehad na zijn vertrek uit Fleetwood Mac in 1969, en bracht daarna slechts sporadisch een album uit, maar sinds Green op de weg terug is, heeft hij met zijn Splinter Group een stel prima platen afgeleverd. Er is nu een dubbel-cd samengesteld van "Time Traders" (2001) en "Reaching The Cold 100" (2003), de laatste platen met zijn Splinter Group, waarop hij laat horen dat hij toch nog steeds een fantastisch muzikant is. Omstreeks 1980 kreeg hij opeens een opleving en maakte hij in vier jaar tijd vijf platen. Vervolgens verscheen er weer slechts heel af en toe een plaat, tot dat Nigel Watson met hem weer wat muziek ging maken. Dat leverde als resultaat de eerste Splintergroup op. Nigel gidst Green door zijn geschiedenis heen terwijl Watson zelf een hele grote vinger in de pap behoudt, met het gevolg dat het ene na het andere album het licht zag. Zo maakte hij sinds 1997 onder meer drie platen met zijn Splinter Group. "Time Traders" is de vierde in deze rij. Green klinkt op deze geweldige cd buitengewoon geïnspireerd en bewijst dat hij nog altijd een van de allergrootste blanke bluesmannen is. "Time Traders" is een (h)eerlijk album vol met het smaakvolle gitaarspel van Green, zoete koortjes en swingende blazers, en roept het beste werk van de vroege Fleetwood Mac in herinnering. Het is zinloos om een paar hoogtepunten aan te wijzen, want dan zit er weinig anders op dan de hele tracklist weer te geven. Heel bijzonder is het afsluitende "Uganda Woman" dat met behulp van Afrikaanse muzikanten een geslaagde brug slaat naar de wereldmuziek. Volgende in de rij "Reaching The Cold 100" geniet ook alweer van een mooie productie en vooral fraaie muziek. Peter Green wil, dan wel kan, niet alles meer zelf doen en dat heeft tot gevolg dat ook Nigel Watson een hele dikke vinger in de pap heeft. Muzikaal heerlijk, zo swingt "Look Out For Yourself" heerlijk en wordt in "Legal Fee Blues" oftewel "Can You Tell Me Why" de dobro en de harmonica heerlijk gespeeld. De titel van opener "Ain’t Nothing Gonna Change It" zou dan ook het credo van deze plaat kunnen zijn. Opvallend is dat Green's stem alleen maar beter lijkt te worden, maar jammer dat hij niet alles zingt. Deze plaat is tevens nog voorzien van vier akoestische bonus tracks met Fleetwood Mac klassiekers als "Black Magic Woman", "It Takes Time", "Green Manalishi" en "Albatross". Deze verzamelaar is er wel in geslaagd de beste albums van Peter Green Splinter Group bij elkaar te zoeken en dat zorgt ervoor dat dit toch een heel mooie cd is geworden.



LUCY KAPLANSKY
OVER THE HILLS
Website: www.lucykaplansky.com
Label: Red House Records
Website: www.redhouserecords.com
Thanks to: Pat Tynan Media
pattynan@btinternet.com

 

Hoewel folkzangeres Lucy Kaplansky niemand minder dan Shawn Colvin als een van haar fans mag noemen, en The New York Times haar al in 1994 tot ster betitelde, is Kaplansky bij velen amper bekend. Hopelijk komt daar met haar nieuwe album "Over The Hills" verandering in, want dit album is een plaat die van het begin tot het eind weet te boeien. Zij heeft een mooie stem waarmee ze haar songs op onnadrukkelijke wijze vertolkt en muzikaal valt Kaplansky te vergelijken met Shawn Colvin en Suzanne Vega, maar dan met minder experimenteerdrift. Ook tekstueel hoeft zij zeker niet voor Colvin en Vega onder te doen, en dankzij de hulp van haar band met o.a. Larry Campbell (Bob Dylan, Elvis Costello, Emmylou Harris) op gitaar en viool, de gitaristen Jon Herington (Steely Dan) en Duke Levine (Mary Chapin Carpenter) en als extra vocale gasten, Eliza Gilkyson, Richard Shindell en Jonathan Brook, klinkt "Over The Hills" gepolijst maar nergens te gladjes, volwassen maar niet minder spontaan. Hoewel Kaplansky afkomstig is uit de Greenwich Village-folkscene in New York is haar intieme, relaxte sound doorspekt met traditionele countryinvloeden uit het Zuiden. Haar vorig album "The Red Thread" (2004), stond helemaal in het teken van het grote geluk dat ze toen beleefde. Alles is compleet anders nu haar dochtertje Molly Fuxiang er is, horen we haar zingen op de opener "I Had Something" (hier ook met Richard Shindell). Een boodschap die de min of meer herhaalt op "This Is Home", met Kaplansky intens tevreden als moeder. Deze liedjes waren een duidelijke reflectie van Kaplansky’s geestesleven van de voorbije jaren. Daarentegen zijn de teksten op haar nieuwe album soms breekbaar en melancholisch, zoals in de nummers "Today's The Day" en "The Gigt", songs die gaan over het emotionele afscheid van haar vader, die recentelijk overleden is. Evenals de muziek, al is die soms onverwacht vrolijk, maar dan meer in de gebrachte covers van Bryan Ferry, Ian Tyson, Loudon Wainwright, Johnny Cash en Julie Miller. Op deze laatste cover van Miller's "Somewhere Trouble Don't Go" krijgt ze trouwens vocale ondersteuning van Buddy Miller. Haar liedjes zijn in folkstijl met soms een lichte alternatieve country-invloed. Kaplansky had eigenlijk te weinig materiaal voor een nieuw album. Daarom voegde ze een stel ijzersterke covers toe met als uitschieter June Carter's "Ring Of Fire" en van haar zelfgepende songs vinden we de titeltrack gebracht met collega Eliza Gilkyson een pracht van een song. Haar trefzekere pen, die hemelse stem en tonnen goede smaak volstaan ruimschoots om van dit album een meer dan aangenaam schijfje te maken. Gelukkig voor ons als liefhebbers, want haar muziek vormt zonder twijfel een aanwinst voor het roots- en Americana-genre. Haar songs -veelal rustig werk- brengt zij vrij ingetogen. "Over The Hills" vertoont dromerige Americana die je eigenlijk pas op waarde kunt beoordelen na een keer of drie te beluisteren, omdat het zich pas dan diep in je ziel gaat nestelen. Wees niet ongerust, dat het dan is, want ook daarna groeit dit album door om uiteindelijk te eindigen op ongekende hoogte, die voorheen slechts werd bereikt door dames als Lucinda Williams of een Emmylou Harris. "Over The Hills" zou wel eens de terechte doorbrak van deze uitzonderlijke laatbloeier kunnen markeren en dat hopen we hier bij Rootstime allemaal.

The Tide (1994) - Red House Records
Flesh and Bone (1996) - Red House Records
Ten Year Night (1999) - Red House Records
Every Single Day (2001) - Red House Records
The Red Thread (2004) - Red House Records
Over The Hills (2007) - Red House Records


COREY STEVENS
ALBERTVILLE

website : www.coreystevens.com
info: mgmt@coreystevens.com
ra@armentertainment.com
Label: Ruf Records
www.rufrecords.de
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

In een televisieprogramma in de jaren tachtig brachten ze Albert King en de toen 29-jarige Stevie Ray Vaughan, die net aan het doorbreken was met zijn debuut "Texas Flood" samen voor een optreden. Een prachtige sessie die een prachtig beeld van de oude ervaren Albert King die de fakkel overdraagt aan de jonge Stevie schetste. Samen speelden ze klassiekers als "Call It Stormy Monday" en "Match Box Blues". Allemaal nummers vol muziek die staan als een huis, door het beste van twee verschillende generaties. Maar ook naast Stevie Ray Vaughan waren ook Jimi Hendrix, Otis Rush, Eric Clapton, en Carl Weathersby in de ban van deze grootmeester, die als handelsmerk zijn Gibson Flying V had. Maar ook buiten de reeds genoemde gitaristen had Corey Stevens ook het genoegen om Albert King te ontmoeten tijdens een show in Santa Monica, CA. Stevens vertelde hierover: "I shook Albert King’s hand. It was a big moment in my life. That night he played a 4 song encore that has never been topped!" Af en toe veert Corey Stevens, de man die afstudeerde met een graduaat aan de universiteit van Southern Illinois en vervolgens meer dan tien jaren voor de klas stond om dan op toernee te gaan met Lynyrd Skynyrd en Paul Rodgers, op. Maar dan moet er wel iets speciaals aan de hand zijn. Zo kroop hij op zijn vorige album alleen met akoestische gitaar achter de microfoon om "Alone At Last" (2005) op te nemen. Maar ook zijn vorige platen "Blue Drop of Rain" (1995), One More Time (1997), "Getaway " (2000), "Bring on the Blues" (2003), waren zeer goed. En nu is er dan "Albertville", zijn debuut voor Ruf Records en eerbetoon aan zijn grote voorbeeld Albert King, de legendarische zwarte zanger/gitarist die naast de andere Kings beschouwd wordt als grondlegger van de blues. Op zijn debuutalbum "Blue Drops of Rain" coverde Stevens reeds "Crosscut Saw" en "I’ll Play the Blues For You" van zijn held, maar op zijn nieuwe plaat neemt hij tien songs die Albert King van zijn leven schreef of vaak coverde onder handen. Puriteinen zullen wellicht moeite hebben met de vette aankleding, ik niet. Corey Stevens heeft niet willen imiteren, maar er zijn eigen ding van willen maken. En niet om zichzelf nadrukkelijk te manifesteren, want samen met zijn band zorgen ze voor een smeuiige vette, stuwende sound, die af en toe plaats maakt voor frivolere covers met meer tempo, met daarbij een opvallend prominente rol voor drummer Steve Ferrone. Een vergelijking maken met de originelen van Albert King heeft weinig zin. Zet ze gewoon naast elkaar in je platenkast. Of nog beter, stop ze allebei in de cd-machine en zet de shuffle aan. Geen uitgebreid soleerwerk maar zijn virtuositeit gevat in korte puntige interpretaties van King's klassiekers "Breaking Up Somebody's Home", "Cold Women With Warm Hearts", "I Get Evil" en "Got To Be Some Changes Made". Maar Stevens koos gelukkig ook voor wat minder bekende songs als het openende "A Real Good Sign" voorzien van prachtig blaaswerk en het meer funky "Little Brother (Make A Way)", songs die vrij in King's stijl gespeeld worden. Het is juist die stijl in de arrangementen die zorgt dat nummers geen parodie worden. In sommige songs is een vergelijking met Stevie Ray of Eric Clapton nooit ver weg, hetgeen zeer duidelijk te horen is in de gedreven cover van Jerry Strickland's "That’s What The Blues Is All About". Zijn eigen compositie "Another Pretty Face" is daarbij zeker niet te verwaarlozen en zit mooi verpakt tussen al deze klassiekers. "Albertville" is dan ook een geslaagde plaat geworden, en een ode aan (één van de) grootste vernieuwers in de bluesmuziek.


MARDI GRAS.BB
THE EXILE ITCH
Website: www.mardigrasbb.com
www.myspace.com
Mail: mardigrasbb@hazelwood.de
Label: Hazelwood Music / www.hazelwood.de
Distr.: Bang! / www.bangdistribution.com

Voor mij een complete, maar zéér aangename verrassing, deze 12-koppige band uit Mannheim, Duitsland. Maar ze blijken bij onze oosterburen een stevige reputatie uitgebouwd te hebben, getuige daarvan de verkoop van meer dan 100.000 CD's. Oorspronkelijk heetten ze nog The Mardi Gras Brass Band, maar dat hebben ze nu ingekort tot Mardi Gras.bb. Ze spelen nummers op de klassieke wijze van de brassbands uit New Orleans. Songschrijver van dienst is Jochen "Doc" Wenz - van opleiding arts - die ook voor het vocale werk zorgt bij deze energieke groep. De soulmuziek uit de sixties zit in heel wat nummers vervat en alle songs zijn opgebouwd met schitterde melodieën, zeer kwalitatieve orchestratie en ook veel vocale harmonieën. Mardi Gras.bb brengt bluesy rock met expressieve improvisaties in jazz en funkstijl. Als extraatje bij "The Exile Itch" - de zevende CD van de groep - zit er een live-registratie van 90 minuten "The Unveiling Of The Exile Itch", ronduit prachtig entertainment opgenomen in een concertzaal in Leipzig. Dit is werkelijk een schitterend DVD-document voor de liefhebbers van dit genre. Je kan echt niets horen van hun Duitse roots in de songs en dat is toch een grote verdienste. Aftrapper "Now That We're Gone" zet meteen de toon voor het album, een monumentale song met blazers, groot orkest en dito koor. "Life Is Lonely" is Neil Young met Big Band. "Before You Were My Girl" kan gerust bijgezet worden in dezelfde categorie. Eén van de hoogtepunten op deze CD is "My Soul" dat even de hoop doet oplaaien dat Otis Redding en Sam Cooke weer onder de levenden zijn. Je wordt er waarempel vrolijk van in deze miezerige meimaand. "Happy Boy" draagt daar nog wat toe bij. Toegegeven, er wordt links en rechts wat gepikt van klassiekers in de muziekgeschiedenis maar who cares als het goed gedaan wordt. Ronduit topkwaliteit is het nummer "Snow On The Meadow" dat een wereldhit zou kunnen worden, tenminste als iemand eens de moeite zou doen om het nummer een paar keer airplay te geven op de radiostations. Op zaterdag 26 mei treden Mardi Gras.bb op in de Rotonde van de Botanique in Brussel, een concert dat ik jullie ten zeerste zou willen aanraden. Misschien komen we elkaar daar tegen, want ik zal er zeker bij zijn.
(valsam)


DENNIS CROMMETT
THE EVENING SORROW
Website: www.denniscrommett.com
www.myspace.com
Mail: thefloodedfields@yahoo.com
Label: Pigeon Records / Rounder Europe
www.pigeonrecords.com / www.roundereurope.com
Distr.: Munich Records / www.munichrecords.com

 

Een collega-artiest zegt van Dennis Crommett dat zijn stem zo zacht en eerlijk is dat je de indruk krijgt dat hij meer voor zijn eigen welzijn zingt dan om fans bij te winnen voor zijn muziek. "The Evening Sorrow" is het debuutalbum van deze uit Northampton, Massachusetts afkomstige singer-songwriter. Het is een CD geworden met 11 frisse nummers die verhalen over de dingen die hij meemaakt in zijn voor de rest vrij normale leventje. In het eerste nummer "Some Kind Of Friend" rekent hij af met een oude zogeheten vriend, meer een drinkebroer tijdens één van de vele kroegentochten die ze samen aflegden. Een fijne song is ook het door cello ondersteunde "Thank God It's The Morning Of". In "Oranges And Reds" overheerst de akoestische gitaar en de pedal steel in een vlotjes voortkabbelende melodie. In de pers worden vergelijkingen gemaakt met de muziek van Elliott Smith en José Gonzales. Eigenlijk wil je bij nummers als "Bright", "Sick" en 'The Church Downtown" gewoon de koptelefoon over je oren schuiven en in alle rust genieten van de zachtgezongen woorden. "Green Depression Glass" maakt je daarna echter meteen weer wakker omdat het opvalt door de swing en de vrolijkheid die in het nummer verwerkt werden. "The Evening Sorrow" werd opgenomen in een oude huis en ergens kan je dat ook terughoren omdat de fijne afwerking die meestal in een studioalbum is terug te vinden hier ontbreekt. Het lijkt allemaal alsof het van de eerste take opgenomen werd. Dennis Crommett is naast soloartiest ook nog gitarist bij de groep Winterpills (waarvan drummer Dave Hower en zanger Philip Price hem hier subtiel hebben geholpen) en zanger bij de indie-rockgroep Spanish for Hitchhiking. Maar het dient gezegd dat het hem op zijn ééntje bijzonder goed afgaat. Dit album verdient een meervoudige beluistering door de genieters van rustige en vlotte melodieën, zoals wij dus.
(valsam)