ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007 - MEI 2007

JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007


BOB BROZMAN - POST-INDUSTRIAL BLUES

GREYHOUND SOUL - TONIGHT AND EVERY NIGHT

LATIMORE - BACK 'ATCHA

DANA COOPER & ANNIKA FEHLING - VISBY, TEXAS

THE WIYOS - THE WIYOS

CONIL - STRANGE PART OF THE COUNTRY

LOS DUGGANS - CALVARY

JIM CARPENTER - BAHIA HONDA

BRIAN TEMPLETON - LIVE AT BLUESIANA ROCK CAFE

ALEX GOMEZ - ALWAYS NEVER - METALLIC BLUE ELECTRIC - WARM SENSATIONS


 

BOB BROZMAN
POST - INDUSTRIAL BLUES
Website
Email: bobbrozman@att.net
Label: Ruf Records
Distr.: Munich Records

 

 

Dat slide-gitaarspel niet slechts voorbehouden is aan zichzelf uitfreakende bluesgitaristen wisten we eigenlijk al sinds Ry Cooder er zijn verfijnde stijl op los liet. Hij ontdekte dat zowel Hawaii als India diverse slide-gitaar meesters heeft voortgebracht. Slide & steelgitaarvirtuoos Bob Brozman is één van de merkwaardigste instrumentalisten ter wereld. Hij combineert een indrukwekkende techniek met een splijtend gevoel voor humor en een tomeloze energie. Hij bespeelt zo ongeveer alles waar een snaar op gespannen zit of kan zitten, in alle mogelijke stijlen en genres, van blues over calypso tot Indisch. Met een speciale voorliefde voor de Hawaïaanse/ Weissenborn gitaren, maar ook de Indische slide gitaar, de Griekse bazouki, de Engelse banjo, de Okinawan sanshin, en allerhande National resonator gitaren laten hem niet onberoerd. Al decennia zet de 53-jarige Brozman zijn werk voort door in de meest verre uithoeken van de wereld gelijkgestemde zielen te vinden om samen de hemelse snaren mee te beroeren, zo trok hij de wereld rond om op te treden en platen te maken met Afrikanen, Aziaten, Europeanen, Tasmaniërs, Oezbeken, enfin, met iedereen zo’n beetje. Dankzij zijn duizelingwekkende techniek en muzikale aanpassingsvermogen vindt hij overal een ademloos publiek en enthousiaste medespelers. Met zijn vorige album, "Blues Reflex" (2006), genomineerd door de Blues Foundation als "Acoustic Album of the Year", bracht Brozman een hommage aan blues- en folkartiesten uit lang vervlogen dagen die hem als kind op het spoor hebben gezet van een muzieksoort die hem de rest van zijn leven niet meer los zal laten. Maar eigenlijk is elk album van deze man met z’n indrukwekkende collectie antieke akoestische hawaii- en bottleneckgitaren een eerbetoon aan het verleden, want Brozman heeft nog nooit zijn roots verloochend. Het enige verschil met deze plaat is misschien dat hij wat meer de wortels van de countryblues blootlegt, hetgeen we ook alweer kunnen zeggen van zijn nieuwste album "Post-industrial Blues", een titel die meteen ook de nieuwe lading songs dekt. Ritmisch blijft zijn blues doordrenkt met allerlei invloeden uit de wereldmuziek. En in zijn vocalen klinkt hij immiddels beheerst genoeg om er van in het begin tot eind te overtuigen. In zijn songs weet hij verhalen te weven over New Orleans en de oorlog in Iraq, maar "Post-industrial Blues", is op de eerste plaats een indrukwekkend staaltje handwerk, met slechts hier en daar een rol voor drummer Jim Morris en bassist Stan Poplin. Want naast deze heren, is Brozman verantwoordelijk voor elk geluidje op deze volledig akoestische cd en dat doet hij op een bijzonder onorthodoxe wijze, want Brozman weet een totaal eigen dimensie aan het traditionele slidegitaarspel te geven en daarbij is het zijn kracht dat hij vaak op verrassende wijze lichtvoetige Hawaiiaanse volksmuziek aan elementaire countryblues weet te koppelen. En hij aarzelt niet om daar ook nog eens de meest exotische percussieklanken doorheen te goochelen. Een absolute aanrader voor gitaarfetisjisten en liefhebbers van klinkend curiosa.


 

 

 

GREYHOUND SOUL
TONIGHT AND EVERY NIGHT
Website - myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Greyhound Soul is ontstaan in de woestijn van Tucson, Arizona, ook de thuishaven van o.a. Giant Sand, Rich Hopkins, Friends Of Dean Martinez en Calexico, en debuteerde in 1994 met "Freaks” in 96"’. Na hun optreden op SXSW, volgde vele optredens, en dit vooral in de Southwest, tot in 2001 "Alma de Galgo", in 2002 "Down" en in 2003 "Live & Dusted Vol.1" verschenen. De band maakte net als The Jayhawks pop met veel countryrock-invloeden. In Amerika werd de band erg populair, maar hier in de Lage Landen bleef het succes beperkt. De belangrijkste songschrijver van de band was zanger-gitarist Joe Peña. Het nieuwe album, "Tonight and Every Night", hun vijfde in dertien jaar, is een nieuwe kans om deze bijzondere band te leren kennen. En afgaande op de kwaliteit van de tien nummers op "Tonight and Every Night", de van een erg knap hoesje voorziene nieuwste worp van deze band, die verder naast frontman Joe Peña bestaat uit Duane Hollis (bas), Alan Anderson (drums), Bobby Hepworth (orgel), Jason DeCorse (gitaar), Robin Johnson (gitaar) en Glen Corey (piano), heeft het hun bepaald goed gedaan om er eens hun tijd voor te nemen. Gelijk van bij het openingstweetal van de plaat, het zeven minuten durende pop/folk getinte "Time to Come Home" met zijn industriële geluiden en het wereldvreemde "Do What You Do" is het stevig raak en weet je al dat het helemaal snor zit met deze nieuwe plaat van Greyhound Soul. Dit is muziek voor stoere cowboys die meer geven om goede liedjes, originaliteit en muzikale vernieuwingsdrang dan whiskey en mooie vrouwen. En als Joe Peña dan ook nog eens zijn heerlijk snerende countrystem laat horen, kan deze plaat helemaal niet meer stuk. Tekstueel en muzikaal hebben we dit sinds de dagen van Neil Young’s "Everybody Knows This Is Nowhere" al zo vaak gehoord, maar wat geeft dat als het met zoveel overtuiging en bezieling wordt gebracht als op "Tonight and Every Night". De sympathieke en ongedwongen sfeer is zoals gewoon aanwezig en het zou best aardig zijn om er een film bij te maken, het lijkt me niet uitgesloten dat Miramax van dit rustige album, enkele stukken goed kan gebruiken voor een volgende film. De beelden komen vanzelf als je je fantasie bij de themaatjes tenminste de vrije loop laat. Desolate stations, een uitgestrekte prairie met de onvermijdelijke joshua trees, een in de steek gelaten autolijk langs de kant van de weg en een verwaarloosde hond die aan het rottende vlees zit te snuffelen van een doodgereden beest. Een sfeer die het best past bij de meer uitgesponnen nummers als "Believe" (6:45) en "I'll Wait Around" (8:26). Omgeving en natuurverschijnselen lijken een belangrijke bron van inspiratie te zijn voor songwriter Joe Peña. Het is niet alleen te horen aan zijn organische songs, maar ook af te lezen aan de album titels. Uitschieters zijn de meer poppy gerichte songs, "Angelina" en "Midnight Radio", songs waarvan de invloeden meer uit de melancholieke countryrock komen, daar de andere tracks meer hun invloeden halen uit de psychedelica doorspekte woestijnrock. De warme gitaarstukken en de dromerige drums voorzien "Tonight and Every Night" een ruimtelijk opgezette soundtrack van hun bevindingen. Ze lijken voor ieder gevoel, sfeer en omgeving een album te kunnen maken, wel bijna altijd met een liefde voor melancholie en treffend in uitvoering. Hoogste tijd voor een doorbraak.


 

LATIMORE
BACK 'ATCHA
Website
E-mail: henrystonemusic@aol.com
Label: LatStone Records

 

 

Latimore is back. Terug bij de man bij wie hij zijn grootste successen boekte, namelijk de bekende producer Henry Stone bij wie hij in de jaren 70 voor het eerst een grote hit had op het Glades label van Stone met de remake van de blues klassieker "Stormy Monday". In 1974 werd dit zelfs overtroffen, want toen kwam de zelfgeschreven song "Let's Straighten It Out" een song die in mijn top 3 van soul klassiekers aller tijden staat, en ondertussen al verschillende keren gecoverd is door andere blues en soulartiesten. Voor deze eerste samenwerking terug tussen deze twee soulgrootheden werd zelfs een nieuw label opgericht: LatStone records, met als muzikanten de besten in hun vak, zoals de overbekende bassist en drummer George "Chocolate" Perry, een topmuzikant die onder andere werkte met Crosby, Stills & Nash, Joe Walsh en the Bee Gees. Hij was ook de sound ingenieur op deze cd. Hij heeft deze taak goed op zich genomen, want het geluid van de opnames is perfect, transparent, modern en warm, een noodzaak voor een goede soulproductie. Dit is nog eens een soulplaat zoals ze nog zelden gemaakt worden, dus dit debuut op het Latstone label houdt beloftes in voor de volgende producties. Hoogtepunt van de cd is de nieuwe singel "My Give A Damn Gave out" (Along Time Ago) een song die nu al mag plaats nemen wat verderop in mijn lijstje van favoriete soulsongs. Maar ook een song als het jazzy, maar tegelijkertijd bluesy "Honeymoon" (dat hemelse gitaartje van Roach Thompson..) staat al te wachten. Op een hedendaagse soulplaat mag natuurlijk de portie funk ook niet ontbreken, het dansbare "Love Hit Me" heeft zelfs lichte James Brown trekjes. Hit Me! Ook tekstueel is Latimore sterk bezig en legt hij de vinger op de wonden van Amerika. In het prachtige langzame "Wake up Amerika" dat me op muzikaal gebied al kippevel bezorgt, zo mooi, is dan ook de tekst nog eens raak, wanneer Latimore aan Mr Politician (zeg maar Bush) vraagt waarom al die jongens moeten sterven in een ver vreemd land, wie is dan de echte vijand? Ditzelfde hebben we in onze interviews met Amerikaanse artiesten al wel vaak gehoord, ik moet de eerste Bush fan onder de muzikanten nog altijd tegenkomen. Ook de song "Ghetto Girl" over kindmoeders stelt vragen. Dit nummer, drijvend op een reggae ritme, vertelt het droeve verhaal over het uitzichtloze bestaan van eenzame tienermoeders in de achterbuurten van de grote steden. Een van de warmste stemmen in soulland is na 6 jaar afwezigheid weer volledig terug. Right Back 'Atcha!
(RON)


 

DANA COOPER & ANNIKA FEHLING
VISBY, TEXAS
COOPER Website - myspace
FEHLING Website - myspace
Label: Rootsy.nu
Distr.:Sonic Rendezvous
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

Dana Cooper is niet de meest productieve muzikant. Zijn eerste album verscheen al in 1973, maar volgende platen verschenen meestal met zeer grote tussenpozen. Succesvol zijn die albums ook nooit geweest. Hierbij waren ook vijf albums, samen opgenomen met zijn vriend Shake Russell. Maar als je dan zijn zo geprezen album "Made Of Mud" van vorig jaar hoort, ga je je echt afvragen waarom niet. Waarom is deze man niet veel bekender? "Made Of Mud" is een zeer goede singer/songwriterplaat, dat wordt eigenlijk gelijk al duidelijk als je meteen vanaf het begin goed naar de teksten gaat luisteren. Die zijn scherp, grappig en tegelijk ook gevoelig. De melodietjes die Cooper vervolgens onder die teksten zet zorgen ervoor dat zijn liedjes je niet meer los laten. De voor mij onbekende Annika Fehling is een Zweedse singer-songwriter die in Visby woont, de hoofdstad van het Zweedse eiland Gotland. Op een druilige herfstdag gaan ze samen de studio in en zes uur later zijn tien mooie nummers ingeblikt, pure rootsy folk op zijn best. "Visby, Texas" ademt dan ook zeker oprechtheid uit, tien tracks, allen uit eigen pen; soms in coöperatie geschreven, soms apart. Ook in de vocalen hanteren zij dit principe, afwisselend nemen zij derhalve de leadvocals voor hun rekening, terwijl de samenzang zeker van meerwaarde is. Samen tokkelen ze op hun akoestische gitaren en mede door de kale productie valt meteen op hoe goed de twee zingen. Zowel Dana als Annika hebben een prima zangstem, maar als ze samen zingen gebeurt er echt iets magisch, dan wordt het allemaal nog intensiever en intiemer. Alles wordt zeer gedreven en geïnspireerd gespeeld, waardoor in de uitschieters, "When the Rain Comes Down", "House on the Hill", "Empty Glass" en het afsluitende "No Waterwell" de wortels wel vaker hoorbaar zijn, terwijl de muziek zeer eigentijds blijft. Het samenwerkingsverband Cooper/Fehling maakt muziek die niet echt goed te categoriseren valt – het is geen country, geen bluegrass, geen Americana, en ook zijn ze geen klassieke singer/songwriters, al zou je kunnen zeggen dat ze dat nu juist allemaal wel zijn. De grote kracht van dit duo ligt bij het gebruik van de zangharmonieën: hun stemmen passen perfect bij elkaar, vullen elkaar prachtig aan en versterken elkaar zelfs. "Visby, Texas" is een plaat van Cooper & Fehling die niets meer te bewijzen hebben, maar dat koste wat het kost toch willen doen. Het siert hen. Jammer dat het onze buren niet zijn, dan zouden we nooit klagen over geluidsoverlast.


 

THE WIYOS
Website
Myspace
Mail: thewiyos@yahoo.com
Label: Pie Records
Cdbaby

 

 

Het Newyorkse trio The Wiyos is de perfecte belichaming van de Engelse term 'old school': hun groepsgeluid en instrumentarium lijken rechtstreeks afkomstig uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De muziek op hun derde cd werd bovendien volledig analoog en met slechts twee microfoons vastgelegd. Live, zonder overdubs of digitale poespas en in drie dagen tijd. Dat het nog steeds mogelijk is om op een dergelijke manier een goede plaat af te leveren bewijzen de twaalf nummers die stuk voor stuk staan als een huis. Dit is de muziek van de string- en jugbands van weleer. Slim verweven met invloeden uit country, bluegrass en vroege blues en op smaak gebracht met een pittig sausje op basis van hot jazz en humor. Wie bij het horen van volbloed swingers als 'Everybody Loves My Baby' en 'Caught Us Doing It' geen spontane glimlach om de mondhoeken voelt spelen moet dringend wat minder azijn drinken. Ritmisch voortgestuwd door een vrolijk pompende bas en los uit de pols geharkte Django-gitaartjes maken de grappige vocalen alsmede toeters en bellen uit de Spike Jones-stal deze nummers onweerstaanbaar. Hetzelfde geldt voor de Wiyos-versie van 'I Can't Dance' waarin een schetterende kazoo en een hyperkinetische ukelele elkaar voortdurend achterna jakkeren. Het hoeft echter niet altijd om te lachen te zijn. Dat de heren niet voor één muzikaal gat te vangen zijn bewijzen ze uitvoerig met de uitstekende bluegrass-nummers 'Side By Side', 'Twenty Feet Of Water' (met een glansrol voor de mondharp) en het prachtig gezongen 'Number Nine'. Ook het weemoedige, op stille-zondag-voormiddag-toon gezongen 'Hudson Valley Line' is van elke humoristische inslag gespeend maar daar krijgen we een prachtige country-ballad voor in de plaats. Dat het dekselse drietal ook nog eens prat kan gaan op een feilloze beheersing van alle gebruikte instrumenten draagt alleen maar bij tot de hoogstaande kwaliteit van het geheel. Fijn plaatje!
(BENN)


 

CONIL
STRANGE PART OF THE COUNTRY
Website
myspace
Mail: info@greatharerecords.com
Label : Great Hare Records
CD Baby

 

 

Zet “Dog Meat Stew” op, de eerste track uit het album “Strange Part Of The Country” van Conil en je denkt meteen dat Kurt Cobain en Nirvana terug zijn. Dit is “Smells Like Teen Spirit” qua stem en qua muziek. Conil is echter een songsmid uit Londen die eerst een stel topmuzikanten zoals producer Tchad Blake (van bij Tom Waits, Peter Gabriel en Joseph Arthur) en bassist Danny Thompson (zie Nick Drake en Tim Buckley) wist te strikken voor de opnames van zijn eerste CD, nog alvorens hij een platencontract kon bekomen bij Great Hare Records. Samen met zijn groep plant hij eerst een tournee doorheen Amerika en Engeland waar hij zijn in blues en folk gedrenkte rootssongs live ten gehore zal komen brengen. Conil zelf speelt meestal akoestische gitaar maar het geluid van deze plaat is toch behoorlijk vol. En ondanks de gelijkenissen met Nirvana vaart Conil toch een eigen koers met deze plaat en legt hij voldoende persoonlijk engagement in zijn teksten. Vocaal is hij ook heel stemvast en kan hij ook heel melancholisch uit de hoek komen. In “Years Between” voel je de pijn in het hart uitgeschreeuwd worden in de song die nauwelijks meer dan een akoestische gitaar als muzikale begeleiding meekrijgt. Heel gevoelig, eerlijk en geloofwaardig in elk woord dat hij zingt en zelfs in de symboliek van sommige teksten is hij zeer creatief. Bij wijlen wordt het zelfs zeer duister en triest, maar je blijft altijd overtuigd van de oprechtheid van deze artiest. Ook in het bluesy “Round Midnight” klinkt zijn doorrookte stem heel boeiend en lijkt hij soms wat op Tom Waits als die in een dronken bui een nummer zingt. Andere leuke nummers op dit album zijn “Old Irish Drunks” (met enkel gitaar en stem), “Kitty’s Wake” met deze bemoedigende tekst: "everyone dies, everyone is born with life, everyone might find someone they want to spend their lives with” en tenslotte “A Waterfall Is A Poem Pouring Through A Rock” (zoals The Pogues als Shane McGowan flink boven zijn theewater is, … altijd dus). Een aanrader voor de fans van de ons veel te vroeg ontvallen Kurt Cobain. Er is echter één groot verschil: Conil Lives and Rules.
(valsam)


 

LOS DUGGANS
CALVARY
Website
E-mail: losduggans@gmail.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

De nieuwe genres die de laatste tijd het daglicht zien door het inventief mengen van verschillende bestaande stijlen zijn talrijk. Dat soms die combinaties die op papier met mekaar lijken te vechten toch verrassend mooie resultaten opleveren is des te aangenamer, het vernieuwt en verjongt de muziek alleen maar des te meer. Neem nu bijvoorbeeld de stilaan dood gewaande genres als folk en bluegrass. Het aantal groepjes dat tegenwoordig experimenteert met deze dingen te vermengen met rock 'n'roll, rockabilly en zelfs punk, is bijna ontelbaar. Neem nu bijvoorbeeld weer deze "Los Duggans": een beetje blues, een beetje folk, een beetje bluesgrass en een hele hoop rock 'n' roll, en dit even laten marineren en kruiden met een portie lef en je hebt hun sound, die ze zelf "Death Folk" noemen. Want ja, dat was ik nog vergeten, er zit ook nog een snuifje heavy metal bij. Raar geluid! Grunchy gitaren broederlijk naast een banjo, maar geloof me, het werkt. Neem nu bijvoorbeeld "Preachin Blues", de openingsong van dit kleinood, een Mississippi Delta blues tot na een halve minuut de heavy metal gitaar er bijkomt en zanger Dylan Wilkerson met zijn John Fogerty vocals de boel openscheurt, knap begin.Van de tien songs op deze (korte) cd zijn er zeven "traditionals" en voor drie songs werd zelf getekend. Meer "roots" kan je al bijna niet hebben, als 70 % van je songmateriaal traditioneel materiaal is. "Pretty Polly" een folktraditional, die begint met een banjotokkel en waarbij langzaam de distorted gitaren erbij komen terwijl de zanger zijn longen uit zijn lijf zingt is inderdaad niet anders te beschrijven als Death Folk. "Good Morning Blues" met een "gutbucket" bas en mondharmonica heeft evenveel power dan om 't even welke Legendary Shack Shakers song en in "The Cuckoo" is de combinatie zelfs nog wat weirder, flamenco ritmes en metal namelijk, maar ook dit werkt bij deze heren wonderwel. "Heaven Bound" en "Calvary" zetten de reeks mooi verder, banjos, wastobbe bas, heavy gitaren en ruige zang, heel op 't eind zelfs nog wat Tuvaanse keelzang van bassist Peter "Whiskey" Sheffer. Geslaagde CD van deze band uit Echo Park, Calfornia, die met hun "Death Folk" weer een nieuwe tak aan de rootsboom laten groeien.
(RON)


 

JIM CARPENTER
BAHIA HONDA
Website
Email: locodare@aol.com
Label: Loco Dare Records
Cdbaby

 

 

Waar ligt ergens Chincoteague? Met de zoektocht naar Jim Carpenter’s wortels, moet je grondig de Amerikaanse kaart afspeuren om Chincoteague te vinden. Dit plaatsje blijkt in een eilandengroep te liggen ten oosten van Amerika. Wereldreiziger Jim Carpenter doorkruiste naast Cape May County in New Jersey, ook Miami en Nashville. In zijn huidige thuishaven Connecticut schreef Jim Carpenter naast een reeks novellen ook singer-songwritermuziek. Zijn proza las ik niet, maar zijn songs vertellen hun eigen verhaal, filmisch verpakt in warme zuiderse klanken. Met een fluwelen stem en gloedvolle gitaarklanken creëert hij Mexicaanse, Cubaanse of Latin sferen, die een vroege Ry Cooder in herinnering brengen toen hij nog optrok met Joseph Spence. Door het gebruik van de Papoose, een soort Tacoma gitaar, roept hij de betovering op van zonovergoten stranden. Nochtans zit er in zijn teksten een bitterzoete wrangheid verscholen, zoals in ‘Refugee’ en ‘The Farmer’s Daughter’. Daarin schildert hij de kleine tragiek van moeizame levens, vechtend om overeind te blijven. De viool van Andrea Zonn, die af en toe melodisch meezingt, onderlijnt melancholisch dat isolement van enkelingen, die blijven hopen tegen beter weten in. Aan deze cd werkten verder nog een zestal muzikanten mee die elkaar wederzijds inspireren met banjo, mandoline, dobro, accordeon, cabasa, congas. Rob Ickes, Byron House en Jack Sundrud zijn enkele van die vriendmuzikanten. Het muzikaal schilderij oogt compleet en toch steeds in beweging. Ook de ‘whistle’ van John Mock brengt in het beangstigend mooie ‘Simple Strand Of Pearl’ pure poëzie in, waardoor het verhaal van Annie Avery en haar overleden zeeman aangrijpt alsof je zelf in de herfstwind naast haar staat te rillen. De cd, opgenomen in de Loco Dare Studio in Connecticut, straalt een authenticiteit uit die doet hopen dat literator Jim Carpenter, al zijn gepubliceerde schrijfsels in Bahia Honda muziek zou willen transformeren.
Marcie



BRIAN TEMPLETON
LIVE AT BLUESIANA ROCK CAFE
myspace
Info: Feelin' Good Productions
info@feelingoodproductions.com
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

The Radio Kings hoeft feitelijk niet meer geïntroduceerd te worden, toch niet voor wie er bij was tijdens de Nacht Van De Blues in Wuustwezel of tijdens Moulin Blues in Nederland twee jaar geleden. Deze groep werd opgericht begin jaren ’90. Meteen waren ze de rijzende sterren aan het bluesfirmament. Ze werden omschreven als "de beste nieuwe bluesband sinds The Fabulous Thunderbirds in 1975". Ze toerden intensief in de VS en Canada en snel volgde ook de oversteek naar Europa waar ze menige club en festival platwalsten, waaronder ook BRBF. In ’95 namen ze een live CD op in de vermaarde BB Kings blues club. In ’99 was er de split. Zanger Brian Templeton begon een solocarrière en gitarist Mike Dinallo deed allerlei projecten, ondermeer met Barrence Whitfield. Maar de bluesliefhebbers die nu pas horen van Brian Templeton, de meesterlijke mondharmonicaspeler, maar die vooral ook een ongelofelijke zangstrot heeft, moeten beslist verder lezen, want deze uit Bluesville, New Hampshire komende artiest, is zonder twijfel de meest getalenteerde muzikant van de afgelopen jaren. Op jonge leeftijd werd hij voor de leeuwen gegooid en bleef vervolgens zonder moeite bovendrijven. Na jaren van touren heeft hij zijn invloeden tot een eigen geluid weten om te smelten, waardoor zijn songs steeds een mix vertonen van traditionele blues, blues-rock, soul, R&B, country en gospel. Voor zo’n artiesten moet een grote carrière zijn weggelegd. Hij bewees dit al op zijn vorige cd's: "Home" uit 2000 en "Bloozin’" uit 2006, en met een container vol aan lovende recensies krijgt hij steeds meer voet aan het vaste land, gewoon omdat 't puur draait om de intensiteit die Templeton met zijn soulvolle stem uitstraalt, gekoppeld aan het soort rootsmuziek dat verrekt slim is opgebouwd. Sinds enkele weken ligt zijn nieuwe CD, de dubbelaar, "Bluesiana Rock Cafe" in de rekken. Waren de vorige albums een mengeling van roots en blues, op dit nieuwe livealbum gaat Templeton terug naar de wortels van zijn muziek, de blues, en dit in vele stijlen, waardoor de 27 nummers deze cd bijzonder spannend maken. Een aantal nummers is geënt op Chicago blues, maar andere gaan dan weer meer in de richting van de Texaanse blues. Bij deze opnames, die gebeurden in het Bluesiana Rock Cafe in Velden, Oostenrijk wordt hij vergezeld van basveteraan Michael "Mudcat" Ward, die zijn carrière begon met Walter Horton en albums heeft opgenomen met o.a. Hubert Sumlin, Ronnie Earl, Ron Levy, John Brim, James Cotton, Jerry Portnoy, Charlie Musselwhite, Otis Grand, Paul Oscher, en Sleepy La Beef, om er maar een paar te noemen. De verdere bezetting bestaat uit Per Hanson op drums en het Italiaanse gitaarwonder Enrico Crivellaro die eerder al actief was bij artiesten als Javina Magness, James Harman en Finis Tasby, en in 2003 uitgeroepen werd tot beste bluesgitarist in Italië. De prima belans tussen Crivellaro's gitaarspel en Templeton's mondharmonicakunsten doen de rillingen over de rug lopen. Kortweg "Bluesiana Rock Cafe ", dit broeit, swingt en betovert!


ALEX GOMEZ



ALWAYS NEVER

Eigenzinnig, vernieuwend, gedurfd en origineel zijn wat woorden die me bij het beluisteren van deze slide gitarist uit Texas te binnen schieten. Wat deze "one man slide band" ten gehore brengt is rauw, recht uit het hart, pure emotie rechtstreeks tot blues hersmolten. Tien korte songs, meestal gebouwd rond één oer-riff die, al lijkt het een "loop", meestal herhaald wordt in lichte variaties. Muziek die refereert naar Hound Dog Taylor, Elmore James, George Thorogood en Z.Z.Top, maar dan is zijn ruigste, tot op het bot ontklede vorm. Daar bovenop een klagende, huilende stem vol met uitschieters, gedrenkt in vitriool. Beeld je Houndog Taylor in en the Black Keys, meng ze door elkaar, gooi de bas en drums weg en wat je overhoudt is Mister Gomez. Dit is dé absolute stoner boogieblues, dit is echte gitaar anarchie, deze man schopt Thorogood onder zijn kont, neen ik zeg het niet, dit zijn woorden uit de Amerikaanse pers over deze cd 3 jaar geleden. Vanaf de intro van "Macon Bacon" een song opgehangen aan de Bo Diddley kapstok, weet je: dit gaat een ruig ritje worden. "New Orleans" is Z.Z top zonder de versierselen, enkel de kern behouden, daar gaat het Alex om. In "Women Trouble" neemt Alex het riffje van "Gimme Back My Wig" van Hound Dog Taylor en voegt er zijn klagende, overslaande stem aan toe en klaar is kees. Met teksten die niets aan de verbeelding overlaten: "Pussy's always on my mind" zingt hij, terwijl de slide jankt en de basdrum voor de heartbeat zorgt. Vrouwen (Southern Belle), sex (Macon Bacon) en drugs (Cocaine Girl), dat zijn de thema's. Favoriete nummer is het stampende "Southern Belle", nogmaals een boogie in de stijl van die baardmannen uit Texas, Alex zingt zelfs wat op Billy Gibbons wijze, en het nummer heeft de sfeer van "La Grange". Als je tegen een stootje kan, is deze "Always never" uit 2004, een van de meest originele en zelfs revolutionaire boogieplaten ooit gemaakt sinds "Boogie Chillen" van John Lee Hooker. Als je fan bent van Keb 'Mo of Eric Bibb zal dit waarschijnlijk niks voor jou zijn; hou je echter van Beefheart, Bob Log III en Black Keys, zeker eens luisteren.

METALLIC BLUE ELECTRIC

Was "Always Never" al behoorlijk heavy en apart naar standaard bluesnormen, wel deze opvolger uit 2005 gaat weer een stapje verder, meer vervorming, meer gedurfde, wat slordige zangpartijen, nog meer basic, heavy slide. Opnieuw tien korte songs met eveneens korte titels. Maar een ding is nog intenser, het vuur dat in deze songs zit, "Cock - A -Doodle", de openingssong is zoals de meeste van de songs op deze cd opgebouwd rond een simpele, sterke basisriff, bluesy, maar gebracht met punkallures. "Sticky Icky" bijvoorbeeld is schatplichtig aan "It’s all Over Now" geschreven door Bobby Womack, maar in feite bekend als Stones hit. Dit is de slide-blues punkversie van dat nummer. Ook "Crystal" heeft zo ’n slide - gitaarriff die zich onder je hersenpan nestelt, en "Satan’s Daughter" is de meest duivelse slide die ik ooit mocht aanhoren, zeker naar het einde van de song. In "Can’t Go On" spuwt Alex zijn teksten meer dan ze te zingen, terwijl hij de gitaar tot bloedens toe foltert. Nu begrijp ik waarom de cd’s van Gomez slechts 10 korte songs bevatten, want meer zou gevaren voor de gezondheid inhouden, hartritmestoornissen, euforie, maar vooral beschadigingen van het beenderstelsel, want de slide van Alex is messcherp en gaat tot op het bot. Dus je bent gewaarschuwd, slecht mondjesmaat genieten, hier heb je vlug te veel van, maar wel …genieten!

WARM SENSATIONS

De derde eigen produktie, de dit jaar verschenen: "Warm Sensations", en geloof het of niet, Alex is nog een stap verder durven gaan, waar dit moet eindigen, weet ik echt niet. Dit is ook de meest misleidende titel die ik ooit op een cd zag, na de "Best of Mili Vanilli" dan toch. Dit grenst aan muzikale waanzin. Het is nog blues, sommige ritmes althans, maar daarmee houdt het op Het spijt me dat ik het moet zeggen, dit is een beetje "over the top", hier gaat hij net iets té ver, want was de eerste prima, de tweede gedurfd, deze is enkel voor wie van slide houdt die klinkt als een cirkelzaag, de "zangpartijen" zijn bijna enkel nog half gesproken teksten met lange huilende uithalen. Na de eerste twee was deze evolutie te verwachten, maar ik vrees dat weinig mensen dit nog zullen aankunnen, laat staan echt goed vinden Misschien gaat Alex met zijn opvolger, nu toch best terug in de andere richting, een stapje terug in het "madness" gehalte. Ik waarschuwde je daarnet al, maar hier is het menens, ik heb het zelf aan de lijve ondervonden, meer dan drie songs van deze cd na mekaar op hoog volume kan ernstige gevolgen hebben, ik zeg alleen niet welke.
(RON)