ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007 - MEI 2007

JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007


SAND RUBIES - MAS CUACHA

STASH - BLUE LANES

OZARK HENRY - A DECADE

JULIE FELIX - THE RAINBOW COLLECTION

BRIAN LANGLINAIS - ROCK & FIRE

ANDI ALMQVIST - RED ROOM STORIES

DOUG JAY & THE BLUE JAYS - UNDER THE RADAR

BETTYE LAVETTE - THE SCENE OF THE CRIME

REVEREND ZEN - ANGELS, BLUES AND THE CRYING MOON

RICKY GENE HALL & THE GOODS - RICKY GENE HALL & THE GOODS


 

 

SAND RUBIES
MAS CUACHA
Website
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezevous

 

In Arizona begon in 1988 een groepje geheten The Sidewinders met Rich Hopkins op gitaar en David Slutes als zanger. Ze brachten 3 albums uit onder die naam waarvan het eerste “Cuacha” heette. Toen besloten ze de naam van de groep om legale redenen te veranderen in The Sand Rubies. In 1993 kregen beide heren ruzie en ze besloten om er mee op te houden, maar al snel merkten ze dat ze niet echt zonder elkaar konden en samen met drummer Bruce Halper en bassist Mark Perrodin werd drie jaar later een nieuwe start genomen met Sand Rubies. Tegenwoordig zwerven beide stichters van de groep rond de leeftijd van 50 jaar en dat zoiets bezinning en verstand brengt weten de leden van de Rootstime-redactie intussen ook wel. Na ruim 10 jaar werd een nieuwe CD op de markt gegooid met de titel “Mas Cuacha”. Daarop staan 10 popsongs met sterke melodieën en teksten die vooral gaan over ouder worden. “Can’t Change That” en “The Gap” lijken daarom nogal vanzelfsprekende songtitels. “Machines” is pure garagerock avant la lettre en de hymne “Fuk Em” kan tijdens live-optredens als meezinger fungeren. In “Flotsam And Jetsam” wordt echt goed gezongen door David Slutes, maar ook door gastvocaliste Lonna Kelly en zangeres Lisa Novak zorgt voor backing vocals op de song “Ferment”. Hun inspiratie in de jaren tachtig kwam van o.a. Green On Red en Giant Sand, de supergroep met Howe Gelb en de latere heren van Calexico. Nostalgisch wordt teruggeblikt in “Showcase ‘89” naar een optreden dat ze deden in New York. 'Look at us now . . . No records in stores/ No songs to download/ The few fans that are left are older than old' zingt David Slutes in dit nummer. Afgesloten wordt er met “Sooner Or Later”, een uptempo song over hoe niet aflatend doorzettingsvermogen uiteindelijk toch steeds tot een goed resultaat leidt. De plaat werd uitgebracht op het eigen label van Rich Hopkins “San Jacinto Records” in afwachting van een hopelijk snel volgende platenlabel-deal. De jongens toeren momenteel gedurende 3 weken doorheen Europa voor uitverkochte zalen (“met een publiek van boven de 50 jaar”, zegt David Slutes) en ze zijn weer volop gemotiveerd om er wat van te maken. Wij zullen ze alvast niet tegenhouden want “Mas Cuacha” is een goede rockplaat van enkele zeer ervaren rotten in het vak.
(valsam)


 

STASH
BLUE LANES
Website - myspace
Mail: tgroen@whitemountain.nl
Label : Petrol Records

 

Gunther Verspecht heeft een uitermate herkenbare stem. Wie?, zegt u. Wellicht staat de memorabele en onverbeterlijke sleper “Sadness” van Stash ook gegriefd in de harde schijf van uw geheugen. Stash is Gunther Verspecht, meer dan ooit. De nieuwste CD “Blue Lanes” is de opvolger van “Rock And Roll Show” en het is een waarachtige parel aan het Belgische muziekfirmament geworden. Deze man schrijft popklassiekers en zingt ze daarna ook nog zelf op onnavolgbare wijze in. Wij maken ons maar al te graag druk over het Amerikaanse popgeweld, maar zien vaak de diamant in onze eigen Belgenhanden niet. Wel, ik ben van plan om met deze recensie een passend eerbetoon aan deze getalenteerde artiest van bij ons te brengen. Ik stak “Blue Lanes” in de CD-speler en na 3 volledige rondjes ben ik nog niet echt van plan om hem er weer uit te halen. Ik ben echt onder de indruk van de hoogstaande kwaliteit van songs als “Adrenaline”, “All That’s Left”, “Concubine” en “Liar Without Shame” dat erg dicht aanleunt bij het eerder aangehaalde “Sadness”. Maar nog belangrijker is dat er op dit album geen enkel zwak nummer te vinden valt tussen de elf songs die Gunther Verspecht ook nog eens allemaal geschreven en gecomponeerd heeft, dit laatste weliswaar samen met co-producer Marc Bonne. Voor de productie tekende naast drummer Marc Bonne ook de Belgische topproducer Wouter Van Belle, die hier werkelijk een schitterende klus heeft geklaard. En multi-instrumentalist Wigbert Van Lierde heeft ook een grote verdienste aan de sound van dit album. De stem van Stash straalt treurnis uit en in de voornamelijk uit pianoballades bestaande songlijst weet hij die droevenis moeiteloos over te brengen op de luisteraar. Toch bezorgt “Blue Lanes” eerder een aangenaam en warm gevoel bij de beluistering, geheel te wijten aan die uitstekende muzikaliteit van de liedjes en de prachtige vocale kwaliteiten van Stash. Als eerste single werd “Concubine” - de enige rocksong op de plaat - gelanceerd en onlangs werd een tweede single uitgebracht “All That’s Left”. Mijn favoriete nummers zijn echter “I Want You So Bad”, “Alison” en het majestueuze “Liar Without Shame”. Het lijkt of Stash een onherstelbaar slachtoffer van immens liefdesverdriet is maar ik denk toch eerder dat dit het genre is waarin zijn stem het best tot haar recht komt. Ga “Blue Lanes” kopen en kijk niet op een rondje extra in de CD-speler. Prachtplaat en absolute aanrader voor de donkere winterdagen.
(valsam)


 

OZARK HENRY
A DECADE
Website - myspace
Label : Sony BMG

 

 

Hij is van plan om naar Parijs te verhuizen om van daar uit ook de rest van de wereld te veroveren, te beginnen met Frankrijk en Zwitserland. Vanuit België lijkt dat haast onmogelijk te zijn en het land is allicht ook een beetje te klein geworden voor Piet Goddaer alias Ozark Henry. Tien jaar geleden begon hij schuchter en op kleine schaal, maar het project Ozark Henry is ondertussen uitgegroeid tot een mastodont. Om dit jubileum te vieren wordt een luxe-editie van een verzamelaar uitgebracht, een zeer mooi en verzorgd dubbelalbum met op de ene CD alle hits die hij in die 10 jaar gehad heeft + 2 nieuwe songs “Godspeed” en “Genoa Blue” die beiden ook op single zullen verschijnen. De andere CD bevat remixen in diverse stijlen van zijn bekendste nummers, waarbij “Rescue”, “Sun Dance”, “Hope Is A Dope” en “La Donna E Mobile” twee keer onder handen worden genomen. Verplicht voor verzamelaars en echte fans van het eerste uur. Dat zijn er blijkbaar een hele hoop. Ozark Henry zal gedurende één maand elke dag ergens in België live optreden van 22 november tot 22 december. Je hoeft niet meteen weg te rennen voor kaartjes want alle shows zijn uitverkocht. Hoe duidelijker kan je het succes van Ozark Henry nog afmeten. Begonnen als voorprogramma voor o.a. Moby en Garbage is hij doorheen de laatste jaren uitgegroeid tot absolute hoofdact voor volle zalen. Het album “Birthmarks” uit 2002 was een grandioos commercieel succes en leverde Ozark Henry eerst een gouden plaat, nadien platina en 2 Zamu Awards op. Dat succes evenaarde hij in 2004 nog eens met “The Sailor Not The Sea”. Vorig jaar verscheen zijn voorlopig laatste studioalbum onder de titel “The Soft Machine” dat al goud was vooraleer het in de winkel te verkrijgen was. Piet Goddaer is een hoogbegaafde persoon, ook letterlijk. Hij is de zoon van een klassieke componist en is naast schilder, dichter, producer, componist en tekstschrijver ook een echte controlefreak, vandaar dat hij alles zelf blijft doen op zijn albums. Hij maakt ook soundtracks voor films (o.a. “To Walk Again” van Stijn Coninx over het drama dat Marc Herremans overkwam), TV-series en modeshows en werkte samen met andere artiesten zoals Novastar in 2004 (voor het album “Another Lonely Soul”). De vernieuwende sound van Ozark Henry is uniek en gemakkelijk herkenbaar. Omwille van zijn fysiek wordt hij wel eens de jonge Vlaamse David Bowie genoemd. Hits van Ozark Henry die in het collectieve geheugen der Belgen blijven hangen zijn “Indian Summer”, “Sweet Instigator”, “Word Up”, “These Days”, “Rescue” en “Intersexual”. Verplicht voer voor verzamelaars en liefhebbers van het betere Belgische popwerk.
(valsam)


 

 

JULIE FELIX
THE RAINBOW COLLECTION
Website
Label

 

 

Ooit waren zij de drie gratiën die in de late jaren 1960 op de singer-songwriters podia de ‘folky’ eredienst uitmaakten: Joan Baez, Judy Collins en Julie Felix. Alle drie exploreerden zij op eigen wijze hun talenten en wisten zij diep af te dalen in de eigen gevoelswereld, waar protest en mededogen dicht bij elkaar lagen. Naast de frêle stemmen van Joan en Judy, was Julie Felix met haar ietwat hese stem een buitenbeentje. Geboren in Santa Barbara, Californië, met een Mexicaanse vader, die haar gitaar leerde spelen en een moeder, die naast de overgeleverde kolonistenverhalen haar tevens poëzie influisterde, leek voor Julie het artiestenbestaan vanzelfsprekend. Dus trok zij de wijde wereld in met haar vaders Mexicaanse gitaar onder de arm, naar Griekenland, Spanje en liftend doorheen gans Europa om in 1964 in Engeland te belanden, waar zij bij de folkscène aansloot en een eerste LP uitbracht, toen nog mono. En laat nu twee van de destijds mooiste songs ook op deze verzamel-cd staan, alhoewel in een recentere uitvoering. Zowel het tijdloze ‘Masters Of War’ van Dylan als het klagende ‘Plane Wreck At Los Gatos’ van Guthrie klinken even aanklampend als toen. Julie Felix maakt van ‘Masters Of War’ een rebels lied, waar de viool van Guy Fletcher en de drum van Edd Frost klacht en dreiging in stelling brengen. Waar Julie Felix in haar debuutjaren zich nog spaarzaam zelf begeleidde, omringt zij zich nu met uitstekende medemuzikanten die met hun specifieke inbreng de warme sound verrijken. Bassist Danny Thompson, gitarist Carmelo Luggeri en pianiste Noreen Brokke zijn er enkele van. Op enkele songs geeft ook koorzang sfeer en weidsheid aan de songteksten. Julie’s selecte voorkeur sluit nog steeds aan bij Bob Dylan covers of bij traditionals, maar zij doet ook mooie dingen met Mexicaanse ballades of met haar eigen ‘Children Of Abraham’. De serene pianobegeleiding en invallende koorstemmen roepen daarbij op tot universele verzoening. Julie Felix engageert zich doorlopend als voorvechtster voor de rechten van vrouwen, vluchtelingen, de hongerigen en de verdrukten overal in de wereld, ook in de jaren dat zij minder optrad. Vijf jaar geleden stond zij nog in Manchester op de muzikale barricade tijdens het concert ‘Guitars Against Landmines’. Haar passie en bezieling spreken ook uit haar typische expressieve wijze van zingen. Wie luistert naar haar versie van ‘Hallelujah’ en dan onbewogen kan blijven, moet een standbeeld zijn. Want deze vertolking van Leonard Cohen’s song, met aanzwellende koorzang, boort naar het diepste schuiloord in de menselijke ziel. Julie’s stem klinkt trouwens nog even enigmatisch en fris als decennia terug. De meeste bijeengebrachte songs op deze verzamel-cd dateren van even voor de eeuwwisseling. Maar ik durf erom verwedden dat haar zang nu in 2007 bij haar ‘Forever Young Tour’ nog even overtuigend zal overkomen. Julie Felix, first Lady of the Folk, is duidelijk iemand die gelooft in de helende werking van muziek. Alleen spijtig dat ‘Fire, Water, Earth and Air’ uit haar ‘Clotho’s Web’ LP niet op deze verzameling werd ingeschoven, want Julie Felix verenigt deze vier elementen in haar muziek. Het zou een mooie toevoeging geweest zijn, al duurt deze regenboogcollectie al volle zeventig minuten.
Marcie

JULIE FELIX LIVE

vrijdag 30 november 2007
Toogenblik, Haren, Brussel
Info: http://www.toogenblik.be/

zaterdag 1 december 2007
dubbelconcert met Bruno Deneckere + HT Roberts / JULIE FELIX
“De Boerderij” , Oudenaarde (Eine).
Info: http://www.mistymusichouse.be/

 

Extra support


 

BRIAN LANGLINAIS
ROCK & FIRE
Website - Myspace
E-mail: info@brianlanglinais.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Sommige recensenten leven een gans jaar naar het moment toe dat ze hun jaarlijstje zo net voor kerstmis kunnen bekendmaken, mij heeft het nooit geinteresseerd, aan muziek geef je geen punten, vind ik, het enige criterium voor mij is: raakt het je in het diepste van je binnenste, of niet. Moest ik dus toch jaarlijstjes maken, dan zou er op de valreep een nieuweling bijkomen op nummer 1of 2. Deze Brian Langlinais uit Louisiana is het beste wat ik sinds lang gehoord heb, en of zijn muziek mij raakt... Wat hij brengt ligt in het verlengde van Subdudes, Pat McLaughlin, Delbert McClinton, Levon Helm of zefs Ray Charles. Een soort Rhythm & Blues die geënt is op country en honky tonk dus en ik durf zonder blozen beweren dat hij in dit rijtje van grote namen dadelijk zijn eigen plaats mag innemen. Brian zong voordien in the cajun band "File" en daarna in de zydeco/bluesband "Zydeblu". Hij covert hier op een uiterst sterke wijze twee songs van één van zijn voorbeelden, Pat McLaughlin, en Pat speelt zelfs mee gitaar op deze twee songs, "It Could Be You" en "Not Far From It". Maar nog andere grote namen verlenen hun medewerking. Pianist en accordeonist Steve Conn bijvoorbeeld, of de gitaristen Walt Wilkins en James Pennebaker. Brian is een sublieme zanger, niet alleen wat techniek betreft, meer weet hij met die stem van 'm, de luisteraar te raken en de gevoelens van de teksten direkt over te brengen, soul to soul, om 't met een mooie Engelse term te zeggen. Het merendeel van de songs zijn geschreven door Gary Nicholson, de man die vanaf 't begin Delbert McClinton van topsongs voorzag en deze songs zijn geen overschotjes. Sterke nummers met prachtige melodielijnen, de reden waarom ik Delbert vanaf zijn debuut samen met Glen Clark steeds blijven volgen ben. "Leap of Faith" is een van die songs met Nicholson samen met Clark schreef. Slim gezien van Brian, één van de sterkste songwriters van het moment onder de arm te nemen, die net de songs schrijft die bij zijn stem en stijl passen. Als je dan weet dat 't met de rest wel goed zit, ben je een winning team. Dus ik denk dat het niet nodig is dit nog eens te benadrukken, maar wat mij betreft is Brian Langlinais zowat de meest beloftevolle rootsartiest die zich in 2007 aandiende, maar ik weet het, smaken verschillen, ben je echter ook een liefhebber van bovenvernoemde voorbeelden, dringend gaan luisteren!
(RON)


 

ANDI ALMQVIST
RED ROOM STORIES
Website - myspace
Label: Rootsy.nu
Distr.: Sonic - Rendezvous
VIDEO

 

Zweden blijft ons maar verbazen. De ene keer met verstilde alt-country, de volgende keer met perfecte pop en nu weer met een huiveringwekkende portie Americana. Maar dan toch weer heel anders dan hun landgenoten, Yonder, die bij hetzelfde label, Rootsy.nu, hun debuut pas op de markt hebben. Voor deze verrassing is nu Andi Almqvist verantwoordelijk. En dat Andi Almqvist & The Employees hun klassiekers kennen, konden we reeds horen op hun debuut "Can't Stop Lauging", waarop vooral zompige Delta-blues de basis vormde. Muziek waar Andi Almqvist & The Employees vervolgens wel op knappe wijze hun eigen ding mee doen. Door het toevoegen van invloeden uit de country en de rock 'n roll, onstaat een geluid dat afwisselend doet denken aan oude bluesmeesters als Leadbelly en Son House, aan Tom Waits, aan Morphine en zelfs aan Sixteen Horsepower. Doorleefde muziek die wordt gespeeld met een genadeloze intensiteit. Muziek met een heel donker randje, maar dat hoort een beetje bij muziek als deze. Volledig anders dan op de van authentieke bluesmuziek doordrenkte debuutplaat "Can't Stop Lauging", kiest deze uit Malmö afkomstige singer/songwriter nu voornamelijk voor apocalyptische en licht pretentieuze rock en moeten we Almqvist's muziek meer zoeken in de traditie van Nick Cave, Lou Reed en Mark Lanegan. Zo had bijvoorbeeld een nummer als "Katzenjammer" op Lanegan's "Bubblegum" kunnen staan. De aankleding van dit nieuwe "Red Room Stories" is een stuk diverser dan z'n voorganger. Waar hij de voorganger maakte met slechts wat gitaren en drums, wordt het instrumentarium nu aangevuld met ondermeer viool, piano, orgel, harp, accordeon, contrabas en cello. Wat Andi Almqvist met deze nieuwe plaat heeft neergezet is indrukwekkend. In elf songs weet hij een beklemmende atmosfeer te schetsen, die slechts af en toe wordt verlicht. Raspend en schurend, dan weer met bedrieglijk lieflijke akoestische gitaren, dreigende orgels en wijds pianospel, wordt de luisteraar meegenomen op een reis door het diepe zuiden van de geest, die niet anders dan slecht kan aflopen. Het is beklemmend, dreigend, donker, meeslepend en vooral erg mooi. Over het algemeen is "Red Room Stories" dus een melancholieke en meeslepende plaat geworden, zoals de meer ingetogen liedjes "Confession", "Purple Brno Snow" en "Vampire Fangs", maar zijn grofgevooisde stem komt ook goed tot tot zijn recht in de onheilspellende songs, als "Mother Nature" en het Waits getinte "Sour Grapes. Op "Red Room Stories" is geen plaats voor lichtzinnigheid. Deze tweede van Andi Almqvist snijdt niet alleen dwars door merg en been, maar ook door je ziel. In hun thuisland Zweden kan het behoorlijk eenzaam zijn. Voeg daarbij nog het chronisch gebrek aan zonlicht en je begrijpt waar de donkere, onheilspellende sfeer vandaan komt. Er is geen ontwijken aan. Deze muziek neemt je mee voor een dolle rit op de highway to hell. Gejaagd door uit de bocht scheurende gitaren en opgejaagd door alt.country-instrumentaria, zoals de viool en accordeon van Sara Jefta naast de stuwende bas van Jonas Hakansson, raak je al snel op desolate offroadwegen. "Red Room Stories" is niet vergelijkbaar met het gros van de Scandicana-platen die ons de voorbije maanden wisten te verblijden, dit is pure oversneden rock met de voeten diep in de zuidelijke staten van Amerika. Je moet blijkbaar uit het hoge noorden komen, om dat op een werkelijk indrukwekkende manier op plaat te kunnen zetten. Een treffend bewijs dat de Vikingen als eerste Amerika hebben ontdekt.


 

DOUG JAY & THE BLUE JAYS
UNDER THE RADAR
Website
Email: doug@dougjay.com
info@dougjay.com
Label : Crosscut Records
blues@crosscut.de

 

 

Op Crosscut Records is de nieuwe cd "Under The Radar" van zanger-bluesharpspecialist Doug Jay uitgebracht. Meteen de opvolger van "Jackpot!" (2005), zijn debuut bij dit Duitse label. Het album is opgenomen met zijn reguliere band the Blue Jays, bestaande uit gitarist Christoph 'Jimmy' Reiter, bassist Jasper Mortier en drummer Andre Werkmeister. Begin jaren '70 begon Doug Jay zijn professionele carrière en in 1976 sloot hij zich aan bij The Allstars uit Charlottesville, één van de eerste blues/roots bands van de tweede generatie.Tot die generatie behoorden niet de minsten: Stevie Ray Vaughan, The Fabulous Thinderbirds, The Nighthawks, en George Thorogood, en vele anderen. Er ontstond een doorgedreven kruisbestuiving tussen de verschillende bands en oude glories als Muddy Waters, B.B. King en Sunnyland Slim. De eerste en enige LP van The Allstars "Tip Your Waitress" (1978), gereleased bij Adelphi Records, werd beloond met een daverende recensie in Rolling Stone Magazine. In 1980 werd hij door de lead-gitarist van de Muddy Waters Band, Bob Margolin, weggeplukt en speelde enkele jaren bij The Bob Margolin Band. In 1990 begon Doug zijn eigen groep, samen met Anthony Paule, waarbij ze indoken op de bluesscene die al vanaf de 80er jaren aan de gang was, de West-Coast blues en de Jump & Swingblues. Zijn eerste solo CD "Until We Meet Again" (1993) werd zeer goed onthaald bij de internationale pers, maar het was wel wachten tot in 1999 tot Doug uiteindelijk zijn tweede solo project "Get It While It's Hot" opnam. Doug Jay behoort inmiddels tot de beste mondharmonica-spelers van the States en samen met The Blue Jays vormt hij een swingende bluesband van wereldklasse en trekken nu op hun nieuwe album "Under The Radar" de lijn van de jaren '40/'50 swing, rockabilly en R&B door zoals op "Jackpot!". Nog altijd is het vooral frontman en harmonicavirtuoos Doug Jay die de show steelt. Hij kan snel en zelfbewust spelen en weet ons in sommige nummers werkelijk te overrompelen. De nieuwe plaat omvat veertien songs, waaronder het mooie instumentale "Boom-A-Rang!" en enkele covers als Lowell Fulson's "Love Grows Cold" en Little Milton's "Losing Hand". Je vindt het allemaal op "Under The Radar": Chicago blues, jump, Texas swing en surf, maar door de jaren wisten ze deze muziek te mixen met rockabilly, proto-rock’n’roll, jumping jive, bebop en Doug Jay’s vernieuwende teksten. Maar ook de band tilt het niveau moeiteloos de hoogte in. Naast Doug Jay & the Blue Jays geven een aantal gasten waaronder saxofonist Sax Gordon Beadle en pianist Christian Rannenberg hun medewerking op dit voortreffelijke album. Gitarist Kai Strauss (Memo Gonzales & the Bluescasters) levert zijn bijdrage in "If it's love" en het openende "Under the Radar" waarin Doug's swingende en inventieve stijl het best tot uiting komt. Doug Jay speelt zondermeer zeer verdienstelijk. Bij vlagen zelfs indrukwekkend en gevoelvol, vervolgens soms weer rockend en swingend op zijn mondharmonica. Maar het is vooral de variatie die het geheel erg spannend houdt. Het is het afgelopen decennium een komen en gaan geweest van bands die hun blues, gebaseerd op de Chicago school, transformeerden tot een speelse mix van jump, jive en rock. Doug Jay & the Blue Jays, die met hun blues wereldwijd weten te imponeren staan beslist aan de top hetgeen ze bewijzen met "Under The Radar", een album dat Chicago blues, West Coast swing, jumping jazz en R&B-fans kippevel zal bezorgen. Beslist aanbevolen!


 

 

BETTYE LAVETTE
THE SCENE OF THE CRIME
Label: Anti / Epitaph
Distr.: PIAS
VIDEO

 

 

Soulmuziek is de afgelopen jaren gelukkig weer helemaal terug van weg geweest. Dat levert niet alleen leuke cd's op van nieuwe soulzangeressen, maar geeft ook oudere soulzangeressen de mogelijkheid om nog eens te laten horen wat ze in huis hebben. In 2005 leverde dat een briljante cd op van Bettye LaVette, "I’ve Got My Own Hell To Raise". Volgens Rootstime wel de beste soulplaat van dat jaar en haar nieuwe album "The Scene Of The Crime" is daarop het heerlijke vervolg. Inmiddels is LaVette de zestig gepasseerd en blikt ze op dit album terug op haar leven dat meer diepte- dan hoogtepunten kende. Op "A Woman Like Me" uit 2003 liet LaVette haar machtige stem in twaalf verschillende songs spreken. Prachtige, intense soul, blues en ballads van een zangeres die kan fluisteren, grommen, schreeuwen of gewoon mooi zingen, vaak tezamen in één en hetzelfde nummer. In diverse songs bezingt Lavette het lot van de vrouw die is bedrogen of verlaten maar tegelijkertijd weet beter af te zijn zonder die klootzak. Songtitels als "Serves Him Right", "It Ain’t Worth It After A While" en "Salt On My Wounds" lieten hier weinig te raden over. Ze maakte al albums in de jaren zestig, was ooit actief op het label Motown, maar nog nooit brak ze door naar een wat groter publiek. Dat gebeurde nu de laatste twee jaren wel met het album "I've Got My Own Hell To Raise", een album opgenomen in dezelfde legendarische Muscle Shoals studio in Alabama waar ze in 1972 ook al een vergeten meesterwerk afleverde, "Child Of The Seventies". Deze plaat was al klaar toen platenbonzen er plotseling de stekker uittrokken. Bijna dertig jaar later, in 2000, werd het album via een Frans label alsnog uitgebracht onder de titel "Souvenirs". Maar vergeten we ook niet haar stomende concerten in de AB 2005, Rock Werchter 2006 en Belgium Rhythm 'n' Blues Festival, Peer 2006, als gevolg van dit "I've Got My Own Hell To Raise"- album waar Joe Henry de reddende producer was. Nu werkte ze met Drive-By Truckers, die de liedjes voorziet van een solide elektrische basis en enkele oudgedienden zoals Spooner Oldham (keyboards) en David Hood (bas), maar blazers tref je op deze plaat niet aan. Het aardige is dat David Hood de vader is van Patterson, leider van de Drive-By Truckers. "The Scene Of The Crime" laat vanaf de eerste noot een getergde zangeres horen die met haar messcherpe vocalen het hart van de luisteraar doorklieft. Schreeuwend, kermend, kreunend en dan weer gewoon zingend baant zij zich een weg door de tien liedjes van de plaat en legt zij haar ziel ondubbelzinnig bloot. Van deze tien nummers zijn er negen covers, maar de verhalen die deze nummers vertellen over de duistere kant van het leven passen perfect bij LaVette's levensverhaal. Afgezien van enkele bloedstollende ballads neigen de songs naar blues en soulblues. De covers op deze plaat zijn ondermeer composities van Elton John, Willie Nelson en Ray Charles. Ondanks het feit dat de begeleidingsband op deze plaat bestaat uit de countryrockers Drive-By Truckers is "The Scene Of The Crime" een onvervalste soulplaat geworden. Zelfs in nummers als "Somebody Pick Up My Pieces" van Willie Nelson, waarin de band eigenlijk als een countryband klinkt, is het eindresultaat toch een soulplaat. Dit komt door de geweldige stem van Bettye LaVette, waarmee ze heel veel kan, van soulvol swingen tot getergd klagen. De pijn en tragiek van een leven vol teleurstellingen vertolkt door een geniale stem levert wel hele prachtige muziek op. Kortweg: Vier decennia na haar vroegste opnamen toont Bettye Lavette dat haar stem nog niets aan kracht en intensiteit heeft ingeboet, maar alleen maar rijper en doorleefder is geworden. "The Scene Of The Crime" is een grootse plaat van een een rhythm & blues-zangeres in de fleur van haar leven. Zij doet wat haar hart haar ingeeft en dat klinkt geweldig. Bettye LaVette is een ervaren en doorgewinterde artieste, die brengt wat haar publiek wil, en dat is te horen op deze plaat. Dit is echt Soul met een Hoofdletter.


 

REVEREND ZEN
ANGELS, BLUES AND THE CRYING MOON
Website - myspace
E-mail:revjackzen@optonline.net
Label: Blakjak Music
Cdbaby

 

 

Reverend Zen is een band uit New York onder de vleugels van Jack Evans, componist, producer en zanger/percusionist. Hij combineert sterke, goed in't gehoor liggende songs met perfecte muzikale meestershap. Dit levert een cleane perfecte produktie op met een sound die veel herinnert aan Steely Dan, maar soms ook aan de muziek van Sting of Bruce Hornsby. Dat alles zo perfect klinkt is begrijpelijk als je de muzikanten uit de groep even nader bekijkt: Chris Carter is de gitarist (hij speelde o.a bij Solomon Burke en Joan Osborne) naast de tweede gitarist, Gil Parris (van Dr John en Davis Sanborn band), Kjell Benner (sessie gitarist voor een heleboel plaatopnames van grote namen), drummer Rudy Feinauer (van George Russel & Syndicate of Soul) en de backingzangeressen mogen er eveneens zijn: Margaret Dorn, (Donald Fagen, Micheal Mc Donald, Bozz Scaggs), Sheryll Marshall (John Medeski), Soozie Tyrell (Bruce Springsteen, Elvis Costello & Shawn Colvin) en tenslotte Vaneese Thomas (dochter van Rufus Thomas). Deze dames zijn ook belangrijk in het totaalgeluid, en krijgen een grote rol toegedeeld, net als bij Donald Fagen en Steely Dan opnames. De nummers blijven je stuk voor stuk achtervolgen eens je ze gehoord hebt, en de uitvoering ervan is zo prachtig, een waar genot voor de oren. Moeilijk te geloven dus dat dit een eigen productie is, bovendien een debuut én uitgebracht op een eigen label, en toch is het zo en klinkt het zo perfect alsof studiofreak Fagen zelf er maanden aan gesleuteld heeft. Openingsong "Magdalena" is al direkt een voltreffer, twee beluisteringen en je hoort het dagenlang in je hoofd en in feite geldt deze regel voor alle andere tien songs: "Bad Attitude" en "Don't Try To Tell Me" zijn heerlijke nummers, "Boy Genius" met knap gitaarwerk heeft hitkwaliteit, "The One In Love" en "Only A Fool" zijn dan weer mooie ingetogen ballads vol gevoel. "Angels, Blues And The Crying Moon" bevat niet één zwakkere song naar mijn mening. Nu ben ik iemand die ooit enige waarde hechte aan nominaties en awards, elke cd die men ons toestuurt heeft er praktisch wel één, en ik heb ze nooit vermeld, maar als je er in je korte bestaan met dit debuut alleen al 29 awards wint, jawel je leest het goed,... negenentwintig gewonnen awards, niet zomaar nominaties, dan is dat toch wel een indicatie van kwaliteit. Het zou me dan ook sterk verwonderen als Reverend Zen niet een bekende band zou worden binnenkort, op zijn minst in de USA.
(RON)


 

RICKY GENE HALL & THE GOODS
Website
E-mail: rghgoods@yahoo.com
Label: Yard Dawg Records
Cdbaby
VIDEO1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Ricky Gene Hall besloot begin dit jaar terug naar zijn roots te gaan, een bluescd op te nemen met enkel een bassist en drummer naast hem. Ze doken de studio in en namen deze cd op, puur en met weinig overdubs. Daar hebben ze heel goed aan gedaan, deze muziek vraagt om dat soort behandeling. Ricky Gene brengt blues zoals we dat wat gewoon zijn van Delbert McClinton, met sterke zangpartijen want Ricky is een prima zanger en hoewel zijn stem me sterk herinnert aan Bugs Henderson, is zijn manier van zingen op sommige songs meer verwant aan Delbert's stijl, al heeft het wat meer blues en minder country invloeden. Maar meer nog dan een goed zanger is Ricky Gene Hall een puik gitarist met een apart, aangenaam geluid. Soms klinkt zijn gitaar als op de beste southern rock opnames ("Hillbilly Ball"), met een slide die de Capricorn dagen doet herleven. Het funky "She's Into Something" van Carl Wright is een heel sterke cover, weer voorzien van mooi, ingehouden gitaarwerk. Percy Mayfield's "Stranger in my Own Hometown" krijgt al een even adekwate behandeling. De sfeervolle slow blues "Rather Hear A Lie" een eigen compositie, laat Ricky schitteren op beide domeinen, vocaal en op gitaar. "3 Might" is eveneens een eigen compositie die drijft op een Jimmy Reed ritme. Het New Orleans getinte "Much To Much" is de vrolijke voorbode van de tijdloze Isaac Hayes cover, één van mijn favoriete soulsongs aller tijden, "Your Good Thing (is about to come to an end)", dikwijls gecoverd natuurlijk, maar Ricky Gene zet hier een uitstekende versie neer, vol passie. Nog een knappe eigen song "Train" en de traditonal "Worried Live Blues" met een fenominale slidesolo sluiten deze overtuigende cd af van dit trio uit Ohio. Ricky Gene Hall bracht ons wat we wilden: only the "Goods"
(RON)