ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007 - MEI 2007

JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007


RAY DAVIES - WORKING MAN'S CAFE

THORBJORN RISAGER - HERE I AM

CORONET BLUE - WELCOME TO THE ARMS OF FOREVER

DOWNCHILD - LIVE (At the Palais Royale, Toronto, Canada)

VARIOUS ARTISTS: HEARTWORN HIGHWAYS - AGED 30 YEARS

JOHN JAWOROWICZ' BLUES COLLECTIVE feat. WARREN HAYNES - MUDDY WATER FEVER

CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ - LIVE From THE RUHR TRIENNALE

ALLEN FINNEY - ALLEN FINNEY & EBB

JIM LAUDERDALE - THE BLUEGRASS DIARIES

T-SONIC TOM SCHAFFERT - T-SONIC


 

 

RAY DAVIES
WORKING MAN'S CAFE
myspace
Label: V2 music



Zanger/gitarist/songwriter Ray Davies is een tijdgenoot van de Rolling Stones en de Beatles. In de jaren '60 knalde hij met zijn band de Kinks de ene popklassieker na de andere de hitlijsten in, maar bleef qua populariteit toch altijd in de schaduw van Jagger en Lennon. Met name door een serie wisselvallige platen in de jaren '70 nam hun populariteit langzaam af en in de jaren '80 volgde bijna niemand ze meer. Uiteindelijk stierven de Kinks in een stille dood, waarna de zanger solo bleef optreden. Hij werd in 1944 in Muswell Hill, Londen geboren en samen met zijn jongere broer Dave richtte hij in het begin van de jaren '60 de beatgroep The Kinks op. Na twee weinig succesvolle singles scoorde ze een hit met "You Really Got Me" in 1964. Het zou de eerste van veel hits worden. Na het in 1985 quasi stilleggen van de band concentreerde Ray zich nogal op de literatuur met X-Ray en "Storyteller", het boek dat meteen ook de aanzet werd voor een schitterende concertreeks. Om deze autobiografie X-Ray te promoten, besloot Davies een paar instore readings te geven en voor deze aantrekkelijker te maken, speelde hij een paar liedjes tussendoor. Uit die leesbeurten ontstond de plaat "The Storyteller", een plaat waarop Davies het verhaal vertelt rond het ontstaan en de eerste successen van de groep. Tussendoor speelt hij aangepaste versies van bekende Kinks-nummers. Naast deze plaat was het vorig verschenen album "Other People's Lives", na het tussendoortje "Return to Waterloo" uit 1985, pas zijn tweede soloplaat. En nu 18 maanden na het verschijnen van "Other People’s Lives", is Davies terug met wat één van de beste albums van zijn ongelooflijke carrière belooft te worden. Dit nieuwe album "Working Mans Café" is opgenomen in Nashville, Tennessee en gemixt in Noord-Londen in de Konk Studio en bevat 12 songs die mede geschreven en geproduceerd zijn met Ray Kennedy. Davies schrijft net als in zijn glorietijd puntige nummers in een Engels jasje, 12 songs met een klassieke (Kinks) stempel. Waar hij voor de voorganger de inspiratie zocht in New Orleans, de plek waar hij zich echt thuis voelt, horen we nu in tracks als "Vietnam Cowboys" en "One More Time" de invloed van Nashville ook duidelijk. Dit is een mooie verrijking van het klankspectrum van Ray. De titeltrack "Working Mans Café" biedt ons een boeiende en komische kijk op het heden en "Morphine Song" is een mooi nummer met swinginvloeden zoals we dat ook uit de eind jaren ’60 Kinks-periode kennen. Al is Davies niet bij deze jaren zestig blijven hangen maar met zijn tijd meegegaan. Zijn teksten gaan gewoon over het leven van alledag. En zijn zoals altijd scherp en beschouwend. "Working Mans Café" kent twaalf oerdegelijk liedjes, waaronder twee bonus tracks, die qua klank en thematiek uiteen lopen maar gezamenlijk een prima album vormen. Een mooie plaat met rocknummers en ballads in perfecte balans. Ray Davies bezit de eeuwige jeugd. Een tweede jeugd alshetware die nu in anderhalf jaar tijd al twee geweldige platen heeft opgeleverd. Hoe kan het anders dat hij op 62-jarige leeftijd nog zo enthousiast toert, en op "Working Mans Café" zoveel levenslust tentoon spreidt, die je – na meer dan veertig jaar de rockster uitgehangen te hebben – niet voor mogelijk houdt. Kopen dus, en genieten!



 

 

 

 

 

 

THORBJORN RISAGER
HERE I AM
Website
E-mail: risager@dbmail.dk
Booking: Annika Westman
annika.westman@bredband.net
Label: Cope Records

 

Precies één jaar geleden verscheen de vorige CD van de Deense blueszanger Thorbjorn Risager, en dat was meteen een schot in de roos. Risager heeft een stem die de combinatie is van een beetje Ray Charles, wat Joe Cocker en Delbert McClinton en voeg daar nog wat van het warme bluesgeluid van onze eigen betreurde Luke Walter Jr. aan toe, dan weet je dat je met een echte zanger in hart en nieren te doen hebt. Bijgestaan door een band die het klappen van de zweep kent, met een prima blazersectie (Wagner/Kehl), de gitaren van Svein Eric Martinsen en Tjorborn zelf, de prima pianist en orgelist Emil Balsgaard en het ritme duo Bojgaard/ Seidelin. De strakke blazers in "Here I Am" afgewisseld met slide akkoorden vormen al dadelijk een goeie start, voor wat belooft een uitstekende opvolger voor "From The Heart" te worden. En dat wordt 't ook. "All I Want" en "Heart Of The Night", de soul ballade met Otis Redding allures zijn absolute meesterwerkjes, die de Joe Cocker elementen bovenhalen in Thorbjorn's stem, maar die stem van hem is mooier naar mijn mening. Als dit nummer aan het einde nog wat prima gitaar bevat, B.B. King waardig, dan is verdere aanbeveling overbodig. Funky New Orleans ritmes, met pianist Emil voluit, bijgestaan door die uitstekende blazers, dat is "From Now On". Prima Big Band Swing, klinkend als "Roomful Of Blues" zelf, met Sugar Ray Norcia op zang, precies zo klinkt "You Better Pay Attention". Meer B.B. King gitaarwerk in "Down Home Blues" waarbij het contrast met de pittige blazers nogmaals voor die extra soulsfeer zorgen. Eén van de hoogtepunten is het uitstekend gezongen "Johnny Called The Whole Thing Off", waarbij ook weer het slide gitaarwerk het vermelden waard is. Grote klasse! Niet één zwakkere song op deze "Here I Am", want ook "Good Thing" met Nawlins invloeden is om vingers en duimen af te likken. De grote kracht van Thorbjorn is de combinatie van het stemgeluid van al die topzangers. In de ene passage is het Ray Charles ten top, terwijl je even verder denkt naar Cocker te luisteren, en dat binnen dezelfde song. Dit betekent echter niet dat Risager probeert deze stemmen en stijlen te imiteren, integendeel, hij heeft alleen het geluk al deze kwaliteiten in één stem te mogen bezitten. De afsluiter "Won't Let You Down" is een buitenbeentje, heel ingetogen zingt Thorbjorn deze melancholische korte song, en zet als het ware een rustig eindpunt na een ganse cd vol vocale krachtpatserij, want ondanks de superbe begeleidingsband blijft Thorbjorn toch zonder moeite de ster van de show. Wat een stem, wat een gevoel! Kwaliteit uit Denemarken: vroeger dacht je dan aan Tuborg, maar vanaf nu denk ik dadelijk aan Thorbjorn. Aanrader!
(RON)


 

CORONET BLUE
WELCOME TO THE ARMS OF FOREVER
myspace
Mail: laugingoutlaw@talk21.com
Label : Laughing Outlaw Records
CD Baby


Coronet Blue was de titel van een TV-serie die in 1967 op de Amerikaanse zenders te zien was. Misschien was het ook wel de inspiratie voor de groepsnaam van deze Australische klassieke rock- en powerpopband uit Sidney die bestaat uit zanger John Rooney (ex-zanger van The Lonely Hearts), Simon Kirke (drummer bij Bad Company en Free), Ian McLagan (keyboardspeler bij The Small Faces en later The Faces), Mitch Easter (gitarist en producer van o.a. REM) en bassist Don Dixon. Met zulke legendarische namen in de studio kan je dus niet naar buiten komen met iets dat minder is dan fantastisch. En deze tweede CD van Coronet Blue mag je onder die noemer katalogeren. Eerst in 1999 en nadien opnieuw in 2002 verscheen het eerste titelloze album van deze band, toen nog met Anthony Bautovich (ook al een ex van The Lonely Hearts). Die re-release was destijds al een schot in de roos en voor dit album zat ook Mitch Easter al in de producerstoel. Met liedjes die voornamelijk beïnvloed waren door de muziek van The Shoes, The Beatles en The Raspberries wist John Rooney met z’n powerpopsongs een eigenheid te creëren die niet alleen aansloeg bij het grote publiek maar dus ook bij diverse topmuzikanten in Australië. Enkelen daarvan opteerden nu dus om mee te werken aan “Welcome To The Arms Of Forever” en zij dragen absoluut bij tot een nog sterkere CD dan de eersteling van 5 jaar geleden. In hun infobrief vergelijken Coronet Blue zichzelf met o.a. The Zombies, Calexico, Scott Walker, Todd Rundgen en zelfs The Magic Numbers. Een combinatie van de sound van de sixties met de diverse invloeden van de huidige artiesten die allemaal hun eigen typerende kenmerken aan de songs hebben toegevoegd. Dit album straalt superklasse uit in zowat elk van de 12 songs die te beluisteren vallen en die toch allemaal uitsluitend uit de songwritershand van John Rooney voortvloeiden. Toch enkel uitschieters oplijsten vooraleer u naar de platenboer te sturen: “Waiting For My Baby”, “Looks Like Love”, “Welcome To The Arms Of Forever”, “You Don’t Sleep At Night”, “No Kiss Goodnight” en “Make No Mistake”. Absolute aanrader voor een avondje gezelligheid. (valsam)


DOWNCHILD
LIVE (At the Palais Royale, Toronto, Canada)
Website: www.downchild.com
Email: dcbb@hotmail.com
Label: Linus Entertainment
Distr. : Codaex / Email: be@codaex.com

 

De uit Toronto afkomstige Downchild is oorspronkelijk gesticht in het Toronto's Grossman's Tavern door Donnie "Mr Downchild" Walsh en zijn broer Richard "The Hock" Walsh. Sinds hun ontstaan in 1969 hebben zij verschillende bandwissels gekend en heeft hun oorspronkelijk repertoire plaats moeten ruimen voor heel wat andere muziekstijlen. Voor mij was het album "Come On In" uit 2004 de eerste kennismaking met dit zevenkoppig collectief en al gauw bleek duidelijk dat dit zou uitmonden in een fascinerende ontdekkingsreis. Om hun 35 jaar bestaan te vieren konden ze op dit album rekenen op tal van vrienden dewelke ze gedurende al die jaren hadden leren kennen. Zo kregen we hier gastoptredens van James Cotton, Gene Taylor en Jeff Healey. Downchild heeft hun powersound in hun bijna veertigjarig bestaan een grote aanhang opgebouwd. Blues en rock is het fundament maar diversiteit is troef. Daarmee onderscheiden deze muzikanten zich van vele andere bands. Bandspil is dus nog steeds gitarist en harmonicaspeler Donnie Walsh. Naast hem bestaat de band uit zanger Chuck Jackson, bassist Gary Kendall, pianist Michael Fonfara, saxophonist Pat Carey, trompettist Peter Jeffrey en drummer Michael Fitzpatrick. Zopas verscheen het door Donnie Walsh geproduceerde album "Live At the Palais Royale, Toronto, Canada" en slaat Downchild echter keihard terug. Ze maken nog altijd muziek die kan worden omschreven als een energieke en meedogenloze mix van vooral blues en rock ’n roll. Een mix waarin ook dit keer weer plaats is voor invloeden uit de swamprock, soul en jump. Elf songs worden met passie gespeeld en met emotie gezongen met als uitschieter, de lome up-tempo openingstrack "It's Been So Long" en met de slide gitaar van Donnie Walsh in het schitterende "It's a Matter of Time" heeft u de smaak te pakken, het is werkelijk een aanstekelijk bluesrocknummer en doet dadelijk denken aan The Fabulous Thunderbirds. Covers zijn hier volledig uit de boze, allemaal eigen geschreven nummers van Donnie Walsh, op twee na, waaronder het mooi gebrachte "Mr. Confused" geschreven door Chuck Jackson, waarin hij vocaal naast Walsh's "Wednesday Night Blues" het best uit de hoek komt. Walsh schittert echter het meest met zijn gedreven gitaarsolo's in het meer gesproken "I've Been A Fool", ook het enige nummer waarin hij de vocals voor zijn rekening neemt. Samen gaan ze in het afsluitende "Soaring" een duel op de bluesharp aan, hetgeen ook zijn invloed op de rest van de band heeft. Het resultaat is een cd die zich met gemak kan meten met de beste cd’s die Downchild tot dusver maakte. Vanuit een puristisch standpunt bekeken is dit natuurlijk een echt bluesalbum, een ware 'blues-based rock and roll sound'. Want Downchild trakteert je op een appetijtelijk stoofpotje energieke bluessongs, sudderend in een geurig kruidenboeket van sublieme rock & roll, afgewerkt met een pittig smakend jumprocksausje. Downchild is een band die sterke en geloofwaardige songs brengen. Al zal ik mijn liefde voor de blues nooit of te nimmer verloochenen, toch ga ik helemaal plat voor het geluid dat deze band op deze liveplaat: "its rockin', jumpin', can't-sit-still blues".


 

 

 

 

VARIOUS ARTISTS:
HEARTWORN HIGHWAYS
AGED 30 YEARS
myspace - Label: HackTone Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

James Szalapski maakte in 1975-1976 de legendarische country/singer-songwriter documentaire "Heartworn Highways", waarin hij een portret maakte van de ontluikende alt-country dat vooral in Austin ontstond. Szalapski gaf al te kennen een zeer goed oor te hebben voor de talenten die er echt om zouden doen, maar kon indertijd niet weten welk een uniek materiaal hij aan het opnemen was, dat werd pas jaren later duidelijk. De film stierf een roemloze dood totdat de DVD uitgave in 2003 plaatsvond. Pas toen zagen we de ontluikende carrières van o.a. Guy Clark en Townes van Zandt, maar ook een Rodney Crowell, David Allan Coe, Steve Young, John Hiatt en Steve Earle. In deze DVD zien we onder andere het werk van een piepjonge Steve Earle en Guy Clark en gesprekken met mensen die hen gekend hebben. Ook zien we hier de emotionele scene met een jonge Townes van Zandt en zijn zwarte oude buurman. Townes speelt in zijn eigen keuken het nummer "Waiting Around To Die" waarna de oude neger hartverscheurend dikke tranen begint te huilen. Alleen die scène is de koop al dubbel en dwars waard. De beelden en anekdotes waren dus historisch en de muziek prachtig. Deze muziek uit de film is nu op cd gezet en is een even treffend tijdsbeeld geworden. Het indrukwekkende "LA Freeway" van Guy Clark dat de film opent, staat ook hier aan het begin waarna vrijwel chronologisch alle hoogtepunten volgen. Ook het tranentrekkende "Waiting Around To Die" dat voor een huilende buurman gespeeld wordt ontbreekt niet, al valt wel meteen op dat Townes hier met maar twee songs vertegenwoordigd is. Met deze grote namen hebben we dan ook meteen wat klassiekers. Denk maar aan "That Old Time Feeling", "Desperadoes Waiting For A Train", "Bluebird Wine", "Alabama Highway" en "Texas Cookin’". Steve Earle speelt in de film slechts een rol in de achtergrond, maar is nu op de soundtrack met maar liefst drie tracks aanwezig. Veel niet eerder uitgebracht materiaal van alle artiesten dus en het geheel wordt passend afgesloten met vier nummers opgenomen aan tafel bij Clark thuis op de avond voor kerstmis 1975. Twee van de vier nummers zijn van Earle, "Mercenary Song" en "Elijah's Church". Steve Young doet op geheel eigen wijze de bekende Hank Williams klassieker "I'm So Lonesome I Could Cry" en Rodney Crowell horen we met de aloude traditional "Silent Night", waarbij andere aanwezigen als Richard Dobson, Jim McGuire en Susannah Clark invallen op dit spiritueel sluitstuk. De film mag historische beelden bevatten, voor de echte fans zeker een must, omwille van de vele emotionele momenten maar door de vele zeldzame songs is deze cd zeker even waardevol met zijn intieme klanken. "Heartworn Highways" is gewoon een mooie staalkaart van de ontstaansgeschiedenis van de Americana, die nu 30 jaar later als een historische mijlpaal in de muziek genoemd kan worden.


JOHN JAWOROWICZ' BLUES COLLECTIVE
feat. WARREN HAYNES
MUDDY WATER FEVER
Label: Music Avenue


Om de tijd tussen de tours te doden, richten John Jaworowicz de gelegenheidsband Blues Co-Op op. Jaworowicz is voornamelijk bekend voor zijn songwriting. Zijn songs werden ondermeer door Koko Taylor, Gov't Mule, the Allman Brothers, Greg Allman, Little Milton, Jimmy Nalls, Son Seals en vele anderen opgenomen in hun albums. Jaworowicz stierf in 2001 aan een hartaanval en de pas verschenen CD bij Music Avenue is een tribute aan deze grote songwriter, muzikant en de man die het beste uit ieder artiest wist te halen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn 'Blues Collective' muziek brengt die het meest leunt bij Gov't Mule en the Allman Brothers. Deze groep bestaat namelijk uit gitaristen Warren Haynes (Gov't Mule, The Allman Brothers Band, Dickey Betts Band), Jack Pearson (The Allman Brothers Band, The Nationals, Gregg Allman Band) en Jimmy Nalls (Sea Level, The Nighthawks, Mack Rebbenack, Gregg Allman Band). Andere gasten zijn o.a. de drummers Chucki Burke (Willie Dixon, Slim Harpo), Maxwell Schauff (Lonnie Mack), Michael Organ (Sonny Landreth, Amazing Rhythm Aces) en de toetsenmannen Billy Earheart (Amazing Rhythm Aces, Al Green) en Moe Denham (Tony Joe White, Gatemouth Brown) en William Howse (Gregg Allman Band, The Nationals) op harmonica. Het resultaat is een mix van Southernrock jams met blues- en jazz invloeden in de geest van een echte jaren 70 plaat waaruit voornamelijk de voorliefde voor The Allman Brothers doet denken. De positie van gitarist/zanger Warren Haynes in de muziek wordt gewaardeerd vanwege zijn enorme inzet en productie. Haynes is vergroeid met zijn gitaar en maakt knappe platen, met Gov’t Mule, Allman Brothers en solo. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Op deze CD is hij te horen als één van de eerste gitaristen van deze Co-Op band in enkele bondige nummers, opgehangen aan majesteuze gitaarriffs. Het lijkt alsof de band de plaat zomaar op de band heeft gezet, zonder dat de partijen afzonderlijk van elkaar zijn opgenomen. Alle songs zijn geschreven of co-written door Jaworowicz, behalve Willie Dixon's "Back Door Man". Dit Blues Collective beheerst de kunst tot in de vingertoppen, en de liefhebbers van het betere gitaargeweld komen op "Muddy Water Fever" absoluut aan hun trekken. Twaalf songs, goudeerlijke en meeslepende blues, de rockin' blues van het land van de Muscle Shoals, met als hoogtepunten de openende titeltrack "Muddy Water Fever", een medium tempo bluesnummer en "Shake You Down". Drie andere tracks die ons zeer aanspreken zijn "Before The Bullets Fly", een shuffle geschreven door Warren Haynes, Jaworowicz en Williams naast de slow blues "Who To Believe", eveneens geschreven door het duo Haynes/Jaworowicz. "Kindness For Weakness" is meer een slow shuffle, dewelke meer aanleunt bij de Texas blues, met prachtig slide gitaarwerk van Haynes. Zeker, er zijn clichés, maar die vallen weg door de grote passie en de enorme kwaliteiten van de muzikanten. Voor een riff of een solo van Haynes veert zelfs de grootste scepticus overeind. En zoals wel vaker bij jambands worden de nummers er nóg beter op als ze tot kauwgom worden gejamd. Kortom: Bluesrock, Southern Rock en psychedelica steeds voorzien van briljant gitaarwerk en soulvolle zang. "Muddy Water Fever" is werkelijk om je vingers bij af te likken.

01. Muddy Water Fever
02. Back Door Man
03. Before the Bullets Fly
04. Who to Believe
05. Kindness for Weakness
06. Why Can't I Get Lucky With You?
07. Shake You Down
08. The Eyes Don't Lie
09. When the Blues Come Knockin'
10. Dirty Deals
11. Give Me Some Slack
12. So Wrong For So Long


 

CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ
LIVE From THE RUHR TRIENNALE
Website
Email: info@trainwreckrecords.com
Label: Trainwreck Records
Distr.: Munich Records

 

Wie dit najaar, bij hun passage in België, het concert van Chip Taylor en Carrie Rodriguez bijwoonde, zal ook genieten van deze Live cd. Niet alle songs die het duo in het CC. Leopoldsburg bracht vind je hierop terug, maar wel deze die zij in het najaar 2005 in het Ruhrgebied in Duitsland zongen. Aldaar uitgenodigd om in de reeks ‘The Century of Song Series’ hun akoestische songs te brengen, kregen zij versterking van de elektrische gitaren van Bill Frisell en Greg Leisz. Omdat zij ook voor andermans songs mochten opteren, bracht het duo hulde aan Chip’s voorgangers Merle Haggard, Johnny Cash en Chuck Berry. Maar zij speelden daarnaast vooral de eigen songs van Chip. Ietwat vreemd om Chip zelf zovele jaren later ‘Angel Of The Morning’ te horen zingen, de hit waarmee Merilee Rush destijds doorbrak. Bij de warme stem van Chip Taylor voegt zich ook de engelenstem van Carrie Rodriguez als water in de zon. Chip, geboren New Yorker, ontdekte de jonge Texaanse violiste in 2001 in Austin en nam haar op sleeptouw in het clubcircuit en nadien op tournee in Europa. Deze dochter van songwriter David Rodriguez weet uiteraard wat musiceren is. Zij speelde al in countrybands, trad op in theaters en tijdens festivals, maakte twee soloalbums en wil graag van muziek haar beroep maken. Al is zij pas een vijftal jaren in de running, toch is haar zangstijl professioneel. Behalve haar stem is haar klassiek geschoold vioolspel haar grootste troef. In het ontroerende ‘Let’s Leave This Town’ vinden beider stemmen elkaar in de nostalgie van een afscheid, waarbij harmonica en mandoline de gevoelens een nachtelijke uitgeleide geven. Het sublieme ‘Red Dog Tracks’ gaat met het meeste applaus lopen, zoals ook tijdens het concert in Leopoldsburg. Dit nummer dat de onheilstragiek suggereert van Carolina Madison is met een inktzwarte pen geschreven. Chip Taylor, ex-gokverslaafde en troubadourdichter, komt tijdens zijn reizen wel op alle hoeken een fait divers tegen dat hij een mythische dimensie weet te geven. De cd eindigt met ‘Wild Thing’ dat The Troggs lanceerde en dat Chip zelf een van zijn favoriete versies noemt. Chip, bescheiden schilder van mooie songteksten, kan zelfs niet meer raden hoeveel songs hij voor anderen schreef. Hem nu in duet met Carrie enkele van deze songs horen vertolken op een Live-cd is een verlate kans om de ‘originals’ te beluisteren.
Marcie

Zie ook interview met Carrie en Chip.


 

 

ALLEN FINNEY
ALLEN FINNEY & EBB
Website - myspace
Label: Daddy Longlegs Records
Cdbaby

 

Allen Finey is afkomstig van Michigan, maar ruilde de bossen van de "Upper Peninsula", zijn geboortestreek, voor de wouden rondom Stockholm. Na een paar omzwervingen op andere leuke plaatsen, eerst een beetje als Hollywood acteur, later als muzikant in Parijs, ondekte hij Zweden, zowat het Europese bluesbastion, waar hij al een tijdje woont. Hoe zou het klinken als Bob Dylan zijn collaga muzikant J.J Cale kwam vervoegen tijdens een van zijn optredens? Simpel, als Allen Finney. Daarmee heb je dadelijk een idee van de muziek die op dit Scandinavische schijfje ten gehore gebracht wordt. Allen heeft inderdaad die typische nasale Dylan stem en zijn muziek klinkt net als J.J Cale's opnames, lekker relaxt, lui en zuiders. Tot voorheen had Allen een paar cd's gemaakt met de Zweedse bluesband Fat City Blues, cd's die meer de normale elektrische blues lieten horen, meestal covers van bekende traditionals. Nu echter werkt hij samen met Eric Hansson, een jonge gitarist, die reeds op veertienjarige leeftijd met hem samengewerkt had, en sindsdien nog herhaalde keren. Het was trouwens Hansson die vroeg aan Allen of hij en zijn band, Eric's Blues Band of kortweg EBB, niet samen een akoestische cd konden opnemen. Het antwoord van Allen was: "Anytime". Allen schreef 12 van de 13 songs op de cd, aangevuld met een traditional "St James Infermary", en het feit dat het een "all acoustic" album is maakt dat alles licht en luchtig klinkt; wat bijdraagt aan dat J.J Cale geluid, en ik kan je verzekeren, soms is de gelijkenis ontstellend groot. Het begint al onmiddellijk met "Don't Look Down On your Shoes" waar dat after midnight gitaartje in doorklinkt. Heel mooi is zeker het langzame, luie "Minimal City" dat nog meer die zwoele zuiderse sfeer ademt, en die ongemerkt tussen een reeks J.J Cale composities zou kunnen geplaatst worden zonder dat één man het merkt. De straight blues "Mama Had The Blues" met mooie mondharmonicasolo van Allen, leunt dan weer meer aan bij de oudere bluesopnames van "Ol'Bawb" (Dylan). "Paper Cup" of "Big Wind", ik val in herhaling, maar het is allemaal voer voor J.J Cale fans. De cd besluit tevens heel mooi met "Fate Steps In" een instrumentaal nummer dat wel lijkt geschreven te zijn als filmmuziek, zoals wanneer in de film de "good guy" toch het loodje heeft gelegd. Een gitaar, een piano en een mondharmonica in mineur. Prachtige, droeve eenvoud. Maar niet langer getreurd want dit was een plaatje waar ik hoofdzakelijk vrolijk van werd. Hou je van blues én JJ Cale of Dylan. Aankopen, nu!
(RON)


 

JIM LAUDERDALE
THE BLUEGRASS DIARIES
Website - myspace
Label: Yep Roc Records
Distr: Munich records
VIDEO 1 VIDEO 2


 

Jim Lauderdale was aan het begin van de jaren 90 één van de pioniers van de Americana. Sindsdien volgde de ene na de andere briljante plaat, maar desondanks is Jim Lauderdale in de Lage Landen nog altijd relatief onbekend. Ook zijn in de Verenigde Staten hoog geprezen bluegrass cd's hebben daar helaas niets aan veranderd. Om nog maar eens te bewijzen hoeveel kwaliteit hij in huis heeft, komt de singer-songwriter uit North Carolina nu wederom met een bluegrass cd op de proppen, hetgeen de titel "The Bluegrass Diaries" meteen al doet vermoeden. Sinds het begin van die jaren negentig heeft Lauderdale al vele fantastische platen afgeleverd en al die tijd was het wat lastig of we Jim in het hokje singer/songwriter of bij de country moesten zetten. Ondanks veel hulp van zijn vriend Buddy Miller, leek Lauderdale iets meer naar singer/songwriter te neigen. De beste man is vooral bekend in muzikantenkringen. Van George Strait tot de Dixie Chicks doen velen met regelmaat een beroep op de onuitputtelijke inspiratie van Lauderdale en Buddy Miller noemt hem zelfs de beste countryzanger van de wereld. Zeker is dat Lauderdale aan de bakermat stond van de huidige countrymuziek, ofwel datgene wat we tegenwoordig als Americana verslijten. Al in 2002 ontving hij een Grammy voor "Lost in the Lonesome Pines", een samenwerkings-project met bluegrasslegende Ralph Stanley. En na het vorig jaar uitgebrachte album "Bluegrass" is zijn nieuwe "The Bluegrass Diaries" beslist geen nieuw terrein voor Lauderdale, maar diept hij deze kant van zijn repertoire verder uit, met als resultaat een cd met veel pure en aanstekelijke songs, waarvan je bijna zou vergeten dat het nog wordt gemaakt. Lauderdale toont zich geen al te groot purist op "The Bluegrass Diaries". Hij interpreteert het genre nogal ruim, en dat is prettig voor de afwisseling. De cd klinkt daardoor fris en modern. Mandolin, fiddle, dobro en banjo komen op het juiste moment om de hoek piepen. Af en toe wat strijkers voor het urbane accent. Menig liedje kan ik me dan ook best voorstellen in een ander arrangement. Zijn twang leent zich goed voor de bluegrass en bovendien is de heldere intense stem van Lauderdale prachtig en schrijft hij mooie authentiek klinkende songs. Elf ijzersterke liedjes in de unieke Jim Lauderdale-stijl, al klinken "I Wanted to Believe" en "One Blue Mule" alsof ze van generatie op generatie zijn doorgegeven. Hoewel u in mij geen groot bluegrassliefhebber treft, bevalt "The Bluegrass Diaries" me wel. Bijgestaan door onder andere ervaren mannen als Randy Kohrs op dobro, Richard Bailey op banjo, Jesse Cobb op mandoline en fiddle-speler Aaron Till bewijst Lauderdale nog maar eens hoe avontuurlijk en opwindend deze muziek kan zijn. Zeer smaakvol plaatje van een zwaar ondergewaardeerd muzikant.


 

T-SONIC TOM SCHAFFERT
T-SONIC
Website
E-mail:talk@t-sonic.info
Label: Avanic Music
Cdbaby

 

T- Sonic is een Duitse band met als kern de meester-gitarist Tom Schaffert en zanger Dominik Steegmuller. Claus Bubik (bas), Mathias Grosh (keyboards) en Marcel Millotop (drums) vervolledigen de line-up. De sound die ze brengen is moeilijk thuis te brengen, het is zeker blues, maar dan in de ruimste zin van het woord, zeer origineel en hedendaags klinkt hun sound, een goede beschrijving zou "loungy blues" zijn. De zeer sterke, soulvolle stem van zanger Dominique heeft volgens mij sterke overeenkomsten met die van Gino Vanelli (ja, dat is lang geleden) en de muziek trouwens ook wel wat, al is de gitaar hier wel veel belangrijker. Flarden Jamiroquai, Stevie wonder, Wes Montgomery, met T-Sonic kan het allemaal binnen het kader van hun blues. Tom Schaffert schreef alle nummers zelf en het zijn behoorlijk sterke composities. Geen ellenlange gitaarsolo's, wel funktioneel werk in het kader van het groepsgeluid. Om nog even op zanger Dominik Steegmuller terug te komen, hij is één van de beste jonge zangers, die ik de laatste tijd gehoord heb, zeker in Europa. Even de cd nader beluisteren: "Lovers On Strange Ground", de eerste track geeft dadelijk de richting aan waarin het hier gaat, een popgerichte, soulvolle bluesplaat met een uiterst modern, hip soundje. "Waiting for Nothing" heeft een Jamiroquai refreintje. De mooie ballade "Your New life" laat nog eens horen wat een sterk songwriter Tom wel is. De songs glijden soepel je oren binnen, maar komen er nog moeilijk uit. Tegelijkertijd mogen we in diezelfde song ten volle van het sterke gitaarwerk van Tom en de soepele stembanden van Dominik genieten. Zo mogelijk nog beter is "Colours of Lovina", want weer zijn beide heren op hun best in deze prachtige lovesong. Geen echte blues, maar toch druipt de blues er bij wijze van spreken vanaf. Zo gaat 't nummer na nummer verder "Love and Affection", gewoon prachtig, en de overgang naar het nummer "Body and Soul" wat hierop volgt en waarin het quasi nonstop overloopt is erg origineel. Songs blijven opnoemen die we mooi vinden, is overbodig want al wat nog volgt is ruim de moeite, op een voorwaarde, dat je niet te nauw vasthoudt aan 12 maten blues, want dan is dit niets voor jou, hou je daarentegen van een goede cd vol pop met heel veel bluesy feeling dan is dit een aanrader. Voor de pure bluesfan die zit te wachten op echte traditionele blues is er het kortere instrumentale nummer waarmee de cd afsluit: "Sit and Wait" met echte Delta slide. Toepasselijke titel, dat wel.
(RON)