ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007 - MEI 2007

JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007


STACIE COLLINS - THE LUCKY SPOT

NICOLA COSTA - ELECTRIC ROOTS

STEVE MADEWELL - ARROW CREEK

JILL SCOTT - THE REAL THING – WORDS AND SOUNDS VOL. 3

T-BEAR & THE DUKES OF RHYTHM - LET THE SWEET TALK FLOW

BRIAN PLUMMER - PERFECT WORLD

LISA RICHARDS - MAD MAD LOVE

JIMMIE LEE - THE HITS

JIM WURSTER - HALLELUJAH

ANGEL AIR - RELEASES - SAILOR / NOIR / MOTT THE HOOPLE / DICKEN / THE KORGIS / RACING CARS

 


 

STACIE COLLINS
THE LUCKY SPOT
Website - myspace
Email: harpchic@comcast.net
Label : Rev Records
revrecords@comcast.net
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Minder country, was de boodschap die de nieuwe Stacie Collins vooruitsnelde. En dat klopt zeker. Met haar debuut-cd uit 2001 zorgde deze dame die met haar stoere meidenuiterlijk en het feit dat ze goed harmonica speelde voor een passend image, maar meer zelfs voor een kanjer van een plaat, een plaat waarop ze bewees een artieste te zijn die meteen al gemakkelijk op haar eigen benen kon staan. Haar songs waren pure country, een gevarieerd repertoire met ballads en tempo songs die gelukkig niet als te gepolijst waren opgenomen. Maar de vrees dat ze met de opvolger meer mainstream zou klinken, blijkt volledig ongegrond. Stacie Collins blijkt Los Angeles, Hollywood, via Cleveland, Ohio echter verlaten te hebben om af te zakken naar Nashville om te putten uit de diverse stijlen, zoals blues, roots en country die nu in haar muziek overheersen. Het resultaat is een broeierige plaat, waarop Collins alle teksten heeft geschreven, samen met echtgenoot Allen Collins. Niet alleen tekstueel maar ook muzikaal is deze plaat wederom een reuzenstap vooruit ten opzichte van haar debuut. Daarbij wordt ze bijgestaan door een keur van Nashville studiocats en door niemand minder dan producer Dan Baird (Georgia Satellites, Yayhoos). Zelden heeft een band mij ogenblikkelijk weten te overtuigen van de straffe capaciteiten die ze in huis hebben als deze "The Lucky Spot". Het begint al met het opgewekte "It Ain't Love". Een song die bruist van vitaliteit, perfect gedoseerde gitaarsolo's, prachtig harmonicawerk en een ritmesectie die vakwerk levert. Zo ook op het hierop volgende "Long Gone", de roadhouse rocker bij uitstrek. Ook andere songs kunnen op mijn bijzondere waardering rekenen. Zo ben ik helemaal weg van het zeer soulvol gebrachte "Sorryville", maar vooral van de bluesy nummers "Show Your Mama" en "Top of That Mountain", songs waarin het virtuoze harmonicawerk van Collins zo mooi combineert met de rest van de band, waarin voornamelijk het aangename pianowerk van Jack Irwin, de accurate baslijnen van manlief Allen, het bekoorlijke drumwerk van Paul Griffith (John Prine, Tom Snider), maar vooral het gitarenwerk van Ken McMahan (the Dusters,Trent Summar), Eric "Ebo" Borash (Radney Foster) en natuurlijk Dan Baird zelf ook een grote rol spelen. Voeg daarbij het aangename stemgeluid van Stacie Collins en je hebt een band waarvan je achterover slaat. Met deze buitengewoon indrukwekkende plaat, bewijst Stacie Collins eindelijk dat ze zich op het artistieke vlak echt kan meten met de allergrootsten. Een uitstekende en vooral bruisende cd van kwaliteit die ik nog veel zal gaan horen. En bij de eerste beste gelegenheid zal ik Stacie Collins zeker live gaan horen en zien.


 

NICOLA COSTA
ELECTRIC ROOTS
Website -  myspace
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

 

Degenen die de Rootstime besprekingen wekelijks volgen, zullen wel gemerkt hebben dat er de laatste tijd ook soms wat fusion gitaristen tussen ons aanbod verzeild geraken, mensen die zich meestal beperken tot gitaarmuziek, zonder vokale bijdragen, zo hadden we gedurende de laatste maanden alleen al de fenominale Phil Brown uit Austin, uit Madrid José De Castro, van wie we zelfs een special maakten van 3 cd's. Beiden zijn virtuose gitaristen, die zich net als Jeff Beck vooral op de techniek van de gitaar toeleggen en een heel eigen gitaargeluid zoeken, zonder daarbij echter het gevoel uit hun muziek te verbannen en te vervallen in gepingel. Vanaf nu hoort daar nog een nieuweling bij die zich direct in dit rijtje mag gaan bijvoegen: De Italiaanse Nicola Costa en dit met zijn CD "Electric Roots" . Net als de twee vernoemde voorgangers is hij één van die gitaristen die de wonderlijkste klanken uit zijn gitaar tovert, meestal wel met behulp van allerlei randapparatuur, maar geloof me, dit levert een meer dan behoorlijk resultaat op, en muziek die hier op deze site geheel niet uit de toon valt, net als de muziek van Phil en José, omdat bij al deze artiesten een portie blues bij hun fusion sound gevoegd is. De titel "Electric Roots" is dus helemaal niet misplaatst en dekt volledig de lading. Natuurlijk mag je niet te eng denken in termen van blues, het blijft fusion met wat techniische hoogstandjes en neigend naar de jazz, de sound van Robben Ford of Micheal Lee Firkins, maar de gitaar van Nicola blijft op elk nummer bluesy klinken, soms wat meer, soms wat minder. Alle songs werden geschreven door Nicola, en het begint al dadelijk met een nummer dat herinnert aan het werk van Jeff Beck "Left Turn" heet het en zit wat in de lijn van "Scatterbrain". Op "The Bridge" horen we een strakke funky beat waartegen Nicola de meest waanzinnige gitaarsolo speelt weer met Beck als grote voorbeeld. Daarna krijgen we blues, die het best vergeleken kan worden met de ingetogen Hendrix en SRV nummers, in "Little Boy Blues" met een knappe hammond passage van Ettore Gentile. Ook de drummer Christiano Micalizzi is een vermelding waard, gedurende de ganse cd is hij uitmuntend bezig, een klasse drummer in dit genre, strak en soepel tegelijkertijd. Ook nog een nummer waar een flinke schep blues in verwerkt is, is "Blue Day", een nummer in Scott Henderson stijl. Virtuoos! "Get On Dreamin" heeft zijn naam niet gestolen, een dromerig nummer met elementen van (ja weer) Jeff Beck en Stevie Ray Vaughan vermengd. Nog het vermelden waard is "Burnin Night" een nummer dat lijkt op het werk van Govt Mule en waarbij dan het typische Beck geluid weer de kop opsteekt tijdens de solos. Rustig gaan we er uit met "Goodbye B", een jazzy stukje gitaar om duimen en vingers af te likken. Uiterst verrast door deze onbekende artiest die kwalitatief hoogstaande gitaarmuziek brengt. Nicola Costa, onthouden die naam!
(RON)


 

 

STEVE MADEWELL
ARROW CREEK
Website
Mail: steve@madewellmusic.com
Label : Eigen Beheer
CD Baby

 

 

“Arrow Creek” is de tweede CD van Steve Madewell na “Rivers and Trails” uit 2002. Dit album is een verzameling van 14 liedjes die qua onderwerp meestal gaan over sociale situaties en hoe deze geëvolueerd zijn doorheen de verschillende generaties. In andere songs verhaalt hij over meer persoonlijke belevenissen in leven en liefde. Alle zelfgeschreven nummers zijn opgebouwd rond zinvolle teksten en een stevige instrumentatie. De vocalen van Steve Madewell worden knap ondersteund door een goede harmony vocals zangeres Caroline Quine, die overigens CD-afsluiter “Driven” zelf mag inzingen. De teksten van Steve Madewell vertonen voornamelijk een hoge graad van sociaal engagement. Hij zegt zelf al sinds 2003 bezig te zijn met de nummers op “Arrow Creek”. Om originele verhalen te blijven schrijven moet je natuurlijk ook tussendoor nog wat levenservaringen opdoen. De liedjes die ik onthouden heb van dit album zijn: “Is This What We Have Become”, “Miami Wind”, “Who Will Weep For Me”, “Arrow Creek”, “Meet Me In Saint Louis”, “The Sky Turned Gray” en “Driven”. Dit tweede album zorgt voor een bevestiging dat Steve Madewell een blijvertje zal worden in de toch al overvolle wereld van singer-songwriters. Mits wat duwen kunnen ook in dat paradijs nog wel wat zieltjes bij.
(valsam)


 

 

JILL SCOTT
THE REAL THING – WORDS AND SOUNDS VOL. 3
Website - MySpace
Mail: steve@madewellmusic.com
Label : Hidden Beach Recordings LLC
Distr. : Bang! Distribution

 

 

Jill Scott is een gevestigde waarde in de R&B-wereld. Haar muziek beweegt zich in de sferen van jazz, funk, soul en hip-hop. Zij is afkomstig uit Philadelphia en sinds 2000 actief als solozangeres na eerder werk samen met o.a. Will Smith. Sindsdien werd ze reeds meerdere malen genomineerd voor Grammy Awards in diverse categorieën. In 2005 slaagde ze er ook in om een begeerde Grammy binnen te halen voor de “Beste Urban/Alternative R&B Performance” met haar single-hit “Cross My Mind” uit haar derde soloalbum. Dit jaar deed ze dit nog eens over in de categorie “Beste traditionele R&B Vocal Performance” met “God Bless The Child”, een song die ze samen met Al Jarreau en George Benson brengt uit de CD “Collaborations”, haar vierde solo-album “Collaborations” dat begin 2007 verscheen. Deze maand lanceert Jill Scott haar vijfde CD onder de titel “The Real Thing – Words And Sounds Vol. 3” met daarop 15 nieuwe nummers in de haar vertrouwde stijl. Sensuele en soms zeer krachtige zang van een sterke soulzangeres en teksten die soms autobiografisch zijn en steeds met een eerlijke en van muzikale integriteit getuigende boodschap. Er werd ook al een single gereleased als voorbode van dit album: “Hate On Me”. De meeste nummers zijn echte R&B-songs met af en toe een rapper die opduikt om de boodschap nog wat extra te benadrukken. Te onthouden zijn “The Real Thing”, “Come See Me”, “My Love”, “Only You”, “Celibacy Blues” (waarin ze herinnert aan Billie Holiday), “All I” en “Whenever You’re Around” (over de eenzaamheid die soms in een huwelijk voorkomt), “Wanna Be Loved” (over respect voor het individu en zijn/haar kwaliteiten) en afsluiter “Breathe”. Misschien kan je nog het best overtuigd geraken als je eens een optreden van deze grote dame kan meemaken. En laat dit nu toch geheel toevallig al mogelijk zijn op dinsdag 27 november als Jill Scott voor een optreden in België zal zijn. The place to be is het Koninklijk Circus in Brussel.
(valsam)

JILL SCOTT LIVE
23 Nov. Paradiso Amsterdam
24 Nov Paradiso Amsterdam
27 Nov Royal Circus Brussels


 

T-BEAR & THE DUKES OF RHYTHM
LET THE SWEET TALK FLOW
Website - myspace
E-mail: info@tbear.se
Label: El Toro Records
Cdbaby

 

 

Een Zweedse band op een Spaans platenlabel, het verenigde Europa tegen de Amerikaanse overmacht op het blues bluesfront! Torbjörn Solberg (T-Bear) en Jan Lillsäter speelden al tien jaar in een Texaans geinspireerde shuffleband, toen ze besloten blazers toe te voegen. Een tijd later huurden ze een captatiewagen van de nationale radio en namen in een kerk niet ver van hun woonplaats deze cd op. Een half jaar na opname mixten enkele groepleden de opnames en stuurden het afgewerkte product naar de cd fabriek. Een bekende Spaanse radio d.j. hoorde een promo exemplaar en bracht hen in contact met de baas van El Toro Records, Carlos Diaz, en even later was het contract een feit. De sound die deze jongens brengen is een mix van wat we kennen van bijvoorbeeld Fabulous Thunderbirds en Roomful Of Blues. T-Bear zorgt voor vocals en gitaar, de tweede gitarist is Fredrik Myhrbergen, en zij worden geruggesteund door de drie saxofonisten Jan - Olof Appel, Jan Nillson en Göran Ramberg. Op bas is er de tweede kern van de band, Jan Lillsäter en verder nog drummer Tore van Baalen en last but not least Berth Arnessen, de keyboardspeler. Met hun zevenen vormen zij een "Little Texan Bigband" die zonder moeite ale mogelijke varianten binnen dit genre aankunnen, of het nu langzame bluesongs zijn zoals " T-Bear Blues", een nummer dat overigens een variatie is op Bessie Smith's "Nobody knows You When You Are Down And Out" en "Don't Touch Me Baby" of meer jump zoals de titelsong in Louis Jordan traditie "Let The Sweet Talk Flow". Beide gitaristen hebben invloeden van de groten van het genre zoals Ronnie Earl, Duke Robillard en Jimmie Vaughan en het zijn meer dan behoorlijke leerlingen. Hiervan krijgen we een meer dan overtuigend bewijs in meerdere nummers, maar nog het meest in "Baby Please Don't Lie To Me", voor mij één van de betere songs op deze release. De laatste veertien dagen waren voor mij per toeval wel een Scandinavische bedoening. Eerst was er de cd van Allen Finney met Eric Hansson's band uit Zweden, daarna de ijzersterke Thorbjorn Risager uit Denemarken, en nu deze meer dan behoorlijke cd van T-Bear, wederom uit Zweden. Van mij mogen nu zelfs de Viking nog binnenvallen, ik ga ze met open armen ontvangen.
(RON)


 

BRIAN PLUMMER
PERFECT WORLD
Website
Mail: brian@brianplummer.com
Label : Eigen Beheer
CD Baby

 

 

Een plaat die alle leed en alle herinneringen van het leven bevat, dixit CD Baby. Bij een eerste beluistering krijg je inderdaad de indruk dat “Perfect World” van Brian Plummer een droevige plaat geworden is maar na enkele beluisteringen merk je dat het eerder een intimistische plaat is die droefenis al snel transformeert naar iets heel moois. Dit is al de zevende plaat van Brian Plummer en het werd ook nu een voornamelijk akoestisch album met 13 liedjes. De instrumentatie werd inderdaad tot het absolute minimum beperkt met akoestische gitaar en zang. In twee nummers is er ook een bijrolletje weggelegd voor een stukje vioolmuziek door Ian Cameron. Nog twee andere songs kregen een sobere harmony vocal door Paul Tobin mee. Toch zijn de melodieën op “Perfect World” rijk gevuld en de teksten over de dingen des levens zijn doordacht en intelligent. Een speciale gave van Brian Plummer is dat hij in zijn teksten bepaalde dingen in vraag durft te stellen op een indringende wijze die de luisteraar er bijna toe dwingen om er toch een keertje zelf over na te denken en zich een eigen mening te vormen. Met zijn wat hese, rokerige stem die me soms aan Elliott Murphy of Willie Nelson doet denken en met zijn knappe fingerpicking-gitaarspel boeit Plummer voornamelijk in songs als “Pay The Man” (een uitstekend gebrachte cover van een song van snarengoochelaar David Lindley), “World In Motion”, “Dear Jo-Anne”; “Highway Of Tears”, de titeltrack “Perfect World” en “The Sky’s Alive”. Doordat er nauwelijks instrumenten gebruikt worden op deze plaat klinkt het allemaal heel sober en soms ook somber, maar vervelen doet Brian Plummer nergens, ook niet na 13 songs op een rij.
(valsam)



 

LISA RICHARDS
MAD MAD LOVE
Website - myspace
Email: lisa@lisarichardsmusic.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

"Richards sings with incredible power and conviction, and surprisingly, doesn't really sound like anyone else." (Relix magazine), "Wonderfully sincere wide eyed delivery" (Billboard), "An incomparible and stunning voice, a compelling listen from start to finish" (PennyblackMusic.com) zijn de lovende quotes die we dadelijk terugvinden op de website van de in Australië geboren maar nu in Amerika wonende singer-songwriter Lisa Richards, dus wie zijn wij dan om haar tegen te spreken? Sinds haar onopgemerkte debuut "Not Quite So Low " en de opvolgers "Undergroundling" en "Fragments of Truth", is Richards, wat heet, een professionele zangeres. Daarvoor maakte ze lange tijd als muzikante in diverse bands de straten en bars van haar woonplaats New York onveilig. Ook zong ze laatst mee op Douglas Greer's "Just A Man" album, in het nummer "Black Train". Lisa Richards beschikt niet meteen over de meest opvallende zangstem in de geschiedenis van de popmuziek, maar we hebben ook nooit beweerd dat het een vereiste is voor een goede plaat. Haar nieuwe album "Mad Mad Love" is in de eerste plaats een verzameling van twaalf volwassen en fraai uitgewerkte liedjes uit de grote stad. Niet enkel opgenomen in New York, maar ook in Austin, Texas, in een productie van Tim Bright (Lisa Loeb, Caitlin Cary, Robert McCreedy), Craig Ross (Patti Griffin, Spoon), Billy Masters en Jeff May. De sfeervolle liedjes met invloeden uit het jazz, folk, blues, pop, rock en country-genre vallen eenvoudig in het hoekje van potente folk/pop en Americana te duwen. De vergelijkingen met Bjork, Nina Simone, Billie Holliday, Ricki Lee Jones, Janis Joplin en Allison Krausse kloppen ook allemaal. We stranden echter telkens weer en spijtig genoeg op het ietwat vlakke stemgeluid van Richards, die op haar nieuwe plaat duidelijk kiest voor zowel een luchtige aanpak als moderne arrangementen voor haar bondige songs. Door de manier waarop ze zingt en liedjes schrijft, blijft ze echter in het territorium van de reeds vernoemde vrouwelijke collega's. "Mad Mad Love" moet het hebben van de alleraardigste productie en een handvol uitschieters, waaronder opener "Bloom", Lou Reeds gecoverde "Satellite Of Love", het atmosferische maar toch stevige "Daddy Please" en misschien wel het prijsnummer van de cd, het bluesy "Rags And Old Iron". Kortweg: De vele omzwervingen hebben haar typische singer-songwritersgeluid verrijkt en lichtelijk vervormd. Lisa Richards moet alleen oppassen dat haar softheid niet naar de verkeerde kant doorslaat. Gelukkig is daar op "Mad Mad Love" geen sprake van.

LISA RICHARDS LIVE

12 November Café De Zotte, Benzenraderweg 102, 6417 SV Heerlen
13 November T-huis Valkenbergpark J.F. Kennedylaan 15 Breda
14 November Café Den Hommel http://www.cafedehommel.nl/
15 November Crossroads Café, Mechelsesteenweg 8, 2000 Antwerpen. www.crossroadscafe.be
16 November Fantasio, Prins Hendrikkade 142, 1011 AT Amsterdam. www.fantasio.nl
17 November Gonzo Bar, Grotestraat 79, 5391 CT Tegelen www.gonzobar.nl

 


JIMMIE LEE
THE HITS
Website
Mail: rumentertainment@bigpond.com
Label : Leeco Records
CD Baby

 

 

 

Hij komt uit New Jersey, het thuisland van Bruce Springsteen, die andere rocker waarmee Jimmie Lee vaak vergeleken wordt. Met een stem die herinneringen oproept aan de jonge Steve Miller heeft hij nu een greatest hits-album uitgebracht onder de hoogst originele titel “The Hits” met daarop 8 van zijn meest bekende nummers en 4 nieuwe songs: de motorrijderssong “Ridin’”, een echte gitaarsong “Electric Rodeo”, de countryrocksong “Gimme A Roller, Hell Yeah” en de intieme ballade “Drivin’ In The Rain”. “He’s rock’n’roll with some country soul” schrijft zijn promotiebureau over deze man die gelet op de foto’s die op het hoesje voorkomen ook nog een bijzonder zwak heeft voor bloedmooie vrouwen. Dat kunnen we hem natuurlijk nauwelijks kwalijk nemen. Jimmie Lee is overigens een heel productief baasje, gezien zijn 11 albums uit de voorbije jaren. Ook dit jaar verscheen er al een andere nieuwe CD van zijn hand: “Layin’ Down The Law”. In de hits op dit album kan je voor elk wat wils terugvinden. De songs van Jimmie Lee worden gebracht op country-, blues- en rockmuziek. In deze laatste categorie bevinden zich nummers als “Kickin’Ass”, “Ridin’” en “Turnin’ Up The Heat”, de countrydeuntjes zijn “Cross Country 4 Wheel Drive”, “Country Rocker”, “Layin’ Down The Law” en blues is terug te horen in “Honky Tonk L.A.” en “Homewrecker”. Zelfs gevoelige ballades als “Sad Jennifer” en “Drivin’ In The Rain” krijgen een ereplaats op deze voortreffelijke verzamelaar die uitermate geschikt is voor mensen die Jimmie Lee – aka “the CEO of countryrock” - nog dienen te ontdekken. De oorspronkelijke CD’s kan je desgewenst daarna nog altijd aanschaffen via CD Baby.
(valsam)


 

JIM WURSTER
HALLELUJAH
Website - myspace
Email: jim@jimwurster.com
Label: Black Janet Music
Cdbaby

 

 

Als je ‘Hallelujah’ ter hand neemt, zou je niet direct vermoeden dat er achter het zwart hoesje zulk een rijke songschat verborgen zit. Maar achter de songs gaan gitzwarte teksten schuil, door singer-songwriter Jim Wurster met een gruizige neuzelende stem gezongen, die wat aan de jonge Bob Dylan herinnert, soms aan Tucker Zimmerman en met hetzelfde protestgehalte als Warren Zevon. Want Jim richt zijn pijlen naar de machthebbers, de hebzuchtigen, de Rockefellers en de natuurbedervers, maar steeds bitterzoet gezongen. Als je naar ‘The Wind, The Water and The Fire’ luistert’ dan hoor je het nakend onheil zowel in tekst als begeleiding. Jim weet waarover hij zingt. Aanvankelijk leek hij in de wieg gelegd voor de muziek. Als je het levenslicht ziet in een juke joint in Tupelo, Mississippi, waar zijn hoogzwangere moeder in 1952 op Howlin’ Wolf ‘s ritme’s stond mee te dansen, is de rest van je leven daardoor getekend. Jim bleek dan ook getalenteerd, zette zijn eerste stapjes parallel met zijn eerste gitaarakkoorden en mocht op 13 jaar al als tweede gitarist met de professionals meespelen. Was hij in 1969 niet voor de dienst opgeroepen dan was zijn muziekcarrière zeker gelanceerd. Maar tegenslagen, kortstondige relaties, o.a. met Janis Joplin, depressies en therapie, een eerste album dat niet verkocht, het werkte allemaal tegen. Toen hij nog eens vast zat omdat hij als dolfijnentrainer er enkele de vrijheid had gegeven zag het er niet zo goed uit voor Jim’s muzikale toekomst. Die jaren van kommer en kwel voedden wel zijn songs. Zes jaar lang speelde hij in de ‘Black Janet Band’ vooraleer hij solo ging. Zijn eerste ‘Goodbye Paradise’ werd goed onthaald en nu is er dus ‘Hallelujah’, qua toonzetting vooruitlopend op de presidentiële verkiezingen van 2008. Jim schrijft neer wat er allemaal achter het masker van de democratie gaande is, hoe pijn en miserie worden toegedekt. Zijn teksten zijn grimmig wanneer hij zijn protest uitdrukt over het gif in de grond, de kankers in de botten, de geroofde schatten. En passant verheerlijkt hij de linkse rakkers, zoals de Molly Maguires of de socialistisch voorman Eugene Debs die zich al in 1914 tegen de oorlog uitsprak. Dat de teksten zo prangend overkomen, is de verdienste van de begeleidende gitaristen, die gejaagdheid, drift of scherpte geven aan de song. Producers Bob Wlos en Mike Vullo begeleiden Jim afwisselend met steel- en elektrisch ritmegitaren, discrete drum of harmonica. Op enkele songs, zoals het intense ‘Love Alchemy’ drukt Jim symbolisch de felheid uit van verloren liefdes, waarrond de steelgitaar beklemmende cirkels trekt. Jim Wurster die in zuid Florida leeft, heeft stof op overschot om nog vele jaren als een David tegenover Goliath zijn aanklacht in mooie zang te laten schitteren.
Marcie


ANGEL AIR -RELEASES
SAILOR / NOIR / MOTT THE HOOPLE / DICKEN / THE KORGIS / RACING CARS
Mail: peter@angelair.co.uk


“Going back in time with the sound of the nation; this is …Rootstime” is een subtiel aangepaste tekst van een jingle van het illegale radiostation Radio Caroline. “Herinnert u zich deze nog ..nog ..nog!!” was een jingle van de van op zee uitzendende illegale piratenzender Radio Veronica. Beide jingles zijn onuitwisbare jeugdherinneringen aan de sixties and seventies toen alles nog veel beter, mooier en leuker was. Steevast werd er na zo’n jingle een schitterende plaat uit de muziekgeschiedenis op je losgelaten. Genieten, man. Those were the days.

Het Britse platenlabel Angel Air heeft begrepen dat er heel wat luisteraars zijn die met héél véél nostalgie aan deze tijden terugdenken. Daarom hebben ze enkele elpees uit die tijd opnieuw gedigitaliseerd en in CD-vorm op de markt gebracht. De eerste is een compilatiealbum met 38 tracks uit de muzikale geschiedenis van de groep Sailor. Met “Treasure Trove – Anthology 1975-2005” krijg je een historisch overzicht van de carrière van het kwartet rond zanger en liedjesschrijver Georg Kajanus, Phil Pickett, Henry Marsh en Grant Serpell. Na de solocarrière van Kajanus werd hij in de groep vervangen in 1995 door een nieuwe leadzanger: Peter Lincoln. Hun typische zeemansliederen-sound blijft onverslijtbaar en nickelodeonsongs als “A Glass Of Champagne”, “Traffic Jam”, “Girls Girls Girls”, “Sailor”, “La Cumbia” en “One Drink Too Many” staan nog steeds als een kathedraal. Maar ook minder bekende werk uit de voorbije 30 jaar weerstaan moeiteloos aan de tand des tijds. Sommige songs zijn ook vandaag nog echte ontdekkingen te noemen, vooral nummers die in de tweede helft van deze periode door Phill Pickett werden geschreven.

De release van dit verzamelde Sailor-werk is niet geheel toevallig te noemen. Ex-Sailorzanger Georg Kajanus heeft namelijk samen met Tim Dry onder de groepsnaam “Noir” een splinternieuw disco-album uitgebracht met de titel “Strange Desire”. Daarop songs die me regelmatig doen terugdenken aan de synthesizerpop van o.a. Erasure en The Pet Shop Boys. De single “Walking” staat er maar liefst in 3 verschillende versies op en ook nog eens als promo-video. Maar Kajanus bewijst ook in ander nummers zoals “Continental At Heart”, “Hotel Europe” en “Dreaming” dat zijn vocale kwaliteiten intact gebleven zijn doorheen de vele jaren. “Noir” is geen “Sailor”-part 2 maar een geheel eigentijds geluid en een plaat die in diverse discotheken nog voor behoorlijk wat plezier zal kunnen zorgen.
Website Noir : myspace

 

Dan over naar een andere legende: “Mott The Hoople”. Op 13 september 1970 werd een eerste poging ondernomen om de muziek van deze groep rond zanger Ian Hunter, Mike Ralphs, Overend Watts, Verden Allen en Dale Griffin live op tape te zetten. Dat gebeurde in The Fairfield Halls in Croydon, Engeland.. De opnames werden gemaakt op een 8-trackrecorder wat destijds topmateriaal was en eigendom van The Who. Die legendarische avond speelde Mott The Hoople topact “Free” naar huis en de wisselwerking met het overenthousiaste publiek straalt van deze CD af. Deze live-opname verschijnt nu voor het eerst en de die-hard fans beschouwen ze reeds als een zeldzame relikwie. Met de songs “Ohio”, “No Wheel To Ride”, “Rock’n’Roll Queen”, “Thunderbuck Ram”, “When My Mind Is Gone”, “Keep’ a’ Knockin’” (van Little Richard) en “You Really Got Me” (van The Kinks) waan je je helemaal terug in 1970. Als toemaatje krijgen de fans als bonus ook nog eens 5 andere songs die live werden opgenomen tijdens een concert in Stockholm, Zweden.

 

“Dicken” ken je misschien niet onder die naam en ook zijn echte naam Jeffrey Robert Pain zal geen belletje doen rinkelen. Maar als je de tekst “Step back inside me Romeo, she said” hoort herken je misschien wel de beroemde woorden van het refrein van de single “Romeo”, de hitklassieker van Mr. Big uit 1977 die 10 weken lang aan de top van de hitlijsten doorbracht. Welnu: Mr. Big = Dicken = Broken Home. 27 songs van deze getalenteerde songschrijver en zanger werden nu op het album “Dicken” samengebracht. Jeffrey Robert Pain is ondertussen al 57 jaar maar nog steeds actief in het circuit van classics-tournees. Als Mr. Big speelde deze groep in 1975 gedurende zes weken het voorprogramma van Queen tijdens hun “A Night At The Opera”-tournee in Engeland. Met de groep “Broken Home” scoorden ze vooral goed in Scandinavië en Duitsland met de CD’s “Broken Home” en “Life”. Op dit compilatiealbum staat ook een nieuw nummer van Dicken: “Matchstick Cross”, waarmee hij bewijst dat hij nog niet toe is aan zijn pensioengerechtigde leeftijd.

 

“Everybody’s Got To Learn Sometime” zal muziekkenners ook nog wel bekend in de oren klinken als hitsingle uit 1992 voor “The Korgis”. Die song kwam uit het album “This World’s For Everyone” dat nu door platenlabel Angel Air opnieuw in digitale vorm wordt uitgebracht. Oorspronkelijk bevatte dat album 13 tracks die we ook nu op de CD terugvinden, maar hier werden ook nog 5 bonustracks toegevoegd met demo-versies en alternatieve mixes van enkele songs uit het originele album. The Korgis was een driemansformatie bestaande uit James Warren, Andy Davis en John Baker die hun hele carrière lang enkel als studiogroep opereerden en dus nooit voor een live-publiek wilden optreden. Hun sterkste troef was de orchestrale popmuziek en de angelieke zangpartijen met liefdesliedjes die een breed publiek meteen op hun zwakke plek konden treffen. Enkele titels van dergelijke songs zijn “This World’s For Everyone”, “Hold On”, “Show Me”, “Who Are These Tears For Anyway”, “Love Turned Me Around”, “All The Love In The World” en natuurlijk ook “Everybody’s Got To Learn Sometime”.

 

Nog eentje om het af te leren. Wie kent nog de vertolkers van de seventies-hitsingle “They Shoot Horses Don’t They”? Ook dat was een singletje dat in mijn jeugdjaren helemaal in de vernieling werd gedraaid op mijn gammele pick-up waarmee ik destijds aan mijn lieve ouders steeds weer hun welverdiende rust ontnam. Het was de Britse popgroep “Racing Cars” die met zanger Morty, Graham Williams, Simon Davies, Chris Thomas en Colin Griffin al meer dan 30 jaar de podia beklimmen omdat hun muzikale bloed nu eenmaal blijft kruipen waar het niet kan gaan. Na 28 jaar geen enkele opnames te hebben gemaakt werkten ze nu een nieuwe CD uit onder de titel “Second Wind”. Deze CD is hun 6e album in hun heel lange carrière. Muzikaal zitten ze nog steeds in de wat ruigere hoek met liedjes in de stijl van Free en Bad Company. Stevige gitaarrock met ruime aandacht en zin voor perfectie voor de vocale bijdragen. “The Wrong Road”, “Love Down There” en “Waving Not Drowning” zijn daar de niet zo stille getuigen van. Melodieus wordt het echter pas bij de ballades “Hate To See A Woman Cry” en “Bold From The Blue”. Dan worden we weer wakker gemaakt tijdens “Cuckoo Spit” waarna mijn favoriete songs ten gehore wordt gebracht: “On Days Like These” en “Whatever Sunday Brings”. Onmiskenbaar seventiessound gebracht door een seventiesband maar dan in de 21e eeuw.

(valsam)