ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007 - MEI 2007

JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007 - OKTOBER 2007


JUZZIE SMITH - HAPPY DAZE

TERRY MUNCY - IT’S A HARLAN THANG

GREG KOCH AND OTHER BAD MEN - LIVE! ON THE RADIO

MAURICE MATTEI - THE TEMPERS PERFORM THE BEST OF MAURICE MATTEI VOL. 3

JULIE BLACK - CALL ME ANGEL FOR BLUES

JON LYLE WILLIAMS - UNSENT LETTERS

NAPPY BROWN - LONG TIME COMING

DAVIE LAWSON - KONICHIWA?

MEM SHANNON - LIVE, A NIGHT AT TIPITINA'S

OCTOBERMAN - RUN FROM SAFETY


 

JUZZIE SMITH
HAPPY DAZE
Website - myspace
Label: eigen beheer
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Juzzie Smith lijkt me een goed en gelukkig man, dat schemert door in zijn muziek en teksten. Hij geniet van de kleine simple dingen van het leven, de natuur, zijn muziek, lachende en spelende kinderen. Hij is een busker en geniet van het spelen in open lucht in het mooie land waarvan hij afkomstig is, namelijk Australie. Zijn songs zijn dan ook regelmatig voorzien van het aparte geluid van de didgeridoo, maar in feite is Juzzie hoofdzakelijk een dobro- en harmonicaspeler. Een goede one man band heeft natuurlijk ook percussie nodig, dat krijgen we in de vorm van suitcase beats, een soort eigengemaakte drum van zijn koffer. Deze cd bevat namelijk ook een bijgevoegde DVD waar Juzzie aan't werk te zien is op festivals, straatoptredens en dergelijke en daar krijg je duidelijk te zien hoe die kofferdrum eruit ziet en klinkt. Hetgeen ook duidelijk via deze DVD overkomt is de levensvreugde die Juzzie uitstraalt, alleen al het bekijken van deze opnames geeft je inderdaad een "Happy Daze". De beelden van mensen, en vooral kinderen, die zich tijdens zijn muziek amuseren en samen met hem genieten in een sfeer van vriendschap onder de Australische zon. Ik heb genoten van deze cd die vol staat met mooie rustgevende muziek, bluesy met dobro en heerlijk klinkende mondharmonica, met hier en daar bijdragen op didgeridoo (wel een erg aparte zo te zien op de DVD). Zoals gezegd gaan de teksten vooral over de simpele dingen, goed zijn voor mekaar (living together), het genot van muziek maken (good music), mileu (gum tree) en de belangrijkheid van familie (Family/Mother). De laatste tijd komen er regelmatig Australische cd's ter bespreking, en toeval of niet, het gebeurt zelden dat er minder goede tussen zitten, 'down under' maakt prima muziek naar mijn mening, zo ook deze cd. De typisch eigen Australische sfeer zit in deze plaat duidelijk vervat. Zo is de openingssong "Little Journey" al dadelijk een ode aan de natuur, die hem energie geeft, met prachtige dobro en mondharmonica, een song die mij ook een "Happy Daze" bezorgde en vlug naar mijn MP3 speler verhuisde, afdeling "Zomermuziek". Of "Blow", neen geen drugsong maar wel een demostratie harmonica en didgeridoo over een ondergrond van dobro. Juzzy beheerst ook nog de kunst van de Tuvaanse keelzang wat in combinatie met de dobro als sitar bespeeld en de didgeridoo een aparte song oplevert. "Indiliia" een India-Australie combinatie dus, is worldmusic met een bluesy tintje. Kortweg: "Happy Daze" staat vol met goede muziek en nog belangrijker goed gevoel muziek, het zal voor mij als oppepper op deze sombere regendagen zeker zijn nut bewijzen, de Australische zon die hierin verwerkt zit geeft je een "happy daze" om weer wat verder te kunnen. Dank je, Juzzie.


 

TERRY MUNCY
IT’S A HARLAN THANG
Website
Contact: tmuncy@terrymuncy.com
Label: New Mountain Records
Cdbaby

 

 

Een oude Sears gitaar, inspiratie vanuit de tijd dat zijn ouders zongen en de Appalachia muziek die opklonk tussen de heuvels, meer had Terry Muncy niet nodig om zelf zijn eigen liedjes te componeren. Terry Muncy groeide op in de heuvels van Oost-Kentucky en later in het mijnwerkerskamp in Harlan County, waar hij de grondstof voor zijn liedjes vond. Zowel in goede als magere jaren was zingen een uitlaatklep en lichtpunt voor zijn ouders. Later kwamen daar nog idolen bij als Hank Williams, Merle Travis en Waylon Jennings. In hun voetspoor vloeien nu uit Terry’s pen korte verhalen, liefdesdeuntjes en herinneringen aan vroeger: zijn vader (‘Daddy’s Home’) of grootvader (‘Little River’) of het armoedige leven in de kolenmijnen. Terry zingt zijn songs met een diepe ietwat beroete stem, soms breekbaar, maar steeds met een warme gloed. De akoestische begeleiding harmonieert melodieus met zijn sonore stem. Naast de harmonica van Gary Spreer, zijn het ook de gitaren, dobro en banjo van respectievelijk Wayne Watson, Jim Kremidas en Dave Frey die het geheel inkleuren, hierbij aanleunend bij bluegrass of bij mountain countryblues. Bij eerste beluistering riep deze ‘Harlan Thang’ de sfeer op die je aantreft in oude westerns, waarin muziek fungeert als roestbruine wegmarkering om het levenspad van eenzaten en doolaards op te vrolijken of hen de weg terug naar huis te laten vinden. Lee Marvin, Derroll Adams en Johnny Cash in één ziel gevat. In eigen streek worden Terry’s liedjes vaak op de radio gespeeld en ergens verdient deze singer-songwriter het om buiten de grenzen van zijn muzikale biotoop te breken, want Terry Muncy is een natuurtalent die zijn simpele en spontane songs zomaar uit de lucht lijkt te plukken zoals vóór hem de oude nu zoekgeraakte countrybluestroubadours.
Marcie


 

GREG KOCH AND OTHER BAD MEN
LIVE! ON THE RADIO
Website - myspace
Label. PepperCake
Dist:: ZYX / zyx@cuci.nl
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Greg's eerste cd met de "Tone Controls" dateert van 1993, dit is ondertussen zijn negende werkstuk. Deze ongelooflijk goede gitarist, een ontzettend humoristische kerel naar het schijnt, is afkomstig uit Milwaukee. Hij schreef verschillende gitaarboeken, nam ook verschillend les-DVD’s op (zie clip 1 en2) die hij natuurlijk ook weer met de nodige humor brengt, en won meerdere awards in de beste gitarist afdeling en doet wereldwijd wat men gitaar - clinics noemt voor fabrikant Fender. Ook met de band Little Feat trad hij vaak op. Hij stelde uit zijn vijf eerste cd's een bloemlezing samen voor Steve Vai's "Nations" label die hij "The Grip" noemde en waarmee hij voor het eerst wereldwijd succes boekte, en eindelijk uit de obscuriteit stapte.Vai vond dat hij zijn talent lang genoeg weggestoken had. Enkele cd's geleden met "Radio Free Gristle" maakte hij een soort fictieve radio show, waarmee onze grapjas zich kon uitleven en allerlei typetjes te voorschijn toverde. Nu, met deze nieuwe cd hebben we te maken met een echte live radio show met zijn huidige groep "Other Bad Men" , die bestaat uit Roscoe Beck, de befaamde bassist van onder andere Robben Ford en Eric Johnson, drummer Tom Brechtlein ook van Robben Ford's Blueline, en Malford Milligan, ex- zanger van Storyville en Double Trouble. Deze keer wou Greg wat minder pyrotechnische hoogstandjes, en meer zijn bluesy roots blootleggen. Dus krijgen we hier meer een cd met covers van onder meer Albert en Freddy King, Hendrix, Jeff Beck, Roy Buchanan en Delbert McClinton, met gitaarwerk dat verborgen verwijzingen naar Danny Gatton, Stevie Ray en Richie Blackmore aangeeft. Koch steekt van wal met een powerhouse versie van Hendrix' "Manic Depression", waarop Mulligan zich voluit geeft. Na een uiterst fuzzy versie van Jeff Beck Group's "Going Down",volgt "Mr's Buckley" een door de "Meters" geinspireerde New Orleans tune van Greg Koch's eigen hand, funky as hell. Daarna blues ten top in de cover van T-Bone Walker overbekende "Stormy Monday Blues", maar Greg Koch, meestergitarist als hij is, weet van deze overcoverde song een eigen versie te maken door achtereenvolgens Albert King en Roy Buchanan uit zijn gitaar te toveren. De ene King is nog maar net weg of daar heb je de andere al. Freddy King's "Stumble", ook al niet de minst gecoverde bluessong, maar daar maakt Greg zich weer niet de minste zorgen om, hij weet 't toch weer origineel te houden, the Koch way. Daarna is het tijd voor Milligan want achtereenvolgens komen er twee covers van soulzangers met allure, namelijk Sam Cooke's "A change is Gonna Come" en Al Green's "Ain't no Fun For Me" waarbij Milligan alle verwachtingen inlost en Greg deze vocale hoogstandjes van de nodige spaarzaam gedoseerde, maar niet minder vurige licks voorziet. Hendrix komt voor een tweede en zelfs derde maal terug, want "Spanish Castle Magic" gaat ongemerkt over in "Who Knows" van Band of Gypsys. Delbert Mc Clinton's "Standing on Shakey Ground" met gitaarwerk in Warren Haynes traditie, en Johnny Guitar Watson's "Don't Change Horses" sluiten de cd af. Zeker voer voor de gitaarfanaten onder ons, maar ook de gewone bluesliefhebber of zelfs Hendrixfans zullen van deze cd genieten.
(RON)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

MAURICE MATTEI
THE TEMPERS PERFORM THE BEST OF MAURICE MATTEI VOL. 3
Website
E-mail: mmattei@earthlink.net / info@mmattei.com
Label : Markey Records
Cdbaby

 

 

Een grimmig bevolkte wereld waarin Maurice Mattei zijn songs situeert. Mattei is een erg productieve gast, die zowel met getuigenisfotografie als met muziek en illustratieve creaties in de weer is. Zijn cd-productie is aan de hoge kant, zeker voor een artistiek iemand die van veelzijdigheid zijn logo heeft gemaakt. Zijn eerste cd met origineel materiaal dateert al van 1995 en sindsdien volgden er nog een tiental. Voor ‘The Tempers Perform The Best Of Maurice Mattei’ zocht Mattei een band bij elkaar die bijdraagt tot de sound van dit album, het best te omschrijven als power-Americana. Invloeden van Bob Dylan hoor je zowel in de gitaarritmes als in de songteksten, archetypisch over wat er zich afspeelt in de onderbuik van de Amerikaanse samenleving. Als je naar ’53 Counts’ of ‘Western Skies’ luistert, zou je dit zo op Dylan’s album ‘Subterranean Blues’ kunnen inbeelden. Mattei plaatst dit album in de categorie ‘Rock’n’Roll’ en dat heeft met de bandleden te maken. Drummer Mike Grimm en keyboardspeler James Cole vitaliseren de songs en met de pedalsteel van Kenny Holycross krijg je dat rock’n’roll effect, deels rootsy georiënteerd. Op sommige songs hoor je de vocalen van Korin Mattei, zodat de twintig tracks inventief afwisselen. Geboren in Toscanië verhuisde Mattei als kind naar Amerika en groeide op in Cincinnati, Ohio, waar hij ogen en oren openzette om op te pikken wat hem dwars zat. Ook op dit album, waarin hij alle nummers zelf schreef, zingt hij weer over verschoppelingen, freaks en randfiguren die stranden op doodlopende sporen. Persoonlijk heb ik een voorkeur voor ‘Cruel Master’ omwille van de intensiteit waarmee Mattei dit zingt met sobere gitaarbegeleiding. Of voor ‘Made A Mess of It’ met die obsederende gitaarslag en Rick Howell’s discrete mondharp die aansluit. Diverse songs, die op vorige cd’s stonden, krijgen nu een dynamische uitvoering die van deze ‘Best Of..’ een swingende mix maken, genre ‘Chuck Berry’ meets ‘Lynyrd Skynyrd’. Dit is de verdienste van drummer Mike Grimm met zijn solide beat die een rebels geluid toevoegt aan de teksten. Maar ook de soms hamerende, soms bluesy gitaarstijl van Mattei zindert doorheen alle tracks omwille van zijn begeesterende drive. Dank zij deze ‘The Tempers’ uitvoerders/producers krijgt dit album de sfeer van een Live cd, wat de spontaneïteit bevordert. Want ik ben het eens met Mattei dat teveel detailanalyse of getrek aan de sound zoveel is als de doodskus voor muziek die uit het hart wil ontbranden.
Marcie


 

JULIE BLACK
CALL ME ANGEL FOR BLUES
Website
email: info@angelforblues.com
Label: Boja Records

 

 

 

Ondanks haar naam staat Julie Black met haar debuut meteen aan de top van mijn lijstje blanke hedendaagse blueszangeressen, midden tussen Susan Tedeschi en Roxy Perry, nog zo 'n jongedame die me een jaar geleden evenzeer verraste als deze Julie Black. Vanaf de eerst noten van openingssong "Biggest Fool For Me" weet je het al, met een zwartklinkende gospelstem waar 't gevoel afdruipt zingt ze a-capella de eerste zin, daarna komt die mooie gitaarlijn en dan ben je helemaal verloren, dit kan niet meer stuk. En inderdaad, dat gevoel bedriegt je niet, hoewel dit geen bluesplaat is die vol staat met 12 maten songs, het is allemaal geraffineerder, het is vooral het blues gevoel dat telt. "Feeling Strange" bijvoorbeeld, de tweede song, is meer een bluesy jazznummer, en ook "Call The Cards" is meer een pop ballad met veel bluesgevoel, maar in feite geen echte blues, wel een song die smeekt om airplay, en eens die er is, zou een "hit" niet lang op zich laten wachten. Het korte "My Doggie Don't" kunnen we ook onder jazz rangschikken. Waar blijft de blues dan, hoor ik je vragen, wel de song "Hurt My Baby" bevat alleen meer blues dan alle Gary Moore cd's samen, alleen maar door die stem, die een kruising is van wat Janis Joplin, Joss Stone en Billie Holliday. Bij "Blues Like Me" komt, ondanks het jazzy ritme, de blues van diep binnenin naar buiten weer door die geweldige stem. "Spreadin' The Blues" en vooral "Love This Mama" zijn dan wel ware bluessongs zoals we ze gewoon zijn, een beetje Billie Holliday getint. Net als ik begin te denken, dat Julie ondanks het enorme gevoel in haar stem altijd rustig en beheerst zingt, laat ze zich volledig gaan in "Devil's Child", net als de slide gitarist, die met een ultrakorte maar rake solo een mooi accent plaatst in het nummer. Afsluiter "Lean In On Me" is een mooie ballad die zweeft tussen soul en blues, en het enige van de twaalf zelfgeschreven songs die met zijn zes minuten, naar mijn mening lang genoeg duurt. Bij alle andere songs, die slechts drie minuten of minder duren, had ik steeds het gevoel dat ze veel te kort waren. De totaalduur van de cd overschrijdt ook maar net de veertig minuten, en dat valt natuurlijk extra op als je de cd zo goed vindt. Niet allen schreef Julie alle songs, ze schilderde ook de hoes. Schitterend, maar korte debuut van deze beloftevolle jonge zangeres, the new "Angel Of The Blues".
(RON)


 

JON LYLE WILLIAMS
UNSENT LETTERS
Website - myspace
Email: jonlyle@jonlyleWilliams.com
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

 

We hebben het al zo dikwijls geschreven dat Americana een hokje is, dat zo groot is dat het geen hokje meer is. D'r past bijna alles in: ouderwetse country, oude pop & rock, oude soul, doo-wop, singer-songwriter, folk, bluegrass, old-time, roots, ja zelfs oude jazz. En niet alles hoeft uit Amerika te komen. Als er maar puur op staat en men nog het oude handwerk in ere houdt. Het is vooral ook een reaktie op de vercommercialisering van de platenindustrie, waardoor mensen die niet in kleine hokjes pasten geen kans meer kregen. Jon Lyle Williams (vocals, gitaar, harmonica, mandolin en dulcimer) uit Duncan, Oklahoma, beter bekend als het land van Woody Guthrie, heeft net zijn debuutalbum, "Unsent Letters" uitgebracht, waarvoor de pers hem meteen tot een groot talent bestempelde. Het leverde Jon Lyle ook vergelijkingen op met Bob Dylan, Wilco, The Jayhawks, Van Morrison en The Band maar Jon Lyle Williams maakt toch echt zijn eigen country/folk-muziek, en legt daar haar eigen persoonlijheid en kijk op de wereld in. Op "Unsent Letters" gunt Jon Lyle ons immers een blik op pareltjes uit zijn eigen geschreven songs. Voor deze plaat, boordevol met heerlijk singer-songwritermateriaal, kon hij genieten op een fantastische bezetting, met o.a. Daniel Tarbox (drums, percusie, backing vocals, gitaar, bas) en Mitch Stuckert (bas, backing vocals, gitaar). We doelen dan bijvoorbeeld naar de meest uitschietende nummers: "Get What You Want", "Looks Like Oblivion", "Coin Toss" en de titeltrack "Unsent Letters". Maar het merendeel van de liedjes zijn gewoon ingetogen schoonheden, waarin deze singer-songwriter kan illustreren niet enkel over een bijzonder vaardige pen te beschikken, maar ook een buitengewoon begenadigde zanger te zijn. Zijn knap gemaakte liedjes zijn intense korte verhalen, dewelke hij zingt op een oprechte, heldere manier, waarin hij veel zelfvertrouwen uitstraalt. Het reeds vernoemde nummer "Get What You Want", is nog maar de opener van deze prachtig cd, die samen met de andere zelfgepende songs van eenzelfde kaliber, een intiem meesterwerkje tot stand brengen, gespeeld vol passie en plezier. Liefhebbers van singer-songwriters en liefhebbers van de bovengenoemde grootheden mogen dit prachtplaatje echt niet missen.


 

NAPPY BROWN
LONG TIME COMING
myspace
Label: Blind Pig Records
Distr.: Parsifal
VIDEO

 

 

Nappy Brown, de artiestennaam van Napoleon Brown Culp, die in de jaren 50 bekend geworden is met zijn gospel en soul muziek, denkt nog niet aan stoppen. In de jaren 50 werd Brown één van de belangrijkste namen in de soulmuziek, met de hit "Don't Be Angry" (1955), waarmee hij de tweede plaats bereikte in de Billboard Charts. De volgende vier jaren verscheen hij nog regelmatig in deze charts met een imposante lijst van hits zoals : "Pitter Patter" in 1955, "It Don't Hurt No More" in 1958 en "I Cried Like A Baby" in 1959. Het nummer "Night Time Is the Right Time" werd door hem geschreven en opgenomen in 1954, een song die later een hit zou worden voor Ray Charles met wie Brown later tourde in de zestiger jaren. De jaren 1960 tot 1970 leverden niet zoveel hits op, maar Brown bleef wel zeer actief, maar dan meer in de gospel muziek. In de jaren 80 bereikte hij een nieuwe generatie fans. Want door de herleving van de R&B, kwamen Brown's eerste releases terug op de markt via Europese albums, waardoor hij vooral succesvol kon touren in Scandinavie in 1983. In 1984, 14 jaar na zijn eerste opname tekende Brown voor het Landslide Label, hetgeen meteen resulteerde in een nieuw album "Tore Up", opgenomen samen met The Heartfixers. Hierna volgde nog tal van opnames waardoor we kunnen zeggen dat Brown, de nu 78-jarige muzikant, reeds een zeer vol en zeer actief leven geleid heeft. Het nieuwe album "Long Time Coming" is een speciale plaat geworden met bijdrage van de gitaristen Jr. Watson, Sean Costello, Bob Margolin en Kid Ramos. Dit album dat pas verscheen bevat nieuwe opnames, allemaal remakes van bestaande songs. Zowel bekende eigen hits als nummers waar hij al jaren van hield maar die hij nog nooit had opgenomen passeren de revue. Geslaagde versies zijn vooral de tracks met het vertrouwde gitaarspel van Jr. Watson in "Don’t Be Angry" en de lovesong "Give Me Your Love", met die onverslijtbare mooie stem van Nappy. Songs waarin soul en blues het best elkaar vinden, zijn vooral "Bye Bye Baby" met Sean Costello op gitaar en het nummer "Right Time", met niet alleen het gitaarwerk van Kid Ramos, maar ook het uitstekend blaaswerk van The Mighty Lester Horns. Deze plaat is zeker geen "Best Off", want naast deze prachtige nieuwe versies van Brown's R&B klassiekers "Don’t Be Angry", "That Man" en "Right Time", blijven "You Were a Long Time Coming" met misschien wel de beste bijdrage op deze plaat, hier in de persoon van harmonica speler John Németh, het rustige "Cherry Red" met "Steady Rollin' " Bob Margolin op akoestische gitaar, het bluesy "Every Shut Eye Ain't Sleepin' " en het afsluitende "Take Care of Me" een lekkere gospel die de luistenaar meteen laat denken aan Brown's gospel dagen met the Golden Crowns en the Heavenly Lights, eveneens lang in je hoofd hangen. Kortweg: Heel veel nieuwe dingen zal de doorwinterde bluesfanaat hier wel niet ontdekken, maar toch stonden er voor mij een paar dingen op die ik nog niet kende of waarvan het lang geleden was dat ik ze nog eens gehoord had. Dus als je "Long Time Coming" in je CD-wisselaar steekt heb je toch een hele tijd zeer veel feel good muziek.


 

DAVIE LAWSON
KONICHIWA?
Website
myspace
Label: Smoked Recordings

 

 

Davie Lawson groeit op bij de rivieren en in de bomen en velden rondom zijn huis in Wales tegen de achtergrond van zijn vaders enorme Bob Dylan bootleg-collectie. De Ier belandt in Nederland als gevolg van de liefde. Hij reist zijn vriendin achterna en vestigt zich in Amsterdam. Daar speelt hij af en toe wat in het café en wordt ontdekt door Dan Tuffy van Big Low die onder de indruk is van de simpele schoonheid van zijn liedjes. Hij nodigt Davie uit in de Smoked Recording studio, waar alle tracks live werden ingespeeld van wat uiteindelijk zijn debuutalbum, "Konichiwa?" (betekent goedemiddag in het Japans) is geworden. Lawson maakt muziek die doet denken aan Nick Drake of aan een jonge Bob Dylan. Maar met wat fantasie hoor je er ook een jonge John Cale in, niet toevallig ook een Welshman. Zelf noemt hij Robert Johnson als een van zijn invloeden, inspiratiebronnen waaraan menigeen zich in het verleden al heeft vertild, maar Lawson blijft met zijn warme, lichtelijk gekwelde zangstem tien songs lang op indrukwekkende wijze overeind. Slechts gewapend met een akoestische gitaar imponeert de jonge Welshman met songs die overlopen van eenvoud en zeggingskracht. Emotievolle songs met poëtische teksten die Lawson op indringende wijze weet te vertolken. De songs zijn doorspekt met een aangenaam hypnotiserende droefheid en nestelen zich al snel in je hoofd. De teksten, waarin het leven van geboorte tot aan de dood centraal staat, zijn erg poëtisch, en Lawson gaf zijn nummers intrigerende titels mee, als "Your Son May Grow To Be A Pauper" of "When The Money Left, So Did The Priest". Zijn immens treurige luistermuziek is niet meteen aan tijd of plaats gebonden, maar doet wel sterk denken aan de wederopstanding van Engelse folkmuziek in de jaren 60 en vroege jaren 70. De eenvoudige akoestische setting draagt ook bij aan de kracht van deze plaat. Lawson’s prettig klinkende stem en gitaar, hier en daar aangevuld met nog een extra gitaar, dobro of bas. "Konichiwa?" is een veelbelovend debuut van een groot muzikaal talent. Gewoon oerdegelijk vakmanschap van een jonge singer songwriter met een hele mooie toekomst voor zich. Davie Lawson gaat het maken, vast en zeker.

DAVIE LAWSON LIVE
Nov 11 2007-8:00P -Perron 55 -Venlo
Nov 14 2007-8:00P -Het Burgerweeshuis - Front bar -Deventer
Nov 15 2007-8:00P -DE BUNKER - NOT cafe allerman -Gemert
Nov 16 2007-8:00P -TOOGENBLIK - Haren nr Brussels (Belgium) TBC -Brussel
Nov 18 2007-8:00P -Leiden - Common Grounds with Iain Matthews (Ex Fairport Convention, Plainsong)-Leiden
Nov 20 2007-8:00P -W2 - Den Bosch


 

 

MEM SHANNON
LIVE, A NIGHT AT TIPITINA'S
Website - myspace
Label: Northern Blues Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Zet de volumeknop op "vollebak", neem een drankje, best een "Jack Daniels" om in de juiste stemming te komen en hou je klaar voor een live luisterbelevenis zoals je er zelden één meegemaakt hebt. In de historische "Tipitina", de bekenste club in het hartje van New Orleans, en waarschijnlijk zelfs één van de bekendste muziektempels ter wereld, mag je getuige zijn van een stomend live optreden van Men Shannon & The Membership, de plaatselijke bluesmeester, en zijn passionele en professionele show zal je kippevel bezorgen. Als Mem middenin het nummer "Smell Something" plots roept "What's That Smell?" heb je zin om te roepen "Your Finger's Are Burning!", wan't als je net voorheen de furieuze gitaarlicks hoorde die Mem ten gehore bracht, is dat het minste wat je mag verwachten. Mem is één van die nieuwe generatie bluesartiesten, die zijn blues niet meer puur brengt maar aanlengt met funk, gospel, rock & roll, al wat hij maar vinden kan. Op deze "Live, A Night At Tipitina's" krijg je dan ook een staalkaart van al deze verschillende muzikale invloeden. Er zijn veel hoogstandjes op deze prachtcd, maar het absolute hoogtepunt is het pareltje "All I Have", een melancholische, droevige song die, je raadt 't al, gaat over de gevolgen voor de Nola inwoners van de Katrina ramp. Als ik het daarstraks had over kippevel, wel in dit nummer kan je er onmogelijk aan ontsnappen, tenzij je compleet gevoelloos bent. Mem vertelt hier het verhaal over het verlies van die kleine dingen, niet financieel waardevol, maar emotioneel onbetaalbaar, zoals de duizenden foto's die in New Orleans voor altijd verloren gingen. Als Mem Shannon na deze droevige song overgaat in Tom Petty's "I Won't Back Down" zegt dat genoeg over de strijdbaarheid van hem en de vele inwoners van New Orleans. Blues met vooral veel N'Awlins funk, dat horen we hier van The Membership. Vooral het dertien minuten lange slotnummer "Phunkville" is hier een schoolvoorbeeld van. Dit is een live cd zoals ze hoort te zijn: krachtig, overtuigend, vol speelplezier en vanuit het hart.
(RON)


 

 

 

OCTOBERMAN
RUN FROM SAFETY
Website - myspace
Label: White Whale Records
marc@whitewhale.ca
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Wie kent er Octoberman? Deze Canadese singer-songwriter vertelde zijn muzikale (wereld)verhalen in twaalf songs die hij als backpacker op deed, en waren te horen op "These Trails Are Old And New", een album dat in Canada in 2005 verscheen. Folk, singer-songwriter, storyteller, Pavement, Sufjan Stevens, Bonnie Prince Billy, Lou Reed en Neil Young zijn enkele muzikale termen en invloeden die op hem van toepassing zijn. En de liefhebbers weten meteen genoeg. Zo niet ... hij bespeelt zelf ook nog een aantal andere instrumenten, maar kreeg ook hulp van andere muzikanten op o.a. glockenspiel, cello, trompet en mandoline of zijn vocale tegenpartij. Het maakte van "These Trails Are Old And New" een album dat gehoord moest worden door liefhebbers van Elliott Smith, Will Oldham, Sparklehorse en Shawn Mullins, om maar eens een ander blik open te trekken. Ook de songs op de opvolger "Run From Safety" worden in handen van Marc Morrisette persoonlijke, elegante liedjes, losgezongen van elke conceptuele logheid, al is het geluid op deze plaat meer elektrischer, meer voller. Deze uit Vancouver komende singer-songwriter is gezegend met een verbluffend intieme, geruststellende stem. Hij hoeft geen moment sentimenteel uit te halen om toch emotioneel raak te schieten. Het is een stem die beperkingen kent, niet alleen van hemzelf, maar ook van de omringende wereld. In zijn stem weerklinkt een berustende, maar montere doorleefdheid, van iemand die zich niet gek laat maken, maar tegelijk vrij is van cynisme. Zijn tien zelfgepende songs, zijn meer een alledaagse vertelling, want daar heeft Morrisette een gouden gevoel voor. Morrisette is een observator met een scherp oog voor menselijke karakterteristieken; met een scherpe radar voor hoe moedwil en misverstand het dagelijkse leven kleuren. Morrisette kent de menselijke maat, waardoor deze plaat in zijn roerende eenvoud en eenheid prima op zichzelf genoten kan worden. De instrumentatie is spaarzaam, maar zeer functioneel. Als iemand de drums beroert, dan heeft dat, hoe lichtjes hij ook op de cimbalen tikt, groot effect. De ruimtelijkheid die de liedjes omringt, dwingt je in die stem te kruipen of zelfs om het tekstboekje erbij te pakken, een boekje dat er spijtig genoeg niet bij is. Dan heeft Morrisette je ongetwijfeld waar die je hebben wil: een en al aandacht voor de tien alt.folkjuweeltjes met als uitschieters: het openende "By The Wayside", de titeltrack en het afsluitende "Chasing Ambulances". Het maakt "Run From Safety" ook tot een even vanzelfsprekende als prominente cd; wie wil ondergaat een grootse artistieke vervolmaking, maar de cd excelleert met hetzelfde gemak in zijn gemoedelijke, alledaagse monterheid. Marc Morrisette imponeert en stelt tegelijk gerust. Hij is groots door het klein te houden. Het is volmaakte lofi-indiefolk-muziek, zonder weerga of bedenkingen. Er is een concept in het spel van hier tot ginder, maar ook zonder maar het flauwste benul te hebben van die context, is "Run From Safety" een betoverende cd.