ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007


THE DERAILERS - UNDER THE INFLUENCE OF BUCK

BIG GEORGE BROCK - "LIVE AT SEVENTY FIVE"

PAUL CATALDO - HOME

CACHAGUA PLAYBOYS - SURF ZYDECO

LYNN JACKSON - RESTLESS DAYS

JUKE BARITONE & THE SWAMP DOGS - JUKE BARITONE & THE SWAMP DOGS

DALE PETERSON - SON OF HARRY

KELLY BROCK - REBEL KIND

MIKE PRESS - KEEP YOUR HEAD

THE FIGS - THE FIGS



 

THE DERAILERS
UNDER THE INFLUENCE OF BUCK
Website
Label: Palo Duro Records


 

 

Sinds hun album "Full Western Dress" uit 1999 bewandelden The Derailers het pad van de zestiger jaren countrymuziek: countryrock, met de nadruk op country en telkens voorzien van sterke meezingrefreinen. Ze bouwden dit nog verder uit op "Here Come The Derailers", hun debuut voor Lucky Dog in 2001 en het album "Genuine" verscheen in 2003 ook voor datzelfde label. Vorig jaar schudden ze voor het Palo Duro Records een plaat uit de mouwen met de titel "Soldiers of Love". The Derailers toonden op deze plaat eens te meer dat de invloed van Buck Owens nadrukkelijk aanwezig was in zang en stijl. We zouden de jongens ook de The Bakersfield Beatles kunnen noemen. Mooi voorbeelden van Buck's invloed waren vooral de plezierige uptempo stukjes: "Cold Beer, Hot Women & Cool Country Music" en "You’re Looking At The Man". Zopas verscheen voor dit zelfde label, het album "Under The Influence Of Buck". En zoals deze titel al laat vermoeden treffen we hier songs van Buck Owens aan, waaronder "Love's Gonna Live Here", "Together Again", "My Heart Skips a Beat", "I've Got a Tiger by the Tail" en een aantal minder bekende songs van Buck. En dat de jongens eigenlijk van alle markten thuis zijn horen we in deze dertien nummers waarin ze zoals reeds op de voorganger nimmer terug schrikken van contrasten. Zo krijgen we een staaltje van wat meer ingetogen werk in "Together Again" en "Cryin’ Time", en wordt er nu en dan even gerockt zoals in de enige cover, Chuck Berry's "Johnny B Goode". "Under The Influence Of Buck" is gewoon een mooi eerbetoon aan deze countrygrootheid en meteen één van de betere countryplaten van de laatste maanden.



 

BIG GEORGE BROCK
"LIVE AT SEVENTY FIVE"
Website
Label: Cat Head Delta Blues & Folk Art
roger@cathead.biz
Cdbaby

 

Harmonicaman Big George Brock is een minder bekende Bluesman van de generatie Albert King, Freddie King etc.., hij is nu 75 jaar en nog behoorlijk fit. "Live At Seventy Five" is na "Round Two" (2006) en zijn comeback cd "Club Caravan" (2005) de derde cd op dit label uit Clarksdale. Brock komt oorspronkelijk uit Mississippi maar is al jaren in St. Louis gevestigd. Brock, ooit bokser en overwinnaar van de legendarische Sonny Liston, is ook clubeigenaar en muzikant en anno 2007, één van de weinige nog levende echte bluesmen. Zijn comeback is niet zomaar onopgemerkt voorbij gegaan, want Brock kreeg een Living Blues Award voor dit album, goed voor even later ook op dit Cat Head label een dvd uit te brengen onder de titel "Hard Times". "Live At Seventy Five" is zoals de voorganger live opgenomen, maar ditmaal in de Ground Zero Blues Club in Clarksdale, Mississippi en dit op de avond van zijn 75-jarige verjaardag (hij is namelijk geboren op 16 mei1932, in Grenada, Mississippi). En zoals u al kon vermoeden, die avond was het feest want naast Brock zelf vinden we hier een gezelschap bestaande uit Barry Bays (bas), Riley Coatie Jr. (drums) en de gitaristen Riley Coatie Sr. en Bill Abel als begeleing die zich opvallend soepel en authentiek door een repertoire van vijf Brock originals werken, aangevuld met enkele covers. Big George blijkt een prima zanger en harmonicaspeler te zijn. De meest prominente rol is evenwel weggelegd voor de gitaristen Riley Coatie Sr en Bill Abel. Met hun fel en gemeen klinkende gitaren vullen zij vele gaatjes op. Zijn grillige stijl heeft wat van die van Big Jack Johnson, die overigens een zwager is van George. Zoon Riley Coatie Jr. is ook nadrukkelijk aanwezig. Hij leeft zich uit met energieke roffels, die aan die van Sam Carr doen denken. De medium tempo shuffle "All Nigt Long" is één van de hoogtepunten van deze cd. Hoewel de cd beslist geen kampioenspotentie heeft, zullen die die-hards van rauwe, ongepolijste, blues in de stijl van Paul 'Wine'Jones of Big Jack Johnson, de echte bluessound waar je dertig, veertig jaar geleden kennis mee maakte, er wellicht plezier aan beleven.



PAUL CATALDO
HOME
Website - myspace
E-mail:booking@paulcataldo.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Paul Cataldo is een jonge singer - songwriter van 23 die opgroeide in Boston en zich daarna vestigde in New York. Hij wou kost wat kost autodidact zijn en sloot zich daarom op in zijn kamer en leerde noot voor noot gitaar spelen van platen van John Fogerty, Hendrix en anderen. Wat later zocht hij een band waarmee hij gedurende drie jaar gitarist was en zo op het podium zijn techniek verbeterde. Toen achtte hij de tijd rijp om met zijn eigen composities naar een grote stad te verhuizen. Het werd New York, waar hij in drukke restaurants ging werken om zijn huur te betalen en af en toe in cafés en bars op te treden met zijn songmateriaal. Zijn onuitwisbare droom blijft echter om de nodige bekendheid te verwerven om te kunnen leven van optredens alleen. Paul laat zich niet vlug ontgoochelen en blijft die droom als doel stellen. Zijn eerste werkstuk is een minicd met 5 songs, en die ontgoocheld geenszins. Vooral rustig, wat country en Americana getint singer songwriter materiaal is wat hij brengt. Beginnen doet Paul met "Home", en hij heeft de volgorde goed gekozen, want dit ongetwijfeld de sterkste song, qua opbouw herinnert de song aan het werk van Neil Young uit zijn "Harvest" periode, en ook de mondharmonica heeft dezelfde klankkleur. Goede backing vocals van Alicia Van den Berg, Vlaamse of Nederlandse afkomst? Vervolgens komt "Damn You River", een song waarin Paul vertelt hoe zijn vriendin 3 jaar geleden verdronk tijdens een kanotochtje, ik hoop dat het een fictief verhaal is, maar de verbetenheid waarmee hij de titel telkens schreeuwt doet erger vermoeden. Mooie Americana nochtans, met de mooie pedal steel van Bob New, net als het volgende, wat vrolijkere "To Live and Be Free". Bij "Drinkin & Sleepin" gaat 't over de gevolgen van het einde van een liefde en zich even reddeloos verloren voelen, met drank en lusteloosheid tot gevolg. Robbie Collins' banjo zorgt voor wat afwisseling samen en Alicia's backing vocals. Mijmerend over de zin van zijn leven besluit Paul deze mini Cd met "Right before (my very eyes)" waarin hij zich af vraagt, of hij wel goed bezig is... "Ik zie het leven zo snel voorbij gaan, vlak voor mijn neus" en "Ik weet niet wat ik verkeerd doe, maar iets is er mis" besluit hij. Doe rustig verder jongen, ge zijt goe bezig, gelijk ze hier in Vlaanderen zeggen. Volgende keer een nog iets gevuldere sound proberen te verkrijgen, bij je eerste full cd, en je komt er wel, je songs zijn sterk genoeg en die stem is ook O.K. Kort, maar krachtig debuut van deze kerel.
(RON)



CACHAGUA PLAYBOYS
SURF ZYDECO
Website - myspace
Info: info@cachaguaplayboys.com
rick@chelew.com
Label : Eigen Beheer
Cdbaby

 

 

Swamp meets surf ... en ik durf er al mijn geld op verwedden dat je dan dicht in de buurt van California vertoeft. Meer bepaald in Monterey en die naam doet bij de muziekliefhebber wellicht een belletje rinkelen. The legendary Montery International Pop Festival en the Monterey Jazz Festival zijn er de voornaamste muzikale uitspattingen en de thuishaven van the Cachagua (kush ow´ uh) Playboys die met het album "Surf Zydeco" een voortreffelijke indruk laten. Cajun, Zydeco & New Orleans Mardi Gras Boogie oftewel een leuk cursus(je) muziek - waar - ik - niet - bij - stil - kan - zitten. Vier en veertig minuten, om precies te zijn, moeten volstaan om voortaan geen belabberd figuur te slaan als je de kreet "Let's Zydeco" durft aanheffen. De openingstrack, complete with hip - hop style scratch and rapping, geeft meteen aan dat ook in het Cajun / Zydeco wereldje de modernste muzikale ontwikkelingen worden aangewend. Puristen houden het misschien liever bij het traditionele dat met de instrumentaaltjes "Luziana Feelin' " (J.R. Carrier), "the Hucklebuck" (!), de zelfgepende en leuke meezingertjes "Crush On You", "I Don't Care" ruimschoots aan bod komt. Voldoende om de beentjes los te gooien en dan kan zelfs een "Second Hand Bride" aardig van pas komen. Liefhebbers die iets verder kijken dan hun neus lang is smaken zeker ook het country deuntje "Don't Come Knockin' ", de ragtime op "Till Death Do Us Apart" (met guitarist / fiddler Pat Clark in de (humoristische) hoofdrol), het Tex - Mex soundje op "Before the Sunrise" en "Two White Horses" en een voortreffelijke soulvolle cover van Sam Cooke's "Bring It On Home to Me" (Kevin Gould on accordion). Ondanks sommige zangpartijen niet voldoen aan alle kwaliteitsnormen (het zijn dan ook de Cachagua Playboys en niet the Beach Boys) laten de heren Rick Chelew: Producer/electric and upright bass, baritone ukelele, electric slide guitar, acoustic rhythm guitar, djembe and conga drums, vocals Pat Clark: Electric lead, acoustic, and resonator guitars, mandolin, fiddle, vocals // Mike Eckstrom: Acoustic guitar, rub board, triangle, jaw harp, vocals // Kevin Gould: Accordion, vocals // John Tallon: Drums, tambourine, cowbell, chair, shaker, gourd, vocals er geen twijfels over bestaan ... titeltrack en afsluiter "Surf Zydeco" is het visitekaartje van de band ... "a droning instrumental jam, complete with ocean waves and jaw harp twang" Meer moet dat niet zijn!



LYNN JACKSON
RESTLESS DAYS
Website
Email: info@lynnjackson.net
Label : Busted Flat Records
myspace - bustedflat@rogers.com
Cdbaby

 

Dat er elke week wel een paar platen uitkomen die mooi zijn is absoluut waar. Je hoort ons daar ook zeker niet over klagen. Maar een echt bijzondere, dat blijft een zeldzaamheid. Pas verscheen het nieuwe album van Lynn Jackson, "Restless Days", en dat is zo’n zeldzaam moment. Deze plaat van de uit Lucknow, Ontario, komende Jackson is een mijlpaal. Mij doet deze plaat heel erg aan een mix van Leonard Cohen, Lucinda Williams, Cat Stevens, Sinead O'Connor en Tom Waits denken, dan heb je meteen een handvat om haar te plaatsen. Het is ook met deze artiesten dat ze de voorbije jaren haar invloeden vondt. Dus liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters opgelet, want wat is deze Lynn Jackson goed! Een enkeling wist dit al lang, want haar vorige cd's: "Night Songs" uit 2004 en "Sweet Relief" van vorig jaar werden de hemel in geprezen en ook haar nieuwe plaat is in haar thuisland Canada in vele magazines overladen met superlatieven. "Restless Days", is een prachtplaat die de voorgangers op alle fronten overtreft. Bijgestaan door co-producer Dan Walsh (gitaren / dobro), vele jaren één van de vaste leden van Fred Eaglesmith’s band en de Canadese talenten: Bob Egan (Blue Rodeo), Duane Rutter (Busted Flat), Darrin Schott (viool / mandolin) en Carrie Ashworth (upright bass) schotelt Lynn ons op haar nieuwe plaat het ene na het andere hoogtepunt voor. Hoogtepunten die citeren uit de folk, country en blues en worden gedragen door Lynn's heerlijke stem. "Restless Days" komt aan als een mokerslag. Deze titel van de plaat kan niet verhullen dat Lynn's klassieke thema’s, het leven van alledag, de liefde en alle ellende die daardoor ontstaat, in dertien zelfgeschreven liedjes aan de kaak stelt. "Restless Days" is in feite een voorbeeldige cd. Vrienden die haar vroegere cd's reeds hadden aangeschaft, waarschuwden ons alvast voor een gladde productie en mierzoete ballades. Het bleek loos alarm. Zoet en lief zijn de meeste liedjes van "Restless Days" absoluut, maar de rafelige randjes tussen country en blues zijn - godzijdank - niet helemaal verdwenen. De verleidelijke countrymelodieën en de manier waarop Lynn zingt, komen soms ook aardig in de buurt van Kathleen Edwards en Shelby Lynn om nog maar wat namen te noemen. Vele aardige nummers voor nachtelijke autoritten op maat gemaakt, maar het meer singer-songwriterwerk horen we in "Hard Luck Times" en "Waiting for A Sign". De uitschieters van deze fijne plaat zijn de nummers: "Promises (To No One)", waarin Dan Walsh's dobro deze song zo tijdloos maakt en "Sound of Rain" met Bob Egan op lap- en pedal steel, songs waarin Lynn pas echt kan laten horen wat ze in huis heeft. Een gevoelige stem, arrangementen die je soms de stuipen op het lijf jagen, spanning die wordt opgebouwd tot huiveringwekkende proporties en vooral emotie. Er zijn niet veel platen die je zo bij de strot grijpen als deze en hoe vaak je hem ook hoort, het gevoel blijft.



 

JUKE BARITONE & THE SWAMP DOGS
Website
E-mail: juke@jukebaritone.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

Rare snuiter, die Australische Juke Baritone, of beter Brett Hewison, want dat is zijn echte naam. Zijn muziek is een combinatie van Tom Waits, Screamin' Jay Hawkins hoempa en cabaret, dat levert natuurlijk een niet zo licht verteerbaar geheel op. Beeld je de film "Cabaret" in, je weet wel, "Willkommen" en "Money Makes The World Go Round", dat soort stijlte, vervang Marlene Dietrich door een dronken Tom Waits en en een even dronken Screamin Jay Hawkins, met onze eigen Arno in het achtergrondkoor en je hebt zowat een beeld hoe de "Juke" klinkt. Zingen is niet het juiste woord, Juke is een shouter, maar dan in de letterlijke betekenis, niet zoals de bluesshouters. Met zijn hese stem schreeuwt hij, half declamerend, zijn teksten, tegen een meestal hoempa achtig, soms jazzy achtergrond. Het geheel blijft nogal cabaretesk, maar kan live best leuk en meeslepend zijn (zie clip). De live reputatie van de band is dan ook groot, hun shows zijn spektakels met verkleedparijen en een circus achtige sfeer. Met begeleiding van een vierkoppige band, en gebruik makend van diverse stijlen als ska ("Fade out"), jazzy Braziliaanse ritmes ("Oh Yeah"), bluesy soundtracks (het mooie dromerige instrumentale intermezzo "Under The Umbrella") maar zoals gezegd een soort hoempa backing waartegen afwisselend zijn parlando of half geschreeuwde teksten vertolkt worden. Zoals het absurde, maar wel grappige "Bill Hicks" opgedragen aan de overleden Amerikaanse stand up comedian. Origineel?... alleszins, ... Boeiend?.. misschien,... Goed?... voor degenen die houden van niet alledaagse muziekjes.
(RON)



DALE PETERSON
SON OF HARRY
Website - myspace
Info: info@root66recordingco.com
Label: Root 66 Recording company
Cdbaby

 

 

De appel valt niet ver van de boom tenhuize Peterson... James "Harry" Peterson schuimde in de jaren veertig met zijn steel guitar de omgeving af van South Texas en Southern California en het kon dan ook niet uitblijven dat zoontjelief Dale bestemd was "to be a road dog". Muziek zit blijkbaar in het bloed en als je als eerste wapenfeit de song "Jambalaya" van Hank Williams onberispelijk kan spelen en zingen barst je ook nog talent. Talent dat Dale Peterson toeliet om in 1973 op professionele basis te gaan werken in het country/blues/rock circuit en om in 1988 zijn eigen Rhythm Lords op te richten. Vier albums verschenen op het Rebecca record label en toernees door Amerika, Canada en Europa waren het logische gevolg. In 1999 hield het gezelschap het voor bekeken en Dale Peterson dopte zijn eigen boontjes ... het album "Full Circle" ('99), de oprichting van zijn eigen record label Root 66 en het album "Dale Peterson's Bandera" ('05, a collection of classic country & honky tonk music from the 1950s and 1960s that I remember my father playing in various bands) waren voorlopig de laatste wapenfeiten die wij van de man mochten noteren. Onlangs verscheen het album met de veelzeggende titel "Son of Harry" en het zou waarschijnlijk Rootstime niet gehaald hebben mochten er niet enkele namen in het oog gesprongen zijn. Ondermeer drummer Dale Daniel (Hacienda Brothers), Steph Traino on bass, Dan Janish (backing vocals, zie rev: juli '07), John "Juke" Logan on piano, Cliff Wagner on fiddle, Rick Shea on steel guitar (zie rev: dec'05) deden ons besluiten om onze leeftijdsgenoot Dale Peterson eens onder de loep te nemen. Onze bevindingen zijn overwegend positief omdat Peterson uitgebreid gaat vissen in het rockabilly/country/blues vijvertje. Opener "California" heeft dat befaamde Chuck Berry, Mickey Jupp, Albert Lee gitaarrifje, de country/pedal steel liefhebbers komen uitvoerig aan bod met de slepers "I'm Losing You", "the Crime I Love", "Old Saddle Blanket" en de honky tonkertjes "Without a Pretty Girl" en "San Francisco Retreat". Het western/swing verleden van Daddy Harry krijgt met "From Now On" een terechte hulde en op "Riding the Rails" (Jesus Cuevas on accordion) lijkt het wel of Dale in de huid kruipt van Marty Robbins. Zo beland je onvermijdelijk in the honky tonks en roadhouses from Portland, Seattle, Vancouver, Kansas city, Memphis, Lincoln Nebraska. Inderdaad het leventje "on the road" heeft voor deze specialist terzake geen geheimen (" Drinkin beer and tequila, broken vans and one - night stands, honky tonks and crummy dives, that's where I pay my dues") Het bluesy "Two Big Feet" met Dale Peterson on harmonica en het rockend instrumentaaltje "Snake Pit" zijn de buitenbeentjes in dit overwegend country album al onderstreept de brave man op "I'm Blowin in the Wind" dat er geen specifiek etiketje op hem van toepassing is. ... "I play all styles of music, country music, rock & roll and a bad case of the blues ...it's all just American music to me! Hoorden wij dat niet eerder van de broertjes Alvin ?



 

KELLY BROCK
REBEL KIND
Website
Email: contact@kellybrock.com
Label: Pacific Music / Warner Music Canada
Cdbaby

 

Kelly Brock wordt in Canada gerekend tot de "contemporary country", waarmee de kansen op Europees succes zo ongeveer direct verkeken zijn. Dat is zonde, want Brock heeft veel te bieden. Haar muziek zit weliswaar vol met invloeden uit de traditionele countrymuziek, maar dit is geen blond Nashville tutje met een ingestudeerde snik, maar een Canadese singer-songwriter die opgroeide in Vancouver al luisterend naar de muziek van de zeventiger jaren als The Eagles, Lynyrd Skynyrd, Linda Ronstandt en Fleetwood Mac, maar ook naar moeders favoriete country platen van Kenny Rogers, Dolly Parton en Gordon Lightfoot luisterde, maar daarbuiten ook zeer goed de zelfkant van de samenleving kent. Het succes lachte haar niet onmiddellijk toe, maar eerder dit jaar was het eindelijk raak. Kelly Brock voerde met haar vierde cd "Rebel Kind" niet alleen de countrylijsten aan, maar wist ook in de poplijsten potten te breken. Haar vorige drie platen, allemaal in eigen beheer uitgebracht, worden op alle fronten overtroffen door "Rebel Kind" (Pacific Music/Warner Music Canada). Op deze cd is Brock gegroeid als zangeres en als songwriter en bovendien kiest ze dit keer voor een veel afwisselender geluid. Een geluid waarin country het hoofdbestanddeel vormt, maar hiernaast ook volop ruimte is voor invloeden uit de pop, de folk en de rock. Noem het "contemporary country", maar dan wel een hele rauwe en eerlijke variant. In de Lage Landen zal het zo’n vaart niet lopen. Alt-country staat in hoog aanzien, maar voor dit minder besmet label haalt de gemiddelde muziekliefhebber zijn of haar neus op. Brock moeten we echter niet te vroeg afschrijven. Een en ander wordt meteen duidelijk bij de openende titeltrack, een meezinger van het zuiverste gehalte die duidelijk weer zijn weg zoekt in het weidse landschap tussen mainstream rock en country. Ook de rest van "Rebel Kind" gaat dezelfde richting uit, met hoogvliegers als de uitstekende single "Cowboy Boots and Levis". Hoogtepunt is het ingetogen, dissonante "Be My Angel", een knoert van een ballad die de sterke punten van Kelly Brock, die stem!, die arrangementen! – op een rijtje zet. Met de hulp van co-producer, Craig Zurba, heeft Brock tien van twaalf songs co-written en kreeg ze wat vocale hulp van o.a. Barney Bentall, Dustin Bentall en Barry Mathers (The Cruzeros), naast song-writer, Jeff Cohen, met wie ze samen het nummer "Vegas" schreef. De laatste track, een versie van Lowell George's "Heartache", laat Brock horen dat ze ook zeer gevoelig en rauw uit de hoek kan komen en dat lusten we wel. Met deze dame valt niet te spotten en dat is te horen in haar stem. De uptempo nummers krijgen een stevige muzikale begeleiding en Brock's gepassioneerde voordracht maakt ook van de op zich suikerzoete ballads iets moois. Het is in het begin misschien even wennen, maar al snel is "Rebel Kind", een cd die ook liefhebbers van alternatieve country zullen waarderen.



MIKE PRESS
KEEP YOUR HEAD
Website
Email: mpressto@hotmail.com
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

Mike Press, is een singer -songwriter uit Boston Massachussets, en tegenwoordig thuis in het zonnige San Diego, California. In Boston is hij lang frontman geweest van de rockband Sticky, maar voorheen was hij muzikant in enkele andere bands zoals The Seven League Boots, Drunken Boat en Elbow. Met Sticky werden twee indie albums opgenomen, maar kort daarna vertrok Mike naar San Diego om zich aan een solocarrière te wijden. Ondertussen schreef hij songs en verdiende zijn brood als technieker bij de percussiegroep Ozomatli. Waarschijnlijk daarom dat Mike op zijn debuut naast vocals en gitaar ook de drums zelf speelt, een job die hij ook bij Seven League nog gedaan had. De cd die hij nu onder zijn eigen naam maakte bevat rootsrock en Americana die sterk popgericht is, dus niet echt de dingen die hier besproken worden. Toch gaan we even de algehele sound van deze cd proberen te beschrijven. Hoewel natuurlijk Mike's stem gans anders is moest ik verschillende malen denken aan de muziek die Tom Petty ons brengt. "Team" bijvoorbeeld is zo 'n song , en meer nog "Tears of Goodbye" en "Katie Baton Rouge", als hij wat gas terugneemt echter en meer de Americana toer opgaat zoals in "Way of Knowing" en "Keep Your Head", dan blijkt zowel de songwriting - als de stemkwaliteit wat licht uit te vallen. Daarom moet ik met spijt in het hart toegeven dat deze cd me niet zo erg heeft kunnen bekoren, de meeste songs zijn nogal oppervlakkig en ook de uitvoering is niet van die aard om deze recensie in hoera stemming te beëindigen. Mike moet echter de moed niet opgeven, een debuut is nu eenmaal om te verbeteren bij de volgende release.
(RON)



THE FIGS
Website - myspace
Info: lafigsband@yahoo.com
Label : Valcour Records - myspace
Cdbaby

 

What then, good Lord! Cry the women.
We have kept our secret long enough.
We are a ripe fig.
Let us burst into affirmation. ( D.H. Lawrence )

Een tijdje geleden was de voortreffelijke film "O Brother Where Art Thou" nog eens op het scherm en ik weet niet of er ondertussen al een opvolger in de bioscoop is verschenen maar mocht men eventueel op zoek zijn naar eventuele kandidaten die in aanmerking komen voor één of alle hoofdrollen ... slechts een adres ... the Figs, een charmant clubje van zes lieftallige dames woonachtig in Lafayette, Louisiana en uitermate geschikt om te voldoen aan alle voorwaarden. Wat wij daar onder verstaan ... laat je verbeelding spreken en waan je eventjes (nou ja) in the Garden of Eden en herschrijf het scenario van Adam en Eva ... Zeg nu zelf ... zes voor de prijs van ééntje! Muzikaal betekent het "a mix of old - timey, rockabilly, and folk with sweet vocal harmonies and lots of energy". Wat oorspronkelijk leek uit te draaien op een eenmalige garage jam session blijkt momenteel aardig aan te slaan en Valcour Records was er dan ook als de kippen (?) bij om dit gezelschap een contact aan te bieden. Paige Pemberton - drums, Melissa Stevenson - bass, harp, Sarah Gray - electric gt, Caroline Helm - acoustic gt, Claire Oliver - claw - hammer banjo en Jillian Johnson - tenor ukulele interpreteren op hun manier de Louisiana roots rock en het kan niet ontkend worden ... ze doen da goe en niet onbelangrijk ... "We're not hot pickers, and we're not diva singers, so we really try to be creative with our songwriting, song selection, arrangements and vocal parts," says Johnson of the band, "It's important that, above all, what we do has heart." Of hoe belangrijk het is om je plaatsje in het muzieklandschap te kennen en dat lijkt mij voor the Figs ergens dicht in de buurt van hun mannelijke collega's the Red Stick Ramblers, The Pine Leaf Boys en The Lost Bayou Ramblers... zij zien er niet alleen stukken beter uit maar hun stemmetjes leiden mij (on) bewust naar die beroemde appel en vijgeblaadjes ... From blues to rockabilly to straight - up old timey and haunting a capella, these ladies make the vintage stuff sound fresh and the new stuff sound retro" (Sharon Arms Doucet)