ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007


ERIC TAYLOR - HOLLYWOOD POCKETKNIFE

THE HOLLYWOOD PORNSTARS - SATELLITES

PETER COOPER - CAUTIONARY TALES

JOHN FOGERTY - REVIVAL

JOHNNY SANSONE - POOR MAN' S PARADISE

WILLIE McBLIND - FIND MY WAY BACK HOME

STEPHEN SIMMONS - SOMETHING IN BETWEEN

THREE DAY THRESHOLD - AGAINST THE GRAIN

JON STRIDER - WHITE WINGS

NELSON ADELARD - BLUES STILL GOT A HOLD ON ME


ERIC TAYLOR
HOLLYWOOD POCKETKNIFE
Website
Blue Ruby Music & Records
info@bluerubymusic.com

 

De in Atlanta (Georgia) geboren Eric Taylor maakte in het begin van de jaren zeventig uit van een groep singer-songwriters in Houston, samen met Townes Van Zandt en Guy Clark. In die tijd was hij één van de grote voorbeelden van Steve Earle, maar het zou tot 1981 duren voordat Eric Taylor zijn eerste plaat opnam. Hoewel de plaat door de critici goed ontvangen werd, trok Taylor zich kort daarna terug uit de muziekwereld, al verscheen hij van tijd tot tijd op platen van Lyle Lovett, Nanci Griffith en Robert Earl Keen die ook songs van Eric opnamen, net zoals Joan Baez die van hem zegt: "Taylor is een zeer begenadigd tekstschrijver. Het was een hoogtepunt om met hem samen "Strong Enough For Two" uit te voeren op het Newport Folk Festival." In '81 komt zijn eerste album "Shameless Love" uit, maar kort daarna stapt hij plotseling uit de muziekbusiness. Zijn 'comebackplaat' ("Eric Taylor"), uit 1995 werd met een aantal prestigieuze awards onderscheiden, en ook "Resurrect" (1998) werd goed ontvangen. Op zijn vierde album "Scuffletown" (2001) staan voor het eerst twee songs van een andere songwriter, zijnde zijn goede vriend en mentor Townes Van Zandt. Nummers die tevens prima aansluiten bij Taylor's eigen composities. In 2003 was er de cd "The Kerrville Tapes", een album met tien songs die Taylor bij drie verschillende edities van het prestigieuze Kerrville Folk Festival speelde. Een jaar later wordt na 23 jaar, Eric Taylor’s debuut album "Shameless Love" opnieuw uitgebracht. De oorspronkelijke 10 nummers zijn uitgebreid met 2 bonustracks op deze CD, alles zorgvuldig digitaal ge-remastered, terwijl het album van zichzelf al puntgaaf klonk, en tot in het kleinste detail geperfectioneerd. Behalve Eric, wordt de muzikale omlijsting verzorgd door o.a. James Gillmer (percussie), John Grimaudo (gitaar), Gurf Morlix (bas) en vocale ondersteuning van Eric’s toenmalige vrouw. Weer een jaar later, nl. 2005, verscheen de CD, "The Great Divide". Deze plaat opnomen in Romano's Red Shack te Houston bevat elf songs, voornamelijk eigen werk, maar bevat ook een tweetal covers, waaronder ééntje van Townes Van Zandt natuurlijk. Zijn nieuwste album, "Hollywood Pocketknife", is volgens ons zijn beste, want deze CD bevat werkelijk een groot aantal memorabele nummers. Zijn verhalende teksten zetten hem op dezelfde hoogte als literaire grootheden als Larry McMurtry en Cormac McCathy. Zijn teksten en melodieën hebben de compactheid van de blues, zijn verhalen geven zich nooit over aan bekentenissen, zij voelen aan als op enige manier noodzakelijkerwijze gecomponeerd uit fragmenten uit het levensverhaal van iedere man of vrouw. De Amerikaanse droom alshetware ... die een nachtmerrie is geworden. Taylor weet de luisteraar mee te sleuren in deze ellende, hetgeen hij met zijn vertelstem op een treurige wijze weet te verhalen. Taylor beschikt namelijk over een wat rokerige stem die in de loop der jaren steeds meer scheurtjes is gaan vertonen. Zijn zang past echter goed bij de delicate melodieën die hij uit zijn gitaar laat vloeien. Weinig singer/songwriters leggen in hun gitaarspel zoveel techniek en vindingrijkheid aan de dag als Taylor. Fijnbesnaard is de kwalificatie die misschien nog het meeste recht doet aan zijn muziek en teksten. Alle nummers zijn van eigen hand, behalve Townes van Zandt’s "Highway Kind", "A Matter Of Degrees" van levensgezel Susan Lindfors en de afsluitende klassieker "Rally ‘Round The Flag" met vocale ondersteuning van Steven Fromholz en Vince Bell. Meteen ook drie hoogtepunten naast zijn zelfgepende "Olney's Poison And The Houston Blues" en "Jail Widow’s Walk" met een mooie bijdrage van Eric Demmer op altsax in deze laatste song. Naast de reeds vernoemde artiesten treffen we ook James Gilmer (percussie), Rock Romano (bas) en David Webb (toetsen) in de sobere begeleiding aan, want een rijke instrumentatie ontneemt de liedjes hun kracht. Sommige singer/songwriters, als onze Eric, maken muziek die in een solobezetting het meest trefzeker is. Deze muzikanten zijn de ware troubadours onder de singer/songwriters. Eric Taylor is er één van!

Eric Taylor - LIVE - Europese tournee

Eind deze maand zal Eric door Belgie en Nederland trekken, en potentiële gegadigden voor dit album, kunnen de CD dan nog persoonlijk uit Eric’s handen plukken. Zijn exacte reisschema vind hier terug:

23 Oktober - In the Woods Lage Vuursche, NL
24 Oktober - Transvaria Den Haag, NL
25 Oktober - De Harmonie Edam, NL
26 Oktober - Toogenblik Brussel
27 Oktober - Huissconcert Deurne Vlierden, NL
28 Oktober - Cafe de Amer Amen, NL


 

THE HOLLYWOOD PORNSTARS
SATELLITES
Website - myspace
Mail: hollywoodpornstars@hotmail.com
Label: Naïve
Distr.: Bang!

 

 

We hadden het nog maar pas over The Tellers, een aanstormend talent uit Wallonië en hier ligt alweer een uitstekende CD uit het zuiden des Belgenlandje van The Hollywood Pornstars. Deze groep uit het Luikse bestaat al enkele jaartjes en omvat 4 leden : Anthony Sinatra (geen familie van ...) voor de zang en op gitaar, Redboy op gitaar, Eric Swennen op bas en Ben Damoiseau op drums. De twee eerstgenoemde heren maakten eerder al deel uit van de groepen My Little Cheap Dictaphone en Piano Club toen ze in de zomer van 2002 besloten om samen te gaan werken in The Hollywood Pornstars. Hun werk bij die oorspronkelijke groepen wordt sinds die tijd als zijprojecten beschouwd. Nadat ze enkele demo’s gemaakt hadden namen ze deel aan de wedstrijd “Concours Circuit” die ze glansrijk wonnen. “All On The Six” was hun eerste EP met daarop zes (!!) nummers en daarmee konden ze een 200-tal optredens versieren in België, maar ook in Nederland, Engeland en Frankrijk waar ze optraden naast bands als Hot Hot Heat, The Donnas en Primal Scream. Ook op de grote festivalpodia van Dour en Pukkelpop en in de mooie zalen van de AB en het Koninklijk Circus te Brussel konden zij sindsdien hun kunstjes vertonen. Vorig jaar maakte de groep ook deel uit van de serie artiesten die o.a. in Charleroi optraden voor de 0110-concerten voor verdraagzaamheid. Hun energieke optredens laten bij de toeschouwers altijd een bepalende indruk na en heeft hen intussen een behoorlijke live-reputatie opgeleverd. In februari 2005 verscheen dan de eerste full-CD van The Hollywood Pornstars. “Year Of The Tiger” was de titel en opmerkelijk was dat de elf songs op dat album in een periode van amper 4 dagen zo goed als live werden opgenomen. “Year Of The Tiger” werd heel goed ontvangen in de muziekpers en leidde nu tot een opvolger in de vorm van “Satellites” met 12 hedendaagse popsongs. Rauwe gitaarpop maar soms ook heel melodieus, alternatief, emotioneel en met rustige songs. Ook deze opnames namen nauwelijks 2 weken in beslag, waarna het geheel in een professionele mix werd gestoken door de getalenteerde John Goodmanson in Seattle, USA die we kennen van zijn eerdere werk met Blonde Redhead, Hot Hot Heat, Death Cab For Cutie en The Gossip. Enkele songtitels om te onthouden zijn de eerste single “Andy”, “Islands” met mooie basriff en dito refrein, het catchy meezingertje “The Fugitive”, “I Want You” en de rockers “There’s A God”, “Ben’s Dead” en “Walking Cash Machine”. Zeg maar: dit is absoluut het betere pornowerk uit Wallonië en ik ben alvast absoluut niet van aard om er “NON” tegen te zeggen. Deze “Sattellites” mogen wat mij betreft meteen gelanceerd worden, net als The Hollywood Pornstars.
(valsam)


 

 

PETER COOPER
CAUTIONARY TALES
myspace
Label: CoraZong Records

 

Peter Cooper looks at the world with an artist’s eye and a human heart and soul. His songs are the work of an original, creative imagination, alive with humour and heartbreak and irony and intelligence, with truth and beauty in the details. Deep stuff. And they get better every time you listen to them.
-Kris Kristofferson

Van de Nederlandse platenmaatschappij Corazong Records verscheen onlangs de fraaie compilatie "The Fine Art Of Music", een uit twee cd’s bestaande en gunstig geprijsde verzamelaar met een mooie dwarsdoorsnede uit de fraaie collectie van dit bijzondere label, maar ook het debuut van Peter Cooper. Een CD die we warm willen aanbevelen, want Cooper zingt op "Cautionary Tales" zo overtuigend dat je als vanzelf in zijn liedjes meegezogen wordt. En die liedjes, dat mag ommiddelijk gezegd worden, zijn juweeltjes. Cooper is in het dagelijkse leven een gerespecteerd muziekjournalist van o.a. The Tennessean, Esquire, Britannica en No Depression. Daardoor ontmoette hij Todd Snider voor een interview voor het dagblad 'The (Nashville) Tennessean', er het was Snider zelf die Cooper toen wist te overhalen om ook zelf een plaat te maken, een cd die jaren later nog net zo genietbaar zal zijn als nu. Want Cooper's mooie liedjes verzuipen daarom niet in een overdadige productie, maar krijgen door precies de juiste accenten net dat beetje extra dat een cd nodig heeft om uit te kunnen groeien tot een meesterwerk. En dat is het, want Cooper overtreft zichzelf op "Cautionary Tales", met een serie fantastische songs. De kracht van zijn muziek schuilt in de eenvoud. Zijn liedjes bestaan uit simpele, catchy melodieën die zich onmiddellijk in je hoofd nestelen. In zijn songs maakt Cooper ons deelgenoot van zijn verlangens, herinneringen en dromen, onderwerpen van iedereen en van alle tijden. De zoektocht naar schoonheid is één van de hoofdthema’s in deze twaalf songs op deze CD. De schoonheid van taal, melodie, liefde of lijfelijkheid maar ook die van de verhullende melancholie. Cooper zingt over het leven zelf. Maar "Cautionary Tales" biedt meer dan alleen persoonlijke liedjes. Knappe liedjes waarin hij zich zowel qua compositie als qua gitaarspel met gemak kan meten met zijn Amerikaanse collega's. Tevens wordt Cooper bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten, waaronder de legendarische pedal steel virtuoos Lloyd Green, Jason Ringenberg (Jason and the Scorchers) op harmonica, Dave Roe (Johnny Cash, Dwight Yoakam) op akoestische en elektrische bas en Jen Gunderman (The Jayhawks, Last Train Home) is te horen op piano, Wurlitzer en accordeon. Wroeging en onrust, lust en leed maar ook de lach zonder traan of cynisme, worden hier verpakt in heldere en compacte songs. Elementen uit de traditionele country met folk-, rootsinvloeden leggen daarin een rijke muzikale traditie bloot. Hij weet zijn nostalgisch aandoend songmateriaal eerder fris dan stoffig te laten klinken. Het moet dan ook gezegd worden dat Peter Cooper een meer dan begenadigd muzikant is. Hij heeft zich door de jaren ontwikkeld tot een begeesterd verteller en niettemin is dit aangename album "Cautionary Tales" gewoon prachtig qua composities en uitvoering, waarbij zijn gedrevenheid en passie opvallende kenmerken laat horen, naast Lloyd Green die toch wel een aanzienlijke rol op deze plaat vervult. Nee, ik heb mij geen moment verveeld. Songs als Eric Taylors "All The Way To Heaven" en "Mission Door", waar in deze laatste song Todd Snider, Nanci Griffith en Fayssoux McLean elk een couplet zingen, naast zijn eigen gepende "Couple Of Lies" of het rockende "Andalusia" kun je niet snel vergeten, songs die bovendien duidelijk de invloed van groten als Guy Clark, Mickey Newbury, Kris Kristoferson, Lyle Lovett en Todd Snider verraden. Kortom een heerlijke cd die zich niet zo snel uit m’n cd-speler laat verdringen. Hopelijk slaagt hij erin deze CD een passend vervolg te geven.


 

JOHN FOGERTY
REVIVAL
Website
Label: Fantasy / Concord Music Group
Distr.: Universal Music
Concord CCR promo
Revival E-card
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Trends en bands komen en gaan, maar John Fogerty blijft altijd bestaan. Drie jaar na het laatste album "Deja Vu All Over Again" is hier zowaar een nieuw levensteken van de grote man/schrijver van de ‘rock classics’ als "Proud Mary", "Centerfield", "Bad Moon Rising", "Rockin’ All Over the World", "Born on the Bayou" en "Fortunate Son", de man achter de legendarische rockgroep Creedence Clearwater Revival. Klonk zijn stem op deze cd nog wat dunnetjes en mat, op zijn nieuwe plaat weet Fogerty net zo’n rauwe strot op te zetten als vroeger – en maakt hij weer met recht aanspraak op de titel "Beste Rock & Roll Stem Aller Tijden". Na het uiteengaan van CCR werd Fogerty vooral geplaagd door contractuele hindernissen die 's mans activiteit minimaliseerden. De platen die verschenen kenmerkten zich door hun strakke voortzetting van de rootsy swamprock waar Creedence patent op had. Deze lijn wordt op het nieuwe album "Revival" gelukkig weer onverdroten voortgezet. Na jarenlang getouwtrek met zijn platenmaatschappij over de auteursrechten van zijn eigen geschreven nummers, blijkt John Fogerty uiteindelijk aan het langste eind te hebben getrokken. Fogerty is nu heer en meester over zijn eigen composities en dat is te merken! Niet alleen is hij weer terug op zijn oude vermaarde Fantasy Records label waar hij met zijn band zijn grote successen had eind jaren '60 en begin jaren '70, maar Fogerty is ook helemaal in de wolken met zijn nieuwe album, en dat is geen wonder, want eindelijk is hij weer net zo vitaal in de weer als tijdens zijn hoogtijdagen met CCR. Op "Revival" - uitgebracht door Fantasy - grijpt hij dan ook met graagte terug naar zijn klassieke verleden en weet dankzij zijn vakmanschap een heerlijke plaat te maken. Deze cd grijpt in vrijwel ieder nummer terug op een song uit het verleden (zo doet een nummer als "Gunslinger" ommiddelijk denken aan "Have You Ever Seen The Rain?" en een andere klassieker uit die glorietijd, "Lodi", vinden we hier zeer verwant met "Broken Down Cowboy"), en ook in de teksten is Fogerty behoorlijk retrospectief. Wat vooral opvalt, zijn de aansprekende songs, de zo herkenbare gruizige stem van Fogerty en zijn spetterende gitaarspel, want bijna in ieder nummer komt een andere vintage gitaar uit de koffer en die staat steeds keihard in de mix. Op deze cd wordt hij bijgestaan door Benmont Tench en Kenny Aronoff, die zich uitstekend weten te beperken en Fogerty precies de begeleiding geven die zo goed bij hem past. "Revival" is gewoon een spetterend album, met meezingbare introotjes en listige gitaarriffjes, een album dat nadrukkelijk verwijst naar Fogerty’s gloriejaren, maar ook laat horen dat zijn swamp-rock 35 jaar na de hoogtijdagen van Creedence Clearwater Revival nog niets van zijn kracht heeft verloren.


 

JOHNNY SANSONE
POOR MAN' S PARADISE
Website
E-mail: management@johnnysansone.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

Ik moet eerlijk toegeven dat alles wat uit New Orleans komt een streepje voor heeft bij mij. Wel, Johnny Sansone is er zo ééntje, deze meester op de mondharmonica en accordeon kon zo een cd volblazen met virtuoos ruig mondharmonicageweld, wat hij ook deed op zijn debuut, maar nu is hij meer een stillist die zijn cd vult met afwisseling en aparte songs en veel meer spaarzaam gedoseerde porties mondharmonica, accordeon of national steel en fiddle. Songs ook die doordrongen zijn van de echte New Orleans sound, dit levert een mooi transparent geheel op met een veel helderder geluid. Dit krijgen we nog wel even in "Any Dog Would Do", dat een beetje aan de Chess sound van Howlin’ Wolf herinnert. De meeste songs echter zijn echte New Orleans getinte dingen. Zo begint de cd met "Poor Man's Paradise" waarin de accordeon van Johnny wat herinnert aan de Subdudes ondermeer door het geluid van de National steel van Roberto Lani. De song is opgenomen in Johnny's Living van zijn huis en gaat natuurlijk over de schande van de afhandeling van de Katrina ramp. "You Got Me" is dan weer zo 'n song waar de geest van de vroegere Band in rondwaart. Roberto Lani is sterk bezig op slide, terwijl een J.L. Hooker riff de basis vormt voor een stukje mondharmonica van Johnny op Sonny Boy's wijze. Uiterst sober begint "The St Catherine" met enkel een National steel en Johnny's stem, langzamerhand krijgt het nummer een voller geluid, tot er uiteindelijk een mooi cajun nummer te voorschijn komt met fiddle, accordeon en dobro. Het rockende "Happiness, Love and Lies", is één van de topsongs op deze cd. Het enigzins grappige "Your Dead" vol zwarte humor is een begrafenis - drinklied, en de slide doorheen het nummer zou mij zeker terug onder de levenden kunnen brengen. De song "44" is door zijn eenvoudige opbouw en meeslepende hypnotische beat opnieuw weer zo ééntje die blijft nawerken. In "Johnny Sadsong" krijgen we een opsomming van de tegenslagen die Johnny allemaal overkwam en is ondanks de titel een vrolijke boogie. Totaal in contrast dan een mooie ballade in mineur om af te sluiten : "I'm Goin' Home", de zoveelste verwerking van het leed van New Orleans, want ondanks alles wil je er terug naar toe. Mooie New Orleans blues, een afwisselende en boeiende release, deze "Poor Man’s Paradise".
(RON)


 

WILLIE McBLIND
FIND MY WAY BACK HOME
Website
Email: freenote@earthlink.net
Label: Freenote Records
Cdbaby

 

"Jon Catler has integrated his microtonal intonation and theory, and idiomatic blues feel into a radically original voice”.
( Zie foto van “microtonal” 64 tone gitaar, kijk naar de vele extra frets op de hals)

 

Willie McBlind is een bluesband die ons een heel aparte sound brengt die niet voor ieders oortjes bestemd is, hiermee bedoel ik dat het geluid van hun opnames wel heel erg apart is. Gitarist Jon Catler uit New York is een man die gek is op experimenteren, evenals zangeres Babe Borden. Beiden worden daarbij bijgestaan door bassist Neville L'Green en drummer Lorne Watson. De nummers op deze cd zijn vooral delta blues geinspireerde songs, maar dan gebracht op een verrassende wijze die op zijn minst vernieuwend mag genoemd worden. Zangeres Babe Borden kan met gemak drie octaven aan en zingt op een wijze die eerder verwant is aan wat Diamanda Galas ons voorschotelt, dan wat we gewoon zijn van een "normale" blues zangeres. Vocale acrobatiek noemen ze het in hun bio, en dat klopt, maar je moet er wel van houden. Gitarist Jon Catler is op zijn minst even speciaal, ook volgens de bio speelt hij gitaar in microtonen en met " juiste intonaties". Microtonen zijn 64 noten per octaaf en de juiste intonaties houden de tonen in balans met natuurlijke geluiden. In de natuur schijnen alle geluiden immers ook dat 64 noten schema te hebben.Jullie kunnen toch nog volgen,...wel ik niet. Maar het moet gezegd worden, de gitaar van Catler klinkt apart (maar toch mooi. De nummers zijn re-arrangementen van nummers van Son House, Howlin Wolf, en onder andere ook van Blind Willie Mc Tell en Blind Willie Johnson, vandaar waarschijnlijk de groepsnaam. Voor de zanglijnen van Babe Borden is het wat meer wennen, je moet haar stem meer als een extra instrument bekijken, want grotendeels gebruikt ze die stem niet om teksten te zingen , maar eerder langerekte tonen die zich tussen de gitaarlijnen kronkelen, zich ermee verstrengelen en in unitoon meezingen, een mooi voorbeeld hiervan is "Every Time". Het is even wennen, in het begin schrik je wat, maar ik betrapte me er op dat je na een aantal nummers dit stijltje al gewoon wordt. Willie McBlind neemt oude Delta blues en geeft het nieuwe injecties, de soms "buitenaardse" gitaren en vocalen blijven toch die stevige traditionele bluesbasis behouden. Neem nu "Pony Blues" van Charly Patton, het begint als een country blues, gaat dan ongemerkt over in een country & western hoedown, om wat later terug te keren naar zijn beginpositie. In "Fall" bevalt de gitaar van Catler me wel, want hij doet erg denken aan de stijl van Derek Trucks, en hij laat ook een paar maal horen dat hij ellenlange sustain kan verkrijgen waar Carlos Santana jaloers zou op zijn. Ook bij Everytime is de gitaar uiterst mooi. Zoals ik reeds zei is wat langer wennen aan de zangstijl van Babe Borden, maar al bij al leverde Willie Mc Blind met "Find My Way Back Home" een erg vernieuwende en aparte bluesplaat af voor luisteraars die een gedurfde aanpak wel zien zitten, en wat uitgekeken zijn op de 12 maten blues van 13 in een dozijn.
(RON)


STEPHEN SIMMONS
SOMETHING IN BETWEEN
Website
myspace
Mail: mail@stephensimmonsmusic.com
Label : Locke Creek Records / Rounder Europe
Distr. : Munich Records

 

Ik herinner me dat één van de eerste CD’s die ik voor Rootstime mocht bespreken “Last Call” was van Stephen Simmons, een album dat onze Freddy al eerder onder de loep had genomen toen de CD in 2004 in Amerika verscheen, maar dat eind 2006 voor het eerst op de Europese markt werd uitgebracht, ongeveer tegelijkertijd met zijn nieuwe 2006-CD “Drink Ring Jesus”. Een andere herinnering was dat ik “Last Call” een uitstekende plaat vond van een singer-songwriter die mooie liedjes in het country-pop-rootsrockgenre schreef voorzien van aangrijpende en doordachte teksten. En zie nu, vandaag ligt hier de nieuwste schijf van Stephen Simmons voor me op tafel ter bespreking. Ook nu prijs ik me weer gelukkig dat ik werd uitverkoren om wat te vertellen over “Something In Between”, een CD die alweer 11 uitstekende moderne songs bevat die zo allemaal op de gespecialiseerde radiozenders door de ether kunnen gejaagd worden. Onderwerp van de teksten is de complexiteit van de menselijke relaties, de veranderende emoties die je op diverse momenten in relaties ondergaat en alles wat daarbij komt kijken. Af en toe doet de stem en de muziek van Stephen Simmons me denken aan Dwight Yoakam of aan Neil Young, vooral als de mondharmonica wordt bovengehaald, zoals hij al meteen doet in het eerste nummer “Don’t Mind Me”. Muzikaal zijn alle nummers stuk voor stuk volwaardige producties geworden: “Hold You Today”, “New Scratches” en “Hey” en “Go Easy On Me” klinken heel catchy en swingend met gitaar en orgel als weerkerende sfeermakers. Wat rustiger gaat het er aan toe in de ballads “We’ll See” (over donkere wolken die boven een relatie hangen),”Long Road” (over wantrouwen in een relatie), “Down Tonight” (wat een prachtsong over hartverscheurende schuldgevoelens) en afsluiter “All The Time I’ve Got”. Stephen Simmons werd als zoon van een fabrieksarbeider en een onderwijzeres opgevoed in Woodbury nabij Nashville, Tennessee, de bakermat van de countrymuziek. Vanzelfsprekend kan je die invloeden dan ook niet wegdenken uit de muziek die hij later is gaan schrijven en waarmee hij op weg is om een grote mijnheer in het genre te worden. “Something In Between” werd opgenomen in een studio in Nashville, Tennessee waar in het verleden mensen als Elvis Presley, Neil Young, Joe Cocker en B.B. King al muziek voor het nageslacht vereeuwigden. Misschien is er in de toekomst nog een plaatsje vrij in deze galerij der groten voor dit nieuwe talent. Zeer mooie plaat en zeker geen tussendoortje. Ik ga ze meteen nog eens opzetten.
(valsam)


 

 

 

THREE DAY THRESHOLD
AGAINST THE GRAIN
Website - myspace
E-mail: thethreshold@hotmail.com
Label:HI-N-DRY records
VIDEO

 

 

Op het HI-N-DRY label van de groep Morphine verscheen de derde cd van Three Day Threshold, een rock'n'roll, bluegrass, rockabilly punkband uit Boston. Hun mix van country, rock, celtic en punk levert een aanstekelijk soundje op, die het beste combineert van Johnny Cash, the Pogues, The Blasters en nog wat Steve Earle en Mojo Nixon. Kier Byrnes is zowat de motor van deze band, hij schrijft alle songs, zingt en speelt gitaar, banjo en mandoline, en dat doet hij allemaal uitstekend! Stil zitten is net als bij de muziek van vergelijkbare groepen zoals The Hackensaw Boys, the 357. Band en Legendary Shack Shakers uiterst moeilijk, mij moesten ze bij wijze van spreken op mijn stoel vastbinden, want songs als "Thrown Out" (bluegrass in overdrive) en "Whiskey, Your The Devil", een echte Pogues "drinkin music" meebruller, zijn pure energiebommen. Meer Keltische rock 'n' roll brengt dit zestal ons in "Kelly I'm Coming Over" en " Back Home in Derry" een echte "Pirate song". Hiermee is 't echter niet gedaan met de opsomming van puike songs: "I Must admit" is ook nog zo'n knappe rootsrock song, waarbij ik tijdens het refrein telkens aan The Kinks moet denken, omdat hier de sound van deze band vocaal sterk benaderd wordt.Tafels en stoelen terug aan de kant voor "It's Allright" waar de mix van echte rock 'n' roll en bluegrass helemaal perfect is. Of een andere topper: "Gone" met middenin dit snelle rockabilly punknummer een scheurende solo op mondharmonica. Als laatste aanrader is er dan nog "Softly", zuivere rootsrock, een mooie langzame song vol met twangy gitaren. Voor organisatoren die op zoek zijn naar een high energy band, waarvan men zeker kan van zijn dat ze de tent op zijn kop zetten, voortgaande op wat ze op deze cd laten horen: naar Belgie halen a.u.b, voor ze te duur worden, want het is nu eenmaal een zesmansfomatie. Hopelijk op één van de festivals volgende zomer...
(RON)


 

JON STRIDER
WHITE WINGS
Website
Mail : info@jonstrider.com
Label : New Sky Records
Distr.: Hemifran

 

 

Van deze Californische singer-songwriter wordt gezegd dat hij een mix brengt van de rockmuziek à la Tom Petty met moderne countrysongs à la Vince Gill en de moderne rocksongs in de stijl van Shawn Mullins. Je kunt er echt veel slechter aan toe zijn qua referenties. Zijn “Rhythm ‘n’ Folk”-liedjes over vertrouwen en geloof kan je inderdaad linken aan songs van deze drie genoemde artiesten, maar het blijft de verdienste van Jon Strider dat hij er één hoogst persoonlijke touch aan geeft. “White Wings” is zijn vijfde CD na “Strider…steps out” (1990), “Kindered Way Vol. 1” (1994), “Kindered Way Vol. 2” (1996) en “2000 Calling” (2000). Naast zijn solowerk heeft hij ook nog een full-time muzikantenleven in de groep “The Offering Band” en als producer of muzikant van een indrukwekkende lijst albums van andere artiesten zoals Paul Simon, Elton John, Don Henley, Jackson Browne, Carlene Carter, Dwight Yoakam, George Thorogood, Steely Dan, Tori Amos, John Hiatt, Little Feat and Whitney Houston . Privé besloot Jon Strider onlangs om naar Malmö in Zweden te verhuizen, even onverwacht als onlogisch, maar daar ligt hij niet van wakker. Zijn favoriete instrumenten zijn gitaar en keyboards en optreden is zijn langste leven. Ook in begeleidingsgroepen van o.a. Van Morrison, Mink De Ville, Chuck Berry, John Lee Hooker en Boz Skaggs speelde hij keyboards en verzorgde hij backing vocals. Al van bij het begin van “White Wings” merk je dat we hier een sterk album mogen beluisteren. Songs schrijven is blijkbaar ook nog een voorname kwaliteit van deze artiest. “At The Way Station”, “We Got Faith”, “Walk Into The Light”, “Best Of Both Worlds”, “White Wings” en “Coming Alive” zijn stuk voor stuk knap opgebouwde en goed geproduceerde songs. De stem van Jon Strider heeft ook die typische Zuiderse warmte die broodnodig is om goede countryfolk te kunnen brengen. Voor de muzikale begeleiding op “White Wings” heeft Jon Strider in Zweden gerecruteerd maar die Scandinavische invloeden zijn nergens terug te vinden in dit op en top Americana-album. Mooi werk.
(valsam)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NELSON ADELARD
BLUES STILL GOT A HOLD ON ME
Website - myspace
Email: thenaband@msn.com
Info: NA management
namanagement@msn.com
Cdbaby

 

Al zo'n 40 jaar vertolkt Nelsen Adelard op zijn eigen wijze de verschillende bluesgenres. Dat moge dan in de Lage Landen soms onopgemerkt zijn geweest, al maakte hij zijn eerste solo album "Blues Got A Hold On Me" met J Bird Records reeds in 1999. Op het album "Jack Of All Trades" (2003) is Nelson ook gitarist/harmonicaspeler en keyboardspeler. Een cd met een breed aanbod aan stijlen: blues, swing, jump en zelfs wat gospel. Met als gastmuzikanten: Kaz Kazanof (Sax), Johnny Moeller (gitaar), Guy Forsyth (slide gitaar) en Gary Primich (harmonica) swingt deze plaat als de pest. De Louisiana-bluesstijl heeft steeds een grote invloed op Nelsen zijn carrière gehad, en dit is duidelijk te horen op zijn derde album: "Take Me Back" (2004). Een plaat geproduceerd door Richard Robinson en Nelson zelf wekt de nodige verwachtingen. Het zou erg jammer zijn dat enkel gitaarliefhebbers zijn swingende werkje "Take Me Back" zouden oppikken. Adelard speelt inderdaad prachtig en genuanceerd gitaar, maar ook mondharmonica, piano en trompet, en op de elf tracks laat hij de instrumentale begeleiding over aan John Duzik (bas), Ben Beckley (drums), Steve Gabil (gitaar), Mark Norris (sax) en Jerry Wolfe (trombone). Daarnaast zingt hij op een onopvallende manier heel goed. Acht nummers heeft hij zelf geschreven, ze zwerven ergens tussen swing, jump en country blues, en hebben een uit het leven gegrepen thema en zijn prima van schriftuur. Deze cd sluit af met een akoestisch versie van "Blues Got a Hold On Me", titeltrack van zijn debuutalbum, waarin Adelard het gezelschap krijgt van Dee Dee O'Malley (backing vocals). Een nummer dat met zoveel gevoel gespeeld is dat we even stil waren. Dit akoestische werkje moet Adelard zeer goed bevallen zijn want op zijn volgende album "Unplugged" (2006), horen we weer een staaltje van zijn akoestisch kunnen, met buiten zijn eigen composities, werk van groten als Willie Dixon en Muddy Waters. En nu is er het nieuwe album "Blues Still Got a Hold On Me", een re-release van zijn debuut van acht jaar geleden. Nelsen Adelard is één van de beste harmonica spelers, hetgeen hij te danken heeft aan al zijn ervaringen. Reeds op de leeftijd van 15 jaar begon hij harmonica te spelen, en dit vooral in zijn geboorteplaats waar hij toen al grote fan was van Muddy Waters, James Cotton, Matt "Guitar" Murphy en Johnny Winter. Tien nummers op deze nieuwe plaat zorgen voor een echt East Coast's blues-sfeertje. Negen van die nummers zijn eigen composities, enkel het afsluitende "Ain't Misbehavin'" is een klassieker die voor het eerst werd opgenomen door Louis Armstrong in 1929, maar Adelard bezorgt dit nummer hier een zeer frisse bewerking. De cd opent met een rockin' jump bluesnummer "Don't Stop Now". Een nummer waarin we dadelijk kennis maken met een strakke band bestaande uit John Duzik (bas), Nick De Gaulejac (drums), Steve Gabil (gitaar) en Rick Arbuckle (sax). Producer Michael Monarch is ook te horen op een drietal nummers op keyboards, maar het best is hij op slide gitaar in de titeltrack, naast Nelsen's uitmuntende harmonicaspel. Uitschieter is wel degelijk deze titelsong waar Adelard op harmonica het beste van hemzelf geeft, maar heel mooi vinden we ook de emotionele blues ballade "Black And Blue" en het even rustige "Give It One More Try", dat zo geplukt kon zijn uit het repertoire van Otis Redding. In deze ballads is Adelard vocaal werkelijk op zijn best, maar de grote klasse komt ook naar boven in het Louisiana getinte "Jacko's on the Bayou" en de toe-tappin' boogie-woogie "Gotta Boogie". Voor liefhebbers van dit genre is deze plaat na 8 jaar noch steeds ééntje om van te snoepen. Samen met zijn vrienden klinken ze op "Blues Still Got A Hold On Me" erg overtuigend. Een lekker gesmeerde bluesmachine die de East Coast blues, R&B, en de good-time blues hoog in het vaandel draagt. Ik zou zeggen schaf je een exemplaar aan en u zal wellicht mijn mening als bluesliefhebber delen.