ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007


MUDDY WATERS, JOHNNY WINTER & JAMES COTTON - BREAKIN' IT UP, BREAKIN' IT DOWN

THE TIJUANA GIGOLOS - LAID TO WASTE

RICH MCCULLEY - CERRO GORDO

BRIAN STOLTZ - UP ALL NIGHT

DAN COHEN - DAN COHEN

TWO DOLLAR PISTOLS - HERE TOMORROW GONE TODAY

WALT WILKINS & THE MYSTIQUEROS - DIAMONDS IN THE SUN

THE BOOGLARIZERS - IRONBOUND BLUES

KEN ARCONTI - AS THE YEARS GO PASSING BY

HILLSTOMP - AFTER TWO BUT BEFORE FIVE & THE WOMAN THAT ENDED THE WORLD



 

 

MUDDY WATERS, JOHNNY WINTER & JAMES COTTON
BREAKIN' IT UP, BREAKIN' IT DOWN
Label: Epic Records
Legacy Recordings
Distr.: Sony BMG Music Entertainment

 

"Breakin' It Up & Breakin' It Down" biedt een prachtige staalkaart aan vroege Chicago-blues. De opnames gebeurden in Detroit, New York, en Philadelphia tijdens hun legendarische tournee in 1977. Muddy Waters nam samen met Johnny Winter en James Cotton in datzelfde jaar het album "Hard Again" (Blue Sky Records) op, gevolgd door deze tounee en dertig jaar later nu deze CD. Dit was natuurlijk een tijdje (jaren 50) nadat Muddy van de plantage naar de grote stad was verhuisd. De inmiddels legendarische broers Leonard en Phil Chess boden het ontluikende, doch rauwe talent de mogelijkheid om tot volle wasdom te komen. Muddy's songschrijvercapaciteiten zijn dan al op hoog niveau. De Chess-broers brengen hem in contact met een aantal gelijkgestemde blueszielen waarna de blues een definitieve elektrische vorm vindt. Van de Mississippi Delta tot in Chicago alshetware, waar hij van de folk-blues omschakelde naar de elektrische blues. Muddy Waters maakte in Chicago al gauw naam en in zijn band speelde onder andere Otis Spann, Little Walter, Jimmy Rogers en later James Cotton. Maar samen met mondharmonicabeul Little Walter en de niet minder legendarische gitarist Jimmy Reed legden ze toen een aantal opnames vast die nu als klassiek gelden. Veel van deze songs zijn nu ook terug te vinden op "Breakin' It Up & Breakin' It Down" die opent met het stevige "Black Cat Bone/Dust My Broom", met prachtig gitaarwerk, vervolgt door het geniale "I Can't Be Satisfied". Dit in maart 1977 opgenomen live-optreden van de misschien wel grootste bluesartiesten ooit bevat naast deze bluesgrootheden, een aardige hoeveelheid andere artiesten als Bob Margolin (vocals, gitaar), Pinetop Perkins (vocals, piano), Willie “Big Eyes” Smith (drums) en Charles Calmese (bas). Op "Breakin' It Up & Breakin' It Down" staat verder een dwarsdoorsnede van blues met klassiekers als, vooreerst Waters klassiekers, "Got My Mojo Workin'" en "Trouble No More", de schitterende slow blues "Dealin' With The Devil" en de boogie "How Long Can A Fool Go Wrong" van Cotton en de swingende covers, Jackie Brenston's hit "Rocket 88" met Cotton in een glansrol en Johnny Winter anderzijds in John Lee Hooker's "I Done Got Over It". Andere covers zijn o.a.: J.B. Lenoir's "Mama Talk to Your Daughter", Lowell Fulson's "Love Her with a Feeling" en de welbekende jump blues "Caledonia". Veel van de songs werden jaren eerder al opgenomen, toonaangevend en toonzettend voor de volgende generatie. Muddy neemt vijf tracks voor zijn rekening waaronder "Caldonia" en het sluitende "Got My Mojo Workin", maar zeer opmerkelijk is de stem van Waters in "Can't Be Satisfied" en "Trouble No More". Deze prima uitgevoerde en gedocumenteerde (bijhorende boekje en linernotes van Bob Margolin) cd is dan ook vooral een fraaie bevestiging van hun kunnen en een must voor elke liefhebber van de betere Chicago blues.



 

 

 


THE TIJUANA GIGOLOS
LAID TO WASTE
Website -
myspace
Info: info@tijuanagigolos.com
Label : Eigen Beheer
Cdbaby

 

Ik weet niet of the Tijuana Gigolos enige vorm van helderziendheid vertonen en op de hoogte waren van de kwakkelzomer die wij dit jaar geserveerd kregen, feit is dat zij nu pas, eind september, met hun aanstekelijke zomerse party - time music op de proppen komen. "Laid to Waste" is de opvolger van het uitstekende "Do Ya Wonna Go" dat in juli '05 onder de loep werd genomen en mocht rekenen op heel wat lieve woordjes. Niet verwonderlijk want Marty Steinhausen, Tony Meza, Tom Harvill, Jeff Boehmer en Dave Robel brengen van die aanstekelijke roots / rock / blues / country / Tex - Mex die je kan linken aan Dave Alvin, Billy Bacon, John Fogerty, Doug Sahm, the Blazers, Los Lobos, the Hacienda Brothers en dat is natuurlijk spek voor onze bek. Het gezelschap uit Lincoln, Nebraska onderging geen wijzigingen in het personeelsbestand en bouwt dus rustig op hetzelfde stramien verder. Titelnummer "Laid to Waste" zet meteen Tom Harvill (organ & piano) en drummer Dave Robell in het ( Blasters) zonnetje, worden alle blues / Southernrock registers open getrokken op "Howl at the Moon" (Matt Walace on sax, Josh Hoyer on baritone Sax) en "Dig That Shovel". Diezelfde Tom Harvill mag zijn Tex - Mex orgeltje à Augie Meyers van onder het stof halen op "Bordertown" en dat blijkt de ideale aanzet voor een leuke polonaise die met "You Better Run Boy" aardig wat vaart krijgt, Omar & the Howlers doet blozen met "Let It Burn" en met het instrumentaaltje "22nd Street Lullaby" voor een aangenaam zwoel sfeertje zorgt waarbij de emoties hoog kunnen oplaaien. "Rich & Famous" zullen the Tijuana Gigolos waarschijnlijk niet worden, er is nogal wat stevige concurrentie, maar de song swingt en rockt als de pest en is de voorbode voor de songs "You Say It's wrong" en "the Fishman" (die aardig wat Britse punk / rock invloeden uit de seventies / eighties herbergen) en voor nog meer retro zorgt met het psychedelische "Addiction". Voor ons niet gelaten maar wij preferen toch het gebruik van de eenvoudige koeienbel op het (Blazer's) deuntje "Devils Hideaway" .....



RICH MCCULLEY
CERRO GORDO
Website - myspace
Info : richmcculley@Hotmail.com
Label : Eigen Beheer
milesofmusic - Cdbaby

 

"I can’t reinvent the wheel, but I can put my own spin on it "
(Rich Mc Culley)

 

"Rich Mc Culley is not dead .. not yet" (My Space Music) ... inderdaad, de man lijkt mij springlevend en daar zal het succes van zijn vorig album "Far From My Angel" in ruime mate toe bijgedragen hebben (zie rev : Aug '05). Een schitterend album dat komaf maakte met een hoop frustraties - teleurstellingen die zich voornamelijk in zijn privé/liefdesleven afspeelden ("Suspicion, Deceit. Infidelity. Heartbreak. Love found turns to love lost. Ten years ...gone. Women can be such devils"). De veteraan in het roots/rock gebeuren is ondertussen goed ingeburgerd in zijn nieuwe thuishaven Los Angeles, vandaar zijn ode "Forever California", ziet de toekomst weer optimistisch tegemoet en dat weerspiegelt zich in de tien spiksplinternieuwe rootsy - pop tunes. Co writer Duane Jarvis is opnieuw van de partij op de openingstrack "Forget It All Again" maar ook andere Rootstime - habitués, ondermeer Kaz Murphy ("Sad Sound") en David Serby ("Better Days") dragen hun steentje bij. Toch zijn het voornamelijk Todd Herfindal (from the Meadows) co - writer, back - up vocals, percussie en singer/violist Amy Farris (Dave Alvin, Kelly Willis) die ongetwijfeld voor de meeste schouderklopjes in aanmerking komen. De (liefdes) hemel lijkt opgeklaart, "the Better Days" zijn in aantocht en Rich Mc Culley loopt blijkbaar weer op vrijersvoeten rond ... "I Never Really Loved you" (een schitterend a tongue in cheek duet met Amy Farris), "If I Hesitate" (a song of new love) en "I Finally lost" ... een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Inderdaad ..."Heart's on Fire" en Rich Mc Culley voelt zich opnieuw als een visje in het water ("I’ve learned not to be so attached to things and outcomes, and instead to just enjoy the experience. At the end of the day, being able to survive and make a living in music, play with my friends, and find new inspiration, that’s what drives me forward."), de Americana/alt. Country invloeden mogen dan ietwat op de achtergrond verdwenen zijn, over het album "Cerro Gordo" zweeft een lichtjes zeemzoet Beatles/Nils Lofgren sfeertje en een romantisch pop windje ... het vertaalt zich momenteel in erg leuke verkoopcijfers. (zie Miles of Music)

Cd / info :
I also have co-writes with Todd Herfindal, Kaz Murphy, Mark Bransfield, Duane Jarvis, Foster Johnson, and David Serby
I used a great bunch of players as well, Taras Prodaniuk (Dwight Yoakum, Lucinda Williams), Rob Douglas (Chuck Prophet), Brian Young (Fountains of Wayne), Todd Herfindal, Tommy Rickard, Dennis Hamm, Amy Farris (Kelly Willis, Dave Alvin), Steve Mugalian (Dave Alvin), Glenn Sherba, and more.




BRIAN STOLTZ
UP ALL NIGHT
Website -
myspace
Label : Long Overdue Recordings
longoverdueproductions@yahoo.com
Cdbaby

 

Brian Stoltz, best bekend als gitarist van de Funky Meters, woont al vele jaren in New Orleans, LA. en kreeg jammer genoeg ook Hurricane Katrina op bezoek. Hij is ook het levende bewijs dat er in het zuiden van de States niet alleen godvrezende boeren wonen die kritiekloos de regering Bush napraten. Stoltz is, zoals veel Amerikaanse songwriters boos op de regering Bush en hij is dat al een heel tijdje. Niet verwondelijk dat deze boosheid een steeds vooraanstaandere plaats in zijn songs inneemt. Om dat kracht bij te zetten koos hij voor zijn vorige album de titel "God, Guns & Money". Deze vlijmscherpe song kon dan ook niet ontbreken op zijn nieuwe album, "Up All Night", een dubbel-cd live opgenomen in 2006 gedurende een prachtig optreden in Fort Lauderdale, en laat Stoltz uitmuntend gitaarspel horen, dat Bob Dylan omschreef als "funky and blistering with articulate schemes". Muzikaal heeft Stoltz zich de afgelopen jaren ontpopt als een soort muzikale Steve Earle of wijlen Warren Zevon die zijn muziek gebruikte als vehikel voor zijn politieke boodschap. Op deze manier maakt Stoltz niet alleen maar vrienden en bovendien: muziek met een politieke boodschap klinkt al gauw prekerig en op den duur heel gedateerd. Waardoor de kwaliteit van de muziek zelf dus heel belangrijk wordt.

Gelukkig is Stoltz op dit gebied en tijdens dit optreden in vorm, zodat zijn gloeiende gitaarspel ook zonder de teksten boeit. Op de playlist stonden die avond voornamelijk songs uit zijn laatste studio-cd's: "East of Rampart Street" (2003) en "God, Guns and Money" (2005), maar ook covers als "All Along the Watchtower" en een reggae uitvoering van "Ring of Fire". Persoonlijk prefereer ik de songs waarin Stoltz meer muzikaal dan politiek zijn statement maakt, de teksten zijn vaak zwaar politiek geladen, soms bitter en wrang. Uitschieters zijn de meer bluesy nummers, als "War Song" dat wel even aan Bob Dylan laat denken, "Been Up All Night", waain zijn slide gitaar op scherp staat en Dr.John's "I Been Hoodood", een nummer dat je meteen aan het dansen brengt. Reeds gedurende de jaren '80 speelde hij gitaar bij the Neville Brothers, waarna hij op toer ging om opnames te doen met o.a. Bob Dylan, Linda Ronsdadt, Paul Simon, Dr. John, Jimmy Buffett, Coco Montoya, The Wild Magnolias, Zachary Richard en vele anderen. Buiten zijn solo projecten speelt hij tegenwoordig met de funky jam band, Porter Batiste Stoltz. "Up All Night" is wederom een sterke plaat van deze New Orleanse funky/blues gitarist die met de hulp van The Alligator Alley All-Stars: Carl "Kilmo" Pacillo (bas), Bob Taylor (keyboards, vocals) en Jeff Renza (drums) ons roots rock voorschotelt van het allerhoogste niveau, tweemaal zeven fantastische songs die kunnen concurreren met het beste dat Brian Stoltz tot dusver maakte.


DAN COHEN
Website
Label: Weston Boys Entertainment
westonboys@gmail.com
Booking: Hannah Cook
hannahcook615@gmail.com
Info: LC Media lcmedia@bellsouth.net
Cdbaby

 

 

Dan Cohen is een jonge nieuwe ster die twinkelt aan het rootsfirmament. Hij is afkomstig uit New Orleans, belandde via Philadephia waar hij school liep, in Nashville en omdat hij al van zijn twaalfde muzikant was, gitarist meer bepaald, begon hij met het begeleiden van country artiesten, zoals Tracy Bird en Brian White, en werkte ook nog in een songwriters team en na een korte tijd kreeg hij met zijn band "Stone" een platencontract bij Sony. Spijtig genoeg voor hem (en voor veel andere artiesten wereldwijd) kwam er een fusie van de giganten Sony en BMG waardoor bij beide labels enkel nog de risicoloze artiesten overbleven, de rest mocht oprotten om het cru te zeggen, maar zo is nu eenmaal de huidige platenwereld, kortzichtig tot en met. Kortom, de groep Stone liet men vallen als een steen (waar blijf ik ze halen?). Dan Cohen was de volgende "independent” artiest , die mocht proeven van de vrijheid, het komt alleen maar de muziek ten goede. Dan ondekte dat vlug toen hij bij Weston Boys, de indie waar hij nu bijzit, zijn eigen ding mocht doen. Dat dit meestal beter werkt dan die idioten van marketing managers te moeten volgen die geen kl... van muziek afweten, is weer duidelijk hoorbaar aan deze cd, want het is een juweeltje. De productie zit vol afwisseling, van goede traditioneel getinte countrysongs, over alternatievere country en Americana naar singer-songwriter stuff. Op de hoesinfo vindt je tussen de instrumenten dingen als, een riem, een schroevendraaier, een kandelaar, lepels, de vloer en geitenpoten. Verwacht daarom geen ”weird” soort van plaat, alles klint redelijk normaal. Dan is een goede componist, een knap songschrijver, een uitstekende gitarist en daarenboven een prima zanger. Het begint al dadelijk sterk met ”Rabbit’s Foot”, en licht funky song van het soort dat we gewoon zijn van Delbert McClinton, ik zie hem dit nummer zo vertolken. Wat verder, in “Jackknife” is ’t thema vrachtwagens, dit is zowat de meest funky truckdriverssong die ik ooit gehoord heb, met in’t midden een vingervlugge gitaarsolo van Dan in echte Albert Lee stijl. “Waiting At The Bottom” herinnert aan Chris Isaak’s muziek, een mooie rustige Americana song vol sfeer. Het mooiste nummer is wel “Marie” een van een New Orleans sfeer voorziene lovesong met een mooie sllde solo en een minimale tekst (amper 12 woorden), maar zo effectief. Een drietal instrumentals ook, die dienst doen als kleine soundtrack fragmentjes tussendoor. Telkens Dan de slide hanteert lijkt zijn gitaarspel erg sterk op dat van Derek Trucks (Allman Brothers+ eigen band). Zo ook in het erg mooie “You Can’t Break My Heart The Way I Wan’t You To”. Erg sterke Nashville invloeden zijn er in de rockende country song “My Side Of Town” met funky horns en gitaren. Het opzwepende instrumentale “Nuke -Ya – Ler Chikkin” geeft Dan nogmaals de kans om zijn vingervlugge gitaartechniek te tonen in een Danny Gatton meets Albert Lee gitaarduel in zijn ééntje. “Even Us” kan hierna als contrast wel tellen, met enkel piano en zijn prachtige stem brengt hij het ingetogen “Even Us”, door de aard van de song en de sterk gelijkende stem, moet ik hier voortdurend denken aan Jules Shear, maar die naam gaat spijtig genoeg weinig mensen iets zeggen, alhoewel Jules een heel groot artiest is. Om af te sluiten, een uiterst sterk debuut, met enorme afwisseling, al kan dat ook als de zwakte van deze CD gezien worden, me stopt graag in hokjes, en dat is hier moeilijk. Laat ons gewoon zeggen dat deze plaat te groot is voor het hokje.
(RON)


 

TWO DOLLAR PISTOLS
HERE TOMORROW GONE TODAY
Website - myspace
Info: pistols@twodollarpistols.com
Label: 8th House Records - myspace
Cdbaby

 

John Howie, Jr. Mag zich momenteel tot een van de gelukkigste mensen op deze aardbol rekenen. Niet alleen is hij al sinds 1996 de gewaardeerde frontman/singer/songwriter van the Two Dollar Pistols, bovendien werd hij onlangs vader, stampte hij recent met Michael Rank 8th House Records uit de grond en loopt de verkoop van hun nieuw album "Here Tomorrow Gone Today" als een sneltrein. Erg leuk voor een band die er op staat dat zij beschouwd worden als een 'countryband' en dat het woordje alt. nergens voor nodig is. "We would like folks to think of the Two Dollar Pistols as a country band that likes R & B, that likes rock 'n' roll, that likes rockabilly, that likes the Beatles but not a rock 'n' roll band that likes country music." Voila, het is genoteerd en zijn eventuele vergelijkingen met de andere North Carolina bands, the Backsliders, Whiskeytown, 6 String Drag volledig uit de lucht gegrepen. Voor dit album deden Howie - vocals, guitar, Scott Mc Call - lead guitar, Mark O'Brien - bass en drummer Matt Brown beroep op niemand minder dan Southern Culture on the Kids ringleader Rick Miller om de produktie op zich te nemen. Mary Huff (ook SCOTK) mocht net als de Tres Chicas ladies Lynn Blakey & Tonya Lamm ook een snabbeltje bijverdienen en levert longtime pedal seel amigo Clyde Mattocks een prestatie waar wij bij Rootstime "U" tegen zeggen. Het album "Here Tomorrow Gone Today" schiet met "When It was Over" en Scott Mc Call on lap steel aardig uit de startblokken en haalt met "Stranger Things Have Happened", "I Don't Know you, but I don't like you" en "Tortured Mind" een aardig country niveau waarbij Howie uitvoerig gebruik maakt van het beroemde Dwight Yoakam knik - in - het - stemmetje. Het iets stevigere titelnummer met een uitstekende rhythm sectie is ook nog best te pruimen maar dan zakt het album een beetje in mekaar... De bijna voltallige Tres Chicas en Clyde Mattlocks doen nog zo hun uiterste best maar songs als "Anyone Else But Me", "Nothing Left of Me"," You Cleared Every Hurdle" en "I Still Need Her" bezorgen mij zure oprispingen. "Before I Was Knowin It" en "Where You Pushed" kunnen de schijn nog eventjes hoog houden maar eigenlijk is het bijlange niet voldoende om dit schijfje in aanmerking te laten komen voor de eindejaarslijsten. Jammer... maar gelukkig voor the Two Dollar Pistols denkt men er in Amerika anders over.



 

 

 

WALT WILKINS & THE MYSTIQUEROS
DIAMONDS IN THE SUN
Website
Label : Palo Duro Records

 

 

In kringen van Nashville geniet singer - songwriter Walt Wilkins nog weinig bekendheid. Met zijn vorige platen "Rivertown" en "Mustang Island" is daar wel verandering in gekomen, dat succes ligt nu ook zeker weg voor zijn nieuw album "Diamonds In The Sun". Wilkins is geen bekende voor het grote publiek, maar voor collega-artiesten wel een begrip. Hij leverde songs aan voor vele grote namen uit de country-hoek (zoals Pam Tillis’ "Someone, Somewhere Tonight", Ty Herndon’s "Big Hopes" en Ricky Skaggs’ "Seven Hillsides"), maar is als uitvoerend artiest nog niet zo ingeburgerd als de mannen waarmee hij vergeleken wordt: Guy Clark en Van Morrison. Hij heeft een aangename stem en schrijft doorleefde nummers, die geprezen worden voor hun inhoud. Wilkins onderscheidt zich op deze nieuwe cd "Diamonds In The Sun" opgenomen met zijn Mystiqueros, Bill Small (bas), Ramon Rodriguez (drums) en gitaristen John M. Greenburg en Marcus Eldridge, als een vaardig schrijver van oorspronkelijke liedjes met soms verrassende wendingen. In zijn songs roert hij bekende thema’s aan, maar hij vertolkt en verwoordt ze op eigenzinnige wijze. Met zijn bijzonder warme, van emotie doordrongen stem verleent hij elke song een grote zeggingskracht, een song waarin hij steeds iets te vertellen heeft. De plaat is gedompeld in een sfeer van doem en somberheid. De meeste songs zijn stemmig getoonzet en gearrangeerd, enkele klinken verraderlijk opgewekt. Denkende aan de country-rock van Poco en the Flying Burrito Brothers, en het akoestische van Crosby, Stills & Nash, kunnen we hun sound omschrijven als een mix van country-rock uit de zeventig jaren, Austin alt. country en mainstream Nashville. Maar ook dit door Lloyd Maines geproduceerd album "Diamonds In The Sun" kent verschillende hoogtepunten. Tussen zijn zeven zelf geschreven of co-written nummers staan "Get Me Gone", "All These Memories" en "Quiet Moon" meteen vooraan. Daar we bij de covers The Band’s "The Shape I’m In", Ray Stephenson en Bob Dipiero’s "Honky Tonk Road" en Davis Raines’ "Big Shiny Cars" ommiddelijk enkele plaatsen vooruit schuiven. Voeg daarbij de titeltrack en "Red River Blues", songs die ons dadelijk laten denken aan The Eagles, de western swing in "Just Like Hank" en het gospel-achtige "Stand Up Seven", en we hebben wederom een prachtplaat van onze troubadour Wilkins, zondoordrenkt en troostend als de Texaanse vlakten.



THE BOOGLARIZERS
IRONBOUND BLUES
Website
E-mail: booglerizers@hotmail.com
Label: Eigen beheer.
Cdbaby

 

Hun debuut "At Home" stamt uit 1997, waarna in 2000 "Extra Crispy" het daglicht zag. Nu waren er echter 7 lange jaren voorbij gegaan eer we weer iets van hun te horen kregen: "Ironbound Blues" heet de nieuwe. "The booglerizers" zijn in feite een jugband uit Newark, maar dan niet van het kampvuur-type, zij brengen 15 songs op deze cd waaronder 9 originals. Veel van hun nummers zijn ragtime en barrelhouse nummers van de jaren 40, maar ook New Orleans stijl en covers van Dylan en Lowell George worden niet geschuwd. Hun benadering van deze songs is dus de skiffle stijl, tuba als bas, percussie met lepels, een regelmatig opduikende mandoline, die al dadelijk dat barrelhouse gevoel oproepen. Ze doen alles echter met de nodige subtiliteit, zodat de cd normaal blijft klinken en niet verzuipt in de effecten van het Jugband en Skiffle genre, zoals het gerasp op wasboard en het blazen in dikbuikige jugs. De titelsong "Ironbound Blues" is een nummer geschreven door Richard Dipaolo, de gitarist, zanger en songleverancier voor de band. Zijn slidespel op National steel in dit nummer is al dadelijk indrukwekkend te noemen. "She Can't Stop Dreaming Of Elvis" zet je op het verkeerde been, want het gaat hier niet om the King, maar om Elvis Costello. "Devil Got My Woman" welbekend van Skip James, is een knappe versie van deze klassieker met Richard knappe stem en gitaar in de hoofdrol. "Jamais Suzanne" is een ragtime instrumental in ware Scott Joplin stijl. "Buckets Of Rain" van Dylan dan, een beetje met imitatie nasale Dylan stem gebracht en met knappe slide fragmenten van de tweede gitarist Brian Maloy. Een heel aparte song is "Spider Hat Pin" waar de jugband invloeden wat sterker zijn, met leuke lepel-percussie een heel aparte melodielijn. "Sweet Sue" is een mooie gevoelige song die doet denkel aan het werk van Lowell George. De traditional die dan volgt "Gee Baby, Ain't I good To You" waarvan ik reeds verschillende versies bezit, zal altijd één van mijn favoriete pre-war bluessong blijven. Ook deze versie mag er best zijn. "Umbrella Funeral" is mijn favoriet op deze opname, vooral door de stem van Richard. Over zijn stem gesproken, die lijkt regelmatig heel erg op die van Lowell George, zoals ook in de song "Down & Blue" en het mooie "Viola Lee". Daarom is het verwonderlijk dat voor "20 Million Things" van diezelfde Lowell George net Brian Maloy gekozen werd, hij brengt dit nummer solo, alleen hij en zijn gitaar, maar door zijn hogere stem en het feit dat hij het nummer veel sneller brengt dan het origineel, lijkt het even of een Lowell George LP op 45 toeren draait. "Viola Lee" is opnieuw een voorbeeld van de sterke songs die Richard Dipaolo schrijft, zijn stem, die warm en ruig tegelijk klinkt en zijn slide gitaar zorgen hier weer voor een uiterst bluesy sfeertje. Het korte, grappige "Peanut Box" sluit deze "Ironbound Blues" mooi af. Een prima cd, die origineel klinkt en boordevol afwisseling zit. Aanrader!
(RON)



KEN ARCONTI
AS THE YEARS GO PASSING BY
Website
label :Jungle Beat Records
Cdbaby2

 

 

Een pas verschenen cd die een re-release is van een live cassette uit 1993, met opnames van uitstekende kwaliteit trouwens, aangevuld met enkele studio opnames die nooit verschenen, dat is "As The Years Go Passing By" van Ken Arconti. Hij is een echte guitarslinger zoals men dat zo mooi zegt. Zijn gitaarstijl is vergelijkbaar met die van Johnny Winter op de meeste nummers.Tamelijk veel covers op deze cd, zoals "Keep On Loving Me Baby" van Otis Rush, "Sen-Sa-Shun" van Freddie King, "Twenty-Nine Ways" (Willie Dixon) en Z.Z Hill "You Were Wrong" dat overgaat in "Voodoo Chile" van Jimi Hendrix, samen goed voor meer dan 14 minuten. Naast die cover van soullegende Z.Z Hill, is natuurlijk ook de titelsong "As The Yars Go Passing By" zo 'n dijk van een soulballad. Het origineel van Deadric Malone, voor mij nog altijd dé soulzanger, is ondertussen reeds voorzien van wel honderd coverversies vermoed ik, al zijn dat meestal pure bluesversies, zo ook hier, Ken soleert dat het een lieve lust is. "Look over Yonders Wall" van Elmore James, weer zo een veelgecoverde song krijgt hier een Johnny Winter meets Houndog Taylor bewerking. Het is wel duidelijk dat je echt een gitaarliefhebber moet zijn, want deze cd staat barstensvol (letterlijk en figuurlijk, ze duurt bijna 80 minuten) met gesoleer van hoog niveau. Omdat het merendeel live opnames zijn met als gevolg ellenlange solo's, vooral in "Voodoo Chile", is dat net op 't randje. Toch heb ik hier nooit dat gevoel wat je bij CD's van bluesrockgitaristen van de huidige generatie soms krijgt, dat 't allemaal wat zwaar op de hand is en één eentonige brei vormt. Hier niet, alles blijft een zekere helderheid behouden, waarbinnen de gitaar, ondanks de duur van solo's, zuiver en prominent blijft klinken. Ongelooflijk als je bedenkt dat dit 13 jaar geleden rechtstreeks op 2 sporen DAT van het mengpaneel van de P.A kwam, zonder hermixen, puur en rauw. De geluidstechnici van nu kunnen er een puntje aan zuigen. De drie nieuwe studio-opnames vormen dan ook qua geluid geen contrast met de oude live recordings, zij het dan dat de gitaar iets korter van stof is. De studiosongs zijn overigens drie sterke composities, die wat doen denken aan het werk van Robben Ford. "Your Left Hand Don't Know What Your Right One Is Doing" is een lichtjes jazzy klinkende shuffle, over... neen niet wat jullie denken, maar over liegende echtgenotes. "This Life I Love" eveneens een jazzy blues, zit muzikaal wat in diezelfde richting. De stampende 12 maten boogie "Don't Look" is een meer dan waardige afsluiter en meteen ook een van de hoogtepunten op deze cd. Dat Ken Arconi hier zo goed als onbekend gebleven is, is ongelooflijk. Ondertussen heeft hij echter een evolutie gemaakt naar de fusion jazz en brengt hij enkel instrumentale Steely Dan achtige dingen op zijn cd "Samsara Blues", in feite zijn debuut cd van 2003. Deze terugblik in de tijd heeft ons laten zien dat Ken Arconti zijn wilde haren van toen dus nu wel degelijk kwijt is.
(RON)


HILLSTOMP
AFTER TWO BUT BEFORE FIVE
THE WOMAN THAT ENDED THE WORLD
Website - Email:johnhenry@hillstomp.com
Label: Eigen beheer
Candide Entertainment group
llibes@candide-ent.com
Cdbaby3 - Cdbaby2

 

Het Portland, Oregon's duo Henry Kammerer en John Johnson timmerde al enkele jaren aan de weg voordat hun debuut "One Word" in 2004 een ware hype ontketende. Van dit behoorlijk geslaagde debuut had in Europa zo goed als niemand nog van gehoord, echter toonde deze release aan dat we niet te maken hebben met een ééndagsvlieg, maar met een rijzende ster aan het firmament. Over de uitslag kunnen we kort zijn, want de opvolgers "The Woman That Ended the World" uit 2005 en het nu pas verschenen live-album "After Two But Before Five" zijn uitermate geslaagd. Na het constante touren van de band, hebben ze het voor de opnamen van "The Woman That Ended the World", dan ook maar gewoon weer dicht bij huis gezocht in thuishaven Portland. Dit album haakt precies in, waar haar voorganger stopte en vult de leegtes aan. Voor de mensen die dan toch nog niet overtuigt waren met hun debuut, slaan Hillstomp nu ijzersterk terug. "The Woman That Ended the World" past niet alleen in de stijgende lijn van de vorige cd, maar overtreft zo mogelijk de verwachting, want Hillstomp weet hun minimalistische stijl nog verder uit te bouwen en dat verdient alle lof. Het werd opgenomen in "It's cold, it stinks and I don't like the way it sounds studios" in Portland met Kammerer op slide gitaar en Johnson met percusie apparatuur bestaande uit emmers, kannen, blikken ... en toont nog eens de voorliefde voor eenvoud. Met opener "Poor Black Mattie", voorzien van aanstekelijke "heartbeat" drum en aangepast slidegeluid, laat dan ook meteen de vooruitgang horen, deze openingstrack legt meteen de herkenbaar meeslepende en minimalistische blues van Hillstomp vast, hetgeen de luisteraar al gauw in vervoering weet te brengen met hun traditionele Delta trance blues sound. Buiten hun eigen nummers zijn er drie covers van legendes als Rainey Burnette, Fred McDowell en Muddy Waters. Op hun laatste cd "After Two But Before Five", dat wederom live is opgenomen in Portland kregen ze een beetje hulp van Philip Guttman op harmonica. Zelfs de productie bleef in eigen hand. Waarom iets veranderen wat zo goed beviel? En zo zal de inmiddels flink gegroeide schare fans ook waarschijnlijk dit album zien. Hillstomp weet vanaf het begin onweerstaanbaar toe te slaan met een cover van R.L. Burnside's "Goin Down South". Natuurlijk vele songs uit hun studioplaten, zoals "NE Portland 3 AM", "You Done Told Everybody" en de openende versie van R.L. Burnside's "Poor Black Mattie" uit "The Woman That Ended the World". Maar ook zijn er enkele nieuwe tracks als "Mr. Charlie III", "Dark Clouds A'Risin" van Fred McDowell, "Rollin' and Tumblin'" van R.L. Burnside en de voet stampende afsluiter "Stewball". De vele stijlen van de twaalf tracks voeren ons langs punkabilly, garage/sixtiesrock, country blues, Appalachian... samengevat: North Mississippi trance blues. Kenners weten dat we te maken hebben met ruige vuige punk blues waarvoor niet doorgeleerd is: overstuurde gitaren, paniekzang en elementaire drums. Na talrijke releases van die ouwe voorvaderen van de punkblues maakt Hillstomp duidelijk dat er een nieuwe generatie klaar staat om de traditie op eigen wijze voort te zetten. Deze albums klinken lekker garage, en de zang van Kammerer is bijzonder soulvol. Sterk aangeraden!