JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007
MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007
JOSE DE CASTRO - UN POCO DE LO MIO & MUSIC GUITAR BOX & CONVERSATION
THE NEW PORNOGRAPHERS - CHALLENGERS
SCISSORMEN - WHEN THE DEVIL CALLS… (ALONE & ACOUSTIC)
THE WILDCARDS - RAISING HELL
BLACK DIAMOND HEAVIES - EVERY DAMN TIME
THE BARKER BAND - THE NIGHT AIN'T OVER
ST. VINCENT - MARRY ME
FLYING ACCUSATIONS - NOW ARRIVING
HOT TAMALE & THE RED HOTS - HOT OFF THE GRILL
VARIOUS ARTISTS: BLUEGRASS COUNTRY SOUL (DVD)
JOSE DE CASTRO

Website- E-mail: josedecastro@josedecastro.net
Label: JOPILIVES records
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO
3
José de Castro is een virtuoos fusion gitarist van Madrid, die invloeden
van alle genres mengt tot een geheel eigen sound, die invloeden kunnen zowel
van heavy metal muziek, als van blues of jazz kant komen, zelfs funk en meer
zuiderse ritmes worden in zijn sound verwerkt. "Jopi" zoals men hem
noemt is natuurlijk één van die gitaristen met een onvoorstelbare
techniek, maar hier stopt het niet op voor hem, hij slaagt er bovendien in,
bij dit: "kijk mamma, zonder handen" spel ook nog een ziel toe te
voegen, en al is dat niet altijd makkelijk in supersnelle funk en jazzrock achtige
instrumentals, in zijn langzamere nummers is dit duidelijk wel het geval. José
geeft dan ook veel gitaar clinics en demonstraties voor grote fabrikanten van
gitaren, versterkers en effectapparatuur. Hij stuurde ons zijn 3 cd's ter beluistering
op die, met tussenposes van 2 jaar, tussen 2002 en 2006 opgenomen werden. Met
uitzondering van wat background vocals op een paar songs, zijn het instrumentale
opnames. Invloeden van gitaristen als Scott Henderson, Jimi Hendrix, Lee Ritenour
en Jeff Beck zijn duidelijk terug te vinden. We zullen de drie releases even
voor U doorlichten in volgorde van verschijning.

UN POCO DE LO MIO
Deze cd uit 2002 begint stevig rockend, met funky baslijnen waartussen de gitaar van José zigzaggend en shreddend baantjes trekt in "Entre Los Cledos". Pure heavy metal jazz-rock. "Passion" heeft een Hendrix geinspireerde sound in de intro, maar naarmate het nummer vordert komt meer en meer Satriani om de hoek kijken, om dan toch weer in Hendrix stijl te eindigen. Het rustige "Luz" kun je best omschrijven als "Instrumental Dire Straits with a twist", die twist komt er als Jopi halverwege de rustige Knopler stijl achterwege laat om even loos te gaan. "La Mejor Casa" is het meest rustige nummer, en laat ons een akoestische gitaar horen, die in een Zuid Amerikaans sfeertje rimpels op het kalme water trekt. "Pasos En Los Querdas" herinnert me aan het werk van Eric Johnson en eveneens de opvolger "Entrada En La Noche" met een zuiders ritme, is een nummer in de stijl van diens "Manhattan" en is mijn favoriet op deze release. Dan heftige funk in "Fiesta Funk", hoe kan het anders. Een intro die doet denken aan de Doobie Brothers "Listen To The Music" waarna José zich volledig laat gaan in ware Steve Vai stijl in "Tornado" een nummer dat zijn naam niet gestolen heeft. Categorie 5, katrina waardig! De afsluiter "Mar de Tranquilidad" is zoals de titel laat vermoeden, een langzaam bluesy gitaarnummer, maar langzaam betekent niet rustig voor José, de vonken spatten eraf, in een stijl die het midden houdt tussen Joe Satriani en Jeff Beck. Een indrukwekkend debuut , zeker voor wie gek is op fusion gitaristen als de bekende Satriani, Eric Johnson, Micheal Landau, Steve Vai zal deze minder bekende Jose De Castro een verrassing betekenen, hij moet voor deze heren geen haarbreed onderdoen.

MUSIC GUITAR BOX
Twee jaar verder ondertussen en José, die op zijn debuut onbekende Spaanse muzikanten gebruikte, is ondertussen in de gitaarkringen langzaam naam aan 't maken, zijn medemuzikanten hebben hem zeker al ontdekt want op deze tweede kan hij reeds gebruik maken van de hulp van onder andere superdrummer Simon Philips. De eentalige linernotes zijn geëvolueerd naar tweetalig Spaans/ Engels, evenals de titels. De muziek is duidelijk nog wat virtuoser dan op de vorige, al kan dat natuurlijk ook tot gevolg hebben, dat de techniek wat meer op de eerste plaats komt. De gevoeligere songs ruimen meer plaats voor het "shredden", maar gelukkig bouwt hij enkele pauzes in voor het rustige werk, dat dan meestal een bluesy kant laat zien, zo klinkt hij hier uiterst relaxt en soulvol in "Near You" een nummer dat evengoed van Robben Ford zou kunnen zijn. Apart is wel het repetatieve "Tic Tac Time" waar je als het ware de klok hoort tikken, terwijl de tijd voorbij vliegt via José's scheurende gitaarinterventies. Op "When She Walks" lijkt Jose te improviseren over een pompende blues bassriff, en "Thousand Words" heeft vooral in de intro veel Hendrix invloeden, met ook weer een stevige portie bluesy licks erdoor gemengd. "The Crazy Chicken" is net als ik bij het zien van de titel verwacht had een supersnel nummer op Albert Lee/Danny Gatton wijze, tot het halverwege in een bluesy slidesolo overgaat. De afsluiter "Free Soul" is prachtig, een gitaarinstrumental zoals ik ze graag mag horen, een langzaam bluesy slepende gitaarsolo, met een drummer die accenten mept op de juiste plaatsen, Jeff Beck meets Gary Moore! Zo deze is ook weer voorbij, een cd met duidelijk twee belangrijke componenten, de nummers met de heavy shredding stijl en toch wel een bijna evengroot gedeelte langzame bluesy instumentals, die mij persoonlijk wat meer bekoren, maar dat velen daar net anders over denken, is natuurlijk hun goed recht, één zaak is echter zeker, gitaarfreaks zullen hiervan smullen. Ongelooflijk dat deze man zo weinig bekendheid geniet tot nu toe.

CONVERSATION
De nieuwe opent
met "For You" een nerveus ritme vol breaks en tempowisselingen en
vooral een technisch nummer, zo ééntje om de beginnende gitaristen
de moed te ontnemen om nog verder te klungelen. Pure Jeff Beck dan in de intro
van "Train", maar zoals dikwijls evolueert 't nummer halverwege naar
een ander geluid en is 't dan meer Satriani en Andy Timmons stijl wat we horen.
Op "Lullaby" een nummer dat net als het nummer op het uit de vorige
cd "Free Soul" blues en fusion combineert is het voor mij weer genieten.
Het dreigende ritme van "Groovemania" drijft vooral op ritmegitaar
en lijkt me een ideale soundtrack voor een achtervolgingsscène. Een laid
back slide, erg Mark Knopfler geinspireerd, in "M.K".... Okee, plots
begrijp ik de titel. "Dynamic" is, anders dan de titel doet vermoeden,
eerder rustig, en lijkt me een tribute voor Scott Henderson, want het specifieke
eigen geluid van deze fantastische en eveneens ondergewaarde gitarist zit duidelijk
in dit nummer verweven. In "Move Your Neck" is 't nogmaals "Shredding"
time en we nemen afscheid van deze Spaanse gitaar slinger met de titelnummer
"Conversation" weer een van die mooie bluesy instrumentals waarmee
bij mij de nekharen overeind komen te staan. Okee, drie van deze vlak na mekaar,
je moet gitaarliefhebber zijn om het vol te houden, maar gelukkig ben ik dat,
dus ik heb het overleefd, meer zelfs, ik heb met volle teugen genoten
(RON)

THE
NEW PORNOGRAPHERS
CHALLENGERS
Website
- myspace
Mail : nils@matadorrecords.com
Label : Matador Records
/ BeggarsBanquet
Records
De
Canadese formatie The New Pornographers heeft echt alles in zich om een indie
supergroep te worden. Op en top klassemuzikanten, een succesvol debuutalbum
met “Mass Romantic” uit 2000 en enkele uitstekende stemmen met o.a.
A.C. (Carl) Newman en Neko Case, die inmiddels ook al een meer dan geslaagde
solocarrière heeft opgebouwd en vorig jaar nog in de schijnwerpers stond
met haar album “Fox Confessor Brings The Flood”. De groep The New
Pornographers bestaat uit 8 leden en heeft inmiddels reeds 4 full-CD’s
uitgebracht met vlotte en melodieuze popsongs die meestal door A.C. Newman gecomponeerd
worden of door gitarist en pianist Danny Bejar (van Destroyer) die 3 songs voor
zijn rekening nam op “Challengers”, de recentste CD van deze formatie.
Hun vorige album was “Twin Cinema” uit 2005 en op deze nieuwe schijf
zetten ze de traditie van die plaat verder, al meteen met de eerste song en
single “My Rights Versus Yours”. Alle nummers drijven op een zorgvuldig
geselecteerde gitaar- of drumriff of op een speciale zanglijn. Dit is best te
illustreren met de titeltrack “Challengers” (gezongen door Neko
Case) en het dynamische indie-pop (ja zelf hip hop) nummer “Myriad Harbour”.
Carl Newman heeft met “Go Places” (ook al gezongen door Neko Case)
één van zijn beste songs geschreven sinds het ontstaan van de
groep, misschien wel dankzij een nieuwe liefde die recent in zijn leven is opgedoken.
“All The Things That Go To Make Heaven And Earth” is een rocksong
op speed, kort en goed. Zelf spreken ze over dit nummer als een mix van Roxy
Music, Sparks en Shocking Blue, ook al allemaal eightiesgroepen. “Unguided”
is een melodisch liefdeslied dat wordt gezongen door Kathryn Calder, die eveneens
de zang in “Failsafe” voor haar rekening nam. Ook Danny Bejar staat
een keertje achter de microfoon in “Entering White Cecilia”, een
nogal expliciet sexueel getint en provocerend nummer. De overige songs zijn
meer rockend van stijl zoals “Mutiny, I Promise You” (met een Farfisa-orgeltje)
en “Adventures In Solitude”. Afgesloten wordt met een wat droevig
nummer “The Spirit Of Giving”. De muziek van The New Pornographers
kan ook wel power pop genoemd worden in de stijl van The Cars en Cheap Trick
uit de eighties. “Challengers” is niet zo opvallend als “Twin
Cinema” maar deze blend van rock, pop, folk en country misstaat zeker
niet in uw platencollectie. Maar beoordeel vooral zelf vooraleer tot aanschaf
over te gaan.
(valsam)
SCISSORMEN
WHEN THE DEVIL CALLS… (ALONE & ACOUSTIC)
Website
E-mail: dtuned1@aol.com
Label:Barking koala records
Cdbaby
Scissormen
is een heel aparte band. Of bandje, zullen we maar zeggen, het is een tweemansformatie,
die bestaat uit muziek journalist Ted Drozdowski op gitaar (vooral slide) en
drummer Rob Hulsman. Collega “Blueswalker” besprak net 2 jaar geleden
al hun debuut cd "Jinx Breaker", een mini cd met 5 songs, geproduceerd
door Billy Conway van Morphine in een beetje een Thorogood stijltje, uiterst
rudimentair en ruig klinkend. Back to the basics. Wel op deze “When The
Devil Calls” gaan ze nog een stap verder basic. En wat doe je dan als
je maar met twee bent. De drums weglaten bijvoorbeeld,.en dat is dus precies
wat er gebeurt op deze tweede. Gelukkig gaan ze niet verder in hun halveringsdrang
door van de 5 songs op de eersteling er nu maar 2 of 3 over te laten, neen,
ze verdubbelen en doen er nog ééntje bovenop. Elf songs, maar
wel akoestisch, in vergelijking met de ruigere sound van het debuut is het hier,
zoals de hoes als ondertitel aangeeft “Alone and acoustic”. Ted
Drozdowski, die legendarische optredens geeft door live met alle mogelijke attributen
slide te spelen, zoals daar zijn: asbakken, stoelpoten, het bord van een gast
in een naburig restaurant. Jawel, Ted loopt regelmatig tijdens een gig naar
de andere kant van de straat, continue spelend, om zijn optreden in een cafe
of restaurant verder te zetten, en de “bottleneck” kan dan je vol
flesje bier zijn waarvan je rustig zat te genieten in het cafe naast de deur.
Ook wandelen op de toog of de tafels en stoelen terwijl hij ondertussen zijn
slidesolo speelt is heel normaal voor Ted. Dit maar even om je een idee te geven
van de ruige sfeer van de optredens van Scissormen. Wel, zoals ik in het begin
al zei is Scissormen apart. Dus doen ze, of beter, doet Ted hier weer het onverwachte.
In plaats van ruig slidegeweld, krijgen we hier elf dromerige versies van een
aantal covers (3) en zijn eigen composities. De nummer zijn voorzien van uiterst
rustig gitaarwerk, soms wel wat akoestische slide, en zelden wordt er echt gezongen,
de songteksten worden bijna voorgedragen, zachtjes, half pratend gezongen. En
raar, dit werkt prima, hierdoor creeërt Ted een uiterst intieme sfeer,
het lijkt wel of hij voor jou alleen zit te zingen. Op die wijze neemt hij je
mee naar de delta, doe je ogen dicht en je zit op een of ander porch van een
huisje in het Mississippi stroomgebied terwijl de zon langzaam ondergaat, en
Ted in zijn schommelstoel voor jou de blues speelt. Bekende songs als “I
Put A Spell on You” en “Rollin’ & Tumblin’ worden
tot op de bast van alle overbodigheden ontdaan, en tonen hun ware schoonheid
als echte delta songs. Bij de eerste beluistering kan dat wel uiterst sober
overkomen, maar dit is een plaat waar je na een aantal draaibeurten wel moet
van houden, zo puur en echt. Na “Jinx Breaker “ werden Scissormen
in de Amerikaanse pers op een rijtje geplaatst met Black Keys en de Allstars,
nu weten we dat Ted Drozdowski niet onder een hoedje te vangen is. Klasse!
(RON)

THE
WILDCARDS
RAISING HELL
Website - myspace
info@wildcardsweb.com
Label : Eigen Beheer
Een
album van The Wildcards is altijd iets waar wij bij Rootstime naar uitkijken.
Wij ontvingen een advance copy van de opvolger van "The Wildcards on Fire"
(zie rev: Dec'04) maar jammer genoeg werd ondertussen het feestelijk gebeuren
overschaduwd door het plotselinge overlijden van harpvirtuoos Gary
Primich (+ 23 Sept. '07 Austin, Texas). Amper 49 jaren jong en een groot
verlies voor het harp / blueswereldje. Primich was verleden jaar nog met The
Wildcards on the road en er waren opnieuw plannen gesmeed om het hele gebeuren
volgend jaar nog eens over te doen. Het heeft niet mogen zijn en daarom werd
het album "Raising Hell" posthuum opgedragen aan deze "World
Class Harmonica player" die met de song "Hoodoo Preacher" nog
vertegenwoordigt is op dit schijfje. Een start in mineur voor deze recensie
maar om het meteen maar met een cliché uit te drukken ... Life goes on.
En dat leventje begint met "Hang Me Out To Dry", een rumblin' boogie
waarbij Martin Vowles' baritone guitar een stevig duel aangaat met Vince Lee's
uitgebreid arsenaal aan gitaarlicks. De (dronken) betweters die na ieder concert
komen lullen en brallen hoe je het in de toekomst moet aanpakken krijgen een
terechte veeg uit de pan met "Fool's Advice" ... swampy blues die
met "Hell" (original from the Squirrell Nut Zippers) en Louis Jordan's
"Run Joe" een zomers, eigentijds, calypso jasje aangemeten krijgen.
Met "St. James Infirmary" grijpen Vince Lee - vocals, guitars, Martin
Vowles - guitars, vocals, Al Wallis , bass, backing vocals, Kevin Crowe - drums,
backingvocals terug naar de vertrouwde classic New Orleans blues die van een
Echternach processie door middel van een up-tempo swinging guitar plotseling
uitmondt in een heuse, uitbundige feeststoet. 'Guest' Paul "Bomber"
Harris mag de Hammond toetsen beroeren op het wekelijkse zaterdag "Lucky
Rich and Happy" gevoel dat wij iedere zaterdag ervaren bij het binnenbrengen
van ons lottoformulier ... wie zei daar weer dat geld niet gelukkig maakt? Bullshit
en ook al klinkt er iedere maandag hetzelfde teleurstellende muziekje bij de
krantenboer, wij laten het niet aan ons hartje komen. Dat doen the Wildcards
ook niet en zij zorgen ongetwijfeld voor een niet alledaags schouwspel, maar
ongetwijfeld prima live -act, wanneer kapstokken worden aangewend om een xylofoon
te beroeren op Duke Elligton's "Hellsinki Caravan". De Wildcard fans
van het eerste uur zullen verbaasd met de ogen knipperen en zich wellicht beter
in hun vel voelen met de vertrouwde klassieke stuff. ("Drunk", Gary
Primich's "Hoodoo Preacher" en de bijna instrumentale titeltrack "Raising
Hell"). The Wildcards openen met "Raising Hell" voorzichtig een
poortje naar niet - alledaagse bluesbeleving maar om ze meteen te bombarderen
tot "the Future of the Blues" ... Wait and see en dat kan ondermeer
op 16 November in the Borderline Diest (B).
Track Listing
1. Hang Me Out Dry
2. Fools Advice
3. Hell
4. St James Infirmary
5. Lucky, Rich & Happy
6. Run Joe
7. Hellsinki Caravan
8. Drunk
9. Hoodoo Preacher
10. Raising Hell
11. The Future Of The Blues
12. Hard Luck Tale
Total Playing Time: 45:35


In
de traditie van de Black Keys & White stripes, zijn de Black Diamond Heavies
een punk bluesduo uit Tenessee. Nu kan dit een beetje een mode gril worden,
ideaal voor wie apart wil lijken en deze bands wil copieren, om "in"
te zijn. Niet in dit geval. John Wesley Myers, hoofdzakelijk keyboars en vocals,
met occasioneel bas en drummer/ zanger Van Campbell vormen deze band. De laatste
komt uit Louisville en komt uit een familie die al generaties Bourbon distilleert.
Hij heeft een universitair diploma in de Chinese (Mandarijnse) taal en was een
professioneel drummer in niet minder dan 3 werelddelen. John Wesley was de zoon
van een baptist priester en spendeerde zijn jeugd door in de kerken op zijn
Hammond gospel te spelen, tot de "devils music" hem te pakken kreeg,
en hij voor de kerk een verloren ziel was. John en Van brachten hun laatste
2 jaren door met spelen in kleine clubs en cafés en sliepen vaak ter
plaatse op de grond. De vruchten van hun ervaringen tijdens het spelen van die
honderden concerten hebben ze samengeperst op deze cd, de live sound hebben
ze zoveel mogelijk proberen in te bouwen, daarom is hun cd opgenomen op 2 dagen,
live in de studio op 2 sporen analoge band. De mixing gebeurde in Cleveland,
Ohio bewust zonder overdubs, behalve een blazerssectie die bijgevoegd werd op
"All To Hell". Dit soort platen heeft die behandeling of beter gezegd,
niet-behandeling nodig om het beoogde resultaat te krijgen, namelijk dat ruige
punky, wat slordige soundje. Het label (Alive records/Natural sound) heeft zijn
naam dus niet gestolen. Zanger John Wesley braakt meestal zijn woorden uit,
met zijn stem als Captain Beefheart in een kwade bui. Enkel in langzamere songs
zoals "Stitched In Sin" komt hij in de buurt van wat men doorgaans
zingen noemt. In "Poor Brown Sugar" zit er een portie Fat Possum ingredienten,
die we natuurlijk hier zo goed als zeker mochten verwachten. Maar ook 1960 Stax
invloeden duiken op in "All To Hell" een ouderwetse preacher song,
waarvan de intro me wel wat gepikt lijkt van "Spirit In the Sky".
Hell or Sky? who cares... John Wesley laat met zijn Fender Rhodes en Hammond
B3 horen dat die gitaar totaal overbodig kan zijn, en dat die twee ouderwetse
klavieren best tot een hedendaagse punky plaat kunnen leiden. Drummer Van Campbell,
die de plaat opent met een drumsolo in de intro van "Fever in my Blood"
(da's weer wat anders) is een uitstekende drummer die het constante energieke
kloppende hart vormt van dit duo, in ware John Bonham stijl, een bas of gitaar
zijn overbodig met deze twee tesamen. Black Daimond Heavies verleggen de bluesgrenzen
weer een klein beetje in de goeie richting.
(RON)

THE
BARKER BAND
THE NIGHT AIN'T OVER
Website
Email: thebarkerband@yahoo.ie
Label: BB Records
Derde album van deze country-rock-formatie die bekend staan om hun plezierige sound, dewelke dan ook lekker in het gehoor ligt. "The Night Ain't Over" is de opvolger van Lonesome Waltz (2006) en van hun debuutplaat (2004), en geeft een behoorlijk goed idee van wat dit Engelse vijftal te bieden heeft. Waar is de tijd dat het Verenigd Koninkrijk ons op geregelde tijdstippen verblijdde met alweer een bijzondere groep waar je naar uitkijkt? Inderdaad, die ligt al een hele tijd achter ons, zou je denken. Wel, ik denk dat daar met de komst van The Barker Band een eind aan komt. Want het zou wel erg oneerbiedig zijn om The Barker Band zomaar een hobbyclubje te noemen. Vanaf het moment dat ik de openingnummer, de rockende titeltrack "The Night Ain't Over" hoorde, was ik immers onherroepelijk verloren. Op deze plaat zijn vele invloeden van country, rock, blues, bluegrass en folk te bespeuren. Kortweg Americana van de bovenste plank uit Londen. Deze rasmuzikanten: Jake Barker (lead vocals, banjo, mandolin), Sam Barker (lead vocals, mandolin, banjo, gitaar), hun vader Lenny Barker (gitaar, mandolin, vocals), Laurie Sherman (gitaar, banjo), en Tom Wright (bas, backing vocals) weten hoe ze een cd moeten samenstellen. Ze rocken vanaf het begin lekker weg, bouwen hier en daar een ballad en een folkgetint liedje in om weer tot de rock terug te keren. En zo golft "The Night Ain't Over" heerlijk heen en weer, tot het eind toe. Ik heb geen enkel zwak nummer kunnen ontdekken, wel een groot aantal favorieten. Songs van zo’n bijzondere zuiverheid dat ik onmogelijk kan beslissen de ff-knop te hanteren, ook wetende dat deze dertien zelf geschreven hebben. The Barker Band is zo verdomd rijk: ze spelen niet 'een genre', maar ze maken hun eigen soort muziek, die weliswaar gebaseerd is op country rock, en waar zeker toefjes bluegrass en folk zitten, maar tegelijk is de cocktail die ze ervan brouwen zo extreem lekker, dat je er wil blijven van drinken. Heerlijke muziek, die door de aanstekelijke manier waarop ze gespeeld wordt door deze band behoorlijk onweerstaanbaar wordt. Het is gewoon heerlijk om naar een groepje die gewoon op simpele akoestische instrumenten samen muziek maken te luisteren, en aan de meeste bands kun je ook zien dat ze er ontzettend veel lol in hebben, zoals hier bij The Barker Band. Dit derde album laat gewoon een meer coherent geluid horen, er wordt weer eens vakkundig gemusiceerd en de productie is natuurlijk dik in orde.

ST.
VINCENT
MARRY ME
Website - myspace
Mail : loveletters@ilovestvincent.com
Label : Beggars Banquet Records
Annie
Clark is sinds enkele jaren gitariste bij de begeleidingsgroep van Sufjan Stevens
en bij The Polyphonic Spree. Onder het pseudoniem “St. Vincent”
brengt deze getalenteerde dame nu haar eerste soloalbum op de markt onder de
naam “Marry Me”. Getrouwd zijnde sinds meerdere decennia kan ik
hier echter niet op ingaan. Wat wel binnen mijn mogelijkheden valt is haar CD
met de nodige lof te bespreken voor Rootstime. De sopraanstem van mevrouw Clark
is klassevol, speciaal en warm. Haar teksten kunnen soms grappig, soms bloedernstig
of zelfs nogal raar overkomen bij de luisteraar, maar ze blijven in elk geval
boeiend en weldoordacht. Muzikaal beweegt ze zich in enkele songs in “blues”-water,
in andere dan weer op het grondgebied “rock” en af en toe zelf een
beetje in het genre “country-pop”. Pianist Mike Garson – sinds
jaar en dag toetsenist voor David Bowie - en drummer Brian Teasley leveren samen
met Annie Clark zelf als geschoold multi-instrumentaliste een muzikaal hoogstandje
af. Volgens het bijhorende CD-boekje zou Annie Clark volgende instrumenten allemaal
zelf bespeeld hebben voor dit album: “voices, guitars, bass, piano, organ,
Moog, synthesizers, clavieta, xylophone, vibraphone, dulcimer, drum programming,
triangle, percussion”, voorwaar indrukwekkend voor één simpel
klein en frêle vrouwtje. Enkele geselecteerde aanraders uit de songlist
: “Now Now” met subliem kinderkoor en psychedelisch einde, “Jesus
Saves, I Spend” met een soort van vroege kerstmuziek, “Your Lips
Are Red” met mooie gitaarriff, geslaagde drumbeat en harpklanken, de titeltrack
en pianosong “Marry Me” met leuke ritmische handclaps. Dan zijn
er ook nog twee dromerige, jazzy en vederlichte liedjes “All My Stars
Aligned” en “Landmines” (mijn favoriete songs), het vrij zwaar
georchestreerde en bombastisch opgebouwde “The Apocalypse Song”,
het leuke walsje “Paris Is Burning” en de catchy afsluiters “Human
Racing” dat begint als een bossa nova om daarna lekker verder te swingen
en het jazzy “What Me Worry?”. Geen zorgen, deze plaat is één
van de beste ladies-records van 2007 en zal derhalve zijn weg naar de roem wel
zelf verdienen. Mocht je overigens nog vrij zijn, dan kan je nog altijd ingaan
op haar dringende verzoekje: “Marry Me”.
(valsam)


FLYING
ACCUSATIONS
NOW ARRIVING
Website
- myspace
Info: rob_mcc@telus.net
Cdbaby
Dit schijfje is om god -weet-
welke - reden een tijdje blijven liggen en dat is bijzonder jammer want wij
krijgen niet alle weken iets in de bus gestopt from the West Coast of Canada
en bovendien blijkt dat "iets" meer dan de moeite waard om te beluisteren.
Het is ook meer dan terecht dat the Flying Accusations ons een beetje argwanend
bekijken, hopelijk is de schitterende openingssong "Don't you ever call
me sweetheart" dan ook niet persoonlijk bedoeld .... De in Schotland geboren
Robert K. Mc Courty is de bezieler van the Flying Accusations en heeft net als
de overige bandleden Shelley Brown / vocals, acoustic gt, doghouse bass (!),
Brian Fraser / vocals, acoustic guitar, mandolin, dobro, Philip Holmes, vocals,
banjo, Michael Nicholls / vocals, mandolin, acoustic guitar al menig (muzikaal)
watertje doorzwommen. Hun debuutalbum "Now Arriving" is een fraai
staaltje van roots, backwoods, newgrass, alt. Country, herbergt uitsluitend
eigen songs en wij zouden de band enorm tekort doen moesten wij hen, uit gemakzucht,
als een alledaags hillbilly / bluegrassbandje beschouwen. De songs "Roll
On Muddy River", a tribute to the victims of Hurricana Katrina en "End
of the Line" krijgen een (pseudo) gospel jasje aangemeten en zijn de voorbode
van een aantal songs waarbij de stemmetjes op een schitterende manier op dezelfde
golflente geraken met de hemelse klanken van de voornamelijk akoestische instrumenten.
De pareltjes "17 Miles to Memphis", "Could It Be You" en
"Johnny Was A Rebel" zijn daar prima voorbeeldjes van en zangeres
Shelley Brown slaagt er zelfs in om ons met "Can't live Like That"
good old Melanie Safka opnieuw voor de geest te halen. U kan ons niet beschuldigen
van "Lies, Halftruth and Misinformation" of enige vorm van slijmballerij
om op een goed blaadje bij the Flying Accusations te geraken, dit album is een
verademing en wordt dan ook met "Barn Dance" uitbundig gevierd. YEEHAW!

HOT
TAMALE & THE RED HOTS
HOT OFF THE GRILL
Website
E-mail: knkbod@juno.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Cindy
Grill, zangeres, was nog maar net naar DeMoines verhuisd en op zoek naar een
band. Toen de bluesband Hot Tamale & the Red Hots na twee jaar optreden
besloten dat ze een zangeres nodig hadden was de rest geschiedenis zoals men
dat al eens zegt. Cindy zong al 26 jaar en bezat een krachtige stem en had altijd
een grote voorliefde voor de blues gehad. Mensen die ooit een optreden van de
Red Hots bijwoonden zijn zeer enthousiast, want de optredens schijnen altijd
een feest te worden, dat is ook te merken aan de songkeuze, want die staat eerder
in het teken van “Havin’ a Good Time” en de meeste songs zijn
echte songs die door blueszangeressen groot gemaakt zijn zoals ”I’m
A Mighty Tight Woman” van Sippie Wallace of “Just Won’t Burn”
van Susan Tedeschi, al moet ik toegeven dat Cindy’s versie hier wel wat
magertjes uit de verf komt in vergelijking met Susan’s versie. Over het
algemeen echter zet ze behoorlijke versies neer van de bekende bluessongs op
deze cd. Meteen heb ik ook de zwakke plek van deze cd blootgelegd, zoals wel
meer gebeurt, staat ze vol met overbekende covers. Voor optredens zijn deze
songs prima, ze brengen sfeer en ambiance, maar om op een cd de zoveelste versie
van “Let The Good Times Roll”, “Little by Little” en
“I’m A Women” te horen en zo kan ik nog wel even doorgaan,
dat werkt niet direct veel interesse op, zeker niet voor ons die dagelijks met
blues bezig zijn. Laat het echter nog eens gezegd zijn dat Cindy best een goede
blueszangeres is en volgens de persberichten een zaal op zijn kop kan zetten,
dan verplicht de eerlijkheid mij te zeggen dat deze cd weinig boeiend is voor
wie veel blues luistert omdat de nummers om het wat cru te zeggen wat “versleten”
zijn. Wie echter niet zo vertrouwd is met ’t genre en de nummers niet
kent, kan het wel genieten worden, want het zijn bekende, beproefde songs die
zichzelf al bewezen hebben, en dus in feite blueshits zijn als je ’t zo
mag noemen. Een opvolger met wat eigen werk zou ons echter meer bekoren, zoals
bijvoorbeeld die prachtige cd van die andere “Red Hotz” uit Seattle
van vorige week. Om samen te vatten: een CD van een meer dan behoorlijke band,
vol good time bluessongs, met de krachtige stem van Cindy Grill, alleen hadden
we graag wat meer eigen materiaal, of minstens één meer originele
keuze van covers gezien.
(RON)

VARIOUS
ARTISTS
BLUEGRASS COUNTRY SOUL (DVD)
Label: Time
Life Records / Rykodisc Records
Distr.: Rough Trade
Nu mede dankzij de soundtracks van films als "O Brother Where Art Thou?" en "Cold Mountain", de interesse voor bluegrass en folk weer groeiende is. Brengt Time Life een DVD uit in dit genre, om onze horizon weer een beetje te verbreden. "Bluegrass Country Soul" is de "35th Anniversary Collector’s Edition" van Albert Ihde gedraaide film uit 1971, over het driedaagse bluegrassfestival van Labor Day in Camp Springs, North Carolina. Al meer dan een eeuw wordt in de gebergtes van Tennessee, de Appalachians, pure akoestische muziek gespeeld die een sterke traditie heeft. Pas in de vijftiger jaren kreeg de muziek een naam: bluegrass. Roots van bluegrass komen uit een combinatie van Europese en Amerikaanse invloeden: Keltische songs, ragtime, blues, jazz en gospel samen met de tokkeltechnieken uit Afrika vormen de basis. Dat de muziek louter op akoestische instrumenten als gitaar, banjo, mandoline en fiddle gespeeld wordt, geeft het een extra authentiek gevoel. Instrumentale virtuositeit is een van de hoofdkenmerken van de musici. De vader van de bluegrass is Bill Monroe en juist hij ontbreekt op deze DVD. Zijn geest is echter overal aanwezig, maar je vind op "Bluegrass Country Soul" een bonte collectie muziek uit het verleden en zo zie je dat ondanks de geringe muzikale vernieuwing ook nu bluegrass de nodige impact maakt. Vergelijk oude tracks als Ralph Stanley en The Country Gentlemen maar eens met huidige bluegrass sterren als Alison Kraus en Lynn Morris. De sfeer is hetzelfde, alsof de tijd heeft stilgestaan. De DVD start met "Black Mountain Rag" van Lilly Brothers, Tex Logan & Don Stover. Deze laatste is een zeer gewaardeerd en virtuoos banjo-speler. Hij onderbrak zelfs even zijn diensten voor de Lilly Bros in 1957, waarna hij Bill Monroe’s Bluegrass Boys vergezelde. Verder in de film komen ze nog eens terug met het nummer "New River Train". Het warme en volle karakter wordt in deze nummers door Don Stover beklonken met zijn enerverend hamerende banjo-solo’s, hij mag hier dan ook stiekem wel een beetje de sterspeler genoemd worden. De broeders behaalden ondertussen bij de liefhebbers van old-time bluegrass een legendarische status. "Bluegrass Country Soul" geeft verder een traditionele kijk op klassiekers, maar ook komen er songs met een groepje onbekendere muzikanten zoals Earl Scruggs, Ralph Stanley, Jimmy Martin, the Osborne Brothers, Del McCoury, J.D. Crowe, Chubby Wise of Roy Acuff, de rijzende sterren van toen alshetware. Time Life weet ons te verwennen, want "Bluegrass Country Soul" is een meesterwerk te noemen, denkende aan concert films als "Woodstock" of "The Last Waltz", maar dit is wel degelijk een bluegrass film voor de liefhebbers van dit genre. Tussen de tracks in worden er wat verhalen verteld door Fred Bartenstein, voeg daarbij tal van interessante interviews en indrukwekkende shots en deze DVD is dan ook bij uitstek geschikt voor de liefhebber van pure en akoestische muziek en is wederom een haast voorbeeldige introductie.
Tracks:
Black Mountain Rag-- Lilly Brothers, Tex Logan & Don Stover
Man Of Constant Sorrow -- Ralph Stanley & His Clinch Mountain Boys
Train 45 -- J.D. Crowe & the Kentucky Mountain Boys
Freeborn Man -- Jimmy Martin & the Sunny Mountain Boys
White House Blues -- Blue Mountain Boys
White House Blues -- Del McCoury & the Dixie Pals
Matterhorn -- The Country Gentlemen
Fox On The Run -- The Country Gentlemen
Matterhorn (onstage) -- The Country Gentlemen
Roanoke (rehearsal) -- The New Deal String Band
Love Potion No. 9 -- The New Deal String Band
Rocky Top -- Osborne Brothers
Ruby, You Are Mad -- Osborne Brothers
Fuji Mountain Breakdown -- Bluegrass 45
Mocking Banjo -- Bluegrass 45
Four Walls Around Me -- Mac Wiseman & Blackwell & Collins & the
Dixie Bluegrass Boys
Sally Goodin -- Festival fiddle players
Wabash Cannonball -- Roy Acuff & His Smokey Mountain Boys
Listening To The Rain -- Osborne Brothers
One Tin Soldier -- The Bluegrass Alliance
New River Train -- Lilly Brothers, Tex Logan & Don Stover
Orange Blossom Special -- Chubby Wise with Mac Wiseman
Country Comfort -- Earl Scruggs Revue
Take Me Home, Country Roads -- Osborne Brothers
Foggy Mountain Breakdown -- Earl Scruggs & festival banjo players
Dear Old Dixie -- Earl Scruggs & festival banjo players