ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007

MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007


THE STARKWEATHER BOYS - ARCHER ST. BLUES

LEE MELLOR - GHOST TOWN HEART

DONAVON FRANKENREITER - RECYCLED RECIPES -

VARIOUS ARTISTS: PUTUMAYO PRESENTS NEW ORLEANS BRASS

LISA HAYES - SOMEWHERE DEEP IN TEXAS

MICHAEL FRACASSO - RED DOG BLUES

DEVASTATIONS - YES, U

DUNCAN EARL WALTERS - GUARDIAN

BRANDON BUTLER - LUCKY THUMBS

JOHN BUSTINE - WALTZES & PLEAS



THE STARKWEATHER BOYS
ARCHER ST. BLUES
Website - myspace
Info : info@starkweatherboys.com
Label : Charlier Records
charlierrecords@gmail.com
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO2 VIDEO3

 


The Starkweather boys are the best new group I've heard in a long time!
(Deke Dickerson)


Afgelopen maandag had ik een uiterst gezellig gesprekje met Joanna Serraris, the leading lady van het Americana / alt.country / roots boekingskantoor Musemix en wij kwamen tot dezelfde conclusie ... de Lotto winnen is veel gemakkelijker dan een artiest(e) / band in Belgie enkele concerten te bezorgen. Erg frustrerend, vooral als je weet dat 'newcomers' als Stacie Collins of deze Starkweather Boys uit Oklahoma moeiteloos iedere festivaltent (figuurlijk) in lichtelaaie plaatsen. Good rockin' roots music is hun handelsmerk en ondanks J.D. Mc Pherson / lead vocals, guitar, baritone gt, Kevin Wright / pedal steel, lead gt, harmonica, vocals, Billy Earl Padgett / ( ex - Brian Parton & the Nashville Rebels, drums, vocals en Johnny Carlton / Upright bass, vocals nog maar sinds 2004 onder dezelfde vlag varen en "Archer St. Blues" hun debuutalbum is, druipt de kwaliteit er meteen vanaf. De opener "Abigail Blue, Honey" rockt als de pest, "Slow Movin' Girl" gaat, zoals de titel al aangeeft, aarzelend van start maar geraakt al heel vlug op kruissnelheid ... When I'm rockin' with you baby .. we take all the time of the world! Het schitterende stemgeluid van J.D. Mc Pherson op het blues / soul slepertje "Little Mae" en de prima rocker "Man Without Shame" doen good old Little Richard zowaar bleek uitslaan. Zelf gepende songs die moeiteloos de concurrentie aangaan met Richard's "True Fine Mama" en Eddy Boyd's "Hard Time Getting Started". Hard knockin' drums on "Off His Leash", trombone on het swingend "Archer St. Blues", een jankende pedaal steel en behoorlijk wat fiddle geluidje op Kevin Whright's "Bare Bones" illustreren de muzikale veelzijdigheid en dat een pedal steel wel degelijk thuishoort in het rock & roll gebeuren was bij the Hacienda Brothers al duidelijk merkbaar maar ook the Starkweather Boys zetten het met "Straight Razor Baby" nog eens duidelijk in de verf. De two - stepper "Rather Do It Alone" hoort ongetwijfeld thuis in het rijke traditionele Oklahoma music gebeuren dat met The Starkweather Boys excellente vertegenwoordigers heeft. Rock & Roll, Jump Blues, Rockabilly, Western Swing, Honky Tonk, Hillbilly ....u roept maar!



LEE MELLOR
GHOST TOWN HEART
Website
E-mail:lee@leemellor.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

Lee Mellor is een Brit die geboren werd in Chester, een industiestad in het noordwesten van Engeland. De voortdurende stank van een nabijgelegen vilbeluik en het aanhoudende regenweer daar, deed de chronisch zieke familie Mellor vluchten uit Chester, ze emigreerden naar Canada eind jaren tachtig. Ze vestigden zich in de omgeving van Toronto, in het grote landbouwgebied van Bowmanville, Ontario. Lee begon al vroeg met het schrijven van kortverhalen en hij verslond boeken per kilo. Op dertienjarige leeftijd ontdekte hij de rockmuziek en het schrijven van verhalen nam nog toe, maar dan zo korte dat het songteksten werden. Na zijn middelbare school ging hij naar de filmschool, waar hij zich stortte op poezie, folk en country muziek. Hij schreef een aantal songs en kreeg hierop zo goede reacties dat hij de filmschool verliet en naar Montreal vertrok. Hij nam zich voor om aan zijn debuut zoveel mogelijk geld, werk en tijd te spenderen zodat het een perfecte start voor zijn carrière kon worden. Hij is nu 25 en zijn debuut is net verschenen en hij wordt nu al de meest onderschatte songschrijver genoemd, zijn teksten worden in de Canadese pers vergeleken met het werk van schrijver Timothy Finlay, zeg maar de Canadese Hugo Claus en zijn zangprestaties met Steve Earle en Dylan. Vermits ik weinig ken van Canadese literatuur, weet ik niet of de eerste bewering klopt, maar van muziek weet ik wel wat en ik kan de tweede vergelijking volledig onderschrijven. De muziekpers in Canada is over deze cd in alle geval laaiend enthousiast. Vanaf de eerste tonen van openingssong "Liberty Street" weet je dadelijk, dit zit goed. De song heeft zo'n meeslepende melodielijn dat dit met wat radioplay gerust een"hit" kan worden, prachtig gewoonweg. "The Greatest Killer" moet er weinig voor onderdoen, meer Americana getint dan de voorganger, maar ook deze song is erg sterk en de vergelijking met Steve Earl is duidelijk na het aanhoren van deze song. "In A Small Town" heeft wat meer van Dylan in zich, maar is toch een echte alt.country song met een mooie steel gitaar. "Nowhere, Monitoba" zit qua sfeer wat rondom "The Devil went to Georgia" van Charlie Daniels, compleet met fiddle solo en al. Een van de mooiste songs op dit uitstekend debuut is het rustige "Girl On The Highway" met een mooie dobro en een mysterieuze sfeer opgeroepen door de backing vocals van vrouwenstemmen met flarden indiaanse gezangen, ergens ver weg. Een meesterlijke song waarin de tekstschrijver Mellor schittert, pure poezie. Ook op songs als "Bar Mirror" en "Blow My Heart Out Of The Window" met sterke Dylan invloeden, is hij tekstueel op topniveau. Die prachtige teksten van Mellor gaan zoals dikwijls, liefde, maar ook oorlog, geloof, verleden en dood. Beproefde onderwerpen dus, die het steeds nog doen. Momenteel toert Lee Mellor intensief om dit debuut te promoten en hij krijgt veel positieve pers. Het voorbereiden van zijn tweede die als titel "Desperation" zal krijgen is nu al begonnen. Een grote Canadese krant blokletterde: This is one Canadian artist which is "going far". Ik durf er zelfs een eed op doen. Deze jongen staat binnen een aantal jaren tussen de hele groten!
(RON)



DONAVON FRANKENREITER
RECYCLED RECIPES
Website - myspace
Label : Lost Highway Records
Distr. : Universal Music

 

 

 

Surfer en singer-songwriter Donavon Frankenreiter is ondertussen 35 jaar geworden en al jarenlang een opperbeste maat van die andere surfer-muzikant Jack Johnson, van wiens ouders hij ooit op Hawaii een kamer huurde tijdens één van zijn vele trips in Amerika. Muzikaal bewegen ze zich beiden graag in hetzelfde vaarwater, de “laid back & easy listening”-surfsongs, meezingertjes die na een eerste beluistering niet meer uit je hoofd te verwijderen zijn. Zijn eerste naamloze album verscheen in 2004 en bombardeerde hem meteen naar de top van de Australische hitlijsten dankzij zijn vele live-optredens Down Under als voorprogramma van Jack Johnson. De langharige en zwaar bebaarde zanger speelde zich intussen een ijzersterke reputatie bijeen. De tweede CD “Move By Yourself” uit 2006 stootte meteen door tot op nummer één in de hitparade en leidde zo al snel tot zijn eerste gouden plaat. Nu heeft hij als een soort tussendoortje het EP-tje “Recycled Recipes” uitgebracht met daarop 6 coversongs. Het album werd opgenomen in de keuken/studio van vriend, collega en producer Matt Grundy. Zijn songselectie bestaat uit de Dylan-song “Don’t Think Twice, It’s Allright” waarvan hij een zeemzoet liefdesliedje maakt, “Fortunate Son” van Creedence Clearwater Revival dat een gelijkaardige bewerking krijgt en “Theologians” van Wilco (uit “A Ghost Is Born”) waarin zeemzoete gitaarklanken de bovenhand krijgen. Andere covers zijn wat minder bekende nummers van The Band (“It Makes No Difference”), Bruce Cockburn (“Wondering Where The Lions Are”) en Dr. John (“Such A Night”). Donavon Frankenreiter voegt niet echt iets nieuws toe aan deze popklassiekers en dat had misschien toch wat beter gekund. Maar zoals gebruikelijk is het ook hier weer bijzonder prettig om meegezogen te worden in een lekker “feel good & do nothing”-gevoel dat typerend is voor de muziek van deze muzikale bard. Héél leuk, niet meer, maar ook niet minder in afwachting van een nieuwe full-CD die gepland is voor 2008.
(valsam)



 

 

 

VARIOUS ARTISTS:
PUTUMAYO PRESENTS NEW ORLEANS BRASS
Website - marco@putumayo.com

 

 


Het bekende compilatielabel Putumayo dat sterk is in het belichten van worldmusic en roots en zowat alle subgenres binnen deze muziekafdelingen van de nodige aandacht voorziet heeft een nieuwe verzamelaar uitgebracht met een aantal van de brassbands van New Orleans. Met hun mengeling van jazz, funk & R&B hebben deze marching bands een grote betekenis voor deze zwaar geteisterde stad, op herdenkingsfeesten, stadsevenementen en zelfs begrafenissen. Na de eerste wereldoorlog, in 1950, kwam de eerste heropleving van de marching bands. Iedere begrafenis van iemand met wat aanzien moest een walking band hebben, meestal met sterke gospel invloeden, zoals John Boutté, die hier op deze cd met "I'll Fly Away" een prachtig voorbeeld daarvan geeft, of "Glen Andrews & The Lazy Six", die met zijn "Over in the Gloryland" de gospel brass op de wijze van Louis Armstrong laat horen. Omstreeks 1970 kwam dan een tweede generatie, die R&B invloeden bijbracht. Voorbeelden van deze stijl staan ook op deze verzamelaar natuurlijk, met o.a "The Dirty Dozen Brassband" zowat de ambassadeurs van New Orleans, hier nog versterkt door een ander boegbeeld Mack Rebenack a.k.a Dr.John, die met Bobby Womack's " It's All Over Now", (waarvan bijna iedereen denkt dat het een Stones original was), hier een puik stukje New Orleans funk neerzetten. Uit die periode valt er ook nog de prachtige blues "St James Infirmery" te beluisteren, van de minder bekende, maar uiterst bekwame "Bob French's Original Tuxedo Jazz Band" met als speciale gast Leon "Kid Chocolate" Brown, die hun geheel kruiden met dixieland invloeden. Natuurlijk is er ook nog de derde lichting, de jaren negentig brassband generatie, zoals Kermit Ruffins "Rebirth Jazz Band", hier met "Treme Second Line" (Blow Da Whistle), een stukje funky Mardi Gras Parade stuff. Een nummer dat natuurlijk niet mocht ontbreken zijn de "Saints" want anders is er geen New Orleans parade volledig. Daarvoor zorgen de "Dukes of Dixieland" om deze Putumayo verzamelaar af te sluiten.

Van deze uitstekende bloemlezing van een stukje "Southern Culture" geven wij 4 exemplaren weg aan de vier eersten die het antwoord weten op onze prijsvraag :
Met welke inwoner van New Orleans hebben we onlang een uitgebreid gesprek gehad ter gelegenheid van zijn concert te Antwerpen?
Mail uw antwoord zo vlug mogelijk naar de Rootstime redactie (rootstime@mail.com), want enkel de vier eerste juiste antwoorden winnen deze mooie CD.
(RON)


 

LISA HAYES
SOMEWHERE DEEP IN TEXAS
Website - myspace
Label: Gracye Records
Cdbaby

 

 

Het lijkt bijna een eeuwigheid geleden dat wij Lisa Hayes' album "Sweet Forgiveness" in de schijnwerpers plaatsten. September 2004 om precies te zijn en meteen ging een lichtje branden want het voortreffelijke album dat tot stand kwam voor de pietluttige prijs van 700 dollars kreeg nog al wat bekend volk over de studiovloer. Ondermeer Will Sexton, Chuck Bramlet en multi - instrumentalist Michael Thompson waren destijds van de partij en ook producer Mark Hallman (Eliza Gilkyson en Jimmie Dale Gilmore) deed zijn duit in het zakje. Voor de opvolger "Somewhere Deep In Texas" bleef enkel Michael Thompson over van het illustere gezelschap, nam Lisa Hayes de produktie voor eigen rekening en zocht zij steun en toenadering tot Cindy Cashdollar, Stephen Bruton en Billy Block. Bepaald niet Jan en Klein Pierke en toch is het album niet echt begeesterend. Het "Rising Americana Star" etiketje dat Joe Gross (Austin American - Statesman) op haar durft kleven heeft maar weinig lijm en valt er dan ook na de eerste draaibeurten vlug af. "She writes from the heart, the passion bleeds into every track... And talent that is light years away from the standard formula ....". Het leest allemaal veelbelovend en de openingstrack "Fierce Love" (met fiddle en accordion) is een heuse voltreffer en de steel guitar geluidjes van Cindy Cashdollar & Patterson Barret op "Get Yourself Home" zorgen zelfs voor een leuk honky tonkertje. Wanneer Michael Thompson de banjo, accordion hanteert, Stephen Bruton zich mag uitleven op de mandolin en Sean Orr zijn duivels ontbindt op fiddle in de songs "I Never Meant to Tell You", "AnyFool Can See" en "Find Me" lijkt het of de basis is gelegd voor een nieuwe voltreffer maar dan komt de kat op de koord. Met "I Can't Find You", het titelnummer "Somewhere Deep in Texas" en "Little Black Cloud" slaat de richtingsaanwijzer af naar het weliswaar betere countrywerk maar dat is nu niet bepaald wat deze jongen verstaat onder Americana / alt.country. Het schitterend staaltje dobro en fiddle op "She Was a Beauty" geeft Lisa Hayes voor het eerst de kans om uitvoerig, schitterend uit te halen .... raw emotion, pure soul ... meer moet dat niet zijn maar jammer genoeg iets te weing aanwezig op dit schijfje.


 

MICHAEL FRACASSO
RED DOG BLUES
Website
Email: fracasso@michaelfracasso.com
Label: Little Fuji Records
Cdbaby

 

 

Met "Red Dog Blues" leverde de inmiddels in Austin, Texas residerende Michael Fracasso recent zijn zevende cd af. Fracasso is wel geboren in Mingo Junction, Ohio als kind van Italiaanse immigranten, waarna hij op oudere leeftijd verhuisde naar New York om dan pas in 1990 naar Austin te trekken. Liefhebbers van echte singer-songwriters-stuff opgelet! Michael Fracasso behoort tot de Texaanse singer-songwriters en manifesteert zich met "Red Dog Blues" voor Little Fuji Records als een groot talent. Sinds hij in 1993 debuteerde met "Love & Trust" heeft Fracasso al een aardig palmares bij elkaar geschreven. Na "When I lived in the Wild" (1995), "World in a Drop of Water" (1998), "Back to Oklahoma" (2001), "Pocketful of Rain" (2004) en "Retrospective" (2004) houdt onze folky bard op "Red Dog Blues" de Texaanse singer-songwriter tradities in ere, in zijn bekende mengsel van country en Amerikaanse folk, al laat zijn muziek zich alles behalve omschrijven als typisch Texaans. Veel sobere en aardedonkere songs die stuk voor stuk de ontroerendste verhalen vertellen, zoals het jazzy "Hurricane", dat feitelijk lang geschreven was voor Katrina toesloeg. Fracasso beschikt over een prettige stem en heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld die de juiste muzikale accenten weten te leggen. Zijn medium-tempo songs en ballads zijn ingetogen geïnstrumenteerd: gebaseerd op zijn akoestische gitaar en pianospel, ondersteund door effectief swingende drums worden de accenten meestal gelegd door mandoline en een stel blaasinstrumenten. Ze onderstrepen zijn met een warme tenor gezingzegde, meeslepende teksten en verhalen. En het lijkt er alsmaar meer op, dat Fracasso binnen afzienbare tijd in de bovenste la van het singer-songwritersgild zal gaan belanden. Fracasso beschikt niet enkel over een mooie hoge, heldere stem, maar is daarbuiten ook een onderscheiden dichter, die in zijn nummers met zijn onnadrukkelijke woorden een continue sfeer van verlies en leed oproept. Hij is daarbij waarnemer, geen deelnemer. Een aantal keren haalt hij instrumentaal wat feller uit, dan onderstreept dat muzikale venijn zijn beschouwende teksten en geeft ze net het reliëf dat in sommige andere songs ontbreekt. Zijn verteltrant lijkt gemakkelijk, maar dat is juist de kunst. Vakbroeders erkennen zijn talent dan ook terecht: Jamie Hilboldt (toetsen), bassist Byron Isaacs (Ollabelle), drummer-percussionist J.J. Johnson (Charlie Sexton), Alex Rueb (mandoline) en de blazers Dan Torosian en Rick White doen mee op deze vlekkeloos volgespeelde en door producer David Hamburger (eveneens elektrische- en akoestische gitaren, pedal steel) opgenomen cd. Wereldschokkend wordt het nergens, wel oerdegelijk en geloofwaardig van begin tot eind. Maar al bij al een album dat bijzonder aangenaam wegluistert en waarvan nummers als "Naked Fool", "Red White And Blue" en "Texas Lost Highway" naar onze mening, binnenkort regelmatig op de radio te horen zijn. Met "Red Dog Blues" zal Michael Fracasso eindelijk de welverdiende doorbraak kunnen bewerkstelligen. Klasse!



DEVASTATIONS
YES, U
Website - myspace
Mail : wearedevastations@googlemail.com
Label : Beggars Banquet Records

 

 

Eind 2003 verraste de Australische driemansformatie Devastations zeer aangenaam met hun titelloze debuut-CD. Met hun sound en zang die sterke gelijkenissen vertoonden met de in die tijd erg populaire Tindersticks kregen ze behoorlijk wat airplay op gespecialiseerde radiostations en internetradio’s. Zanger Conrad Standish, gitarist Tom Carlyon en drummer Hugh Cran vertrokken een tiental jaren geleden uit Melbourne om hun geluk te beproeven in Londen en Berlijn waar ze sindsdien afwisselend resideren. Twee jaar geleden brachten ze hun tweede full-CD op de markt onder de titel “Coal” waarmee ze een nominatie voor de Australian Music Prize afdwongen. Begin 2006 zag ik ze nog aan het werk in een klein zaaltje in de Botanique te Brussel waar ze een korte maar goede set speelden voor een veel te gering opgekomen groepje toeschouwers. Voor live-optredens krijgen ze muzikale ondersteuning van synthesizer- en pianospeler Nigel Yang en violiste Andrea Lee, wat hun geluid alleen maar ten goede komt op het podium. Hun donkere en dramatisch opgebouwde songs vallen op, dat is het minst wat er kan over gezegd worden. Hun eerste album voor het Beggars Banquet-label is nu gereleased onder de titel “Yes, U”. Hun reputatie van klassieke ballades over miserie en ellende werd wat minder geaccentueerd op dit album en ze kozen deze keer voor een meer moderne en soms zelfs psychedelische popsound, zonder daarbij afbreuk te doen aan hun rootslinks met anderen in dit genre zoals Velvet Underground en Scott Walker. Er zit wat meer electronica en gitaren in de liedjes op “Yes, U”. Songs als “Oh Me, Oh My” en de single “Rosa” zijn hier de ultieme bewijzen van. De nummers van Devastations worden afwisselend door Carlyon en Standish geschreven en beiden drukken een eigen stempel op de door hen geschreven songs. Emotionele core-muziek valt te beluisteren in “The Pest” en de funky popsong “Mistakes”. De snerende gitaargeluiden van Tom Carlyon hebben duidelijk een groter aandeel gekregen in de songs op dit album. Mijn persoonlijke favoriete songs op “Yes, U” zijn “As Sparks Fly Upwards” (ideale soundtrackmuziek voor een romantische film) en “The Face Of Love” met Phil Spectorsound en koortje; deze song zou ook op “Boxer” van The National of op iets van Nick Cave hebben kunnen staan. Hetzelfde geldt eigenlijk voor “An Avalance Of Stars” en voor “The Saddest Sound”. De instrumentale afsluiter “Misericordia” -met heel wat synthesizerakkoorden die Ennio Morricone op ideeën zouden kunnen brengen - verdient een speciale vermelding. “Yes,U” lijkt bij een eerste beluistering wat moeilijker in het gehoor te liggen dan zijn beide voorgangers, maar ik stel voor om de CD maar eens een aantal keren op te zetten en je zult al snel de eerste symptomen van verslaving voelen opborrelen. Devastations is een uitstekende moderne popgroep met een plan en met bakkenvol potentieel om vele jaren een vooraanstaande rol in de hedendaagse popmuziek te spelen.
(valsam)



 

DUNCAN EARL WALTERS
GUARDIAN
Website - myspace - Nessmp3.com
Info : dw@duncanwalters.com
Label : Spent Round Records
European Radio & Promotions: Mr. Rob Ellen / Nessmp3.com
Email: rob@medicinemusic.co.UK

 

Waarom het nu plotseling Duncan Earl Walters is ... het zal misschien wel altijd een raadsel blijven. Het album "Northern Rain") van Duncan Walters ging destijds vlotjes over de toonbank en kon rekenen op heel wat lovende kritieken. Ook deze jongen was behoorlijk onder de indruk van het warme stemgeluid van deze singer/songwriter die in Texas zijn tweede thuis vond. Jammer dat Rootstime in het verleden wel eens van van server wisselde want op die manier verdwijnen er nog al wat gelinkte recensies, zo ook met "Northern Rain" (rev : okt '04) op Duncan Earl Walter's website. Misschien dat onze indrukken van de opvolger "Guardian" er binnenkort opnieuw prijken.... De man is blijkbaar niet over een nacht ijs gegaan om ook ditmaal weer een weliswaar traditioneel country album af te leveren maar dat nergens ouwbollig of passé overkomt. Integendeel, net als op het debuutalbum doet Duncan beroep op een aantal door de wol geverfde artiesten die het album dat net "ietsje" meer bezorgen. Klassieker als met "Dancing Girl", Bobby Flores op fiddle en Tommy Spurlock on pedal steel en "Standing in the Sun" (background vocals van Mary Ann Price & Lissa Hattersly) kan je waarschijnlijk nooit beter een album of concert starten. Als good old Flaco Jimenez dan ook nog eens zijn duit in het "Tejana meets Cajun zakje" doet op "Greyhound" en "Eliza Jane", het honky tonkertje "Crystal White Girl" het tempo wat optrekt kan het feest pas echt beginnen. Misschien dat wij de "Illusion" wekken dat het ER allemaal lichtvoetig aan toe gaat maar dat zou de waarheid geweld aandoen want Duncan besteedt enorm veel aandacht aan zijn lyrics. Storytelling songs die dieper graven dan wat het doorsnee Nashville countrygebeuren aanbiedt en ons met "Guardians of The Sky" en the love song "Spin" zelfs aan het mediteren brengt. Gelukkig haalt het rockertje "Mess Up My Truck" (Cindy John "CJ" Morse on piano) ons uit die diepe overpeizingen maar het bevestigt dat de niet zo voor de hand liggende thema's in het countrywereldje best hand in hand kunnen gaan met de prachtige traditionele country sound. Afsluiter "Wash Away" (met oa. Joe on keyboards ) onderstreept het nog maar eens.


BRANDON BUTLER
LUCKY THUMBS
Website - myspace
Email: bb@brandonbutler.net
Label: Gypsy Eyes Records


 

De laatste 10 jaar was Brandon Butler actief met maar liefst drie emo-rock gitaargroepjes: Boy’s Life, Farewell Bend en Canyon. In Amerika betekende deze bandjes wel wat maar in Europa hebben ze nooit veel teweeggebracht. Sinds enkele jaren is Brandon echter solo, en maakt hij heel andere muziek. Dit is zijn tweede release, zijn vorige "Killer On The Road" gaf reeds een inblik in de wereld van deze ex-gitaarrocker die plots overgaat naar gevoeligere, alternatieve countryrock en intoverte singer-songwriters-composities. De acht songs op deze "Lucky Thums" dus voornamelijk songs van het rustige type, al mag er regelmatig nog wel eens een keihard rockgitaar doorheen. Hierin merkt men de invloed van zijn maat Jay Farrar, die jullie wel zullen kennen van Son Volt en Uncle Tupelo. De songs zijn daardoor in vergelijking met de bijna volledig akoestische voorganger wat ruiger en doen wat denken aan wat Neil young met Crazy Horse bracht, al komt zijn stem dan soms weer dicht in de buurt van Tom Petty. Brandon geeft zich volledig in deze nieuwe opname. Enkele van de mooiste songs zijn voor mij toch de rustigere songs, zoals "Never On A Sunday" en de afsluiter, het donker klinkende "Rats & Mice". De opener "Sparks" en het daarop volgende "Fire and The Wheel" hebben het meest die Neil Young/Crazy Horse stempel en "Throw Back Rockers" is het meest ruige nummer op deze schijf, die ons de twee kanten van deze rocker/singer songwriter toont. En beide kanten bevallen ons, het kan alleen maar de afwisseling ten goede komen.
(RON)



 

 

JOHN BUSTINE
WALTZES & PLEAS
Website - myspace
Label: Gypsy Eyes Records

 

 

"You'll be the death of me / Unless I kill you first / Is there anyway this could go any worse? / We haven't hit the second verse" ... Knap, interessant, maar ook wel gevaarlijk. Zo is het ook gesteld met de fraaie, duistere muziek van deze plaat: op het eerste gehoor onschuldig, maar naarmate je het meer draait steeds beklemmender en aangrijpender. Op "Waltzes & Pleas" wordt John Bustine ondersteund door een groot arsenaal aan gastmuzikanten. Een stel jonge rotten die hun sporen in de muziek stuk voor stuk al lang hebben verdiend. Het simpele idee achter Bustine: wat vrienden bij elkaar brengen, even de koppen bij elkaar steken om op geheel ongedwongen wijze een leuk plaatje te maken. Vanwege die benadering en omdat het stuk voor stuk geweldige muzikanten zijn ontstijgt de muziek van "Waltzes & Pleas" de sferen van commercie, kroegrock en lolbroekerij. Dit is dus wat je krijgt als je Aaron Claxton, Dave Bryson, John Lefler, Daren Zentec, Helena Arlock, en Josh Read (die we kennen uit Dashboard Confessional, Revival en Jay Farrar’s Band) met Bustine samen laat werken. Aan de kwaliteit van "Waltzes & Pleas" zal het niet liggen, want dit is een verbluffend goede en veelzijdige plaat. Een plaat die het hele spectrum van de Americana bestrijkt. Van een portie lekkere stevige rock ("This Guitar Says I'm Drunk" en "Graceless Birds of Death") tot het meer ingetogen akoestische werk. Songs van hoog niveau die niet alleen vol bezieling gespeeld worden, maar ook nog eens prachtig worden gezongen. Ook de gastbijdrage van Helena Arlock in "Jesus, Jesus Not Again" is trouwens om in te lijsten. Het is vooral de stem van Bustine, en zijn teksten, die het middelpunt vormen van "Waltzes & Pleas". De vaak eenzame teksten van het muzikale wonder zijn zeer intens. Bovenstaand tekstfragment (van "Jesus, Jesus Not Again") is slechts een greep uit de prachtige songteksten van deze plaat. Langzaam opgezette, donkere stukken met ingetogen zang die ongegeneerd persoonlijk zijn. Droefheid troef, het leven is een last en goddank is de dood weer een stapje dichterbij. Maar toch loert er gevaar, want John Bustine maakt zich met zijn muziek langzaam onsterfelijk. Zonder schroom leidt hij ons naar de diepten van z'n zwartverbrande ziel, ondertussen verhalend over de bitterste teleurstellingen in zijn leven, de zelfkant en randbestaan. Bustine is zo'n artiest, vergelijkbaar met Mark Lanegan of de sound van Smog, die met minimale begeleiding een maximum aan intensiteit, kracht en emotie weet te ontwikkelen. De verstilde schoonheid, de in triestheid gedoopte teksten, voor een gevoelig mens is deze cd bijna ondraaglijk mooi. Bustine koestert een ouderwets verlangen naar eenvoud en onschuld. Zeker is in ieder geval wel dat met dit debuutalbum, John Bustine een passend vervolg zal maken. Een melodramatische Americana plaat met grote allure!