JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007
MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007
THE STARKWEATHER BOYS - ARCHER ST. BLUES
LEE MELLOR - GHOST TOWN HEART
DONAVON FRANKENREITER - RECYCLED RECIPES -
VARIOUS ARTISTS: PUTUMAYO PRESENTS NEW ORLEANS BRASS
LISA HAYES - SOMEWHERE DEEP IN TEXAS
MICHAEL FRACASSO - RED DOG BLUES
DEVASTATIONS - YES, U
DUNCAN EARL WALTERS - GUARDIAN
BRANDON BUTLER - LUCKY THUMBS
JOHN BUSTINE - WALTZES & PLEAS

THE
STARKWEATHER BOYS
ARCHER ST. BLUES
Website - myspace
Info : info@starkweatherboys.com
Label : Charlier Records
charlierrecords@gmail.com
Cdbaby
VIDEO 1
VIDEO2
VIDEO3
The
Starkweather boys are the best new group I've heard in a long time!
(Deke Dickerson)
Afgelopen
maandag had ik een uiterst gezellig gesprekje met Joanna Serraris, the leading
lady van het Americana / alt.country / roots boekingskantoor Musemix en wij
kwamen tot dezelfde conclusie ... de Lotto winnen is veel gemakkelijker dan
een artiest(e) / band in Belgie enkele concerten te bezorgen. Erg frustrerend,
vooral als je weet dat 'newcomers' als Stacie Collins of deze Starkweather Boys
uit Oklahoma moeiteloos iedere festivaltent (figuurlijk) in lichtelaaie plaatsen.
Good rockin' roots music is hun handelsmerk en ondanks J.D. Mc Pherson / lead
vocals, guitar, baritone gt, Kevin Wright / pedal steel, lead gt, harmonica,
vocals, Billy Earl Padgett / ( ex - Brian Parton & the Nashville Rebels,
drums, vocals en Johnny Carlton / Upright bass, vocals nog maar sinds 2004 onder
dezelfde vlag varen en "Archer St. Blues" hun debuutalbum is, druipt
de kwaliteit er meteen vanaf. De opener "Abigail Blue, Honey" rockt
als de pest, "Slow Movin' Girl" gaat, zoals de titel al aangeeft,
aarzelend van start maar geraakt al heel vlug op kruissnelheid ... When I'm
rockin' with you baby .. we take all the time of the world! Het schitterende
stemgeluid van J.D. Mc Pherson op het blues / soul slepertje "Little Mae"
en de prima rocker "Man Without Shame" doen good old Little Richard
zowaar bleek uitslaan. Zelf gepende songs die moeiteloos de concurrentie aangaan
met Richard's "True Fine Mama" en Eddy Boyd's "Hard Time Getting
Started". Hard knockin' drums on "Off His Leash", trombone on
het swingend "Archer St. Blues", een jankende pedaal steel en behoorlijk
wat fiddle geluidje op Kevin Whright's "Bare Bones" illustreren de
muzikale veelzijdigheid en dat een pedal steel wel degelijk thuishoort in het
rock & roll gebeuren was bij the Hacienda Brothers al duidelijk merkbaar
maar ook the Starkweather Boys zetten het met "Straight Razor Baby"
nog eens duidelijk in de verf. De two - stepper "Rather Do It Alone"
hoort ongetwijfeld thuis in het rijke traditionele Oklahoma music gebeuren dat
met The Starkweather Boys excellente vertegenwoordigers heeft. Rock & Roll,
Jump Blues, Rockabilly, Western Swing, Honky Tonk, Hillbilly ....u roept maar!

LEE MELLOR
GHOST TOWN HEART
Website
E-mail:lee@leemellor.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Lee
Mellor is een Brit die geboren werd in Chester, een industiestad in het noordwesten
van Engeland. De voortdurende stank van een nabijgelegen vilbeluik en het aanhoudende
regenweer daar, deed de chronisch zieke familie Mellor vluchten uit Chester,
ze emigreerden naar Canada eind jaren tachtig. Ze vestigden zich in de omgeving
van Toronto, in het grote landbouwgebied van Bowmanville, Ontario. Lee begon
al vroeg met het schrijven van kortverhalen en hij verslond boeken per kilo.
Op dertienjarige leeftijd ontdekte hij de rockmuziek en het schrijven van verhalen
nam nog toe, maar dan zo korte dat het songteksten werden. Na zijn middelbare
school ging hij naar de filmschool, waar hij zich stortte op poezie, folk en
country muziek. Hij schreef een aantal songs en kreeg hierop zo goede reacties
dat hij de filmschool verliet en naar Montreal vertrok. Hij nam zich voor om
aan zijn debuut zoveel mogelijk geld, werk en tijd te spenderen zodat het een
perfecte start voor zijn carrière kon worden. Hij is nu 25 en zijn debuut
is net verschenen en hij wordt nu al de meest onderschatte songschrijver genoemd,
zijn teksten worden in de Canadese pers vergeleken met het werk van schrijver
Timothy Finlay, zeg maar de Canadese Hugo Claus en zijn zangprestaties met Steve
Earle en Dylan. Vermits ik weinig ken van Canadese literatuur, weet ik niet
of de eerste bewering klopt, maar van muziek weet ik wel wat en ik kan de tweede
vergelijking volledig onderschrijven. De muziekpers in Canada is over deze cd
in alle geval laaiend enthousiast. Vanaf de eerste tonen van openingssong "Liberty
Street" weet je dadelijk, dit zit goed. De song heeft zo'n meeslepende
melodielijn dat dit met wat radioplay gerust een"hit" kan worden,
prachtig gewoonweg. "The Greatest Killer" moet er weinig voor onderdoen,
meer Americana getint dan de voorganger, maar ook deze song is erg sterk en
de vergelijking met Steve Earl is duidelijk na het aanhoren van deze song. "In
A Small Town" heeft wat meer van Dylan in zich, maar is toch een echte
alt.country song met een mooie steel gitaar. "Nowhere, Monitoba" zit
qua sfeer wat rondom "The Devil went to Georgia" van Charlie Daniels,
compleet met fiddle solo en al. Een van de mooiste songs op dit uitstekend debuut
is het rustige "Girl On The Highway" met een mooie dobro en een mysterieuze
sfeer opgeroepen door de backing vocals van vrouwenstemmen met flarden indiaanse
gezangen, ergens ver weg. Een meesterlijke song waarin de tekstschrijver Mellor
schittert, pure poezie. Ook op songs als "Bar Mirror" en "Blow
My Heart Out Of The Window" met sterke Dylan invloeden, is hij tekstueel
op topniveau. Die prachtige teksten van Mellor gaan zoals dikwijls, liefde,
maar ook oorlog, geloof, verleden en dood. Beproefde onderwerpen dus, die het
steeds nog doen. Momenteel toert Lee Mellor intensief om dit debuut te promoten
en hij krijgt veel positieve pers. Het voorbereiden van zijn tweede die als
titel "Desperation" zal krijgen is nu al begonnen. Een grote Canadese
krant blokletterde: This is one Canadian artist which is "going far".
Ik durf er zelfs een eed op doen. Deze jongen staat binnen een aantal jaren
tussen de hele groten!
(RON)


DONAVON
FRANKENREITER
RECYCLED RECIPES
Website - myspace
Label : Lost Highway
Records
Distr. : Universal Music
Surfer
en singer-songwriter Donavon Frankenreiter is ondertussen 35 jaar geworden en
al jarenlang een opperbeste maat van die andere surfer-muzikant Jack Johnson,
van wiens ouders hij ooit op Hawaii een kamer huurde tijdens één
van zijn vele trips in Amerika. Muzikaal bewegen ze zich beiden graag in hetzelfde
vaarwater, de “laid back & easy listening”-surfsongs, meezingertjes
die na een eerste beluistering niet meer uit je hoofd te verwijderen zijn. Zijn
eerste naamloze album verscheen in 2004 en bombardeerde hem meteen naar de top
van de Australische hitlijsten dankzij zijn vele live-optredens Down Under als
voorprogramma van Jack Johnson. De langharige en zwaar bebaarde zanger speelde
zich intussen een ijzersterke reputatie bijeen. De tweede CD “Move By
Yourself” uit 2006 stootte meteen door tot op nummer één
in de hitparade en leidde zo al snel tot zijn eerste gouden plaat. Nu heeft
hij als een soort tussendoortje het EP-tje “Recycled Recipes” uitgebracht
met daarop 6 coversongs. Het album werd opgenomen in de keuken/studio van vriend,
collega en producer Matt Grundy. Zijn songselectie bestaat uit de Dylan-song
“Don’t Think Twice, It’s Allright” waarvan hij een zeemzoet
liefdesliedje maakt, “Fortunate Son” van Creedence Clearwater Revival
dat een gelijkaardige bewerking krijgt en “Theologians” van Wilco
(uit “A Ghost Is Born”) waarin zeemzoete gitaarklanken de bovenhand
krijgen. Andere covers zijn wat minder bekende nummers van The Band (“It
Makes No Difference”), Bruce Cockburn (“Wondering Where The Lions
Are”) en Dr. John (“Such A Night”). Donavon Frankenreiter
voegt niet echt iets nieuws toe aan deze popklassiekers en dat had misschien
toch wat beter gekund. Maar zoals gebruikelijk is het ook hier weer bijzonder
prettig om meegezogen te worden in een lekker “feel good & do nothing”-gevoel
dat typerend is voor de muziek van deze muzikale bard. Héél leuk,
niet meer, maar ook niet minder in afwachting van een nieuwe full-CD die gepland
is voor 2008.
(valsam)

VARIOUS
ARTISTS:
PUTUMAYO PRESENTS NEW ORLEANS BRASS
Website - marco@putumayo.com
Het bekende compilatielabel
Putumayo dat sterk is in het belichten van worldmusic en roots en zowat alle
subgenres binnen deze muziekafdelingen van de nodige aandacht voorziet heeft
een nieuwe verzamelaar uitgebracht met een aantal van de brassbands van New
Orleans. Met hun mengeling van jazz, funk & R&B hebben deze marching
bands een grote betekenis voor deze zwaar geteisterde stad, op herdenkingsfeesten,
stadsevenementen en zelfs begrafenissen. Na de eerste wereldoorlog, in 1950,
kwam de eerste heropleving van de marching bands. Iedere begrafenis van iemand
met wat aanzien moest een walking band hebben, meestal met sterke gospel invloeden,
zoals John Boutté, die hier op deze cd met "I'll Fly Away"
een prachtig voorbeeld daarvan geeft, of "Glen Andrews & The Lazy Six",
die met zijn "Over in the Gloryland" de gospel brass op de wijze van
Louis Armstrong laat horen. Omstreeks 1970 kwam dan een tweede generatie, die
R&B invloeden bijbracht. Voorbeelden van deze stijl staan ook op deze verzamelaar
natuurlijk, met o.a "The Dirty Dozen Brassband" zowat de ambassadeurs
van New Orleans, hier nog versterkt door een ander boegbeeld Mack Rebenack a.k.a
Dr.John, die met Bobby Womack's " It's All Over Now", (waarvan bijna
iedereen denkt dat het een Stones original was), hier een puik stukje New Orleans
funk neerzetten. Uit die periode valt er ook nog de prachtige blues "St
James Infirmery" te beluisteren, van de minder bekende, maar uiterst bekwame
"Bob French's Original Tuxedo Jazz Band" met als speciale gast Leon
"Kid Chocolate" Brown, die hun geheel kruiden met dixieland invloeden.
Natuurlijk is er ook nog de derde lichting, de jaren negentig brassband generatie,
zoals Kermit Ruffins "Rebirth Jazz Band", hier met "Treme Second
Line" (Blow Da Whistle), een stukje funky Mardi Gras Parade stuff. Een
nummer dat natuurlijk niet mocht ontbreken zijn de "Saints" want anders
is er geen New Orleans parade volledig. Daarvoor zorgen de "Dukes of Dixieland"
om deze Putumayo verzamelaar af te sluiten.
Van deze uitstekende
bloemlezing van een stukje "Southern Culture" geven wij 4 exemplaren
weg aan de vier eersten die het antwoord weten op onze prijsvraag :
Met welke inwoner van New Orleans hebben we onlang een uitgebreid
gesprek gehad ter gelegenheid van zijn concert te Antwerpen?
Mail
uw antwoord zo vlug mogelijk naar de Rootstime redactie (rootstime@mail.com),
want enkel de vier eerste juiste antwoorden winnen deze mooie CD.
(RON)

LISA
HAYES
SOMEWHERE DEEP IN TEXAS
Website - myspace
Label: Gracye Records
Cdbaby
Het
lijkt bijna een eeuwigheid geleden dat wij Lisa Hayes' album "Sweet Forgiveness"
in de schijnwerpers plaatsten. September 2004 om precies te zijn en meteen ging
een lichtje branden want het voortreffelijke album dat tot stand kwam voor de
pietluttige prijs van 700 dollars kreeg nog al wat bekend volk over de studiovloer.
Ondermeer Will Sexton, Chuck Bramlet en multi - instrumentalist Michael Thompson
waren destijds van de partij en ook producer Mark Hallman (Eliza Gilkyson en
Jimmie Dale Gilmore) deed zijn duit in het zakje. Voor de opvolger "Somewhere
Deep In Texas" bleef enkel Michael Thompson over van het illustere gezelschap,
nam Lisa Hayes de produktie voor eigen rekening en zocht zij steun en toenadering
tot Cindy Cashdollar, Stephen Bruton en Billy Block. Bepaald niet Jan en Klein
Pierke en toch is het album niet echt begeesterend. Het "Rising Americana
Star" etiketje dat Joe Gross (Austin American - Statesman) op haar durft
kleven heeft maar weinig lijm en valt er dan ook na de eerste draaibeurten vlug
af. "She writes from the heart, the passion bleeds into every track...
And talent that is light years away from the standard formula ....". Het
leest allemaal veelbelovend en de openingstrack "Fierce Love" (met
fiddle en accordion) is een heuse voltreffer en de steel guitar geluidjes van
Cindy Cashdollar & Patterson Barret op "Get Yourself Home" zorgen
zelfs voor een leuk honky tonkertje. Wanneer Michael Thompson de banjo, accordion
hanteert, Stephen Bruton zich mag uitleven op de mandolin en Sean Orr zijn duivels
ontbindt op fiddle in de songs "I Never Meant to Tell You", "AnyFool
Can See" en "Find Me" lijkt het of de basis is gelegd voor een
nieuwe voltreffer maar dan komt de kat op de koord. Met "I Can't Find You",
het titelnummer "Somewhere Deep in Texas" en "Little Black Cloud"
slaat de richtingsaanwijzer af naar het weliswaar betere countrywerk maar dat
is nu niet bepaald wat deze jongen verstaat onder Americana / alt.country. Het
schitterend staaltje dobro en fiddle op "She Was a Beauty" geeft Lisa
Hayes voor het eerst de kans om uitvoerig, schitterend uit te halen .... raw
emotion, pure soul ... meer moet dat niet zijn maar jammer genoeg iets te weing
aanwezig op dit schijfje.

MICHAEL
FRACASSO
RED DOG BLUES
Website
Email: fracasso@michaelfracasso.com
Label: Little Fuji Records
Cdbaby
Met
"Red Dog Blues" leverde de inmiddels in Austin, Texas residerende
Michael Fracasso recent zijn zevende cd af. Fracasso is wel geboren in Mingo
Junction, Ohio als kind van Italiaanse immigranten, waarna hij op oudere leeftijd
verhuisde naar New York om dan pas in 1990 naar Austin te trekken. Liefhebbers
van echte singer-songwriters-stuff opgelet! Michael Fracasso behoort tot de
Texaanse singer-songwriters en manifesteert zich met "Red Dog Blues"
voor Little Fuji Records als een groot talent. Sinds hij in 1993 debuteerde
met "Love & Trust" heeft Fracasso al een aardig palmares bij elkaar
geschreven. Na "When I lived in the Wild" (1995), "World in a
Drop of Water" (1998), "Back to Oklahoma" (2001), "Pocketful
of Rain" (2004) en "Retrospective" (2004) houdt onze folky bard
op "Red Dog Blues" de Texaanse singer-songwriter tradities in ere,
in zijn bekende mengsel van country en Amerikaanse folk, al laat zijn muziek
zich alles behalve omschrijven als typisch Texaans. Veel sobere en aardedonkere
songs die stuk voor stuk de ontroerendste verhalen vertellen, zoals het jazzy
"Hurricane", dat feitelijk lang geschreven was voor Katrina toesloeg.
Fracasso beschikt over een prettige stem en heeft een stel prima muzikanten
om zich heen verzameld die de juiste muzikale accenten weten te leggen. Zijn
medium-tempo songs en ballads zijn ingetogen geïnstrumenteerd: gebaseerd
op zijn akoestische gitaar en pianospel, ondersteund door effectief swingende
drums worden de accenten meestal gelegd door mandoline en een stel blaasinstrumenten.
Ze onderstrepen zijn met een warme tenor gezingzegde, meeslepende teksten en
verhalen. En het lijkt er alsmaar meer op, dat Fracasso binnen afzienbare tijd
in de bovenste la van het singer-songwritersgild zal gaan belanden. Fracasso
beschikt niet enkel over een mooie hoge, heldere stem, maar is daarbuiten ook
een onderscheiden dichter, die in zijn nummers met zijn onnadrukkelijke woorden
een continue sfeer van verlies en leed oproept. Hij is daarbij waarnemer, geen
deelnemer. Een aantal keren haalt hij instrumentaal wat feller uit, dan onderstreept
dat muzikale venijn zijn beschouwende teksten en geeft ze net het reliëf
dat in sommige andere songs ontbreekt. Zijn verteltrant lijkt gemakkelijk, maar
dat is juist de kunst. Vakbroeders erkennen zijn talent dan ook terecht: Jamie
Hilboldt (toetsen), bassist Byron Isaacs (Ollabelle), drummer-percussionist
J.J. Johnson (Charlie Sexton), Alex Rueb (mandoline) en de blazers Dan Torosian
en Rick White doen mee op deze vlekkeloos volgespeelde en door producer David
Hamburger (eveneens elektrische- en akoestische gitaren, pedal steel) opgenomen
cd. Wereldschokkend wordt het nergens, wel oerdegelijk en geloofwaardig van
begin tot eind. Maar al bij al een album dat bijzonder aangenaam wegluistert
en waarvan nummers als "Naked Fool", "Red White And Blue"
en "Texas Lost Highway" naar onze mening, binnenkort regelmatig op
de radio te horen zijn. Met "Red Dog Blues" zal Michael Fracasso eindelijk
de welverdiende doorbraak kunnen bewerkstelligen. Klasse!

DEVASTATIONS
YES, U
Website - myspace
Mail : wearedevastations@googlemail.com
Label : Beggars Banquet Records
Eind
2003 verraste de Australische driemansformatie Devastations zeer aangenaam met
hun titelloze debuut-CD. Met hun sound en zang die sterke gelijkenissen vertoonden
met de in die tijd erg populaire Tindersticks kregen ze behoorlijk wat airplay
op gespecialiseerde radiostations en internetradio’s. Zanger Conrad Standish,
gitarist Tom Carlyon en drummer Hugh Cran vertrokken een tiental jaren geleden
uit Melbourne om hun geluk te beproeven in Londen en Berlijn waar ze sindsdien
afwisselend resideren. Twee jaar geleden brachten ze hun tweede full-CD op de
markt onder de titel “Coal” waarmee ze een nominatie voor de Australian
Music Prize afdwongen. Begin 2006 zag ik ze nog aan het werk in een klein zaaltje
in de Botanique te Brussel waar ze een korte maar goede set speelden voor een
veel te gering opgekomen groepje toeschouwers. Voor live-optredens krijgen ze
muzikale ondersteuning van synthesizer- en pianospeler Nigel Yang en violiste
Andrea Lee, wat hun geluid alleen maar ten goede komt op het podium. Hun donkere
en dramatisch opgebouwde songs vallen op, dat is het minst wat er kan over gezegd
worden. Hun eerste album voor het Beggars Banquet-label is nu gereleased onder
de titel “Yes, U”. Hun reputatie van klassieke ballades over miserie
en ellende werd wat minder geaccentueerd op dit album en ze kozen deze keer
voor een meer moderne en soms zelfs psychedelische popsound, zonder daarbij
afbreuk te doen aan hun rootslinks met anderen in dit genre zoals Velvet Underground
en Scott Walker. Er zit wat meer electronica en gitaren in de liedjes op “Yes,
U”. Songs als “Oh Me, Oh My” en de single “Rosa”
zijn hier de ultieme bewijzen van. De nummers van Devastations worden afwisselend
door Carlyon en Standish geschreven en beiden drukken een eigen stempel op de
door hen geschreven songs. Emotionele core-muziek valt te beluisteren in “The
Pest” en de funky popsong “Mistakes”. De snerende gitaargeluiden
van Tom Carlyon hebben duidelijk een groter aandeel gekregen in de songs op
dit album. Mijn persoonlijke favoriete songs op “Yes, U” zijn “As
Sparks Fly Upwards” (ideale soundtrackmuziek voor een romantische film)
en “The Face Of Love” met Phil Spectorsound en koortje; deze song
zou ook op “Boxer” van The National of op iets van Nick Cave hebben
kunnen staan. Hetzelfde geldt eigenlijk voor “An Avalance Of Stars”
en voor “The Saddest Sound”. De instrumentale afsluiter “Misericordia”
-met heel wat synthesizerakkoorden die Ennio Morricone op ideeën zouden
kunnen brengen - verdient een speciale vermelding. “Yes,U” lijkt
bij een eerste beluistering wat moeilijker in het gehoor te liggen dan zijn
beide voorgangers, maar ik stel voor om de CD maar eens een aantal keren op
te zetten en je zult al snel de eerste symptomen van verslaving voelen opborrelen.
Devastations is een uitstekende moderne popgroep met een plan en met bakkenvol
potentieel om vele jaren een vooraanstaande rol in de hedendaagse popmuziek
te spelen.
(valsam)

DUNCAN
EARL WALTERS
GUARDIAN
Website - myspace
- Nessmp3.com
Info : dw@duncanwalters.com
Label : Spent Round Records
European Radio &
Promotions: Mr. Rob Ellen / Nessmp3.com
Email: rob@medicinemusic.co.UK
Waarom
het nu plotseling Duncan Earl Walters is ... het zal misschien wel altijd een
raadsel blijven. Het album "Northern
Rain") van Duncan Walters ging destijds vlotjes over de toonbank en
kon rekenen op heel wat lovende kritieken. Ook deze jongen was behoorlijk onder
de indruk van het warme stemgeluid van deze singer/songwriter die in Texas zijn
tweede thuis vond. Jammer dat Rootstime in het verleden wel eens van van server
wisselde want op die manier verdwijnen er nog al wat gelinkte recensies, zo
ook met "Northern Rain" (rev
: okt '04) op Duncan Earl Walter's website. Misschien dat onze indrukken
van de opvolger "Guardian" er binnenkort opnieuw prijken.... De man
is blijkbaar niet over een nacht ijs gegaan om ook ditmaal weer een weliswaar
traditioneel country album af te leveren maar dat nergens ouwbollig of passé
overkomt. Integendeel, net als op het debuutalbum doet Duncan beroep op een
aantal door de wol geverfde artiesten die het album dat net "ietsje"
meer bezorgen. Klassieker als met "Dancing Girl", Bobby Flores op
fiddle en Tommy Spurlock on pedal steel en "Standing in the Sun" (background
vocals van Mary Ann Price & Lissa Hattersly) kan je waarschijnlijk nooit
beter een album of concert starten. Als good old Flaco Jimenez dan ook nog eens
zijn duit in het "Tejana meets Cajun zakje" doet op "Greyhound"
en "Eliza Jane", het honky tonkertje "Crystal White Girl"
het tempo wat optrekt kan het feest pas echt beginnen. Misschien dat wij de
"Illusion" wekken dat het ER allemaal lichtvoetig aan toe gaat maar
dat zou de waarheid geweld aandoen want Duncan besteedt enorm veel aandacht
aan zijn lyrics. Storytelling songs die dieper graven dan wat het doorsnee Nashville
countrygebeuren aanbiedt en ons met "Guardians of The Sky" en the
love song "Spin" zelfs aan het mediteren brengt. Gelukkig haalt het
rockertje "Mess Up My Truck" (Cindy John "CJ" Morse on piano)
ons uit die diepe overpeizingen maar het bevestigt dat de niet zo voor de hand
liggende thema's in het countrywereldje best hand in hand kunnen gaan met de
prachtige traditionele country sound. Afsluiter "Wash Away" (met oa.
Joe on keyboards ) onderstreept het nog maar eens.

BRANDON
BUTLER
LUCKY THUMBS
Website - myspace
Email: bb@brandonbutler.net
Label: Gypsy Eyes
Records
De
laatste 10 jaar was Brandon Butler actief met maar liefst drie emo-rock gitaargroepjes:
Boy’s Life, Farewell Bend en Canyon. In Amerika betekende deze bandjes
wel wat maar in Europa hebben ze nooit veel teweeggebracht. Sinds enkele jaren
is Brandon echter solo, en maakt hij heel andere muziek. Dit is zijn tweede
release, zijn vorige "Killer On The Road" gaf reeds een inblik in
de wereld van deze ex-gitaarrocker die plots overgaat naar gevoeligere, alternatieve
countryrock en intoverte singer-songwriters-composities. De acht songs op deze
"Lucky Thums" dus voornamelijk songs van het rustige type, al mag
er regelmatig nog wel eens een keihard rockgitaar doorheen. Hierin merkt men
de invloed van zijn maat Jay Farrar, die jullie wel zullen kennen van Son Volt
en Uncle Tupelo. De songs zijn daardoor in vergelijking met de bijna volledig
akoestische voorganger wat ruiger en doen wat denken aan wat Neil young met
Crazy Horse bracht, al komt zijn stem dan soms weer dicht in de buurt van Tom
Petty. Brandon geeft zich volledig in deze nieuwe opname. Enkele van de mooiste
songs zijn voor mij toch de rustigere songs, zoals "Never On A Sunday"
en de afsluiter, het donker klinkende "Rats & Mice". De opener
"Sparks" en het daarop volgende "Fire and The Wheel" hebben
het meest die Neil Young/Crazy Horse stempel en "Throw Back Rockers"
is het meest ruige nummer op deze schijf, die ons de twee kanten van deze rocker/singer
songwriter toont. En beide kanten bevallen ons, het kan alleen maar de afwisseling
ten goede komen.
(RON)


JOHN
BUSTINE
WALTZES & PLEAS
Website
- myspace
Label: Gypsy Eyes
Records
"You'll
be the death of me / Unless I kill you first / Is there anyway this could go
any worse? / We haven't hit the second verse" ... Knap, interessant, maar
ook wel gevaarlijk. Zo is het ook gesteld met de fraaie, duistere muziek van
deze plaat: op het eerste gehoor onschuldig, maar naarmate je het meer draait
steeds beklemmender en aangrijpender. Op "Waltzes & Pleas" wordt
John Bustine ondersteund door een groot arsenaal aan gastmuzikanten. Een stel
jonge rotten die hun sporen in de muziek stuk voor stuk al lang hebben verdiend.
Het simpele idee achter Bustine: wat vrienden bij elkaar brengen, even de koppen
bij elkaar steken om op geheel ongedwongen wijze een leuk plaatje te maken.
Vanwege die benadering en omdat het stuk voor stuk geweldige muzikanten zijn
ontstijgt de muziek van "Waltzes & Pleas" de sferen van commercie,
kroegrock en lolbroekerij. Dit is dus wat je krijgt als je Aaron Claxton, Dave
Bryson, John Lefler, Daren Zentec, Helena Arlock, en Josh Read (die we kennen
uit Dashboard Confessional, Revival en Jay Farrar’s Band) met Bustine
samen laat werken. Aan de kwaliteit van "Waltzes & Pleas" zal
het niet liggen, want dit is een verbluffend goede en veelzijdige plaat. Een
plaat die het hele spectrum van de Americana bestrijkt. Van een portie lekkere
stevige rock ("This Guitar Says I'm Drunk" en "Graceless Birds
of Death") tot het meer ingetogen akoestische werk. Songs van hoog niveau
die niet alleen vol bezieling gespeeld worden, maar ook nog eens prachtig worden
gezongen. Ook de gastbijdrage van Helena Arlock in "Jesus, Jesus Not Again"
is trouwens om in te lijsten. Het is vooral de stem van Bustine, en zijn teksten,
die het middelpunt vormen van "Waltzes & Pleas". De vaak eenzame
teksten van het muzikale wonder zijn zeer intens. Bovenstaand tekstfragment
(van "Jesus, Jesus Not Again") is slechts een greep uit de prachtige
songteksten van deze plaat. Langzaam opgezette, donkere stukken met ingetogen
zang die ongegeneerd persoonlijk zijn. Droefheid troef, het leven is een last
en goddank is de dood weer een stapje dichterbij. Maar toch loert er gevaar,
want John Bustine maakt zich met zijn muziek langzaam onsterfelijk. Zonder schroom
leidt hij ons naar de diepten van z'n zwartverbrande ziel, ondertussen verhalend
over de bitterste teleurstellingen in zijn leven, de zelfkant en randbestaan.
Bustine is zo'n artiest, vergelijkbaar met Mark Lanegan of de sound van Smog,
die met minimale begeleiding een maximum aan intensiteit, kracht en emotie weet
te ontwikkelen. De verstilde schoonheid, de in triestheid gedoopte teksten,
voor een gevoelig mens is deze cd bijna ondraaglijk mooi. Bustine koestert een
ouderwets verlangen naar eenvoud en onschuld. Zeker is in ieder geval wel dat
met dit debuutalbum, John Bustine een passend vervolg zal maken. Een melodramatische
Americana plaat met grote allure!