JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007 - APRIL 2007
MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007 - SEPTEMBER 2007
LIL' DAVE THOMPSON - GOT TO GET OVER YOU
THE TELLERS - HANDS FULL OF INK
STERLING HARRISON - SOUTH OF THE SNOOTY FOX
PETER KARP - SHADOWS AND CRACKS
CLAY MCCLINTON - SON OF A GUN
SCOTT HOLT - REVELATOR
DEBBIE DAVIES - BLUES BLAST
IRON AND WINE - THE SHEPHERD’S DOG
THE SUBDUDES - STREET SYMPHONY
BEN LEE - RIPE

LIL'
DAVE THOMPSON
GOT TO GET OVER YOU
Website
Label: Electro-Fi /
Distr.:Parsifal
Booking: Road Dawg Touring
Co
roaddawgtouring@comcast.net
Na
4 jaar afwezigheid in de blues-scene is hij er weer terug, Lil’ Dave Thompson,
afkomstig uit de Mississippi Delta. In 1996 bracht hij ons zijn debuut op het
befaamde Fat Possum label, maar hij overtuigde niet echt en verdween vlug van
het toneel, richting vergetelheid, dachten wij. Maar in 2002, zes jaar later
dus, verschijnt zijn tweede album op het JSP label, getiteld "Come On Down
To The Delta", een CD die ditmaal reeds een meer moderner geluid liet horen.
Maar nog vond Lil’ Dave geen toegang tot het grote publiek, gewoonweg
omdat de opnames niet toonden waartoe deze gitarist in staat was. Nu is er dan
eindelijk "Got To Get Over You", een prachtige productie op het Electro-Fi
label, waar kwaliteit bijna vanzelfsprekend is. Lil’ Dave zorgt deze keer
voor een uitstekend blues-soul album, dat vol zit met afwisseling. Zijn soulvolle
stem en mes-scherp gitaarspel dat het midden houdt tussen Albert King’s
"cross-cut saw" stijl en Little Milton’s ”Mellow”
gitaarpartijen, loodsen ons door shuffles, slow ballads, en zuiderse up-tempo
nummers. Het is moeilijk om er favorieten uit te pikken, maar de opener is al
meteen raak, de titelsong "Got To Get Over You" is een nummer met
een snerpende vette Albert King gitaar bovenop een Booker-T basis zoals uit
de grote Stax periode. We gaan verder met het swingende "Out In The Cold"
een prachtige Texaans aandoende boogie, met flarden Freddy King gitaar. Een
mooie shuffle ("I Got The Blues"), de Albert Collins getinte, snelle
instrumental ("Need For Speed") en om het rijtje van de Kings tevervolledigen
krijgen we "Lil’ Girl", in onvervalste B.B.King stijl, best
te omschrijven als : "Albert King takes Lucille out for the night".
Dus wat mogen we verwachten van Lil’Dave Thompson en zijn (Canadese) band:
een mooi modern gitaaralbum met een zeer hoog soulgehalte, of zoals de New York
Times onlangs schreef: "Whoa, Lil’ Dave plays Blues of the highest
order".
(RON)

THE
TELLERS
HANDS FULL OF INK
Website myspace
Mail: thetellers@62tvrecords.com
Label : 62 TV Records
Distr. : Bang!
Ben
Bailleux-Beynon en Charles Blistin zijn twee 20-jarige Waalse kerels uit Bousval
die de popgroep The Tellers oprichtten in 2005 en muziek maken die gerelateerd
kan worden aan vlotte popjongens zoals Jack Johnson, Gabriel Rios, The Shins,
The Kooks of Artic Monkeys. Vorig jaar brachten ze een eerste EP uit onder de
titel “More” waarvan de titeltrack nu ook terug te vinden is op
deze eerste full-CD “Hands Full Of Ink”. “More” is samen
met “Want You Back” een song die zo uit een album van Gabriel Rios
kon geplukt zijn. Maar ze zijn het niet en dat is de verdienste van deze 2 getalenteerde
jongens. De arrangementen van de songs op deze eerste full-CD van The Tellers
zijn uiterst fris en vrolijk. De liedjes zijn 2 à 3 minuten durende catchy
radiopopsongs en hebben allemaal wel een behoorlijke portie hitpotentieel. Ook
het nummer “Second Category” kreeg een plaats op dit album. Kijkers
van de franstalige TV-stations zullen dit nummer zeker herkennen als muziekje
bij de veel getoonde commercial van Canon. De nieuwste single van The Tellers
heet “Hugo” en valt zowel in Wallonië als in Vlaanderen regelmatig
bij de diverse radiostations te horen. De CD “Hands Full Of Ink”
bevat 16 liedjes die allemaal ingezongen, respectievelijk ingefluisterd worden
door Ben Bailleux-Beynon en instrumentaal gecreëerd werden door het muzikale
brein van de groep Charles Blistin. De groep geniet van een ruime persbelangstelling
en heeft daar al optredens in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Scandinavië
aan overgehouden. Afgelopen zomer kregen ze ook een vooraanstaand plaatsje op
de festivalpodia van Pukkelpop, Dranouter en Dour. Het album bevat nog een hele
reeks uiterst toegankelijke songs die zo in de hitlijsten kunnen belanden, zoals
“Holiness”, “Memory”, het met mondharmonica gelanceerde
en zeer mooi gezongen “He Gets High” en de prachtige albumopener
met dito gitaarriff en refreintje “If I Say (Die With Me)”. Een
randopmerking misschien nog om af te sluiten: dit is een uitstekende popplaat,
maar The Tellers moeten eerst toch eens goed nadenken over hoe een opvolger
er moet uitzien. Vooral proberen om daar wat meer diversiteit in de nummers
te steken, want na zestien songs in hetzelfde genre loert verveling om de hoek.
Laat dit meer een advies dan kritiek zijn. Heel goed gedaan van onze sympathieke
zuiderse landgenoten. Jawel, België bestaat nog altijd.
(valsam).
THE TELLERS LIVE
12/10
Petrol, Antwerpen
29/11 MOD, Hasselt
05/12 Botanique, Brussel
06/12 AB, Brussel
07/12 Dison, Ardennes
15/12 Entrepot, Arlon
NEDERLAND
07/11 Paradiso, Amsterdam
08/11 Rotown, Rotterdam
09/11 Perron 55, Venlo
11/11 Ekko, Utrecht

STERLING HARRISON
SOUTH OF THE SNOOTY FOX
myspace
Label: HackTone Records
amazon
VIDEO
De
Amerikaanse bluesmuzikant Sterling Harrison is op vierenzestigjarige leeftijd
gestorven. In de jaren zestig scoorde hij met verscheidene hits, weliswaar van
die goeie oude vinyl singles waarmee hij de Billboard magazines R&B singles
charts behaalde, waarna hij zijn loopbaan in de jaren tachtig vervolgde met
tal van LP's aan de lopende band, albums waarbij de nadruk meestal op de soul-elementen
lagen, en dit voor de zeer bekende labels van toen als Smash, Motown en Atlantic.
Harrison bereikte met zijn fantastische stem vooral grote populariteit in de
Snooty Fox in L.A., waar hij vooral bekend was als Sterling "Mr. Entertainment"
Harrison. De combinatie van een etentje met deze soul revue was steeds een groot
feest. En zoals veel van deze zangers in dit circuit deelde hij soms het podium
met Otis Redding, James Brown en Millie Jackson. Harrison raakte echter ziek
en overleed in 2005 in Seven Hills Nursing Home in Richmond, zijn geboorteplaats.
En dat hij de soul-blues-muziek een grote waarde heeft bewezen staat buiten
kijf en dit is zeker te horen op zijn laatste album "South Of The Snooty
Fox", waarvan de productie in handen lag van Steve Berlin van Los Lobos.
Aan de kwaliteit van dit album zal het niet liggen, want wat is dit een goede
cd. Sterling Harrison haalt zijn inspiratie al jaren uit de Southern Soul, maar
weet ook raad met blues en funk. Zijn sterke troef was wel voornamelijk het
imiteren van o.a. Bobby ‘Blue’ Bland, Sam Cooke, Jackie Wilson,
James Brown, Johnny Taylor, Wilson Pickett en Millie Jackson. Noem maar een
nummer van deze artiesten en Harrison zong het als geen ander, voeg daarbij
een geweldige band, met een authentiek soulgeluid en "South Of The Snooty
Fox" klinkt zo aanstekelijk en overtuigend dat je bijna gaat geloven dat
hogere machten hier de hand hebben in gehad. De songs klinken hierdoor ongedwongen
en sfeervol. Harrison vertolkt op meestentijds ontspannen wijze tien songs en
bijna alle zijn kleine juwelen. Deze soulblues-plaat boeit zo van de eerste
tot de laatste noot. Hoogtepunten zijn "There's a Rat Loose in My House",
"Seven Days", "Nickel and a Nail " en "I'll Take Care
of You". Hoogtepunten waarin Harrison alle gelegenheid krijgt deze songs
eigenzinnig te interpreteren en zijn unieke stem te laten spreken. "South
Of The Snooty Fox" is geen muzikaal nakomertje van een groot soulzanger,
maar een indrukwekkende plaat van een legendarische artiest die samen met zijn
band een geluid neerzet dat direct aansluit bij dat van enkele groten uit de
soulmuziek, maar anderzijds geen moment gedateerd klinkt.

PETER
KARP
SHADOWS AND CRACKS
Website myspace
Label: Blind Pig
/ Distr.: Parsifal
Booking: Road Dawg Touring
Co
roaddawgtouring@comcast.net
Naast
een zeer eigen stemgeluid valt Peter Karp op door z’n veelzijdige muziekstijl.
Z’n songs zijn vaak het resultaat van een integratie van folk, Americana,
honky tonk, blues en country. Die benadering vormt de basis van al z’n
albums met daarbij de ene keer het accent wat meer op de folk en dan weer eens
op de rock. Al met al levert dat een resultaat op dat uniek voor het singer-songwritergenre
is. De pracht van de songs en de bloedmooie teksten tonen zich vooral nadat
je z’n werk een aantal malen hebt beluisterd. Daarna lijkt het per draaibeurt
als maar mooier en mooier te worden. Kortom investeren in Peter Karp’s
albums loont zeker! Gevoed en geïnspireerd door mensen als Bob Dylan, Freddie
King, Otis Redding, John Prine, Ted Hawkins, Randy Newman, Robert Johnson, Phil
Ochs, Elmore James, Willie Dixon, Van Morrison, Jerry Lee Lewis, Chuck Berry
... is Karp er anno 2007 in geslaagd zich te ontwikkelen tot een singer songwriter
waar de Americana-scène niet meer om heen kan. In 2000 gestart met z’n
debuutalbum, de live CD "Live at the American Roadhouse", gevolgd
door "Roadshow" (2002) en "The Turning Point" (2004) ligt
er van hem inmiddels een vierde album, "Shadows and Cracks", op tafel
en het moet gezegd worden: dit is er ééntje hoor! Deze singer-songwriter,
die zich thuis voelt in Nashville en New Jersey, en alle plaatsen hier tussen
in, heeft weer een juweel van een album gemaakt, zijn debuut voor het Blind
Pig Records, dat we best kennen als een blues label, maar met deze release toch
even een stap opzij zet, meer de richting van rootsy Americana blues. "Shadows
and Cracks" is gevarieerd qua stijl, waarin tal van invloeden terug te
horen zijn. Prachtige en zeer verzorgde arrangementen en knappe teksten waarin
thema’s als liefde, gezin en het leven van alledag aan bod komen. Soms
lekker rockend (met een heerlijke twang), dan weer met een pakkende soul weet
Karp de luisteraar pakweg zo’n 45 minuten volop te boeien. Prachtige composities:
de ene keer lekker rauw, dan weer gevoelig met teksten die de sfeer van workman’s
songs ademen zoals in het schuifelende "Dirty Weather" (hier met Popa
Chubby op gitaar) tot het swingende "Rubber Bands and Wire", maar
steeds zonder de aandacht van de luisteraar te verliezen. "The Grave"
doet dan weer denken aan de Stones cover "Prodigal Son" van het album
Beggars Banquet en "Air, Fuel, and Fire" ademt Chuck Berry met een
vleugje honky tonk, maar steeds met teksten uit het leven gegrepen om je heerlijk
aan te laven. Het heeft even geduurd voordat de muziekindustrie deze knaap op
z’n waarde wist te schatten. Niet alleen vanwege z’n teksten maar
zeker ook door z’n prima composities, die soms traag kabbelend dan weer
lekker ronkend zijn en daardoor "Shadows and Cracks" een lekker gevarieerde
inhoud geven. Samengevat: heerlijke muziek die je laat wegdrijven uit alle aardse
beslommeringen en bij mij een lekker relaxed effect te weeg brengt. Met andere
woorden: pure klasse! Peter Karp is inmiddels niet meer uit dit genre weg te
denken en dus echt gearriveerd.

CLAY
MCCLINTON
SON OF A GUN
Website
Label : Clayster Records
Booking: Road Dawg Touring
Co
roaddawgtouring@comcast.net
De appel valt niet ver van de boom .... zo vader zo zoon ... het lijkt mij niet eenvoudig voor Clay om als zoon van een levende legende, in casu Delbert McClinton, je eigen muzikale troeven op tafel te zwieren. Zeker niet als vadertje lief ook nog wat hand - en spandiensten levert in de studio en met je aan de keukentafel gaat zitten om wat songs uit de mouwen te schudden. Het wordt nog moeilijker als "vriend des huizes" multi-instrumentalist en producer Kevin Mc Kendree net als op de schitterende voorganger "Out Of The Blue" alweer aardig wat pluimen op zijn imposante hoed kan steken met zijn excellente bijdrage aan de opvolger "Son Of A Gun". De songs "A Thing For You" en het slowly funky "Howlin' at the Moon" kwamen ondermeer tot stand in co-writing met "Der Alte" en dragen dan ook duidelijk een traditioneel McClinton stempeltje maar wanneer "snotneus" Clay beroep doet op ondermeer James Pennebaker en Billy Contreras op fiddle, Kevin Mc Kendree (lead gt, slide gt, organ) en Andrew Bett (piano) lijken "The Man I Wanna Be", "If We Don't Work Together", "Worn Down to the Bone" en "Missing You" zo weggelopen uit een Americana/alt. country schouwspel. Het schitterende "Homesick Blues" en al even mooie "Missing You" draaien er geen doekjes ... deze Clay Mc Clinton behoort tot one of those guys die op een schitterende manier "Texas blues" en "alternatieve country" tot één geheel weten te smeden. Uitsmijter "Listening to the Rain" (Doc Watson) en honky-tonkertje "Dig Deep" bevestigen die besluitvorming en een goed verstaander heeft maar een half woord nodig ... dit is een klasse album en zoontje McClinton kan dan ook best op eigen benen staan. Het lijkt mij dan ook vanzelfsprekend dat de singer/songwriter en gitarist met zijn band (Andrew Bett / piano, Jim Evans / drums en Cary Graig / bass) zo spoedig mogelijk hun opwachting maken aan deze kant van de oceaan.

SCOTT
HOLT
REVELATOR
Website
label: Rockview Records
Booking: Road Dawg Touring
roaddawgtouring@comcast.net
Scott Holt (June 26, 1966) mag dan niet de status hebben van superster, met zijn album "Revelator" lijkt hij mij goed op weg om daar verandering in te brengen. De man leerde gitaar spelen op zijn achttiende en zag de (blues) wereld voor hem opengaan toen hij op het bestaan werd gewezen van Stevie Ray Vaughan, B.B. King, Albert King, Freddy King en last but not least Buddy Guy. Een toevallige ontmoeting met de meester zelf zou resulteren in een vriendschap voor het leven en niet onbelangrijk ... Scott Holt maakte meer dan 10 jaren deel uit van Buddy's band. Een perfecte leerschool zou later blijken (“I learned so much from Buddy and the musicians in that band. I learned how to play the Blues, to entertain an audience and so much more that it really was, as Carlos Santana told me once, my ‘trip to the university’.”) en de beslissing in 1999 om de band te verlaten, en op eigen beentjes te staan, wordt door Holt nog altijd beschouwd als "the hardest decision in my life". Inmiddels zijn er een vijftal albums van Scott Holt op de markt en lijkt de doorbraak er aan te komen. Niet verwonderlijk want "Revelator" is een ijzersterk album : "It's s comes from tears, sweat and laughter. It comes from broken hearts and hearts that have been put back together. It comes from babies crying, dogs barking, pretty girls laughing and the smell of warme June nights somewhere in the Tennessee hills. It comes from the sounds of Nashville, Memphis and Chicago. It comes from cracked guitars, buzzing amps, broken strings and the spiritual thump of love, joy and happiness ... en het volledige pakketje zou dringend eens moeten overwaaien naar Europa! Blues from the heart ... met liefst vijftien zelfgepende songs oftewel 57 minuten en 39 seconden universal heart/soul music van top kwaliteit ....

DEBBIE
DAVIES
BLUES BLAST
Website
Label : Telarc
Distr. : Codaex
Email: be@codaex.com
VIDEO
Een
kittige tante en een cd met pit. Ik was al onder de indruk van haar vorige werk,
maar deze schijf is voor mij het voorlopige hoogtepunt in haar florerende carrière.
Gitariste/ zangeres Debbie Davies (geboren in 1952) werd al jong besmet met
het Britse bluesvirus, getuige haar album "Key To Love" (2003), een
album met maar liefst negen nummers van de hand van John Mayall. Ze oefende
in haar vroege jaren haar vingers kapot om de solo's en licks van illustere
voormannen van de Bluesbreakers tot de laatste noot te ontleden en na te kunnen
spelen. Eric Clapton, Mick taylor en Peter Green waren dan ook de vroege coryfeeën
die haar inspireerden om de gitaar te grijpen. Er was nog een Mayall die een
rol speelde in haar carrière, maar dan een vrouwelijke. In '86 namelijk
kon ze zich, na een tip van Coco Montoya, destijds Bluesbreakers-gitarist, aansluiten
bij de alleen uit vrouwen bestaande band Maggie Mayall & The Cadillacs.
Avond na avond openden de dames de show voor John Mayall, hetgeen blijkbaar
sporen naliet. In 1988 monsterde Debbie aan bij Albert Collins en The Icebreakers,
om in 1991 de leadgitaar bij Jimmy Buffett’s harmonica-blazer Fingers
Taylor over te nemen. Collins en Davies speelden samen in 1993 op Debbie's solo
debuut voor Blind Pig Records "Picture This". Later in datzelfde jaar
stierf Collins op 61-jarige leeftijd aan kanker. "There will never be another
Albert," Davies says of her mentor. "He had such a specific style.
What I learned from him is that everything that comes out has to be totally
wired to your soul--no matter what. I saw how much Albert could go through on
the road--the headaches, the setbacks, the breakdowns--and still reach inside
his soul each night and just give." Veertien jaar later, en twee jaar na
haar schitterende debuutalbum "All I Found" (2005) voor Telarc Records
- acht cd's later, tien als we haar cd's in gelegenheidsbands meetellen - ligt
nu "Blues Blast" in de winkels, eveneens voor Telarc. Voor de begeleiding
zorgen naast Bruce Katz (keyboards), Rod Carey (bas) en Per Hanson (drums) niet
minder dan de gitaristen Tab Benoit en Coco Montoya, en harmonica veteraan Charlie
Musselwhite, voor een waar feest in negen tracks waarvan vier nummers geschreven
of co-written zijn door Davies. Debbie laat in haar nummers horen dat zij een
expressieve gitariste en vocaliste is. Dat Montoya en Davies vroeger speelden
voor Albert Collins, horen we meteen in de openingstrack "A.C. Strut".
De bekende gitaarstijl van Collins is steeds aanwezig in Davies' gitaarwerk,
deze Texas shuffle is ondertussen wel haar handelsmerk geworden. Na Buddy Guy's
klassieker "My Time After While" spelen Montoya en Musselwhite samen
in "Sittin' and Cryin' ", waarin Musselwhite een prachtige Little
Walter-achtige solo ten beste geeft om dan over te gaan in zijn eigen geschreven
"Movin' & Groovin' " waarin hij ook de vocals voor zijn rekening
neemt. Labelvriendje Tab Benoit ondersteunt Davies in de homage aan de twee
legendarische blues grootheden: John Lee Hooker's "Crawlin' King Snake"
en Howlin' Wolf's "Howlin' for My Darlin' ". Het afsluitend instrumentale
"Sonoma Sunset", is een tien minuten durende slow blues, van dit fantastische
viertal, waarin de combinatie van Musselwhite's harp solo met het gitaarwerk
van deze drie gitaristen, deze plaat naar een zeer hoog niveau tillen. Haar
groovy muziek is niet voor de blues purist, maar meer voor de moderne ‘cross-border’
blues luisteraar die houd van rock en soul elementen. Maar het is duidelijk
dat Debbie Davies haar muziek serieus neemt. De jonge zangeres is gezegend met
een 24 karaat rauwe bluesstem en gitaartechniek waar haar mannelijke collega's
het benauwd van krijgen. Warm zingend en scherp solerend, meandert ze tussen
rock en blues. Kort gezegd : Debbie Davies heeft het helemaal: De techniek,
het gevoel, the looks en een grote vriendenkring. Ja, dit is blues met ballen!


IRON
AND WINE
THE SHEPHERD’S DOG
Website - myspace
Mail : info@inlandempiretouring.com
Label : Sub Pop Records
/ Distr. Konkurrent
Ik
ken Sam Beam toch al enkele jaren van EP-tjes en singles die hij uitbracht onder
de naam “Iron And Wine”. Die naam vond hij terug op een voedingssupplement
“Beef Iron & Wine” dat hij in een lokale winkel had zien liggen
tijdens de opnames van een film waarin hij meespeelde. Gelukkig heeft hij het
woord “Beef” achterwege gelaten, het ware zijn credibiliteit absoluut
niet ten goede gekomen. Zijn verschijning en zijn stijl laten echter in het
geheel niet vermoeden dat achter deze immense baard een topartiest schuilgaat.
Maar toen ik deze uitermate sympathieke Texaanse folk-rock-singer-songwriter
twee jaar geleden aan het werk zag in Brussel als voorprogramma van Calexico
en toen hij nadien ook samen het podium deelde met deze band liet hij een onuitwisbare
indruk na als songschrijver en zanger van schitterende songs. Samen brachten
Calexico en Iron And Wine eind 2005 de EP “In The Reins” uit die
geheel terecht schitterende perskritieken mocht ontvangen. Nu is er zijn derde
full-CD “The Shepherd’s Dog”, de opvolgers van “The
Creek Drank The Cradle” uit 2002 en “Our Endless Numbered Days”
uit 2004. Deze 2 albums werden geheel onterecht uit de spotlights gehouden,
waardoor Iron And Wine voor velen nog steeds vrijwel onbekend is gebleven. En
dat is ontzettend jammer want “The Shepherd’s Dog” is net
als de 2 voorafgaande albums een opvallend meesterwerkje geworden. Voor de opnames
kreeg hij muzikale hulp van Joey Burns en Paul Niehaus van Calexico en van jazzmuzikanten
Matt Lux en Rob Burger. De nummers op dit album zijn wat vrolijker en voller
gearrangeerd dan gebruikelijk maar soms komt hij ook heel minimalistisch en
intiem uit de hoek. Af en toe valt er ook een politiek statement – weliswaar
humoristisch of cynisch verpakt – waar te nemen in enkele nummers. Als
singer-songwriter begint Sam Beam zich een plaatsje af te dwingen in de gallerij
der groten waar o.a. ook Nick Drake, Tom Waits en Neil Young een vaste stek
hebben verworven. Hij noemt Tom Waits en diens topalbum “Swordfishtrombones”
dan ook grootmoedig als zijn voorbeeld en inspiratie voor dit album. Producer
Brian Deck en geluidsspecialist Colin Studybaker zorgden voor de uitstekende
muzikale productie van de nummers op deze CD. In “White Tooth Man”
en “The Devil Never Sleeps” durft Sam Beam het zelfs even aan om
swingende rockmuziek te brengen en het speelse “Boy With A Coin”
met een leuke handclap-hook en een verslavende melodie is goed om meteen gelanceerd
te worden als eerste single uit dit nieuwe album. Inventieve ritmes zijn te
horen in “Pagan Angel And A Borrowed Car” en met “Flightless
Bird, American Mouth” (absolute topsong en duidelijke favoriet van ondergetekende)
kan je je geliefde partner in een superromantische bui ten dans vragen voor
een first class-walsje. Andere aanraders zijn het duidelijk door Calexico-geïnspireerde,
schitterende “Lovesong Of The Buzzard” en “Wolves (Song Of
The Shepherd’s Dog)”, “Carousel”, “Innocent Bones”
en “Resurrection Fern”. “The Shepherd’s Dog” is
tot nader order ongetwijfeld de beste CD van Iron And Wine, zowel muzikaal als
compositorisch en de zeer goed verzorgde zang en diversiteit in de songs zorgt
voor de rest. Geen verdere commentaar nodig, dus. CD snel aanschaffen en dan
gestaag richting jaarlijstjes 2007.
(valsam)

THE
SUBDUDES
STREET SYMPHONY
Website
Label : Back Porch Records
/ Virgin
Label : EMI
Naar
een nieuwe plaat van The Subdudes kijk ik altijd uit. Natuurlijk is de vernieuwing
er af, maar je doet de band te kort als je alleen naar de periode met de zanger/bassist
Johnny Ray kijkt. De periode voor hun typische geluid op de 5 cd’s die
uitkwamen van 1989 tot 1997. Dat was wel de glorietijd, maar de huidige line-up
kan toch ook prima uit de voeten en bewijst dat met enkele platen, waarvan "Miracle
Mule" (2004), het bewijs is van hun constante kwaliteit. Punt van kritiek
bij deze plaat is dat het handelsmerk van The Subdudes, hun funky groove songs
meer verdwenen is, maar aan de andere kant: beter een goede plaat dan slechte
nummers. De negen eigen composities zijn overigens van een superkwaliteit en
behoren zeker tot de beste composities van het superduo Tommy Malone/John Magnie.
Op hun zesde cd "Behind The Levee" van vorig jaar mixt dit duo samen
met zanger/percussionist/bassist Tim Cook, bassist/gitarist Jimmy Messa en zanger/percussionist
Steve Amedee anders dan veel andere groepen uit New Orleans opnieuw blues, roots,
funk en gospel. In hun vaak traditiegetrouw gezamenlijk geschreven nummers versmelten
ze die invloeden tot tegelijk rootsy en opvallend sterke, catchy melodieën,
terwijl ze in de opener "Papa Dukie & The Mud People" en "Looking
At You" intens rocken. Het nieuwe album "Street Symphony" is
meteen hun eerste release die opgenomen is na het doortrekken van Katrina, en
dit laat zich horen in de songs. Deze orkaan heeft zeer nadrukkelijk de band
beïnvloedt in het schrijven van hun teksten. The Subdudes kennen we al
jaren van hun upbeat materiaal met steeds dat donkerdere, soulvolle randje,
maar nu is er meer plaats gemaakt voor bitterzoete melancholische songs. De
nummers zijn alle opgenomen in de Blackbird Studios, Tennessee, in een vlekkeloze
productie van George Massenburg (Billy Joel, Kenny Loggins, Journey, Madeleine
Peyroux, James Taylor, Randy Newman, Lyle Lovett, Aaron Neville, Little Feat,
Michael Ruff, Toto, The Dixie Chicks, Mary Chapin Carpenter, Linda Ronstadt).
Misschien deed hij niet meer dan opdracht geven de band te starten, maar hij
schiep hoorbaar de atmosfeer waarin the Subdudes zich op meer dan een manier
klassiek konden uitleven. Maar de opnamen stralen een losheid en ongedwongenheid
uit waardoor het spelplezier erg opvalt. Dat is ook te merken aan de ritmesectie
die alsvanouds strak speelt. Behalve Malone’s (slide)gitaar, Magnie’s
toetsen of diens prominente accordeon bepalen door bas en percussie gespeelde
ritmes opnieuw het intieme en open geluid. Daaroverheen klinken de kenmerkende,
vaak vierstemmige refreinen uitbundig maar haarzuiver, terwijl in hun ervaringen
met deze katastrove, Malone’s doorleefde leadzang weemoediger is dan ooit.
Songs als "I'm Your Town" (..."who's going to save me?")
en de luchtige melodie in "Poor Man's Paradise" - het verhaal van
een arme dakloze, die kan genieten van de kleine dingen in het leven, zoals
de muziek van Fats Domino, die hem door deze moeilijke tijden brengt - kunnen
volledig op een hoopvolle goedkeuring rekenen. De "her" in "Thorn
in Her Side" verwijst naar het vrijheidsbeeld, waarin John Magnie's weemoedige
accordeonspel mooi samen gaat met Malone's opgekropte woede. De bluesy love
song "No Man", is Malone's meest gevoelige en pakkende nummer van
deze plaat, een cd die veel emotionele momenten bevat. De afsluitende titeltrack
maakt nogmaals hun ongedeukte elan hoorbaar. Muzikaal is het natuurlijk zoals
vanouds weer tip top voor elkaar. "Street Symphony" is daarmee een
hele fraaie en complete plaat geworden die zeker de beste is van de laatst verschenen
albums, maar zich ook kan meten met platen uit dat tijdperk van vroeger. Een
zeer grote verassing dus.

BEN
LEE
RIPE
Website - myspace
Mail : press@ben-lee.com
Label : New West
Records
Distr. Sonic Rendezvous
Op
14-jarige leeftijd werd de in Sydney, Australië geboren - nu in Los Angeles
residerend - en in een joodse familie opgevoede Ben Lee ontdekt door de popgroep
Sonic Youth en The Beastie Boys toen hij optrad als zanger bij de Australische
pop-punkgroep Noise Addict. “Grandpaw Would” was zijn debuutalbum
als soloartiest in 1995. Daarna volgden nog 4 full-CD’s met melodieuze
popsongs. In 2005 verscheen zijn voorlaatste album “Awake Is The New Sleep”
– de eerste op het New West Records-label - met het nummer “Catch
My Disease” waarmee een regelrechte radiohit gescoord werd en dat ook
te horen was in de tv-commercial voor computergigant Dell. Die CD haalde in
Australië een dubbel platinum verkoop en leverde hem 4 Aria Awards op (de
Australische Grammy’s) als Best Male Artist, Single Of The Year, Best
Independent Album en Best Album Art. Maar nu lanceert deze 29-jarige succesvolle
artiest dus zijn zesde album, getiteld “Ripe”. De producer voor
dit album was John Alagia (John Mayer, Dave Matthews Band en Ben Folds Five)
die opnieuw het beste vakmanschap, de zin voor humor en zijn passie voor het
leven uit Ben Lee wist bijeen te brengen in de twaalf songs op “Ripe”.
Een hele reeks muzikale vrienden stonden Ben Lee bij in de studio bij de opnames
van diverse nummers, zoals de zangeressen Mandy Moore, Rachael Yamagata en Sara
Watkins (Nickel Creek), pianist, organist en keyboardslegende Benmont Tench
(Tom Petty & the Heartbreakers), gitarist Benji Madden (Good Charlotte),
pianiste en zangeres Charlotte Martin en de leden van de band Rooney. De afwisseling
in de songs zorgt voor een uiterst aangename beluistering van deze mooie CD.
De ballad “Love Me Like The World Is Ending”, het hoe-doe-ik-haar-binnen-in
3 minuten-al-flirtende “Blush”, een ode aan zijn muzikale held in
“What Would Jay-Z Do?” en een schitterend – op de film “Grease”
geïnspireerde duet met Mandy Moore in “Birds And Bees”. Ook
“Just Say Yes” over hals-over-kop verliefdheid, de samen met Charlotte
Martin geschreven hitsong “Is This How Love’s Supposed To Feel?”,
het nogal direct to-the-point komende “Sex Without Love” en de titeltrack
“Ripe” zijn uiterst hitgevoelig. Vrolijke, catchy en aanstekelijke
kwaliteitssongs die allen potentiële opvolgers in de top 40 zijn voor “Catch
My Disease”. “Ripe” is overduidelijk de plaat waarmee Ben
Lee een stevige poging doet om bij een groter publiek bekend te raken en wereldwijd
aan te slaan. Wij geven hem daartoe een zeer serieuze kans want in onze CD-speler
is het album intussen een blijvertje geworden. En dat is niet omdat het deurtje
klemt.
(valsam)