JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
TREVOR McSHANE - DIZZY
CONSHAFTER - A SLOW DRIVE OFF A HIGH DIVE
KEITH MILES - WHAT IT WAS THEY BECAME
BLUE VOODOO - HOT WIRE
AUN'T KIZZY'Z BOYZ - IT'S TIGHT LIKE THAT
AMY RAASCH - LOVE OR INERTIA
AMER DIAB - THERE / AFTER
KARYN OLIVER - HURRICANE
GWENDOLYN - LOWER MILL ROAD
ANDREW GOLDRING AND THE ROSEDALE POWER Co. - SAME
TREVOR
McSHANE
DIZZY
Website - Label: eigen
beheer
VIDEO
Om
te beginnen, een cd met zeker niet het mooiste hoesje, maar gelukkig zijn cd's
er om naar te luisteren en niet om naar te kijken, dus daar gaan we niet over
klagen. Over die muziek gaan we het dadelijk hebben, eerst even Trevor zelf
situeren. De man werd geboren in een ranch in Wyoming, genoot een zeer hoge
universitaire opleiding (Ivy League), werd getraind als Tibetaanse monnik, werkte
als handelsmatroos en uiteindelijk bassist in een reggaeband. Nu brengt hij
ons deze Americana cd met pop inslag. Zijn sound lijkt bij momenten erg op Mark
Knopfler (die stem!) en Greg Brown. De cd opent met "Moonlight en Roses"
een heel mooie song, met knappe dobro, hier steken al wat Dire straits invloeden
de kop op. "First Kiss" gaat verder in dezelfde richting, vooral in
het begin denk je even naar een Dire Straits cd te luisteren, weer een mooi
laid back ritme, goede stem. De titelsong "Dizzy", geschreven door
Michael Jarrett, een oude vriend, die enkele Elvis hits geschreven heeft is
wellicht de mooiste song van de cd, met mooi gitaarwerk van Fred Sokolow, een
jazz gitarist, die hier echter laat blijken ook andere stijlen aan te kunnen.
"Holdin' me Back" is een beetje gaan lenen bij Mink Deville"s
"Spanish Stroll", wat op zijn beurt weer "Sweet Jane" van
Lou Reed was. Zo zie je maar, nothing is new, en een goede "hook"
kan het meerdere malen en jaren volhouden. Ik val in herhalingen, maar "Lost
Until I Found You" heeft wel erg veel van Mark Knopfler. Dan volgt het
duet "Paradise" met Merrily Weeber, een mooie sfeervolle song, waarvan
je ook de videoclip kan bekijken. De reggaeroots komen boven in "Once upon
a Kiss", om gevolg te worden door het zeer ingetogen en sfeervolle "Port
Of Call", dat bijna gesproken wordt, in plaats van gezongen.Volgt nog "E
the B of F" en "Party Tonight", weer songs die laten horen dat
Trevor weet hoe een goeie song te schrijven en te brengen. Of de Dire Straits
en Knopfler invloeden bewust zijn betwijfel ik want nergens word in de bio of
the promo-info diens naam genoemd, dus vermoeden we dat dit eerder toevallig
is door de gelijkaardige stem van Trevor en songs die wat die richting uitgaan.
Feit is dat wie een Knopfler fan is deze cd zeker zal weten te smaken, en wie
houdt van rustige pop en Americana kan ik 'm evenzeer aanraden. Overtuig je
maar via de filmpjes. (al zijn het eerder fotomontages- en zijn dit net de twee
songs die weinig Knopfler invloeden laten horen.)
(RON)

CONSHAFTER
A SLOW DRIVE OFF A HIGH DIVE
Website - myspace
Mail: email@conshafter.com
Label: Dork Epiphany Recordings
Info: Hemifran
Ze
begonnen in 2000 als een schoolvrienden-groepje en hebben met “A Slow
Drive Off A High Dive” zopas hun derde full-CD op de markt gebracht. Conshafter
is een band uit Richmond, Virginia bestaande uit 4 leden: zanger Chris Konstantinos
(in het echte leven wetenschapper), gitarist Dave Cykert (met als dagtaak beursanalyst),
bassiste Sarah McCalla en drummer Travis Wilson. Hun eerste album verscheen
in 2002 onder de titel ‘Your Day Job” en werd in 2004 opgevolgd
door “Fear The Underdog”, een mix van garagerock, nu-wave en sampledelica
in de stijl van hun look-alikes Weezer. Zelf zijn ze fans van the Beatles ,
the Cars, the Ramones en the Pixies. “A Slow Drive Off A High Dive”
is wat donkerder dan eerder werk, stijlvoller en met meer aandacht voor de teksten,
maar fun blijft toch het hoofddoel voor Conshafter. De eerste single uit dit
album “The Big Setup” - een ironische blik op de commercialiteit
in deze wereld - wordt frequent gedraaid op de collegeradio’s in de States.
Volgens mij moeten ze nu wel beginnen met het maken van een keuze over welke
muziek ze willen gaan brengen. Het is geen pop, geen rock, geen punk, maar wat
dan wel? In nauwelijks 40 minuten krijg je 10 nummers door de luidspreker rond
thema’s als de kwetsbaarheid van de jeugd, sociale verwaarlozing, het
hiernamaals en het verlies van gestorven geliefden. “The Shakes”
is een ode aan zelfmoord zoals Queens Of the Stone Age nog nooit heeft gebracht.
“Murder City” is een muzikale overpeinzing en een reactie op al
het geweld dat in de laatste jaren is opgedoken in Richmond, Virginia. De muziekpers
vergelijkt Conshafter met bands als Breeders, Modest Mouse en Pixies. Mijn conclusie
is dat “A Slow Drive Off A High Dive” een behoorlijk vlotte album
is in dit gitaarrock-genre, maar ik denk wel dat er nog beter werk van Conshafter
kan komen, misschien al bij een volgende CD. Voorlopig luister ik liever vooral
nog wat verder naar “The Narcissist” en “Welcome To Subversia”.
(valsam)

KEITH
MILES
WHAT IT WAS THEY BECAME
Website: www.keithmiles.com
Email: keith@keithmiles.com
Label: House Of Trout Records
Info: Hemifran
cdbaby
We hebben er lang op moeten wachten maar eindelijk is er dan toch het debuutalbum van de uit Virginia afkomstige singer-songwriter Keith Miles. Het zal je maar gebeuren. Je hoofd zit vol met mooie tunes en stories maar je hebt te weinig instrumentale kwaliteiten om de goede sound te kunnen produceren. Vervolgens jarenlang wachten op het moment dat iemand je levenspad kruist die dat klusje voor je klaart. Eind vorig jaar liep Miles de bassist van de legendarische band Poco tegen het lijf. Namelijk Jack Sundrud, die we ook kennen als bassist/vocalist bij o.a. Vince Gill, Nicolette Larson, Michael Johnson, Kathy Matteaen en the O’Kanes. Deze voelde z’n muziek perfect aan en wist eindelijk de door Miles beoogde sound te bewerkstelligen. Resultaat, het album “What It Was They Became” en zeer de moeite waard. Songs die gedomineerd worden door country, blues, swing met vleugjes rock & roll. Daardoor lekker gevarieerd en voorzien van mooie verhalende teksten, waarin het muzikale verleden van de Appalachen doorklinkt. Teksten vrijwel allen van Miles's hand variëren in onderwerp, maar gaan veelal over allerdaagse dingen. Zoals over de schoonheid van het leven en de liefde. Maar tevens ook over wat er allemaal mis kan gaan in de wereld. Over het geheel is “What It Was They Became” een positieve plaat met als grote uitschieter, het nummer "Nolichucky Idyll". Naast deze song zijn "Job To Do" en "Highway 81", met het mooie gitaar- en steelwerk van Russ Pahl zeer knappe songs. Nog niet overtuigd? Luister dan eens naar de buitengewoon indrukwekkende versie van Mickey Newbury's bluesy "Just Dropped In", enige cover en ook één van deze hoogtepunten van een cd die wederom zal behoren tot de meest imponerende Americana-cd's van het jaar. Uiteraard koos hij voor dit album de beste sessiemuzikanten zoals Russ Pahl (gitaren, banjo, steel, dobro), Rick Lonow (drums, percussie), Dennis Crouch (bas), Jim Hoke (klarinet, accordeon,harmonica), Steve Allen (gitaren), Tony Harrell (keyboards) en natuurlijk Jack Sundrud (gitaren, elektrische bas), en klinkt het overal als een klok tevens vinden we in de achtergrondvocalen ook Jack Sundrud terug. Kortweg: Keith Miles, woonachtig te Tennessee, is aandeelhouder van een Public Relations bedrijf, en maakt met deze knappe en warme singer-songwriterplaat “What It Was They Became” een mooi stuk promotie, niet alleen voor het Americana-genre maar ook zeker voor hem zelf. Van iemand als Miles die in de pr-business werkt mag dat toch ook zeker verwacht worden! “What It Was They Became” is wederom verplichte kost voor de Americana liefhebber!

BLUE
VOODOO
HOT WIRE
Website
Label: Eigen beheer
cdbaby
"Hot Wire
My Heart" is de derde cd van deze bluesrockband uit het midwesten van Amerika.
De grote kracht van de groep is vocaliste B.J. Allen, een zangeres met een dijk
van een stem, vergelijkbaar met die van Maggie Bell, maar die zullen weinigen
nog kennen, laten we maar zeggen, de vrouwelijke Rod Stewart. Het was trouwens
die Maggie waar Rod over zong in zijn hit "Maggie May". B.J 's stem
is dus even krachtig en heeft wat dat timbre, maar heeft niet dat schuurpapieren
van de ondertussen vergeten Maggie. Een powertrio bestaande uit Jerry Fuller,
gitaar en piano, JP Hurt op bas en harp en drummer David Daniels zorgen voor
haar backing. Vijf jaar timmeren ze al aan de weg, en ze doen dat prima. Gitarist
Jerry kan behoorlijk met de snaren overweg, luister maar naar de titelsong "Hot
Wire My Heart" en vooral op het ingehouden, jazzy "Sounds like "L"
schittert hij. Wie hier staat voor "L" had ik graag geweten, maar
er is zo weinig hoesinformatie, je hoort geen bekende covers, enkel "Blue
As Blues Can Get" maar nergens worden credits vermeld. Het songmateriaal
is meer dan behoorlijk, maar aan wie we de songs te danken hebben? "Written
on my heart" heeft New Orleans invloeden en is uitstekend gezongen door
B.J. "Noose Around My Heart" is een uiterst mooie jazzy swing met
Jerry's gitaar en natuurlijk ook B.J weer beiden op hun best. De Up tempo songs
wisselen af met bijna evenveel ballads, en ik moet toegeven dat die me toch
steeds meer bevallen, zo is "Deep Vally" weer een hoogtepunt. B.J
Allen zingt met veel gevoel haar longen uit haar lijf en Jerry laat middenin
de song zijn gitaar met evenveel feeling janken en kreunen. Maar de meer funky
songs mogen er best zijn zoals "Right Or Wrong Way" en openingssong
"Doin' somebody" waar B.J zingt "She likes to be a singer, but
she sings just a little inbetween", dit gaat duidelijk niet over haar,
deze song. Blue Voodoo is een band die verdient wat meer naambekendheid te krijgen,
want van de vele onbekendere bluesbands die we maandelijks ontvangen, behoort
dit tot het beste.
(RON)

AUN'T
KIZZY'Z BOYZ
IT'S TIGHT LIKE THAT
Website - myspace
E-mail: sugaray@auntkizzyzboyz.com
Label: SugarKing Records
cdbaby
Aun't
Kizzie's Boyz is een gemengd zestal uit het zuiden van Californie, van beide
kleuren drie. Als je de soulvolle stem van Sugaray hoort weet je dadelijk welk
kleurtje hij heeft, geen blanke zingt met dat gevoel, al heeft leadgitarist
Jim King, die de vocals voor zich neemt in Sugar Mama ook een hele goede stem,
toch is het net dat niet, maar op gitaar is hij in dit nummer subliem en leeft
zich volledig uit in echte Peter Green stijl. Sugaray begint de cd met "Texas
Bluesman" en laat dadelijk horen wat voor een "shouter" hij is,
in dit nummer dat een hommage is aan de vroegere Texaanse bluesmuzikanten, is
hij heel gedreven bezig, en de namen van de meest belangrijke Texaanse bluesman
passeren de revue. "Bad Girl" heeft 't zelfde vuur in zich en de vermelding
op de hoes "Recorded live at studio Ontario" laat ons horen dat we
hier met een uitstekende, gedreven live band te doen hebben, vergelijken kunnen
we het geluid met groepen als Micheal Hill's Blues Mob, dus uiterst modern klinkende
Chicago blues met messcherp gitaarwerk. Tien lange songs, alles zelf geschreven,
behalve de cover "Sugar Mama" van Howlin' Wolf en "Thrill is
Gone". Het duo Rayford en King nam de meeste andere nummers voor zijn rekening.
In "I still Remember" wordt wat gas teruggenomen, maar Sugaray gebruikt
desondanks zijn stem op volle kracht. Afrikaanse drumritmes (en enkel dat) krijgen
we in "Bundalogy" voorgeschoteld een nummer van (hoe kan het anders)
drummer Dwane en percussionist Bastos. Back to the roots... in Afrika. "Juke
joint" rockt weer stevig met een uiterste moderne juke riff als basis voor
deze song, waarin Sugaray zingt over de geneugten van juke joint parties waarover
de jongens van North Mississippi All Stars ons enkele weken geleden zo verrukt
vertelden. Na een aparte intro op gitaar, barst het vertrouwde "The Thrill
is Gone" los, en weer laat Sugaray ons horen wat voor een gedreven zanger
hij is, die niet zomaar zijn tekstje komt brengen, maar zich voor 200% in een
nummer inleeft, met zijn stem boordevol blues en vooral soul. In de stomende
boogiesong "Jelly Roll" hoor je duidelijk dat, wanneer de band dit
voor een volle tent brengt, de boel ontploft, gegarandeerd. Afsluiter "Annie
Mae's Café", die meer dan 10 minuten duurt, is een verdiende rustpauze
na het vorige uitbundige vuurwerk. Een lange, langzaam opbouwende gevoelsvolle
ballad, die tegen het einde toch weer op volle kracht uithaalt om dan langzaam
uit te sterven. Aanrader voor wie de echte blues wil, vol emotie, vol energie,
vol vakmanschap. Dit had ik nooit verwacht toen ik het (sorry jongens) wat goedkoop
aandoende hoesje en de groepsnaam onder ogen kreeg. Je ziet maar, never judge
a book by the cover, zei Willie Dixon.
(RON)

AMY
RAASCH
LOVE OR INERTIA
Website - myspace
Mail: info@amyraasch.com
Label: Eigen Beheer
Info: Hemifran
cdbaby
Vooreerst
is Amy Raasch een succesvolle actrice en fotomodel en zoals enkelen het haar
al eerder hebben voorgedaan wilde ook zij het eens proberen als zangeres. Ze
schrijft haar liedjes zelf en opereert in hetzelfde gebied als bijvoorbeeld
Joni Mitchell, Aimee Mann en Patty Griffin. Haar sterkte ligt minder in haar
stem dan wel in het feit dat zij er in slaagt om de liedjes met de nodige emotionaliteit
te brengen zodat je echt gelooft in het verhaal dat ze zingt. Daardoor verdient
ze zeker wat krediet en moet zij niet afgeschreven worden als de dertiende in
het dozijn actrices die denken dat ze ook kunnen zingen. De elf liedjes kabbelen
rustig voort en zijn allemaal in dezelfde ballad-stijl maar de teksten zijn
niet altijd even liefdevol of zeemzoet. Af en toe wordt er keiharde realiteit
bijgehaald. Amy Raasch heeft met het nummer “Missing” al een hoofdprijs
afgeschoten door het winnen van een belangrijke singer-songwriter prijs in de
Verenigde Staten. Dat lied gaat over een vermiste kind en wordt gezongen vanuit
het perspectief van het beste vriendje van dat kind. Elke song lijkt vanuit
haar persoonlijke leefwereld te komen alsof ze in staat is om in de huid van
de personages in haar teksten te kruipen. Daardoor is haar debuut-CD “Love
Or Inertia” vooral een intiem album geworden om beluisterd te worden in
de late uurtjes met een schemerlampje. Overigens ook graag een pluim voor de
sobere en eenvoudige maar zuivere productie en arrangementen. Ter afsluiting
nog enkele titels van voorkeursongs : “Neverland”, “Endless
Sky”, “Jane” en “Take Me Home”. “Love Or
Inertia” is een mooie easy-listeningplaat van een overigens ook al zeer
mooie dame. Moet er nog zand zijn?
(valsam)

AMER
DIAB
THERE / AFTER
Website - myspace
Mail: amer@amerdiab.ca
Label: Twang Recordings
cdbaby
Deze
in Toronto, Ontario, Canada geboren en woonachtige Amer Diab bracht in 2004
zijn eerste soloalbum "The Year Of The Apology" uit dat hij opnam
met enkele leden van Broken Social Scene. In de pers kreeg deze CD behoorlijk
goede kritieken en dat motiveerde deze singer-songwriter tot het schrijven en
opnemen van 12 nieuwe songs op zijn tweede album "There / After".
Naast zijn solowerk speelt hij af en toe ook gitaar in het groepje Kelly &
The Kellygirls. Zelf zegt hij dat hij met deze CD probeerde om wat meer hoop
in de teksten te steken dan op het vorige album. Maar ook hier nemen de liefdesliedjes
toch het voornaamste gedeelte van de plaat in. Al van bij de eerste song "Champ"
over het leven van een boxer voel je dat hij op de juiste gevoelssnaren speelt.
Rocksong "Backwards Beating Heart" kon ook op een plaat van Ron Sexsmith
staan. Net zo geldt voor de mooie ballad "Conversation Piece" over
de twijfels in elke relatie ("when you dream, do you dream like I dream.
These dreams of release, you're just his conversation piece ...").
In deze song klinkt ook een nog jonge Elvis Costello door. Dan volgt de countrysong
"Found Us Again", een duet met de mooie Lysa Fina over herwonnen liefde
("And we never looked for love, but love somehow found us again").
Pure, schitterende Gram Parsons & Emmylou Harris anno 2007. Ook "Victoria
Day" met volledig achtergrondkoor is uiterst schatplichtig aan de good
old country-originals. Het soulvolle "Punchline" met een uitgebreide
en prachtige blazerssectie is een absoluut hoogtepunt op deze CD. Dat Amer Diab
zijn klassiekers kent bewijst hij met een plichtsgetrouwe en eerbiedige cover
van "Nebraska", de prachtsong van his master's voice Bruce Springsteen.
Als inspiratiebronnen vermeldt Amer Diab de reeds eerder vermeldde Costello,
Springsteen, Sexsmith maar ook andere grote namen als Neil Young, Billy Bragg
en al wat oudere helden zoals Steve Earl, The Clash, The Jam, Van Morrison.
Ook Calexico krijgt een eervolle vermelding en een look alike-song in "Lucky
Picture". En de overleden Clash-gitarist Joe Strummer wordt met tonnen
respect en bewondering overladen in het nummer "Joe's Blues". Naar
"There / After" luisteren is een streling voor het oor omwille van
de sterke liedjes en de evenzo sterke stem van Amer Diab. Net daarom kan ik
deze tweede CD van Amer Diab probleemloos aanbevelen aan fans van alle namen
die hierboven in de recensie voorkomen, inclusief deze van Amer Diab zelf. Bijzonder
mooie plaat.
(valsam)

KARYN
OLIVER
HURRICANE
Website - myspace
Info: karyn@karynoliver.com
Label : Eigen Beheer
cdbaby
Het zal wel
puur toeval zijn zeker dat juist vandaag Deanna Bogart contact opneemt met het
verzoek om mijn recensie van haar album "Real Time" (rev:Dec
'06) in een voor haar begrijpbare taal om te toveren. Een album dat mocht
rekenen op liefst vier sterretjes van ondergetekende en misschien dat het "newcomer"
Karyn Oliver ertoe aanzette om voor haar debuutalbum "Hurricane" beroep
te doen op deze fantastische muzikale duizendpoot. Deanna liet er geen gras
overgroeien en hanteert de sax als vanouds op de opener "America"
en gaat een fraai duel aan met Glenn Workman on B3. Het is eventjes wennen aan
het stemgeluidje van Karyn Oliver dat met een song als "Nothing to Remember"
perfect in een alt. Country/Americana hokje mag plaatsnemen. Mede door het prima
accordeonneke van David Zee schept het hoogstaande verwachtingen die jammer
genoeg door haar oe-oe-oe gekrijs op "No Rest" volledig teniet gedaan
worden. Erg jammer voor het mooie kind, die haar thuishaven heeft in Baltimore
maar over aardig wat Europese (Nederlandse) roots beschikt, kan de schade niet
meer hersteld worden ook al doet zij haar uiterste best op het a-capella gezongen
"Morning" en "Cold Water's Fire". Al doet Martin Wieringa
de hoop weer oplaaien met zijn smoelschuivertje op de titelsong "Hurricane"
en zijn de scheurende gitaartjes op "I'm Still Here" nog best te pruimen,
wanneer de oe-oe-oes vervangen worden door de I-I-i's valt Karyn jammer genoeg
in herhaling. Bovendien sleept zich het album naar het einde en wordt haar "geschreeuw"
met momenten soms irriterend en lijkt het er op dat het ganse gezelschap blij
is dat de klus geklaard is. Jammer ......

GWENDOLYN
LOWER MILL ROAD
Website - myspace
Mail : gwendolyn@gwendolyn.net
Label: Whispersquish Records
cdbaby
Gwendolyn
Sanford is een artieste die opgroeide in Philadelphia en nu woont in Sierra
Madre, California. Nu vijf jaar geleden nam producer Ben Vaughn haar mee naar
"Lower Mill Road" in Busby, even buiten Glasgow, Schotland. Ze werkten
daar samen aan het album dat getiteld werd naar de straat waar ze de 9 songs
hadden opgenomen met lokale Schotse muzikanten. Deze zorgden voor de diverse
typisch keltische fluit-geluiden, de accordeon, de banjo, de mandoline en de
Schotse harp clarsach. In de meest pure vorm van Schotse folk werden de liedjes
"Lady Belle", "Psylo", 'The Search", "Relative",
"Drumming Down Water", "Honest", "Bu Cartoon",
"Emily" en "Fool Flies Away" opgenomen. Het geheel bevat
een overgrote loyaliteit aan de traditionele Schotse muziek. Gwendolyn is een
bezige bij : ze runt haar eigen produktiehuis en platenlabel Whispersquish Records,
ze treed veelvuldig live op, ze schrijft muziek voor films en televisieshows
en ze is de leidster van Gwendolyn and The Good Time Gang, een uit zeven leden
bestaande rockgroepje dat muziek brengt voor kleuters en kleine kinderen en
al 3 full-CD's op het actief heeft. Hier is ze uitermate populair mee in de
Verenigde Staten, zeg maar een Amerikaanse Mega Mindy. "Lower Mill Road"
is haar derde solo-album na "Ultrasounds" (2000) en "Dew"
(2003) en werd nu in juli 2007 uitgebracht, pas vijf jaar na de originele opnames.
Haar meisjesachtige stem doet wat denken aan Nancy Griffith, Loreena McKennitt
en Dolly Parton maar ze neemt het allemaal wat minder ernstig op dan deze artiesten,
getuige daarvan "Lady Belle" en "Bu Cartoon". Toch gaat
ze ook wat serieuzere onderwerpen niet uit de weg, zoals in het zeer mooi gezongen
"Relative", het over ontrouw gaande "Honest" en de déjà-vu
song "Emily". Als een volleerd middelleeuws troubadour zingt ze zich
moeiteloos doorheen de 9 sfeervolle liedjes met ruimte voor wat satire, een
beetje ridiculisering maar ook voor intense liefdesverhalen. Een mooi luisteralbum
waarbij je kan wegzinken in de "Moors of Scotland" op typische keltische
deuntjes.
(valsam)

ANDREW
GOLDRING AND THE ROSEDALE POWER Co.
SAME
Website
E-mail: andrew@andrewgoldring.com
Label: Eigen beheer
cdbaby
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO 3
Ja,
hier is er weer een, een 14 jarig gitaar wonder. Vorig jaar opende hij onder
andere op een festival als voorprogramma van Johnny Winter en Walter Trout.
Op 9 jarige leeftijd begon hij met gitaar spelen, en moet ik het nog zeggen,
zijn grootste voorbeeld is Stevie Ray Vaughan, nadat hij de video van diens
Austin City Limits concert gezien had. Binnen 2 jaar mag hij autorijden, wat
dat kan natuurlijk in Amerika, maar om in een bluesclub binnen te mogen moet
hij nog 7 jaar wachten, want dat kan dan weer niet voor je 21 bent in Amerika.
Daarom treed hij voorlopig op op festivals en barbeque's. Andrew bracht nu een
mini cd uit (past perfect met een mini-artiest) met 7 korte songs, goed voor
een klein half uurtje blues. Naast SRV, noemt Andrew echter als voorbeelden
de oudere garde zoals Robert Johnson, Freddie en Albert King (de jongen kent
duidelijk zijn klassiekers) maar evenzeer de hedendaagse vernieuwende bluesacts
als Black Keys en Wolfmother. Dat hij zijn klassiekers dus kent, bewijst Andrew
al dadelijk met een puike versie van "Hideway" (F.King), dan in het
eerste vocale nummer, het zelf geschreven "She Sings Just Like A Woman"
komt natuurlijk het gebruikelijke euvel boven water bij artiesten van deze leeftijd,
de te jonge stem, wat altijd een beetje een potsierlijk resultaat oplevert natuurlijk,
de blues is er, zeker in het gitaarspel, en ook in de stem, maar zoals ik reeds
een paar maal gezegd heb, afwachten is de boodschap. Ik heb 't al een paar maal
zien gebeuren, eenmaal die stem zijn rijpheid heeft, en ondertussen het gitaarspel
evolueert van goed naar zeer goed, is het echte startschot voor deze jongens
hun carriere gegeven, hetgeen ook hier meer dan waarschijnlijk zal gebeuren.
We hebben het voorbeeld van Eric Steckel, Johnny Lang, Mike Welch, allemaal
jongens van wie ik enkele jaren geleden dezelfde soort toestanden hoorde, en
die er nu wel degelijk staan. De volgende rij staat klaar:Alex Tintinelli, Jake
Andrews, Wes Jeans, en dan vergeet ik er nog een aantal, maar tel Andrew Goldring
er ook maar bij. Heel goed gevonden is "Funk 50", waar hij dank zij
wat variatie in het thema Funk 49 van James Gang (Joe Walsh) een stapje verder
neemt. Natuurlijk is er ook de obligate versie van "Mary Had A Little Lamb"
waar hij laat horen SRV 's techniek te beheersen.Het lange, langzame, eigen
geschreven "No Way Out" met sterk op Scott Henderson's moeilijke virtuose
gitaarstijl gelijkende fragmenten, is zeker het hoogtepunt van dit schijfje,
en laat ons horen waartoe deze jongen binnenkort allemaal toe instaat zal zijn.
Akoestisch klinkt het ook zeer mooi in het eveneens zelf geschreven "Travellin
Blues", waar afwisselend de National steel ook boven komt, en als afsluiter,
weer een eigen nummer, laat onze jonge vriend nog horen ook de jazz akkoorden
perfect onder de knie te hebben in "All Of Me". Het zit allemaal prima,
wachten op de mannenstem en klaar is kees, onthouden die naam voor 2009/2010.
(RON)