JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
BEN HARPER & THE INNOCENT CRIMINALS - LIFELINE
NUNO MINDELIS - TWELVE HOURS
JAKE MANN - DAYTIME GHOST
THE HONEY TONGUE DEVILS - ALL TALL & THE MELTING MOON
JIM WHITE - TRANSNORMAL SKIPEROO
COREY HARRIS - ZION CROSSROADS
MARKUS PROUSE - 21 CENTURY COWBOY
LEAH TYSSE - REAL GOOD FIRE
DALE BOYLE - SMALL TOWN VAN GOGH

BEN
HARPER & THE INNOCENT CRIMINALS
LIFELINE
Website - myspace
Label : Virgin Records
/ EMI
Een sociaal bewogen singer/songwriter zo kunnen we Ben Harper best omschrijven. Hij speelt louter akoestische snaarinstrumenten (dobro, bottle-neck), maar dat wil niet zeggen dat het ook alleen maar akoestisch klinkt... Nee ook Ben Harper heeft de effect- en distorsionpedalen ontdekt en die gebruikt hij ook! Zijn stijl is geworteld in country-blues en folk en herinnert beurtelings aan zijn helden Ry Cooder en Taj Mahal. Herinnert ja.... Harper is niet zo'n copycat: hij heeft een eigen stijl die duidelijk te herkennen is en daarom is een nieuw album van Harper meer een feit dan een must. Harper heeft de afgelopen dertien jaar een bijzonder imposant oeuvre opgebouwd. Een oeuvre dat de muzikant uit Californië bijna achteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Waaronder heel wat goeie platen, maar ook enkele knap vervelende. Kortom, als artiest kan hij er de spanning inhouden, vooral als er weer eens nieuw werk van hem in de bus valt, en dit nieuwe album, "Lifeline" is de uitzondering die de regel bevestigd! Want deze nieuwe cd van Ben Harper samen met zijn Innocent Criminals is wel een absolute must. Na twee zeer geslaagde gospelalbums met de Blind Boys Of Alabama ("There Will Be A Light"- 2004 en "Live at the Apollo" - 2005) en het uitstekende "Diamonds On The Inside" (2006), waarop Harper zich, net als op het dubbele live-album "Live From Mars" van zowel zijn ingetogen akoestische kant als van zijn meer rockende zijde laat horen, is er weer tijd voor een ‘gewone’ Harper cd. Dat ‘gewone’ kan overigens wel achterwege blijven, want "Lifeline" is namelijk een zeer bijzonder album geworden. De plaat is opgenomen in een kleine studio in Parijs binnen een tijdspanne van maar zeven dagen. Het heeft geen negatieve invloed gehad op de kwaliteit van de plaat, want ook "Lifeline" is weer een hele goede Harper plaat. Het resultaat is gewoon een hoogtepunt in Harpers oeuvre. Een plaat waarop Harper en zijn band oprechte en meeslepende muziek maken vol invloeden uit de rock, blues, gospel en vooral soul. De plaat druipt werkelijk van de soul en het geluid is om te zoenen zo mooi en warm. "Lifeline" moet het niet alleen hebben van bezieling, de plaat gaat ook grotendeels over bezieling en na een paar luisterbeurten haalt ieder er zijn eigen favorieten uit. Voor mij zijn dat "Say You Will" en de instrumental "Paris #7". Andere songs klinken, zoals we gewend zijn van Harper, tijdloos en refereren aan vele grootheden uit de muziekgeschiedenis. Zo zijn "Needed You Tonight" en "Put In on Me" als twee verloren gewaande krakers van Otis Redding, andere songs doen dan weer denken aan de Rolling Stones in hun beste dagen aan het einde van de jaren zestig. Adembenemend is ook de akoestische afsluiting van bluesy slidegitaar die overgaat in het door Harper gezongen titelstuk. Volgens één van de 'innocent criminals' stonden hem de tranen in de ogen, toen hij Harper dit sober titelnummer in één perfecte take zag opnemen. Maar de stem van Harper gaat steeds van ingetogen, bijna gefluister, naar krachtig soulvol op "Lifeline", dat daarom wel een intiem album geworden is, waarop Harper qua stijl weer teruggrijpt naar zijn indrukwekkende debuut "Welcome To The Cruel World", maar dan met een beetje meer soul als nieuw smaakvol ingrediënt. "Lifeline", is een volgend hoogtepunt in het oeuvre van een muzikant die zo langzamerhand tot de allergrootsten moet worden gerekend.

NUNO
MINDELIS
TWELVE HOURS
Website
Email: producao@nunomindelis.com
Label: Eldorado Records
Cdbaby
Als men ons tien jaar geleden ons melde dat er een nieuwe Stevie Ray Vaughan op komst was, hielden wij ons hart vast, maar van die kerels hebben wij de laatste jaren nu al genoeg kippevel gekregen. Sommigen denken dat sound en techniek nabootsen genoeg is, maar deze SRV had de muziek in zich. Laat dat goed begrepen zijn. Een kerel uit de Amazone-delta (Brazilie), die Texas blues speelt, dat is zoals hier gasten Chicago blues spelen. Wat na beluisteren van "Texas Bound", een album dat jaren niet meer te verkrijgen was, maar nu met zijn tienjarig bestaan een waardige re-release krijgt, ons opvalt, is dat Nuno Mindelis gekozen heeft voor een eigen sound en zich niet heeft laten verleiden tot kopiëren. Nuno heeft ondertussen in die tien jaar veel opgetreden en deelde het podium met o.a. B.B. King, Jimmie Vaughan, Robert Cray, Otis Clay en Junior Wells. Eveneens verschenen enkele pracht platen waaronder "Blues On The Outside" uit 1999, "Twelve Hours" (2003) en "Outros Nunos" uit 2005. Maar met "Texas Bound" levert Mindelis een uitstekend cd die zeker alle gitaarfanaten zal aanspreken. Soms heeft de techniek weg van SRV, maar ondanks de deelname van Double Trouble (Chris Layton en Tommy Shannon), vinden wij hem apart genoeg. Enkel op de sound verder gaan, horen wij zowel SRV, J.Winter, Thackery of Cray: wat normaal is in een wereld vol invloeden. "Texas Bound" is feitelijk een re-release geworden van waar de blues vandaan komt en waar die heen gaat, waar de blues nu anno 2007 voor staat. Mindelis' focus: with "Texas Bound" was to break down artificial barriers between the music of "blues purists" and "blues rockers", en met deze scheiding is Mindelis in alle glans gelukt. Deze cd, waarop hij naast Double Trouble ook samenwerkt met Lou Ann Barton (vocals) en Steve James (dobro) is een lange gekoesterde droom die nu wederom werkelijkheid is geworden. Alle ingrediënten zijn aanwezig: van dampen tot slow en andersom. Toch vind ik dat "Texas Bound" meer diepgang en variatie heeft dan zijn opvolgers en in die zin komt er deze keer meer kunst bij kijken door zijn muzikale reis door het verleden, heden en toekomst van de blues. De opnames zijn subliem, waarvan negen nummers geschreven zijn door Nuno zelf, naast twee Jimmy Reed covers, waarvan zijn versie van "You Got Me Running" en de instrumentale versie van Jimi Hendrix's "Castles Made of Sand", alshetware een echte hommage zijn aan allen die de blues gespeeld hebben tot een van de puurste muziekstijlen die er maar is. Andere uitschieters zijn Nuno’s eigen "Hugs" en zijn bluesy gitaarsolo's in "Egyptian Priestess" en "Blues for Antone's". "Texas Bound" laat goed horen waarom Nuno Mindelis de laatste tien jaar succes kreeg: zijn spierballenblues weet hij toch te koppelen aan ingetogen momenten en dat zorgt ervoor dat zijn muziek een erg dynamisch karakter krijgt. Liefhebbers van dit genre kunnen deze plaat dan ook blind aanschaffen.

JAKE
MANN
DAYTIME GHOST
Website - myspace
Mail : admin@crossbillrecords.com
Label : Crossbill
Records
CD Baby
Bij
optredens lijkt Jake Mann in zijn microfoon te kruipen, zijn mysterieuze teksten
samenzweerderig in te fluisteren en zo zijn toehoorders bondgenoten te maken
in zijn geheimpjes. Zo schrijft een krant uit San Francisco, de stad waar Mann
momenteel verblijft. Ieder zijn stijl maar dit lijkt me toch behoorlijk ver
te gaan. Jake Mann speelde eerder in Californië bij het obscure bandje
The Zim-Zims en heeft in de voorbije jaren enkele solo-EP-tjes uitgebracht.
Maar hij heeft vooral 3 jaar hard gewerkt aan de songs die we nu op zijn eerste
full-CD “Daytime Ghost” kunnen beluisteren. Hij lijkt me eerder
een singer-songwriter te zijn van wie de songs sterk aanleunen met werk dat
we kennen van o.a. Elvis Costello, Guided By Voices en Jeff Buckley. De muziek
is soms poppy en minimalistisch van opbouw. Zo is de song “Our 1st Assumptions
Were Correct” een rijmpje dat op een simplistische synthesizer-beat gezet
werd. Indie-rockmuziek is de basis van songs als “Sattelite In Bloomington”
(een ode aan een recent overleden vriendin-architecte) en “Take You For
a Ride” en de gitaren worden bovengehaald voor “Mudflat”,
dat eigenlijk niet gezongen maar eerder verteld wordt. Evenzo zijn spoken word-vocalen
te horen op “Planedown”. “When The Tone Blows Down”
en “Antidote” is noise-pop en “Edie In Hades” kan je
het label punkerige gitaarrock meegeven. Er is dus diversiteit genoeg te horen
op “Daytime Ghost”. Mijn persoonlijke favoriet is het nummer “Beat
The Drum”, een rustige ballade die voortreffelijk wordt gezongen door
Jake Mann. De song drijft op een goede melodie en wordt opgesmukt met uitstekend
vioolwerk van Carey Lamprecht, een dame die we vroeger ook al aan het werk hebben
gezien bij o.a. Jackpot en Jolie Holland. Het afsluitende werkje “Reprise”
is een instrumentale symfonie, gespeeld op harmonium en percussie. “Daytime
Ghost” is al bij al een boeiend en gevarieerd album van Jake Mann geworden
en doet uitkijken naar toekomstig werk.
(valsam)


THE
HONEY TONGUE DEVILS
ALL TALL & THE MELTING MOON
Website
E-mail: htd@honeytonguedevils.com
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Met een sound
die heel veel invloeden vertoont van The Black Crows, en daarenboven ook porties
Little Feat, The Band, Faces, Humble Pie, Rolling Stones, evenals White Stripes
en Black Keys vormen deze Honey Tongue Devils al dadelijk een van de meest beloftevolle
heavy roots rock bands waarmee we in de toekomst rekening zullen moeten houden.Tien
songs staan er op dit debuut en stuk voor stuk zijn dit sterke songs, zonder
uitzondering. Sommige songs zijn heavy en zitten vol power, zoals het aan Black
Keys schatplichtige "Sunday Morning Blackout" en "Beautiful Mess",
anderen zijn wat meer country geinspireerd, en daarvan is "Feelin Home"
een mooi voorbeeld, Americana for the future, zou je het kunnen noemen. De titelsong
"All Tall & The Melting Moon" combineert dan weer vroege Pink
Floyd vokalen en wat Black Sabbath. Mijn favoriete song is het openingsnummer
"Down Here" waar in perfecte Little Feat stijl de slide gitaren een
mooie basis vormen voor de stem van Bobby Joyner, die als een ware Steve Marriot
of Chris Robinson dit nummer naar een hoog niveau tilt. Ook "Low Down Wind"
is een rustige Americana song waar Bobby het mooie weer maakt, evenals "Grey
Day", met een mooie steel gitaar en hammondje. De song "Dirty Water
Clean" is nog een van die songs waar het Black Crows gehalte heel hoog
is. Afsluiten doen de Honey Tongue Devils in alle rust, het akoestische "My
Divine" laat horen dat naast stevig rocken deze groep ook bedreven is in
't brengen van ingetogen nummers, en dit is er ééntje dat doet
denken aan de dingen waarmee the Band ons vroeger verwende. Enkele bekende gasten
maken hun opwachting, zoals Doug Pettibone en de "backing vocals extra-ordinaire"
van Gia Cambotti. Als debuut al een werkstuk afleveren van dit gehalte geeft
aan dat dit groepje geen ééndagsvlieg zal worden, en ik geef toe,
ik zeg het wellicht wel eens te vaak in mijn enthousiasme, maar hier gaan we
meer van horen, geloof me ditmaal maar.
(RON)

JIM
WHITE
TRANSNORMAL SKIPEROO
Website
- myspace
Label:Luaka Bop
Distr: V2
Op
basis van vorige albums ligt het voor de hand Jim White resoluut te associeren
met andere troubadours van de Amerikaanse Gothic South als Will Oldham of Mark
Linkous. Maar tussen al die kloeke referenties, is White zo mogelijk nog de
meest bezielde geest. Na te zijn opgegroeid in de diepgelovige en gesloten gemeenschap
Pensacola, zocht hij z’n heil in fanatiek geloof, drugs, surfen en de
modellenwereld, vooraleer hij relatieve rust vond in de muziek. Zijn demotape
geraakte via vrienden van vrienden uiteindelijk bij David Byrne, die hem prompt
een deal aanbod op zijn eclectische label Luaka Bop. White verblijde de wereld
met het prachtige album "....Wrong-Eyed Jesus" (1997). Een album met
bitterzoete verhalen over afvallig geloof en duistere psyche over ongrijpbare,
troebele countryfolk. Hij liet alshetware horen dat stille waters soms peilloos
diepe gronden hebben. Een mooi beeld daarvan is te zien in de film "Searching
for the Wrong-Eyed Jesus" (2003), niet toevallig ook de titel van zijn
debuutplaat. Regisseur Andrew Douglas filmde zingende zuiderling White in een
eindeloze speurtocht langs kerken, kapperszaken, kroegen, en kolenmijnen van
het mysterieuze Amerika. White doorkruiste zijn vervreemde geboortegrond in
een tweedehands aangeschafte auto en ging opzoek naar medemuzikanten en de donkerste
uithoeken van het diepe zuiden. De film schetste een fascinerend en openhartig
beeld van een verstoten plek op aarde. In de godsdienstwaanzin, ongepolijste
countrymuziek en het raadselachtige landschap van dat deel van de VS zoekt Jim
White ook nog steeds zijn inspiratie. Vooral de attentieve critici lieten de
film en zijn tweede plaat "No Such Place" (2001) smaken, maar met
"Drill A Hole In That Substrate And Tell Me What You See" (2004) heeft
hij zijn naam ondertussen meer dan gevestigd. Die lijn wordt nu verder doorgezet
met het nieuwste album, "Transnormal Skiperoo". Daarop laat hij een
overweldigende hoeveelheid bekende namen opdraven. De band Olabelle werd erbij
gehaald als backingband evenals de lokale Georgia legende Don Chambers &
Goat, het bluegrassduo Jeff & Vida, percussionist Mauro Refosco en vocalisten
Tucker Martine en Laura Veirs. White trok met producer Joe Pernice (Pernice
Brothers) en Michael Demming de studio in voor deze twaalf nummers, waarop White
nog steeds muzikaal experimenteert met elektronica en simpelweg briljante geluidsescapades.
"Transnormal Skiperoo" is een naam die ik bedacht heb om een vreemd
gevoel te beschrijven. Een nieuw gevoel dat ik ervaar nadat ik me jaren verloren,
alleen en gebroken heb gevoeld. Nu schittert weer alles om me heen, dans ik
zonder reden in de achtertuin en heb ik geen drank, drugs of God nodig om me
goed te voelen. Dat gevoel noem ik "Transnormal Skiperoo" aldus Jim
White over de titel van zijn nieuwe album. Het is een lange weg die White heeft
afgelegd om tot dat gevoel te komen, waarin twaalf nummers deze weg vormen van
de hoofdrolspeler en dat is natuurlijk Jim White himself. Heerlijk grillige
vertellingen, hallucinante humor, zwierig singer-songwriterschap en een serieuze
religieuze fixatie vinden we terug in al zijn songs, met als onbetwiste hoogtepunten:
het vroeg Neil Young-achtige "Blindly We Go" en de typische White
song "Crash Into the Sun". Kortom: allen die nog twijfelden aan de
veelzijdige talenten van Jim White krijgen hiermee ongelijk.
Tracklisting:
1. A Town Called Amen
2. Blindly We Go
3. Jailbird
4. Crash into the Sun
5. Fruit of the Vine
6. Take Me Away
7. Turquoise House
8. Diamonds to Coal
9. Counting Numbers
10. Plywood Superman
11. Pieces of Heaven
12. Long Long Day
Jim
White Live
21 oktober 2007 in Paradiso, Amsterdam
22 oktober 2007 in AB, Brussel

COREY
HARRIS
ZION CROSSROADS
myspace
Label: Telarc
Distr. : Codaex
Email: be@codaex.com
Corey
Harris speelde enkele jaren geleden op de straten van New Orleans. Hem overkwam
hetzelfde als blueszanger Ted Hawkins. Beiden werden opgepakt door een platenstal
en met succes aan het publiek gepresenteerd. Hawkins is inmiddels overleden,
collega Harris is springlevend, getuige zijn nieuwe cd "Zion Crossroads",
meteen ook zijn debuut voor Telarc. Het is een bruisend schijfje waarin reggae
de hoofdrol speelt met elementen uit de Afrikaans-Amerikaanse muziek. Het is
vooral dankzij deze mix van stijlen dat "Zion Crossroads" van begin
tot eind blijft boeien. Het is precies, alsof deze plaat laat in de jaren 60
in Jamaica is opgenomen, want het ademt wel degelijk de Rasta thema’s
en sociale uitspattingen uit die we ook kennen van Bob Marley. Ook op zijn vorige
albums mixte Harris, Afrikaanse en Caribische invloeden met de muziek uit Louisiana
en Mississippi. Belangstelling voor dat continent had de afgestudeerde antropoloog
al als student toen hij er de linguïstiek van Afrikaanse talen bestudeerde.
In deze nieuwe songs eert hij overigens die Afrikaans-Amerikaanse bronnen explicieter
dan wanneer hij er zijn eigen stoofpot van brouwt. Nadat Martin Scorsese opnamen
van hem had gemaakt voor zijn documentaireproject The Blues werd Harris zo geïnspireerd,
dat hij op zoek ging naar de bluesroots in Afrika. Dit was al duidelijk te horen
op zijn "Mississippi To Mali"-cd. (2003). Voor dit album reisde hij
naar Mali, om zijn blues te toetsen aan de muziek van Ali Farka Toure, 'de Afrikaanse
John Lee Hooker'. Ali zorgde voor de begeleiding, en gezamenlijk wisten ze een
zeer authentieke sound neer te leggen, die de band tussen de Afrikaanse woestijnblues
en de Mississippi Deltablues bloot legt. Voor zijn vorig jaar verschenen album
"Daily Bread" (2006) maakte Harris een rondreisje Afrika, Cariben,
New Orleans, Chicago en de spirituele hoofdstad Jeruzalem. Een veelheid van
stijlen was dan ook te horen op deze mooie plaat. Naast ska, samba, dub, ’70
soul-blues, Afro-blues vonden we tevens ook een reggae nummer, "Lamb’s
Bread". Deze laatste stijl moet hem zeker goed bevallen zijn, want voor
zijn nieuwste album trok hij de studio in met producer Michael Goldwasser, de
gitarist van de Easy Star All-Stars, een New Yorkse reggae band die we kennen
van de CD's "Dub Side of the Moon" (2003) en "Radiodread"
(2006). Op deze nieuwe plaat horen we de reinste, spirituele en politieke muziek,
die klinkt alsof Harris zijn ziel verkocht heeft, al zal het wel niet aan de
duivel zijn, want zoals in het openende nummer "Ark of the Covenant",
weet hij al dadelijk een mysterieus verhaal te brengen over het oud testament.
Maar ook in de andere twaalf songs gaat hij vrij diep op een aantal zaken in.
Als bijvoorbeeld, "Sweatshop" waarin hij de kledingindustrie aan de
kaak stelt, "Heathen Rage" een song co-written met drummer Keith Brown
tijdens hun reis in Ethiopia van vorig jaar over apartheid en in "No Peace
for the Wicked" vraagt hij zich af: "How many poor people have to
die for every fat belly that's full of food?". Deze songs brengt Harris
op een vriendelijke, laid back manier, die nergens prekerig wordt, ondanks het
verinnerlijkte karakter van sommige van zijn teksten. Harris speelt zijn muziek
onnadrukkelijk, maar nergens gemakzuchtig. "Zion Crossroads" is nu
wel niet een typisch instapmoment voor wie Harris nog niet kent, maar het is
wel een spannend vervolg op zijn progressieve oeuvre, voor zover mogelijk in
de wereldmuziek. Zijn voorliefde voor country blues en R&B muziek weet hij
te verwoorden in een tribute aan de Guyanese schrijver en revolutionair Walter
Rodney. Harris bewandelt derhalve vele zijwegen, blues-meets-reggae alshetware,
waardoor deze dertien songs reggae tijdloos doen blijken. Kortweg : Een veelzijdig
album van een even veelzijdig artiest, waarmee hij reggae wereldwijd op de kaart
zet, en alleen daarom al mogen we hem dankbaar zijn.

MARKUS
PROUSE
21 CENTURY COWBOY
Website
E-mail: marcusprouse@hotmail.com
Label: Eigen Beheer
Cdbaby
Markus
Prouse, een Ier die al een tiental jaar met country bezig was, won in december
2005 een bekende zangwedstijd op de Ierse T.V.”Glor Tire” Deze wedstrijd,
vergelijkbaar met X-factor, maar dan enkel voor country artiesten, waar hij
na een afvallingskoers van verschillende honderden als enige overbleef, zou
zeker deuren voor hem openen. Ten minste, dat dacht Markus, maar tot zijn grote
verwondering gebeurde er helemaal niks. Er werd hem koudweg verteld dat er geen
interesse was, omdat zijn country niet Iers genoeg was, en er dus geen publiek
voor was. Dit terwijl hij de wedstijd met mijlen voorsprong gewonnen had en
het publiek had mogen beslissen. Ik heb jaren in de muziekbranche gezeten, en
dit soort domme redeneringen van platenfirma’s en gladde marketingmanagers
maken me ziek. Hun kortzichtigheid heeft hun al meer de das omgedaan. Maar dit
weer even terzijde, Markus heeft dus het heft in eigen hand genomen, en het
resultaat mag er zeker zijn. Zonder bemoeiingen van platenfirma's heeft weer
een independent artiest zijn eigen ding kunnen doen, hetgeen meestal betere
resultaten geeft. Op een gebied hadden de marketing managers echter gelijk.
De muziek van Markus is helemaal niet Iers, dit is knappe country rock die uit
een of andere Nashville of Austin studio lijkt te komen. Voorzien van wat stevig
gitaarwerk op gepaste momenten, zorgt dit voor het soort country dat soms wel
doet denken aan Alan Jackson, Garth Brooks of zelfs Lee Roy Parnell. Knappe
country composities, die hij met zijn krachtige maar warme stem brengt, terwiil
gitarist Mal O’ Brien voor uitstekend gitaarwerk zorgt, waarbij hij soms
behoorlijk vinnig kan voor de dag komen. Hoewel ik niet zo een liefhebber ben
van traditionele country, kan deze cd me toch song voor song bekoren. Vanaf
de allereerste minuut weet je al dat dit goed zit “Bury Me” is een
sterke song, goed gebracht, en als halverwege Mal O’Brien een spetterende
gitaarsolo brengt kan het al helemaal niet meer stuk. Vooral in de ballads is
Markus heel sterk, voorbeelden hiervan zijn het droeve “Honesty”
met een subtiele steel gitaar en “Late At Night”, waar O’Brien
een lekker twangy soundje uit zijn gitaar tovert. Prachtig! Mijn favoriete ballade
is echter “Trust”, een song die me doet denken aan het werk van
Lee Roy Parnelll, met, en ik ga in herhaling vallen, weer sterk gitaarwerk van
M. O’Brien, die zich ook een meester toont in de juiste dosering van zijn
soleerwerk, niet te veel of te weinig, uiterst funktioneel, iets wat ik zeer
kan waarderen in een gitarist. In het nummer “Love At First Sight“
krijgen we ook nog een mooie duet met Sharon Condron. Markus, als Ierland je
niet ziet zitten, Amerika is wel klaar voor je, zeker weten. Maar wacht maar
af, Ierland zal wellicht nog eerder zwichten.
(RON)
LEAH
TYSSE
REAL GOOD FIRE
Website - myspace
Info: info@leahtysse.com
Leah@leahtysse.com
Label : Eigen Beheer
cdbaby
Tja,
in de wereld is nu eenmaal niet alles eerlijk verdeeld ... Maar Leah Tysse is
door moedertje natuur wel erg gul bedeeld. Bloedmooi, jong en een koppel stembanden
die je moeiteloos omverblazen ... Het kan niet anders of deze dame uit San Francisco
zoekt haar bestemming in de blues, gospel, soul, r & b middens. Begonnen
als soliste in an all - female a capella groep ( '94 - '97) werd zij in 1998
in Parijs voor de leeuwen geworpen als blues/rhythm & blues vocaliste in
een erg sjieke nightclub. Het bleek achteraf de ideale leerschool om bij haar
terugkeer in Amerika van start te gaan met niet alleen haar eigen Leah Tysse
Band, zij neemt ook de vocals voor haar rekening bij Double Funk Crunch, staat
haar mannetje/vrouwtje in het 100 koppen tellend gospelkoor en verdient nog
een snabbeltje bij als backing/harmony vocalist in de opnamestudio. Optredens
met ondermeer Taj Mahal, Michelle Schocked, Tommy Castro, Debbie Davies zijn
dan ook meer regel dan uitzondering en met haar debuutalbum "Real Good
Fire" onder de arm zullen er beslist nog meer gegadigden opduiken. Titeltrack
"Your love is like a Real Good Fire" met scheurende gitaartjes, een
formidabele blazerssectie, een leuk Hammond B 3tje, een leuk (slot) rapje en
is meteen het eerste hoogtepunt ... het tevreden lachje van Leah is veelzeggend.
Dat zij niet met zich laat sollen laat zij duidelijk merken op "Can't Take
It" (de blazers hebben het verduiveld lastig om boven het stemgeluid van
het mooie kind uit te geraken), bovendien zet zij een uitstekende cover van
Charles Singleton's "Help the Poor, have a heart baby" op poten dat
moeiteloos de concurrentie kan aangaan met de versies van Robben Ford, Eric
Clapton die op hun beurt sprakeloos moeten toezien hoe niet alleen Leah maar
ook gitarist Criss Cobb schittert op zijn zelf gepend "Don't Forget"
en "Turning Your Love". The blues nothing but the blues zegeviert
in "Mid - Day Hot", "You Don't Scare Me" en "You Forgive
Me" waar opnieuw blazers en gitaren duelleren maar Leah Tysse als uiteindelijke
overwinnaar uit de bus komt. Als twee honden vechten om een been ... Mocht Luke
Walter Jr. één dagje terug onder de levenden vertoeven dan zou
hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de vraag " What Am I Supposed
to Do" .... het antwoord is eenvoudig ... ongetwijfeld met Leah de studio
induikelen om stomende versie's van "Trippin" en "Sister Go Ahead
and Take Him " op te nemen! "Tender Rain" is volgens mijn bescheiden
mening nog een restantje van haar Paris/nightclub verleden maar dat kan de pret
niet drukken want er zit nog een erg fraai a capella slotje aan verbonden. Leuke
kennismaking met dit talentvolle dametje en niet alleen haar grootmoeder "the
True Musician in the Family", aan wie het album opgedragen is, zal tevreden
zijn met haar noeste arbeid ... wij ook!

DALE
BOYLE
SMALL TOWN VAN GOGH
Website
Cdbaby
Toen
deze man in 2004 zijn debuut uitbracht "A Story From A Small Gaspé
Town” waren we al dadelijk overtuigd dat deze Canadees kwaliteit in huis
had. Hij deed me denken aan Springsteen, en dat is nu nog zo op sommige nummers,
hij covert zelfs diens "My Hometown" maar ondertussen is zijn repertoire
gevarieerder geworden. Bij die enige cover blijft het ook, de rest is eigen
werk. Op deze "Small Town Van Gogh" vooral een kijk in zijn eigen
leefwereld en omgeving. Titelsong "Tom" snijdt al dadelijk een herkenbaar
thema aan, het doodgezwegen worden door de pers tijdens je carrière en
als je dood bent een hype van je maken, of je nu beeldend artiest, zanger, sportman
of gewoon een heel goed mens bent. Wij doen er alleszins niet aan mee, we zeggen
nu al dat Dale een goed artiest is, spread the word. Wat dan volgt "Send
Monica Away" is knappe alt.country met een tongue-in cheek tekst over de
macht van het geld. Echte Sun stijl country krijgen we dan voorgeschoteld in
"If I Come Back", waarop Dale ons laat horen dat de gitaar ook weinig
geheimen voor hem kent. Springsteen's "My Home Town "dan, dat hier
een erg mooie bewerking krijgt. De song over de oorlogsveteraan William Proctor
van W.O I die 2 jaar geleden overleed op 106 jarige leeftijd is een ingetogen,
trage song vol gevoel. En zo kunnen we doorgaan met al dat moois "Idalene"
is een akoestische bluessong, duidelijk gebaseerd op het traditionele "Stagolee"
van Mississippi John Hurt. De teksten van Dale zijn ware pareltjes, ook "Nowhere
Town" over het uitzichtsloze van een langzaam uitstervende stad. Bijna
dezelfde thematiek krijgen we in "No One Lives Here Anymore". Dit
blijkt een geliefd thema te zijn, want een paar dagen geleden, bij het bespreken
van de cd van Leigh Sloggett, een Australische slide gitarist en singer songwriter
zat er ook al een song van een stervende stad "Moruran" in Japan.
De laatste twee songs zijn ook niet te versmaden, vooreerst de keltisch aandoende
instrumental "At The Kitchen Table" met een mooie mandolinesolo van
Dale, en als afsluiter de titelsong "Small Town Van Gogh" zijn hemels
mooi. Deze song vertelt het verhaal van Tennyson Johnson, een schilder van zijn
Gaspé, de streek waar hij zoals op zij debuut, steeds over zingt. Tennyson
heeft de song wel kunnen horen, Dale heeft de song voor hem gezongen, maar voor
de plaat verscheen is hij gestorven, dit werk is een tribute aan die man. Dale
Boyle, die in december hoopt zijn doctoraatstitel te behalen voor Integrated
Studies of Education, kan ons hopelijk daarna ook nog als artiest blijven voorzien
van goede muziek. Als Drs.P dat kon, hij ook.
(RON)