JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
PURPLE CAT - PURPLE CAT + BEAT IT OUT
LUKE POWERS - PICTURE BOOK
SPICEWOOD SEVEN - KAKISTOCRACY
THEA HOPKINS - CHICKASAW
ASYLUM STREET SPANKERS - MOMMY SAYS NO!
LARRY JACKSON & THE HOLICS - BELIEVE IT OR NOT
JACKSON FAMILY BAND - BELIEVE IT
LAST TRAIN HOME - LAST GOOD KISS
NORTH TWIN - FALLING APART
KAT DANSER - SOMETHIN' FAMILIAR/ WASCENSION
GRAHAM WEBER - BEGGARS BLUES


PURPLE
CAT
PURPLE CAT + BEAT IT OUT
Website
E-mail:purplecat@tele2.fr
label: Eigen beheer
Zelden met zo
weinig verwachtingen een pakketje van twee cd's die we binnengekregen hadden
beluisterd. De band "Purple Cat" wiens titelloze debuut me samen met
hun nieuweling tussen een pakket van meer en minder bekende bluesartiesten,
Americana stuff en singer songwriters, bezorgd was door Freddy, bleef gedurende
een paar weken onaangeroerd en toen ik dan ook nog merkte dat het om een Franse
band ging, was de drang om het ding in de speler te mikken nog kleiner. Tot
ik één van de hoesjes omdraaide, en een typische blues lay-out
bemerkte, je kent ze wel, de hoezen met vuile asbakken, sigaren, whiskyglazen,
een achteloos neergelegde mondharmonica op een overvolle tafel. Dus het was
blues. Bij "Purple Cat" als groepsnaam verwacht je dat niet zo direkt,
toch maar eens luisteren, maar toch voorzichtig, Frankrijk is nu niet direkt
het land van waaruit wij veel goede blues ontvangen. Maar dan, vanaf de eerste
noten, waren al mijn onterechte vooroordelen verdwenen, om het met een cliché
te zeggen, als sneeuw voor de zon. Dit Franse trio bestaande uit Rene Perrier
zang en harmonica, drummer Charles Malnuit en gitarist Guitar Ray brengen ons
zoals ze het zelf op hun site noemen: "Primitive electric blues",
en hoe klinkt dat, wel net of je een cd van de vroegere Chess grootheden opstaan
hebt, Little Walter of Muddy Waters. René Perrier is sterk beinvloed
door Jerry Portnoy, de harpspeler van Muddy Waters. Het is ook tijdens een concert
van Muddy in Antibes in 1974, dat hij het licht zag, om het zo te zeggen. Dat
openingsnummer wat me direkt greep, was Johnny Young's "All My Money's
Gone", vervolgens krijgen we een prachtversie van Jimmy Reeds "High
and Lonesome", Muddy Waters' "I Want You To Love Me" en "Tiger
Man" van Lewis Burns, maar de tweede helft van de cd is eigen materiaal,
waarvan het grootste deel van drummer Malnuit. Dus zoals ik al zei, prima klinkende
Chicago blues, met een randbemerking, René is een prima harper, maar
de groep van een goede shouter voorzien zou geen slechte beslissing zijn. Rene
heeft geen krachtige stem (al lijkt ze wat op die van Leon Redbone) en camoufleert
dit door zijn teksten meer te declameren dan te zingen, spijtig, want daardoor
gaat een gedeelte van de power die de groep duidelijk heeft, verloren. Dat René
wel degelijk zijn vak van mondharmonica spelen kent, kan je merken als je op
hun site even de fotogallerij bekijkt: René op het podium met The Nighthawks,
Melvin Taylor, Pinetop Perkins, Junior Wells en nog talloze anderen. Even ook
hun debuut, een titelloos mini cdtje met 7 songs uit 2005 beluisterd en deze
bevat alleen covers, vooral van mondharmonica grootheden zoals Walter Horton,
Little Walter, maar ook Jimmy Rodgers "What have I Done", samen met
de cover van B.J Johnson "Humming Blues", zowat de enige nummers waar
de stem van René Perrier wel tot zijn recht komt. De bekende Little Walter
instrumental "Blue Midnight" is natuurlijk wel meer dan o.k en klinkt
zo authentiek, dat het wel lijkt of je naar de originele Chess opname luistert.
Goede Chicago blues uit een land waar je het niet zou verwachten. Blow it one
more time, René!
(RON)

LUKE
POWERS
PICTURE BOOK
Website - myspace
Mail: adam.zero@comcast.net
Label: Eigen Beheer
cdbaby
De volgende
recensie, het album "Kakistocracy" van Spicewood Seven is een project
van Tommy Spurlock met Luke Powers, de man die nu ook een eigen album op de
markt heeft gebracht onder de titel "Picture Book". Als universiteitsprofessor
Engels is Luke Powers altijd uitermate geïnteresseerd geweest in teksten
en taalgebruik. En beiden beheerst hij als de beste, allicht mede dankzij zijn
opleiding in de engelse literatuur. Aan de nummers voor dit album begon bij
al enkele jaren geleden te schrijven en sinds 2002 werd er aan de opnames gewerkt
met zijn bovenvermelde vriend Tommy Spurlock. Hij schreef liedjes over zijn
kinderjaren toen hij in de bossen rondliep die ooit werden bewoond door de Cherokee-indianen
die er in 1830 werden verjaagd. De song "Ghost Of The Cherokee" is
een zeer ontroerend verhaal dat op emotionele wijze door Powers wordt gebracht.
Zijn liedjes zijn meestal ganse romans die verteld worden in liedjes van 3 à
4 minuten. Zo beschrijft hij in "Living On Air" hoe hij voor het eerst
had zitten kussen met een oudere vrouw op een soldatenkerkhof. Neil Young had
hem ooit geadviseerd om liedjes te schrijven over de mensen in de goot of aan
de rand van de gemeenschap omdat die interessanter zijn dan de gemiddelde "middle
of the road"-songs. Voor "Picture Book" kon Luke Powers ook een
beroep doen op Garth Hudson, de legendarische toetsenist van The Band. Tijdens
de opnames kenden ze ook enkele serieuze tegenslagen. Drummer Randy Hardison
werd doodgeschoten in zijn apartement door een jaloerse echtgenoot van een vrouw
waarmee hij een affaire zou hebben gehad. Hardison had alle drumwerk voor de
CD gedaan en als eerbetoon werden de resterende songs afgewerkt zonder drums.
Een andere tegenvaller was dat Tommy Spurlock de treinwagon-opnamestudio verloor
in een conflict over geld en zaken. Hierover schreef Luke Powers de song "Tommy's
Goin' Home To Texas" die bij beiden de tranen in de ogen bracht tijdens
de opnamesessies. Tenslotte vertraagde het succes van "Kakistocracy"
ook nog eens het uitbrengen van deze soloplaat, maar vanaf 7 september 2007
is "Picture Book" in de handel verkrijgbaar. Enkele sterke songs (een
selectie, want ze zijn allemaal van hoge kwaliteit) zijn "I Saw John Kennedy
Today", "Mr. Yeah Yeah Yeah", "Beautiful Lie", "Going
Back To The Mountain" en het grappige nummer "Cover Song (For Sgt.
Pepper)". Sterk werk van Luke Powers, zowel "Kakistocracy" als
dit soloalbum "Picture Book". Overtuig jezelf door beide CD's aan
te schaffen.
(valsam)

SPICEWOOD
SEVEN
KAKISTOCRACY
Website - myspace
Mail: adam.zero@comcast.net
Label: Austin Records
Inc.
Spicewood Seven
is een project van Luke Powers, een vooraanstaand professor aan de Amerikaanse
universiteit van Vanderbilt en en zijn muzikale vriend Tommy Spurlock uit Austin,
Texas. In "Kakistocracy" willen ze zich afreageren op alles wat er
fout is gegaan en nog steeds fout gaat in de wereld. Ze zijn er van overtuigd
dat de wereld niet op één jaar naar de vaantjes is gegaan, maar
dat dit een proces van meerdere decennia geweest is en veroorzaakt werd door
een reeks van incompetente politici die enkel hun eigen belang voor ogen hadden.
Toch noemen ze "Kakistocracy" geen protestalbum maar eerder een getuigenis
van hun waarnemingen over de gebeurtenissen in de wereld. Ze beweren zelfs dat
ook zij geen voor de hand liggende oplossingen kunnen bedenken voor de wereldproblemen.
Zij willen met het album hun luisteraars vooral aanzetten om eens wat verder
te gaan nadenken over wat er zoal allemaal om hen heen gebeurt en vooral over
wat zij zelf zouden kunnen bijdragen ter verbetering van de wereld. De dingen
die ze fout zagen gaan in Amerika zijn thema's zoals pedofiele priesters, drughoertjes,
aidsslachtoffers die zich met antidepressiva proberen staande te houden en onterecht
opgesloten gevangenen in Guantanamo. Met veel weemoed denken Luke Powers en
Tommy Spurlock terug aan de fifties en sixties toen elk kind nog ongedwongen
kon doen waar het zin in had zonder dat er gevaar voor zijn leven was op elke
hoek van de straat. Spurlock had een heel andere achtergrond dan Powers. Hij
heeft zijn hele leven rondgezworven als muzikant voor o.a. Shania Twain, George
Jones en John Prine. Powers was ondertussen universiteitsprofessor Engels die
zijn eindwerk had geschreven over de Engelse romantische dichter-profeet William
Blake. Af en toe schreef hij ook liedjes en via zijn vriend Brian Ahern (producer
van o.a. Emmylou Harris, Johnny Cash) kwam hij in contact met de harde wereld
van de muziek. Ahern bracht beide heren samen. Spurlock vormde een oude treinwagon
om tot een opnamestudio en in die historische omgeving werden de songs voor
"Kakistocracy" geboren en tot prachtige liedjes geproduceerd. De teksten
zijn politiek georiënteerd en hebben als doel om een krachtig NO te laten
horen aan de Amerikaanse overheid voor hun gevoerde beleid. De titel van de
plaat is een woord dat betekent : "bestuur door de minst competente
of meest corrupte". Zou hier Mr. Bush en Mr. Cheney bedoeld kunnen
worden? Bovendien rijmt het woord ook op "Democracy" en dat is waarvan
ze wat meer beogen te bereiken met deze plaat. Opvallendste nummers zijn "Iraqi
Soldier Blues", "Going Down The Road To Baghdad" en "Poor
Boy" evenals "21 Guns" dat gaat over de eresaluutschoten die
worden gehoord bij de begrafenis van een zoveelste gesneuvelde jonge oorlogsslachtoffer.
"Mercury's In Retrograde "en "Crystal Time" gaat niet over
de oorlog maar over algemenere sociale problemen als drugs en eenzaamheid. En
tenslotte zijn er ook nog enkele sarcastische liedjes over de foute overheid
in Amerika : "400 Years" en "Mr. President". "Kakistocracy"
is een plaat die opvalt omwille van de brandend actuele thema's maar ook omwille
van de uitstekende muziek.
(valsam)

THEA
HOPKINS
CHICKASAW
Website - myspace
Mail : theahopkins@aol.com
Label: Eigen Beheer
cdbaby
De
uit Boston, USA afkomstige singer-songwriter Thea Hopkins noemt haar muziek
"American Short Story Folk" omdat ze kortverhalen op muziek zet. Ze
is de dochter van een vader en moeder die zelf afstammen van de originele Amerikaanse
Indianenstammen. In 2001 verscheen haar eerste solo-album "Birds
Of Mystery" dat uitstekende kritieken kreeg in de pers en waarvan folklegendes
Peter, Paul & Mary de song "Jesus Is On The Wire" over de moord
op Matthew Shepard door enkele homo-haters in 1998 selecteerden voor een eigen
versie op hun album "In These Times". Zij omschreven Hopkins als één
van de meest dichterlijke en emotionaliteit oproepende artiesten die de laatste
jaren in de muziekwereld op het voorplan kwamen. Anderen vergeleken haar met
Nick Drake omwille van haar mystieke stemgeluid dat ze meestal tot volle uiting
laat komen in haar mooie zelfgeschreven countryballads. Ze trad reeds meerdere
keren op als voorprogramma van artiesten als Richie Havens, John Hammond, Brooks
Williams en Kris Delmhorst. Met een stel uitstekende muzikanten die ooit samenwerkten
met Leonard Cohen, Lyle Lovett en Suzanne Vega trok ze nu de studio in om een
tweede album op te nemen onder de titel "Chickasaw". Thea Hopkins
werkte in totaal vijf jaar aan de voorbereiding en de nummers op deze CD. De
mooie vioolpartijen en strijkersarrangementen van grootmeester Ian Kennedy zijn
nadrukkelijk aanwezig op de meeste van de 12 songs op deze CD. Er staat ook
een nieuwe versie op van "Jesus Is On The Wire" en er is een duidelijke
anti-oorlogboodschap aanwezig in "River Of Fire". Andere sterke songs
op "Chickasaw" zijn "Rows And Rows Of Stars", "Once
There Was A Lover", "Before This Day" en "The Weather Turns",
over het algemeen nummers waarin gemediteerd of gefilosofeerd wordt over de
verscheidenheid der dingen des levens. Gezongen met die typische, treurige,
soulvolle stem van Thea Hopkins krijgen de liedjes een melodramatische ondertoon
waar je bij beluistering geneigd bent om in stilte te genieten van haar uitzonderlijke
zangkwaliteiten. Beïnvloed door de grootsten aller songwriters zoals Leonard
Cohen, Hank Williams, Tom Waits, Bob Dylan, Bruce Springsteen en Neil Young
bewijst Thea Hopkins door de hoogstaande kwaliteit van haar songs dat er nog
veel moois van haar te verwachten valt en dat "Chickasaw" nog maar
een klein topje van de (ijs)berg is die we in de volgende jaren nog verder hopen
te kunnen exploreren.
(valsam)

ASYLUM
STREET SPANKERS
MOMMY SAYS NO!
Website
Label: Yellow Dog
Records
Distribiteur: Blues Promotion / Parsifal
www.blues-promotion.be
blues.promotion@proximedia.be
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
De doordringende wietlucht van hun vorige cd's is niet eens opgetrokken en het volgende juweeltje van de Asylum Street Spankers belandt net op tijd voor mijn vakantie in de schappen. Jaren geleden is deze akoestische swingband begonnen als een hobbygroep rond o.a. Guy Forsyth. En dat zegt eigenlijk al genoeg. Asylum Street Spankers maken een mix tussen ragtime, country, folk en blues. Deze live band bij uitstek brengt in ieder geval een ode aan traditionele muziek. De vaste leden van Asylum Street Spankers zijn Christina Marrs (zang, gitaar, banjo, zingende zaag en ukelele), Wammo (zang, wasbord, drums), Scott Marcus (drums), Nevada Newman (gitaar, vocals), PB Shane (bas), Sick (gitaar, banjo, vocals) en een paar vrienden. Guy Forsyth die meestal als snarenman fungeert in deze vriendenclub is bij deze release er echter niet bij. Maar deze keer worden wij wel verrast door hun zevende CD, een plaat gericht aan onze kinderen, ditmaal weliswaar geen geheide kerstklassiekers als "White Christmas" en "Jingle Bells" (dit is nu eenmaal een release van het befaamde Bloodshot label) of de zogenaamde traditionals uit de vergetelheid, waarmee ze het Amerikaanse erfgoed opnieuw onder de aandacht brengen, maar wel twaalf sfeervolle liedjes over opgroeiende kinderen, grootse kinderdromen, ... maar steeds in hun entertainende door folk, blues, jazz, country, music-hall doordrenkte stijl. Kortom Americana in zijn vele facetten. Zo horen we op "Mammy Says No!" wederom een gevarieerde mix van blues, country, jazz, ragtime en alles wat niet hip is. Alshetware, het ideale recept voor een lange rit naar het zonnige zuiden. Met een hartverwarmende verbroedering van vooroorlogse blues, kitscherige country, en authentieke jazz roept dit eigenzinnige collectief uit Austin, Texas soms herinneringen op aan de broeierige beginjaren van Tom Waits. De melancholie moet regelmatig wijken voor een schaamteloze meligheid, maar desalniettemin weten de Asylum Street Spankers voor een aangename afwisseling te zorgen in een genre dat overheerst wordt door jammerende troubadours. Opmerkelijk is ook de instrumentatie. Niet alleen doen zij de ukeleles, mandolines, zingende zagen en wasboorden terugkeren in de popmuziek, maar als voornaamste ingrediënt is het toch wel die sfeer die ze op iedere cd overbrengen, stijlen als ragtime, vaudeville, blues en country gooien de Spankers in de blender en halen daar een heel eigen sound uit. Zangeres Christina Marrs schreef en zingt een aantal nummers en zij lijkt met iedere Spankers- release beter te worden. In "Don't Turn Out The Light" mag ze zelfs een solo op de zingende zaag weggeven. De andere zanger en schrijver bij de band is Wammo, die in "You Only Love Me For The Lunchbox" niet enkel vocaal maar ook op harmonica prachtig uit de hoek komt. En laten we vooral de kids niet vergeten, die op nummers als "Boogers" en "Super Frog" zeker zullen meezingen.
Een concert van de Asylum Street Spankers is een belevenis op zich, niet
alleen omwille van hun muzikale duizendpoterij, ze spelen bovendien ook nog
eens volledig akoestisch. U weze gewaarschuwd.
ASYLUM STREET SPANKERS LIVE
Op maandag 8 oktober 2007 strijken de Asylum Street Spankers
neer in Kaffee Fagot te Ingelmunster, beter gekend als de thuisbasis van het
Labadouxfestival.
Op dinsdag 9 oktober 2007 concerteren ze in Muziekodroom te Hasselt.
Beide concerten starten telkens om 21u00.
Tickets:
Fagot, maandag 8 oktober 2007
Bestellen via +32 (0) 51 31 00 74
Muziekodroom, dinsdag 9 oktober
2007
Bestellen via www.muziekodroom.be

LARRY
JACKSON & THE HOLICS
BELIEVE IT OR NOT
Website
- myspace
E-mail: ljacksonfamilyband@verison.net
Larry Jackson uit los Angeles stuurde ons twee cd's ter beluistering. Een onder zijn eigen naam met zijn band The Holics, die hoofdzakelijk blues bevat, die echter niet meer zo nieuw is, ze stamt uit '99 en een tweede, recentere van vorig jaar, onder de naam The Jackson Family Band, zijnde Lorry, zus Rhonda en zangeres bassiste Candis Wilson, maar hierover straks meer. Larry, wiens ouders naar L.A verhuisden vanuit Arkansas vanwege de grote droogte van de jaren dertig, de zogenaamde dust Bowl ramp, trad reeds vanaf jonge leeftijd met zijn zus op, ze brachten gospel en hits van toen, eind jaren vijftig. Maar op een dag maakte Larry kennis met de platencollectie van een vriend en hoorde Lightnin Hopkins en Ray Charles en wist vanaf toen, dat blues zijn genre zou worden. Deze cd, opgenomen met bassist Leif Fredericks en drummer Danny Oberbeck is ondanks het feit dat ze al wat ouder is, nog steeds een fris klinkend werkstuk dat een aantal knappe songs bevat in verschillende stijlen binnen het roots en bluesgenre. "On A Good Day" bijvoorbeeld, en "If Moma Wasn't 'Round" hebben beide een naar Bo Diddley neigende gitaarriff, die heel aanstekelijk is en de jazzy bluesshuffle "Can't Stop" kan je ook moeilijk laten stilzitten. Echte blues, met dobro (Nick Sandro) en mondharmonica (Rick Smith) krijgen we te horen in "Blind". De stem van Larry lijkt hier trouwens volgens mij erg op die van Mark Benno's vroegste opnames, vooral in het zeer mooie, langzame bluesy "Waited Too Long", een van de beste songs op de plaat. Dat Larry weet hoe een song te schrijven, is duidelijk, de dertien songs op deze CD weten allemaal zo te boeien dat ik nergens ook maar even de neiging had om de skip toets te gebruiken, iets wat jammer genoeg niet altijd het geval is. Op de voorlaatste song het mooie bluesy duet "The One" horen we even gastzangeres Cindy Edwards aan het werk, die over een puike bluesstem blijkt te beschikken. Ben benieuwd hoe de recentere "Believe It" klinken gaat. Deze was in ieder geval meer dan behoorlijk.

JACKSON
FAMILY BAND
BELIEVE IT
cdbaby
Zeven jaar later heeft Larry
de blues wat de rug toegekeerd, en deze keer is een mix van singer songwriter
stuff, wat Americana, folk en wat licht bluesgetinte songs wat we voorgeschoteld
krijgen. Nog steeds goede composities, de opener "Chrystal Chandeliers"
is er bijvoorbeel al zo één, een knappe folksong waar vooral de
dobro van een zekere Stan West me weet te bekoren. Een gitaarinstrumental met
Spaanse sfeer "Mariela" volgt, uiterst sfeervol. Dan volgen er spijtig
genoeg een viertal nummers die ik wat minder geslaagd vindt, te ouderwets folkgetint
naar mijn mening, Gordon Lightfoot achtig, niet echt boeiend, maar dat ligt
waarschijnlijk aan mij, ik heb nooit van die troubadoersongs gehouden. "Dinner
Time" echter is weer een erg goeie song, wat JJ.Cale getint, met een mooie
slide gitaar, prima! Ook "Part Of Me" toont weer eens dat Larry een
goed songschrijver is, die met sober maar mooi gitaarspel zijn songs weet te
omlijsten. "Young Man", "Little Bit", "My Good Hand"
en zeker de afsluiter "I Never Worry" zijn daarentegen weer mooie
alt.country en folksongs die sterk en origineel zijn en Stan West is op dit
laatste nummer weer prima bezig, evenals Rick Smith op mondharmonica. Spijtig
van de paar songs in het midden, maar ik ben nu eenmaal geen echte folkie en
ben misschien wat bevooroordeeld. Maar... believe it, de rest is dik in orde!
(RON)


LAST
TRAIN HOME
LAST GOOD KISS
Website - myspace
Email: mail@lasttrainhome.com
Label: CoraZong
Last Train Home stond al langer op mijn lijstje. En "Last Good Kiss", de vijfde cd inmiddels, is inderdaad de moeite waard. Het is niet alt Country, maar beslist ook niet de gladde Nashville-sound. Het zit er ergens tussenin: bijzonder sterk in de samenzang, koppelt country rock aan bluegrass, pure country en rock 'n' roll en voegen daar zuidelijk temperament aan toe, evenals een kleine portie blues en soul. Het moge duidelijk zijn; dat levert een super gevarieerde cd op die, hoewel strak-glad geproduceerd door de band zelf, muzikaal boeit van begin tot eind. Misschien hebben we de laatste jaren wat teveel, zeg maar - alt-country - gehoord, maar bij veel nieuwe cd's hadden we de laatste tijd het gevoel dat we het allemaal al wel eens gehoord hadden. Last Train Home weet ons gelukkig wel te verrassen, hetgeen we vier jaar geleden ook waren bij het verschijnen van “Time And Water" (2003) en twee jaar geleden met "Bound Away" (2005), albums die konden rekenen op vele positieve recensies. De uit Washington D.C., maar tegenwoordig vanuit Nashville (sinds 2003) opererende band heeft al een handjevol cd's op haar naam staan, maar "Last Good Kiss", uitgebracht op het Nashvillese Red Beet Records label, klinkt behoorlijk hecht met een lekker vol geluid van een band die bestaat Eric Brace (zang/gitaar), Jen Gunderman (keyboards, accordeon, percussie), Jim Gray (bas), Martin Lynds (drums, percussie) en Steve Wedemeyer (gitaar). Gastmuzikanten zijn Kevin Cordt (trompet) en Tom Mason (banjo op "You") en de backing vocals van Claire Small horen we in het atmospherische "The Color Blue". Naast de Amerikaanse versie kreeg deze cd dankzij het Nederlandse CoraZong een Europese release met maar liefst drie extra nummers. Naast de radio edit van de eerste single "Last Good Kiss", krijgen we ook twee prachtige covers: "Lovers Farewell" (The Carter Family) en "This Wheels On Fire" (Bob Dylan/Rick Danko), covers die de warme stem van Eric Brace wederom in de spotlight plaatsen. Maar ook buiten deze extra's staat "Last Good Kiss" vol van oerdegelijke, maar bijzonder geinspireerd klinkende rootsrock. Een geluid waarin gitaren worden bijgestaan door onder andere banjo, accordeon, trompet en percussie. Het heeft af en toe wel wat van de muziek van de fameuze Nitty Gritty Dirt Band, maar Last Train Home staat ook wel degelijk met beide benen in 2007. Soms gaat het richting country-rock, maar ook van blues, folk en onvervalste rock 'n roll zijn de heren van Last Train Home niet vies. Uitstekende songs staan op deze zéér afwisselende "Last Good Kiss", stuk voor stuk toegankelijk en helder klinkend, zodat de instrumenten goed te horen zijn. Brace is de genius achter dit bandje, en schreef de meeste nummers met als hoogtepunten de nummers "May", over verlies van familie, het gospel-getinte "Flood", over de ingehouden kracht van de liefde en het even hartgevoelige "Anywhere but Here". Uit alles op hun vijfde cd blijkt wel dat de heren van Last Train Home verdomd op elkaar zijn ingespeeld. Zo goed zitten de liedjes in elkaar en zo goed worden ze gespeeld. Kortweg : Na een tienjarige carrière is "Last Good Kiss" het beste album van Last Train Home, dit is gewoon muzikaal vakmanschap.
Eric Brace - Rhythm guitar,
voice
Jim Carson Gray - Bass
Martin Lynds - Drums, voice
Steve Wedemeyer - Lead Guitar
Jen Gunderman - Keyboards
Kevin Cordt - Trumpet, voice
Dave Van Allen - Pedal steel guitar, Lap steel
Chris Watling - Tenor and baritone saxophones, accordion

NORTH
TWIN
FALLING APART
Website - myspace
Mail: info@northtwin.net
Label: Good and Dirty Music
cdbaby
North
Twin is een rockgroep ontstaan in het brein van songsmid Tony Fulgham die vanuit
Texas naar Seattle verhuisde en de muziek uit zijn jeugdjaren meenam in zijn
herinneringen. Samen met bassiste Rebecca Young, gitarist Tim DiJulio en drummer
Rick Cranford werd de band gevormd. Na enkele maanden opgetreden te hebben trokken
ze de studio in voor de opnames van de 11 zelfgeschreven nummers op hun debuutalbum
“Falling Apart”. Ik stak het schijfje van North Twin in de stereo
en mijn allereerste gedachte was dat ik naar de nieuwste van Los Lobos zat te
luisteren. “The Good Guy” is een nummer dat zo uit de pen van Cesar
Rosas had kunnen komen. Rauwe rock’n’roll met veel aandacht voor
de roots van dit muziekgenre. Met een hoge graad van openhartige gedrevenheid
creëerden zij eerlijke recht-voor-de-raap rocksongs die Fulham met volle
overtuiging heeft ingezongen, begeleid door een uitstekende groep muzikanten.
De grungemuziek van North Twin sluit perfect aan met wat andere Seattle-bands
als Pearl Jam, Nirvana en Soundgarden brengen. De titeltrack “Falling
Apart” is een vaak gespeelde song op de locale radiostations. Naast de
stevige rockers als “the Good Guy”, “Gasoline”, “Motorbike”
en “Carole Anne” is er echter ook plaats voor tekstueel geladen
countryballads, zoals in “No One’s Getting Out”, “You
Can Never Go Home”, “Halloween In Houston” en “Turn
Around”. Op die rustigere songs doet de wat schraperige stem van Fulgham
me af en toe denken aan die van Hootie and the Blowfish-zanger Darius Rucker.
“Falling Apart” is een uitstekende debuutalbum geworden dat nergens
tot geeuwen aanzet en blijft boeien van begin tot einde. North Twin is een groep
waar ik alvast nog meer en nog beter werk van verwacht in de eerstvolgende jaren.
(valsam)

KAT
DANSER
SOMETHIN' FAMILIAR
Website - myspace
E-mail: katdanser@shaw.ca
Label: Eigen beheer
Wat
zitten er toch nog wekelijks mooie onontdekte pareltjes tussen onze postpakketjes.
Neem nu het pakje dat we toegestuurd kregen van Kat Danser. Ze heeft een nieuwe
cd en laat ons tegelijkertijd kennis maken met haar debuut van vijf jaar geleden.
Laten we dan maar beginnen met de nieuwe"Somethin' Familiar", dan
zien we wel wat we met dat andere doen. Met "My Baby" waarmee ze deze
cd opent heeft ze al onmiddelijk mijn aandacht, wat is dit mooi: een akoestische
Weissenborn slide, lekkere mondharmonica, en een prachtige stem en manier van
zingen, die me wat herinnert aan die van Tracy Chapman op sommige momenten.
Kat brengt ons blues, gospel en roots. Elf zelfgeschreven songs die voor het
grootste gedeelte heel "laid back" opnames zijn, mooie composities
die een sfeer scheppen waartegen Kat haar verhalen brengt. Zoals "Gypsy
Man" of het uiterst mooie "Yesterdays Blues" een song die wat
herinnert aan het werk van Maria Muldaur. In "Keep On Movin'" brengt
de accordeon van Daryll Havers samen met de National steel van Steve Dawson
ons in een Little Feat achtig sfeertje met wat New Orleans piano hier en daar.
Knappe song. "Blame it on the moon" is superlazy gezongen, erg mooi
arrangement ook weer, zoals alle songs op deze cd trouwens. Sfeervol en verzorgd
tot in de puntjes. "Hangin' By a Thread" is ook een van die songs
waar een mooie sfeer opgebouwd wordt rond de Weissenborn van Steve Dawson die
een buitengewoon gitarist is. Linda Tillery en haar Cultural Heritage Choir
brengen in de gospelsong "Carry Me Home" dat typische a-capella slavensong
sfeertje. Ook "Somethin' Familiar" de titelsong is een echte gospelsong
met Linda Tillery en haar koor als backing. Als de cd voorbij lijkt te zijn
duikt er plots nog een hidden track op: "Someday Baby Blues", een
mooie versie van Sleepy John Estes klassieker, met werkelijk verbluffende akoestische
slide van een zekere Thomas Slaymaker, die voor de rest niet op de cd te bespeuren
valt. Thomas is gitaarleraar aan het Foothill Institute en begeleider van Kat
op haar solo sets. Dat was dus onze kennismaking met Kat Danser, een ontdekking,
dat is 't minste wat we kunnen zeggen, deze knappe en sfeervolle blues en rootscd
met een band die erg goed is (vooral gitarist Steve Dawson). Dit maakt me benieuwd
om te horen hoe ze in 2002 klonk. Even "Ascension" van zijn cellofaan
ontdoen.

De Thomas Slaymaker waarover we het net hadden zorgt hier, samen met Bruce Rawling
en Kat herself voor het gitaarwerk. Ja, op deze cd speelt Kat ook National resophonic
terwijl ze op haar nieuwere cd enkel voor de vokalen zorgde. Dat stemmen "rijpen",
daar hebben we hier een mooi voorbeeld van. Alhoewel Kat hier niet overdienstelijk
zingt was haar stemop deze cd van vijf jaar geleden veel minder "mature"
dan nu. Een ander groot verschil is de groei van de composities zelf, horen
we hier een troubadour, singer-songwriter, met songs die niet direct zo kunnen
boeien en een uiterst sobere begeleiding dan is het verschil na 5 jaar wel groot.
Momenteel is Kat iemand die sterke songs schrijft die weten te boeien, sfeer
scheppen, en deze boeiend weet te brengen. Op deze "Ascension" waren
we nog niet zo ver, van de tien songs zijn er slechts twee tot drie die de stempel
"goed" krijgen. Het begon sterk met het tongue in cheek "Big
Beauty" een bluesy song waarin Kat reclame maakt voor haar eigen "mollige"
zelf. Heel grappig en mooie song. Ook het volgende "Optimistic blues"
laat nog vermoeden dat we weer met een sterke cd als "Something Familiar"
te doen gaan hebben, maar dan zijn om het zo te zeggen de pijlen verschoten
en hervalt de cd in een ietwat eentonig "meisje met gitaar" niveau.
We moeten wachten tot de voorlaatste song "Time Machine" om nog eens
wat te genieten, mooie samenzang, waarschijnlijk met Sheryl Ackerman, zo te
zien op de hoesinfo. Neen, gelukkig was dat vijf jaar geleden, wat belangrijker
is, is dat Kat van het zandkorreltje dat ze was vijf jaar geleden was, is uitgegroeid
tot de verborgen parel die ze nu is geworden. Als dat zo verdergaat bij Rootstime
hebben we tegen Kerst een heel parelsnoer.
(RON)

GRAHAM
WEBER
BEGGARS BLUES
Website - myspace
Label: Eigen beheer
cdbaby
Hij
is de zoveelste uit de reeks van de singer songwriters uit Austin Texas, we
kunnen er niet onderuit, de eerste week zonder Austin artiest bij Rootstime
moet nog komen, alleen ik al, had er vorige week ééntje (Chris
Brown) en hier is reeds de volgende. Niet dat ik hiermee iets negatiefs bedoel,
integendeel zelfs, meestal is deze stad een garantie voor goed werk, en dat
was bij Chris Brown zo, en dit lijkt nu ook het geval te zijn. Graham Weber
is een folk en Americana zanger waarvan collega Slaid Cleves zei: "Ik was
werkelijk aangenaam verrast toen ik hem als openingsact voor mij aan het werk
zag, hij is goed, heeft een mooie stem, sterke song, maar niet alleen dat, hij
is heel zelfverzekerd, reageert heel goed en snel op zijn publiek en voelt zich
in zijn element op een podium. Dat kon van mij niet gezegd worden, toen ik begon!"
Slaid was zelfs zo onder de indruk van een van zijn songs "Oh Roberta"
dat hij het op zijn volgende cd zette, wat natuurlijk heel veel betekende voor
Graham. We gaan eens ever nader in op deze "Beggar's Blues". Neem
nu die openingssong "After All", je hoort een Dylan uit zijn beginperiode,
een vuurwerk van snel gezongen woorden en de typische mondharmonica. Je denkt:
het is iemand zonder eigen stijl, die dan maar Dylan imitaties brengt en dan
begint de tweede song, klarinet, trompetten, ragtime, nog sneller gezongen teksten
en je begint je af te vragen wat hij hierna voor raars in petto zal hebben,
maar dan komt de verrassing, "Starving Days", "Devil’s
Night" en wat later "Cincinnati" drie meesterwerkjes met sfeer
en melodieen die je doen denken aan John Prine, Wilco en zelfs Tom Waits ten
tijde van Closing Time. Als je dan bedenkt dat hij pas op zijn twintigste voor
het eerst speelde als "busker" op Venice beach in L.A. Via de platencollectie
van pa leerde hij John Prine en Todd Snider kennen en wou toen ook singer songwriter
worden. Hij begon eerst als gitarist in een bandje "Whiskeyhound",
maar in 2003 begon hij solo op te treden en in 2003 volgde de CD "Naïve
Melodies" en deze liep zo goed en leverde optredens genoeg op dat hij als
muzikant kon leven. Hij verhuisde naar Austin, de muzikale hoofdstad van de
wereld, en nam er eind 2005 deze cd op, die wij wat laat toegestuurd kregen,
waarschijnlijk om aandacht op te wekken voor de nieuwe die binnenkort zou moeten
verschijnen, wel dat is gelukt, want buiten de twee eerste eigenaardige songs,
die evenwel niet slecht zijn, bevat deze cd nog 12 mooie alt.country, Americana
en singer songwriter stuff met goed doordachte, soms humoristische teksten,
soms nostalgisch, soms zwartgallig, waar de invloed van John Prine sterk in
terug te vinden is, luister maar naar "My Nightmares" bijvoorbeeld.
Laat de nieuwe cd maar vlug komen, ik wil 'm bespreken... met plezier.
(RON)