JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007
APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007
MICKE PERSSON - MOVING WITH MRS. CARTER
CHRIS DUARTE GROUP - BLUE VELOCITY
MATT JERNIGAN - ALMOST LIVE
THE MEN THEY COULDN’T SHAVE - STORIES FROM CACTUS MOTEL
TONY JOE WHITE - TAKE HOME THE SWAMP
STEPHAN POPPELL & THE WOLFPACKBAND - MISSISSIPPI CRYING
RED MEAT - WE NEVER CLOSE
LITTLE MISS HIGGINS - JUNCTION CITY
DARRYL PURPOSE with JULIE BEAVER - LIVE AT COALESCE
ROBERT MORGAN FISHER - BUILT MYSELF A GREENHOUSE

MICKE
PERSSON
MOVING WITH MRS. CARTER
Website
Mail: micke.persson@paraplyrecords.se
Label: Paraply Records
Info: Hemifran
Borås
is een heel mooi toeristisch stadje in Zweden ergens tussen Göteborg en
Jönköping. In het stadje is er elk jaar op 29 juni weer een verjaardagsfeestje
voor de stad op de markt waar de Borås-ambassadeur van het jaar wordt
verkozen. Elke donderdagavond zijn er ook optredens van lokale artiesten. Welnu,
voor beiden komt Michael “Micke” Persson (nu 47 jaar) zeker in aanmerking.
Hij heeft al bijna 30 jaar gitaar gespeeld in zowat alle lokale groepjes. In
die periode is hij ook liedjes blijven schrijven en dit jaar besloot hij om
een eerste solo-album op te nemen. Dat werd “Moving With Mrs. Carter”,
een CD met 12 zelfgeschreven liedjes. Zelf zegt Persson dat de liedjes eigenlijk
allemaal ontstaan zijn op één namiddag in een periode dat hij
een nogal turbulente periode in zijn leven meemaakte. Hij beschouwt de teksten
dan ook als een inherent onderdeel van zijn toenmalige genezingsproces en legt
er behoorlijk wat persoonlijke emoties in. Mrs. Carter is een verzonnen persoon
aan wie hij zijn intiemste geheimen wou vertellen via zijn teksten. Ondanks
het feit dat de liedjes er zo snel waren duurde het toch nog 2 jaar vooraleer
de songs in hun finale versie op deze CD konden verschijnen. Wat informatie
over de songs dan maar: er zitten er enkele straffe tussen zoals “Here’s
To You”, ”Come On”, “Justify Yourself”, “Riding
Through The Fields”, “Walking Across The Sea” en “That’s
The Way It Is”. Duidelijk is dat Micke Persson minutieus heeft gewerkt
aan de teksten zonder oog te verliezen voor het componeren van sterke melodieën.
Persson beschikt ook over een goede stem waarin je zijn Scandinavische roots
niet kan in terughoren. Dat is een verdienste en zal hem ook helpen om het album
in landen buiten het Hoge Noorden tot bij de luisteraars te brengen. Hij is
ook duidelijk een fan van de betere gitaristen zoals Frank Zappa, Eric Clapton,
Jimmy Page en Ritchie Blackmore. Hij kan zelf overigens ook uitstekend overweg
met dit 6-snareninstrument. In het dagelijkse leven is zijn beroep familietherapeut.
Misschien kan hij “Moving With Mrs. Carter” bij sommige van zijn
klanten aanbevelen als therapie want enkele songs brengen troost en geven nieuwe
moed. Ook voor (valsam)
CHRIS
DUARTE GROUP
BLUE VELOCITY
Website - myspace
Label: Provogue Records / info@provoguerecords.com
http://www.mascotrecords.com/
/ Distr: bertus
VIDEO 1
VIDEO
2
Onmiddellijk
na het heengaan van Stevie Ray Vaughan stonden er natuurlijk een ganse groep
Texaanse jonge gitaristen te trappelen om het wat oneerbiedig te zeggen, om
de vrijgekomen plaats in te nemen. Een van de eersten die daarvoor in aanmerking
kwam was natuurlijk Chris Duarte die met zijn debuut "Texas Sugar/Strat
Magik" voor het Silvertone label meteen hoge ogen gooide in 1995, ook in
datzelfde jaar werd hij vierde in de categorie "Best blues guitarist",
na Clapton, Buddy Guy en BB King, terwijl een dik jaar voorheen nog niemand
van hem gehoord had. Hierna volgden nog 3 cd's die goed verkochten, maar na
de veelbelovende start blijft de absolute roem toch uit. Naar deze vijfde gaan
we dan ook onbevooroordeeld luisteren, alleszins zullen we dat proberen. Gitaarblues
dus, puur Texaanse hedendaagse rock maar grotendeels bluesgericht. Neem nu bijvoorbeeld
"Something Wicked" een langzame blues, en al had ik me voorgenomen
die SRV vergelijkingen niet boven te halen, toch kan je niet anders dan bekennen
dat dit weer een doorslag is van songs als "Tin Pan Alley" en "Texas
Flood".. gitaarspel, stem en intonaties inbegrepen, maar supergoed in zijn
genre. Op deze manier blijft Stevie Ray natuurlijk leven, zo kan je het ook
zien, en zien we dit soort muziek met wat geluk toch weer wat evolueren. Zo
bijvoorbeeld in "I'll Never Know", waar we nerveuze tempowisselingen
horen, Led Zeppelin achtige zanglijnen, en Texaanse gitaren, toch wel apart.
In "R U 4 Real?" gaat Chris nog wat verder terug in de tijd en horen
we wat Robin Trower/ Hendrix achtige gitaarspel. Een pure 12 maten blues "Leave
Her Be", recht toe, recht aan, en het rockgetinte "Met My Match"
sluiten deze cd af, die vooral interessant is voor de echte bluesrockfanaat,
de liefhebbers van harde gitaren en zij kunnen met een beetje geluk deze man
in de herfst aan het werk zien, want een Europese toernee staat er aan te komen,
nu maar hopen dat ons kleine kikkerlandje niet vergeten gaat worden.
(RON)

MATT
JERNIGAN
ALMOST LIVE
Website
E-mail: mattfiz@yahoo.com
Label: Eigen beheer
cdbaby
VIDEO
Matt Jernigan
is een beetje van alles, in de eerste plaats is hij iets waar men zelfs geen
Nederlands woord voor heeft, een musical stand-up comedian, of noemt men dat
bij ons wat oubollig zanger-cabaretier, neen, wat Matt doet is heel wat moderner
(zie video), met veel imitaties en human beatbox toestanden. Toch is Matt als
stand up comedian geen van die gebruikelijke vuilbekkers, die de ene f**k na
de andere het
publiek ingooien, afgewisseld met s**t en *ss. Neen, Matt heeft een erecode
van al die termen te bannen, en bewijst dat humor ook kan zonder grof te zijn
en te lachen met minderheden. Sinds kort is Matt echter zijn niet onaardige
stem gaan gebruiken voor het serieuze werk, en heeft ons dan ook zijn CD toegestuurd
die gevuld is met wat roots en blues. "Movin" toont ons al dadelijk
dat Matt Jernigan een meer dan behoorlijk zanger is. Het funky nummer met human
beatbox interventies heeft een happy gevoel over zich en het daar op volgende
"Tired" is pure akoestische blues, heel goed gezongen. De stemmen-trukendoos
gaat helemaal open op "Uh-Uh" met zijn vocale percusie en eigen speciale
ritmische refrein. De cd telt ook een paar ultra korte "interludes",
aanstekelijke korte instrumentaaltjes, die even plots gedaan zijn nadat ze nog
maar net begonnen waren, steekt hier de stand -up comedian weer even de kop
op? "Harley blues" is nog zo’n song die wel een vermelding waard
is, en zeker het aparte "Blessed beyond my Wildest Dreams" waarin
Matt in mooie a-cappella stijl in close harmony meezingt met zijn "andere"
stemmen in een soort doo wop ritme. Heel origineel en goed gebracht. In de twee
laatste songs "Pride" en "Put your heart" laat Matt zich
zien van een kant zoals wij hem hier bij Rootstime op zijn best vinden, alt.country
en Americana getinte songs waar zijn mooie stem het best tot zijn recht komt,
teksten ook die wat te zeggen hebben. Moest het niet meer lukken met het comedian
gedeelte, dan kan ik Matt rustig adviseren een cd vol te schrijven met songs
van dit kaliber, ik weet dat dat niet onopgemerkt zou voorbijgaan. Oh ja, ik
zou het bijna vergeten buiten drums in een nummer en congas op een ander, doet
Matt alles zelf, da’s wat men noemt een handig mens. Bovendien is Matt
ook nog een goed mens, want hij geeft de ganse opbrengst aan Children’s
Hunger Fund., dat ervoor zorgt dat kinderen die honger lijden in Amerika en
op andere continenten toch wat te eten krijgen. Een eerbaar initiatief!
(RON)

THE
MEN THEY COULDN’T SHAVE
STORIES FROM CACTUS MOTEL
Website
- myspace
Mail: post@thementheycouldntshave.com
Label: Rundbrenners Records
cdbaby
Pure
countrymuziek afkomstig uit het hoge noorden van Noorwegen. Je moet tegenwoordig
van niets meer versteld staan. The Men They Couldn’t Shave (hoe komen
ze er in godsnaam op) is een zeskoppige formatie gevormd rond frontman/zanger/tekstschrijver
Øyvind Mo Larsen. Ze hebben zopas met het album “Stories From Cactus
Motel” hun derde full-CD afgeleverd na Ragin’ Butterflies (2003)
en “42nd Street Electric Fox” (2006). Om in hun koude landje af
en toe uit de mainstream van het alledaagse leven te geraken besloten de heren
eind 2000 om zich te gaan toeleggen op muziek die normaal gezien voornamelijk
aan de andere kant van de wereld in het zuidwesten van Amerika wordt gemaakt.
Hun doel is de zo sterk verschillende culturen via hun muziek wat dichter bij
elkaar te brengen. Het dient gezegd dat ze zeer goed overweg kunnen met de countrysound.
Natuurlijk is het wat surrealistisch om ruitjeshemden en cowboyhoeden te zien
bij deze Noren, maar als je hun afkomst niet zou kennen zou je hen ook niet
in Noorwegen plaatsen. Inhoudelijk gaan de nummers over de dingen die ze zelf
elke dag meemaken in hun leven en maken ze ook plaats voor een ode aan de gewone
man en vrouw en hun verhalen. “Cactus Motel” is een Amerikaans oord
waar zwervers terecht kunnen voor een overnachting of om wat op krachten te
komen. De 15 liedjes op dit album kunnen probleemloos gebruikt worden als soundtrack
voor een volgende spaghettiwesternfilm. De meeste songs werden geschreven door
gitarist Jan Peeters en zanger Øyvind Mo Larsen, een proces dat door
beiden omschreven wordt als zuivere chemie. Hun objectief is om ook te kunnen
optreden buiten de Noorse landsgrenzen en Amerika is het ultieme doel. Ondertussen
treden ze bijna elke week ergens op in hun thuisland, met veel bijval overigens
van het luisterpubliek dat hun rootsmuziek weet te appreciëren. Zeer mooie
song op het album is het afsluitende duet tussen Mo Larsen en Stina Stenerud
in een onvervalste Townes Van Zandt-ballad “Loner’s Blues”.
Enkele andere aanraders van de playlist : “Dusty Road Tale”, “Up
North”, “Cactus Motel”, “Dusty Windmills Dying”,
“Bad Boy Story”, “A Tough Man Left Town” en “Dangerous
Times” maar voor een stukje van alle tracks kan je terecht bij CD Baby.
Slotconclusie : “Stories From Cactus Motel” is een mooi en uiterst
genietbaar schijfje.
(valsam)


TONY
JOE WHITE
TAKE HOME THE SWAMP
Website
Label: Music Avenue
VIDEO
Tony
Joe White staat synoniem voor het genre swamprock en kende eind jaren negentig
redelijk commerciële successen, maar artistiek gezien viel hij behoorlijk
in herhaling. Gelukkig begreep hij dat zelf ook, en zo begon met "The Beginning"
uit 2001 de artistieke opleving van de swamp rocker, een benadering die hij
niet eerder beproefd had: man alleen met gitaar en harmonica. Bij de eerste
tonen kan dit dan nog een redelijk standaard akoestisch bluesalbum lijken, maar
als de stem uit het moeras omhoog komt is het duidelijk: Tony Joe is terug.
En die lijn weet hij goed door te zetten met zijn volgende albums. Na "Snakey"
(2003) verscheen het album "The Heroines" (2004), dit was meteen zijn
ode aan het fenomeen De Vrouw. Om deze kracht bij te zetten werden we getrakteerd
op vijf duetten met achtereenvolgens Lucinda Williams, Shelby Lynne, Emmylou
Harris, Michelle White en Jessi Colter, niet de minste namen. Dit waren ook
gelijk de hoogtepunten van de plaat, omdat White's stem prachtig contrasteert
met de vrouwelijke inbreng. Ondanks dat er van een vernieuwende sound of van
een werkelijk gewijzigd genre in vergelijking met vorige platen geen enkele
sprake is, werkt de aanpak zo verfrissend dat hij voor zijn laatste plaat, "Uncovered"
uit 2006, wederom vijf gasten wist op te trommelen, maar nu van het mannelijke
geslacht: Mark Knopfler, Eric Clapton, J.J. Cale, Waylon Jennings en Michael
McDonald, die hem op een laidback manier begeleiden door smaakvol gitaargetokkel
en niet te opdringerige blazers. Maar we gaan even terug in de tijd. Eind zestiger
jaren kwam hij onder invloed van country, blues, soul, folk en rock tot deze
broeierige stijl die zijn oorsprong in het diepe zuiden van de Verenigde Staten
vindt. In tegenstelling tot stijlgenoot John Fogerty (van CCR en afkomstig uit
California) was White wel ‘the real thing’. Geboren uit een deels
Cherokee gezin groeide hij op in Louisiana en heeft dus het moeras in zijn bloed.
In 1969 verschijnt op Monument zijn eerste LP "Black And White" met
daarop het nummer waarmee hij tot in eeuwigheid mee vereenzelvigd zal worden:
"Polk Salad Annie". Samen met een song als "Willie & Laura
Mae Jones" dat een hit werd in de uitvoering van Dusty Springfield, zorgt
het voor het succes van het album. Later scoorde hij hits met "Roosevelt
And Ira Lee" en "Rainy Night In Georgia", één van
de meest gecoverde songs ooit. Bij Music Avenue is er nu een CD met live opnames
die White voor Prestige Elite Records maakte, songs uit zijn Monument periode
en voorzien van een bonustrack, "Polk Salad Annie" natuurlijk. Het
relaxte moerasbluesgeluid is ook hier volop aanwezig op deze plaat, het gitaarspel
is functioneel en altijd ritmisch. Zijn diepdonkere stem is gemaakt voor melancholische
bluessnaren. Snedige rockrandjes voorzien de nummers van een heerlijke spanning.
De muziek van Tony Joe White is gewoon een flinke trap tegen elke vorm van stress
en een streling voor het centrale zenuwstelsel. Niemand kon ontsnappen aan de
intensiteit van zijn blues.

STEPHAN
POPPELL & THE WOLFPACKBAND
MISSISSIPPI CRYING
Website - myspace
Label: Eigen beheer
VIDEO

Well.. I've come a long way, a long road with a few curves. From the deep south to new york city, from out west howling with the cowboys, down home with the gators and the gumbo to.., lo and behold, the other side of the pond Now it's been yorkshire pudding to stamppot.
Zoals je kan
lezen in zijn eigen woorden, de Amerikaanse singer songwriter Stephen Poppell
heeft zwerversbloed. Stephen werd geboren uit Nederlandse ouders in de staat
Georgia. Hij zag al op jonge leeftijd The Allmann Brothers optreden en woonde
in dezelfde buurt als de leden van Lynyrd Skynyrd. Na een carrière als
gitarist en piloot kwam Stephen in 2000 via een omzwerving via Engeland naar
Nederland om een importbusiness in Amerikaanse auto’s op te zetten. Maar
na een aantal jaren besloot Stephen om zijn oude droom na te jagen:de muziek.
De eerste song die hij als zestienjarige ooit schreef, werd de titelsong van
de eerste solocd die in 2002 uitkwam: "Find a way". Zijn begeidingsband:
"The Wolfpackband" bestaat uit de vijf ervaren muzikanten Art Willems
op viool, Taco Broekman op drums, Leo van der Helm op contrabas en Hans Swaep
op basgitaar en Pim van der Hust op saxofoon, deze jongens kwijten zich uitstekend
van hun taak, het begeleiden van Stephan die de gitaar bespeelt en met zijn
warme stem mooie alt.country en Americana songs brengt. De muziek die hij brengt
is wat te vergelijken met Hans Theessink en J.W Roy, ook een noorderbuur die
mooie Americana ten gehore brengt. Deze cd verscheen reeds in 2006, zodat hij
ons dus wat laat bereikte, maar de muziek is ons zo bevallen, dat wij hem U
niet willen onthouden. Over de ganse lijn is de cd nogal laid back, met een
zeer rustgevende bluesy sfeer. Stephan stem is wat men in de States "gritty"
noemt maar toch warm. De keuze van de twee covers is uitstekend, "Dreams"
van de Allman Brothers en "Your Gonna Need Somebody" van Taj Mahal,
twee songs die ik altijd graag mogen horen heb, maar ze krijgen een eigen "Stephan
Poppell" versie, zodat ze mooi in het geheel passen. Zijn eigen songs,
die zoals ik al zei, rustige Americana stories zijn, zijn mooie composities
met teksten die wat te vertellen hebben. De titelsong "Mississippi Crying"
bijvoorbeeld gaat natuurlijk over de New Orleans ramp met Katrina. Het geluid
van de band is mooi, de opnames klinken verzorgd, en de fiddle van Art Willems
past zeer mooi in het geheel. Van mij mogen ze gerust op Blue Highways 2008...
(RON)

RED
MEAT
WE NEVER CLOSE
Website - myspace
Info: ranchrecs@AOL.com
Label : Ranchero Records
Red
Meat ... wij waren ze een beetje uit het oog verloren en dat is niet onbegrijpelijk
want het album "Alameda County Line" dateert al van een eeuwigheid
geleden en bovendien worden wij regelmatig verwend met materiaal van nieuwe
veelbelovende bands uit het zonnige California. Maar "de oudjes" laten
zich zomaar niet opzij duwen en onder het motto "never change a winning
team" werd er opnieuw beroep gedaan op ondermeer producer Dave Alvin (om:
ex - Blasters) en engineer Mark Linett (Brian Wilson, Red Hot Chilli Peppers)
om de twaalf spiksplinternieuwe honky tonk pareltjes in de juiste vorm te gieten.
Onze zuiderburen kregen onlangs een voorsmaakje van "We Never Close"
want Jill Olson (vocals, bass), Michael Montalto (gt, accordion), Scott Young
(vocals, gt, mouth horn), Les James (drums, vocals) en Smelley Kelley (vocals)
waren samen met ondermeer Joe Ely, the Derailers, The Twangbangers, John Emery
en Tommy Alverson te gast op het country Rendez-Vous
Festival. Ongetwijfeld een prima affiche en het blijft een reuzengroot vraagteken
waarom deze artiesten / bands niet van de partij zijn op de talloze festivals
in ons kikkerlandje? Met de opener "Honky Tonk Habit" wordt het meteen
duidelijk waarom Red Meat ooit mocht fungeren als backing band voor de betreurde
Buck Owens die ongetwijfeld goedknikkend toekijkt van hierboven wanneer het
gezelschap zich uitleeft op de instrumentals " Moonrock" en "City
Slicker". Mocht good old Doug Sahm zich in zijn gezelschap bevinden dan
kunnen beiden overwegen om de hemel op stelten te zetten met enkele fraai Tex
- Mex dansjes ("Go on home Mr. Johnson" & "Queen of King
City"). Met "Pretty Little Lights of Town" lijkt het wel of Chris
Gaffney een transfer van the Hacienda Brothers naar Red Meat heeft afgedwongen
en natuurlijk ontbreken de traditionele tearjerkers niet op dit album ... "Thriftstore
Cowgirl" Jill Olson laat zich van haar beste (country) zijde zien op "Im
Not The Girl For You" terwijl het volledige gezelschap een swingend jazzy
jasje aantrekt op "High Maintenance Babe". (inclusief Scott Young
op trombone) en zich in een gospelkleed hult bij de Dottie Rambo klassieker
"I'm Gonna Leave Here Shoutin'". Praise the Lord ... Een prima cover
van Mark Bilyeu's "Sunday" (zie rev : Sept
'05 &Feb '6) geeft aan
dat Red Meat ook het betere singer/songwriters werk niet schuwt en plaatst meteen
pedal steel player Doug Livingston in het zonnetje. Een eer die de brave man
mag delen met ondermeer Rick Shea, Amy Farris en de meester himselve Dave Alvin.
Prima album en ongetwijfeld één van de betere honky - tonk/country
bands.


LITTLE
MISS HIGGINS
JUNCTION CITY
Website
E-mail: davidmark@littlemisshiggins.com
Label: Eigen beheer
De vrouwelijke
tegenhanger van Leon Redbone, zo zou je haar 't best kunnen beschrijven, beide
hebben immers een voorkeur voor het barrelhouse en vaudeville genre, de lekkere
ouderwets klinkende jazz en blues van de jaren dertig, in de stijl van Memphis
Minnie en Big Bill Broonzy. Als je haar webstek ziet, merk je al dat alles
tot in de details zo authentiek mogelijk gehouden is, die ziet er namelijk uit
als een van de oude kranten uit die periode. Natuurlijk is ook haar muziek nauwgezet
in dat stijltje gehouden en het hoesje van haar cd ademt ook de sfeer van toen.
Ze is afkomstig uit Alberta en woont nu in Indipendance, Kansas. Samen met haar
uitstekende gitarist Floy Taylor, vult ze deze cd met covers van songs uit die
periode zoals Memphis Minnie's "You Ain't Done Nothin To Me" en W.C
Handy's "St Louis Blues", maar bovendien met eigen werk waarvan je
zou zweren dat het ook uit de grote depressieperiode stamt, neem nu "Big
Leafed Baby". Die tamelijk hoog klinkende stem van haar geeft direkt dat
pre-war blues gevoel aan haar songs. Reeds op haar vorige cd "Cobbler Shop
Sessions" had ze bewezen een meesterlijke vertolkster te zijn van dit genre,
zowel vocaal als gitariste, soms wordt ook nog de mandoline ter hand genomen
om nog meer die originele vooroorlogse sfeer te krijgen. Zo zijn ook de gitaren
zelf collector’s items: Little Miss speelt een National Steel Duolian
uit 1932 en Floy speelt een National style O Brass Body Resonator uit 1930.
De titel van de CD "Junction City" verwijst naar Nokomis, het stadje
op het kruispunt van twee grote goederentransport spoorlijnen. Vandaar ook enkele
"trainsongs" op deze CD: "That Train Is Comin Down" bijvoorbeeld,
waarmee de CD opent is een eigen song, maar klinkt zo echt vooroorlogs als maar
enigszins kan. Ook het instrumentale "Broadcast Boogie" heeft een
JL Hooker achtig treinritme, en de afsluiter "Velvet Barley Bed" is
een song over een treinrit naar huis en het verlangen om eindelijk te kunnen
slapen in je eigen bed. Mooi als einde voor deze "Junction City".
Het is even wennen aan deze ouderwets klinkende cd, maar dan merk je pas hoe
mooi ze is, en weet je dat dit voor wat afwisseling zal zorgen als de bluesrock
je net weer wat te veel is geworden.
(RON)

DARRYL
PURPOSE with JULIE BEAVER
LIVE AT COALESCE
Website
Label: Gamblers Grace Music
Info: Hemifran
cdbaby
VIDEO
Darryl
Purpose is een bekende Amerikaanse troubadour-verteller van verhaaltjes op muziek.
Hij heeft in zijn carrière reeds 6 albums op de markt gebracht en eind
2005 kwam hij op het idee om een live-album met de hulp van zangeres en violiste
Julie Beaver op te nemen. Met haar had hij reeds meerdere keren op de planken
gestaan in de voorbije jaren. Die optredens vond hij zo speciaal dat hij ze
voor het nageslacht wou vereeuwigen met een registratie van een live-show voor
enkele vrienden en lifetime-fans die de rol van publiek speelden in de club
Coalesce. Om het volledig te maken werd er bovendien ook nog een video-registratie
van dat optreden gemaakt en op DVD uitgebracht. Voor hij met zingen begon was
Darryl Purpose een professionele blackjack-speler in lokale casino’s.
Midden jaren tachtig sloot hij zich aan bij een vereniging genaamd “The
Great Peace March” die te voet doorheen alle Amerikaanse hoofdstraten
wandelden uit protest tegen de nucleaire oorlogswaanzin van de overheid en het
establishment in Washington. Ze slaagden er zelfs in om in volle Koude Oorlogstijd
samen met 200 Russen door Moskou eenzelfde protestmars te organiseren die uitmondde
in een groots vredesconcert op het Rode Plein (met stilzwijgende goedkeuring
van toenmalig president Gorbatsjov). Maar sinds een tiental jaren is Darryl
Purpose dus ook singer-songwriter en verteller van waargebeurde verhalen door
middel van folksongs in de stijl van Harry Chapin en Steve Goodman. Wie hem
heeft zien optreden spreekt over een fysisch imposante kerel, steevast met de
hoed strak aangedrukt op het hoofd en meestal in het zwart gekleed. Dat geeft
de indruk dat hij een bedreigende figuur is maar vanaf het moment dat hij begint
te zingen voel je zijn natuurlijke warmte en charme. Als vredesactivist, professioneel
gokker en moderne troubadour steelt hij de harten en de geesten van zijn publiek.
Darryl Purpose zegt dat mensen als Paul Simon, Jackson Browne, Billy Bragg en
Elvis Costello zijn muzikale helden waren. De songschrijverskwaliteiten van
deze vedetten kan ook terugvinden in de 16 liedjes die voor deze CD werden geselecteerd.
Je kan best zelf eens gaan luisteren op CD Baby om een goede impressie te krijgen
van deze songs, maar ik wil je toch eerst nog enkele aanraders meegeven: “The
Ghost Of Crazy Horse”, “Red”, het door Julie Beaver gezongen
“I Can Get There From Here” en “We Become the Stories That
We Tell”, “Colorado (The Story Of The Hayman Fire)”, “Ring
On My Hand”. Verder loont het de moeite om te luisteren naar “Old
Rock And Roll Song (Karen’s Song)” - met stukjes uit Blue Moon en
The Last Kiss in het nummer verwerkt – en “Mr. Schwinn” over
een man die zijn oude fiets jarenlang had bijgehouden voor zijn toekomstige
vrouw maar hem uiteindelijk toch verkoopt omdat zijn ware liefde nooit is komen
opdagen. Voor de liefhebbers van folk is dit album een mooi overzicht van de
carrière van Darryl Purpose.
(valsam)

ROBERT
MORGAN FISHER
BUILT MYSELF A GREENHOUSE
Website - myspace
Mail: robert@robertmorganfisher.com
Label: Imperative Records
Distr. : Hemifran
cdbaby
Op
en top Americana-muziek is het handelsmerk van Robert Morgan Fisher uit Los
Angeles, waar hij samen met vrouwtje Rebecca en zijn 2 zonen woont. Als singer-songwriter
speelt hij met woorden en levert voor elk van de 14 songs op "Built Myself
A Greenhouse" een bijzonder mooi verhaal af. Het album werd reeds in 2005
opgenomen maar verscheen nu pas in Europa en dat is toch wel jammer. Maar Fisher
moet dan ook alles zelf doen. Imperative Records is zijn eigen fictieve platenlabel
en de muziek is voor hem een bijberoep naast dat van schrijver van fictieromans,
muziek, comedy en toneelstukken. Hij werd geboren in Austin, Texas als zoon
van een marineofficier en dat is in enkele van de liedjes overduidelijk te horen.
Zo is de eerste song op het album "Get Up" een onvervalste Tex-Mex-klassieker
in de stijl van Sir Douglas Quintet. Organist Augie Meyers zorgt dan ook voor
het toetsenwerk op deze swinger. Hij heeft een uitgebreide vriendenkring onder
legendarische muzikanten, getuige daarvan andere namen op de credits-lijst :
gitaristen Albert Lee en Chris Spedding en zanger Chris Montez (Let's Dance
/ Ay No Digas). Het verhalende in de liedjes van Fisher wordt geïllustreerd
in de nummers "Greenhouse" en "A Life In Music", "Numbah
One Boom-Boom", "That's Why They Call It A Shot" en de ode aan
kinderloze koppels "Question Of Family", dat hij in duet zingt met
Rosemary Butler, die we kennen van haar backup-vocals bij Neil Diamond en Jackson
Browne. In 1996 verscheen zijn eerste solo-album, getiteld "Follow A Hunch"
waarmee hij in het oog sprong bij vele collega-muzikanten omwille van zijn kwalitatieve
liedjesteksten. Zoals de titel laat vermoeden draagt hij het nummer "Father
Was A Warrior" op aan zijn vader die hij altijd bewonderde voor mijn moed
en doorzettingsvermogen, waar hijzelf ook wel wat van in de genen heeft meegekregen.
Het nummer "Barbara's Guitar" is opgedragen aan een overleden tante
die haar prachtgitaar als erfgoed schonk aan de Fishers, waarvoor hij nog steeds
zeer dankbaar is. De kracht van Robert Morgan Fisher ligt erin dat hij zich
makkelijk kan verplaatsen in het leven van nadere mensen en hun gevoelens en
verhalen op een indringende maar menselijke wijze kan verwoorden in zijn liedjes.
Mooi schijfje dat ook wat meer airplay verdient in Europa.
(valsam)