ARCHIEF

JANUARI 2007 - FEBRUARI 2007 - MAART 2007

APRIL 2007 - MEI 2007 - JUNI 2007 - JULI 2007 - AUGUSTUS 2007


MICKE PERSSON - MOVING WITH MRS. CARTER

CHRIS DUARTE GROUP - BLUE VELOCITY

MATT JERNIGAN - ALMOST LIVE

THE MEN THEY COULDN’T SHAVE - STORIES FROM CACTUS MOTEL

TONY JOE WHITE - TAKE HOME THE SWAMP

STEPHAN POPPELL & THE WOLFPACKBAND - MISSISSIPPI CRYING

RED MEAT - WE NEVER CLOSE

LITTLE MISS HIGGINS - JUNCTION CITY

DARRYL PURPOSE with JULIE BEAVER - LIVE AT COALESCE

ROBERT MORGAN FISHER - BUILT MYSELF A GREENHOUSE



 

MICKE PERSSON
MOVING WITH MRS. CARTER
Website
Mail: micke.persson@paraplyrecords.se
Label: Paraply Records
Info: Hemifran

 

 

Borås is een heel mooi toeristisch stadje in Zweden ergens tussen Göteborg en Jönköping. In het stadje is er elk jaar op 29 juni weer een verjaardagsfeestje voor de stad op de markt waar de Borås-ambassadeur van het jaar wordt verkozen. Elke donderdagavond zijn er ook optredens van lokale artiesten. Welnu, voor beiden komt Michael “Micke” Persson (nu 47 jaar) zeker in aanmerking. Hij heeft al bijna 30 jaar gitaar gespeeld in zowat alle lokale groepjes. In die periode is hij ook liedjes blijven schrijven en dit jaar besloot hij om een eerste solo-album op te nemen. Dat werd “Moving With Mrs. Carter”, een CD met 12 zelfgeschreven liedjes. Zelf zegt Persson dat de liedjes eigenlijk allemaal ontstaan zijn op één namiddag in een periode dat hij een nogal turbulente periode in zijn leven meemaakte. Hij beschouwt de teksten dan ook als een inherent onderdeel van zijn toenmalige genezingsproces en legt er behoorlijk wat persoonlijke emoties in. Mrs. Carter is een verzonnen persoon aan wie hij zijn intiemste geheimen wou vertellen via zijn teksten. Ondanks het feit dat de liedjes er zo snel waren duurde het toch nog 2 jaar vooraleer de songs in hun finale versie op deze CD konden verschijnen. Wat informatie over de songs dan maar: er zitten er enkele straffe tussen zoals “Here’s To You”, ”Come On”, “Justify Yourself”, “Riding Through The Fields”, “Walking Across The Sea” en “That’s The Way It Is”. Duidelijk is dat Micke Persson minutieus heeft gewerkt aan de teksten zonder oog te verliezen voor het componeren van sterke melodieën. Persson beschikt ook over een goede stem waarin je zijn Scandinavische roots niet kan in terughoren. Dat is een verdienste en zal hem ook helpen om het album in landen buiten het Hoge Noorden tot bij de luisteraars te brengen. Hij is ook duidelijk een fan van de betere gitaristen zoals Frank Zappa, Eric Clapton, Jimmy Page en Ritchie Blackmore. Hij kan zelf overigens ook uitstekend overweg met dit 6-snareninstrument. In het dagelijkse leven is zijn beroep familietherapeut. Misschien kan hij “Moving With Mrs. Carter” bij sommige van zijn klanten aanbevelen als therapie want enkele songs brengen troost en geven nieuwe moed. Ook voor (valsam)


CHRIS DUARTE GROUP
BLUE VELOCITY
Website - myspace
Label: Provogue Records / info@provoguerecords.com
http://www.mascotrecords.com/ / Distr: bertus
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Onmiddellijk na het heengaan van Stevie Ray Vaughan stonden er natuurlijk een ganse groep Texaanse jonge gitaristen te trappelen om het wat oneerbiedig te zeggen, om de vrijgekomen plaats in te nemen. Een van de eersten die daarvoor in aanmerking kwam was natuurlijk Chris Duarte die met zijn debuut "Texas Sugar/Strat Magik" voor het Silvertone label meteen hoge ogen gooide in 1995, ook in datzelfde jaar werd hij vierde in de categorie "Best blues guitarist", na Clapton, Buddy Guy en BB King, terwijl een dik jaar voorheen nog niemand van hem gehoord had. Hierna volgden nog 3 cd's die goed verkochten, maar na de veelbelovende start blijft de absolute roem toch uit. Naar deze vijfde gaan we dan ook onbevooroordeeld luisteren, alleszins zullen we dat proberen. Gitaarblues dus, puur Texaanse hedendaagse rock maar grotendeels bluesgericht. Neem nu bijvoorbeeld "Something Wicked" een langzame blues, en al had ik me voorgenomen die SRV vergelijkingen niet boven te halen, toch kan je niet anders dan bekennen dat dit weer een doorslag is van songs als "Tin Pan Alley" en "Texas Flood".. gitaarspel, stem en intonaties inbegrepen, maar supergoed in zijn genre. Op deze manier blijft Stevie Ray natuurlijk leven, zo kan je het ook zien, en zien we dit soort muziek met wat geluk toch weer wat evolueren. Zo bijvoorbeeld in "I'll Never Know", waar we nerveuze tempowisselingen horen, Led Zeppelin achtige zanglijnen, en Texaanse gitaren, toch wel apart. In "R U 4 Real?" gaat Chris nog wat verder terug in de tijd en horen we wat Robin Trower/ Hendrix achtige gitaarspel. Een pure 12 maten blues "Leave Her Be", recht toe, recht aan, en het rockgetinte "Met My Match" sluiten deze cd af, die vooral interessant is voor de echte bluesrockfanaat, de liefhebbers van harde gitaren en zij kunnen met een beetje geluk deze man in de herfst aan het werk zien, want een Europese toernee staat er aan te komen, nu maar hopen dat ons kleine kikkerlandje niet vergeten gaat worden.
(RON)

 



MATT JERNIGAN
ALMOST LIVE
Website
E-mail: mattfiz@yahoo.com
Label: Eigen beheer
cdbaby
VIDEO

 

Matt Jernigan is een beetje van alles, in de eerste plaats is hij iets waar men zelfs geen Nederlands woord voor heeft, een musical stand-up comedian, of noemt men dat bij ons wat oubollig zanger-cabaretier, neen, wat Matt doet is heel wat moderner (zie video), met veel imitaties en human beatbox toestanden. Toch is Matt als stand up comedian geen van die gebruikelijke vuilbekkers, die de ene f**k na de andere het publiek ingooien, afgewisseld met s**t en *ss. Neen, Matt heeft een erecode van al die termen te bannen, en bewijst dat humor ook kan zonder grof te zijn en te lachen met minderheden. Sinds kort is Matt echter zijn niet onaardige stem gaan gebruiken voor het serieuze werk, en heeft ons dan ook zijn CD toegestuurd die gevuld is met wat roots en blues. "Movin" toont ons al dadelijk dat Matt Jernigan een meer dan behoorlijk zanger is. Het funky nummer met human beatbox interventies heeft een happy gevoel over zich en het daar op volgende "Tired" is pure akoestische blues, heel goed gezongen. De stemmen-trukendoos gaat helemaal open op "Uh-Uh" met zijn vocale percusie en eigen speciale ritmische refrein. De cd telt ook een paar ultra korte "interludes", aanstekelijke korte instrumentaaltjes, die even plots gedaan zijn nadat ze nog maar net begonnen waren, steekt hier de stand -up comedian weer even de kop op? "Harley blues" is nog zo’n song die wel een vermelding waard is, en zeker het aparte "Blessed beyond my Wildest Dreams" waarin Matt in mooie a-cappella stijl in close harmony meezingt met zijn "andere" stemmen in een soort doo wop ritme. Heel origineel en goed gebracht. In de twee laatste songs "Pride" en "Put your heart" laat Matt zich zien van een kant zoals wij hem hier bij Rootstime op zijn best vinden, alt.country en Americana getinte songs waar zijn mooie stem het best tot zijn recht komt, teksten ook die wat te zeggen hebben. Moest het niet meer lukken met het comedian gedeelte, dan kan ik Matt rustig adviseren een cd vol te schrijven met songs van dit kaliber, ik weet dat dat niet onopgemerkt zou voorbijgaan. Oh ja, ik zou het bijna vergeten buiten drums in een nummer en congas op een ander, doet Matt alles zelf, da’s wat men noemt een handig mens. Bovendien is Matt ook nog een goed mens, want hij geeft de ganse opbrengst aan Children’s Hunger Fund., dat ervoor zorgt dat kinderen die honger lijden in Amerika en op andere continenten toch wat te eten krijgen. Een eerbaar initiatief!
(RON)



THE MEN THEY COULDN’T SHAVE
STORIES FROM CACTUS MOTEL
Website - myspace
Mail: post@thementheycouldntshave.com
Label: Rundbrenners Records
cdbaby

 

 

Pure countrymuziek afkomstig uit het hoge noorden van Noorwegen. Je moet tegenwoordig van niets meer versteld staan. The Men They Couldn’t Shave (hoe komen ze er in godsnaam op) is een zeskoppige formatie gevormd rond frontman/zanger/tekstschrijver Øyvind Mo Larsen. Ze hebben zopas met het album “Stories From Cactus Motel” hun derde full-CD afgeleverd na Ragin’ Butterflies (2003) en “42nd Street Electric Fox” (2006). Om in hun koude landje af en toe uit de mainstream van het alledaagse leven te geraken besloten de heren eind 2000 om zich te gaan toeleggen op muziek die normaal gezien voornamelijk aan de andere kant van de wereld in het zuidwesten van Amerika wordt gemaakt. Hun doel is de zo sterk verschillende culturen via hun muziek wat dichter bij elkaar te brengen. Het dient gezegd dat ze zeer goed overweg kunnen met de countrysound. Natuurlijk is het wat surrealistisch om ruitjeshemden en cowboyhoeden te zien bij deze Noren, maar als je hun afkomst niet zou kennen zou je hen ook niet in Noorwegen plaatsen. Inhoudelijk gaan de nummers over de dingen die ze zelf elke dag meemaken in hun leven en maken ze ook plaats voor een ode aan de gewone man en vrouw en hun verhalen. “Cactus Motel” is een Amerikaans oord waar zwervers terecht kunnen voor een overnachting of om wat op krachten te komen. De 15 liedjes op dit album kunnen probleemloos gebruikt worden als soundtrack voor een volgende spaghettiwesternfilm. De meeste songs werden geschreven door gitarist Jan Peeters en zanger Øyvind Mo Larsen, een proces dat door beiden omschreven wordt als zuivere chemie. Hun objectief is om ook te kunnen optreden buiten de Noorse landsgrenzen en Amerika is het ultieme doel. Ondertussen treden ze bijna elke week ergens op in hun thuisland, met veel bijval overigens van het luisterpubliek dat hun rootsmuziek weet te appreciëren. Zeer mooie song op het album is het afsluitende duet tussen Mo Larsen en Stina Stenerud in een onvervalste Townes Van Zandt-ballad “Loner’s Blues”. Enkele andere aanraders van de playlist : “Dusty Road Tale”, “Up North”, “Cactus Motel”, “Dusty Windmills Dying”, “Bad Boy Story”, “A Tough Man Left Town” en “Dangerous Times” maar voor een stukje van alle tracks kan je terecht bij CD Baby. Slotconclusie : “Stories From Cactus Motel” is een mooi en uiterst genietbaar schijfje.
(valsam)



 

 

 

 

 

 

TONY JOE WHITE
TAKE HOME THE SWAMP
Website
Label: Music Avenue
VIDEO

 

 

Tony Joe White staat synoniem voor het genre swamprock en kende eind jaren negentig redelijk commerciële successen, maar artistiek gezien viel hij behoorlijk in herhaling. Gelukkig begreep hij dat zelf ook, en zo begon met "The Beginning" uit 2001 de artistieke opleving van de swamp rocker, een benadering die hij niet eerder beproefd had: man alleen met gitaar en harmonica. Bij de eerste tonen kan dit dan nog een redelijk standaard akoestisch bluesalbum lijken, maar als de stem uit het moeras omhoog komt is het duidelijk: Tony Joe is terug. En die lijn weet hij goed door te zetten met zijn volgende albums. Na "Snakey" (2003) verscheen het album "The Heroines" (2004), dit was meteen zijn ode aan het fenomeen De Vrouw. Om deze kracht bij te zetten werden we getrakteerd op vijf duetten met achtereenvolgens Lucinda Williams, Shelby Lynne, Emmylou Harris, Michelle White en Jessi Colter, niet de minste namen. Dit waren ook gelijk de hoogtepunten van de plaat, omdat White's stem prachtig contrasteert met de vrouwelijke inbreng. Ondanks dat er van een vernieuwende sound of van een werkelijk gewijzigd genre in vergelijking met vorige platen geen enkele sprake is, werkt de aanpak zo verfrissend dat hij voor zijn laatste plaat, "Uncovered" uit 2006, wederom vijf gasten wist op te trommelen, maar nu van het mannelijke geslacht: Mark Knopfler, Eric Clapton, J.J. Cale, Waylon Jennings en Michael McDonald, die hem op een laidback manier begeleiden door smaakvol gitaargetokkel en niet te opdringerige blazers. Maar we gaan even terug in de tijd. Eind zestiger jaren kwam hij onder invloed van country, blues, soul, folk en rock tot deze broeierige stijl die zijn oorsprong in het diepe zuiden van de Verenigde Staten vindt. In tegenstelling tot stijlgenoot John Fogerty (van CCR en afkomstig uit California) was White wel ‘the real thing’. Geboren uit een deels Cherokee gezin groeide hij op in Louisiana en heeft dus het moeras in zijn bloed. In 1969 verschijnt op Monument zijn eerste LP "Black And White" met daarop het nummer waarmee hij tot in eeuwigheid mee vereenzelvigd zal worden: "Polk Salad Annie". Samen met een song als "Willie & Laura Mae Jones" dat een hit werd in de uitvoering van Dusty Springfield, zorgt het voor het succes van het album. Later scoorde hij hits met "Roosevelt And Ira Lee" en "Rainy Night In Georgia", één van de meest gecoverde songs ooit. Bij Music Avenue is er nu een CD met live opnames die White voor Prestige Elite Records maakte, songs uit zijn Monument periode en voorzien van een bonustrack, "Polk Salad Annie" natuurlijk. Het relaxte moerasbluesgeluid is ook hier volop aanwezig op deze plaat, het gitaarspel is functioneel en altijd ritmisch. Zijn diepdonkere stem is gemaakt voor melancholische bluessnaren. Snedige rockrandjes voorzien de nummers van een heerlijke spanning. De muziek van Tony Joe White is gewoon een flinke trap tegen elke vorm van stress en een streling voor het centrale zenuwstelsel. Niemand kon ontsnappen aan de intensiteit van zijn blues.



 

STEPHAN POPPELL & THE WOLFPACKBAND
MISSISSIPPI CRYING
Website - myspace
Label: Eigen beheer
VIDEO

 

Well.. I've come a long way, a long road with a few curves. From the deep south to new york city, from out west howling with the cowboys, down home with the gators and the gumbo to.., lo and behold, the other side of the pond Now it's been yorkshire pudding to stamppot.

 

 

Zoals je kan lezen in zijn eigen woorden, de Amerikaanse singer songwriter Stephen Poppell heeft zwerversbloed. Stephen werd geboren uit Nederlandse ouders in de staat Georgia. Hij zag al op jonge leeftijd The Allmann Brothers optreden en woonde in dezelfde buurt als de leden van Lynyrd Skynyrd. Na een carrière als gitarist en piloot kwam Stephen in 2000 via een omzwerving via Engeland naar Nederland om een importbusiness in Amerikaanse auto’s op te zetten. Maar na een aantal jaren besloot Stephen om zijn oude droom na te jagen:de muziek. De eerste song die hij als zestienjarige ooit schreef, werd de titelsong van de eerste solocd die in 2002 uitkwam: "Find a way". Zijn begeidingsband: "The Wolfpackband" bestaat uit de vijf ervaren muzikanten Art Willems op viool, Taco Broekman op drums, Leo van der Helm op contrabas en Hans Swaep op basgitaar en Pim van der Hust op saxofoon, deze jongens kwijten zich uitstekend van hun taak, het begeleiden van Stephan die de gitaar bespeelt en met zijn warme stem mooie alt.country en Americana songs brengt. De muziek die hij brengt is wat te vergelijken met Hans Theessink en J.W Roy, ook een noorderbuur die mooie Americana ten gehore brengt. Deze cd verscheen reeds in 2006, zodat hij ons dus wat laat bereikte, maar de muziek is ons zo bevallen, dat wij hem U niet willen onthouden. Over de ganse lijn is de cd nogal laid back, met een zeer rustgevende bluesy sfeer. Stephan stem is wat men in de States "gritty" noemt maar toch warm. De keuze van de twee covers is uitstekend, "Dreams" van de Allman Brothers en "Your Gonna Need Somebody" van Taj Mahal, twee songs die ik altijd graag mogen horen heb, maar ze krijgen een eigen "Stephan Poppell" versie, zodat ze mooi in het geheel passen. Zijn eigen songs, die zoals ik al zei, rustige Americana stories zijn, zijn mooie composities met teksten die wat te vertellen hebben. De titelsong "Mississippi Crying" bijvoorbeeld gaat natuurlijk over de New Orleans ramp met Katrina. Het geluid van de band is mooi, de opnames klinken verzorgd, en de fiddle van Art Willems past zeer mooi in het geheel. Van mij mogen ze gerust op Blue Highways 2008...
(RON)



 

 

RED MEAT
WE NEVER CLOSE
Website - myspace
Info: ranchrecs@AOL.com
Label : Ranchero Records

 

Red Meat ... wij waren ze een beetje uit het oog verloren en dat is niet onbegrijpelijk want het album "Alameda County Line" dateert al van een eeuwigheid geleden en bovendien worden wij regelmatig verwend met materiaal van nieuwe veelbelovende bands uit het zonnige California. Maar "de oudjes" laten zich zomaar niet opzij duwen en onder het motto "never change a winning team" werd er opnieuw beroep gedaan op ondermeer producer Dave Alvin (om: ex - Blasters) en engineer Mark Linett (Brian Wilson, Red Hot Chilli Peppers) om de twaalf spiksplinternieuwe honky tonk pareltjes in de juiste vorm te gieten. Onze zuiderburen kregen onlangs een voorsmaakje van "We Never Close" want Jill Olson (vocals, bass), Michael Montalto (gt, accordion), Scott Young (vocals, gt, mouth horn), Les James (drums, vocals) en Smelley Kelley (vocals) waren samen met ondermeer Joe Ely, the Derailers, The Twangbangers, John Emery en Tommy Alverson te gast op het country Rendez-Vous Festival. Ongetwijfeld een prima affiche en het blijft een reuzengroot vraagteken waarom deze artiesten / bands niet van de partij zijn op de talloze festivals in ons kikkerlandje? Met de opener "Honky Tonk Habit" wordt het meteen duidelijk waarom Red Meat ooit mocht fungeren als backing band voor de betreurde Buck Owens die ongetwijfeld goedknikkend toekijkt van hierboven wanneer het gezelschap zich uitleeft op de instrumentals " Moonrock" en "City Slicker". Mocht good old Doug Sahm zich in zijn gezelschap bevinden dan kunnen beiden overwegen om de hemel op stelten te zetten met enkele fraai Tex - Mex dansjes ("Go on home Mr. Johnson" & "Queen of King City"). Met "Pretty Little Lights of Town" lijkt het wel of Chris Gaffney een transfer van the Hacienda Brothers naar Red Meat heeft afgedwongen en natuurlijk ontbreken de traditionele tearjerkers niet op dit album ... "Thriftstore Cowgirl" Jill Olson laat zich van haar beste (country) zijde zien op "Im Not The Girl For You" terwijl het volledige gezelschap een swingend jazzy jasje aantrekt op "High Maintenance Babe". (inclusief Scott Young op trombone) en zich in een gospelkleed hult bij de Dottie Rambo klassieker "I'm Gonna Leave Here Shoutin'". Praise the Lord ... Een prima cover van Mark Bilyeu's "Sunday" (zie rev : Sept '05 &Feb '6) geeft aan dat Red Meat ook het betere singer/songwriters werk niet schuwt en plaatst meteen pedal steel player Doug Livingston in het zonnetje. Een eer die de brave man mag delen met ondermeer Rick Shea, Amy Farris en de meester himselve Dave Alvin. Prima album en ongetwijfeld één van de betere honky - tonk/country bands.



LITTLE MISS HIGGINS
JUNCTION CITY
Website
E-mail: davidmark@littlemisshiggins.com
Label: Eigen beheer

 

 

De vrouwelijke tegenhanger van Leon Redbone, zo zou je haar 't best kunnen beschrijven, beide hebben immers een voorkeur voor het barrelhouse en vaudeville genre, de lekkere ouderwets klinkende jazz en blues van de jaren dertig, in de stijl van Memphis Minnie en Big Bill Broonzy. Als je haar webstek ziet, merk je al dat alles tot in de details zo authentiek mogelijk gehouden is, die ziet er namelijk uit als een van de oude kranten uit die periode. Natuurlijk is ook haar muziek nauwgezet in dat stijltje gehouden en het hoesje van haar cd ademt ook de sfeer van toen. Ze is afkomstig uit Alberta en woont nu in Indipendance, Kansas. Samen met haar uitstekende gitarist Floy Taylor, vult ze deze cd met covers van songs uit die periode zoals Memphis Minnie's "You Ain't Done Nothin To Me" en W.C Handy's "St Louis Blues", maar bovendien met eigen werk waarvan je zou zweren dat het ook uit de grote depressieperiode stamt, neem nu "Big Leafed Baby". Die tamelijk hoog klinkende stem van haar geeft direkt dat pre-war blues gevoel aan haar songs. Reeds op haar vorige cd "Cobbler Shop Sessions" had ze bewezen een meesterlijke vertolkster te zijn van dit genre, zowel vocaal als gitariste, soms wordt ook nog de mandoline ter hand genomen om nog meer die originele vooroorlogse sfeer te krijgen. Zo zijn ook de gitaren zelf collector’s items: Little Miss speelt een National Steel Duolian uit 1932 en Floy speelt een National style O Brass Body Resonator uit 1930. De titel van de CD "Junction City" verwijst naar Nokomis, het stadje op het kruispunt van twee grote goederentransport spoorlijnen. Vandaar ook enkele "trainsongs" op deze CD: "That Train Is Comin Down" bijvoorbeeld, waarmee de CD opent is een eigen song, maar klinkt zo echt vooroorlogs als maar enigszins kan. Ook het instrumentale "Broadcast Boogie" heeft een JL Hooker achtig treinritme, en de afsluiter "Velvet Barley Bed" is een song over een treinrit naar huis en het verlangen om eindelijk te kunnen slapen in je eigen bed. Mooi als einde voor deze "Junction City". Het is even wennen aan deze ouderwets klinkende cd, maar dan merk je pas hoe mooi ze is, en weet je dat dit voor wat afwisseling zal zorgen als de bluesrock je net weer wat te veel is geworden.
(RON)



 

 

DARRYL PURPOSE with JULIE BEAVER
LIVE AT COALESCE
Website
Label: Gamblers Grace Music
Info: Hemifran
cdbaby
VIDEO

 

 

Darryl Purpose is een bekende Amerikaanse troubadour-verteller van verhaaltjes op muziek. Hij heeft in zijn carrière reeds 6 albums op de markt gebracht en eind 2005 kwam hij op het idee om een live-album met de hulp van zangeres en violiste Julie Beaver op te nemen. Met haar had hij reeds meerdere keren op de planken gestaan in de voorbije jaren. Die optredens vond hij zo speciaal dat hij ze voor het nageslacht wou vereeuwigen met een registratie van een live-show voor enkele vrienden en lifetime-fans die de rol van publiek speelden in de club Coalesce. Om het volledig te maken werd er bovendien ook nog een video-registratie van dat optreden gemaakt en op DVD uitgebracht. Voor hij met zingen begon was Darryl Purpose een professionele blackjack-speler in lokale casino’s. Midden jaren tachtig sloot hij zich aan bij een vereniging genaamd “The Great Peace March” die te voet doorheen alle Amerikaanse hoofdstraten wandelden uit protest tegen de nucleaire oorlogswaanzin van de overheid en het establishment in Washington. Ze slaagden er zelfs in om in volle Koude Oorlogstijd samen met 200 Russen door Moskou eenzelfde protestmars te organiseren die uitmondde in een groots vredesconcert op het Rode Plein (met stilzwijgende goedkeuring van toenmalig president Gorbatsjov). Maar sinds een tiental jaren is Darryl Purpose dus ook singer-songwriter en verteller van waargebeurde verhalen door middel van folksongs in de stijl van Harry Chapin en Steve Goodman. Wie hem heeft zien optreden spreekt over een fysisch imposante kerel, steevast met de hoed strak aangedrukt op het hoofd en meestal in het zwart gekleed. Dat geeft de indruk dat hij een bedreigende figuur is maar vanaf het moment dat hij begint te zingen voel je zijn natuurlijke warmte en charme. Als vredesactivist, professioneel gokker en moderne troubadour steelt hij de harten en de geesten van zijn publiek. Darryl Purpose zegt dat mensen als Paul Simon, Jackson Browne, Billy Bragg en Elvis Costello zijn muzikale helden waren. De songschrijverskwaliteiten van deze vedetten kan ook terugvinden in de 16 liedjes die voor deze CD werden geselecteerd. Je kan best zelf eens gaan luisteren op CD Baby om een goede impressie te krijgen van deze songs, maar ik wil je toch eerst nog enkele aanraders meegeven: “The Ghost Of Crazy Horse”, “Red”, het door Julie Beaver gezongen “I Can Get There From Here” en “We Become the Stories That We Tell”, “Colorado (The Story Of The Hayman Fire)”, “Ring On My Hand”. Verder loont het de moeite om te luisteren naar “Old Rock And Roll Song (Karen’s Song)” - met stukjes uit Blue Moon en The Last Kiss in het nummer verwerkt – en “Mr. Schwinn” over een man die zijn oude fiets jarenlang had bijgehouden voor zijn toekomstige vrouw maar hem uiteindelijk toch verkoopt omdat zijn ware liefde nooit is komen opdagen. Voor de liefhebbers van folk is dit album een mooi overzicht van de carrière van Darryl Purpose.
(valsam)



ROBERT MORGAN FISHER
BUILT MYSELF A GREENHOUSE
Website - myspace
Mail: robert@robertmorganfisher.com
Label: Imperative Records
Distr. : Hemifran
cdbaby

 

Op en top Americana-muziek is het handelsmerk van Robert Morgan Fisher uit Los Angeles, waar hij samen met vrouwtje Rebecca en zijn 2 zonen woont. Als singer-songwriter speelt hij met woorden en levert voor elk van de 14 songs op "Built Myself A Greenhouse" een bijzonder mooi verhaal af. Het album werd reeds in 2005 opgenomen maar verscheen nu pas in Europa en dat is toch wel jammer. Maar Fisher moet dan ook alles zelf doen. Imperative Records is zijn eigen fictieve platenlabel en de muziek is voor hem een bijberoep naast dat van schrijver van fictieromans, muziek, comedy en toneelstukken. Hij werd geboren in Austin, Texas als zoon van een marineofficier en dat is in enkele van de liedjes overduidelijk te horen. Zo is de eerste song op het album "Get Up" een onvervalste Tex-Mex-klassieker in de stijl van Sir Douglas Quintet. Organist Augie Meyers zorgt dan ook voor het toetsenwerk op deze swinger. Hij heeft een uitgebreide vriendenkring onder legendarische muzikanten, getuige daarvan andere namen op de credits-lijst : gitaristen Albert Lee en Chris Spedding en zanger Chris Montez (Let's Dance / Ay No Digas). Het verhalende in de liedjes van Fisher wordt geïllustreerd in de nummers "Greenhouse" en "A Life In Music", "Numbah One Boom-Boom", "That's Why They Call It A Shot" en de ode aan kinderloze koppels "Question Of Family", dat hij in duet zingt met Rosemary Butler, die we kennen van haar backup-vocals bij Neil Diamond en Jackson Browne. In 1996 verscheen zijn eerste solo-album, getiteld "Follow A Hunch" waarmee hij in het oog sprong bij vele collega-muzikanten omwille van zijn kwalitatieve liedjesteksten. Zoals de titel laat vermoeden draagt hij het nummer "Father Was A Warrior" op aan zijn vader die hij altijd bewonderde voor mijn moed en doorzettingsvermogen, waar hijzelf ook wel wat van in de genen heeft meegekregen. Het nummer "Barbara's Guitar" is opgedragen aan een overleden tante die haar prachtgitaar als erfgoed schonk aan de Fishers, waarvoor hij nog steeds zeer dankbaar is. De kracht van Robert Morgan Fisher ligt erin dat hij zich makkelijk kan verplaatsen in het leven van nadere mensen en hun gevoelens en verhalen op een indringende maar menselijke wijze kan verwoorden in zijn liedjes. Mooi schijfje dat ook wat meer airplay verdient in Europa.
(valsam)