ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008


BORIS McCUTCHEON & THE SALTLICKS - BAD ROAD, GOOD PEOPLE

DOÑA OXFORD - STEP UP

STEVE FISTER - DEEPER THAN THE BLUES

THE DELTA FLYERS - ON THE LEVEE ROAD

TIMESBOLD - ILL SEEN ILL SUNG

ERIC BIBB - SPIRIT I AM

AD VANDERVEEN - STILL NOW

STORMCELLAR - WHISKEY TALKIN'

SMOKIN ' JOE KUBEK & BNOIS KING - BLOOD BROTHERS

GRAHAM BROWN & THE PRAIRIE DOGS - DO WHAT YOU SHOULD



BORIS McCUTCHEON & THE SALTLICKS
BAD ROAD, GOOD PEOPLE
Website Myspace
Label : Frogville Records
Distr.: Lucky Dice Music Contact
VIDEO

 

In zijn onvoorspelbaarheid moge hij inmiddels een wonder van voorspelbaarheid wezen, met "Bad Road, Good People" levert Boris McCutcheon uit New Mexico, USA het beste af dat ik dit jaar als Twang! heb mogen verwelkomen. Een ieder die de alternative-countrybeweging een warm hart toedraagt, een ieder die zelf wel eens gitaar omhangt of iets eigenzinnigs probeert te brouwen van rootsy muziek, haast zich over enkele weken naar de voorste rijen bij de komende reeks concerten van Boris McCutcheon & The Saltlicks in Nederland en Belgie. Jazeker, Belgie, want op zaterdag 26 april in onze folkavonturier te zien in de N9 te Eeklo en dit voor het eerst Live in ons kleine landje. Omringd door zijn vaste band bestaande uit Jeff Berlin (drums, percussie), Brett Davis (diverse snaarinstrumenten) Susan Holmes (bass, achtergrondvocalen), zal Boris over het podium slenteren. En ik als grote fan vraag me af of Boris die voordien enige tijd biologische boer, veedrijver, schoorsteenveger, ontwerper van irrigatiesystemen, timmerman, scheepsjongen en metselaar was, enkele memorabele shows toevoegt aan het rijtje dat in ons geheugen gegrift staat, denkende aan 10 oktober 2004, toen hij in Nederland op het zo bekende "Roots of Heaven" festival tegast was. Geboren in Holliston, Maine ging Boris in Vermont naar school waar zijn kamergenoot een mooie gitaar en wat muziekboeken bleek te hebben. Boris sloot zichzelf af voor de rest van de wereld en speelde 2 maanden lang vrijwel alleen nog maar gitaar om verloren tijd in te halen. Diezelfde zomer begon hij zijn eerste bandje. Na zijn studie vertrok hij zuidwaarts en heeft hij 9 jaar in New Mexico en het Noorden van California doorgebracht. Die invloeden van zand, rotsen en stof zijn goed hoorbaar in zijn muziek. Muzikaal zijn er invloeden van Steve Earle, Calexico, Guy Clark en soms zelfs Captain Beefheart. Boris McCutcheon verraste met zijn sfeervolle album "When We Were Big" (2003) waarop flink wat woestijnzand in de groefjes knarste. Een mooi album vonden wij. Wisten wij veel. "Mother Ditch"(2001) is echter het ware debuut van deze Jean Jacques Rousseau onder de singer/songwriters. De natuur van New Mexico en Massachusetts was het decor voor tien persoonlijke liedjes op deze kleine, maar bijzonder fijne plaat. Net als deze plaat is ook zijn derde album "Cactusman Versus the Blue Demon" (2006) opgenomen in zijn huidige thuisstaat New Mexico, maar nu in de studio’s van Frogville Records. "Cactusman Versus the Blue Demon" klinkt toch niet helemaal hetzelfde als de eerder verschenen albums, maar nog steeds aangrijpend door zijn eenvoud en zeggingskracht. Tegenwoordig ontfermt Lucky Dice zich over Boris McCutcheon & The Saltlicks, de voortekenen zijn dus goed, heel erg goed. Het nieuwe album "Bad Roads, Good People" is wederom opgenomen in zijn huidige thuisstaat New Mexico, met zijn Saltlicks aangevult met o.a. Kevin Zoernig op (diverse toetsen) en ook de legendarische Taj Mahal speelt mee op dit album. Net als op zijn drie voorgangers tapt Boris uit diverse stijlvaatjes, een beetje blues, folk, country, drupje soul, en een beetje rock, muziek die beelden oproept van verlaten zandwegen in het machtige landschap van het zuidwesten van de VS. Uiteraard zijn er ook de verhalen die zijn muziek vervolmaken. In dit geval oprecht, gestileerd en prima te begrijpen. In vrijwel alle gevallen lijkt het dagelijks leven het thema te zijn, zoals in "Big Old World" waarin hij verhaalt over zijn zorgen om zijn dochter Neve. Althans, zo brengt McCutcheon het. En hoewel hij zich ook over Natascha Kampusch uitlaat, het Oostenrijkse meisje dat 8 jaar gevangen werd gehouden door haar ontvoerder ("The Ballad Of Natascha Kampusch") of "I long (Then I'm Gone)", een droom die werkelijkheid werd, nl.Taj Mahal die hem begeleidt op mondharmonica, kan men Boris zeker niet van een gebrek aan inspiratie of creativiteit betichten. De songs zijn subtiel gearrangeerd en ademen soms een zwaarmoedige of gejaagde sfeer uit zoals in het Hawaiiaans getinte "Waiting For The Demons To Die" en de ballade "Wicked Things", een song over het uitroeien van een heks. Hoogtepunt is het zeer aanstekelijke "Small Town Blues", maar ook de kleiner gehouden liedjes klinken doorleefd. Maar zeker is: met meer dan uitstekende songteksten en een ijzersterk zangtalent trekt Boris McCutcheon & The Saltlicks de laatste twijfelaars over de streep.

BORIS McCUTCHEON & THE SALTLICKS LIVE

dinsdag 22 april - Q-Bus, Leiden
Aanvang 21.00 uur

donderdag 24 april - Café de Amer, Amen
Aanvang 20.00 uur

vrijdag 25 april - de Slotplaats, Bakkeveen
Aanvang 20.30 uur

zaterdag 26 april - N9, Eeklo, Belgie
met H.T. Roberts , Aanvang 21.00 uur

zondag 27 april - C.P. Roepaen, Ottersum
Aanvang 14.30 uur

woensdag 30 april - Burgerweeshuis, Deventer
Aanvang 13.30 uur

donderdag 01 mei - Desmet Live, Amsterdam
Aanvang 18:00 uur

vrijdag 02 mei - Nix BBBluesclub, Enschede
Aanvang 21.45 uur

zaterdag 03 mei - Rhythm & Blues Night, Groningen
Aanvang 20.00 uur

zondag 04 mei - Backroads Music Club @ Café De Stad, utrecht
Aanvang 16.00 uur

donderdag 08 mei - Paradiso, Amsterdam
Aanvang 20.00 uur

Info



 

DOÑA OXFORD
STEP UP
Website Myspace
CDbaby
Label: FountainBleu Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO

 

Aretha Franklin, Tina Turner, Carole King en Janis Joplin. Het zijn namen die direct bij je opkomen bij het beluisteren van deze plaat, terwijl ook een Amy Winehouse door je geheugen flitst. En dat laatste vooral vanwege de gedurfde en uiterst eerlijke lyrics. Dit laatste maakt Doña Oxford dan ook extra bijzonder en plaatst haar in de categorie van de reeds vernoemde grootheden. Laten we even een misverstand de wereld uit helpen: Ja dit is een Amerikaanse soul artiste die afgelopen jaren het podium deelde met onder andere Prince, Keith Richards, Buddy Guy, Levon Helm, Bob Weir, Hubert Sumlin, Son Seals, Lonnie Brooks, Sam Lay, Kenny Neal, Shemekia Copeland, Popa Chubby, Bernard Allison, Willie Kent, Jody Williams, Jimmy Johnson, Willie “Big Eyes” Smith, en niet te vergeten haar idool, de voormalige Chuck Berry. Op haar eerste album "Rowena Said" voor het FountainBleu label putte Oxford uit verschillende stijlen, waardoor iedere track op het album iets nieuws te bieden heeft. Dat smaakte naar meer en later verschijnt "Raw", een plaat waarop deze in Los Angeles wonende zangeres ditmaal mag laten zien wat ze écht in huis heeft. En nu is er haar nieuwe cd "Step Up", waarvan ze tien songs zelf schreef naast "Together", "Change The World" en de titeltrack, songs die ze samen schreef met Barry Goldberg. En wat een verrassing! Hoe kan een artiest in zo een korte tijd zoveel vooruitgang boeken? Doña Oxford doet het hier maar eventjes. Ze zingt pure, ouderwetse Amerikaanse soul en dat beheerst ze goed. In iedere song legt zij hart en ziel en maakt met "Step Up", een plaat die qua gevoel zo in de jaren zestig en zeventig gemaakt had kunnen worden. Want Oxford zoekt wel degelijkhaar inspiratie vooral in deze jaren, maar voor de afwisseling eens niet bij Motown, Stax en Dusty Springfield, maar bij Ella Fitzgerald, Mel Torme, Dinah Washington, Judy Garland, Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, en vooral bij Janis Joplin. Oxford die ook op deze cd piano, orgel en Wurlitzer bespeelt heeft een aantal prima muzikanten om zich heen verzameld, als Bob Glaub (bas), Don Heffington (drums), de gitaristen Jake Andrews, Colin Ryan en Todd Wolfe naast de welbekende blazers Joe Sublet en Darryl Leonard, maar Oxford steelt uiteindelijk toch vooral zelf de show met haar rauwe strot en een serie knap in elkaar stekende songs. Het resultaat is een unieke en uiterst aantrekkelijke sound, soul-rock op z’n best, gebracht door deze Boogie Woogie Woman, die heel goed weet wat ze wil. Doña Oxford klinkt opvallend volwassen, zowel qua stijl als tekstueel. Daarbij komt de stem die klinkt als een jazz-veterane die haar hele leven in rokerige Amerikaanse jazz-clubs heeft doorgebracht. Het is moeilijk om niet beneveld te raken door deze uitzonderlijke plaat. Hier is een groot talent aan het werk, laat daar geen twijfel over bestaan.



 

STEVE FISTER
DEEPER THAN THE BLUES
Website
Label: Pepper Cake
Distr: Zyx

 

 

Tamelijk wat stevig spul in onze brievenbus de laatste dagen, hier is er weer ééntje: Steve Fister, een productieve jongeman uit Californië, stuurt me reeds zijn derde cd ter bespreking sinds ik zowat anderhalf jaar geleden tot het Rootstime team toetrad. Een eigenzinnige mix van rock en aardse blues is zijn handelsmerk, en dat is dit keer niet anders. Met deze cd verschafte hij zich toegang tot het voorpragramma van niemand minder dan Joe Satriani, en ook Julian Sas kwam een handje toesteken op deze "Deeper Than The Blues". Dit maar om aan te geven dat Steve zich nu wel stilaan bewezen heeft in het bluesrock wereldje. "You Gotta Live" waarmee hij hier van start gaat is dan misschien nog eerder clichématige bluesrock, net als "I Just Wanna Scream", maar de rocker "Coulda Woulda Shoulda" is een veel boeiender nummer, met Steve's gitaar als smaakmaker. Zeer sterk ook is de Stones klassieker "Can't Always Get What You Want" met Walter Trout als "special guest" op gitaar, al is de titelsong "Deeper Than The Blues" een ballad met sfeervol soleerwerk van Steve ook niet te versmaden. De meest bluesy song is echter vrij onverwacht vanwege de titel "Funky Shonuff", een mooie mix van Albert King's bluesgeluid met hedendaagse funk invloeden. Na de Stones konden natuurlijk de Beatles niet ontbreken, kwestie van evenwicht. "Come Together" in een loodzare versie, zeer mooi, en ja, de song verdraagt dit opperbest, deze cd groeit in kwaliteit bij elke song. Om te eindigen, heel toepasselijk "Last Of Me" waar de rockinvloeden weer volledig de overhand nemen. Een wat zwak begin en einde naar mijn zin, maar wat er tussen de sandwich zat was best wel lekker!
(RON)

STEVE FISTER LIVE

Liefhebbers van Steve Fister en Joe Satriani opgelet, want Steve kunnen we naast zijn Deeper Than The Blues Tour en diverse interviews op de radio ook gaan zien als support show voor Joe Satriani!

Support shows for Joe Satriani
12.06. NL - Arnhem / Rijnhal
13.06. NL - Amsterdam / Paradiso

Deeper than the Blues Tour 2008
07.05. BE - Harelbeke / Het Spoor (support Y&T)
15.05. NL - Venlo / Sounds instore
16.05. NL - Arnhem / Café De Kroeg
17.05. NL - Tegelen / Café Oeles
23.05. NL - Eindhoven / The Rambler
24.05. NL - Den Helder / Dupont
07.06. NL - Leiden / Jazz Cafe The Duke (Steve Fister Band Headline)

Radio
12.05. NL - Plug Unit Reeuwijk Radio Show
14.05. NL - ERF Radio Eindhoven (Steve Fister Band live in studio)

 



 

THE DELTA FLYERS
ON THE LEVEE ROAD
Website Contact
Label: White Cat Records
Cdbaby

 

 

Na de uitstekende cd "Delta Flyer" van Steve Dupree die we vorig jaar bespraken, staan de verwachtingen voor deze "On The Levee Road" van The Delta Flyers hoog gespannen, want die cd was ons opperbest bevallen. Sinds "The Dudes", zijn vorige band was Steve Dupree iemand die we nauwgezet in het oog hielden, hij maakte met deze band twee cd's en nu is dit dus de tweede "Delta flyer". Steve tekende voor alle songs, tien in totaal, en hij zingt en speelt mondharmonica. De tweede man in the Delta Flyers is zoals voorheen Jack Saunders, zanger en gitarist, vooral op resonator is hij een meester, maar ook slide en upright bas. Met hun tweetjes vormen ze de vaste kern, aangevuld met prima gastmuzikanten. In een vast kader waarin de blues de hoofdmoot vormt, wisselen andere genres vlot met mekaar af. "Delta Flyer Blues" opent de reeks en in dit up tempo nummer vertelt Jack het verhaal van een man die de snelle Delta Flyer neemt om naar zijn geliefde te reizen. De combinatie resophonic/ harp en de teksten van Dupree samen met Jack Saunders krachtige stem zorgen voor een leuke mix van Southern waarbij de grenzen tussen blues en bluegrass vervagen. Dat levert knappe songs op zoals: "Three Legged Dog", met zijn fascinerende beat en mooie slide, een song die gaat over hoe moeilijk het is om de veeleisende "young girls" tevreden te houden, absoluut een prachtnummer. Het wat langzamere "On The Levee Road" vertelt het verhaal van de gevaren en criminaliteit die je daar te wachten staan. Steve Dupree bewijst met zijn teksten een meester storyteller te zijn. "Dancing With The Devil" , "Double Down Junior" en "Adie Jean" songs met een stampende bluesbeat, waar de resonator en slide voor die echte extra zuiderse sfeer zorgen, zijn nog een paar van de voor mij sterkere songs op deze nieuwe van de "Delta Flyers", een band waarmee we vanaf nu wel rekening moeten mee houden. De hoog gespannen verwachtingen zijn meer dan ingevuld wat mij betreft!
(RON)



 

TIMESBOLD
ILL SEEN ILL SUNG
Website
Myspace
Label : Zeal Records
Distr. : Konkurrent

 

 

De groep Timesbold is de dagelijkse professionele bezigheid van Jason Merritt die daarnaast ook solo platen uitbrengt onder het pseudoniem Whip. Een vijftal jaren geleden zagen we Timesbold voor het eerst optreden in STUK te Leuven waar ze op 20 mei opnieuw op het podium zullen staan ter promotie van hun nieuwe cd “Ill Seen Ill Sung”, een plaat waar we eigenlijk al heel lang op hebben zitten wachten. De vijf bandleden van Timesbold komen uit Portland en New York City en hebben elk een vrij specifieke achtergrond, zowel muzikaal als beroepsmatig. Maar als ze samen komen om muziek te maken ontstaat er een uniek en duidelijk herkenbaar geluid. Momenteel vormen Max Avery Lichtenstein (ook producer van de plaat), Tony San Marco, Tony Leva, Jesse Sparhawk en Jason Merritt de groep Timesbold. Voor de opnames van deze nieuwe cd hebben ze ook een beroep gedaan op enkele gastmuzikanten. In de pers wordt de sound van de groep vaak vergeleken met die van Will Oldham (aka Bonnie ‘Prince’ Billy) maar hun typische klankrijke songs in de folkrocksfeer zijn dat stadium intussen toch wel ontgroeid en staan duidelijk op zichzelf. De bijzonder mooie, trieste stem van Jason Merritt herken je uit de duizenden en katapulteert de meeste liedjes enkele verdiepingen hoger qua niveau. De zingende zaag, de mandoline, de harp, de viool, de klarinet en het orgeltje zijn instrumenten die onlosmakelijk verbonden zijn met de typerende sound van Timesbold. Deze nieuwste cd is een meesterwerk, sta me even toe om dat meteen duidelijk te maken. De opvolger van “Eye Eye” uit 2004 is uiterst gevarieerd, sfeervol en rijk aan instrumentatie. De productie en de arrangementen zijn ronduit prachtig en de liedjes boeiend. In enkele nummers waan je je ergens in een Hongaars zigeunerkamp en de klagerige zang van Jason Merritt doet de rest. Enkel in het drinkebroersliedje “Cançao Bebendo” – een Portugese traditional die hier vertaald werd – wordt even buiten de gebruikelijke lijntjes gekleurd, maar songs als het sobere “Mama”, “Old Hannah”, “Any Lethal Storm”, “Takeaway” (met zingende zaag), “Recover Ring”, “Lame Horse” en “Be Leaving” staan als een huis en beklijven elke beluisteraar van deze uitstekende plaat. Heerlijk gewoon en dus een absolute aanrader voor je platencollectie.
(valsam)

TIMESBOLD LIVE
LES NUITS BOTANIQUE BRUSSEL - 9 MEI 2008
STUK LEUVEN - 20 MEI 2008
CACTUS BRUGGE - 23 MEI 2008



ERIC BIBB
SPIRIT I AM
Website
Myspace
Label :Dixiefrog
Distr.: Parsifal (B) / Bertus (NL)
VIDEO1 VIDEO2 VIDEO3

 

 

Een van de meest talentvolle bluesperformers en zangers van het moment is Eric Bibb. Als de jongste spruit aan de tak waar ook Taj Mahal en ‘Keb Mo hun plaats hebben brengt hij de ware roots een vernieuwing binnen de blues samen. Zijn nieuwste release "Spirit I Am" is een op en top verzorgd product. Het smaakvolle hoesje is een lust voor het oog, de dubbele cd die er binnenin zit, is dan weer een lust voor het oor. Zelfs het meest verwende oor kan hiervan smullen. Eén cd is getiteld "Get on board" en bevat het materiaal met een "full band", terwijl de tweede cd de "Field Recordings" bevat, met beproefde traditionals. Daarenboven vinden we op deze cd ook nog wat multimedia materiaal, zodat "Spirit I Am" een product geworden is om U tegen te zeggen, afgewerkt van van a tot z. Hoofdbrok is natuurlijk de "Get On Board" cd, waarop hij ook hulp krijgt van een aantal gasten waaronder Bonnie Raitt en Ruthie Foster. De cd opent met het gospelgetinte "Stayed On Freedom" een traditional protestsong waar Eric's sobere gitaar gesteund door een mondharmonica in ware Sonny Terry stijl (Grant Dermody) de sfeer bepaalt. De mooie titelsong wordt gevolgd door het prachtige "Promised land" met Chuck Anthony op gitaar. Eén van de topnummers was zoals te verwachten "If Our Hearts Ain't In It" een mooie ballad vol gevoel, met de sublieme slidebijdrage van Bonnie Raitt. Een song die ik ook door haar zelf gezongen wel eens graag zou horen, want het is haar op het lijf geschreven. "Pockets" met zijn knappe tekstuele vondsten is simpel en laidback, een kwaliteit die ook "River Blues" tot een sterke song maakt. "Deep In My Soul" met zijn gospelkoortje en jankende lapsteels van twee Campbell Brothers. Het duet met Ruthie Foster "Conversation" is een tweede absolute hoogtepunt op deze sterke helft van dit dubbele bluesfestijn. "Step By Step", de ingetogen song die de eerste helft van "Spirit I Am" beëindigt, is dankzij de mooi dobrobijdrage van Clive Barnes nog zo'n meesterwerkje. "The Field Recordings" dan. Deze begint met de videoclip van Eric die een wasserette binnenwandelt in New Orleans, die nu gevestigd is in de eerste platenstudio die Nola rijk was en waar onder meer Little Richard, Guitar Slim, Fats Domino, Ray Charles maar nog zo vele anderen ooit opnamen. De enige getuige is een mozaiek van het logo in de stoep aan de voordeur en een galerij met foto’s, nu valt er slechts nog de kale troosteloze rij wasmachines tegen de wand te bekijken. Naderhand zien we een optreden van Eric in een kleine club. De "Field Recordings" is zoals de naam al aangeeft, een reeks sobere registraties van traditionals, herbewerkt door Eric Bibb en enkele Hudie Ledbetter composities zoals "Goodnight Irene" en "Bourgeois Blues", waarbij Eric nauwgezet de sfeer van de originele opnames zo dicht mogelijk probeert te benaderen. Maar Eric drukt er natuurlijk toch een eigen stempel op, die van één van de meest belovende nieuwe bluesartiesten en tegelijkertijd een bewaker van het erfgoed van de blues, zoals hij ten volle bewijst met dit meesterwerk.
(RON)



AD VANDERVEEN
STILL NOW
Website Contact Myspace
Label: Blue Rose Records
Distr.:Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Met Ad Vanderveen houdt Nederland een zingende songsmid achter de hand waar het met recht en rede trots kan op zijn. Deze uit Bussum afkomstige singer-songwriter richtte in 80/90-er jaren de countryrockformatie Personnel op en is daar met verve in geslaagd. Sindsdien werkt de nu 51-jarige Ad onder zijn eigen naam en wordt vaak heen en weer geslingerd tussen akoestisch en electrisch en andere instrumenten maar zijn basis is vocals en akoestische gitaar, want hij is wel degelijk een singer / songwriter / gitarist in de Americana-stijl. De laatste jaren beginnen zijn naam en muziek in een bredere kring van muziekminnaars in binnen- en buitenland door te dringen. En terecht, want niet alleen is hij een begaafde gitarist, ook is hij een vaardige liedjesschrijver. Naast zijn ontelbare sterke soloplaten, waaronder zijn vorig jaar verschenen "Soundcarrier", maar ook "Cloud of Unknowing"(2006), "Fields Of Plenty" (2005), "The Moment That Matters" (2003), "Witness" (2002) en "More Than A Song" (2001) initieerde Ad in het vak ook vele side projects. Op sommige van zijn platen domineert de rockmuziek, op andere laat Ad zich van een meer introspectieve, folky kant horen. In het verleden sprong de man nog vrij luchtig om met het gegeven dat men hem tot in den treure toe op één en dezelfde lijn bleef plaatsen als Neil Young, maar met zijn net verschenen dubbelaar "Still Now" lijkt hij zich nu nadrukkelijk van elke vergelijking met deze laatste te willen distantiëren, al blijft hij voor velen de iets te vroeg geboren reïncarnatie van Neil Young. Op "Still Now" zijn beide zijden van zijn muziek verenigd, want hij kan de ingetogen singer/songwriter en hij kan een rock-'n-roll beest zijn. De eerste cd draagt als ondertitel "The Garage" en laat tien, soms snoeiharde, rockuitvoeringen op elektrische basis horen. Zijn band The O’Neils draagt hier zorg voor een even simpele als doeltreffende begeleiding en biedt zo alle ruimte aan het machtige gitaarspel van Vanderveen, alle ruimte om op elektrische gitaar te improviseren. Op de tweede cd, "The Living", heeft de rockmuzikant in Vanderveen plaatsgemaakt voor de singer/songwriter. Hier vertolkt hij tien intieme akoestische liedjes op gitaar en mondharmonica, waarop hij alleen sporadisch wordt geholpen door zangeres Kersten de Ligny. Wat hier vooral opvalt is de perfecte synthese die Ad met deze twee cd's weet te bereiken tussen deze rustige kant en de rock-kant van zijn muziek. Als Vanderveen eenmaal elektrisch op gang komt heeft hij helemaal geen tekst meer nodig om zijn verhaal te vertellen, want bij de elektrische versies staat de tekst minder centraal, de gitaar spreekt dan een groot deel van het verhaal. Er zit agressie en energie in zijn rocksongs, songs die in grote concertzalen niet zouden misstaan. "The Living" is een zeer relaxt aandoende singer-songwriterplaat, zonder echt frappante uitschieters, maar al evenmin zonder noemenswaardig mindere momenten. Een plaat die probleemloos de concurrentie met haar overzeese collega’s aankan. Kortom: Hij weet de veelal akoestische nummers prachtig te verpakken maar als zijn rock-kant naar boven komt blijft dit genieten, want Vanderveen maakt al jaren Americana dat kan wedijveren met de besten, "Still Now" is hier wederom het bewijs van.



 

 

STORMCELLAR
WHISKEY TALKIN'
Website Myspace Contact
CDbaby VIDEO 1 VIDEO 2

 

"Whiskey Talkin' " is het debuutalbum van Stormcellar, een zestal blues/rock muzikanten uit New South Wales, Australië. De band timmert aldaar behoorlijk aan de weg met veel liveoptredens en het schijfje is op het 'Down Under' continent dan ook bijzonder lovend ontvangen. Op "Whiskey Talkin' " maakt het gezelschap in elk geval een goed op elkaar ingespeelde indruk. Het geluid is lekker vol en komt dan ook professioneel over. Frontman Paul Read neemt op dit debuutalbum de slidegitaar voor zijn rekening en wordt daarbij vergezeld door Michael Barry die de zang en bluesharp voor zijn rekening neemt. Naast dit duo waren ook Jim Finn (vocals, drums & percussie), Paul Surani (lead gitaar), Michael Lynch (bas & mandolin) en Michael Gubb (Hammond en piano) betrokken met de opnames van deze cd. De cd ligt op zich lekker in het gehoor. Het gitaarspel, wat mij zo af en toe aan Tab Benoit doet denken, is overigens wel erg mooi en lift de cd naar een redelijk aanvaardbaar niveau. Ook de loepzuivere bluesharp klinkt lekker maar helaas net niet ‘bluezy’ genoeg om het echte bluesgevoel op mij over te brengen. De cd bevat twaalf tracks, allemaal geschreven door gitaarwonder Paul Read. Meteen bij het eerste nummer "Mississippi Meltdown" trappen de mannen het gaspedaal al behoorlijk in met een swingende bluesdamper. Erg goed! Bij de twee nummers die volgen, "R U Ready for This?" en "Whiskey Talkin' "- de titeltrack, gaat het pedaal iets terug en wordt Read's invloed op de band duidelijk met de herkenbare ‘High Temperature’ slidesound, met dien verstande dat de nummers door Barry’s harpwerk en de lekkere diepe bas van Lynch allemaal wel een behoorlijk stuk vetter klinken. Met "That's Why I Sing the Blues" gaat de beuk er weer behoorlijk in, gevolgd door het jazzy swingende "Yamanote Line (Hi-styin' Women" met heerlijk percussiewerk en het ondersteunende gitaarwerk. Door de afwisselende instrumentkeuze zijn de twaalf nummers op de cd in ieder geval niet eentonig te noemen en kent de schijf een paar aardige rustpunten in nummers als "I've Been Down Before". De songs op "Whiskey Talkin' " zijn verhalen die ons brengen van Mississippi tot Tokyo en terug via Newtown en Dulwich Hill, ondeugende liedjes over meisjes en kerels, gevaarlijke pokergames, liedjes zoals die te horen waren op een blues label uit de zestiger jaren. De hele cd is een mengeling van blues, countryrock en rootsrock in de lijn van The Allman Brothers, Canned Heat en een klein beetje Creedence Clearwater Revival. De produktie is van de band zelf en opgenomen in de Front Room studio gedurende de laatste maanden van het vorige jaar. "Whiskey Talkin' " is in ieder geval wel een blues cd geworden welke volgens mij geschikt is voor het grote publiek. Voor de échte fijnproever zal dit debuutalbum niet erg veel toevoegen



SMOKIN ' JOE KUBEK & BNOIS KING
BLOOD BROTHERS
Website Myspace Contact
Labal : Alligator Records
DIstr.: Munich
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Na maar liefst zeven cd’s voor Bullseye Blues & Jazz / Rounder en de laatste drie releases, "Roadhouse Research" (2003), "Show Me The Money" (2004) en "My Heart’s In Texas" (2006) voor Blind Pig Records is er nu het dertiende album van Smokin' Joe Kubek and Bnois King, "Blood Brothers" hun debuut voor Alligator Records. "Roadhouse Research" was een prima aanschaf voor de liefhebber van rauwe Texaanse blues met een fikse scheut rock, met name door de vocale bijdrage van Bnois King. Op hun tweede en derde album voor het Blind Pig label is niet zoveel veranderd want deze platen leveren een andere dosis 'roadhouse blues'. En nu is er het album "Blood Brothers", een plaat waarop wederom de klasse van Kubek garant staat voor veel luisterplezier. Als het om Smokin’ Joe Kubek gaat ontkomen we niet aan het gezegde “Waar rook is, is vuur”, want als geen ander is deze gitarist in staat om zijn hele ziel in iedere noot te leggen, om met behulp van zijn fenomenale techniek continu een vurige, onderhuidse agressie te verklanken. En dat nu al ruim 30 jaar! Het samenwerkingsverband met zanger/gitarist Bnois King is uniek te noemen: de power van Joe wordt prachtig aangevuld door de soulvolle vocalen en soepele, melodische bijdragen van Bnois op slaggitaar. Hoewel Joe zijn reputatie als gitaarbeul zeker dankt aan zijn bijdragen aan het Texas Roadhouse blues-genre, dekt bij deze plaat de titel de lading volledig. Smokin' Joe Kubek and Bnois King's brengen muziek die we klasseren onder : 'Old Barroom Texas blues'. Hun lyrische songs zullen nooit een prijs winnen, maar daar Kubek ook zo'n geweldig bluesgitarist is en King een plezierige stem heeft, kan u in hen nooit een vergelijking zoeken met een ander artiest. Dertiensongs zijn door de heren zelf geschreven, naast "Stop Drinking" van Lightning Hopkins, de enige cover op deze cd, een song die Van Morrison ook al eens bewerkte. Tracks als het met slidegitaar gedragen "Don't Lose My Number", doet me ommiddelijk denken aan een Texaanse rocker met de kracht van Double Trouble in zijn kielzog of het instrumentale "Freezer Burn", dat we mogen aanschouwen als een eerbetoon Albert "The Iceman" Collins, zijn nummers waarin de combinatie van scheurende vette gitaren, een donkere gruizige stem en een jagende ritmesectie tonen wat deze rauwe 'hot' Texaanse blues uitstaalt. Ja zeker, deze kerels werken hard! Ik werd weggeblazen door hun laatste CD "Blood Brothers" en ben even geïmponeerd met de follow-up: Smokin' Joe Kubek op Fender Stratocaster, Bnois King op Gibson, Paul Jenkins op bas, Dave Konstantin op drums en John Street keyboards op een zestal tracks. Eigenlijk hebben gitarist Smokin'Joe Kubek en zanger/gitarist Bnois King nog geen slechte plaat gemaakt. No frills, no nonsense HOT Texas blues!



 

 

GRAHAM BROWN & THE PRAIRIE DOGS
DO WHAT YOU SHOULD
Website Myspace Contact
Label : Stomp Records

 

In Glasgow, Schotland geboren maar in St. Albert, Canada getogen maakte singer-songwriter en gitarist Graham Brown in 1984 deel uit van Jr. Gone Wild, daarna van Brilliant Orange en vervolgens van 'The Happyman' voor het album “Just Like You”. Hij verhuisde naar Vancouver en bracht in 1998 als soloartiest het album 'Brand New Smile' uit, de voorbode van 'Just like you' uit 1999 en 'Good 'n' Broke' uit 2001. In 2003 stond hij met het nummer “Rosalie” op de historische tribute-cd opgedragen aan Alejandro Escovedo en bracht hij een nieuwe soloalbum 'Stand Your Ground' uit. Nu is er de opvolger voor dat succesvolle werk in de vorm van “Do What You Should”, zijn vierde soloplaat met daarop elf songs die Graham Brown componeerde tijdens het vele touren en optreden voor de promotie van zijn vorige album. Als getalenteerd gitarist heeft hij voor dit album toch beslist om het snarenspel een wat minder vooraanstaande rol te geven in deze songs. Dat leverde enkele erg mooie songs op zoals het door mondharmonica overheerste “A Good Talking To” in zuivere Dylanesque stijl. Dat liedje volgt op een al even knap “Incredible” dat vrolijk swingt. Voor “The Wandering Kind” duikt Graham Brown diep in de trukendoos van de countrymuziek en geeft hij een belangrijke plaats aan de pedal steelgitaar en voorziet het geheel bovendien van een lekker meezingbare tekst. Heel mooie song is dit. Nog zo’n zelfklevende plakker is “If I Fall” met een intrigerende sound (wah wah wah) en uitstekend zangwerk. Dit is een heerlijk en hartverwarmend liedje waarop ik ronduit verliefd ben geworden na enkele beluisteringen. Je geliefde in de armen sluiten en maar rondjes draaien is dan ook het dwingende devies. “Long Way From Home” rockt zoals Dave Edmunds en Nick Lowe dat deden bij Rockpile maar ook hier laat Graham Brown horen dat hij over een ijzersterke stem beschikt die elk genre vlekkeloos aankan. Tegelijkertijd krijgt zijn begeleidingsgroep The Prairie Dogs, bestaande uit drummer Mark Gruft en bassist Dave Bridges, een gelegenheid om zich eens helemaal te geven. Daarna toont hij zijn vocale capaciteiten nog eens in de titeltrack “Do What You Should”, een beklijvende softrocksong. Zijn songschrijverstalent komt daarna aan bod in “Love Is The Only Bullet (For Peace)” , een Crazy Horse-look-a-like song die vol van symboliek steekt en een oproep tot bezinning inhoudt. Bluegrass-klanken inclusief een vlotjes gehanteerde viool en swingende banjo vormen de kern van de song “Till We Burn”. Graham Brown brengt Americana gekruid met zijn afkomst getrouwe Britse klanken. Dit album bestaat uit een zeer gevarieerde pallet aan songs voor elk wat wils. Graham Brown verdient hiermee een plaatsje te krijgen in het clubje van exquise singer-songwriters die origineel uit de hoek blijven komen. Een puntje van kritiek misschien door te stellen dat amper 36 minuten te weinig is voor een full-cd. Maar beschouw dit maar als muggenzifterij van (valsam).