ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008


ELLIOTT MURPHY - NOTES FROM THE UNDERGROUND

ARLAN FEILES - COME SUNDAY MORNING

TOO SLIM & THE TAILDRAGGERS - THE FORTUNE TELLER

OWEN HOGAN - THE RIVER AND THE HILL

P. VAN SANT - SPECIAL

RICHARD KOECHLI & BLUE ROOTS COMPAGNIE - LAID-BACK

ANDY COWAN - ANTHOLOGY

DALE DENKER - URBAN MILO

JEFF HEALEY - MESS OF BLUES


 

 

 

ELLIOTT MURPHY
NOTES FROM THE UNDERGROUND
Website Myspace Contact
Label : Bang! Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Elliott Murphy, die nog steeds muzikaal actief is, debuteerde in 1973 met zijn album: "Aquashow". Verscheidene toonaangevende tijdschriften - waaronder Rolling Stone en Newsweek - publiceerden lovende recensies, en de plaat kreeg ook aandacht op televisie. Overal werd Elliott Murphy meteen uitgeroepen tot de nieuwe Dylan of de nieuwe Lou Reed, maar vreemd genoeg bleef commercieel succes daarna uit. In 1975 en 1976 bracht hij respectievelijk twee platen uit bij RCA: "Lost Generation" en "Night Lights". Hij kreeg dit platencontract door toedoen van Lou Reed en in muzikaal opzicht bevond Murphy zich in de buurt van The Velvet Underground en een jonge Bruce Springsteen. Beide albums verkochten nauwelijks, maar kregen wel zeer lovende kritieken. "Lost Generation" werd in Californië opgenomen onder leiding van Doors-producer Paul A. Rothchild en met een aantal bekende sessiemuzikanten. "Night Lights" werd in New York opgenomen met Steve Katz, o.m. bekend van de Blood, Sweat & Tears, en leden van The Modern Lovers en Doug Yule van Velvet Underground. De slechte verkopen betekende het einde bij RCA en daarna kreeg hij nog een kans bij Sony (het prachtige "Just A Story From America"). Murphy begon in deze periode regelmatig te touren in Europa, en ontdekte daar tot zijn grote verbazing dat hij wel degelijk over fans beschikte. En hoe: bij zijn eerste optreden in Parijs werd hij door de volle zaal maar liefst zes keer voor bisnummers teruggeroepen. In 1984 werd zijn "Party Girls/Broken Poets" genomineerd voor een New York Music Award, en in 1986 verscheen het door Jerry Harrison van The Talking Heads geproduceerde "Milwaukee", een plaat die nog altijd geldt als een mijlpaal in zijn oeuvre. Omdat hij inmiddels zoveel tourde in Europa en hij ook nog eens bij een Franse platenmaatschappij zat, verhuisde Murphy in 1990 naar Parijs, waar hij trouwens nu nog altijd woont. Terwijl het succes in de Verenigde Staten uitbleef, kon Elliott Murphy echter wel rekenen op erkenning door meer bekende collega’s zoals Elvis Costello, Lou Reed, Peter Buck, Tom Petty, John Mellencamp of The Violent Femmes. Vaak brachten zij ook covers van zijn songs. Tijdens de Europese tournee van Bruce Springsteen in 1996 werd Murphy in Parijs op het podium uitgenodigd om samen met The Boss één van zijn eigen nummers te zingen: "Rock Ballad". Met de lichtstad heeft Murphy dus een wel heel bijzondere band, hetgeen duidelijk te horen was op zijn album "Beauregard" (1998), want hier horen we bij het begin van deze plaat het geluid van de klokken van de Notre Dame. Sindsdien is hij platen blijven opnemen, maar het hoge niveau van zijn eerste platen heeft hij nooit meer gehaald. Bij het Franse label, Last Call, verschenen vervolgens "Strings Of The Storm" (2003), "Never Say Never – The Best Of 1995-2005", "Murphy Gets Muddy" (2005) en vorig jaar "Coming Home Again". Zeer goede releases die steeds de vraag doen opwerpen waarom de man geen groter publiek bereikt. Zo wist hij ons zeer te verrassen met "Murphy Gets Muddy", een album waar we totaal iets anders voorgeschoteld kregen. Murphy heeft zich laten kennen als een zeer kundig songwriter, des te verrassender dat de man met dit album kwam met blues covers, zijnde een eerbetoon aan voornamelijk Muddy Waters met als absolute hoogtepunt B.B. King's "The Thrill Is Gone". En met "Coming Home Again" was hij duidelijk op een terugkeer, terug naar Elliot’s klassieke stijl. Murphy toont op deze plaat opnieuw zijn scherpe pen, waarin soms wat heimwee naar Amerika is te speuren. Daarnaast krijgt hij steun in de rug van Patrick Riguelle, Kenny Margolis en zoonlief Gaspard. Er zijn stevige rockers en poëtische ballades, songs zoals alleen Murphy ze kan maken. Hetgeen we ook meteen kunnen zeggen van zijn nieuwe album, "Notes From the Underground", een zeer energiek en melodieus album met elf nieuwe tracks opgenomen met de "The Normandy All Star Band", zijnde oudgedienden, Le Havre stergitarist Olivier Durand, Kenny Margolis (Willie Deville, Cracker) op toetsen, drummer Alan Fatras, bassist Laurent Pardo en ook wederom zoonlief (gitaar) op één song. Naarmate de jaren verstrijken, winnen de platen van de New Yorkse veteraan zeker aan intensiteit, "Notes From the Underground" is een plaat die in het verlengde ligt van zijn voorganger en waarmee nu zeker de ommekeer is bevestigd. Want het album bevat meer hoogtepunten dan gewoonlijk en doet vermoeden dat Murpy ook figuurlijk nog niet is uitgezongen. Wie aanwezig was bij zijn optreden, november vorig jaar in de Stadsschouwburg in Mechelen kon reeds genieten van de energieke rocksongs "And General Robert E. Lee" en "Lost And Lonely", de twee openende songs op zijn nieuwste CD. We vinden het allemaal terug, zo doet een ballade als "Ophelia" meteen denken aan Murphy's klassieker "Anastasia". Allemaal songs met teksten van een uitzonderlijk hoge literaire kwaliteit. Om die reden wordt hij door sommigen wel eens de "laatste der rock-poëten" genoemd. Murphy is ongetwijfeld één van de meest opmerkelijke verhalen in de geschiedenis van de moderne rock ’n roll, die dan ook beslist de moeite waard is om gezien en gehoord te worden. De cd voorstelling in de ABClub op 7 mei was quasi onmiddellijk uitverkocht, maar op zaterdag 4 oktober kan u weer terecht in de AB voor Elliott Murphy and The Normandy All Stars. Kortom: "Notes From the Underground", vakwerk heette dat vroeger. Onze cultheld is op z’n best als hij zich toelegt op klassiek opgebouwde songs tussen folk en pop/rock: meerdere beluisteringen geven immers prijs dat de meeste van z’n songs melodieën en zinnen bevatten die zelfs na een grondige lobotomie blijven hangen. Songs die in veel opzichten een terugkeer tonen naar de stijl van zijn eerste album "Aquashow". Murphy heeft in zijn carrière zelden teleurgesteld en doet dat ook nu niet. Niet baanbrekend, wel erg mooi.

ELLIOTT MURPHY LIVE

7 mei - AB Brussel
CD- voorstelling : uitverkocht

zaterdag 4 oktober - AB Brussel


 

 

ARLAN FEILES
COME SUNDAY MORNING
Website Contact
Label: Not-Pop Records
CDbaby

 

Zelden zo’n gevoelvolle breekbare stem gehoord als deze van de singer-songwriter Arlan Feiles. Gewoonlijk is dit voorbehouden aan fragiele soulzangeressen, maar ‘The Best I Have’ met delicate pianobegeleiding is zo passioneel gezongen, dat het zelfs een stenen hart zou laten trillen. En ‘Viola’ met nu aanzwellende pianobegeleiding, grijpt naar de keel omwille van het smartgevoel dat wordt uitgeschreeuwd. Arlan is een troubadour van het zuiverste soort, die elk woord meent wat hij zingt en dit sporadisch met pianoklanken onderstreept. Violen, pedalsteel, dobro en banjo, mondharp en vrouwelijke vocalen leunen discreet aan bij Arlan’s songteksten die bijna allemaal van hartzeer schrijnen. Zijn bio leest als deze van een zwerver. Hij komt van Los Angeles, bleef een tijd hangen in Miami, Florida en vond een nieuwe thuis in New Jersey. Aanvankelijk maakte hij deel uit van het roots/rock bandje, ‘Natural Causes’, waarmee hij rondtoerde. Producer Tom Dowd bracht twee albums van hen uit, maar zoals vaak gebeurt, gingen de bandleden hun eigen weg. Arlan trok alleen verder en reisde met zijn busje doorheen 38 Staten, met alleen het gezelschap van zijn hond Theo. Hij trad op in clubs en koffiehuizen en deelde o.m. het podium met ‘The Band’, Richie Havens, Warren Zevon en Dave Mathews. Later richtte Arlan terug een bandje op, nu ‘ Gift Horse’ genoemd, dat verder evolueerde en enkele naamsveranderingen kende. Pas nadat Arlan zich in New Jersey settelde, bracht hij het soloalbum ‘Razing A Nation’ uit dat een onverwachts succes kende en door de recensenten werd opgehemeld. De Pers sprak zelfs van een ‘Amerikaanse klassieker’. Afgaande op zijn laatste album verwondert mij dit niets, want ook ‘Come Sunday Morning’ mag een Americana topper worden genoemd, al zijn er folky elementen in verweven. De folksongs gaan over verlangen, pijn, eenzaamheid, liefde en verlossing en vooral over het najagen van dromen. In ‘I’ve Not the Heart to Tell Her’ dicht Arlan als het ware voor de vuist weg over die verloren dromen en de onmogelijkheid om de loop van de sterren te veranderen. Naast de universele thema’s wijdt hij ook gedachten aan de oorlog en de liefde. De emotie meandert door alle songs met een hartverscheurende intensiteit. Het laatste ‘If I’m Called On’ zou een eindgeneriek kunnen zijn van een aangrijpende filmklassieker waarin Arlan’s stem zich verenigt met de hoge vrouwenstem van Valinda McQueen om, zoals in een spiritual, in koor te eindigen. Dit album komt over als een windvlaag op een windstille avond, waarop je omkijkt en je afvraagt welke onzichtbare hand je heeft aangeraakt.
Marcie


 

 

TOO SLIM & THE TAILDRAGGERS
THE FORTUNE TELLER
Website Myspace Contact
Label: Underworld records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Een van de bands die me vanaf hun eerste cd omvergeblazen hebben met hun prachtig geluid is deze Too Slim & The Taildraggers uit Seattle. Ik was een fan voor het leven nog voor ik hun debuut tot in de helft beluisterd had. Dit was blues die me beviel van A tot Z, hun lekker zompig, swampy geluid, hun muziek is geen pure blues in de ware zin van het woord, maar een mix van southern rock, roots, Americana en blues, en daar kan je zelfs sinds deze CD nog Calypso aan toevoegen (in het luchtige "Mexico"). De aparte stem van Tim Langford aka Too Slim, is één van de stemmen waar ik steeds met veel plezier naar luister, gelijkend op die van Billy Gibbons, net gruizig genoeg voor dit soort muziek, die te beschrijven is als een mix van ZZ Top geluiden met het beste vanTom Petty en Creedence, terwijl het slide gitaarspel van Tim van hetzelfde gehalte is van een aantal grootmeesters in dit genre, zoals Sonny Landreth, Warren Haynes en David Lindley. Nu is er dus hun veertiende cd, en er is een verschil. John Cage, hun drummer is competent vervangen door Zach T.Cooper en Bassist Tom Brimm, die reeds enkele cd's geleden vertrok, is vervangen door Dave Nordstrom. Zolang echter Tim Langford blijft zal er weinig veranderen, want hij is het die zorgt voor die prachtige slide, die warme gruizige vocals, en vooral die mooie teksten en songs. De cd opent al met een heel sterke song, de titelsong "The Fortune Teller" waar de ZZ Top invloed bovenkomt, het nummer heeft wat de sfeer van "Tush" van dat andere trio. "Cowboy Boot" is even sterk, met uitstekend gitaarwerk en een refrein dat de ganse avond blijft nawerken in je geheugen. "Mexico" introduceert iets nieuws in de sound van Too Slim, namelijk Calypso, de olietonnen wedijveren met zonnige klanken tegenover een slide die Little Feat gewijs langzaam naar de border toeschuifelt. In "Ain't It Lonesome" klinkt Tim Langford als Zappa's Central Scrutenizer, de sappige stem uit Joe's Garage. Als Tim op zoek gaat naar de "Motherlode" lijkt het even of Creedence Clearwater een echte "Revival" meemaakt, want de sfeer van "I Put A Spell On You" is helemaal even terug. Prachtig nummer weer. Het rockende "She Gives Me Money" is een meesterwerkje met prachtige slideklanken, net als "Baby Likes To Ride" een van de meest bluesy songs, meer herinnerend aan hun vroegere, meer blues getinte werk. En we gaan door, "Spell On Me" een voodoo song met een repetatieve riff, grift zich diep in je oren met messcherpe slideklanken. De twee meer ingetogen afsluitende songs, vooral "Lonesome Alone" met rustige accordeongeluiden laten Tim's stem nog meer schitteren en maken van deze cd een van de beste uit het lijstje met de 14 titels. Voor één keer was de promokreet "All Killers, No Fillers" hier op zijn plaats geweest. Maar Too Slim gebruikt 'm niet. Bescheidenheid siert de meester.
(RON)


 

 

OWEN HOGAN
THE RIVER AND THE HILL
Website
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

De Australische singer-songwriter Owen Hogan woont aan de Gold Coast (er zijn allicht minder mooie verblijfplaatsen in de wereld) en treed er regelmatig op in clubs als soloartiest en soms ook met een eigen begeleidingsformatie. Dat hij het kwetsbare bestaan als artiest niet onderschat heeft bewees hij door eerst te kiezen voor de studies. Hij behaalde een diploma als Bachelor in de Hedendaagse Muziek aan de universiteit van Southern Cross in november 2007. Daarna was de tijd gekomen om zijn muzikale ei te leggen via een eerste ep “The River And The Hill” met daarop vijf zelfgeschreven songs die verrassend fris klinken. De muzikale stijl waarvoor gekozen werd situeert zich ergens tussen folkrock, blues en country. Zelf zegt hij dat zijn teksten gaan over het leven, het sterven en alles daartussen in. Dat hij in zijn jeugd sterk beïnvloed werd door de lokale country en folkmuziek kan hij niet echt wegsteken want deze kenmerken zijn prominent aanwezig in de meeste liedjes. De begintrack “Waiting For The Day” kon intussen al op heel wat airplay rekenen op diverse radiostations in thuisland Australië en “Northern Tablelands Express” belandde op de officiële Tamworth Country Music Festival 2008-compilatie cd. Zelf werd Owen Hogan geselecteerd als finalist voor de Toyota Star Maker 2008-wedstrijd. Voor dit album heeft hij een uitgebreide schare extra muziekinstrumenten en muzikanten toegevoegd aan zijn akoestisch geschreven liedjes. Zo worden de mandoline en de slidegitaar in enkele nummers boven gehaald en zorgen zo voor een bijzonder frisse sound in de songs. “Open Up Your Door” is de swingende afsluiter van deze debuut-ep, maar echt bekoren doet Owen Hogan met de rustigere ballads “Waiting For The Day” met hartverwarmende vocalen en “Northern Tablelands Express”. Het lekker op een drumriff voortkabbelende “Hope Love Freedom” verdient ook een eervolle vermelding. Ik zou zeggen: maar snel meer van dit moois in een full-cd.
(valsam)


P. VAN SANT

Nu P. Van Sant aan een nieuwe fase in zijn carrière begint en de repetities voor zijn nieuw album volop bezig zijn, is het wenselijk om eens terug het licht te laten schijnen op deze artiest en vorige uitgebrachte cd’s. P. Van Sant, late veertiger, werd al als tiener door de muziekmuze verlokt, die op de Zwarte Muze van de Delta Blues geleek. In het Leuvense richtte hij het bandje ‘The Boxcars’ op, dat in 1982 de finale haalde op Humo’s Rock Rally. De zes profileerden zich met covers van bluesrock of leunden aan bij ‘Good Time’ muziek. En vermits de jonge gasten wisten hoe hun instrumenten te bespelen, stonden de organisatoren klaar om hen te boeken. Tien jaar lang maakte Sante hier deel van uit samen met Monsieur ‘lange’ Pol en Luk De Graaf. De band, meegesleept in een nogal roerig uitgangsleven, splitte uiteindelijk. P. Van Sant speelde daarna in nog enkele andere groepjes met namen als ‘The New Boxcars’ en ‘Double Aces’. In dat laatste speelde B. Van Huyck mee, die nu nog af en toe P. Van Sant begeleidt. In elk geval deed Sante veel podiumervaring op, wat je trouwens kan merken in zijn Live Acts. Uiteindelijk besloot hij solo zijn weg te zoeken.

 

 

Zijn eerste soloalbum verschijnt in 1996 met als titel ‘This Hounddog Is Still Howling’ uitgebracht door Nederlander Tuur Praet (Dureco). Hierop spelen verschillende gastmuzikanten mee zoals o.m. Vincent Pierins op basgitaar, Raf Timmermans en Ludo Beckers met harmonica. Op Tom Waits ‘No One Can Forgive Me But My Babe’ hoor je duidelijk de invloed van Townes Van Zandt. Op enkele nummers zingt ook Chantal Kashala mee, o.a. op Morganfield’s ‘I Can’t Be Satisfied’. Maar de helft van de songs zijn door P. Van Sant zelf geschreven. Vele bluesthema’s zijn daarin al prominent aanwezig, zoals het verhaal over ‘Jimmy C. Lewis’ en de song ‘Whiskey’. Als hij zingt ‘Well you’ve got Saints and Sinners, Babe I swear I’ve tried both ways’, dan kan je vermoeden dat er in hem ook een Kerouac of Ferlinghetti schuilt. In elk geval stond zijn talent als songschrijver al vanaf het begin vast. Het is trouwens zijn overtuiging ‘dat de song voor hem het werk moet doen’. Dit eerste soloalbum is doordrenkt van country- en authentieke rootsinvloeden, met een eerste voorspellende bluesinslag ‘The blues grab me at midnight, Makes me feel cold and all alone’. - P. Van Sant heeft er blijkbaar geen moeite mee om in een handomdraai nieuwe nummers te schrijven. Meestal vindt hij zijn inspiratie in bruine kroegen of graaiend in de muziek van de oude bluesmannen. Mississippi Fred McDowell noemde hij ooit als één van zijn idolen. In 1998 komt ‘Me And The Guitar Man’ uit. Arthur Praet ligt weer aan de basis. Peter Van Sant schreef deze keer alle songs, waarin hij opnieuw figuren en plaatsen tot leven brengt, typisch voor ‘bluescountry’ mannen. Titels als ‘Uncle Joe’, ‘Berlin ‘44’ en ‘The Black Rose Café’ spreken boekdelen. De wijze waarop hij zijn gitaar en dobro bespeelt doet dit album overhellen naar de swampblues, zompige blues waaraan de donkere ruige stem van P. Van Sant vooral de passie toevoegt. Dit album klinkt ‘rootsy’, bluesrock vermengd met countryelementen. De singer-songwriter brengt hier pure songs bijeen, mengeling van folk, poëzie en New Age blues, waar zwaarmoedigheid, passie, twijfels en dromen elkaar afwisselen. Maar hij zingt ook ‘Can’t Change The Weather’, wat een moeilijker periode inluidt. Eerst verschijnt in eigen beheer nog ‘P. Van Sant Feat. Lazy Horse’, waarop ook Big Dave met mondharmonica meespeelt. Dit album werd in Antwerpen opgenomen in 2000 en bevat naast covers van o.m. Tony Joe White en Tom Waits vier eigen nummers met het lijzige ‘Muddy Waters’.

In 2004 is er dan opeens zijn ‘I’m A Believer’ op Blue Gems dat overal positief wordt onthaald met schitterende recensies. Rootstime schreef hierover :
Voor “I’m A believer”, het nieuwe album dat deze maand op de markt komt koos hij wederom voor een ander label, Blue Gems. Deze nieuwe thuishaven (met o.a. Froidebise, Blinkit en William Souffreau) is voor Van Sant, de perfecte plaats om zijn carrière verder uit te bouwen. Op dit album werkte P.Van Sant samen met David Vertongen(drums), Andries Boone (mandolin,fiddle) en Jasper Hautekiet (The Ballroomquartet) op bas. Gast Steven Troch kan u horen op het rustige “Rex’s Blues” op bas harmonica en harmonica. Opmerkelijk is ook het mooie viool- en dobrospel in dit sterke nummer. "Don't tell me how to do it" is zeer goed te rangschikken in de Amerikaanse countrytraditie, met een alomtegenwoordige viool. Deze feestelijke muziek nodigt dadelijk uit om te dansen, zoals ook "Midlife crisis Blues" een zeer sterke song in de aloude countrytraditie. Kortom we zijn nog maar aan nummer zes van dit twaalf nummers tellende album, allemaal songs met een eigenzinnige mix van blues, folk en wereldmuziek met singer-songwriting van de bovenste plank, uniek en origineel. Afsluiter "Are You Hooked" is er zo één dat voldoende stof geeft om na te denken, zoals de titel reeds laat vermoeden. "I'm a Believer" brengt gewoon : pure geloofwaardige blues/roots in al zij facetten, Made in Belgium. Klasse!

P. Van Sant’s levenspad stuit soms op kruispunten waar hij keuzes moet maken. Hij kent de hoogtes en laagtes van de zijwegen, maar zit nu toch weer op de muzikale hoofdweg waar het de goede richting lijkt uit te gaan. De laatste tijd wordt hij regelmatig gevraagd in het bluescircuit en op de festivalpodia. Telkens laat hij een fascinerende indruk na door de wijze waarop hij als rasmuzikant zijn blues/country/rock zingt en zichzelf met gitaar begeleidt. De festivalorganisatoren zijn eensgezind enthousiast. In Wilsele was het nog een akoestisch set, samen met Bart Van Huyck (van destijds ‘Double Aces’), waarin hij zijn blues beleed. In Meensel-Kiezegem was dat met zijn nieuwe begeleidingsband ‘TUSK’, muzikanten uit Lovenjoel waarbij hij zich goed voelt. Maar steevast wordt hij aangekondigd als één van de meest onderschatte bluesartiesten van België. En wie hem onlangs zag en hoorde, solo of met begeleidende muzikanten, zal dat beamen. Hij werkt nu met de muzikanten van TUSK aan een nieuw album, dat in mei zal uitkomen. Live bracht hij alvast een zestal nummers uit dit veelbelovend album, die hij vermoedelijk ook in Bierbeek Blues d’Up zal brengen. ‘I’m A Survivor’ is er één van.
Marcie

5e Bierbeek Blues’d Up Festival
zaterdag 5 april 2008
CC De Borre te Bierbeek

P. Van Sant & Band
Nina Van Hoorn
David Gogo


 

 

 

 

RICHARD KOECHLI & BLUE ROOTS COMPAGNIE
LAID-BACK
Website Myspace Contact
Info: Evelyne Rosier Contact
Label: Mara Records
VIDEO

 

 

Richard Koechli flirt met talen en met muziekstijlen. Als je niet wist dat hij een Franstalige Zwitser is, dan zou je zweren dat hij ergens uit de buurt komt van La Fayette of de Franse kwartieren van New Orleans. Op ‘Laid-Back’ zingt hij zowel in het Engels als Frans en wat zijn songkeuzes betreft, deze omschrijft hijzelf als songs met ‘des racines du Blues à l’âme du Folkrock’. Beter zou ik het niet kunnen zeggen. Zijn vorig album verscheen ook al onder de veelzeggende naam ‘Blues Celtic Mystery’. Qua honkvastheid heeft Richard troubadourneigingen. Hij pendelt van Zwitserland naar Frankrijk of omgekeerd. In Zwitserland werkt hij o.m. als studiomuzikant. In Frankrijk wijdt hij zich aan het schrijverschap en ik zou alvast eens graag zijn ‘Masters Of Acoustic Bluesguitar’ ter hand nemen, één van zijn drie muziekboeken. Maar hij deelde ook het podium met Larry Garner, die wel niet zijn uiterlijk kon herinneren, maar zeker wèl zijn slidegitaar. Op zijn Stratocaster beoefende hij deze techniek al van de late jaren 1970. Op deze ‘Laid-back’, al zijn vierde cd, hoor je Richard’s verbondenheid met twee culturen, maar zonder dat het aan de buurlanden ophoudt. Want ergens vertoont zijn swampblues eveneens verwantschap met de sound van Fred McDowell, Elmore James en met de latere generatie, J.J. Cale, Ry Cooder en Zachary Richard. Zelf doet Richard’s stem mij aan Stephan Eicher denken, die ook die frisse mix van folkrock, blues en cajun kan dooreen mengen. Opmerkelijk ook dat Richard Koechli eerst de woorden schrijft, die hij pas daarna op muziek zet. Hij laat zich hier begeleiden door de ‘Blue Roots Compagnie’, die vijf instrumentalisten telt, waarvan vooral Patrick Bütler met zijn viool een originele sound creëert. Maar ook de bluesharp van Dani Lauk en David Zopfi’s basgitaar zijn onmisbaar voor de blank/bruin zwarte kleur van dit album. Richard’s songs zijn soms melancholisch, soms dansbaar en verhullen vaak zijn scherpte en ironie. Maar zijn slidegitaartechniek overtreft alles. Zijn gitaar -‘My Slide is Crying’- spreekt immer de waarheid en scheurt, schreit, zindert en zalft zoals het leven zelf. In ‘Laid-back sur Hamac’ hoor je een ontspannen gitaarstijl à la Mark Knopfler, die je al wiegend over de kleine tegenslagen heen helpt. Maar in ‘Raccourcir’, verpakt als folkrock, schreeuwt de gitaar het protest uit tegen het uitdeinend fenomeen van zelfmoord. In ‘Sexappeal’ leunt hij aan bij de folksongs van de Louisiana Acadians en in ‘Ce Soir’ danst het Cajun feestje met viool naar een climax toe. Het mooie ‘Searching For A New God’, waarin mandoline en viool een transcendente weg oversteken, neigt naar een Spiritual. En het allermooiste ‘Blue Lord’ is door en door oude bluestaal, genre Blind Willie Johnson, maar dan eigentijds getransformeerd. In ‘Une dernière fois’, een late hommage aan een straatmuzikant die hij ooit kende, zingt Richard dat ‘als je een straatmuzikant negeert, je riskeert om zijn ster te doven’. Het is praktisch onmogelijk om dit album voorbij te lopen.
Marcie


 

 

ANDY COWAN
ANTHOLOGY
Website Contact
Label: Warner music
VIDEO

 

 

De Australische singer-songwriter en bluesartiest Andy Cowan, is zoals ik het hier al meermaals aangehaald heb, weer één van die verborgen muzikale juweeltjes van "Down Under". Moest deze man niet in het verre Australië wonen was hij hier waarschijnlijk al een grote naam. Zijn sound, die elementen bevat van jazz, soul, blues en rock is in een woord prachtig. Andy is een uitstekende pianist en een begenadigde zanger. Zijn oeuvre bestaat uit vijf cd’s en één dvd en dit is een synthese daarvan. Zijn debuut uit 1999 "Train I'm On" levert 4 songs voor deze cd. In 2001 verscheen dan "One Of These Days", een cd opgenomen in St Andrews, een lokatie waar veel bekende Australische live cd's opgenomen werden. Ongeveer een maand geleden besprak ik nog Geoff Achison's live cd die er ook opgenomen werd. De afsluiter "Losin’ Hand" van deze lange cd die maar liefst 19 songs bevat, komt uit deze live cd. "10.30 Thursdays" is de opvolger in 2003 en levert ook 4 songs. Deze werd daarbij ook nog eens "cd van het jaar 2003" in Australië. Een jaartje later is het dan al de beurt aan "Sweet Release", waarschijnlijk wel Andy's belangrijkste werk. Niet minder dan 6 songs komen hieruit. Daarna volgde nog de dvd "A Tale Of Two Cities" met live registraties van concerten in Melbourne en Sydney. "Troubadour Nights" is het voorlopig laatst verschenen werkstuk. Deze cd verscheen in 2006 en drie songs komen hieruit. "Troubadour Nights" was een cd met songs van bekende songwriters als Dylan, Neil Young en vele anderen. Als pianist is Andy Gowan een meester. Men noemt hem in zijn thuisland wel eens de man met de gouden vingers en "King Of The Keys". Hij vermengt stijlelementen van pianisten als Fats Waller en Leon Russell, maar ook de invloeden van New Orleans schemeren duidelijk door, ik hoor Fats Domino, Dr.John en Professor Longhair. Zijn stem heeft dat lekkere gruizige timbre en samen met heel veel saxofoonwerk dat me regelmatig herinnert aan Bob Seger en de saxsolo's van Clarence Clemmons bij Springsteen levert dat mooie ballads op. Andy Gowan is een sterke songwriter, slechts enkele covers op deze verzamelaar. "Jersey Girl" is daar ééntje van, een Tom Waits compositie op het lijf geschreven van Andy. De soulvolle stem van Andy maakt dat elke song die hij brengt je echt raakt diep in je hart. Het bluesy "Never Look Back" is prachtig, deze live opname laat ons pas echt horen wat een groot artiest hij is, het applaus op ’t einde zegt bovendien genoeg. "I’m Your Man" klinkt nog meer als Tom Waits dan "Jersey Girl", hoewel het hier om een Leonard Cohen cover gaat. Zeer sterk is ook "Elvis is King" een medium tempo bluesy song met prachtig gitaarwerk. "Train I’m On" is de song waarmee Andy mijn aandacht trok, de eerste song die ik ooit van hem hoorde, en die mij dadelijk deed beslissen om contact met hem op te nemen. Het jazzy nummer "Chelsea Morning" waarin Andy toont wat een sterke verhalenverteller hij is, klimt vooral door de mooie pianopassage, gevolgd door een prachtige saxsolo naar een hoger niveau. Hoogtepunten genoeg anders: het mooie poëtische en prachtig, gevoelige gezongen "Sweet Release" titelsong van de gelijknamige cd. Of "Heavy Love", één van de meest bluesy songs op deze "Anthology" en vocaal ook van een zeer hoog niveau; wat mij betreft de absolute hoogvlieger op deze release. Dan komt nog "Losin’ Hand", de jazzy afsluiter en tweede live opname, en ook deze song laat geen enkele twijfel bestaan over het feit dat Andy, naast een uitstekende zanger, bovendien een sublieme pianist, en ook nog eens een grote entertainer is. Klasse is dit alles, en een volstrekte aanrader voor zowel blues- als jazzfans.
(RON)


 

 

 

DALE DENKER
URBAN MILO
Website Myspace Contact
CDbaby

 

Ook late roepingen kunnen uitdraaien op een succes. Dale Denker pakte pas zeven jaar geleden de gitaar ter hand en ontdekte dat hij een liedjesschrijver was. De staat Missouri is daarvoor een gunstige bodem. Het land wordt daar immers vanouds bevolkt met eenzaten, armoezaaiers, lifters, gasten met een drankprobleem, Trash- en barmeisjes. Maar ook met engelen en gitaristen, die naar hun liefje hunkeren of naar hun gitaar. Althans zo ziet het eruit in de songwriterwereld van Dale en zijn elf songs, door hemzelf omschreven als een fusie van stedelijk/landelijke thema’s en muziek. Dale Denker zwalpt graag tussen uitersten. Sommige songs hebben een echte bluesinslag zoals ‘Blue Guitar’, anderen hellen over naar country of songs met een sterk J.J.Cale gehalte , o.a. in ‘Count to 5’. Drummer Kevin Hoff is ook een aanwinst, naast alle anderen. Op het dynamische ‘Change the Way You’re Livin’, waarop een familielid harmonica speelt, hoor je dan weer Johnny Cash’ ritmes, maar ook het geflirt met de dood. Vooral gitarist Andy Oxman voelt de sfeerwisseling goed aan en stelt zijn begeleiding in dienst van Dale’s warme zang, die goedgemutst alles met de mantel der liefde bedekt. Zijn aparte zin voor humor geeft vaak een dubbele bodem aan liefdesrelaties en figuren. Op ‘No Money’ komt die spot naar boven, maar op andere is deze meer bezonken. Zelf zegt Dale dat hij beïnvloed werd door Bob Dylan. Ik hoor er toch ook westerninvloeden in of Brendan Croker. Zelfs Kris Kristofferson, zoals hij figuren uitbeeldt die met hun cowboylaarzen nogal ‘weirdo’ door het leven baggeren, een huurmoordenaar ingegrepen. Zijn mix van countryritmes, folk en ballades laat alleszins zien dat Dale een veelzijdig muzikant is die zich niet op één genre wil laten vastpinnen. En wie zou hem dan tegen houden. Ik zie hem bij voorkeur weerspiegeld in zijn eigen songtekst wanneer hij zingt “the next time I get me a 5 dollar bill though I’m bying me a set of guitar strings”.
Marcie


 

 

JEFF HEALEY
MESS OF BLUES
Website
Label : Ruf Records
Dist.: Munich Records

 

Na een lange strijd tegen kanker en aan de vooravond van de release van zijn nieuw album "Mess Of Blues" is de Canadese gitarist Jeff Healey overleden. Toen hij 1 jaar oud was kreeg Healey een retinoblastoom, een tumor in het oog. Zijn ogen moesten geamputeerd worden. In 2005 kreeg hij opnieuw kanker, in zijn benen. In 2007 werden er ook tumoren uit zijn longen verwijderd. Hij kreeg bestraling en chemotherapie, maar dit mocht niet baten. Healey heeft ons op veel te jonge leeftijd (41) verlaten. In 1985 was daar plots de Jeff Healey Band met als leden Jeff Healey (zang en gitaar), Joe Rockman (bas) en Tom Stephen (drums). De cd "See The Light" (1998), waarvan de single "Angel Eyes" een wereldwijde hit werd, kreeg aandacht omdat de gitarist blind was en met de gitaar op z'n knieëen speelde, maar ook omdat hij voor zo'n jochie heel volwassen blues maakte. De blueswereld leerde hem kennen als een livemuzikant bij uitstek, die eigen werk, maar ook bekende songs als "Roadhouse Blues" (The Doors), "White Room" (Cream) of "While My Guitar Gently Weeps" (The Beatles), naar grote hoogten wist te tillen. Na die eerste cd "See The Light" leek de onbevangenheid en zelfs de interesse in het opnemen van cd's snel te verdwijnen bij Healey. In 1995 was de vierde cd bij gebrek aan materiaal al een weinig geïnspireerde covers-cd en de volgende twee cd's waren zelfs verzamelaars. In 2000 en 2002 verschenen respectievelijk "Get Me Some" en "Among friends". Maar deze laatste platen van Healey waren dus niet echt om over naar huis te schrijven en hij is bij zichzelf te rade gegaan. Want Healey verkoos nu de rustigere jazzscene boven de hectische rockwereld. In en om Toronto was hij veelvuldig te zien als gitarist en als trompettist in oude stijl jazzbands. Tevens lijkt Healey meer aandacht te hebben voor zijn eigen bluesclub, waar hij wekelijks optreedt, maar ook naar zijn echte passie, de klassieke Amerikaanse jazz van de jaren '20, '30 en 4'0. Op zijn vorige album, "It's Tight Like That" (2006), een live-cd, (werd opgenomen in de Hugh's Room, in Toronto op 23/8/05), geeft Jeff zich helemaal op trompet en gitaar, bijgestaan door een zeventallig combo, getalenteerde muzikanten uit Toronto die samen the Jazz Wizards vormen. Op het moment van zijn overlijden stond zijn nieuwe album gepland en tevens werd hij geboekt voor het Moulin Blues Festival waar men nu Tommy Castro als plaatsvervangende act heeft gevonden. Maar we gaan het meteen verklappen: Jeff heeft namelijk net zijn eerste bluesrockalbum in acht jaar, een pracht van een plaat op de wereld losgelaten. "Mess Of Blues" is opgenomen met de huisband van zijn bar Jeff Healey’s Roadhouse (bassist Alec Fraser, gitarist Dan Noordermeer, drummer Al Webster en pianist Dave Murphy) en bevat tien tracks waarvan zes studio opnames en vier songs die live de meeste reactie veroorzaakte bij het publiek. Twee werden opgenomen in the Roadhouse club in Toronto en de twee andere in Londen. Naast klassiekers als "Jambalaya", "How Blue Can You Get" en "Shake Rattle And Roll" is het topnummer van de cd, de cover van Neil Young’s "Like A Hurricane" waarin Healey ons gevoelig alle hoeken van het roadhouse laat zien en voelen. Maar ook de versie van The Band’s "The Weight" vlamt als nooit tevoren. "Mess Of The Blues" is een typische Jeff Healey plaat waarmee hij duidelijk terugkeert naar zijn blues-rock roots. Muziek vol fenomenaal en uit duizenden herkenbaar gitaarwerk, maar ook muziek waarin Jeff Healey altijd de song met een kop en een staart voorop stelt. Een afscheid in stijl! Helaas maakt hij deze release zelf niet meer mee, maar laat met "Mess Of The Blues" een nog wat imposanter oeuvre achter dan we al van hem kenden. Dat hij nog lang mag bluesrocken in die grote bar daarboven.