ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008


MALCOLM MIDDLETON - SLEIGHT OF HEART

JESSE MALIN - ON YOUR SLEEVE

GREYHOUND GEORGE - DELTA DOG

ANTHONY GOMES - MUSIC IS THE MEDICINE

TONY MECCA - HELLO, GOODBYE & EVERYTHING IN BETWEEN

GAVAN ANDERSSON - YOUTH IN ASIA

JEFFREY JAMES SUTHERLAND - ALL MY NEAR MRS.

DOUG HOEKSTRA - BLOOMING ROSES

BILLY BRAGG - MR. LOVE & JUSTICE

ARTHUR ADAM - IN A CABIN WITH



 

MALCOLM MIDDLETON
SLEIGHT OF HEART
Website Myspace
Label: Full Time Hobby Records
Distr.: PIAS
VIDEO 1 VIDEO 2

Het Schotse Arab Strap mag dan voltooid verleden tijd zijn, zowel Aidan Moffat als Malcolm Middleton vervolgen solo gewoon hun eigen weg. Aiden Moffett zorgde bij de band voor die in een vet Schots accent uitgesproken teksten over sex, drank en sex. Malcolm Middleton nam de prachtige muziek achter die teksten voor zijn rekening maar is sinds zijn solo- debuut met de prachtige naam "5:14 Fluoxytine Seagull Alcohol John Nicotine" (2002), "Into The Woods" (2005) en zijn vorige plaat, "A Brighter Beat" (2007) duidelijk gegroeid, al gaat zijn nieuwste cd "Sleight Of Heart" wat meer terug naar de basis, met een ingetogen en bijna akoestisch geluid. Middleton toont zich bovendien weer eens een begenadigd tekstschrijver van liedjes, waarin een gezonde dosis melancholie ontwapenend wordt gebracht. Het album begint met het voor Middleton begrippen opgewekte "Week Off", een uptempo song met Barry Burns van Mogwai op piano en Jenny Reeve op viool. Deze song is nog geen minuut onderweg als je merkt dat je naar hartenlust zit mee te treuren met zijn wereldleed. Wat volgt zijn nog acht goede en vooral ook afwisselende songs. Erg gelaagde songs, waarvan iedere song gericht is op het hart, zonder te vervallen in sentimentaliteit. Gelukkig vinden we genoeg van Middleton’s weinig positieve kijk op het leven, de wereld en op zichzelf terug in "Just Like Anything" en "Total Belief". "Sleight of Heart" bevat meer viool en piano dan de voorganger, maar ook hier vallen de vocalen van Jenny Reeve van The Reindeer Section op. Zij heeft een prachtige stem die de vocalen van Middleton goed aanvult. In deze nummers komen Middleton’s teksten vol met "sadness and misery" goed tot hun recht. "Sleight of Heart" bevat drie covers: Madonna’s "Stay", King Creosote’s "Marguarita Red" en Jackson C. Frank’s "Just Like Anything", niet voor de hand liggende nummers, maar Middleton zet deze songs volledig naar zijn eigen hand en zo is van het origineel niets meer te herkennen. Tekstueel is Middleton hoe dan ook weer goed op dreef, al blijft hij zowel qua tekst als muziek vasthouden aan zijn bekende onderwerpen, die hij weet te combineren met elegante melodieën en ontwapenende zang. "Sleight of Heart" is gewoon een must-have.

MALCOLM MIDDLETON LIVE
Zaterdag 12 April 2008
Botanique, Brussel


 

 

 

JESSE MALIN
ON YOUR SLEEVE
Website
Myspace
Label : One Little Indian Records
Distr. : Bertus

 

Zelden iemand zo energiek zien optreden als Jesse Malin. Het was enkele jaartjes geleden in de Rotonde, de kleinste zaal van de Botanique (na de toiletten). Het toen nog beperkt opgekomen publiek ging volledig uit de bol en genoot van deze New Yorkse protégé van Ryan Adams die vaak in één adem de nieuwe Springsteen wordt genoemd omwille van zijn passie en energie tijdens de optredens. Blijkbaar heeft Jesse Malin hier nog niets van verleerd (zie concertverslag door Blowfish op onze concertreview-pagina’s over zijn fantastische show in Hof Ter Lo te Borgerhout op 21 maart 2008). Tijdens die live-shows deinst hij er ook niet voor terug om zijn muzikale helden te eren met een coverversie van hun songs. Zo is Springsteens’ “Hungry Heart” en “Helpless” van Neil Young bij elke show van Jesse Malin steeds weerkerende verplichte kost. Het was nochtans pas in 2002 dat hij in de schijnwerpers verscheen met zijn prachtige cd “The Fine Art Of Self Destruction”, geproduceerd door ’s mans beste vriend Ryan Adams. Twee jaar later verscheen het tweede album “The Heat” en begin 2007 was er “Glitter In The Gutter”, zijn derde full-cd met daarop de song “Broken Radio”, een wondermooi duet met The Boss himself. Tussendoor had hij bijdragen afgeleverd voor twee tribute-albums voor Bruce Springsteen en The Clash. Jesse Malin is net 40 jaar geworden en viert deze gebeurtenis met een tribute-plaat aan zijn muzikale voorbeelden met covers van liedjes die zijn muzikale loopbaan hebben beïnvloed. “On Your Sleeve” is een eerlijke hulde aan zijn idolen en zijn lievelingssongs. 14 covers nemen ons mee doorheen de rockgeschiedenis zoals Jesse Malin ze beleefd heeft in zijn prille artiestenjaren. “Looking For A Love” van Neil Young bijt een beetje verwacht de spits af en “Do You Remember Rock’n’Roll Radio” van The Ramones wordt op een erg knappe wijze van een eigen versie voorzien. “Sway” - een vrij onbekende Jagger/Richards-compositie - wordt door Malin opnieuw in de spotlights gebracht en “Gates Of The West” van The Clash krijgt hier een modern likje verf opgespoten. Ook eerder onbekend is de song “Russian Roulette” van de groep The Hold Steady. De New Yorkse ex punker en rockster brengt een behoorlijk eigenwijze en swingende versie van de Paul Simon-klassieker “Me And Julio Down By The School Yard” waaruit vooral héél veel respect blijkt. Net als voor het legendarische “Walk On The Wild Side” van die andere oer-New Yorker Lou Reed. Met Malin’s nasale stem klinkt “Harmony” van Elton John plots heel anders dan de versie van de gebrilde homo-pianist. Ook “Operator” van The Kills wordt in een leuk verrassend totaal nieuw kleedje gestopt. Nog drie keer kijken we op bij het beluisteren van wat bekendere coverversies: “Sam Cooke’s “Wonderful World”, Tom Waits’ “I Hope I Don’t Fall In Love With You” en Harry Nilsson’s “Everybody’s Talking”. Kritische stemmen zullen beweren dat er niets wereldschokkends op “On Your Sleeve” staat en ik wil ze maar al te graag gelijk geven. Maar niet zonder even fijntjes te vermelden dat ik me toch behoorlijk geamuseerd heb en luidkeels meegekweeld heb met deze liedjes uit ons collectieve muzikale geheugen. In afwachting van nieuw eigenhandig geschreven werk draai ik maar al te graag deze cd van Jesse Malin, een all-time favorite van uw dienaar en ondergetekende (valsam)


 

 

GREYHOUND GEORGE
DELTA DOG
Website Myspace Contact
CDbaby

 

 

Wat maakt dat Canadezen, Zweden en nu ook Duitsers naar de Resonatorgitaar grijpen om hulde te brengen aan de oorspronkelijke countryblueshelden uit het diepe Zuiden van Noord-Amerika. Ergens moeten vanachter de sterren toch bepaalde bluesmannen uit het Deltagebied erop toezien dat hun blueserfgoed niet verloren gaat door hun inspiratie uit te lenen aan bluesadepten met de juiste ‘Vibe’. Greyhound George is een van hen. Dertig jaar lang stond hij open voor deze muziek terwijl hij zich in menig bandje nuttig maakte als slidegitarist/muzikant. Maar pas nu komt hij op de voorgrond met een soloalbum dat hijzelf producete. Als je daartussen een zelfgeschreven song als ‘Greyhound’s Blues’ inlast, dan mag je erop wedden dat Arthur Blind Blake, Tampa Red en Blind Lemon Jefferson hem als blanke geestesgenoot zullen aanhalen. Greyhound George, of Jürgen Schildmann, neemt songs van hen over, maar schreef er zelf ook tien. Hij begeleidt zichzelf met gitaar, dobro, harmonica en voetritmes op een daartoe speciaal geconstrueerd ‘elektrische vloer’, wat een modern effect geeft. Op ‘Wiggle Your Tail’ doet hij dit met de hulp van mandoline. Modern is ook dat hij op sommige nummers de draak steekt met de nieuwe elektronische verworvenheden, zoals op ‘Virtual Bluesman’. De ‘originals’ zouden het ongetwijfeld ook niet kunnen nalaten. ‘Rattlesnake Rag’ is dan weer een getrouwe imitatie van hoe songschrijvers jaren terug kippen en hanen via hun gitaarsnaren tot leven brachten, maar hij doet het met slangengeratel. En in ‘No Mo’ gaat het ook over Babe’s die niet deugen. Bassist Helmut Sprick en vrouwlief Heidi doen af en toe ook mee, wat eigentijdser aandoet. Maar de zucht naar vrijheid in het hunkerende ‘I Wish’ van Billy Taylor is van alle tijden. Treffend weet ‘George’ dezelfde sfeer op te roepen als de bluespioniers, destijds alleen met behulp van hun akoestische gitaar. Soms zitten er wat funky of reggae invloeden te wachten om zich in de Delta Dog vast te bijten, maar de gloedvolle ‘Resonator’ domineert op een wijze die George’s album vooral authentiek maakt. Als je zijn afsluitend melancholische ‘Greyhound’s Lonesome Song’ beluistert, hoor je daarin de droeve weerklank van ‘The House of the Rising Sun’. Greyhound George dankt iedereen die zich inzet om de Blues in deze eeuw vitaal te houden. Hij mag er zichzelf toe rekenen, want als hij zich afvraagt hoe het verder moet als ‘the Blues is Gone’, met iemand als hij zie ik dat zo gauw niet gebeuren.
Marcie


 

 

ANTHONY GOMES
MUSIC IS THE MEDICINE
Website
Myspace
Label: Ruf Records
Distr.: Munich Records

 

Ruf Records, het Duitse label dat bekend staat voor releases waarop het steviger gitaarwerk centraal staat, heeft met deze "Music Is The Medicine" van Anthony Gomes weer een schot in de roos afgevuurd. Gomes speelt bluesrock met een hart vol soul en zelfs wat pop rock invloeden. Een exceptioneel album met twaalf eigen songs, twaalf momenten waar de gitaar centraal staat en die mooi in mekaar zitten. Anthony bespeelt zijn Fender op een bijna virtuoze manier en zijn knappe stem heeft een gruizig randje dat 10 jaar ouder klinkt dan de jeugdige leeftijd die hij er uit ziet. Een erg doorleefde stem zo blijkt, krachtig en toch soulvol in de subtielere momenten. Hij verjongt met zijn poppy elementen de blues door er dingen aan toe te voegen die er normaal niet bijhoren. Een punt wat hij gemeen heeft met Sean Costello, die voor mij zopas één van de beste en vernieuwendste bluesplaten van dit jaar afleverde. Maar we hebben het hier over Anthony Gomes. Zijn mix van funky, met wat pop aangelengde blues is bedwelmend. Zijn begeleidingsband sluit bij hem aan als een goed passende handschoen, of het nu funky, heavy blues is of langzame ballads, ze omhullen zijn leadgitaar met de passende klanken. Ook de productie van Jim Gaines is natuurlijk weer perfect, zoals we hem gewoon zijn, hij is de juiste man op de juiste plaats, speciaal voor gitaristen. Anthony deed de co-productie, en het rijke geluid, met oog voor detail, imponeert zelfs de meest veeleisende luisteraar. In elk van de vele genres die op dit cedeetje de revue passeren is hij perfect bezig. Neem nu "Bluebird", een song die is wat goede bluesrock zou moeten zijn, melodisch en toch met een stevige rock riff, terwijl het funky ritme de basis vormt en naar het einde toe Anthony uitbundig soleert en zo de gitaarfreaks voor zich wint. Anthony spreekt zo niet alleen de headbangende, luchtgitaar spelende luisteraars onder ons aan, maar ook zij die houden van een wat soulvol en eleganter geluid. "Stand Up" is daar een erg sterk voorbeeld van. Het funky dansritme dat doorheen de song loopt wisselt met de heavy gitaargeluiden in een perfecte balans. Het rustigere lichtjes gospel getinte "Love Is The Answer" is er nog zo ééntje: het bewijst dat bluesrock met de nodige vernieuwende elementen best een boeiende muziekvorm kan zijn. "Everyday Superstar" waar de "tube" uit de jaren 70 nog even nieuw leven ingeblazen wordt en voorzien van luchtige funk & pop elementen, maar evenzeer met de nodige scheurende gitaren, is weer zo'n prachtsong. Draai evenwel de volumeknop op rood, want zo kan je deze "Music Is The Medicine" van Anthony Gomes toch het best genieten. Al klinkt hij anders, natuurlijk blijft 't bluesrock, so play loud!
(RON)


 

 

TONY MECCA
HELLO, GOODBYE & EVERYTHING IN BETWEEN
Website Myspace Contact
Label : Outstanding Records
CD-Baby

 

Hij is echt van alle markten thuis en voegt elementen van rock, pop, folk, rock’n’roll en rootsmuziek toe aan zijn songs. We hebben het over Tony Mecca, een singer-songwriter uit Philadelphia, USA, intussen al 52 jaar geworden, gehuwd en in het trotse bezit van vijf kinderen en zes honden om te onderhouden. Toch heeft hij blijkbaar nog tijd over om zich met zijn grote passie muziek bezig te houden. Zijn nieuwste cd “Hello, Goodbye & Everything In Between” bestaat uit niet minder dan 22 liedjes met een grote diversiteit qua stijl, tempo en muzikaal genre. In 2003 verscheen een eerste album van Tony Mecca onder de titel “Purple Monkeys” en twee jaar later was er “Princes Of The New Dark Age”. Met zijn aanstekelijk schurende stemgeluid en catchy melodieën slaagt hij er in om meteen de aandacht van de luisteraar voor zich en zijn nummers te winnen. Via de songteksten probeert hij de geïnteresseerde muziekliefhebber aan te zetten tot nadenken en speelt hij in op diens emoties. De pers dicht hem capaciteiten toe van collega-zangers als Bruce Springsteen, John Prine en John Mellencamp. Het dient gezegd dat zijn Americana-sound inderdaad vrij dicht bij de muziek van deze artiesten aanleunt en derhalve de gewone man/vrouw in de straat meteen aanspreekt. Vrij eenvoudige deuntjes gaan er probleemloos is als zoete broodjes. Ook de romantiek krijgt een behoorlijk groot aandeel in de songs op dit album, bijvoorbeeld in “Boy Meets Girl” en “Love to Me”. Tony Mecca speelt ook alle instrumenten op deze plaat, behalve keyboards en mondharmonica dat hij over laat aan zijn goede vriend David Decca. Vocaal doet hij eerder zeldzaam beroep op twee dames, Gina Davis doet duo vocals voor de song “Yeah Yeah Yeah” en Stephanie Davis voor “Jack” evenals wat backing vocals. Ook zoon Cory Mecca mag één keer meedoen in het nummer “The Night We Danced”. De titel van de plaat indachtig begint het album met de song “Hello” en wordt afgesloten met “Goodbye”. De twintig andere liedjes staan dus voor “Everything In Between”. Zo zijn er zuivere storytelling-songs zoals “Plain Jane And And Average Joe”, “An American Kid (Tuesday Weld)”, “Jack The Ripper” en “The Night We Danced” afgewisseld met swingende rocksongs zoals “We Always Lie”, “Casanova” en “Morning Coffee”. Hoogtepunten voor ondergetekende zijn het emotionele “Father Dear…” en de song “These Irish Eyes”, opgedragen aan de mooie kijkers van Louise McGoldrick, een oud vrouwtje en tevens zijn grootmoeder waar hij 13 jaar lang voor gezorgd heeft. Tony Mecca brengt boeiende verhalen op vrij gemakkelijk te verteren muziek en levert zo een heel mooie derde cd af.
(valsam)


 

 

GAVAN ANDERSSON
YOUTH IN ASIA
Website
Label:Tara Hall Productions


 

Met een muzikale voorgeschiedenis die teruggaat tot voor 1800 is het begrijpelijk dat Gavan Andersson het muziekmaken met de genen meekreeg. Hij startte al heel jong op piano en dwarsfluit, maar toen hij op dertienjarige leeftijd van zijn oudere zus een gitaar cadeau kreeg was hij al gauw tot dat instrument bekeerd. In 1969 begon hij als studiotechnicus bij A.B.C studios in Melbourne. Drie jaar later zat hij echter meer aan de andere zijde van het glas en begon hij meer en meer als studiomuzikant te werken met bekende Australische rootsmuzikanten. Momenteel is hij de gitarist van Andy Cowan, de rootszanger en pianist van Melbourne, waarvan we enkele weken geleden de verzamelaar "Anthology" bespraken. Toch wou Gavan ook eens zijn eigen kunnen tonen op dit mini album dat 6 nummers bevat en zo zijn kunnen als side-man en multi instrumentalist bewijzen. En of Gavan daarin geslaagd is! Al dadelijk van in het begin zijn we daarvan overtuigd, want "Laying The Rail", een song over het keiharde leven van de spoorwegarbeiders in de hete Australische zon, is in één woord prachtig. Levon Helm, J.J Cale en Clapton zijn een paar namen die boven komen tijdens het beluisteren. "Watch The News" is alweer een sterke song, gedragen door de mooie saxofoon van Jimmy Sloggett en Gavan's slide gitaar terwijl Gavans stemgeluid hier wat aan Dr. John doet denken. "Strangers Hands" is prachtig, ook al door het Hammond werk van Andy Cowan. De gelijkenissen met de muziek van de Band steken weer erg de kop op in het "Rustige Home Cookin", "Monkeys On Your Back" en eigenlijk nog het meest in "Train Don't Run" waar daarbij nog eens een mooie slidepassage bijkomt à la Little Feat zodat het even lijkt of Levon Helm en Lowell George een duo presentatie deden. Net nu je er echt intens begon van het genieten is het dan spijtig genoeg al gedaan. Soms zijn mini cd's een zegen, maar als er muziek gemaakt wordt zoal hier, blijf je alleen maar op je honger zitten. Gavan Andersson is voor mij, getuige deze Youth in Asia, niet langer een sideman. Hij kan zijn mannetje meer dan alleen staan. Een full cd vol met dit materiaal, zeker spek voor mijn bek, en met mij ook voor vele andere fans van goede rootsmuziek, zoals de bands waarvan ik net de namen noemde. Gavan heeft 't wel verdiend.
(RON)


 

 

 

JEFFREY JAMES SUTHERLAND
ALL MY NEAR MRS.
Myspace Cdbaby
VIDEO

 

Het schijnt dat hij het jaren lang als ‘Stand-Up’ komiek probeerde waar te maken, want humor is hem op het lijf geschreven. Die humor sijpelt ook door in zijn songs, al is deze van het wrange soort. Maar de rol van dichter bohémien lag deze man uit Tennessee toch beter en het liefst verwerkte hij zijn poëtische teksten in energieke songs. Als kind oefende hij immers al stiekem op de gitaar van zijn oom en amper acht jaar oud schreef hij al een hartbrekende song. In 2003 trok hij naar Nashville en begon intensief te schrijven, zodat weldra twee opeenvolgende albums werden uitgebracht. Met deze ‘All My Near Mrs.’ is hij al aan zijn derde toe, een combinatie van country en americana, spaarzaam overgoten met wat rock ‘power’ van het genre Warren Zevon. Zijn stem herinnert ook beangstigend aan deze van Zevon en de vraag is dan of dit als een voordeel of nadeel werkt. Maar Jeffrey heeft zijn eigen jagende stijl en songvoorkeuren. Hij put daarbij uit zijn wereldse ervaringen, opgedaan in het artiestenmilieu en zijn woelig bestaan. Dat levert songs op met weerhaakjes aan de ene kant ‘She’s My Curse’ en bitterzoete melodieën aan de andere, ‘She Knows Me’ en ‘The Lines On My Face’. Liefdessongs mogen ook niet ontbreken bij een countryman, zeker als je daaraan verslavend vastzit, behalve aan de Cigarettes en de Booze. De begeleiding met gitaren, pedalsteel en drum verlevendigt deze typische Nashville cd, een verzameling van aanstekelijke songs. En ‘Where Has My Country Gone?’ heeft een ‘Jerry Jeff Walker’ dynamiek. Maar als fan van de overleden Warren Zevon vind ik het uiteraard mooi meegenomen dat ik datzelfde stemtimbre kan terugvinden in de wijze waarop Jeffrey zijn herinneringen gestalte geeft. ‘The Whisper of My Shadow’ straalt trouwens dezelfde melancholie uit, waarmee Jeffrey aantoont dat hij met simpele woorden suggestief weet om te springen.
Marcie


 

 

DOUG HOEKSTRA
BLOOMING ROSES
Website Myspace Contact
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Een Amerikaanse singer/songwriter die Doug Hoekstra heet, dat kan niet missen: zo iemand moet iets met Friesland te maken hebben. En inderdaad, de man die onder die naam in de Verenigde Staten een aardige staat van dienst in de muziek heeft opgebouwd, heeft zijn wortels in Marrum, een dorp in het noorden van Friesland. Van daaruit waagde zijn grootvader zich ooit aan het grote avontuur om in Amerika een nieuw leven te beginnen. Doug Hoekstra debuteerde in platenland in 1994 met het album "When The Tubes Begin To Glow", gevolgd door nog eens drie eigenzinnige albums. Sindsdien kan Doug in Amerika bogen op een trouwe aanhang, en heeft hij een welverdiende reputatie gekregen als een man met een oor voor frasering en oog voor detail. Een man die bekend staat als een "songwriter’s songwriter". Hoekstra speelde in eerste instantie in een band in Chicago, maar kwam er al snel achter dat hij beter tot zijn recht kwam als soloartiest. Op die manier kon hij zijn zelfgeschreven liedjes veel beter overbrengen. Hoekstra zegt zelf: "Vlak nadat mijn eerste album uitkwam, ben ik van Chicago naar Nashville verhuisd en toen kwam mijn carrière een beetje op gang. Met die band waarin ik zat speelden we alternatieve country met invloeden uit de blues. We speelden ook dingen van John Lee Hooker. Die invloeden vind je in mijn solowerk terug. Daarnaast hoor je allerlei elementen uit de popwereld, want ik luister naar heel wat soorten muziek en pik overal wat van mee. In elk genre zit namelijk wel wat goeds". Het gebied van pop-, rock- en folkmuziek onderzoekend, combineert Hoekstra ritmische vindingrijkheid met een verbazingwekkend gevoel voor melodie om zo een geheel eigen terrein te ontdekken. Met een kenmerkende indringende stem en sterk gevoel voor harmonische structuur, heeft deze singer-songwriter, die nu al een aantal jaren met groeiend succes vanuit countryhoofdstad Nashville opereert, met zijn negende album, "Blooming Roses", alweer een album van verrassende breedte en diepte vervaardigd. Afwisselend eenvoudig en complex openbaart "Blooming Roses" een onderliggende filosofie dat ieder onderdeel van een opname er is om elk nummer te dienen en te versterken. Variërend van eenvoudige gitaarpartijen naar blije poppretmakerijen worden de nummers aaneengeregen door Doug's charmante stem en opvallend eerlijke teksten, en mede dankzij producer David Henry (Josh Rouse) zijn deze songs nog eens van zeer fraaie arrangementen voorzien. We vinden hier een breed palet aan stijlen, van ingetogen liedjes als "Instinct" tot rockende songs als "Part Of The Problem, Part Of The Solution", het zorgt dat dit album ook na een paar keer horen boeiend blijft. Hoewel zijn muziek niet direct in een hokje te stoppen is, zijn muziek wordt weleens avantgarde-Americana genoemd, zijn er overeenkomsten met Bob Dylan, Nick Drake en Leonard Cohen. "Blooming Roses" neemt de muzikant en luisteraar mee door sonische rijken voorbij het bereik van de meeste singer-songwriters.


 

 

 

BILLY BRAGG
MR. LOVE & JUSTICE
Website Myspace
Label : Cooking Vinyl
Distr.: V2

 

 

Sinds December 2007 behoort Billy Bragg (z’n echte naam is Stephen William Bragg) tot de roemrijke generatie van de vijftigers. De helft van die halve eeuw heeft hij doorgebracht als vertolker van voornamelijk protestliedjes op negen albums. “Mr. Love & Justice” is de jongste worp van deze Britse nationale trots die er in slaagde om zijn volk een geweten te schoppen via zijn songteksten over de politieke, culturele en sociale geschiedenis van Groot-Brittannië. Amper twintig was hij toen hij een vooraanstaande rol opeiste in de Britse punkscène met zijn groep Riff Raff die de ene na de andere single in de hitlijsten bracht, o.a. het knappe “I Wanna Be A Cosmonaut”. In 1981 verkoos Billy Bragg om het te proberen via een solocarrière. Zijn liedjes zijn geënt op blues en politiek geïnspireerde folksongs. Via honderden optredens met gitaar en versterker doorheen heel Engeland slaagde hij er in om doorheen de jaren een hondstrouwe fanbasis te verwerven. In de teksten van zijn liedjes verwerkt hij woede, passie en humor die op de meest direct mogelijke wijze worden geuit. In 1984 verscheen een eerste album “Life’s A Riot with Spy vs. Spy”. Toen Margaret Thatcher overging tot het sluiten van de eeuwenoude mijnindustrie in Engeland was Billy Bragg de man die hier het luidst tegen protesteerde in zijn liedjes. Het leverde hem een titel als ikoon en symbool op voor de strijd van de Britse mijnwerkers. Zijn tweede cd “Brewing Up With Billy Bragg” stond vol met strijdliederen en oproepen tot politieke solidariteit. Hij outte zich als een fervente aanhanger van de Labourpartij in Engeland en trad meermaals op tijdens de verkiezingscampagne in 1987. Zijn derde cd was tot op heden ook zijn meest succesvolle: “Talking With The Taxman About Poetry” leverde enkele hits op en ook zijn samenwerking met Johnny Marr van The Smiths voor die plaat kreeg ruime persaandacht. Daarna focuste Bragg op zijn carrière als echtgenoot en als vader van een groeiende familie. In 1998 verscheen “Mermaid Avenue” een album met tot dan onafgewerkte liedjes van de overleden folkster Woody Guthrie waarvoor Bragg samenwerkte met o.a. Natalie Merchant, blueszanger Corey Harris en de heren van de Amerikaanse alt-countrygroep Wilco. Twee jaar later verscheen part II van die Mermaid Avenue-sessies en beide albums werden genomineerd voor een Grammy Award. Het leverde hem ook de bewonderende jaloezie van Bob Dylan op die deze klus ook graag zelf had geklaard. In 2000 verhuisde Billy Bragg van Londen naar Dorset in het zuidwesten van Engeland en daar begon hij op te treden met zijn vaste begeleidingsgroep The Blokes. In 2003 verscheen “Must I Paint You A Picture?” als dubbele retrospectieve cd met veertig liedjes die zijn muziek en leven de voorbije decennia bepaald hadden. En nu speelt hier “Mr. Love & Justice”, zijn negende cd en volgens de muziekpers zijn meest oprechte en beste album met liedjes die nog steeds zijn maatschappelijke betrokkenheid illustreren maar toch ook wat ruimte laten voor oprechte gevoelens van liefde en andere hartaangelegenheden. “I Keep Faith” (met backing vocals van niemand minder dan Robert Wyatt), “M for Me”, Something Happened” en “If You Ever Leave” zijn nu al klassieke lovesongs. “The Beach Is Free” en “Mr. Love & Justice” leveren mooie rocksongs op en ook het protest tegen de ongelijke strijd van de soldaten in de oorlogen in Afghanistan en Irak wordt beklemtoond in “Farm Boy” en in “Sing Their Souls Back Home”. Cynisch wordt Billy Bragg in “I Almost Killed You” en in “The Johnny Carcinogenic Show”. We willen deze keer echt niet te diep gaan in het beschrijven van de songs op deze plaat. We willen wel zeggen dat je dit album onverwijld aan je eigen platencollectie zou moeten toevoegen zodat je binnen enkele tientallen jaren aan de kleinkinderen kan vertellen dat je deze klassieker in 2008 meteen hebt aangeschaft toen hij op de markt verscheen omdat je toen al direct de topkwaliteit van deze cd wist te onderscheiden.
(valsam)


 

 

ARTHUR ADAM
IN A CABIN WITH
Website Myspace Contact
Label : Almost Modern

 

 

“In A Cabin With…” is een project van de Nederlandse Green Motel-studio waarbij producer Maarten Besseling een actuele artiest uitnodigt in een houten huisje (zie hoesfoto) dat ergens in de buurt van Valdemarsvik in Zweden staat. Aldaar wordt een akoestische set gedurende een weekje zo goed als live geregistreerd en het geheel wordt nadien op cd uitgebracht. Arthur Adam (Ten Cate) is zo’n getalenteerde singer-songwriter die deze eer nu te beurt viel. In een beklijvend naakte versie brengt Arthur Adam zijn liedjes op een wijze zoals we die ook kennen van artiesten als Sufjan Stevens of Damien Rice. De eerste song “Things Are Moving” kluistert je aan de speakers en kan meteen als representatief voor de gehele sessie gebrandmerkt worden. Dromerige en lieflijk gezongen nummers volgen elkaar continu op en muzikaal wordt alles beperkt tot een vleugje piano of gitaar, heel sober geproduceerd en gearrangeerd. Bijzonder genereus zijn deze jongens trouwens want je kan de hele plaat zomaar gratis downloaden op de website van Arthur Adam. De man beschikt over een heel intrigerend stemgeluid en heeft ook het songschrijven meer dan behoorlijk onder de knie. Getuigen daarvan zijn prachtsongs als “You Say You Need Me”, “We Should Never Argue” en het van een stevige drumbeat voorziene “Useless People, Baby”, tevens de meest commercieel gevoelige song. “Pavement”, “A Brief Encounter With Life”, “Life Before Us” en de lichtjes jazzy afsluiter “For The Mourning” zijn stuk voor stuk voer voor intellectuele denkers die dat graag in de grootste rust wensen te doen. Mocht je echter uit zijn op een stevige portie vrolijkheid dan ben je bij deze Arthur Adam niet aan het juiste adres. Maar als je voorkeur er naar uit gaat om melancholisch weg te dromen op de tonen van poëtische songs wil ik je de “In A Cabin With…Arthur Adam” met veel plezier aanbevelen.
(valsam)