ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008


BEN WEAVER - THE AX IN THE OAK

THE HOMEMADE JAMZ BLUES BAND - PAY ME NO MIND

LARRY JON WILSON - LARRY JON WILSON

DUKE ROBILLARD - A SWINGING SESSION

JULIAN FAUTH - RAMBLIN' SON

JACKIE PAYNE I STEVE EDMONSON BAND - OVERNIGHT SENSATION

BILLY BOY ARNOLD - BILLY BOY SINGS SONNY BOY

DIRTBIRD - CATHEDRAL

GRIFFIN HOUSE - FLYING UPSIDE DOWN

TRAVIS "MOONCHILD" HADDIX - DAYLIGHT AT MIDNIGHT

 


 

 

 

BEN WEAVER
THE AX IN THE OAK
Website Myspace
Label: Glitterhouse Records Myspace
Distr.: Munich Records

 

Een nieuwe cd van de met een indrukwekkend stemgeluid gezegende Ben Weaver is altijd iets om naar uit te kijken. Na het fantastische "Hollerin' At A Woodpecker" in 2002 was de reissue van zijn debuut "Living In The Ground" (2000) een aardig zoethoudertje maar ook niet meer dan dat. Zijn vorige cd "Stories Under Nails" (2004) deed ons afwisselend denken aan Tom Waits, Merle Haggard, Townes van Zandt, Leonard Cohen, Bob Dylan en Steve Earle en liet bovendien een doorleefdheid horen die je niet verwacht van iemand die zijn dertigste levensjaar nog niet eens heeft bereikt. Met "Stories Under Nails" bewees Ben Weaver wat hij echt kan en dat is heel veel, het maakte gewoon dit album tot een van de opvallendste Americana-cd's van 2004, een kunstje dat nauwelijks een jaar later wordt herhaal met "Blueslivinghollerin'" (2005), een compilatie van de eerste drie LP's. Op "Paper Sky" (2007) klinkt Weaver ingetogener dan ooit. Zijn anders robuuste liedjes met rauwe stem, hebben plaats gemaakt voor een veertiental piepkleine miniatuurtjes. Ditmaal bespeeld Weaver vooral de toetsen van een piano of synthesizer en deze worden verder subtiel aangevuld door een groepje (gast)musici. Die albums vult hij met cowboy-poetry, rusteloos singer-songwriterwerk en oprechte, beklemmende countrysongs en donkere blues, die het harde arbeidersleven in zijn thuisstaat weerspiegelen. Zijn songs zijn heerlijke, eenvoudige schetsen die recht naar het hart grijpen. Het zijn vertellingen over het leven, de liefde, de hoop en de angst van alledag. Geen grootspraak, maar simpele small men blues, zonder in pathetische bewoordingen of zeemzoete clichés te vervallen. De muziek van Weaver is niet alleen geïnspireerd door de hierboven genoemde grootheden maar komt ook qua niveau akelig dicht in de buurt. Nu dat zijn populariteit eindelijk een beetje van de grond komt, levert de man uit Minnesota met "The Ax in the Oak" al zijn zesde album af, zijn tweede voor het Duitse Glitterhouse. Weaver zoekt op zijn nieuwe plaat het experiment met urbane en industriële thema's en in Weaver-stijl wordt weer volop gebruik gemaakt van beestachtige geluiden en drumcomputers. Daarbij kreeg hij, zoals bij de voorganger, hulp van producer Brian Deck (o.a. Modest Mouse, Iron and Wine). Geruggensteund door een minimale bezetting waarin vooral zachte drums en een slepende cello (Julia Kent van Antony and The Johnsons) primeren, brengt Weaver op deze plaat met simpele pianoriedels of zacht gitaargetokkel zijn songs. Zijn stem klinkt nog steeds schor en droog, maar het weerhoudt hem niet om zo nu en dan eens echt te zingen. Weaver nam deze plaat op in Berlijn, waar hij op een appartement van een vriend verbleef. In zijn liedjes treedt hij op als verteller, iemand die volop de wereld gadeslaat. Zo gaat het nummer "Hawks and Crows", over een meisje dat in de flat tegenover hem woonde, ééntje die non-stop achter de computer aan het werken is. Maar ook hebben de natuur, weersomstandigheden en dieren, nog steeds een prominente rol in zijn teksten. De grootste uitschieter tussen deze country-getinte Americana songs is vooral het melancholieke "Soldiers War", één van de hoogtepunten van een cd die wederom zal behoren tot de meest imponerende Americana-cd's van het jaar. Maar ook songs als "Anything With Words", "Hawks + Crows" en "Alligators + Owls" zijn zeer sterk geschreven. Ben Weaver straalt op deze plaat een vorm van puurheid uit die we zelden tegenkomen in een wereldje waar ego’s overheersen. Naast de iets meer rockende songs als "White Snow" en "Red Red Fox", is alles low profile, terwijl zijn muziek en zijn teksten telkens de krop in de keel oproepen. Eigenlijk is Ben Weaver iemand die door heel de wereld gekend zou moeten zijn, iets wat hij door zijn bescheidenheid nooit zal bereiken. En eigenlijk zijn we daar heel blij om.


 

THE HOMEMADE JAMZ BLUES BAND
PAY ME NO MIND
Myspace
Info: Michael McClune Media & Mktg
Label: Northern Blues Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Als B.B King en Elvin Bishop beiden van je zeggen dat je talent met hopen hebt, de echte blues spirit bezit en een fantastische toekomst tegemoet gaat, dan kan dat als steuntje in de rug wel tellen. Zeker als je hele groep samen slechts 37 jaren telt. Jawel, je leest het goed, de gezamenlijke leeftijd van deze twee broers en hun zusje is 37 jaar. Benjamin Taja Perry, drumster is 9, Kyle Perry, 13 speelt Bas en de oudste, Ryan is de zanger en gitarist en hij is "al" 15. Ze zijn afkomstig uit Tupelo, Mississipi. Zegt dat je wat? Inderdaad, hetzelfde stadje waar een zekere Elvis Aaron Presley het licht zag. De fiere vader Renaud Perry, speelt op ongeveer de helft van de songs mondharmonica als gast. Nadat Ryan de gitaar van vader Renaud leende was ze bijna niet meer uit zijn handen weg te slaan, hij had al na korte tijd een verbluffende techniek en de aandacht die hij hierdoor kreeg maakte dat jongere broer Kyle niet wou achter blijven, hij koos voor bas en wat later wou natuurlijk kleine zus ook meedoen. De resultaten waren verbluffend en een fiere vader belde regelmatig de baas van de in Clarksdale gevestigde bekende bluesclub "Ground Zero" om te vragen of zijn kids, die hun band ondertussen Homemade Jamz genoemd hadden, geen auditie konden doen. Bill Luckett die samen met de bekende acteur Morgan Freeman de club runt, wou echter zo een jonge band niet boeken, tot hij uiteindelijk zwichtte voor de herhaalde telefoontjes van de man die beweerde dat zijn kinderen anders waren, ze speelden blues, real blues. Men stemde toe in een korte auditie en de rest is zoals men zegt… geschiedenis. Ondertussen hebben ze reeds ontelbare malen opgetreden in Ground Zero, op bluescruises en op verschillende grote festivals. Ze zijn, om het zo te noemen een sensatie. Het befaamde major blueslabel NorthernBlues tekende ze ondertussen, en dit is het resultaat. Een sterke release met blues, real blues. Geen kinderspel, maar een indrukwekkende, hechte driemanformatie, waarbij je geen moment zou kunnen vermoeden hoe jeugdig de muzikanten wel zijn. Opzwepende juke joint blues soms zoals de afsluiter "Boom Boom", John Lee Hooker zou apetrots zijn op deze versie. De vermelding op de hoes "This Is not a one hit wonder, this is a band destined for great things" kan ik alleen maar volmondig beamen. Ze werden dan ook tweede in de International Blues Challenge vorig jaar. Reeds vanaf de eerste song "Who Your Real Friends Are" hoor je inderdaad, dit is magie. Geen zwak moment op dit debuut, dat bovendien om het nog indrukwekkender te maken, thuis live in drie dagen opgenomen werd. Letterlijk "Homemade Jamz" dus. Met songs als."Right Thang, Wrong Woman" of de sterke Juke Joint boogies "Blues concerto" en "Pay Me No Mind" waar wat van Burnside's invloeden in doorschemeren is dat geen verwondering. Neem dit maar van me aan, de Homemade Jamz are gonna be big... I mean real BIG

P.S Bekijk hun optreden in Raalte, Nederland in bijgevoegde videofragmenten en hun versie van "Boom Boom" samen met B.B King.
(RON)


 

 

LARRY JON WILSON
Myspace Label: 1965 records
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


 

Het zal wel een raadsel blijven waarom iemand met aangeboren talent, vlot gelanceerd als singer-songwriter, zich nadien een kwart eeuw lang uit de muziekbusiness terugtrekt. Ontgoocheling of andere aspiraties? Omstreeks de jaren 1970 en volgende situeerde Larry Jon Wilson uit Georgia zich in datzelfde clubje waarin ook Kris Kristofferson, Guy Clark en Townes Van Zandt doorbraken. En dan bij Larry opeens stilte. Als je zijn mooie ‘Losers Trilogy’ beluistert met die melancholische stem dan vraag je je toch af wat hem weerhouden heeft? Zingen en spelen deed hij nog, maar dan op gelegenheidspodia of bij voorkeur in nachtelijke sessies met vrienden. In de seventies bracht hij een viertal albums uit met afwisselend folk, blues, narratieve country en americana. Zijn debuutalbum uit 1975 ‘New Beginnings’ werd bejubeld. Maar hij koos niet voor de gemakkelijke weg en dat wordt vaak niet in dank afgenomen. Als een integere artiest wil vasthouden aan zijn eigen visie en persoonlijke songs dan krijgt hij de weerbots. In zijn nieuw titelloze album Live opgenomen in Florida, zo te horen met publiek, ligt het zwaartepunt opnieuw op zijn folkbluesy verhalende songs, die aan een intieme clubsfeer doen denken. Een verduisterd zaaltje, waarin alleen de zanger met zijn gitaar te horen is en daarnaast een hemelsmooie vioolbegeleiding met tragische ondertoon. Het creëert een magische sfeer. Je zou er zwaarmoedig van worden, ware het niet dat de baritonstem van de zestigplusser je aandacht vasthoudt en via zijn songteksten meetrekt naar een lichtbaken waar hoop, verlangen en erbarmen zichtbaar worden. Het intrieste ‘Heartland’ mondt uit in ‘Feel Alright Again’ en na ‘Goodbye Eyes’ laaft hij zijn ziel aan het liefdeslied ‘Rocking With You’, mijmerend als een schommelstoel. Larry vertoeft in die gemoedstemming waarin ook Jimmy LaFave, Derroll Adams, Buddy Miller, Eric Taylor zich graag ophouden. Vooral zijn gevoelvolle gitaarbegeleiding, Ry Cooder in zijn jonge dagen, maakt dat dit album opvalt tussen het doorgaans meer energieke ‘Nashville folkcountry’ materiaal. Zijn evocatieve troubadourcomposities doen eerder denken aan een soundtrack, waarin het desolate van landwegen of de vluchtwegen van desperado’s worden uitgebeeld. ‘Whore Trilogy’ is zo’n ballade. Ergens zingt Larry dat hij noch zilver noch goud bezit, maar hij bezit wel de gave om het hart te raken. Gelukkig dat hij de zilverdraad van zijn songschrijven terug heeft opgenomen.
Marcie


 

 

DUKE ROBILLARD
A SWINGING SESSION
Website
Label: Dixiefrog
Distr: Parsifal (B) Bertus (NL)
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Duke Robillard's cd's zijn altijd weer goed voor afwisseling. De ene keer kiest hij meer voor rock en blues, op andere momenten toont hij zijn jazzy kant. Natuurlijk is deze "Swinging Session" meer een portie van dat laatste. Maar ook bluesliefhebbers (zoals wij bij Rootstime) kunnen van dit moois genieten, want swing is muziek voor iedereen, slechts weinigen kunnen eraan weerstaan. Met zijn romige, warme stem voegt hij bovendien een extra dimensie toe aan zijn sublieme gitaarspel, terwijl vooral de drie saxofonisten Goug James, Gordon Beadle en Scott Hamilton en hammondspeler Bruce Katz belangrijk zijn voor het totaalgeluid dat deze cd brengt. Duke laat de dunne lijn die jazz en blues van elkaar scheidt nog verder vervagen. Deze opname roept de sfeer op van de oude opnames van Duke Ellington, T-Bone Walker, Fats Waller en andere jazz artiesten die de blues in hun jazzy muziek verwerkten. Duke zegt van Charlie Parker en Miles Davis : "They were great blues players." De openingstrack "Deed I Do" van Walter Hirsh en Fred Rose, een song uit 1929, is meteen een prachtig nummer, een song die Duke past als een pas gesneden maatpak. De instrumentale traditional "The Lonesome Road", is een nummer waar het begrip "Swing" tot volle uiting komt. De stempel van Ray Charles zit duidelijk in "Them That Got" en toont ook nog eens wat een prima vocalist Duke zelf ook is voor dit soort songs.Verder krijgen we nog uitstekende bewerkingen van "They Raided The Joint" dat vooral bekendheid kreeg in de versie van Helen Humes, en Irvin Berlin's "The Song Is Ended." Tussen al deze oude swing tunes weet Duke bovendien naadloos enkele eigen nieuwe songs te integreren zoals "Red Dog" en "Swinging With Lucy Mae". Als je houdt van een warm klinkend, sfeervolle, lekker "ouderwetse" jazz en blues cd, dan ben je bij de "Duke" steeds aan het juiste adres. Ook deze keer dus is het genieten geblazen van de stem en gitaar van een van topmuzikanten in dit genre, want een echte "Swinging Session" was dit op zijn minst.
(RON)


 

 

JULIAN FAUTH
RAMBLIN' SON
Website Contact
Label : Electro-Fi Records
Distr.: Parsifal

 

Na de verschijning van zijn alom geprezen debuutalbum "Songs Of Vice And Sorrow" in 2005, ligt nu opvolger "Ramblin' Son" in de schappen en eerlijk is eerlijk, want zoals zijn debuut is zijn nieuwste ook een plaat die je absoluut moet horen. Pianist Julian Fauth is een vocaal supertalent zoals dat maar eens in de zoveel jaren langs komt. Voeg daarbij zijn liedjes die voor het leeuwendeel in de categorie Memphis Slim/Sunnyland Slim vallen en het formidabele productiewerk van Electro-Fi labelbaas Andrew Galloway & Alec Fraser en je hebt een bloedheet schijfje in handen. Julian Fauth is een jonge pianist/singer-songwriter die zich aanschuurt tegen de blues. Barrelhouse jazz met allerlei rare woordenkronkels. Maar wel in schoon gezelschap van o.a. Jason Danley (gitaar), Donne Roberts (gitaar), Andrew Jurecka (viool), Sam Petite (bas), James Thompson (bas), Bob Vespaziani (drums) en maar liefst vier man, Wayne Charles, Paul Reddick, David Rotundo en Ken Yoshioka op harmonica. Een plaat geproduceerd door boven vermelde heren en Julian zelf wekt natuurlijk de nodige verwachtingen. Het zou erg jammer zijn dat enkel barrelhouse piano-blues liefhebbers zijn intieme werkje "Ramblin' Son" zouden oppikken. Fauth speelt inderdaad prachtig en genuanceerd piano, maar daarnaast zingt hij op een onopvallende manier heel goed. Alle nummers heeft hij zelf geschreven, maar ook originele bewerkingen van Rosetta Tharpe’s "Can't No Grave Hold My Body Down", Guitar Slim's "Done Got Over That" en Carter Family’s “Will The Circle Be Unbroken". Fauth is een rasartiest, die zich niet bezig houd met de twaalf maten, drie akkoorden standaardblues, maar als een goed singer-songwriter kan je zijn muziek best omschrijven als Contemporary Blues, muziek om de meest verstokte bluesfan te boeien. Fauth's stemgeluid is eigenlijk niet eens heel bijzonder te noemen, maar toch heeft de man een stem waar je met een gerust hart ‘U’ tegen kunt zeggen. Het kost Julian hoorbaar geen enkele moeite om elke song een indrukwekkende dimensie mee te geven. Elk nummer is doorspekt met een enorme dosis emotie en klaagzang, terwijl zijn relaxte timbre continu in je hoofd blijft hangen. De composities van de nummers zijn eigenlijk niet eens overdreven spannend te noemen, hoewel de muzikale mix van blues en roots magnifiek in elkaar steekt. Helemaal niets mis mee overigens en het maakt eens te meer duidelijk dat Fauth een fantastisch tijdloos document heeft afgeleverd. Naast de reeds vermelde covers en een melancholieke herbewerking van Fats Waller’s “Hopeless Love Affair” met zijn prachtige pianospel en een Django gekleurde viool, schreef hij de overige 14 songs zelf, met als uitschieter het Dylan-esque "East Toronto Nervous Breakdown" met Fauth op gitaar en wederom in duet met Andrew Jurecka’s viool. Het hoogtepunt van het album vind ik terug in het jazzy, bijna Broadway-achtige "Yet Another Stagger Lee", een persoonlijke bewerking van de klassieker, en het reeds vernoemde en hier afsluitende "Can't No Grave Hold My Body Down", songs die het meest geworteld blijven in de traditie. "Ramblin'Son" zal de luisteraar waarschijnlijk niet na een keer luisteren overtuigen, maar de aanhoudende luisteraar zal na meerdere keren luisteren dit album met liefde gaan koesteren.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JACKIE PAYNE I STEVE EDMONSON BAND
OVERNIGHT SENSATION
Website
Label:Delta Groove Distr: Coast To Coast

 

Lekker klinkende soul/blues met R&B injecties en modern klinkende funk ritmes, echt wat waar we bij Rootstime wel oren voor hebben. Jackie Payne die lange tijd het mooie weer maakte bij "Hand Jive" Johnny Otis en zijn revue. Steve Edmonson kennen we van zijn gitaarwerk met topartiesten als James Cotton en Luther Tucker, maar speelde eveneens bij Van Morrison en Maria Muldaur. Hij speelde uiteindelijk vier jaar bij The Dynatones, waar hij Jackie Payne leerde kennen, vooraleer de Payne / Edmonson Band te vormen. Met hun sterke debuut "Master Of The Game" op Delta Groove vorig jaar konden we reeds kennismaken met deze perfecte combinatie van gruizige soulvocals met knappe blazers en snedig gitaarwerk. Beide heren spelen nu ongeveer tien jaar samen, maar hun wortels gaan dieper; in Payne stem zitten de invloeden versmolten van groten als Wilson Pickett, Al Green, Otis Redding en Bobby Bland, terwijl Steve Edmonson via zijn vader Travis persoonlijk les kreeg van Josh White, Lightnin Hopkins en Sonny Terry en Brownie McGhee. Hoogtepunten zat op deze schijf, vooral de langzame pure soul ballads zoals de klassieker "Your Good Thing" en afsluiter "Feel Like Goping Home" van Charlie Rich spreken ons uitermate aan. Dit is Payne in topvorm. Wat niet wegneemt dat de funk van "Bag Full Of Doorknobs" (She changes the locks everytime I leave home) of het aan de vroegere Al Green songs herinnerende titelsong "Overnight sensation". Na deze soul injecties is de pure blues van "Mother In-Law Blues" een mooi contrast, alhoewel Jackie Payne's stem de soul toch weer binnenbrengt. De typische sound van het Hi-label en de geest van Al Green en Ann Peebles krijgen we te horen in het sterke "Midnight Friend". Er bestaan stemmen die me meer raken dan die van Jackie Payne, maar weinigen bezitten zoveel soul. Voeg daarbij het eerder sobere, maar uiterst effectieve en superieure gitaarspel van Steve Edmonson en de blazers van The Sweet Meet Horns en je hebt het recept voor wat voorlopig al één van de betere bluesplaten van het jaar 2008 is geworden, maar die tegelijkertijd de geest van de jaren 60 en 70 ademt.
(RON)


 

 

BILLY BOY ARNOLD
BILLY BOY SINGS SONNY BOY
Website
Label : Electro-Fi Records
Distr.: Parsifal

 

Kijk, dat mag ik wel: een titel die simpel en direct de lading van het gebodene dekt. Nu draait Chicago harmonicalegende Billy Boy Arnold inmiddels ook al lang genoeg in het blueswereldje mee om te weten dat eenvoud vaak de beste keuze is; al in de jaren vijftig was hij een vaste klant in de Chess-studio's. Drie jaar geleden verscheen het album "Consolidated Mojo" (2005) op het label Electro-Fi met opnames die stamden uit 1992, opnames die bleven liggen in de lade van Marc Hummel, die zelf een gevierd harpist is en bewonderaar van Billy Boy. Hummel leende toen zijn band uit voor een sessie die twee toenmalige nieuwkomers liet schitteren: Rusty Zinn en Ronnie James Weber. Billy Boy Arnold behoort tot de eerste generatie Chicagobluesartiesten die ook daadwerkelijk in Chicago geboren is. Al zijn voorgangers, w.o. Muddy Waters, Sonny Boy Williamson, Howlin' Wolf, zijn afkomstig uit het arme Zuiden net als de ouders van Arnold. Billy Arnold werd op 16 september 1935 geboren. Al op zeer jonge leeftijd leerde hij de blues kennen en vooral de platen van John Lee 'Sonny Boy' Williamson (de eerste Sonny Boy) maakte veel indruk op hem. In 1948 ontdekte Arnold dat Sonny Boy Williamson in de buurt woonde. Deze mocht zijn jonge fan graag en hij leerde hem enkele trucs op de mondharmonika. Helaas werd Williamson kort daarna overvallen en hij overleed aan zijn verwondingen. In de volgende jaren raakte de jonge Billy bevriend met artiesten als Blind John Davis, Big Bill Broonzy, Memphis Minnie, Muddy Waters, Johnny Jones, Johnny Shines, Otis Rush, Little Walter en Earl Hooker, die allemaal een rol speelden in zijn ontwikkeling. In 1952 - op 17-jarige leeftijd - kreeg Billy zijn eerste platencontract bij het Cool label uit Chicago. Zijn eerste plaat "I Ain't Got No Money"/"Hello Stranger" werd uitgebracht onder de naam Billy Boy Arnold. Daarna sloot Billy zich aan bij een jonge straatmuzikant/electronicafreak Ellis McDaniel, beter bekend als Bo Diddley, die van een sinaasappelkist een versterker voor hem maakte. In 1955 scoorde Bo Diddley, met Billy Boy Arnold als begeleider, de eerste van zijn vele hits, "Bo Diddley"/"I'm A Man". Hij zou een goede toekomst tegemoet kunnen gaan, maar Arnold wilde geen begeleider zijn. Hij wilde platen maken onder zijn eigen naam. Na een onenigheid met Leonard Chess stapte Arnold de deur uit en hij liep meteen naar de overkant waar zich de studio van VeeJay Records bevond. Hij nam daar "I Wish You Would" op, wat al snel een regionale hit werd. Het nummer werd veel op de radio gespeeld en Billy kreeg de gelegenheid op te treden met mensen als Little Walter en Junior Wells. Ook Muddy Waters nam de jongeman onder zijn hoede. Al snel volgenden meer hits als "I Ain't Got You", "She's Fine, She's Mine" en "Prisoner's Plea" en Billy Boy Arnold - 20 jaar oud - had het gemaakt. Arnold bleef verder spelen in de clubs in Chicago en nam nog meer singles op in de late jaren 50. Zijn debuutalbum "More Blues From The South Side" uit 1963 is een klassieker geworden. Maar helaas kreeg hij in de 60er jaren steeds minder de gelegenheid op te treden en om zijn gezin te kunnen onderhouden moest hij er een baan als buschauffeur bijnemen. In het midden van de negentiger jaren kreeg hij weer de gelegenheid een nieuwe cd op te nemen. "Back Where I Belong" bracht hem weer de status die hij verdiende als Chicago harmonicavirtuoos, en de volgende cd "Eldorado Cadillac" bevestigde deze status nog meer. In 2001 werd dit gevolgd door de uitstekende "Boogie 'n Shuffle" waar hij werd begeleid door Duke Robillard en diens band. Voor zijn nieuwste album "Sonny Boy Sings Sonny Boy", gaan we meer terug in de tijd, namelijk naar zijn mentor Sonny Boy (John Lee Williamson), aan wie Billy Boy Armold op deze plaat nu een hommage brengt, een staaltje van zijn harmonica vuurwerk laat zien en bewijst dat hij als geen ander de harmonica kan beheersen. Begeleid door Billy Flynn (gitaar & mandolin), Bob Stroger (bas), Willie "Big Eyes" Smith (drums) en gast Mel Brown (piano) stookt Arnold vanaf de eerste noten van zijn eigen gepende "$1,000 Bill" het bluesvuurtje hoog op, om dan niet meer uit te laten gaan voor de laatste klanken van "Springtime Blues" drie kwartier later verstorven zijn. Naast nog andere eigen songs: "Around This Old Juke Tonight" en "Squeeze Me Tight" zijn de andere songs natuurlijk van zijn mentor. 14 klassiekers van John Lee Williamson passeren hier namelijk de revue, covers waarin boogie, swing en vooral zijn harmonicablues centraal staan. Dat het deze band niet alleen te doen is om het brengen van zuivere blues waar mondharmonica de boventoon heeft, is een niet mis te verstane boodschap. Ok, Billy Boy Arnold heeft wereldklasse en bij sommige tracks klinkt hij vrij herkenbaar, maar de Chicago blues, de unieke sound van de jaren '50 staat wel degelijk neutraal op deze plaat. Een goudeerlijke bluesplaat.

 


 

 

 

DIRTBIRD
CATHEDRAL
Myspace CDBaby

 

Het lijkt erop alsof het privé-universum van het duo David/Victoria uit ‘Dirtbird’ samengesteld is uit lucht, water en spirituele geesten. Hun atmosferische muziek zeilt als het ware in een feeëriek luchtruim waar droom en verbeelding elkaar hetzij omhelzen hetzij najagen. De poëtische teksten zijn al even doorschijnend, moeilijk te doorgronden en desondanks aangrijpend. Het melancholische ‘I Rose Again’ blaast namelijk een briesje langs je ruggengraat. De cello van gastmuzikant Lillybub, ooit nog cellist bij de Australische ‘The Bedridden’, probeert het allemaal samen te verweven en de contrabas en ebow van Richard Pleasance maakt het soms wat ‘spooky’. De Australische ‘Dirtbird’ zelf bestaat voor de helft uit David M. Lewis, songschrijver en multi-instrumentalist met gitaar, dobro en banjo. Zelf maakte hij vroeger eveneens deel uit van de ‘Bedridden’. Aan de vrouwelijke helft geeft Victoria Moss lieflijk gestalte. Zij neemt de engelachtige zanglijnen voor haar rekening. Ook David zingt, afzonderlijk of harmoniërend met Victoria. ‘Dirtbird speelt al sinds 2002 samen en speelde in pubs, folkclubs en op festivals. Met ‘Cathedral’ brengen zij hun derde album uit met Richard Pleasance als producer. De Cd werd opgenomen in de studio in Elevated Plains, Victoria. Als duo heeft ‘Dirtbird’ al een zekere cultstatus verworven en dat is niet verwonderlijk als je hun donkere visionaire songs beluistert. Invloeden haalden zij bij Neil Young, Cat Power en Gillian Welch en wellicht ook uit de majestueuze vertes in eigen Australië. Om hun muziekgenre te karakteriseren worden beschrijvingen als Alt-country of Indie-rock toegevoegd. De ‘Dirty Three’ en de ‘Cowboy Junkies’ tonen in de verte ook verwantschap. Hun akoestische songs zijn echter tijdloos en ongrijpbaar in die zin dat de songs een imaginaire wereld oproepen waar mensen in de gedaanten van beademde gedichtjes ronddwalen. ‘I See Blue Lights in the Sky, I Hear Voices on the Wind’ is een beklijvend pareltje. Ongewild word je meegezogen in die onaardse muziek alsof je in slowmotion met Dirtbird’s geesten mee moet dwarrelen.
Marcie


 

 

 

 

GRIFFIN HOUSE
FLYING UPSIDE DOWN
Website Myspace
Label: Nettwerk Music Group
Distr.: Munich Records
VIDEO

 

Griffin House is een jonge Amerikaan, afkomstig uit Springfield, Ohio en speelt zelf gitaar en liedjes schrijven kan hij als de beste. In het verleden verraste hij ons al enkele keren met albums als "Lost & Found””, “Upland”, "House Of David Volume One & Two" en "Homecoming", waarop hij een meer pop- en rockgetint geluid liet horen, met duidelijke invloeden van o.a. een Jeff Buckley, Leonard Cohen en U2. Met "Lost & Found” brak hij enigszins door in 2004 en heeft nu vier jaar later voor zijn nieuwste album, "Flying Upside Down", een paar zielsverwanten verzameld, waaronder twee van Tom Petty’s Heartbreakers, keyboardist Benmont Tench en gitarist Mike Campbell, die zich net als de baas bezig houden met het maken van sloom groovende, gevoelige popliedjes. Emotionele, diepgevoelige songs die even goed ergens onopvallend op de achtergrond beluisterd kunnen worden. Wat je er uithaalt, hangt voor een groot stuk af van wat je wilt vinden en van hoe je tegenover verliefde of verdrietige songwriters staat. Feit is wel dat zelfs voor de meest ruimdenkende luisteraar "Flying Upside Down" veel minder naar de keel grijpt dan zijn voorgangers. Met opener "Better Than Love" wordt de toon voor de rest van het album al meteen gezet. Of hij nu het einde van de wereld, grote liefdes of gebroken harten bezingt, steeds zweeft er ergens boven de melodie een heerlijk zonnetje en een geur van zonnecrème, wat Griffin's muziek dan weer de ideale soundtrack voor een rustig namiddagje op het strand of in de zon maakt. Het album is dan ook opgenomen in Manhattan Beach, Los Angeles, Californië. En als u daar dan toch in de zon ligt te braden, neem dan ook gerust uw geliefde mee, want naast de verpaupering van onze wereld blijft ook weer op dit album de hoofdbrok voor de liefde weggelegd. Zonnekloppers met gebroken harten kunnen dan weer bij "Live To Be Free" terecht, want net als elk volleerd singer-songwriter weet Griffin House maar al te goed dat het niet al rozengeur en maneschijn is in de liefde. "Flying Upside Down", is voor de liefhebber van muziek met een gevoelig randje zeker geen slechte aankoop. Griffin House weet wat een song is en heeft er, hoewel het emotionele gedoe soms wel wat langdradig begint te worden, dan ook een volledig schijfje mee volgeperst. Doordrongen van een heerlijk zonnetje en Griffin's warme stem is "Flying Upside Down", dan ook een ideale opwarmer voor de komende zomerdagen, tenminste als die nog moesten komen. Ook op deze plaat legt Griffin House dertien tracks neer, die stuk voor stuk voldoen aan de eisen voor een goede popsong. Naast de opener zijn andere hoogtepunten: "I Remember (It’s Happening Again)", het afsluitende "Waiting for the Rain to Come" en "The Guy That Says Goodbye..", maar dit laatste nummer was ook al terug te vinden op het "Homecoming" album. Vocaal is hij op zijn sterkst in de titeltrack waarin hij zingt: "Take me all the way if you take me at all / ‘Cause I got nothing but the ground to break my fall", naast het mooie piano werk en de woo-hoo-ing backing, denkende aan de jaren 70, horen we hier ook de swingende viool bijdrage van Nickel Creek’s Sara Watson. Maar meestal is de begeleiding sober doch effectief, de melodieën zijn warm en aanstekelijk en ondanks dat zijn melancholische stem niets dan ongeneeslijk liefdesverdriet doet vermoeden, sporen Griffin House's teksten meer dan eens aan tot nadenken. Probleem is alleen dat we dit ook over zijn vorige platen konden zeggen. Op zich is het bewonderenswaardig: House doet wat hij voelt, comprimeert zich niet en staat met beide benen op de grond. Probleem is alleen dat ‘ie daardoor geen stap verder komt.


 

 

TRAVIS "MOONCHILD" HADDIX
DAYLIGHT AT MIDNIGHT
Website Contact
Label: Earwig records
Distr: Parsifal

 

 

"I am the best that I can be, and since no one else can be me, there's none better!"
Travis "Moonchild" Haddix.

 

Naast zijn werk bij Little Johnny Taylor en Arie Bluesboy White, en het schrijven van songmateriaal voor Dickie Williams, Jimmy Dawkins, Micheal Burks en Son Seals, speelde de in Mississippi geboren, maar momenteel in Cleveland wonende Travis Haddix zelf een groot aantal cd's vol, 20 ondertussen. Zijn nieuwste, een re-release van de cd die vorig jaar op het eigen Wann-Sonn label verscheen,wordt nu hier in België verdeeld door het Earwig label. Travis Haddix brengt modern klinkende Chicago blues, die doet Denken aan Jimmy Johnson , Micheal Burks en Son Seals. Maar ook de invloeden van de vroegere Watt/Stax dagen, die er dank zij de blazers en de aparte ritmesectie binnensluipen, zijn duidelijk aanwezig. Vooral Travis' messcherpe, snedige gitaarwerk en de wat funky soulritmes maken dat zijn sound zo hedendaags klinkt.Neem bijvoorbeeld "What To Do" is een pure funkexplosie, waar James Brown om het hoekje komt kijken. "Good Buddy Blues" heeft zowel trekjes van Albert King en Albert Collins gitaarwerk, maar het ritme zit boordevol funk en soulinvloeden. De titelsong "Daylight At Midnight" en meer nog "Backward Baby" heeft Albert King als grote voorbeeld, terwijl de pure soulsong "Who Could I Be?" de hoogdagen van Stax even doet herleven. Dus, voor liefhebbers van hedendaagse soul en blues, voorzien van vinnige gitaarbijdragen: deze cd is net wat je nodig hebt.
(RON)