OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008
FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008
JIMMY ADLER - SWING IT AROUND
MIKE ZITO - TODAY
CHRIS DANIELS & THE KINGS - STEALIN THE COVERS
DR. JOHN AND THE LOWER 911 - THE CITY THAT CARE FORGOT
RY COODER - I, FLATHEAD

JIMMY
ADLER
SWING IT AROUND
Website Contact
Label: Bonedog Records
CDBaby
Jimmy
Adler uit Pittsburg kennen we reeds van 1998 van zijn werk bij The Mohicans,
samen met Larry Nath, van wie we onlangs de uitstekende cd "Live It"
bespraken, (waar hij ook op meespeelde). Beide heren zijn gehuisvest op het
uitstekende "Bonedog" label, waar ze beiden echter buitenbeentjes
blijven. Het overgrote deel van de cd's die er verschijnen, zijn immers echte
soulplaten. Dat is echter voor geen van beide heren het geval. Jimmy is meer
een West Coast swing artiest. Na zijn voorganger de we hier eveneens bespraken:
"Absolutely Blues" live opgenomen in de Boneyard, de huisstudio van
dat label, is het nu de beurt aan "Swing It Around". Zoals de titel
al laat vermoeden, een cd vol West Coast swing. Op instrumentaal vlak zit het
allemaal perfect en swingt het inderdaad als de spreekwoordelijke tiet. De vet
klinkende slide gitaar van Jimmy geeft alle nummer een extra blues injectie.
Ik las dat Jimmy een fan was van het gitaarwerk van Little Charlie en dat hoor
je, regelmatig doet de stijl van Jimmy me denken aan het werk van de Nightcats.
Natuurlijk klinkt het anders door die blazers en is er geen mondharmonica, maar
toch. Erg sterk is "Let's You And I Go Out Tonight" en "Fingertips"
beide goede voorbeelden van die overeenkomst. Jimmy zingt hier zelfs wat als
Rick Estrin. "Get Outa My Kitchen" als contrast, is een Elmore James
slide geïnspireerde blues. De hulp van labelgenoot Mike Sweeney is natuurlijk
ook nooit te versmaden, deze uitstekende bassist is tevens een groot songschrijver,
iets wat hij ook bewees bij soulvoice Billy Price en Larry Nath, bij wie hij
ook zorgde voor de sterkste songs. Dat is ook meteen het verschil tussen deze
cd en zijn voorganger. "Absolutely Blues!" was eerder gitaargericht,
op deze cd is er meer aandacht voor de kracht van de songs. Al in de openingssong
"Liquor Got Loose" is er een gastrol voorzien voor de saxofonist Eric
Spaulding die met zijn "honking notes" het nummer naar een hoger niveau
tilt, net als in het daarop volgende "Think About You". Je merkt het
nogmaals, de Bonedog artiesten zijn een grote familie die steeds op elkaar platen
terug te vinden zijn. Een fijn initiatief, want daardoor krijg je een sfeer
die ervoor zorgt dat artiesten boven hun normale prestaties uitstijgen en prachtplaten
als deze afleveren.
(RON)


MIKE
ZITO
TODAY
Website
Label: Eclecto Groove records
Distr: Coast To Coast
VIDEO 1 VIDEO
2
Het
nieuwe sublabel van het prestigieuze Delta Groove, Eclecto Groove, heeft er
na Ana Popovic een nieuwe aanwinst bij, Mike Zito, uit St Louis, Missouri. Dit
nieuwe label is onstaan uit de noodzaak om naast de "straight blues"
van het hoofdlabel een plaatsje te creëren voor de meer modernere popgerichte
rootsacts. Met Ana Popovic is labelbaas Randy Kortchoff daar reeds wonderwel
in geslaagd en Mike Zito gaat zeker de hoge verwachtingen die in hem gesteld
zijn waar maken. Met zijn zeer soulvolle stem en een prachtig bluesy gitaarspel
als sterke troeven gaat hij het zeker maken. Onthoud zijn naam maar voor de
toekomst. Zito is namelijk niet aan zijn proefstuk, want na vier producties
in eigen beheer is dit dus al zijn vijfde cd sinds zijn debuut "Blue Room"
uit 1996. Door de "full support" van het krachtige Delta Groove achter
zich is er dus weinig twijfel over zijn definitieve doorbraak. Zijn soul/blues/pop
combinatie is met zoveel verve gebracht, en valt te vergelijken met wat we kennen
van bijvoorbeeld iemand als Hamilton Loomis of John Mayer, de nieuwe blues van
de 21ste eeuw, blues aangepast aan de normen van de huidige luisteraars. De
toekomst ziet er goed uit voor Mike, nadat hij omstreeks 2000 bijna dezelfde
weg ging als zijn ex label- en stijlgenoot Sean Costello. Met de hulp van vriend
Walter Trout en vooral zijn nieuwe vriendin geraakte hij er terug bovenop en
kan nu zijn carrière eindelijk uitbouwen. Je hoort 't al, ik geloof in
doorbraak van deze jongen. Geef 'm even de tijd om je te overtuigen en luister
even naar enkele van zijn prachtsongs als "Slow It Down" dat gaat
over de net vermelde ontsporing, of het hoopvolle "Today". Ook sterk
is "Deep Down In Love" en "Hollywood" met zijn funky ritme
en blazers. Dit brengt ons bij de prima productie van David Z en Tony Braunagel
die uitstekend is, wat verwacht je anders met zo een namen. Tussen de muzikanten
merken we ook nog Benmont Tench (Tom Petty) en Mitch Kasmar op, kwaliteit verzekerd
dus. Met een stem die me regelmatig aan de vroegere Fankie Miller herinnert,
leverde dit een verrassend goede cd op. De twee akoestische bonus tracks zetten
vooral die stem nog eens extra in het zoeklicht, het zijn "stripped down"
versies van "Holding out for Love" en de titelsong "Today".
Hoef ik je nog te vertellen dat het hier om een aanrader gaat? Zeker wanneer
je je blues graag "vers" hebt.
(RON)

CHRIS
DANIELS & THE KINGS
STEALIN THE COVERS
Website CDBaby
VIDEO 1
VIDEO 2
Op
een dag in 1989 tijdens het uitpakken van een nieuwe lading import cd's (ik
werkte in een platenzaak), werd mijn aandacht getrokken werd door een hoes van
Neon Parks, de man die verantwoordelijk was voor de vele mooie Little Feat hoezen,
die bleek rond een cd te zitten van een voor mij tot dan onbekende band Chris
Daniels & The Kings. Ik leerde toen dat die groep niet alleen prima muziek
maakte, maar bovendien ook nog erg deed denken aan de zuiderse sound van Little
Feat. Meteen hadden ze er een nieuwe fanatieke fan bij. "That's What I
Like About The South" heette dat kleinood, en het was hun derde cd. "In
Your Face" en "Is My Love Enough" die daarna volgden hadden gelijkaardige
Neon Park hoezen en op de laatstgenoemde schreef Bill Payne nog een song en
speelde Sonny Landreth slide. Alfred Lagarde, de bekende Veronica DJ, die ook
een grote Little Feat fan was, en spijtig genoeg in datzelfde jaar overleed,
draaide de muziek van Chris Daniels zoveel dat de band in Nederland een grote
cultfollowing kreeg, die tot op heden voortduurt. Hun cd "Louie Louie"
werd daarom zelfs aan hem opgedragen. "Music for the happy few" noemde
hij het. Al lang was er echter vraag naar een cd met enkel de covers die ze
ooit deden op hun tien vorige cd's. Het zijn die songs van anderen, met een
backing van blazers die we hier op deze "Stealing The Covers" terug
vinden. Dat gaat van jazzy swing en echte big band nummers als "Choo Choo
Ch' Boogie" en "Sing, Sing, Sing" over rockgetinte songs als
Hendrix "Crosstown Traffic" en John Hiatt's "Riding With The
King". Maar mijn uitverkoren songs blijven toch het sterke "Congo
Square" met de maker Sonny Landreth op slide als gast en de knappe versie
van "Soul Mine" van Average White Band, een van de pijlers van de
funkgeschiedenis. Zelfs Tom Waits "Heart Of A Saturday Night" krijgt
een erg aparte bewerking, de blazers zorgen ook hier voor een heel aparte noot.
Ik weet dat je reeds fan was van Jack, maar ontvang nu ook Chris Daniels uit
Denver, Colorado met open armen. Hun funky blues zal je zeker bekoren, want
het vakmanschap druipt er gewoonweg vanaf.
(RON)

DR.
JOHN AND THE LOWER 911
THE CITY THAT CARE FORGOT
Website
Label: Cooking Vinyl
Distr.: V2
Zijn
nieuwste studioalbum ligt net in de winkels, maar elke schijf van de bijna 68-jarige
Mac Rebennack, alias Dr. John kan bij ons op een warm onthaal rekenen. Dat geldt
zeker voor "The City That Care Forgot", ongeveer zijn 32ste plaat,
een mooi eerbetoon aan een verwoeste stad en een minstens even mooi voorproefje
op nieuw werk van deze bijzondere muzikant. De naam Dr. John is al een aantal
decennia nauw verweven met New Orleans. Luister naar de muziek van deze unieke
muzikant en je hoort, voelt, ziet, ruikt en proeft New Orleans. Het zal dan
ook niemand verbazen dat Dr. John diep geraakt is door de verwoesting van de
door hem zo geliefde stad door de orkaan Katrina. Gevoelens waaraan hij, samen
met zijn band The Lower 911, uiting geeft op "Sippiana Hericane" (2005).
Een snel in elkaar geknutselde EP met een speelduur van zo’n 25 minuten,
waarvan de opbrengst geheel ten goede komt aan een drietal muzikantenorganisatie’s
in New Orleans. Te gehaast opgenomen om te kunnen tippen aan zijn beste werk,
maar het komt wel recht uit het hart en dat hoor je. Jazz, blues, gospel, funk,
rhythm & blues en rock ’n roll; overgoten met een flinke portie New
Orleans voodoo. Het pianospel en de stem van Dr. John zijn nog altijd uit duizenden
herkenbaar en klinken op "Sippiana Hericane" behoorlijk bevlogen.
"City That Care Forgo" is nu de definitieve muzikale reactie op die
ramp, waarvan de gevolgen nog altijd pijnlijk voelbaar zijn en de songwriter
is nog steeds ziedend over de manier waarop de Bush-regering de crisis na orkaan
Katrina heeft aangepakt in zijn zo geliefde New Orleans. Toch heeft de dokter
niet alle hoop verloren. Hoe hopeloos de situatie ook is, muziek brengt altijd
troost en vreugde. "We got music to heal the heart" klinkt het op
"Save Our Wetlands", waar hij de vinger legt op de milieuproblematiek
waar vooral de oorspronkelijke cajunbevolking het slachtoffer van dreigt te
worden. Een stelling waarvan deze plaat het beste bewijs is. Vaak gaat het ook
over het verdriet van de overlevenden, wat zich uit in typische New Orleansjazzachtige
collectieve blazerspartijen, zoals in "My People Need a Second Line",
een song waarin hij zich afvraagt waarom de politie bevel heeft gekregen om
het publieke rouwen in stoeten (een typisch element van de New Orleanscultuur,
en vroeger zelfs een toeristische attractie) te verhinderen. Echt feesten is
er dus niet bij, daarvoor is de kwaadheid en verdriet te groot. Met zijn voortreffelijke
band The Lower 911: drummer/backingvocalist Herman Ernest III, bassist/backing
vocalist David Barard en gitarist/backingvocalist John Fohl, en de medewerking
van een handvol beroemdheden zoals Eric Clapton, Ani DiFranco, Willie Nelson
en Terence Blanchard is "The City That Care Forgot" een bevlogen en
geïnspireerde plaat geworden, een album dat vol staat van jazzy en bluesy
New Orleansfunk. De onnodig lange nasleep van de ramp is de goede dokter een
doorn in het oog, maar prikkelde tegelijkertijd zijn creativiteit. Het resultaat
is dan ook een van de beste platen die de dokter in jaren heeft gemaakt. Elk
nummer is gedrenkt in de rijke muzikale cultuur van het Amerikaanse Zuiden.
De gasten overheersen daarbij gelukkig niet, ze stellen zich dienstbaar op.
Met "City That Care Forgot" levert Dr. John een indrukwekkende muzikale
liefdesverklaring af aan een van de meest muzikale steden ter wereld. Heerlijke
plaat.
TRACKS:
1. Keep On Goin'
2. Time For A Change featuring Eric Clapton
3. Promises, Promises featuring Willie Nelson
4. You Might Be Surprised
5. Dream Warrior
6. Black Gold
7. We Gettin' There featuring Terence Blanchard
8. Stripped Away featuring Eric Clapton
9. Say Whut?
10. My People Need A Second Line
11. Land Grab featuring Terence Blanchard
12. City That Care Forgot featuring Eric Clapton and Ani DiFranco
13. Save Our Wetlands

RY
COODER
I, FLATHEAD
Website
Label: Nonesuch Records
Distr.: Warner Music
Met
het verschijnen van "I, Flathead" voltooit Ry Cooder zijn Californië-trilogie,
het drieluik over "The Golden State", die begon met "Chávez
Ravine" (2005) en vorig jaar het meesterlijke "My name is Buddy"
opleverde. Andermaal is het een conceptalbum, ditmaal met als verteller de in
trailerparks wonende Kash Buk, dragracer, gitarist, eigenaar van twee roestige
Cadillacs en schrijver van 5.000 onsuccesvolle countryliedjes. Cooder neemt
je mee op reis, zowel door de tijd, als door een multiculturele staat, vol markante
types en met een prachtige zelfkant. Met oude getrouwen als Jim Keltner en Flaco
Jimenez laat een opvallend sterk zingende Cooder de puurste (rhythm&) blues,
folk, country, tex-mex en rock-’n-roll herleven zonder dat het nostalgie
wordt.
Ry
Cooder is een Amerikaanse gitarist/zanger/componist geboren in 1947 als Ryland
P. Cooder in Los Angeles. Hij speelde in Taj Mahal's The Rising Sons, Captain
Beefheart & The Magic Band, maar werkte ook zeer veel als studiomuzikant.
In 1984 nam hij de soundtrack voor "Paris, Texas" op. En lezers die
Ry al beter kennen, Ry is zeker de beroerdste niet en is vaak wel te porren
voor een leuke soundtrack. Hij heeft er tenslotte al heel wat op zijn naam staan.
Ook was Cooder medeverantwoordelijk voor de Cuba-hype die rond '99 opkwam, door
zijn werk met de Buena Vista Social Club. In 2003 verscheen de belangrijke wereldmuziek
release "Mambo Sinuendo" van Cooder en zijn Cubaanse evenknie Manuel
Galban. Dat de twee aan elkaar gewaagd zijn bewezen zij reeds in die Buena Vista
Social Club. En dat is dan ook wat Ry Cooder de afgelopen tien jaar vooral bezig
gehouden heeft: namelijk het promoten van de muziek van zijn Cubaanse vrienden.
Cooder kon niet anders dan met een nieuw tot de verbeelding sprekend project
op de proppen te komen. Het prachtige en succesvolle "Chávez Ravine"
(2005), een verborgen arbeiderswijkje in Los Angeles dat ten prooi viel aan
de vooruitgang. Dat Cooder geweldige soundtracks kan maken is dus bekend, maar
ook zonder een bijbehorende film kan Cooder over deze teloorgang van deze Latijnse
enclave, een beeldend verhaal vertellen, bewijst hij voluit met deze plaat,
een plaat die een opvallend vervolg krijgt met een nieuw conceptalbum "My
Name Is Buddy" (2007). Cooder keert op deze plaat in muzikaal opzicht terug
naar de eerste jaren uit zijn carrière. Naar briljante platen als zijn
titelloze debuut uit 1970 en "Into The Purple Valley" uit 1971. Op
"My Name Is Buddy" vertelt Cooder vanuit het perspectief van Buddy
de rode zwerfkat, waarin het leven, de zwerftochten en de politieke opvoeding
van Buddy centraal staan. Wie Buddy Red Cat, Lefty Mouse en dominee Tom Toad
op hun reis door de tijd en de ruimte vergezelt, doorkruist het mythisch Amerika.
Naast stakingen, vakbondslieden, protestzangers, zijn het vooral arbeiders,
gewone mensen en landlopers die zijn liedjes bevolken ... kortom het socialistische
ideaal dat hen in de goede oude tijd nog bond. Zo horen we dan oude Amerikaanse
folk en lichte muziek uit de jaren vijftig, zoals Cooder het in zijn jeugd uit
de krakende radio van zijn ouders moet hebben horen komen. Met "My Name
Is Buddy" wil Cooder de luisteraar laten weten dat een ieder van ons een
beetje van Buddy in zich heeft en dat zijn reis resulteert in zijn ontdekking
wat voor soort kat hij nu is en wat voor kat hij graag wil worden. Zijn nieuwste
album "I, Flathead", is een album met een heel ander concept. Deze
plaat is namelijk het laatste deel in het Californie drieluik waarin niet Ry
Cooder maar country-zanger Kash Buk en zijn band "the Klowns" ons
meenemen naar Californië en de wereld van het racen. Zo heeft dragracer
Dick Nixon in dit derde deel de stellige overtuiging dat het altijd sneller
kan op de enorme zoutvlakte bij Salt Lake City. Californië is hier een
wereld waarin weirdos als Shakey The Alien (vriend van Kash) de norm zijn, gevoerd
door de amusementsindustrie, sci-fi en indianenverhalen. Als we het concept
achterwege laten, stellen we vast dat Cooder muzikaal voortborduurt op de ingeslagen
weg bij Chavez Ravine, en herbergt deze plaat roadsongs, nummers geschikt voor
op de lange en eindeloze Amerikaanse snelwegen. Zulke nummers brengen vaak een
tijdloze feel met zich mee. Net alsof de tijd heeft stilgestaan. We gaan in
ieder geval terug in de tijd hetgeen wordt versterkt door de instrumentkeuze.
Desalniettemin bevat het album een verscheidenheid aan stijlen. Van het R&B
getinte "Drive Like I Never Been Hurt", het komische "Spayed
Kooley" (ode aan de hond) en het romantische "Filipino Dance Hall
Girl" tot het meest rauwe nummer op het album "Ridin’ With The
Blues" (inclusief verwijzing naar zijn periode waarin hij optrad met the
Rolling Stones). Echter de beste nummers op het album worden niet door Cooder
maar door zijn karakter Buk ("5000 country Music Songs") en Juliette
Commagere ("Little Trona Girl") gezongen. Het Californië-drieluik
is doordrenkt van Cooders ontluistering, soms voelbare verdriet over het feit
dat dát Californië niet meer bestaat. Cooder maakt zich duidelijk
boos over de teloorgang van wat hij als zíjn Californië beschouwt,
maar slaat nooit aan het preken. De toon is even warm als lichtvoetig, en Cooder
ontpopt zich, zeker op "I, Flathead", als een bijzonder humoristisch
verteller. "I, Flathead" is een soort road movie, of liever gezegd:
de soundtrack daarbij. Een meesterlijke plaat, eindelijk is hij weer op het
duizelingwekkende niveau van "Bop Till You Drop" (1979), bijna 30
jaar geleden. Vast staat dat Cooder zichzelf weer heeft overtroffen.