ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008


VARIOUS ARTISTS - SISTERS OF THE SOUTH - A WHOLE LIFE OF BLUES

VARIOUS ARTISTS - BLUES, SWEET BLUES

BUDDY GUY - SKIN DEEP

NQ ARBUCKLE - X O K

TIM LOTHAR - IN IT FOR THE RIDE

DAVIS COEN - BLUES LIGHTS FOR YOURS AND MINE

WHISKEY FOLK RAMBLERS - MIDNIGHT DRIFTER

T-MODEL FORD - JACK DANIEL TIME

OTIS READ - TURN A PAGE

BROCK ZEMAN - $100 DIFFERENCE

ROBIN DEAN SALMON - COME ON HOME

 


 

 

VARIOUS ARTISTS:
SISTERS OF THE SOUTH
A WHOLE LIFE OF BLUES

Label: Music Maker / Dixiefrog
Distr.: Parsifal (B) Bertus (NL)

 

 

Stilaan is het vermoedelijk bij iedereen doorgedrongen dat Tim Duffy en echtgenote met hun Stichting Music Maker de liefhebbers van authentieke traditionele blues een dienst bewijzen door met de regelmaat van een Zuiderse kerkklok een album van Afro-Amerikaanse bluesveteranen uit te brengen die anders in de mist zouden vervagen. De een is al meer bekend dan de andere, of minder, want de leeftijden variëren tussen de veertig plussers en negentig minners. Wat destijds de Lomaxen deden bij hun zoektocht naar bluespioniers om hun veldopnames vast te leggen, wordt nu vervolgd in een moderne versie door Tim Duffy. Deze biedt immers aan blueszangers en -muzikanten uit het Zuidelijk deel van Amerika de gelegenheid om hun muziek op plaat te zetten en zo wat bij te verdienen. Maar anders dan bij de Lomaxen draagt hij er via een redelijke vergoeding zorg voor dat zij hun lasten, medische of juridische, wat kunnen verlichten. Op ‘Sisters of the South’ worden veertien Zuiderse Sisters muzikaal in beeld gebracht, enkelen van hen inmiddels overleden na een leven van lijden en bidden. Anderen zijn dan weer springlevend ondanks hun hoge leeftijd, zoals Cora Mae Bryant, Beverly Guitar Watkins en Pura Fe’. Vooral Noord- en Zuid-Carolina zijn sterk vertegenwoordigd, maar ook Georgia. Door dit album uit te brengen bekomt Tim Duffy dat ook de bluesdames eens in het zonnetje worden gezet. Sommigen begeleiden zich met gitaar, anderen met de piano. Terwijl de mannen gitaar speelden op de veranda’s, uitzwermden of in de goktenten en roadhouses drankjes deelden met hun kameraden, moesten de achtergebleven vrouwen de kinderen te eten geven, hen opvoeden en maar zien hoe zij de eindjes aan elkaar konden knopen. Ook zij wilden graag zingen, maar dan gingen de songs wel over hun miserie en Jezus of werd de Kerk hun toeverlaat. Cora Fluker of Essie Mae Brooks behoorden tot deze laatsten. Mae Brooks, dochter van een drumbeat muzikant, weet hoe zij overtuigend een hymne moet zingen. Anderen vonden een uitweg door als vaudeville artieste in de Music Hall’s op te treden. Als Willa Mae Buckner ‘Let Me Play With Your Yoyo’ zingt, zal dit telkens wel gelach en instemming hebben uitgelokt. Etta Baker daarentegen, een andere ontdekking van Duffy, demonstreert haar ‘clawhammer’ stijl op banjo, eigen aan de traditie in het zuidelijk Appalachian gebergte. De variatie aan stemkoloriet is groot. Sommigen zingen met een hoge stem, andere zoeken de diepte. Sommigen speelden reeds van kindsbeen af gitaar, zoals Precious Bryant, of hebben met grootheden meegespeeld, zoals Beverly Guitar Watkins. Anderen zongen of speelden in de anonimiteit, zoals Annie Griggs, muzikale gezellin van Cootie Stark. Zelfs raspaardje Algia Mae Hinton vond de tijd om eigen songs te schrijven, ondanks haar weduwestatus en de opvoedingslast van vijf kinderen. Zowel gospels, blues, folk- en pianoblues, protestsongs als soul, instrumentale en meer jazzy tunes worden hier dus bijeen gebracht op een mooi uitgegeven dubbelalbum met op beiden telkens een vol uur speelduur. Elke bluesartieste wordt kort gesitueerd in het ingesloten attractief fotoboekje. Als extra’s worden er nog twee video programma’s aan toegevoegd van telkens 10 minuten. Zo kan je o.m. visueel op bezoek gaan in Etta Baker’s biotoop. Auditief genieten doe je bij elke artieste afzonderlijk, want alle doorleefde songs stralen intrigerende sfeer uit. Hoe kan het ook anders!
Marcie

Tracks:
CD1
Cora Fluker - Come On Jesus
Cora Mae Bryant - Born to Die
Algia Mae Hinton - Cook Cornbread for Your Husband
Precious Bryant - Wasn’t I Scared
Essie Mae Brooks - I Wrote You a Letter
Beverly Guitar Watkins with her Band - Jesus Is Always There for You
Cora Fluker - Look How the World Has Made a Change
Etta Baker - Sunny Tennessee
Willa Mae Buckner with her Band - Let Me Play with Your Yoyo
Cora Mae Bryant - Cora’s Escape
Essie Mae Brooks with Cool John Ferguson - Got to Run On
Algia Mae Hinton with Taj Mahal - I Ain’t the One you Love
Annie Griggs with Cootie Stark -You Got to Move
Precious Bryant - Fever
Algia Mae Hinton - Going Down the Road Feeling Bad
Pura Fe’ - Motherless Children
Etta Baker with Taj Mahal - John Henry
Willa Mae Buckner with her Band - St. Louis Blues
Algia Mae Hinton - Lima Beans
Pura Fe’ - Great Grammpah’s Banjo
Lucille Lindsay - Old Time Religion
Essie Mae Brooks - I Don’t Have to Worry Where I Spend Eternity

CD2
Sweet Betty - Ain’t That Good News
Algia Mae Hinton - Out of Jail
Mother Pauline & Elder James Goins - Prayed
Algia Mae Hinton - I Want Jesus To Walk With Me
Cora Mae Bryant - Blues Was My Best Friend
Cora Flucker - Shotgun Boogie
Precious Bryant - You Don’t Love Me Would You Fool Me Good
Etta Baker - Talks About the Banjo
Etta Baker - Soldier’s Joy
Etta Baker with Wayne Martin - Old Joe Clarke
Cora Mae Bryant - Hambone
Cora Mae Bryant - It Was Weaver
Marie Manning - Glory, Glory
Beverly Guitar Watkins with her Band - I Know the Lord Will Find a Way
Essie Mae Brooks with her Band - I’ve Been Gone Too Long
Algia Mae Hinton with Taj Mahal - You Don’t Have to Go
Pura Fe’ with Danny Godinez - Hard Time Killing Floor
Etta Baker with Taj Mahal & Algia Mae Hinton - Comb Blues
Etta Baker - Etta’s Rainbow Poem
Willa Mae Bryant - with her Band - Peter Rumpkin
Cora Mae Bryant - 1999
Etta Baker - Going Down the Road Feeling Bad
Algia Mae Hinton - Watcha Gonna Do When Your Good Girl Turns You Down
Cora Flucker - Pray For Me

Wie Beverly ‘Guitar ‘Watkins en Pura Fe’ Live in België wil zien en beluisteren krijgt die kans in het Rivierenhof te Antwerpen, want daar biedt Tim Duffy hen een podium naast de mannelijke bluessenioren. Hopelijk zingt Pura Fe’ daar opnieuw haar ‘Hard Time Killing Floor Blues’ want dat doet zij even pakkend als haar voorganger Skip James.

Bluesavond met Music Maker en Roland
Wanneer: zaterdag 2 augustus, 2008
Plaats: Openluchttheater Rivierenhof - Deurne


 

VARIOUS ARTISTS:
BLUES, SWEET BLUES
Label: Music Maker
Distr.: Blues Promotion

 

Tim Duffy en zijn Denise richtten in 1993 samen met Eric Clapton de een non-profit organisatie Music Maker Relief Foundation op. Het doel was de oude blueslegenden en vergeten helden uit de vergetelheid te halen door hen weer te laten optreden. De stichting wordt mede gefinancierd door muzikanten en acteurs als B.B. King, Morgan Freeman, Taj Mahal, Pete Townsend, Bonnie Raitt, ... Allen zijn er over eens dat muziek en de cultuur van de doelgroep van de stichting ertoe hebben geleid dat er een muziekindustrie is ontstaan waarmee miljarden dollars zijn verdiend. De Duffy's proberen daarvan iets terug te geven aan de morele erfgenamen, die vaak onder erbarmelijke omstandigheden leven. Immiddels heeft het echtpaar een honderdtal muzikanten financieel ondersteund. Daarnaast organiseerden zij duizenden concerten en brachten een zestigtal cd's uit op hun label Music Maker waarvan de distributie hier in Belgie gebeurt door Blues Promotion uit Lauwe.

Wederom zet Music Maker nog levende maar vergeten pioniers van de Southern Blues in het daglicht door een overzicht te maken op hun nieuwste compilatie: een dubbel-cd met 40 nummers waarvan de meeste muzikanten die voor Music Maker hebben opgenomen daarop vertegenwoordigd zijn. De bekenste namen zijn gitariste en banjospeelster Etta Baker, Jack Owens, welke tot aan zijn dood in 1997 in de Bentonia bluesstijl van Skip James speelde en natuurlijk zanger/gitarist Guitar Gabriel, de bluesman met de onafscheidelijke bontmus, die in 1996 overleed, en door de Duffy's wordt gezien als de muzikale grondlegger van hun stichting. Zijn output op dit label is daarom de meest prominente in de catalogus. Tussen de op dit dubbelalbum gepresenteerde artiesten zitten opvallend weing dames. Om er ééntje uit te pikken, Cora Mae Bryant bijvoorbeeld, de dochter van gitaarlegende Curley Weaver uit Georgia. Weaver werkte samen met onder meer Blind Willie McTell en Algia Mae Hinton. Cora Mae's muziek aan die van Mississippi John Hurt doet denken. Carl Rutherford die op cd2 opent met de titeltrack, is een ex-mijnwerker uit West Virginia, die de oude balladen uit zijn geboortestreek levend houdt. Een flink aantal van deze muzikanten is immiddels overleden, maar jonge muzikanten als Mudcat en de Indiaanse gitariste Pura Fé zetten de traditie op eigentijdse wijze voort. Niet alleen vinden we hier de artiesten die reeds een full-cd hebben op Music Maker, ook artiesten die voor het eerst cd geschiedenis maken, als Rufus Mckenzie, John Lee Zeigler, Ron Hunter, Elder Anderson, maar ook vinden we Albert White, Beverly Watkins, Pura Fé, Adolphus Bell, Macavine Hayes en Captain Luke, de artiesten die in augustus van dit jaar in het Rivierenhof zullen aanwezig zijn tijdens een wel heel speciale bluesavond met de Music Maker Relief Foundation en Roland van Campenhout. Namelijk op zaterdag 2 augustus 2008 organiseren ze in het Openluchttheater Rivierenhof (Deurne) deze bluesavond en Music Maker brengt zomaar zes solisten mee, die begeleid worden door directeur Tim Duffy (akoestische gitaar), Ardie Dean (drummer) en Hansel Creech (bassist). De eerste solist is Albert White. Deze zanger/gitarist heeft de legendarische Piano Red als oom. In de jaren ‘60 werd hij zelfs bandleader van de Piano Red's Dr. Feelgood and the Interns. De laatste decennia ontwikkelde Albert zijn eigen sound en toert hij de wereld rond met zijn feel good blues. Zangeres Beverly Watkins was in de jaren ‘60 één van de nurses van Dr. Feelgood and the Interns. Verder staat Watkins bekend voor haar gitaarervaring. Ze wordt dus niet voor niets Beverly ‘Guitar' Watkins genoemd. Ook werkte ze samen met James Brown, B.B. King en Ray Charles. In 2000 werd Beverly genomineerd voor een W.C. Handy Award. Zangeres/gitarist Pura Fé Crescioni staat niet alleen bekend als stichter van het vrouwentrio Ulali, maar is ook bekend door het creëren van een typische eigen stijl en genre dat de traditionele Amerikaanse en hedendaagse muziek mengt. In 1994 werd ze genomineerd voor een Juno Award voor Best Global Recording, en in 2006 won ze een NAMMY (Native American Music Award) voor Best Female Artist. Verder won ze een L'Académie Charles Cross Award voor Best Album. One-Man Band, Adolphus Bell, speelde gedurende 35 jaar op straat. Met zijn blues hits uit de jaren 50 en 60 veroverde hij het hart van iedereen in Atlanta (en omstreken). Na eerst gitaar te leren spelen, leerde hij zichzelf later ook drummen. Verder speelt Bell mondharmonica en is hij een voortreffelijke zanger. Macavine Hayes zingt en speelt akoestische gitaar. Met Macavine's muziek kun je niet anders dan lachen, je problemen vergeten en dansen. Via Guitar Gabriel, master in country blues, leerde hij zanger Captain Luke kennen, met wie hij later samen begon te spelen. De muziek van Captain Luke, ook wel Luther Mayer, vindt zijn roots bij de Afrikaans-Amerikaanse arbeiders en refereert continu naar de blues experience. Over de jaren heeft hij zijn stijl echter aangepast om zo te voldoen aan de noden en wensen van zijn publiek. Met John Ferguson daarentegen creëerde hij de combinatie jazzy soulful blues, soulful bluesy jazz en jazzy bluesy soul, die ze zelf ‘outsider lounge music' noemen. Label-eigenaar Tim Duffy omschrijft tenslotte "Blues, Sweet Blues" als: "This is a collection of the most exiting, unheralded, deep-rooted blues artists of modern times. All genuinely performed by men and women who know from the miseryand joys of life, what the blues is all about". Via twee cd’s en maar liefst 40 tracks maken we kennis met de hoogtepunten uit het imposante oeuvre van Music Maker, opnames uit de periode 1994 tot 2006. En dit van deze pioniers en vergeten helden van de muziek uit het Zuiden van de US, met als belangrijkste staten: Mississippi, Georgia, Alabama, Louisiana, Virginia, Washington, West Virginia, Texas, South & North Carolina. Kortom: Een zeer gevarieerde en erg boeiende verzameling 'roots'-muziek.

Blues
1/Willa Mae Buckner, Cootie Stark & Captain Luke/Let the Good Times Roll
2/Captain Luke/One of these Days
3/Drink Small/President Clinton Blues
4/Robert Wolfman Belfour/ Treat Me Mean
5/Guitar Gabriel/Blues Never Died
6/Guitar Gabriel/Welfare Blues
7/Mudcat/Big Fat Woman
8/Cootie Stark/Metal Bottoms
9/John Lee Zeigler/ Pretty Shoes
10/Albert Smith/Learning to Play Piano
11/Albert Smith/Big Belly Mamma
12/ Eddie Tigner/Slippin In
13/Rufus McKenzie/Mellow Peaches
14/Alabama Slim/I Got the Blues
15/JW Warren/John Henry
16/Carl Hodges/Meet Me in the Bottom
17/Paul Duffy/The Giant Squid
18/Cora Fluker/ Shotgun Boogie
19/Mr. Q/ Juice Headed Woman


Sweet Blues
1/Carl Rutherford/Blues, Sweet Blues
2/Guitar Gabriel/After Awhile
3/Pura Fe/ Hold the Rain
4/John Dee Holeman/One Black Rat
5/Cora Mae Bryant/ Cora's Escape
6/ Macavine Hayes, Whistlin' Britches & Cool John/Mac's Boogie
7/Samuel Turner Stevens/Baby 'O
8/Etta Baker/On the Banjo
9/Etta Baker/Cripple Creek
10/Benton Flippen & Smokey Valley Boys/Susanna Gal
11/Boo Hanks/Step it Up & Go
12/Neal Pattman/Ma's Apple Pie
13/Jack Owens/My Baby's Gone, Soon be Gone Myself
14/Elder James & Mother Pauline Goins/Old Time Religion
15/The Branchettes/One More Day
16/Albert White/A Rose For My Lady
17/Sweet Betty/Your Time To Cry
18/Adolphus Bell/Child Support
19/Ron Hunter/For Yourself
20/Elder Anderson Johnson/God Don't Like It
21/Pat Sky/Many a Mile

Bluesavond met Music Maker en Roland
Wanneer: zaterdag 2 augustus, 2008
Plaats: Openluchttheater Rivierenhof - Deurne


 

 

BUDDY GUY
SKIN DEEP
Website Myspace
Label: Zomba / Silvertone Records
Distr.: Sony Music Entertainment
VIDEO 1 2 3 4 5 - Live @ BOSPOP 2008
Buddy Guy "Skin Deep" (solo version)

 

Zaterdag 12 juli tijdens het Bospop festival bewees Buddy Guy een showman te zijn zoals we er nog maar weinigen vinden. Zelfs na meer dan vijftig jaar optreden weet de 73-jarige gigant nog steeds hoe je een goede en entertainende show neerzet (zie video's Bospop). De gitarist is van grote invloed op de Chicago-blues, maar wordt in 1936 iets zuidelijker - in Louisiana - geboren. Hij maakt al snel naam met zijn rauwe en opwindende liveshows, maar platenlabel Chess weet er geen raad mee ("te hard, teveel feedback"). Wanneer hij in 1957 de overstap naar Chicago maakt, verovert hij de stad. Hij begon er te werken met zijn idool en mentor Muddy Waters, maar ook met Freddy King, Otis Rush, Magic Sam en Willie Dixon. In de jaren zestig onmoet hij harmonicaspeler Junior Wells, een man die lang zijn bloedbroeder zal zijn op een reeks legendarische platen én op het podium. In Groot Brittanië wordt Guy op handen gedragen. Jonge gitaristen als Eric Clapton en Jimi Hendrix raken uitermate geïnspireerd door zijn spel en ook The Rolling Stones gaan voor de bijl. Guy’s muzikale benadering bezorgt niet alleen de blues een nieuwe impuls, maar is daarnaast ook van grote invloed op de rock’n’roll. Buddy Guy vindt in de jaren negentig onderdak bij een nieuwe platenfirma, die alles doet om zijn faam nog verder te verspreiden. Dat werpt zijn vruchten af. Hij brengt een reeks succesvolle cd's uit, houdt daar vijf Grammy's aan over en is opgenomen in de Rock ‘n Roll Hall of Fame.

Als we zijn cd's beluisteren kun je alleen maar tot de conclusie komen dat deze man heel wat voor de muziek heeft betekend. Met name voor de blues. Het experimenteren van nieuwe sounds en invloeden en dan toch aan zijn eigen 'bluesmind' vasthouden, dat is wat Guy doet en "Sweet Tea" (2001) is een plaat waarop hij vele facetten van de blues laat horen. Deze oude man weet zo een brug te slaat tussen de jonge gitaristen en Buddy's eigen leeftijdsgenoten. Want op deze cd hakte Guy er stevig en overtuigend op los. De daarop gespeelde songs waren nagenoeg ook bijna allemaal afkomstig van Fat Possum artiesten als Junior Kimbrough en T-Model Ford, hetgeen een stevige rammelende stijl met zich mee brengt. Ook op "Blues Singer" (2003) veel covers, of eigenlijk alleen maar. John Lee Hooker, Son House, Skip James en Willie Dixon passeren de revue. Het unieke aan deze plaat is dan ook dat Guy zich volledig in het akoestische spel gooit. Bijna net zo uniek als het feit dat B.B. King en Eric Clapton op respectievelijk een en Clapton op twee songs meespelen. In zijn gitaarsolo's op het album "Bring 'Em In" (2005) wil Buddy gelukkig nog wel eens wild om zich heen slaan, en is zo gemakkelijk enige vorm van verveling of kritiek de baas. Op deze cd kreeg hij medewerking van o.a. Keith Richards, John Mayer, Tracy Chapman en Carlos Santana. Hij neemt op deze cd wel echter gas terug waar het moet, zolang er maar een rauw randje aan zit. Maar nu is er dus weer een plaat van Guy, "Skin Deep" op het Silvertone/Zomba label, ééntje waaraan zoals de voorganger een superbudget besteed is en waarop tal van grootheden meedoen. Alles keurig opgepoetst met pro tools en door Sony de wijde wereld in gepromoot. Op deze cd hebben onder andere Eric Clapton, Robert Randolph, Susan Tedeschi en Derek Trucks hun medewerking verleend. De titelsong van het album "Skin Deep" gaat over het feit dat we weliswaar niet allemaal dezelfde huidkleur hebben, maar dat we verder, "onder onze huid" allemaal hetzelfde zijn: "Vroeger speelde ik met een vriendje totdat het van zijn ouders niet meer mocht: ze zeiden dat je zwart bloed en wit bloed had. Maar toen het licht van een zaklantaarn door onze huid scheen, zagen we dat we dezelfde kleur bloed hadden…". Ondanks dat "Skin Deep" retestrak in elkaar steekt en klinkt als een peperdure klok, is er genoeg te genieten voor de liefhebber van de toon van Buddy's elektrische gitaar. In "Lyin' Like a Dog" en vooral het stomende "Hammer And A Nail" en "Who’s Gonna Fill Those Shoes" slaat de paniek zelfs ouderwets om het hart. Adembenemend is Guy dan weer. De gastmuzikanten zorgen natuurlijk ook voor enkele sterke songs, zoals Clapton speelt en zingt in het door merg en been gaande "Every Time I Sing The Blues" en de bijdrage van het echtpaar Tedeschi/Trucks maken van "Too Many Tears" een waar hoogtepunt. Zijn oeuvre is al zo mooi als het is - het is zelfs al geheel afgerond. Dat de oude baas er anno 2008 met een lekkere plaat nog even uit wil halen wat hem toekomt, is hem vergeven. "Skin Deep" is een echte aanrader met heerlijke gitaarblues zoals we van Buddy gewend zijn.


TRACKS:
* 1. Best Damn Fool-With Memphis Horns & Willie Mitchell
* 2. Too Many Tears-With Derek Trucks & Susan Tedeschi
* 3. Lyin' Like A Dog
* 4. Show Me The Money
* 5. Everytime I Sing The Blues-With Eric Clapton
* 6. Out In The Woods-With Robert Randolph
* 7. Hammer And A Nail
* 8. That's My Home-With Robert Randolph
* 9. Skin Deep-With Derek Trucks
* 10. Who's Gonna Fill Those Shoes-With Quinn Sullivan
* 11. Smell The Funk-I Found Happiness


 

NQ ARBUCKLE
X O K
Myspace
Label: Six Shooter Records
Distr.: Bertus

 

Singer-songwriter NQ Arbuckle, alias Neville Quinlan, timmert in zijn vaderland Canada inmiddels al een jaar of zes aan de weg, maar is hier nog altijd relatief onbekend. En dat ondanks het in 2002 debuutalbum "Hanging the Battle-Scarred Pinata" maar vooral zijn uitgebrachte meesterwerk uit 2005: "The Last Supper in a Cheap Town". Dit was niets minder dan een kleine sensatie, mede dankzij Luke Doucet zijn productie. De intensiteit van Quinlans voordracht op deze plaat is zinderend, even absoluut als Ray Lamontagne en zo spookachtig als David Eugene Edwards. Zijn pakkende songteksten bevatten talloze zelfreflecties, cynische kanttekeningen en gevoelige oneliners, die duidelijk maken dat Arbuckle toch vooral een eenzame man is. De band laat de nodige folk-elementen doorklinken in haar muziek waardoor de prachtige teksten en vocalen van Quinlan volop de ruimte krijgen. Quinlan zingt met zijn door whisky aangetaste stem liedjes over het leven aan de schaduwkant, over duistere kroegen, moeilijke relaties en vooral veel drank, heel veel drank. Een fantastische band en lekkere zang van bijvoorbeeld Carolyn Mark doen de rest. Zijn derde album, "X O K" ligt in het verlengde van zijn voorganger, want met een blik benevelt door evenveel verwondering als drank, bekijkt hij nog steeds zijn omgeving en beschrijft wat hij ziet in niet mis te verstane Americana. Wederom haalt zijn vaste band van ‘Arbucklers’ en producer Luke Doucet het schuurpapier over het materiaal voor een meeslepend vat vol backstreet waltzes, ruige meezingkoren en kleine akoestische tranen. Songs die zich niet makkelijk in een hokje laten duwen, waardoor de vorige platen ook niet de waardering oogstten die deze albums verdienden. Ook op "X O K" laat Quinlan zich niet beperken en schiet zijn muziek weer alle kanten op. Muziek waarin zijn band die verder bestaat uit John Dinsmore (bas), Mark Kesper (drums) en Peter Kesper (gitaar) nadrukkelijker aanwezig is dan op deze voorgangers, waardoor de nieuwe plaat van Quinlan een stuk rauwer klinkt dan zijn voorgangers. "X O K" sluit aan de ene kant aan bij de platen van labelgenoot Justin Rutledge die ook als gast aanwezig is op deze plaat of doet soms denken aan Bruce Springsteen en vooral dan diens gruizige stem, maar verkent hiernaast zoveel andere stijlen dat vergelijken eigenlijk zinloos is. Onder de andere gasten treffen we Carolyn Mark, Melissa McClelland, Sam The Record Man eigenaar Jason Sniderman, Ford Pier, violist Chris Church en Miranda Mulholland. Neville Quinlan en zijn kameraden komen uit de omgeving van Toronto maar halen hun inspiratie uit zo'n beetje alle windstreken. Voor zijn nieuwste plaat vond hij die bij de Canadese geschiedenis van de dichter Alden Nowlan, zijnde de eerste gasaanvallen in 1915 bij Ieper die hij mooi in zijn muziek weet te verwoorden. Buiten deze muzikale visualisaties van Nowlan's poëzie, gaan zijn songs ook over het harde levensbestaan in een kleine stad gaande van Alberta naar New Brunswick, maar zoals steeds ook zijn verhalen of beter gezegd lessen, van liefde en vertrouwen. Het draait feitelijk allemaal om die stem van Neville Quinlan en om zijn agressieve aanslag op de akoestische gitaar. "X O K" heeft misschien wat meer tijd nodig om te overtuigen, maar wanneer het kwartje eenmaal is gevallen, is ook dit een plaat die je maar moeilijk los laat. Een plaat die wederom illustreert dat we hier te maken hebben met één van de grootste talenten uit de hedendaagse Canadese muziekscène.


 

 

 

TIM LOTHAR
IN IT FOR THE RIDE
Website Myspace CDBaby

 

 

Van bij de eerste gitaarklanken met zijn akoestische Gibson gitaar word je meegezogen naar de Mississippi Delta oevers in, waar lang geleden blueszangers zich verzamelden om elkaar met muziek op te beuren. Toch is het geen Afro-Amerikaan die de gitaar ter hand neemt, maar een Deense artiest, die jaren terug zijn bandje en drumstel vaarwel zei om solo te gaan rondtrekken. Tim Lothar passeerde al enkele keren België, waar hij op festivals en in bluesclubs veel bijval kende met eigen nummers waaraan het Delta stof zich heeft vastgehecht. Op zijn nieuwe Cd zoekt hij net als op zijn vorige ‘Cut To The Bone’ zijn inspiratie bij Charley Patton en verder bij Sleepy John Estes en Robert Johnson. Gelukkig maar, want in dat ongepolijst geesteswereldje voelt hij zich blijkbaar thuis als in een tweede huid. Onmogelijk anders om met dergelijke drive en ‘feeling’ een eigen nummer als ‘In It For The Ride’ te zingen en er met zijn dobro een authentieke weerklank aan te geven. Onmogelijk ook om te weerstaan aan de driftige New Orleans mood die hij oproept bij Bukka White’s ‘Mississippi Aberdeen’ met die specifieke gitaaraanslag. En in Lothar’s eigen ‘I Will Be Home Again’ klinkt dezelfde hunker door alsof hij zich achter de gospelzangers van het eerste uur heeft geschaard. Piëteitsvol en gezongen met een intensiteit die heimwee en medeleven verraadt. Voor de opname wendde Tim zich tot zijn vriend Georg Boeje Olesen die zijn studio ter beschikking stelde en mee producete. Beiden wilden in de twaalf songs de sfeer van de ‘old style blues’ oproepen, maar er tevens wat innovatieve eigentijdsheid aan toevoegen. Toch bewaarde Tim door de gejaagde wijze van zingen en zijn gitaarspel intuïtief de link met het verleden en het Misissippi blueserfgoed. Zet ‘Honey bee’ naast ‘Careless Love’ en je hoort de verstrengeling. Zowel stem als zijn slide gitaartechniek houden je aandacht wakker. Dat hij bij Live optredens telkens het publiek meesleurt is niet te verwonderen want ook de songs op dit album kluisteren je aan de boxen. Alsof je de kring van omstaanders niet mag doorbreken wanneer daar in het midden een passionele blueszanger zijn rauwe countryblues staat te zingen.
Marcie


 

 

DAVIS COEN
BLUES LIGHTS FOR YOURS AND MINE
Website Myspace
Info: Blind Raccoon CDBaby

 

 

 

Wie van afwisseling houdt zal zeker genieten van Davis’ nieuw album, zanger/gitarist uit Charlotte, Noord Carolina. Opvallend hoe vaak de regio Noord-Carolina opduikt als het erom gaat uitstekende muzikanten af te leveren. Aanvankelijk begon Davis met trompet te leren, amper zes jaar oud. Op zijn elfde werd dat de gitaar, geïnspireerd door Big Bill Broonzy en Howlin’ Wolf. Daarna begon het rondtrekken, solo in clubs of het voorprogramma verzorgend voor illustere blueslady’s en heren zoals Koko Taylor, Junior Wells of John Mayall. Zelfs met de bluesveteranen David ‘Honeyboy’ Edwards en T-Model Ford deelde hij het podium. Die liefde voor blues heeft hem nooit meer verlaten en zijn voorkeur voor de country- of swampblues aangescherpt. Dit viel reeds op op voorgaande Cd’s. Op dit album, inmiddels al zijn vijfde, maakt hij daarbij nog een uitstapje naar New Orleans, Professor Longhair achterna. Daarop speelt een aanstekelijke Adrian Duke op piano, net als op ‘Down In the Alley’. Op dit album liet Davis zich begeleiden door vijf muzikanten, waarbij vooral drummer Joe Izzo opvalt. Zijn onstuimige drumbeat geeft kleur aan deze elf songs, waarvan vier composities van Davis zelf. Vooral het aangrijpende ‘Accelerated Woman’ met slide gitaartechniek doet authentiek aan. Met zijn cichoreistem laat Davis in deze eigen improvisatie, maar ook in de vijf traditionals de authentieke countryblues feeling nazinderen. ‘Jack Of Diamonds’ in het bijzonder spurt met veel vaart door het zuiders landschap op het ritme van de bottleneck en die hoogst persoonlijke Izzo drum. Met het gevoelvolle ‘C.C.Rider’ sluit Davis af en bewijst met dit album dat een terugblik en aanhechting bij de oude blues best vernieuwend kan zijn. De elektrisch bas van zijn broer Trevor Coen of de ‘Doghouse’ bas van Ben Palmer dragen bij tot dat innovatieve, wat dit album zo boeiend maakt. De gebroeders Davis en Trevor Coen zouden niet misstaan hebben in de film ‘O Brother Where art Thou’, als je zijn versie van ‘Since I Laid My Burden Down’ hoort. In plaats daarvan verleende Davis zijn medewerking aan een documentaire over de Hill Country Blues Singers, waaronder de overleden Jesse Mae Hemphill, één van zijn invloeden. Zijn andere idolen Fred McDowell, Blind Lemon Jefferson en Blind Gary Davis, om er slechts enkele te noemen, inspireerden Davis om zich blijvend te laven ‘aan de soep waar het been nog in zit’, zijn metafoor voor de ware countryblues.
Marcie


 

 

WHISKEY FOLK RAMBLERS
MIDNIGHT DRIFTER
Website Myspace Contact
Label : Ravenkaw Records
CD-Baby

 

 

De cd “Midnight Drifter” van de formatie Whiskey Folk Ramblers begint nog lekker ouderwets met een intro en eindigt met een outro. Die instrumentale stukjes klinken als een Ennio Morricone of Calexico-achtige soundtrack met obligate trompetklanken (door Pat Adams) en vergezeld van gezellig meegefluit. Dan volgt een heel mooie spaghetti-western geïnspireerde versie van “Ramblin’ Man” van Hank Williams. Met heel veel respect voor de traditionele folk- en countrysongs brengen ze verder nog twee in een modern kleedje gestoken traditionals. De overige van de in totaal 11 songs zijn zelfgeschreven in dezelfde geest en traditie van Amerikaanse folk, bluegrass en zigeunermuziek. Brein achter Whiskey Folk Ramblers is zanger Tyler Rougeux, een man die al vele watertjes doorzwommen heeft en zijn liefde voor de oude traditionele muziek uit de jaren vijftig en zestig nooit verborgen heeft. Toch zit er ook een vleugje Oosteuropese folk in de klanken van deze groep verwerkt, een beetje in de stijl die we ook kennen van bands als DeVotchKa en the Pogues. De liedjes op het album “Midnight Drifter” zouden als ideale soundtrack kunnen dienen voor de tv-serie ‘Bonanza’ of voor één of andere Sergio Leone-westernfilm. “River Song”, “Goin’ Where I Don’t Know” en “Moaning Rag” brengen zo’n ideale gypsy-Americana mix tussen oude muziek met zigeunersound, echter met de modernste opnametechnieken op plaat gezet. Heel typisch Amerikaanse, gezellige songs ook die de luisteraar in een vrolijke stemming kunnen brengen en uitnodigen tot meezingen en meedansen. De instrumenten banjo, accordeon, mondharmonica, upright bass en fiddle zijn de ideale dragers van de sound die Whiskey Folk Ramblers beoogt te brengen. Even gaat het meer op de zuivere countrytoer in “I’ll Be On My Way” en in de herbewerkte en van opa geleerde traditional “Great Grandson”. “Die Easy” is een nummer waarbij ik me een cowboy te paard voorstel met een gerolde sigaret scheef in de mond hangend en met de hand op de revolver turend over de wijde vlaktes op zoek naar sporen van de slechten. Het nummer mondt uit in een zatlappengezang op Russische zigeunerklanken. De titelsong “Midnight Drifter” drijft op gypsy accordeonklanken en laat een lallende zanger Tyler Rougeux horen. Hier is de Oosteuropese sound van groepen als DeVotchKa en Beirut wel heel dichtbij. Wij kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat een optreden van Whiskey Folk Ramblers steevast uitmondt in één groot feest. Misschien moeten we die band eens naar Europa halen want wij houden te gepaste tijde ook wel van een gezellig feest met veel drank en steengoede muziek.
(valsam)


 

 

 

T-MODEL FORD
JACK DANIEL TIME
Website Label: Mudpuppy
Distr.: Sonic RendezVous
VIDEO

 

Een van de grote namen uit de Clarksdale scène, die samen met onder meer R.L Burnside zorgde voor enorme aandacht voor het Fat Possum label, heeft er, nu hij de tachtig al enkele jaartjes gepasseerd heeft, nog steeds niet genoeg van. Hij is afkomstig uit Forest Mississippi, waar ook de legendarische Arthur Big Boy Crudup vandaan kwam. Na jaren in Clarksdale te leven, woont hij momenteel in Greenvile, Mississippi. Zijn vijf huwelijken, een verblijf in Parchment farm, waar hij bijna vermoord werd, en een twee jaren lange job aan de chain gang in Tennessee, kregen hem zelfs niet klein. Hij maakt dus al heel wat jaartjes "real" blues, trad op Europese festivals en valt nog altijd de vrouwtjes lastig in zijn favoriete juke joint "Red's Lounge" waar deze live cd ook opgenomen werd. Zoals je wel weet moet je van T-Model geen gesofistikeerde opnames verwachten, lekker rommelig en gammel, zo klinkt het bij hem steeds en dat is zowat zijn handelsmerk geworden. De begeleiders deze keer zijn de bijna vijftig jarige mondharmonicaspeler Terry Bean. Hij speelde vroeger reeds met T-Model, maar verliet hem voor lange tijd omdat hij de eeuwige vechtpartijen beu was die uitbraken bij bijna elk optreden. Hij probeert het dus nog maar eens, met het idee dat een tachtigjarige wel wat kalmer zal geworden zijn. Terry kent T-Model nog steeds niet, vermoed ik. Dit is de echte "100% juke joint" muziek, het speciale van de opname is echter dat er enkele solo opnames van "The Taildragger" zoals hij ook wel genoemd wordt opstaan, de eerste in zijn lange carrière. De toevallig aanwezige Sam Carr, de legendarische blues drummer deed op enkele nummers mee. De opnames zijn onderverdeeld in twee zijdes zoals een elpee, en de cd opdruk heeft ook de vinyl look. Side one is getiteld "Boss Of Nelson Street" en de tweede "Taildragger". Dat tijdens de opnames die in één take live zonder overdubs opgenomen zijn, het lekkende dak en de insijpelende regen op drumstel en versterkers het spelen bemoeilijkte draagt enkel bij tot het juke joint charme en stoorde zoals verwacht de ouwe T-Model niet in het minst. Tamelijk wat Jimmy Reed invloeden op deze cd, zo is er de cover van "Big Boss Man", maar ook andere songs zoals "Red's Houseparty" dragen duidelijk die stempel. Arhur Crudup's "That's All Right" en de encore "I Love You Baby" zijn twee rustpunten in deze sfeervolle ouderwetse juke joint opname. Aan die sfeer te horen was het duidelijk Jack Daniel Time!
(RON)


 

 

 

 

OTIS READ
TURN A PAGE
Website Myspace Contact

 

 

Als inwoner van Warren, Rhode Island is de 54-jarige Otis Read aldaar het meest gekend voor zijn werk als groepslid van de Keltische formatie “The Gnomes”. Doorheen de voorbije 30 jaar toonde deze liedjesschrijver zich een geschoolde performer in diverse muzikale genres zoals blues, folk, jazz en Americana. Maar na al die jaren in de luwte kreeg hij uiteindelijk toch de kriebels om ook eens een soloplaat op te nemen. “Turn A Page” is het resultaat van al dat werk en Otis Read mag best trots wezen op deze realisatie. Dit debuutalbum bestaat vooral uit songs in de folk, country en bluesstijl die haast allemaal over de liefde in al zijn aspecten verhalen. De meeste nummers werden dan ook in het land van de liefde - Italië - gecomponeerd tijdens zijn driejarige verblijf in dit Zuid-Europese land. In 2005 kreeg hij een hartaanval en na de lange herstelperiode begreep Otis Read dat het moment gekomen was om zijn zelfgepende liedjes uit de kast te halen en in de openbaarheid te brengen via dit debuutalbum. Titelsong “Turn A Page” is de eerste song op de cd en laat ons Ierse klanken horen met een opvallend aanwezige tin whistle gespeeld door Phil Edmonds. De akoestische gitaarklanken overheersen dan weer in het uptempo gebrachte nummer “Before I Met You”. Over de song “Riding On The Highway” zegt Otis Read dat hij uiteindelijk 10 jaar heeft nodig gehad om dat liedje af te maken nadat het basisidee voor de song ontstaan was tijdens een lange autorit. De meeste van de liedjes op “Turn A Page” zijn trouwens doorheen de laatste drie decennia tot stand gekomen en krijgen nu pas het daglicht te zien bij de creatie van dit debuutalbum als soloartiest. Zo zegt Otis Read dat de liedjes “Wake Me” en “Rainbow” al dertig jaar geleden werden geschreven en “I’m Going Home” al 15 jaar in de wachtzaal zat vooraleer opgenomen te worden. De typische countryinvloeden zijn in haast elk nummer duidelijk aanwezig en banjo, fiddle en pedal steel vormen de instrumentale getuigen in deze muzikale begeleiding. Enkele hoogtepunten nog ter afsluiting: “Like A Javelin”, “Wake Me”, “I Miss The Love”, het instrumentale door Phil Edmonds gespeelde accordeondeuntje “Wined & Dined” en afsluiter “Wishin’ & Missin’ You”. Otis Read beweert dat “Turn A Page” de eerste van vier cd’s is die hij in een korte tijdspanne wil gaan uitbrengen. Binnenkort volgen een countryplaat, een folkplaat en een R&B-plaat. Als hij die allemaal naar Rootstime wil sturen zien we nog heel wat recensiewerk op ons af komen. Gelukkig maar dat we deze klus nog steeds met veel plezier klaren.
(valsam)


 

 

BROCK ZEMAN
$100 DIFFERENCE
Website Myspace Contact
Label: Busted Flat Records
CDBaby VIDEO

 

 

Dat wij heel goede maatjes zouden gaan worden met Brock Zeman, dat stond eigenlijk al na zijn in 2003 verschenen debuut "Cold Winter Comes Back" als een paal boven water. En je kan het dan ook nauwelijks een verrassing noemen, dat ook zijn nieuwe "$100 Difference" er bij ons weer in gaat als zoete koek. Volgens mij is de muziek van Brock Zeman één van de meest onderschatte Americana/rootsbands. Hoewel het labeltje? Americana/rootsband? doet Brock Zeman niet helemaal recht, want zij zijn veel allrounder. Het doet ons dan ook zeer veel deugd dat er ein-de-lijk een nieuw album, "$100 Difference", van hun verschenen is. De band uit Ontario, Canada is geformeerd rondom de grootste singer-songwriter talenten van het ogenblik en laat het beste uit genres als roots, country en klassieke rock & roll verenigd uitmonden in puntgave songs. Deze songs completeren het hoogst fascinerende beeld dat Brock Zeman van zichzelf ophangt op deze opvolger van hun vorig jaar verschenen "The Bourbon Sessions", een plaat die hij samen bracht met gitarist Dan Walsh. Maar ook op deze plaat neemt Walsh wederom alle gitaarpartijen voor zijn rekening. Een beluistering van dit zelf bij elkaar gepende geheel volstond alvast om te weten dat dit een juweeltje van een rootsplaat is geworden, een plaat waarin we kunnen genieten van twaalf nieuwe liedjes. Het merendeel van de nummers is mid- en up-tempo rootsrock, en naast Walsh gesteund door bassist Blair Hogan, drummer Tobias Smith en Richard Galley (akoest. gitaar en vocals), weet Zeman zich best te manifesteren met zijn prachtige hese stem dewelke even doet denken aan Steve Earle, een stem die het volume van de muziek met gemak aankan, zonder zich te hoeven overschreeuwen. Dit album bevat uitstekend materiaal, als er van dit album een hit getrokken zou moeten worden zou dat, naar mijn mening, de meer Americana ballads zijn, zoals "Ain't Nothin' ", "Keep Movin' " en "All These Roads". De verzameling songs buiten deze uitschieters moeten bijna niet onderdoen voor deze Americana nummers, want ook in deze songs legt Zeman zijn songwriterziel bloot. Songs over onschuld en ervaring, goede en kwade dagen, het leven on the road en de liefde worden op zo’n soulvolle manier gebracht. Luister maar eens naar de rockende nummers "Train in Me", "Picture of You", "10 Day Rut", "Plain Wild", "Girl With a Gun", "Moccasin Road", en het Tom Waits-achtige "Killer in the Corn", allemaal nummers waar ik mijn hoed voor af doe. "$100 Difference” is tot nu toe het beste, wat Brock Zeman tot nu toe uitbracht. Twaalf superieure rootsliedjes dus, die zelfs nog een beetje vernieuwend zijn. Zijn doorleefde zang, zijn met beide voeten stevig in het leven van alledag geplante teksten en een goed geoliede band vormen daarbij de voornaamste wapens van Brock, die zich met deze zesde plaat weer een beetje meer als een echt blijvertje profileert.


 

 

 

ROBIN DEAN SALMON
COME ON HOME
Website Myspace Contact CDBaby

 

 

Na de lovende bespreking van zijn solo debuut "Gasoline" door onze hoofdredacteur Freddy was ik even in verwarring toen ik over deze "Come On Home" een vernietigende recensie las op een Nederlandse gelijkaardige site. Na beluistering van deze opvolger van Robin Dean Salmon kan ik echter alleen maar de mening van mijn collega bijtreden, dit is mooie Americana en alt.country. Toegegeven, geen meesterwerk dat dit jaar mijn top 5 gaat halen, maar sterk genoeg om een herhaalde draaibeurt in mijn cd speler tegemoet te zien. De in Zuid Afrika geboren Robin Dean, wiens stem me bij momenten aan Joe Ely herinnert (luister even naar "Won't sing a song about love") brengt hier op deze in zijn eigen studio in Atlanta opgenomen cd een aantal knappe songs. Of hoe smaken kunnen verschillen, en daarom graag onze bevindingen over deze release. Met een aantal van dezelfde topmuzikanten van "Gasoline" zoals Kenny Vaughn op gitaar en Al Perkins, de bekende steelgitarist, nam hij dus ook deze cd op. Een aantal rustige lovesongs zoals "Come On Home" en “I feel Nothing", voorzien van steel gitaar, contrasteren sterk met de rockgetinte dingen zoals het van heavy gitaren voorziene "Last Train". In "Just A Matter Of Time" gaat 't over hoe slecht het wel met moeder aarde gaat. "America" daartegen drijft dan weer een beetje op patriotisme voor dat land wat weinig wil doen om die vervuiling wat tegen te gaan, een beetje contradictorisch wel. Maar de muziek mag er zijn: "Chimayo" een religieus getinte ballade heeft een knappe melodie, de steelgitaar zingt klagend en Robin's stem is in goeie doen, en de voltreffer voor mij: "Tuesday Afternoon", heeft een bundel knappe gitaren achter zich, van steel tot slide en nog wat daar tussen in. Rocken kan de man ook als de beste, het grappige "Daddy Is A Short Man" is daarvan het bewijs. Zoals je hoort, vijftien eigen geschreven songs, gaande van Americana ballads tot pure rock 'n' roll, voor elk wat wils. Een mooie afsluiter hier zou kunnen geweest zijn: Robin Dean Salmon, het neusje van de zalm.... Zo ver kunnen we spijtig genoeg niet gaan, misschien bij de volgende?
(RON)