OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008
FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008
REBEL RED - SEX RELIGION POLITICS
THE RASCALS - RASCALIZE
BAD NEWS BLUES BAND - LIVE AT HOT LICKS
IAN MCLAGAN & THE BUMP BAND - NEVER SAY NEVER
DANIELLE TALAMINI - THE ROAD RISES
STEVEN FINN - HOUDINI’S BLUES
THE INFORMANTS - STILETTO ANGEL
SHEARWATER - ROOK
TONY JOE WHITE - LIVE AT THE BASEMENT (DVD)
JEFF WYATT - REFLECTIONS AT EVERY CORNER

REBEL
RED
SEX RELIGION POLITICS
Website Myspace
CDBaby
Drie
dingen waarvan er maar ééntje me echt interesseert,… religion
dus. Neen, alle gekheid op een stokje, de New Yorkse Rebel Red somt hier de
drie dingen op waar het in de wereld allemaal om draait. Dingen die dikwijls
ook nog met mekaar te maken hebben en waar de duivel meestal ook nog bij betrokken
is. De hoesfoto geeft hier al een indicatie voor, met een demonische blik kijkt
ze in de camera. Dit is geen pure rootsplaat, alhoewel de opener "Dusty
Shack" een bluesy inslag heeft en de slidegitaar van Red lekker wegscheurt.
Red is een singer songwriter en multi instrumentaliste met een voorliefde voor
gitaar. Ze bracht vroeger reeds twee cd's op de markt, "Red" gevolgd
door "Redder" en ze besteedde daarna heel wat tijd aan het opvoeden
van haar twee zoons. Red trad lange tijd op als performer voor de Amerikaanse
soldaten die in Duitsland gekazerneerd waren, een prima leerschool want met
elke dag van de week enkele shows te doen ben je na een tijdje zo een professional.
Begeesterd door yoga bracht ze ook een periode in India door, maar ook trok
ze helemaal in haar ééntje als 21 jarige via Frankrijk en Spanje
als back-pack toerist al liftend tot in Nigeria, waar ze les gaf in Calbar,
een goudmijn stadje. Momenteel heeft ze haar eigen studio en platenlabel RedZrecordZ.
Ze produceert er momenteel twee platen: eentje van Tommy Jay en de andere van
Mark McNutt en ze werkt ook nog aan haar eigen nieuwe productie met een andere
multi instrumentalist Dave Edwards. Hoewel haar stemgeluid wat nasaal klinkt,
is dit nergens storend en het gitaarwerk, soms slide, soms pedal steel, mooi.
Het hoofdstuk "politics" wordt aangesneden in "Body Count",
met harde woorden voor de politieke leiders en hun Irak politiek. Red zegt een
grote fan te zijn van Levon Helm en dat hoor je een klein beetje in "Let's
Go Home", dat wat invloeden van de band verbergt in zijn ragtime ritme.
Het wat aparte "Sittin Purty", met een hoog stemmetje gezongen en
voorzien van een mooie slidesolo van Jeff Pevar, een song met een stevige hook
die gaat over hoe je kan veranderen als je zelf aan de macht komt, of de politieke
jassendraaierij. Meer politiek in "American Girl", geen patriottisme,
maar een spiegel van wat er misgaat in de States. Weer een knappe, sterke song,
rock met inhoud en brains. Ook "Lizard Belly" is nog een vermelding
waard, een prachtig nummer over de "homeless people" waar Jeff Pevar
de ster is met zijn knap klinkende slide interventies die je kippenvel bezorgen,
mijn persoonlijke favoriet. Red vernoemde als één van haar verdere
voorbeelden J.J Cale, en dat hoor je in "Lazy Rollin River", een song
met de luiheid van J.J Cale en de bayou ritmes van Creedence in één.
Een aangename verrassing, deze "Sex, Religion, Politics", mede door
de knappe doordachte teksten van Red en het meer dan uitstekende gitaarwerk
van sideman Jeff Pevar.
(RON)

THE
RASCALS
RASCALIZE
Website Myspace
Label : Deltasonic Records
Distr. : V2 Records
The
Rascals is een driekoppige psychedelische popgroep uit Wirral in Engeland. Ietwat
punkerige Merseybeat-pop uit de Liverpoolse muziekscène is een goede
omschrijving voor de twaalf songs die zij op hun debuutalbum “Rascalize”
brengen. De formatie The Rascals bestaat uit drie 21-jarige muzikanten: zanger-gitarist
Miles Kane, bassist Joe Edwards en drummer Greg Mighall. De heren kennen elkaar
al van in hun prille jeugdjaren en ze spelen ook al meerdere jaren samen o.a.
als jongste leden van het groepje ‘The Little Flames’. Officieel
bestaan The Rascals echter pas sinds mei 2007 toen de 3 jongste bandleden zich
afscheurden van de groep en hun enthousiasme om eigen nummers te creëren
leidde ertoe dat hun eerste plaat meteen aansloeg bij de Britse jeugd en popliefhebbers.
Alle drie hebben ze poplegende Scott Walker hoog in het vaandel als muzikale
voorbeeld maar hun eigen donkere popsound wijkt toch wel behoorlijk sterk af
van de muziek die Walker pleegt te brengen. Vooral de duistere kant van de songteksten
hebben ze wel gemeen met de liedjes van Scott Walker. Hun live optredens o.a.
als voorprogramma voor Arctic Monkeys worden steevast als een belevenis omschreven
in de muziekpers en hun ep-tje “Out Of Dreams” dat eind 2007 aan
dit full-album “Rascalize” voorafging kreeg ook lovende kritieken.
Zanger Miles Kane vormt momenteel overigens ook nog een succesvol duo in ‘The
Last Shadow Puppets’ met Arctic Monkeys-zanger Alex Turner en treedt overal
in Europa op ter promotie van hun cd “The Age Of The Understatement”.
Dat album krijgt uitstekende perskritieken en is eigenlijk meer een last dan
een steun voor The Rascals omdat hun plaat steeds met die cd zal vergeleken
worden en jammer genoeg dus het onderspit zal moeten delven. Maar we zullen
ons voor deze bespreking toch maar proberen te beperken tot “Rascalize”,
de eerste full-cd van The Rascals. Alle ingrediënten voor Britse poprock
zijn op deze plaat aanwezig: knappe baslijnen, catchy melodieën, stomende
beats en sixties-invloeden. In songs als “Does Your Husband Know That
You’re On The Run?”, “People Watching” en “I’d
Be Lying To You” kan elke luisteraar een swingende indie-rocksound terugvinden.
Gitaarpop vormt de basis van een nummer als “I’ll Give You Sympathy”
of van de eerste single “Out Of Dreams” en van “Bond Girl”
waarin je kan horen waarom The Rascals tot in den treure toe worden vergeleken
met andere Merseyside-groepen als The Zutons, The Coral en Arctic Monkeys. De
anti-drugssong “The Glorified Collector” is psychedelische pop en
het tempo van “Freakbeat Phantom” is rockpop in speed. Ons favoriete
nummer op deze debuutplaat is echter “Fear Invicted Into The Perfect Stranger”
dat alle elementen van een perfecte popsong in zich heeft. De producer van “Rascalize”
is Ben Hillier die deze taak eerder al waarnam voor bands als Blur en Elbow.
The Rascals brengen echter een geheel ander geluid voort dan deze twee bands
en zij zullen de moeilijke uitdaging van een gelijkwaardige of betere tweede
cd moeten aangaan om ons definitief te overtuigen van hun toegevoegde waarde
aan de hedendaagse popmuziek.
(valsam)

BAD
NEWS BLUES BAND
LIVE AT HOT LICKS
Website Mypace
Contact CDBaby
Voor
hun vijfde cd kozen de Bad News Blues Band voor een live cd en dan nog meteen
voor een dubbele. Oprichter en gitarist van deze band is Johnny "Guitar"
Blommer uit Tucson Arizona, die tevens voor de productie zorgde. Natuurlijk
passeren enkele hoogtepunten van hun vorige cd's ."Cruisin For A Bluesin",
Still Cadillacin", "Bad News Indeed" en "Knockout"
de revue, maar een cd van deze dubbele live opname bevat nieuw materiaal. Dankzij
de blazers Alex Flores en Carla Brownlee op sax heeft de Bad News Blues Band
een funk en soulinslag bovenop zijn bluesy basis. Maar ook een Mexicaanse traditional
als "Para Donda Vas" schuwen ze niet zodat je u even op een Los Lobos
concert waant. Hoofdzaak blijft echter de pure blues in al zijn gedaantes, of
het nu een gevoelige slow blues als "Got A Lot Of Drinkin' To Do"
prachtig gezongen door saxofoniste Carla of de shuffle "Days Of Old",
steeds klinkt het professioneel en afgewerkt. Dit is een band die het klappen
van de zweep kent, dit draait niet vierkant zoals we wel eens meemaken, maar
rond, als een goed geoliede muziekmachine. Een song als "Don't Look Up"
heeft met zijn blazers, dat echte Muscle Shoals/Stax geluid in zich en zorgt
zo voor de nodige afwisseling, die zulke live bluesrecordings wel nodig hebben
om boeiend te blijven. Johnny's stemgeluid is bovendien uitstekend voor dit
soulvolle werk. Uiterst origineel is de korte versie van "Walk The Dog"
met een echte ritmisch mee blaffende hond Mikey, het nummer kreeg de naam "Mikey
For Mayor". Op de tweede cd die de oudere songs bevat, onthouden we vooral
de lekkere shuffle "Nobody Understands Me", met sterke ondersteuning
van beide saxofonisten. Johnny Guitar Blommer kon natuurlijk niet anders dan
naamgenoot Watson's "Ganster Of Love" coveren, en dit is wel een erg
sterke versie, de studioversie stond op hun cd "Still Cadillacin".
Verder zijn "Make up your Mind" en de Texaanse boogie "Austin
Bound" meer dan de moeite. Ouderwets klinkende swing horen we dan weer
in "Hard Liquor" of de pure blues in "Mean Old Life". Hun
voorliefde voor de Texaanse blues komt daarna nog een keer boven in "Texas",
een waar loflied aan de Lone Star State. Ze waren dan ook lang de Texaanse meestergitarist
Long John Hunter's begeleidingsband. De slide liefhebbers krijgen dan in de
afsluiter "Johnny's Boogie" nog even te horen dat ook hierin Johnny
"Guitar" Blommer van wanten weet, een snelle instrumentale boogie
laat de gensters uit de snaren slaan. "Live At Hot Licks" toont ons
wat voor een prima live band deze jongens (en meisje) wel zijn. So, it's good
news when the Bad News Blues Band comes to town!
(RON)

IAN
MCLAGAN & THE BUMP BAND
NEVER SAY NEVER
Website Myspace
Label : Proper Records - Distr. : Rough
Trade
Sinds
1994 verblijft Ian McLagan - de ex-toetsenist van The Small Faces en The Faces
- in Austin, Texas. Door de intensieve rock and roll jaren getekend is de door
zijn vrienden ‘Mac” geheten Ian McLagan de laatste jaren vooral
muzikaal actief als leider van The Bump Band, een groepje waarmee hij doorheen
Amerika toert en waarmee hij af en toe platen opneemt en uitbrengt. De meest
recente worp is getiteld “Never Say Never”. In zijn ondertussen
al meer dan veertig jaar lange carrière stond hij op diverse podia met
The Rolling Stones; Bob Dylan, Bruce Springsteen, John Hiatt, David Lindley,
Billy Bragg, Bonnie Raitt en Patty Griffin. Zijn Wurlitzer pianospel kan je
o.a. beluisteren op wereldhits als “Stay With Me” van The Faces
en “Miss You” van The Rolling Stones. Zijn Hammondorgel klinkt dan
weer wonderwel in de klassieker “Itchycoo Park” van The Small Faces
en op “Maggie May” en “You Wear It Well” van Faces-collega
Rod Stewart. Zijn allereerste soloplaat stamt uit 1979 en had Keith Richards,
Ron Wood (ook een ex-lid van The Faces)en Ringo Starr als gastmuzikanten op
de hoes vermeld. Dat moet zowat de enige reünie tussen Stones en Beatles
die naam waardig geweest zijn. Daarna volgden nog meerdere soloplaten waarvan
“Rise & Shine!” uit 2004 de laatste was tot op vandaag. In 2006
bracht Ian McLagan nog een emotioneel tribute-album uit voor zijn onfortuinlijke
ex-Faces collega Ronnie Lane onder de titel “Spiritual Boy”. Nu
verschijnt dus het profetische “Never Say Never” met daarop 10 nieuwe
liedjes. De in 2004 in de Texas Music Hall Of Fame opgenomen Ian McLagan doet
het op deze nieuwe cd heel wat rustiger aan dan in zijn glorietijd van de seventies
en eighties. Maar zijn toetsenspel is nog van uitzonderlijk hoge kwaliteit en
draagt elke song op dit album. Bovenaan onze playlist staan nummers als “A
Little Black Number”, “Loverman” en “My Irish Rose”.
In de honky-tonky pianorocker “I’m Hot, You’re Cool”
benadert Ian McLagan het meest de sound die The Faces destijds groot maakte.
De hartenbrekers van dienst zijn het breekbare “Where Angels Hide”,
het emotionele hoogtepunt “An Innocent Man” en “When The Crying
Is Over” waar vriendin Patty Griffin met haar gepassioneerde stem voor
de harmony vocals zorgt. Belangrijk om weten en om deze plaat correct te kunnen
situeren is dat Ian McLagan ze gemaakt heeft als deel van zijn rouwproces omwille
van het verlies van zijn echtgenote Kim die in 2006 in een tragisch auto-ongeval
om het leven kwam. Met enig inlevingsvermogen worden enkele liefdesliedjes op
deze cd door dit gegeven emotioneler en betekenisvoller omdat ze over de diepe
gevoelens van een eenzame, achtergebleven man gaan.
(valsam)

DANIELLE
TALAMINI
THE ROAD RISES
Website Myspace
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Deze
dame heeft wel een New Yorks adres, maar haar stem is meer country dan veel
van de andere Nashville dames, dit is country for city kids, zoals ze het zelf
benoemt. Mooie Americana zou ik eerder zeggen, want met de pure country heeft
dit weinig te maken. Alt. country en Americana dus, haar stem is puur en vol
emotie en herinnert wat aan die van Patti Griffin of meer nog Barbara Keith,
terwijl op instrumentaal gebied Tom Petty's sound een goeie indicatie is. Een
sound op de rand van country en pop dus. Het hoesje van haar debuut oogt mooi
en verzorgt, wat al meteen een indicatie is dat het geheel , voor een eigen
release professioneel aangepakt is. Dit zet zich dan ook op gebied van opnames
en de algehele productie verder. Dit product is af. "Pack my Bags"
klinkt nog wat commercieel en lijkt me een bewuste gekozen openingssong voor
de radio airplay. "Save Me" is een mooie compositie met de mooie gitaar
van Albert Eubanks. In "Mercury Running" en "No One To Me"
twee knappe langzame songs zet Danielle de ijzersterke lijn van deze cd door.
Ze bewijst goeie songs te kunnen schrijven, met sterke teksten, en ze brengt
ze met die knappe stem van haar zeer overtuigend. "Sky Turns Red"
bijvoorbeeld, een langzame, ingetogen ballade , gedragen door alleen die stem,
de piano van Casey Mc Pherson en wat viool, maar intens mooi. Opvallend is dat
Danielle op een uitzondering na kiest voor de gevoelige ballads, enkel de openingssong
en ook de afsluiter en titelsong "The Road Rises" gaat 't er iets
ritmischer aan toe met wat pedal steel en slide gitaren. Maar terecht, want
in die ballads die de hoofdbrok vormen is Danielle in haar element. Haar stem
ontluikt dan pas in volle glorie. Luister maar naar songs als "Underground"
en "Conversation" en je zult merken wat ik bedoel. "The Road
Rises" de titel geeft 't al aan, zijn road movies op muziek, muziek voor
lange ritten op de eindeloze highways, het muzikale equivalent van Jack Kerouacs
"On The road". Een sterk debuut van deze New Yorkse nachtegaal. Al
staat onderaan het hoesje "Made in the great state of Texas". Jawel,
de Matchbox Studios in Austin, blijkt bij nader toezien. Vandaar...
(RON)

STEVEN
FINN
HOUDINI’S BLUES
Myspace CDBaby
Overwegend
akoestische gitaarbegeleiding en negen poëtische songs vind je op dit album
door Steven met hoge soms breekbare stem Live gezongen. Op tien dagen tijd werd
alles gemixt en afgewerkt waarna het album op 5 april in de Union Chapel in
Londen kon worden voorgesteld. Steven schreef alle liedjes zelf, waarbij hij
zijn lyrische songs een bluesy feeling weet mee te geven. Wanneer Steven afwisselt
met mondharp of met dobro wordt dat blueselement nog onderlijnd, zoals op ‘Hail
To The Thief’ dat teruggrijpt naar de authentieke roots. En op het verfijnde
‘Dream Song’ roept de dobro het desolate op van de verdwaalde bluestroubadours
op zoek naar een slaapplaats. Het zwaartepunt ligt echter op de folky teksten
die bedrieglijk eenvoudig zijn. Steven gebruikt immers fantasierijke beelden
en cryptische verwoording om complexe gevoelens uit te drukken. Een zin als
‘ik ben totaal voor de vrede, maar heb nog nooit een witte duif horen
zingen’ is behoorlijk beladen. Vijandschap en vriendschap, oorlog of haat
die onschuldigen treft, hij bezingt het allemaal met veel gevoel alsof hij het
ter plekke beleeft. Oorspronkelijk komt Steven van Manchester maar hij trok
naar Londen om in het circuit van de folk- en countryclubs zijn liedjes te brengen.
Als tiener, bij het horen van Dylan’s ‘Mr. Tambourine Man’,
wist hij plots waar zijn bestemming lag. Hij dook verder het muzikaal verleden
in en vond daar Leadbelly, Sonny Boy Williamson en de veldopnames van Alan Lomax,
wat hem allemaal inspireerde. Sindsdien toert hij langs de pubs en folkclubs,
verzorgde het voorprogramma van o.a. ‘The Beautiful South’ op tournee
en van ‘Elvis Costello’. Tijdelijk vormde hij een eigen bandje waarbij
de andere leden bodhran en fiddle speelden. Steven beperkte zich toen al lang
niet meer tot het eigen landje maar stak over naar Amerika en Australië.
Solo houdt hij er echter van om vooral eigen nummers te vertolken, waarin diverse
invloeden op een persoonlijke wijze worden gereflecteerd. Het leidde ertoe om
uiteindelijk dit soloalbum uit te brengen, dat wat doet denken aan een combinatie
van Josh Ritter en Nick Drake of nog aan de mannelijke versie van Joni Mitchell.
Vooral het intense ‘All Come To Reap The Goldrush’, waarop zijn
stem aangrijpend de hoogte kiest roept die sensitieve gevoelsgeladenheid op.
Op ‘Houdini’s blues’ zingt Steven ergens dat de lijn tussen
liefde en haat dun is. Na het beluisteren van dit Cd’tje kan ik daaraan
toevoegen dat ook de lijn tussen heel mooi en verschrikkelijk mooi dun kan zijn.
Eén schaduwkantje slechts, dit Cd’tje, een pareltje in zijn soort,
duurt slechts 36 minuten.
Marcie

THE
INFORMANTS
STILETTO ANGEL
Website Myspace
Label : WIPE IT OFF! RECORDS
CDBaby
Uit
Denver kregen wij het debuutalbum ‘Stiletto Angel’ van The Informants.
Deze band ontstond in 2005. Boegbeeld van de groep is zangeres Kerry Pastine.
Deze kokette dame zwaait de scepter over haar 6 mannelijke muzikanten. The Informants
werden in 2006 uitgeroepen tot de beste ‘barband’ van Dender. Niet
echt een prijs waar een modale Belg wakker van ligt. Geen idee hoe groot het
cafécircuit in Dender is, maar met ‘Stiletto Angel’ hebben
ze een schijfje van (inter)nationaal niveau gemaakt. De heren en dame brengen
zeer aanstekelijke swing. Opener ‘Stuck On You’ zet al onmiddellijk
de toon: vrolijk opzwepende piano gecombineerd met scheurende saxen. De baritonsax
en tenorsax spelen ook een belangrijke rol in de swingende nummers ‘Baby
Take A Shot’ en ‘Jump Jack Jump’. Stilzitten is onmogelijk
bij deze nummers. In het titelnummer mag gitarist Paul Shellooe even uithalen,
maar voor de rest speelt hij functioneel en eerder onopvallend. Een heerlijke
fifties rocker is het nummer ‘Ding Dong Daddy’. Buddy Holly zou
er jaloers op geweest zijn. Het mooiste nummer op de plaat is de sleper ‘Tears
Of Heartache’. Het klinkt zo bekend in de oren, en toch blijkt het een
eigen nummer te zijn. In andere tijden had deze soul ballad een hit geweest.
Frontdame Kerry Pastine kan vele emoties vertolken met haar stem. Ze kan een
gebroken hart uitbeelden, maar evengoed verleidelijk, kwaad of vrolijk klinken.
De heren zijn allemaal ervaren rotten met een verleden in diverse locale bands.
Van de 13 nummers werden er 10 geschreven door de pianisttrompettist Mike 'Mac'
McMurray. Mensen die graag naar blues luisteren waar de sax een hoofdrol speelt
moeten deze plaat in huis halen. Maar ook voor andere mensen kan hij een nuttige
functie hebben. Het is de schijf die je terug vrolijk maakt na een baaldag.
Als dat geen reden is voor een aanschaf...
Bootsy Lester

SHEARWATER
ROOK
Website Myspace
Contact
Label : Matador Records
Distr. : V2 Records
Na
het album “Palo Santo” was de uitdaging groot voor de formatie Shearwater
(= pijlstormvogel) om nog beter te doen maar frontman Jonathan Meiburg ging
deze challenge aan en levert met de nieuwe cd “Rook” (= kraaiachtige
roekvogel) opnieuw een ijzersterk, dromerig en vocaal erg sterke plaat af. In
tien songs weet hij de fans van het eerste uur definitief voor zich te winnen
met melancholische popsongs en voortreffelijk zangwerk. Naast zijn af-en-aan
relatie met de groep ‘Okkervil River’ is Shearwater nu de voornaamste
bezigheid van deze eigenaar van een schitterende falsetstem die volgens ons
meteen ook het allerbelangrijkste instrument van de groep is. Als songschrijver
en zanger van breekbare liedjes beweegt Meiburg zich op het randje van het melodramatische
en sentimentele maar zijn soms pathetische nummers gaan nooit over die rand.
Daardoor beklijven de liedjes de geïnteresseerde luisteraar en dingen de
meeste liedjes naar airplay in programma’s als ‘Duyster’ tijdens
de zondagavond op Studio Brussel. Gelukkig maar dat er wat afwisseling in de
songritmes wordt gebracht en dat we tussendoor naar richting rock neigende songs
als “Century Eyes” en “On The Death Of the Waters” mogen
luisteren. Toch zijn het voor Shearwater typische songs als de eerste single
“Rooks”, “Levithian, Bound”, “Century Eyes”,
“The Snow Leopard”, “I Was A Cloud” en cd-afsluiter
“The Hunter’s Star” die ons weten te beklijven en dwingend
naar de strot grijpen. Ook erg mooi is het zachte “South Col”: een
door pianoklanken gedragen walsje waar de emoties overvloedig in aanwezig zijn.
Als part-time ornitoloog laat zanger Jonathan Meiburg ook in zijn hobbykaarten
kijken door over vogels en hun boeiende bestaan te zingen zoals in “Rooks”.
Enig minpunt aan deze cd is dat er amper 35 minuten muziek te beluisteren valt
en als de songs goed zijn vinden wij dat toch nog wat minnetjes. Met een hele
bus vol gastmuzikanten die op de meest rare en ongebruikelijke instrumenten
komen bijdragen aan de mysterieuze sound van Shearwater hadden ze volgens ons
nog enkele extra songs uit de mouwen kunnen schudden. De tien epische popsongs
die wel op het album staan zijn echter van uitstekende kwaliteit. Misschien
geldt hier dan ook het gezegde dat een ‘verwend nest nooit helemaal tevreden
zal zijn’. Laat ons derhalve maar besluiten dat “Rook” een
schitterend (maar toch te kort), grandioos, magistraal kippenvelalbum is van
een groep die voor ons in de toekomst niet veel meer fout zal kunnen doen. We
zullen dus vanaf nu niet meer twijfelen en volmondig beamen dat het bij een
volgende plaat van Shearwater toch nog altijd een ietsje beter kan.
(valsam)

TONY
JOE WHITE
LIVE AT THE BASEMENT (DVD)
Website Myspace
Label : Pepper Cake
Distr.: ZYX Myspace
Als
weinig anderen belichaamt Tony Joe White het ‘Deep South’ gevoel.
Zijn wereld is die van de moerassen van Louisiana. Eind zestiger jaren kwam
hij onder invloed van country, blues, soul, folk en rock tot deze broeierige
stijl die zijn oorsprong in het diepe zuiden van de Verenigde Staten vindt.
In tegenstelling tot stijlgenoot John Fogerty (van CCR en afkomstig uit California)
was White wel ‘the real thing’. Geboren uit een deels Cherokee gezin
groeide hij op in Louisiana en heeft dus het moeras in zijn bloed. In 1969 verschijnt
op Monument zijn eerste LP "Black And White" met daarop het nummer
waarmee hij tot in eeuwigheid mee vereenzelvigd zal worden: "Polk Salad
Annie". En sinds deze song creëert hij zijn eigen ‘soul-flavored,
blues-drenched, truth-injected songs’. Het zijn liedjes over kleurrijke
randfiguren maar ook bespiegelende nummers over eigen leven en liefde. White
staat synoniem voor dit genre van muziek, swamprock en kende eind jaren negentig
redelijk commerciële successen, maar artistiek gezien viel hij behoorlijk
in herhaling. Gelukkig begreep hij dat zelf ook, en zo begon met "The Beginning"
uit 2001 de artistieke opleving van de swamp rocker, een benadering die hij
niet eerder beproefd had: man alleen met gitaar en harmonica. Bij de eerste
tonen kan dit dan nog een redelijk standaard akoestisch bluesalbum lijken, maar
als de stem uit het moeras omhoog komt is het duidelijk: Tony Joe is terug.
En die lijn weet hij goed door te zetten met zijn volgende albums. Na "Snakey"
(2003) verscheen het album "The Heroines" (2004), dit was meteen zijn
ode aan het fenomeen De Vrouw. Om deze kracht bij te zetten werden we getrakteerd
op vijf duetten met achtereenvolgens Lucinda Williams, Shelby Lynne, Emmylou
Harris, Michelle White en Jessi Colter, niet de minste namen. Dit waren ook
gelijk de hoogtepunten van de plaat, omdat White's stem prachtig contrasteert
met de vrouwelijke inbreng. Ondanks dat er van een vernieuwende sound of van
een werkelijk gewijzigd genre in vergelijking met vorige platen geen enkele
sprake is, werkt de aanpak zo verfrissend dat hij voor "Uncovered"
(2006), wederom vijf gasten wist op te trommelen, maar nu van het mannelijke
geslacht: Mark Knopfler, Eric Clapton, J.J. Cale, Waylon Jennings en Michael
McDonald, die hem op een laidback manier begeleiden door smaakvol gitaargetokkel
en niet te opdringerige blazers. Ook verscheen enkele maanden geleden zijn nieuwste
CD "Deep Cuts" waarop Tony Joe een aantal van zijn oude klassiekers
door de programmingmolen van zoon Jody White haalt, maar we gaan even terug
in de tijd, want bij Pepper Cake is er nu een DVD met een concert dat de man
met de donkerbruine stem gaf in 2006 in The Basement Club in Sydney. Op deze
opnames horen we White zoals we hem het liefst horen: zonder al te veel poespas
en een gladde productie, maar met een sobere begeleiding en een lekker ‘kaal’
geluid – aan ’s mans stem en gitaarspel hebben we immers meer dan
genoeg. Dat de nummers niet allemaal even sterk zijn nemen we dan graag op de
koop toe, want een minder nummer van White is nog altijd een stuk beter dan
een van het gros van zijn collegae. Hoogtepunten zijn wel te noemen, maar belangrijker
is dat de DVD nergens inzakt. De swamp blues teruggebracht tot de essentie.
Bijgestaan door slechts een drummer, Marc "Boom Boom" Cohen, speelt
de legendarische songschrijver hier zijn bekende songs, die andere artiesten
een instant hit gunde. Zoals "Rainy Night In Georgia" en misschien
wel de bekendste "Polk Salad Annie". Het relaxte moeras bluesgeluid
is dan ook volop aanwezig op deze DVD, het gitaarspel is functioneel en altijd
ritmisch. De muziek van Tony Joe White is gewoon een flinke trap tegen elke
vorm van stress en een streling voor het centrale zenuwstelsel. Niemand kon
ontsnappen aan de intensiteit van zijn blues. Een DVD om op te zetten wanneer
de avonden langer en warmer worden, met een goed glas whisky onder handbereik.
Met deze DVD en het als bonus bijgevoegde interview van 7 minuten, zal White
geen nieuwe fans mee winnen, maar de fijnproevers weten genoeg.
TRACKS:
Undercover Agent For The Blues
High Sheriff Of Calhoun Parrish
The Organic Shuffle
Crack The Window, Baby
Steamy Windows
Rainy Night In Georgia
Polk Salad Annie
Even Trolls love Rock & Roll
Feeling Snakey
TONY JOE WHITE LIVE
Nov 6 2008
Paradiso , Amsterdam
Nov 7 2008 Boerderij , Zoetermeer
Nov 9 2008 De Lantaarn, Hellendoorn, Overijssel
Nov 10 2008 Het
Depot, Leuven
Nov 11 2008 Spirit of 66, Verviers
Nov 13 2008 Handelsbeurs, Gent

JEFF
WYATT
REFLECTIONS AT EVERY CORNER
Website Myspace
Label: Cardboard Alley Music
CDBaby
Alhoewel
"Reflections At Every Corner" een cd is die door zijn diversiteit
wat afschrikt, hou ik er van. Hier plak je onmogelijk een label op…Het
gaat van jazz rock getinte gitaarnummers in ware Jeff Beck stijl en pure bluesrock
over rustige laid back ballades en country getinte songs tot folk en wereldmuziek
.Bovendien speelt Jeff zowat alles zelf, en nam hij met eigen draagbare ministudio
deze cd op. "Een allegaartje" zie ik je denken, welnee, integendeel,
het album presenteert zich als een klein verhaal, langsheen al deze stijlen.
De cd begint bijvoorbeeld al origineel, Je hoort Jeff plaatsnemen , een goedkoop
transistorradiootje aanzetten en allerlei radiostations passeren de revue terwijl
hij zoekt, plots word het geluid beter, en een Keltisch aandoende song met mandoline
"Take it From Me" brengt je in een country, maar tegelijk ook folky
sfeer, zijn stem herinnert daarbij aan Waylon Jennings. Naadlos gaat deze song
over in een lang gitaarnummer "Kerala Sunset", een prachtige dromerige
instrumental, die na wat geluiden van aanspelende golven, die sfeer perfect
weergeven van een zonsondergang op een Indisch strand, je hoort er duidelijk
Jeff Beck 's invloeden in, een man waarvan Jeff Wyatt toegeeft een grote bewonderaar
te zijn. Jeff is vooral een gitarist in de eerste plaats, maar kan tevens zijn
mannetje staan op basgitaar, piano en alle mogelijke instrumenten. Die bas bespeelt
hij zelfs virtuoos "Part-time Love, Full-time Pain", is een nummer
waar hij klinkt als een andere van zijn helden, de te vroeg overleden bassist
Jaco Pastorius. "Saving Grace" een India instrumental met tabla en
akoestische gitaar brengt folk en wereldmuziek tezamen. De donker klinkende
song "Albania" met de vocale hulp van singer songwriter Camille Miller
is eveneens een apart klinkende song. Wanneer dan een paar langzame, klassiek
aandoende pianoballades volgen zoals "If She Could Know" en "Thank
You For Loving Me Again" met die mooie intense gitaarsolo, denk je dat
je alles gehad hebt. Maar weer volgt echter weer wat compleet anders:,"In
Her Own Time" een nummer opgedragen aan een overleden vriendin Kasandra
met snerpende slide, en wat losse flarden van een opgenomen gesprek met haar,
is prachtig. De traditional "Shenadoa" krijgt ook een mooie aparte
bewerking en op het einde van de cd krijgen we nog "Corae, Corae"
een bluesrock versie van de traditionele folksong "Corinna, Corinna".
De elf minuten durende titelsong, een soort symphonisch epos, krijgen we er
daarna nog bovenop. Inderdaad een wat aparte plaat, maar alleen al vanwege de
meerdere mooie gitaarbijdragen alleen al de moeite van de aankoop waard.
(RON)