ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008

JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

NINA VIOLET - LOSE STRIFE

THE GET-RITES - TIN ROOF SKY

CHUCK SUCHY - UNRAVELING HEART

PETE SEEGER - AT 89

AXTON KINCAID - SILVER DOLLARS

VARIOUS ARTIST - DELMARK 55 YEARS OF BLUES

DEB CALLAHAN - GRACE & GRITT

STUDEBAKER JOHN - WAITING ON THE SUN

TOKYO ROSENTHAL - LOVE WON OUT

TERRY QUIETT BAND - CUT THE ROPE



 

 

 

NINA VIOLET
LOSE STRIFE
Website CDBaby VIDEO

 

Weinig is er geweten over de uit Massachusetts afkomstige Nina Violet. Deze folky multi-instrumentaliste, bracht een tweetal jaren geleden in het alternatieve circuit een album uit genaamd ‘Nina Violet And The Invisible Orchestra’ en stelt ons nu ‘Lose Strife’ voor. In de openingstrack‘ Better Than to Bruise You’ valt meteen de soberheid van de productie op die van ‘Lose Strife’ een erg persoonlijk album maakt. Ook opvallend: de bezwerende ‘Ooh –Ooh’s’ en ‘Ah – Aah’s die veelvuldig de backing vocals uitmaken op deze plaat. Soms doet Nina Violet ons wat denken aan ‘Cat Power’ of ‘Feist’, maar meestal klinkt ze gewoon helemaal als zichzelf. Dit is ook het geval bij het lekker voortkabbelende ‘Way Down Washing Dirty Dishes’ en zelfs in een simpele lovesong als ‘Yellow Flash’ klinkt Nina Violet authentiek. Dubbel hoogtepunt (er staan twee versie op de plaat) is ‘Burn the Bridge’, een mooi, traag walsje waarbij Garth Hudson (The Band) even een handje toesteekt op accordeon. De lyrics van de plaat zijn soms complex of moeilijk verstaanbaar, al laat een titel als ‘Someday We’ll Be Alive’ weinig aan de verbeelding over. Neerslachtigheid en zielepijn zijn vaak troef, het leven is geen lachertje. Op het album is een rijke verzameling instrumenten te horen: gitaren, bas, drums, violen, klavecimbel, synthesizer, orgel, accordeon, sitar… Dit allegaartje doet bij momenten zelfs ook even denken aan het sfeertje dat een groep als ‘Beirut’ weet op te roepen. Ook heel mooi: het melancholische ‘Tiny Seeds’ dat zich na elke beluistering meer en meer ontvouwt en de folky, (bijna) meezinger ‘Slow Me Down’. In de slottrack ‘Cayuse’ kiest Nina Violet (& band) voluit voor een alternatieve benadering. We schrokken ons warempel een hoedje om aan het eind van deze meestal zeer rustige plaat, plots een paar fuzzy elektrische gitaren door de boxen te horen knallen. Na deze laatste verrassing duwen we zonder maar één seconde te twijfelen nog eens op de ‘replay’knop om de plaat te laten worden wat ze eigenlijk is: een groeiplaat.
Shake



 

 

THE GET-RITES
TIN ROOF SKY
Website Myspace CDBaby
Label: Magnolia Recording Company
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

The Get-Rites is zo’n band die zonder echt op te vallen de meest prachtige cd’s uitbrengt. De band begon nogal onstuimig in 2005 met het album "Driven To My Knees", maar heeft zeker met de laatste twee cd’s, "Pedal Steel Heaven" en "Side Show Revival", beide uit 2007, een eigen geluid gevonden. Frontman Tom Feldmann kan nog altijd lekker rocken, maar de bezinning heeft ook een plaats gekregen. De steelguitar van Jed Germond is meer naar voren gekomen en zanger Tom Feldmann heeft steeds meer ruimte gekregen voor zijn overdenkingen over de mensheid. Het geluid van The Get-Rites wordt veelvuldig vergeleken met dat van Uncle Tupelo. Niet helemaal terecht, maar sporen van de band van Jeff Tweedy en Jay Farrar zijn wel duidelijk aanwezig. Op de vorige cd's schilderde Feldmann een prachtig beeld van zijn kunnen en de verwachtingen voor "Tin Roof Sky" waren hooggespannen. Maar "Tin Roof Sky" is nauwelijks te vergelijken met de alternatieve country/blues van "Side Show Revival", maar eerder met de country/gospel van "Pedal Steel Heaven", misschien zoals deze titel al laat vermoeden, de steeds aanwezige pedal steel, maar het zijn beiden ijzersterke cd’s met ieder een eigen opbouw en aanpak. Centraal staan nog steeds de vertellingen en de wat geraspte stem van Feldmann. Hij schrijft prachtige verhalen over mensen in voor hen onwennige situaties, over relaties, veranderingen in een mensenleven. "Tin Roof Sky" opent met de akoestische gitaren en pedal staal in "Gypsy Russian Rose" en klinkt als The Byrds tijdens hun door critici bejubelde "Sweetheart of the Rodeo" periode. Het vertelt het verhaal van 14th Street, het bordeel The Russian House, en het aldaar werkende meisje Rose die probeert uit dit leven te stappen. Doet meteen denken aan Paul Seibel's klassieker "Louise", maar hier dan met meer up-tempo gebracht. Na "Broadway", een bekentenis aan een priester is "Psalm Salvation", een oproep aan alle zondaars om lid te worden van de kudde: "… may the Lord cause you to stand and cause you to rise in times of trouble." Track vier, "Come and be Counted", spreekt voor zich: “But, Jesus, I heard it said that you will guide my steps, that you will be my rest. … So I open my heart to your salvation.” Dan volgen nog een aantal songs, waarna beluistering uw geest volledig gezuiverd is. Ik begrijp hoe mensen vol van de Heilige Geest gedreven zijn om te prediken aan heidenen die nog niet het licht gezien hebben. Maar in de muzikale vorm moet dit voor mij wel gebeuren met een zekere mate van vrijheid, verstandige songwriting en uitstekende muzikale arrangementen. Deze elementen vinden we allemaal terug op deze "Tin Roof Sky". Tom Feldmann heeft duidelijk zijn schrijfkunst verder geperfectioneerd. En zoals ook op vorige cd's zijn de personages die de songs bevolken nog altijd dezelfde mensen, mensen die in Jezus bekeren en hun schuldinlossing niet zullen ontlopen. Het zijn eigenwijze jongens, die jongens van The Get-Rites. Ze trekken hun eigen koers, brengen de cd’s op hun eigen label uit. En met "Tin Roof Sky" maken ze een cd die tot het beste behoort dat de Americana van nu te bieden heeft. Halleluja!



 

 

CHUCK SUCHY
UNRAVELING HEART
Website Contact
Label : Little Bluestem Records
CD-Baby

 

“Unraveling Heart” is al de zesde full-cd van de traditionele folkzanger en farmer Chuck Suchy uit het Amerikaanse North Dakota, meer bepaald uit de streek die gekend staat als de American Great Plains. Op dit album verweeft hij akoestische gitaarklanken met subtiel aangebrachte stukjes viool, mandoline en pedal steel gitaar. Als eyecatcher kan de openingssong “Oh Darlin’” ten volle gelden. Het is een vederlicht deuntje en een simpele tekst die achteraf niet meer uit je geheugen verdwijnen en waarop je jezelf telkens opnieuw betrapt als je ze weer eens meefluit of zingt tijdens de verdere dag. Chuck Suchy is een al wat oudere rat in het vak waarin hij al meer dan 30 jaar zijn weg weet te banen en straalt in zijn liedjes veel vertrouwen uit naast een grote portie wijsheid en levenservaring. Met wat weemoed in de stem blikt hij reflecterend terug op de goede oude tijd in de song “Faces Of Main Street”. Dat doet hij een tijdje later nog eens over in het emotionele liedje “Soul Traveler” waarin een heel mooi staaltje mandolinewerk te horen is. Lichtjes ironisch en grappig gaat het er aan toe in “Burma Shave Boogie” dat gaat over de sloganeske advertenties naast de weg voor “Burma”, het ikoon der Amerikaanse scheercrèmes. In een aantal liedjes wijkt Chuck Suchy ook wat af van de vertrouwde folksound en neigt hij meer naar country zoals in “Cryin’” en in “Hold On”. Ook zijn reële bezorgdheid over het feit dat zijn jongste zoon het huis gaat verlaten op weg naar zelfstandigheid in “Be With You” en zijn verantwoordelijkheidsgevoel om voor zijn ouder wordende vader en moeder te zorgen in “Caregiver” zorgen voor emo-momenten van eerlijke openheid en inzicht in de diepste zielenroerselen van deze boer en artiest. Tenslotte toont hij ook zijn gemeende betrokkenheid bij het plattelandsgebeuren in songs als “Down In The Water” en “Georgianna”. Als dagelijks praktiserende landbouwer kan hij natuurlijk ook niet heen om de dingen die hij elke dag in zijn leven ervaart en als insider voelt hij zich geroepen om te zingen over de mooie en minder mooie dingen die hij daarbij tegen komt. Wat dit betreft is Chuck Suchy eigenlijk een buitenbeentje in de muziek en verdient hij met zijn oprecht gemeende liedjes een eigen plaatsje tussen al die andere folkartiesten die Amerika rijk is.
(valsam)



 

 

PETE SEEGER
AT 89
Website Myspace
Distr.: Music & Words

 

Als u een afficionado van rootsmuziek bent, dan is Pete Seeger ongetwijfeld al meermaals op uw radar verschenen. Pete ís namelijk een ‘root’ van de muziek. Als je bedenkt dat Pete ooit nog met "Woody Guthrie" en "Leadbelly" samen gespeeld heeft, dan kan dat ook moeilijk anders. Pete is intussen 89, zijn armen zijn dun als de nek van zijn onafscheidelijke banjo, zijn stem luidt wat stiller, maar hij heeft nog niks van zijn innerlijke kracht verloren. Hij is nog steeds, in willekeurige volgorde idealist, activist, folkzanger. En eentje van formaat! "At 89" is geen studioalbum. De songs zijn her en der opgenomen met wisselende bezettingen. Alles ‘unplugged’ uiteraard – get me an axe, remember? Tweeëndertig tracks lang grasduint Pete in zijn oudere repertoire en serveert een aantal nieuwere liedjes van eigen hand. Er zijn enkele instrumentale banjo-riffs en een flink deel mooi gearrangeerde traditionals. Dit alles doorspekt met spoken word fragmenten waarin Pete ons het hoe en waarom uit de doeken doet. De opnames klinken zeer organisch en compromisloos. Hier is een artiest aan het werk die doet wat hij graag doet en nog steeds zijn ei kwijt moet. Sommigen zullen Pete intussen vooral kennen als de Seeger uit "We Shall Overcome: The Seeger Sessions" van Bruce Springteen. Op die magistrale plaat brengt Springsteen een rits klassiekers uit Seeger’s repertoire, gearrangeerd met toeters en bellen, veel toeters en veel bellen. Wie van die plaat genoten heeft, moet nu maar eens naar Pete zelf luisteren en zo ontdekken dat The Boss slechts een klein facetje van Seeger’s genie heeft belicht. Hoogtepunten op "At 89" zijn ongetwijfeld "Waist Deep In The Big Muddy" en "False From True", beide klassiekers geschreven in de jaren ‘60 maar nog steeds actueel. Meer recent is "Or Else!" Een niet mis te verstane verwittiging dat wij mensen beter eens goed kunnen nadenken over wat wij aan het doen zijn, or else... En zo heeft Pete er nog wel een paar. "If It Can’t Be Reduced" is een op muziek gezette verordening van de stad Berkeley over duurzame ontwikkeling – kan iemand hem een copie van VLAREM I en II opsturen aub? "Little Fat Baby", "How Are We Gonna Save Tomorrow" en "If This World Survives" zijn bedenkingen bij de manier waarop wij onze planeet en maatschappij nalaten aan wie na ons komen. En vooral hoe dat beter zou kunnen dan we nu bezig zijn te doen. Pete is een idealist, altijd geweest, en hij is iemand die "peace love en understanding" kan prediken zonder dat dat ongeloofwaardig of zelfs maar naïef klinkt. Pete Seeger is de grootvader die ik iedereen toewens. Op "At 89" staan ook enkele erg mooie van tekst voorziene melodieën van Beethoven en Bach. "Visions Of children" en "We Will Love Or We Will Perish" laten geen mens onberoerd. En dit zou geen Pete Seeger plaat zijn als er niet ook enkele rasechte folksongs opstonden. Wie vergeten is hoe pakkend echte authentieke folksongs kunnen zijn, luistere eens naar "Bach at Treblinka", over een orkest van gevangenen dat in het beruchte Nazi-kamp elke morgen moest spelen terwijl de slaven naar hun werkplaats marcheerden. Of naar "Tzena, Tzena, Tzena", een oorspronkelijk Hebreeuws lied dat de jongeren van het dorp oproept om naar buiten te komen en te dansen, niet verlegen te zijn. Pete liet een Arabische strofe toevoegen aan de tekst en zo onstaat een lied met een heel andere dimensie. Prachtig. Op Woody Guthries gitaar stond "This Machine Kills Fascists". Op Pete’s banjo wordt dat "This Machine Surrounds Hate And Forces It To Surrender". Hopelijk volgen weldra "At 90" en "At 91". Pete stopt niet. Waarom zou hij?
Duke J



 

 

 

 

 

AXTON KINCAID
SILVER DOLLARS
Website Myspace Contact
Label : Free Dirt Records

 

De stuwende kracht van de formatie Axton Kincaid uit San Francisco is leadzangeres Kate Howser die meestal ook de liedjes schrijft voor de cd’s van haar vijfmansgroep. In de eerste helft van 2007 verscheen hun debuutalbum “Songs From The Pine Room” dat toen door de Rootstime-redactie ook al op lovende kritieken werd onthaald. Naar aanleiding van die plaat mochten ze sindsdien het podium delen met o.a. Camper Van Beethoven, The Mother Truckers en Eileen Jewell. Het was zangeres Kate persoonlijk die ons nu de opvolger toestuurde: “Silver Dollars” met 12 nieuwe liedjes die geïnspireerd werden door de countryrocksongs uit de jaren zeventig en de klassieke Nashville-sound. Kate Howser en Jennifer Daunt (zang en mandoline) spelen sinds ettelijke jaren samen in diverse bands in de baai van San Francisco. Bassist Ryan Waggoner zorgt op meerdere songs voor wat extra vocale ondersteuning en hij schreef ook mee aan vier liedjes, waaronder het vlotte en swingende countryduetje “Spend Some Time With Me”. Onderwerpen voor de songs op “Silver Dollars” zijn een foute jeugd, echtscheiding en de leuke en minder aangename momenten uit het leven. Axton Kincaid brengt ook een eigentijdse versie van de song “Long Black Veil”, het verhaal over een moordverdachte die weigert om een alibi in te roepen omdat hij op het ogenblik van de moord in de armen van de vrouw van zijn beste vriend lag. Hij neemt dit geheim mee in zijn graf en de betreffende vrouw komt in dit lied rouwen aan zijn graf. Het liedje stamt origineel uit 1959 en komt uit het songboek van countrylegende Lefty Frizzell. Johnny Cash, Joan Baez, Marianne Faithfull, Joni Mitchell, Nick Cave, Bob Dylan en Bruce Springsteen hadden dit nummer eerder ook al ontdekt en van een eigen versie voorzien. Het dient echter gezegd dat deze versie van Axton Kincaid probleemloos in dit rijtje der grote coverversies mag worden opgenomen. De beluistering van het album “Silver Dollars” levert volgend rijtje van memorabele en voor herhaling vatbare songs op: “The Saddest Story” over een vriend die het leven niet meer ziet zitten en naar de fles grijpt, “Empty Houses”, “Spend Some Time With Me”, “Long Black Veil”, de pedal steel ballads “The Narrows” en “Hey, Donna” en het afsluitende Iers klinkende dronkemanslied “I don’t Need To Wear A Hat (to Prove I’m Country)” waarin Kate Howser ons even doet geloven dat Kirsty McColl nog niet overleden is. Axton Kincaid blijft ten allen tijde trouw aan hun eigen stijl op de nummers van deze mooie plaat.
(valsam)



 

 

 

VARIOUS ARTIST
DELMARK 55 YEARS OF BLUES
Label: Delmark Records
Distr.: Music & Words


Muzikaal werd Chicago vooral bekend omwille van de elektrische blues. Sinds de jaren dertig werden er meer bluesgrootheden geproduceerd dan in eender welke andere stad in de USA. Grondleggers in de jaren dertig: Big Bill Broonzy, Memphis Minnie en Arthur Crudup. Na W.O.II kwamen er anderen: Muddy Waters, Little Walter, Howlin' Wolf. Het onafhankelijke platenlabel Chess was naast Sun Records in Memphis wellicht één van de invloedrijkste in de blues en rock 'n roll geschiedenis. Andere labels in Chicago werkten met Jimmy Reed, Elmore James en Otis Rush. Chuck Berry en Bo Diddley ontketenden de gekte die rock 'n roll heette, anderen als Buddy Guy, Junior Wells en Magic Sam deden het met hun zangerskwaliteiten of door hun instrumentenbeheersing. Delmark Records is tot op vandaag een trendsetter die de Chicago blues alive & kicking houdt. Bob Koester, de oprichter van dit fameuze label haalde pianist Speckled Red uit de kroeg en pootte hem in een studio neer waar hij hem een lekkere bluesplaat, "Dirty Dozen" liet opnemen. Dat was de start van een lange reeks releases die tot op vandaag blijven doorgaan: Big Joe Williams, Sleepy John Estes, Jr. Wells, Otis Rush, Jimmy Johnson e.v.a. werden ingeblikt. De sound van Chess werd nooit geëvenaard maar Delmark verkocht wel veel platen. Chicago is vandaag een van de weinige plaatsen waar je nog iedere avond minstens zes of zeven verschillende bluesbands kan gaan beluisteren en bekijken. Wat veranderde is niet alleen de blues uit de jaren dertig en veertig, maar ook en vooral het publiek dat nu meer blank dan zwart is. Het publiek van vroeger waren harde werkers die de blues als "A way of life" zagen. De performers hadden hetzelfde meegemaakt als al die werkers die een beter leven zochten in de grote stad. Die tijden zijn voorbij, maar de blues is er nog steeds, Chicago blues! "Delmark - 55 Years Of Blues" zijn één cd en een dvd lang blues, blues en nog eens blues. Van bluesrock tot countryblues, van boogie tot harmonika- en soulblues, een verzamelaar die werd uitgebracht ter gelegenheid van de 55ste verjaardag van dit blueslabel Delmark, genoemd naar een laan in St. Louis. Een prettig geprijsde update van de stand van de blues anno 2008, die ons leert dat die niets minder dan springlevend klinkt, en de keur aan eigentijdse- en oude rotten geven stuk voor stuk blijk van een levenslange alliantie met het genre. De keuze viel op 17 tracks en een bonus dvd met 10 captaties van 'live performances' en dit allemaal voor de prijs van een enkele cd. Beginnend met harmonicaspeler Jr. Wells met "Hoodoo Man Blues" en Sleepy John Estes met "I Ain't Gonna Sell It", respectievelijk opnames uit 1975 en 1968. Er is voor elk wat wils, want er zijn ook recentere opnames van bijvoorbeeld, Detroit Jr., Steve Freund en Shirley Johnson. Doorgewinterde bluesliefhebbers zullen "55 Years Of Blues" aanschaffen vanwege de lage prijs of omdat het wel handig is om onderweg een paar cd's met veel variatie in het bakje te hebben. Ideaal dus voor als je van goede blues houdt maar niet weet wat je moet draaien. Voeg daarbij de dvd met uitstekende prestaties van o.a.Tail Dragger, Byther Smith, Jimmy Burns en Zora Young en u bent meteen getuige dat bij Delmark Records na 55 jaar het kwaliteitsniveau nog zeer hoog is. Want wat precies deze verzamel-cd’s doen is putten uit een rijke bluestraditie en laten zien hoe dit genre ook gemakkelijk nog een tijdje meekan. Waar wacht je nog op?



 

 

 

DEB CALLAHAN
GRACE & GRITT
Website Myspace CDBaby

 

Het nieuwe album van de uit Philadelphia komende Deb Callahan heet "Grace & Grit". Deb Callahan maakt muziek die in de categorie blanke - behoorlijk soulvolle - bluesrock kan worden ondergebracht. Ze heeft al een aantal albums op haar naam staan en wie ooit een optreden van haar heeft bezocht, weet dat dit een intense ervaring is. Na "If The Blues Had Wings" uit 2002 en "The Blue Pearl" uit 2005 is "Grace & Grit" haar derde album van de deze song-writer/zangeres en wederom een prima plaat. Sinds 2005 heeft inmiddels een indrukwekkende staat van dienst, ze was te horen op tal van festivals, waaronder California’s Monterey Bay Blues Festival en Florida’s Springing the Blues Festival. Callahan maakt bluesrock die regelmatig doet denken aan Bonnie Raitt, Susan Tedeschi en zelfs aan Aretha Franklin en Etta James. Haar nieuwe album dat werd opgenomen in de Kawari Sounds Studios in Wyncote, Philadelphia, heeft wederom een mooie elektrische blues basis met elementen uit de gospel, soul, rock en jazz. "Grace & Grit" bevat vijfien songs waarop Deb Callahan laat horen dat ze zowel in de populair klinkende nummers, zoals de Ray Charles' "Hallelujah I Love Him So" of het a-capella gezongen nummer “Today I Sing The Blues” geschreven door Hamner/Curtis, maar beter bekend in de versie van Aretha Franklin uit haar album "Lady Sings The Blues", bijzonder goed voor de dag kan komen. Met twee andere kort gebrachte songs: "I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free" van Nina Simone en “Dry Cleaner From Des Moines” van Joni Mitchell wil Callahan deze dames in het bijzonder eren omdat ze haar muzikale carrière niet enkel haar muzikaal beïnvloed hebben, maar ook als songwriter en als zangeres. Naast deze songs zijn de elf anderen geschreven met of zonder haar gitaristen, Chris Arms of Allen James. Chris Arms blinkt niet enkel uit met zijn slidespel op sommige tracks, hij is ook de man die zorgde vooe deze uitstekende produktie. Tot de uitschieters behoren echter haar eigen werk "Happy Hour Girl" en "Insomniac Blues", dit omwille van haar jazzy vocals. Maar ook in songs als "Carry Me" en "Big Wide Space" is haar stem zeer meeslepend en lijkt bijna uit haar tenen te komen. Aangaande haar songwriting tippen we vooral het openende "Food on the Table", over een alleestaande jonge moeder die in Amerika haar geluk zoekt zn het humoristische "No Taxi Driver", over de vele verkeerde telefoon oproepen van mensen die op zoek zijn achter een taxi. Deb Callahan klinkt zoals moderne blues behoort te klinken: soulvol. Ze is in topvorm en de begeleiding met naast gitarist Allen James, bassist Garry Lee en drummer Tom Walling een vijftal gasten, heeft er zin in. Op "Grace & Grit" valt gewoon veel te genieten, de zang is prima en de kwaliteit van de songs ligt hoog. Onze bluesmadam heeft gewoon met dit album één van de beste vrouwelijke bluesplaten van dit jaar gemaakt.



 

STUDEBAKER JOHN
WAITING ON THE SUN
Website
Label: Avanti Records
Distr.: Parsifal


 

In deze tijd reiken kinderen op verjaar- of andere feestdagen naar elektronisch spul of videospelletjes. John Grimaldi, geboren in Chicago, met als artiestennaam Studebaker John, verkoos als zevenjarige een bluesharp. Wanneer hij als jonge knaap op de markt in Maxwell Street rondzwierf maakten de straatmuzikanten op hem zo’n indruk dat hij één van hen wilde worden. Na de smoelschuiver volgde de gitaar toen hij Hound Dog Taylor gitaar hoorde spelen. Pas in de jaren 1970 kreeg hij zijn eigen band met The Hawks en kon hij wat hij had ingeoefend Live in praktijk brengen. Vooral Little Walter en Hound Dog werden zijn rolmodellen en lagen aan de basis van alle bluesrock, boogie en stomende Chicagoblues die Studebaker nog op plaat zou zetten. Dat zijn er intussen al een tiental geworden. Ook filmregisseurs maken soms van zijn songs gebruik om hun scenario’s meer bluesgloed te geven. In Europa zullen weinigen de muzikant Grimaldi kennen, maar des te beter de zanger-gitarist en harmonicaspeler Studebaker, die in ons land al op enkele festivalpodia stond. Zijn naam ontleende hij aan zijn oude liefde voor een old time Studebaker Silver Hark van wie hij zich nog steeds de trotste bezitter mag noemen. Begonnen in de lokale clubs en concerthuizen in en rond Chicago, reisde John nadien naar Canada en ging hij meermaals op tournee naar Europa, veelal samen met bassist Bob Halaj, zijn ‘Partner in Crime’. Dit is één van de twaalf energieke songs door John allemaal zelf geschreven. Op dit nummer laat de jonge Poolse toetsenist Bartek Szopinski zijn orgel even terzijde om zich ‘New Orleans’ gewijs op de pianotoetsen uit te leven. Behalve een goede bluescomposer en producer toont Studebaker zich ook een gedreven slidegitarist. Alle songs krijgen hierdoor vaart. ‘Natural Born Boogie’, met die combinatie van bluesharp en ritmische drum, danst boven alle anderen uit. Mede op grond van die swampy sound en de pulserende drive die drummer Paul Ashford nog weet op te stoken. Buiten kijf mijn favoriet, al swingt ‘I’ll Be Rockin’ ook obsessief rockend op bluesjazzy ritmes. John’s rauwe soms lijzige stem zingt de songs aaneen alsof hij zelf op een verloren hoek op Maxwell Street heeft post gevat, onderwijl zijn rusteloosheid wegspelend en wachtend op de zon. Al moet gezegd dat heden ten dage vooral zijn gruizige gitaar en zijn medemuzikanten met hun moderne instrumenten de publiekstrekkers zouden zijn.
Marcie


 

 

TOKYO ROSENTHAL
LOVE WON OUT
Website Myspace Contact
Label : Rock & Sock Records
Distr. : Glass Onyon PR
CD-Baby

 

Vakmanschap is meesterschap. Dat is een slogan die absoluut van toepassing is op Tokyo Rosenthal, de singer-songwriter uit Chapel Hill in het Amerikaanse North Carolina. Telkens weer slaagt hij er in om voor een nieuwe plaat songs te componeren die samengesteld worden met diverse invloeden uit Americana, blues, folk en country. Bijzonder veel aandacht gaat uit naar de teksten van zijn liedjes die vaak verhalen over belevenissen uit zijn privéleven of over de diversiteit aan problemen die er in een relatie kunnen opduiken. Voormalig bokstalent Tokyo Rosenthal wist ons vorig jaar al tot een positieve recensie te bewegen met zijn cd “One Score And Ten” en we kunnen deze lovende trend rustig verder zetten als we het hebben over zijn nieuwste worp “Love Won Out”. Daarop trapt hij ijzersterk af met een monumentaal gezongen rockballad “St. Patrick’s Day” - ook de eerste single - waarna een even knap gebracht “We Planted Seeds” volgt. De titeltrack “Love Won Out” is een voornamelijk met blues doorspekte song. In “Little Poetry Girl” worden blues- en jazzmuziek op knappe wijze vermengd met de typische verhalende zangstijl en toont Rosenthal dat hij ook een zanger voor de Spaans sprekende Amerikaanse Latino-gemeenschap wil zijn door enkele lijntjes in die taal te zingen. “Toke” zoals hij in de vriendenkring genoemd wordt staat al drie decennia op de podia en dat professionalisme straalt af van het merendeel van de liedjes op deze knappe cd. Wij zijn echte fans van de liedjes waarin de snik in de stem naar boven komt zoals in het heerlijke “Who’s To Say What Might Have Been?”, een emotioneel gebrachte tragisch liefdesverhaal. De cd “Love Won Out” bevat stuk voor stuk songs die uitermate geschikt zijn voor radio-airplay. Vorige maand oktober nog kwam hij voor een korte maar succesvolle promotour naar Nederland. Wij hopen dat het publiek zijn muziek snel zal gaan ontdekken via forums als dit magazine of via de Europese radiostations en dat Tokyo Rosenthal snel zal worden uitgenodigd voor een paar live shows in de Benelux. Dit is namelijk muziek waarvoor er ook in onze regio belangstelling en een trouw publiek te vinden is. Voor een paar tracks op deze plaat wordt hij bijgestaan door de pedal steel gitaar-legende Al Perkins, bassisten Chris Stamey en Alex Little en fluitkunstenaar Jeff Taylor, o.a.in het Chris Isaak-achtige en intrigerende “Random Noises”. De overige instrumenten werden allemaal door Rosenthal zelf ingespeeld. De hartverscheurende cd-afsluiter “Goodnight Carrie, I’m Coming Home” met heerlijke pedal steel-klanken van Al Perkins is een op countrysound geënte verhaal over de erkenning van capaciteiten van een vriend van meerdere jaren. Wij hopen hiermee dat Tokyo Rosenthal nu ook tot jullie vriendenkring kan toetreden met deze plaat.
(valsam)



 

TERRY QUIETT BAND
CUT THE ROPE
Website Myspace Contact
Label: Lucky Bag records
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Terry Everett Quiett uit Kansas begon in 1999 aan de uitbouw van een eigen carrière met een solo album onder zijn eigen naam "Paperdoll Spokesman", gevold door "Shifting Gears" waarna vanaf 2001 enkele albums volgden met zijn eigen Terry Quiett Band, en in 2004 een zijsprongetje met zijn maat Guinn Walker voor de akoestische cd als duo "Looking Sideways". Vorig jaar was er de live CD/DVD "A Long Saturday Night" van deze band, net gemaakt op het moment dat de band overschakelde van een meer akoestische popgerichte sound (zie clip1) naar de hardere elektrische, in blues gedrenkte rock die ze nu maken (clip2 &3). Het was toen voor het eerst sinds lang dat Terry een elektrische gitaar bespeelde, en dat magische concert toen beviel hem zo dat de huidige cd een cd werd met een stevig soort bluesrock, zonder echter vol te zitten met de clichés van dat genre. Terry Quiett Band is een trio, dus gaan inderdaad de vergelijkingen met de power trio's als Cream zich opdringen. Als dan je drummer ook nog Baker heet, weliswaar geen Ginger maar Rodney, dan al helemaal. Er is inderdaad Britse invloed uit vroegere jaren merkbaar, maar niet alleen Clapton heeft Terry beïnvloed, Robin Trower echter nog meer. "Basking" kon een van zijn nummers zijn, en ook op enkele andere songs zijn er invloeden merkbaar. Bassist Aaron Underwood zorgt voor een zware solide basis waarover Terry kan soleren. Heel mooi is "You Don't Know Me At All", een nummer waarop Terry naast zijn uitstekende gitaarwerk ook zijn stembanden even kan demonstreren. Alles klinkt routineus maar fris, optreden doen de jongens dan ook meer dan 100 maal jaarlijks, ze deelden het podium onder meer met Doobie Brothers, Eric Sardinas en Bernard Allison. "Long Saturday Night" een nummer dat zijn titel leende aan de live-dvd is ook een van die langzame, gevoelige bluesballads die deze cd rijk is. Terry Quiett heeft voor de fans van het betere bluesy rockgeluid gezorgd voor een van de betere releases van de laatste maanden. Songs als "Day after Day" en "This Train I’m on" bewijzen het ter afsluiting nog even, Jonny Lang en soortgenoten, kijk uit, er is een kaper op de kust.
(RON)